Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 31 / 31

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Measuring tensions and intentions : mixing methods in the impact evaluation of development support to farmer organisations
    Ton, G. - \ 2015
    Wageningen University. Promotor(en): Erwin Bulte. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462575738 - 295
    boerenorganisaties - coöperaties - ontwikkelingseconomie - ontwikkelingshulp - fondsgelden - landbouwproducten - ontwikkelingsprojecten - programma-evaluatie - farmers' associations - cooperatives - development economics - development aid - funding - agricultural products - development projects - program evaluation

    Development support must be able to prove its effectiveness. Impact evaluation is a way to generate this information. The thesis is about the design of these impact evaluations and how research methods can be combined to obtain credible evidence on effectiveness. It contrasts two approaches to impact evaluation design, ‘randomistas’ (Does it work?) and ‘realistas’ (For whom does it work, and under what conditions?), and distils seven principles for research design that create synergy between these two approaches. The thesis covers various development interventions. The main research concerns a Bolivian grant fund that supports investments in processing by farmer groups. To assess the effectiveness of this fund it was necessary to develop and test a new tool to measure organisational strength of these groups, called Tension Containment Capacity and apply a new method of data analysis, Qualitative Comparative Analysis. Interestingly, grants to the older, larger and stronger organisations proved particularly unsuccessful.

    Conference Report: Monitoring and Evaluation for Responsible Innovation
    Kusters, C.S.L. ; Guijt, I. ; Buizer, N.N. ; Brouwers, J.H.A.M. ; Roefs, M.M.I. ; Vugt, S.M. van; Wigboldus, S.A. - \ 2015
    Wageningen : Centre for Development Innovation, Wageningen UR (Report / Wageningen UR, Centre for Development Innovation CDI-15-103) - 39
    evaluation - program evaluation - innovations - responsibility - monitoring - conferences - development projects - development programmes - society - developing countries - netherlands - gelderland - evaluatie - programma-evaluatie - innovaties - verantwoordelijkheid - monitoring - conferenties - ontwikkelingsprojecten - ontwikkelingsprogramma's - samenleving - ontwikkelingslanden - nederland - gelderland
    This report presents the key highlights and contributions from the conference ‘Monitoring and Evaluation for Responsible Innovation’ that was held on 19-20 March 2015 in Wageningen, the Netherlands. This conference was part of the International Year of Evaluation, and is the eighth annual ‘M&E on the Cutting Edge’ conference. These events are organised by Centre for Development Innovation, Wageningen University and Research centre and Learning by Design. The conference focused on how monitoring and evaluation efforts can support the kind of transformative and responsible innovation needed to tackle critical questions for society.
    Amendments for the second stage of the North Sea sole and plaice multi-annual plan (EC regulation 2007/676)
    Miller, D.C.M. ; Coers, A. - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C088.14) - 26
    schol - tong (vis) - noordzee - visserijbeheer - visbestand - beleidsevaluatie - programma-evaluatie - milieu-analyse - plaice - dover soles - north sea - fishery management - fishery resources - policy evaluation - program evaluation - environmental analysis
    A multiannual plan for sole and plaice in the North Sea was adopted by the EU Council in 2007. It describes two stages: a recovery plan during its first stage and a management plan during its second stage. This report compiles information from a number of studies subsequent to the implementation of the plan, which have been conducted by ICES and STECF in relation to the management of the North Sea sole and plaice stocks. These studies included management strategy evaluations aimed at investigating the effects of specific amendments to the current management plan and analyses to establish appropriate reference points for exploitation of the stocks in accordance with MSY.
    Uitwerking interview workshop Onderscheid in Vers : Gerben Splinter in gesprek met drie deelnemers van het project PPP Paprika
    Splinter, Gerben - \ 2014
    horticulture - sweet peppers - program evaluation - sales promotion - consumer economics - cooperation - taste - merchandise information - knowledge - differentiation - varieties
    Groen en gemeenteraadsverkiezingen : aandacht voor groen in de partijprogramma's voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2014
    Visschedijk, P.A.M. ; Vries, E.A. de - \ 2014
    Wageningen : Alterra (Alterra rapport ) - 79
    gemeenten - stemmen (verkiezingen) - programma-evaluatie - openbaar groen - inventarisaties - municipalities - voting - program evaluation - public green areas - inventories
    Voor een derde keer op rij heeft Alterra ten behoeve van gemeenteraadsverkiezingen geanalyseerd welke aandacht er werd besteed aan groen in de stad. Dit op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken. Daarnaast is onderzocht of het onderwerp TEEB stad expliciet aan de orde is gesteld. De volgende steden kwamen aan bod: Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Deventer, Dordecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Utrecht en Zaanstad.
    Zelfevaluatie van het lectoraat Geïntegreerd Natuur- en Landschapsbeheer : evaluatieperiode 2010-2013
    Appel, L. ; Stobbelaar, D.J. ; Heide, C.M. van der; Janssen, J.A.M. - \ 2013
    Leeuwarden [etc.] : Hogeschool VHL - 67
    beroepsopleiding - hoger onderwijs - natuurbeheer - bosbeheer - landschapsbeheer - programma-evaluatie - vocational training - higher education - nature management - forest administration - landscape management - program evaluation
    Het lectoraat Geïntegreerd Natuur- en Landschapsbeheer (GNL) wordt ingevuld door drie Groene Plus lectoren in deeltijd, elk gespecialiseerd in een ander aspect van natuur- en landschapsbeheer: milieu-econoom Martijn van der Heide, ecoloog John Janssen en sociaal wetenschapper Derk Jan Stobbelaar. Behalve door de invulling met drie lectoren met een verschillende achtergrond, maakt ook de aansturing door een externe stuurgroep (met personen uit het werkveld) en de koppeling van lectoren aan hoogleraren dit lectoraat bijzonder (en kan mogelijk dienen als voorbeeld voor andere lectoraten van Van Hall Larenstein). In dit rapport wordt de kwaliteit van het lectoraat Geïntegreerd Natuur- en Landschapsbeheer geëvalueerd aan de hand van de input en output van het lectoraat, een evaluatie van “gebruikers” van het lectoraat (docenten, studenten en vertegenwoordigers van het werkveld), met een reflectie van de lectoren daarop en een schets van het toekomstperspectief van het lectoraat.
    Ontwikkeling kennis- en innovatiesystemen in de Greenports: stand van zaken onderzoeksresultaten
    Geerling-Eiff, Florentien - \ 2013
    horticulture - greenhouse horticulture - businesses - knowledge transfer - innovations - cooperation - objectives - research - regional atelier - monitoring - program evaluation
    LandbouwOnderzoek (LO): Portfolioanalyse, Resultaten & Effecten
    Kaashoek, B. ; Korlaar, L. ; Veldkamp, J. ; Wijnands, J.H.M. - \ 2012
    Brussel : IWT, agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT-studies / Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie 71) - 44
    landbouwkundig onderzoek - vlaanderen - kennisoverdracht - toegepast onderzoek - landbouwsector - tuinbouw - programma-evaluatie - agricultural research - flanders - knowledge transfer - applied research - agricultural sector - horticulture - program evaluation
    Het IWT is uitvoerder van het programma LandbouwOnderzoek (LO). Dat programma is in 2005 ontstaan, na goedkeuring van de Vlaamse overheid, om toegepast collectief onderzoek voor de land- en tuinbouwsector te financieren. Jaarlijks kunnen uitvoerders (universiteiten, hogescholen, praktijkcentra en onderzoekscentra), alleen of in consortium, voorstellen indienen om kennis te ontwikkelen, te bundelen en te vertalen voor bedrijven uit de Vlaamse primaire sector (en distributie en opslag). De activiteiten in het programma richten zich uitsluitend op de primaire plantaardige productie, evenals de distributie en opslag van deze producten. Het onderzoeksbureau Dialogic heeft de studie naar het portfolio, de werking, resultaten en effecten van LandbouwOnderzoek als instrument toegewezen gekregen. De studie is bovendien gelijktijdig uitgevoerd met het verder uitwerken van de hervorming van het LO-programma door het IWT. De inzichten worden verwerkt in de vernieuwde aanpak van LandbouwOnderzoek naar Landbouw-trajecten.
    Approaches and methods for monitoring and evaluation
    Mierlo, B.C. van - \ 2011
    Syscope Magazine 2011 (2011)summer. - p. 31 - 33.
    systeeminnovatie - programma-evaluatie - evaluatie - programmaontwikkeling - projectcontrole - netwerken - multi-stakeholder processen - landbouwontwikkeling - system innovation - program evaluation - evaluation - program development - project control - networks - multi-stakeholder processes - agricultural development
    The aim of many agricultural innovation networks is to realize a system innovation. With system innovation, whole production and consumption systems change, including social relationships, division of roles, formal rules and values, and the technical artefacts and infrastructure. This type of innovation takes place when stakeholders learn from each other in a process of thinking and acting together. In order to get to grips with these learning processes, it is increasingly common to use monitoring and evaluation methods. What are the methods that can be used, what are the most significant differences between them and to what degree are the methods from the different approaches of use in evaluating and managing innovation projects?
    Networks learn from learning histories
    Zaalmink, W. - \ 2011
    Syscope Magazine 2011 (2011)summer. - p. 34 - 37.
    netwerken - programmaontwikkeling - projectcontrole - programma-evaluatie - kennisoverdracht - veehouderij - networks - program development - project control - program evaluation - knowledge transfer - livestock farming
    The research programme Networks in Animal Husbandry began in 2004 without any concrete final objectives. The programme did have to contribute in all sorts of ways: by making “knowledge from the shelf” applicable, to making animal farming more robust, stimulating new knowledge arrangements and even to system innovations. It did all that – and more – in its facilitating role in the networks of animal farmers and other stakeholders in the sector. The programme began in effect as a big experiment.
    Succes verzekerd? : een beeld van de ontwikkeling van de kritieke succesfactoren van de GKC, 2007-2009
    Kupper, H.A.E. ; Kleijn, A.J.D. - \ 2011
    Wageningen [etc.] : Wageningen University, Leerstoelgroep Educatie- en Competentiestudies [etc.] - 62
    agrarisch onderwijs - programma's - programma-evaluatie - kennissystemen - kennisoverdracht - monitoring - agricultural education - programs - program evaluation - knowledge systems - knowledge transfer - monitoring
    De Groene Kennis Coöperatie heeft de afgelopen jaren de basis gelegd voor toenemende samenwerking tussen groene kennisinstellingen onderling en voor samenwerking tussen kennisinstellingen, het groene domein en de samenleving. Om de samenwerking te blijven voortzetten is het nodig dat de activiteiten van de GKC-programma's en instellingen gericht zijn op het bestendig maken van de ontstane samenwerkingsvormen. Bij de aanvang van de meerjarenafspraak 2006-2010 tussen LNV en de groene kennisinstellingen is vastgelegd dat een beperkt aantal factoren essentieel zijn om van de GKC een succes te maken. Deze zogenaamde kritieke succesfactoren zijn bedoeld om sturing te kunnen geven aan de ontwikkelingrichting van de kenniscoöperatie. Voor de GKC als geheel ontbrak tot nu toe een systematiek van monitoren waarmee een totaalbeeld kon worden gegenereerd. In dit rapport wordt zo'n systematiek besproken.
    Making evaluations matter: a practical guide for evaluators
    Kusters, C.S.L. ; Vugt, S.M. van; Wigboldus, S.A. ; Williams, B. ; Woodhill, A.J. - \ 2011
    Wageningen : Wageningen UR Centre for Development Innovation - ISBN 9789085859710 - 118
    ontwikkeling - evaluatie - programma-evaluatie - multi-stakeholder processen - leren - deelnemers aan een programma - ontwikkelingslanden - ontwikkelingsprogramma's - development - evaluation - program evaluation - multi-stakeholder processes - learning - program participants - developing countries - development programmes
    This guide is primarily for evaluators working in the international development sector. It is also useful for commissioner of evaluations, evaluation managers and M&E officers. The guide explains how to make evaluations more useful. It helps to better understand conceptual issues and appreciate how evaluations can contribute to changing mindsets and empowering stakeholders. On a practical level, the guide presents core guiding principles and pointers on how to design and facilitate evaluations that matter. Furthermore, it shows how to get primary intended users and other key stakeholders to contribute effectively to the evaluation process
    Evaluatie Trenddag NME 2009
    Waal, M.E. van der - \ 2009
    Wageningen : Wageningen University & Research centre
    natuur- en milieueducatie - programma-evaluatie - tendensen - kennisoverdracht - nature and environmental education - program evaluation - trends - knowledge transfer
    Op 16 juni 2009 werd in Antropia in Driebergen de Trenddag NME 2009 gehouden. Deze studiedag wordt eens in de twee jaar gehouden en belicht de landelijke trends die in het NME werkveld spelen.
    M&E van KIGO en Impuls c.q. GKC: Samenvatting van de inzichten ontwikkeld in 2008 ten behoeve van Monitoring en Evaluatie van GKC-activiteiten
    Kupper, H.A.E. - \ 2008
    S.l.] : S.n. - 7
    agrarisch onderwijs - vaardigheidsonderwijs - projecten - programma-evaluatie - agricultural education - competency based education - projects - program evaluation
    De Groene Kennis Coöperatie (GKC) is een samenwerking van kennisinstellingen uit het publieke groene kennissysteem, met de nadruk op onderwijsinstellingen. De activiteiten die onder de vlag van de GKC worden uitgevoerd zijn ondergebracht in programma’s die op hun beurt weer bestaan uit projecten (deelprogramma’s). Evaluatieverslag van de uitgevoerde activiteiten
    Ex post evaluatie van het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2000-2006 (POP1). Deel 1
    Venema, G.S. ; Staalduinen, L.C. van; Bommel, K.H.M. van; Boonstra, F.G. ; Sanders, M.E. ; Linders, A.P.M. - \ 2008
    Den Haag : LEI (Rapport / LEI : Werkveld Internationaal beleid ) - ISBN 9789086152797 - 306
    plattelandsontwikkeling - gemeenschappelijk landbouwbeleid - evaluatie - programma-evaluatie - nederland - financieren - rural development - cap - evaluation - program evaluation - netherlands - financing
    Het eerste plattelandsontwikkelingsprogramma Nederland (POP1) vormde de invulling van de tweede pijler van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU. Het programma liep van 2000 tot 2006 en heeft tot een forse investering geleid, ook van private partijen. Een consortium bestaande uit LEI en Alterra en adviesbureau ERAC, heeft het programma geëvalueerd
    De waarde van monitoring en evaluatie
    Vogelezang, J.V.M. ; Wijnands, F.G. - \ 2008
    Syscope Magazine zomer 2008 (2008)17. - p. 3 - 8.
    duurzaamheid (sustainability) - verandering - monitoring - projectcontrole - evaluatie - programma-evaluatie - systeeminnovatie - sustainability - change - monitoring - project control - evaluation - program evaluation - system innovation
    Alleen door ingrijpende vernieuwingen kan de landbouw echt verduurzamen. Innovatie-experimenten leveren daar een belangrijke bijdrage aan. Maar is de bijdrage aan het veranderingsproces wel te meten, en hoe en wat meet je dan? En is het mogelijk leerinstrumenten te ontwikkelen die het succes van projecten vergroten? In dit artikel wordt ingegaan op de betekenis van monitoring en evaluatie in innovatie-experimenten.
    Waardewerken heeft multifunctionele landbouw een gezicht gegeven
    Jong, D. de - \ 2008
    Syscope Magazine zomer 2008 (2008)17. - p. 36 - 39.
    evaluatie - programma-evaluatie - netwerkanalyse - overheidsbeleid - multifunctionele landbouw - systeeminnovatie - maatschappelijk draagvlak - evaluation - program evaluation - network analysis - government policy - multifunctional agriculture - system innovation - public support
    Welke invloed heeft Waardewerken, het innovatienetwerk van pionierende ondernemers in de multifunctionele landbouw, gehad op beleid en praktijk? Dit was de hoofdvraag bij de evaluatie van het innovatienetwerk Waardewerken. Via de Most Significant Change-methode hebben betrokkenen bij het netwerk gezamenlijk geleerd en gereflecteerd op veranderingen, en is door het verzamelen van verhalen de ‘oogst’’ van Waardewerken in kaart gebracht.
    Leren van de evaluatie reconstructie zandgebieden : methode, proces en politiek-bestuurlijke inbedding
    Boonstra, F.G. ; Kuindersma, W. - \ 2008
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1691) - 45
    zandgronden - regionale planning - evaluatie - methodologie - programma-evaluatie - reconstructie - gebiedsgericht beleid - governance - beleidsevaluatie - sandy soils - regional planning - evaluation - methodology - program evaluation - reconstruction - integrated spatial planning policy - governance - policy evaluation
    De evaluatie van de reconstructie zandgebieden die in 2007 werd aangeboden aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Tweede Kamer is een voorbeeld van een lerende evaluatie. Hierbij zijn beoordeling en leren even belangrijk en participeren stakeholders uit de beleidspraktijk nadrukkelijk in het evaluatieproces. In dit rapport wordt teruggeblikt op het onderzoeksproces. Het gaat in op de methodische keuzes en hun achtergrond en de politiek-bestuurlijke inbedding van het onderzoeksproces. Ook worden aanbevelingen gedaan voor vervolgonderzoek.
    Onderwijsvisitatie Toerisme. Een onderzoek naar en evaluatie van de kwaliteit van de opleiding master in het toerisme
    Lengkeek, J. - \ 2007
    Brussel : VLIR/VLAHORA - 63
    toerisme - onderwijs - onderwijsprogramma's - onderwijsonderzoek - beroepsopleiding (hoger) - evaluatie - programma-evaluatie - kwaliteit - kwaliteitscontroles - inspectie - belgië - tourism - education - education programmes - educational research - professional education - evaluation - program evaluation - quality - quality controls - inspection - belgium
    Werkbezoek Surituin, oktober 2006 : verslag van werkbezoek 19-26 oktober aan het Ministerie van LNV, afdeling ODLOAV te Paramaribo, Suriname
    Prado, G. del; Geijn, F.G. van de; Wijk, C.A.P. van - \ 2006
    [S.l.] : S.n. - 15
    tuinbouw - tuinbouwgewassen - evaluatie - programma-evaluatie - bezoeken - ontwikkelingsprogramma's - suriname - nederland - ontwikkelingssamenwerking - horticulture - horticultural crops - evaluation - program evaluation - visits - development programmes - suriname - netherlands - development cooperation
    Afwegingen tussen maatregelen in de landbouw en in natuur bij de realisatie van natuur- en milieudoelen; aanzet tot een geïntegreerde aanpak
    Kros, Hans - \ 2006
    environmental protection - farm management - nature conservation - agricultural policy - support measures - vegetation - program evaluation - measures - ecological network - environmental monitoring
    Vaarrapport Maasvlakte 2 (nulmeting zandwinning). Periode van bemonstering: 18 april 2006 - 22 juni 2006
    Perdon, K.J. ; Kaag, K. - \ 2006
    IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES nr. C076/06) - 12
    referentienormen - zandafgravingen - monitoring - programma-evaluatie - effecten - slib - bodemfauna - effectvoorspelling - reference standards - sand pits - monitoring - program evaluation - effects - sludges - soil fauna - impact prediction
    De nulmeting bodemdieren en epifauna heeft tot doel het beschrijven van de uitgangssituatie in het voorkomen van bodemdieren ter plaatse en in de omgeving van de toekomstige zandwinlocaties voor de Tweede Maasvlakte (MV2) en in gebieden waarvoor de verwachting is uitgesproken dat deze niet beïnvloed zullen worden (referentielocaties). De studie maakt onderdeel uit van het Monitoring en Evaluatie Programma (MEP) van de zandwinning ten behoeve van het project Maasvlakte 2. De nulmeting is onderdeel van een ‘BACI-analyse’ (Before After Control Impact analysis) waarin de effecten van de zandwinning op aandachtsoorten bodemdieren en de natuurlijkheid van het voedselweb ter plaatse en in de directe omgeving worden onderzocht. Deze analyse dient als basis voor een (latere) analyse van de eventuele effecten van verhoogde slibgehalten in de waterkolom en de bodem op bodemdieren.
    Baseline study MEP-MV2. Lot 2: bodemdieren. Eindrapportage Campagnes 2004 - 2005
    Steenbergen, J. ; Escaravage, V. - \ 2006
    IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES C053/06) - 64
    eu regelingen - havens - gebruik van ruimte - ruimtebehoeften - programma-evaluatie - natuurbeleid - rotterdam - natuurcompensatie - eu regulations - harbours - space utilization - space requirements - program evaluation - nature conservation policy - rotterdam - nature compensation
    Het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) is opgericht om een oplossing te bieden aan het dreigende ruimtetekort in de haven van Rotterdam, middels de aanleg van een nieuw havengebied, Maasvlakte 2. De bijbehorende natuurcompensatie (EU-verplichting) zal o.a. bestaan uit en zeereservaat in de voordelta. Om na te gaan of de effecten van de uitbreiding van de Maasvlakte op de flora en fauna voldoende gecompenseerd worden door de voorziene natuurcompensaties is het Monitoring- en Evaluatieprogramma Maasvlakte 2 (MEP-MV2) ingesteld. Het eerste luik van MEP-MV2, heeft 2 hoofddoelen: i. vaststellen van de t0-situatie, ii. nagaan of de ingewonnen gegevens toereikend zijn voor de bepaling van effecten in vervolgstudies (mbt onderscheidingsvermogen). De onderliggende rapportage beschrijft de huidige situatie van benthos in de voordelta.
    Werkende wijs worden : procesevaluatie van Bioveem in LNV onderzoeksprogramma PO-34 (2001-2004)
    Wolf, P.L. de; Proost, M.D.C. ; Voort, M.P.J. van der; Hubeek, F.B. - \ 2005
    Lelystad : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BV (Rapport PPO 530176) - 59
    melkveehouderij - biologische landbouw - programma-evaluatie - nederland - dairy farming - organic farming - program evaluation - netherlands
    Epidemiologic and economic risk analysis of Johne's Disease control
    Groenendaal, H. - \ 2005
    Wageningen University. Promotor(en): Ruud Huirne; D.T. Galligan, co-promotor(en): M. Nielen. - Wageningen : Ponsen & Looijen BV - ISBN 9789085042136 - 160
    rundvee - paratuberculose - rundveestapel - melkveestapel - ziektebestrijding - epidemiologie - economische impact - monitoring - certificering - programma-evaluatie - simulatiemodellen - risicoschatting - agrarische economie - nederland - vs - dierziektepreventie - cattle - paratuberculosis - beef herds - dairy herds - disease control - epidemiology - economic impact - monitoring - certification - program evaluation - simulation models - risk assessment - agricultural economics - netherlands - usa - animal disease prevention
    Johne's disease or paratuberculosis in cattle is a chronic, progressive intestinal disease caused by infection with Mycobacterium avium subsp. paratuberculosis (Map). There is a growing concern about the apparent increase in the prevalence of Johne's disease and the resulting economic and possible trade implications. In addition, although there has not been any definitive proof, Johne's disease may be associated with some forms of Crohn's disease in humans. As a result, there is an increased need for effective and economically attractive control programs against Johne's disease. The main objective of the research described in this thesis was to support decision-making in the design and development of control and certification-and-monitoring programs for Johne's disease by providing insight into the epidemiologic and economic effects of different strategies. To meet this objective, a stochastic simulation model, the 'JohneSSim' model was developed and used to evaluate control and certification-and-monitoring strategies on Dutch and mid-size US cattle herds. According to the model when applied to Dutch dairy farms, test-and-cull strategies alone using the current tests available do not considerably reduce the prevalence of Johne's disease and are economically unattractive. As a consequence, the focus of policy-makers changed to management measures to prevent the spread of Map within herds. A new Dutch Johne's disease program was designed, called Paratuberculosis Program Netherlands (PPN), and evaluated with the JohneSSim model. It was found that under PPN, a low true prevalence could be reached within 20 years and that PPN was on average economically attractive. AIso, a number of certification-and-monitoring schemes for Johne's disease test-negative dairy herds were evaluated on their costs and effectiveness. Furthermore, control strategies on Dutch beef herds were evaluated, and it was concluded that under current practical circumstances no control strategy was economically attractive and realistic. For US mid-size dairy herds, similar results were obtained as for Dutch dairy herds. Vaccination was found to be economically attractive, but not able to reduce the prevalence. Measures to prevent spread of Map within herds and contract heifer rearing were found to be better control strategies that both decrease the prevalence and have economic benefits. Both in The Netherlands and in the US, this study greatly supported the decision making process in the development and improvement of Johne's disease control and certification-and-monitoring strategies.
    Beleidsevaluatie agrarisch en particulier natuurbeheer voor de Natuurbalans 2003 : waarin: particulieren in samenwerkingsverbanden met terreinbeherende organisaties
    Sanders, M.E. ; Blitterswijk, H. van; Huiskes, H.F. ; Wijk, M.N. van; Blankena, A. - \ 2003
    Wageningen : Natuurplanbureau (Werkdocument / Planbureau-werk in uitvoering 2003/16) - 66
    natuurbescherming - bedrijfsvoering - overheidsbeleid - evaluatie - programma-evaluatie - particuliere organisaties - samenwerking - nederland - agrarische bedrijfsvoering - agrarisch natuurbeheer - nature conservation - management - government policy - evaluation - program evaluation - private organizations - cooperation - netherlands - farm management - agri-environment schemes
    Protected areas system planning and monitoring
    Vreugdenhil, D. - \ 2003
    Wageningen University. Promotor(en): Herbert Prins; A.M. Cleef, co-promotor(en): Sip van Wieren. - Wageningen : Wageningen Universiteit - ISBN 9789058088499 - 136
    beschermde gebieden - nationale parken - biodiversiteit - milieubescherming - milieubeleid - monitoring - planning - programma-evaluatie - projectimplementatie - biologische monitoring - reserved areas - national parks - biodiversity - environmental protection - environmental policy - monitoring - planning - program evaluation - project implementation - biomonitoring

    The Vth World Parks Congress to be held in Durban, South Africa, September 8-17, 2003 will evaluate progress in protected areas conservation and stipulate strategic policies for the coming decade. Most countries of the world have at least a collection of protected areas, and have signed the Convention on Biological Diversity, while considerable international funding has been established to help developing countries finance their conservation commitment. Yet only few countries have had the opportunity to systematically select biodiversity in such a way that together, their protected areas form a realistic system in which the majority of national biological heritage may find a reasonably secure refuge.

    "Protected Areas System Synthesis and Monitoring" provides scientifically argumented methods and tools for the design of rational protected areas systems, their monitoring and an approximation of their costs. While in the 1970s, conservationists throughout the world were distressed about an apparent destruction of much of the biological wealth and beauty of nature on earth, scientists struggled with defining what needed to be conserved, how much and what needed to be done. The study presents appropriate technology computer programmes and techniques on how to identify and map biodiversity using ecological surrogates to spatially distinguish species assemblages.

    For a long time, ecosystem mapping has been possible from aerial photographs, and this was applied in some parts of Africa, in Belize and in Western Europe on a moderate scale. Interpretation was slow and the photographs were expensive and national sets were often incomplete. As a result, the maps of natural vegetation covered only few parts of the world. It was not until the 1990s that satellite images had become effectively available to a broader gremium of scientists and biologists. Some of the first detailed mapping applications with remotely sensed imagery for the tropics was the pioneering work by Iremonger in 1993, 1994 and 1997. These were important advances as they facilitated much faster and more cost-effective mapping, particularly after the LANDSAT 7 imagery became available for less than US $500 per image in the year 2000. GIS software had also become more broadly available which can now be operated from regular desktop computers.

    The World Bank/Netherlands Government/CCAD financed the production of an ecosystem-mapping, spanning more than 1500 km from Belize to Panama: the "Map of the Ecosystems of Central America". Ecosystems were mapped by more than 20 scientists using the "Tentative Physiognomic-Ecological Classification of Plant Formations of the Earth", developed under the auspices of the UNESCO, complemented with additional aquatic ecosystems and some floristic modifiers. The term ecosystem was used, because it was argued that areas with distinct physiognomic and ecological characteristics would not only have partially distinct sets of floristic elements, but also partially distinct sets of fauna and fungi elements. It was demonstrated that ecosystems derived from such criteria could be identified in considerable detail and a short period, using satellite images and teams of experienced national biologists. This opening the way to worldwide detailed identification and localisation of ecosystems and related species assemblages. It now has become possible to distinguish and map partially distinct assemblages of species rapidly and in considerable detail.

    The Honduran part of that map was used to evaluate the presence and gaps of ecosystem representation in the protected areas system, SINAPH, of Honduras. An MS-Excel based spreadsheet evaluation programme called MICOSYS was used to compare the relative importance of each area and to design alternative models for protected areas system for different scenarios of conservation security and socio-economic benefits. To achieve this, very specific criteria are needed that allow differentiation of size requirements for protected areas depending on a variety of factors such as Minimum Viable Population (MVPs) and Minimum Area requirements (MARs), functionality for both terrestrial and aquatic species of animals, plants and fungi, as well as ecosystem characteristics. Several principles and a few new ideas have been integrated into a holistic approach that allows the synthesis of rational protected areas systems. Particularly, new ideas have been presented on the minimum required sizes of protected areas, in which not merely top predators were considered as limiting factors, but rather ecosystems as a whole. As far as the SLOSS (Single Large Or Several Small reserves) debate is concerned, it is clear that we will need SLASS: Several Large And Several Small reserves, the latter complementing with ecosystems absent in the large areas protected areas. The proposed method not only generates differentiation in importance of the protected areas on the basis of socio-economic and ecological factors, but it also calculates estimates of investment needs and recurrent costs. It was originally developed in 1992 for Costa Rica, but it is country-size independent and may be applied anywhere in the world. The cost calculations are of strategic importance. Governments all over the world have made great progress in institutionalising protected areas. But it was only a first necessary step. Adequate funding has not yet come along to meet the requirements. A realistic idea about costs is necessary to work toward finding solutions to the financing problem.

    One of the by-products of the Map of the Ecosystems of Central America is an MS-Access-based database calledProtected Areas and Ecosystems Monitoring Database, for storage of ecological field information, to support physical, physiognomic and floristic information. The database has been expanded to also store information on fauna as well as essential information on the use of natural resources and visitation within an area, thus creating a tool for protected area or ecosystem monitoring. In Honduras, a monitoring approach was developed and the database had become fully integrated and made user-friendlier, so that it could also be used by park rangers.

    The techniques used in the methodology are all known methods that have been evaluated and tested to be integrated into an "appropriate technology" approach. User-friendly applications were designed in familiar programmes to be accessible to national scientists and rangers anywhere in the world. Each application may be used independently and may be customised to suit national needs. It has not been designed to replace existing monitoring systems, but to be available for countries where a database is not yet available or for individual users and or protected areas.

    Water in stadsranden; een internationale zoektocht naar leerervaringen voor het implementeren van blauwe contouren
    Gerritsen, A.L. - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 719) - 71
    stedelijke planning - wateropslag - meervoudig landgebruik - waterbeheer - stadsontwikkeling - stadsrandgebieden - internationale vergelijkingen - programma-evaluatie - projectimplementatie - urban planning - water storage - multiple land use - water management - urban development - urban hinterland - international comparisons - program evaluation - project implementation
    In de studie `Blauwe Contouren¿, in het kader van het onderzoeksprogramma `Meervoudig ruimtegebruik met waterberging in Noord-Holland¿ is het planningsconcept blauwe contouren uitgewerkt. Een blauwe contour is een onderdeel van het landelijk gebied dat direct grenst aan een stad en, naast voor waterberging voor het stedelijk gebied, tevens gebruikt wordt voor andere functies (wonen, werken, recreatie, natuur, duurzame energie). Doelen van het waterbeleid en de ruimtelijke ordening worden gecombineerd in stadsranden. In de studie `Water in stadsranden¿ is, voornamelijk via een zoektocht op internet, onderzocht wat er met betrekking tot het denken over en de implementatie van blauwe contouren geleerd kan worden van ontwikkelingen in het buitenland. Hiervoor zijn de volgende landen geselecteerd: Verenigde Staten, Canada, Australië, Groot-Brittannië en Japan. Hoewel het voor een poldersysteem ontwikkelde concept niet precies teruggevonden is, zijn er wel veel voorbeelden gevonden van waterberging en waterzuivering in moerassen rond het stedelijk gebied. De beschreven voorbeelden van beleidscontext en concrete voorbeelden van waterrijke stadsranden dienen ter ondersteuning van het realiseren van blauwe contouren in Nederland.
    Ervaringen met een toetsingsmethode in vier proeftuinen voor de kwaliteitsimpuls landschap
    Schotman, A.G.M. ; Geertsema, W. ; Boer, T.A. de; Meeuwsen, H.A.M. ; Koomen, A.J.M. ; Kuipers, H. ; Veen, M. van der - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 826) - 91
    landschap - landschapsbouw - ruimtelijke ordening - methodologie - testprocedure - nederland - programma-evaluatie - projectimplementatie - landscape - landscaping - physical planning - methodology - test procedure - netherlands - program evaluation - project implementation
    Het Rijk wil in 25% van het agrarisch gebied de landschapskwaliteit verhogen door de aanleg van 10% `groenblauwe dooradering' : een multifunctioneel samenhangend netwerk van landschapselementen. Doel van het onderzoek was het ontwikkelen, uitproberen in proeftuinen en evalueren van een ex-ante toetsingsmethode voor uitvoeringsplannen. De methode: een GIS-instrument op basis van de topografische kaart beschrijft het effect van de groenblauwe dooradering op de landschapskwaliteit met meetbare doelen en de `kernkwaliteiten` uit het Structuurschema Groene Ruimte 2. Door vergelijking van de toekomstige, de huidige en de gewenste situatie in een gebied wordt de `doelrealisatie` van een plan berekend. De methode biedt veel ruimte voor interactieve planvorming en evaluatie. Bij gebrek aan toetsbare plannen kwamen methode en instrument niet tot hun recht in de proeftuinen. Groenblauwe dooradering kan een groene dienst voor de samenleving zijn. De overheid kan de ontwikkeling van een markt voor groene diensten bevorderen gebruik van hulpmiddelen zoals een toetsingmethode stimuleren.
    Netherlands Research Assistance Project : Final report : 1988 - 2000
    Anonymous, - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 354) - 93
    zoutgehalte - drainage - zoute gronden - ontginning - programma-evaluatie - ontwikkelingshulp - beoordeling - ontwikkelingsprogramma's - pakistan - nederland - hydrologie - ontwikkelingssamenwerking - waterbeheer - Azië - salinity - drainage - saline soils - reclamation - program evaluation - development aid - assessment - development programmes - pakistan - netherlands
    The Netherlands research assistance project was implemented from 1988 till 2000. The project was a joint undertaking by the International Waterlogging and Salinity Research Institute (IWASRI), Lahore, Pakistan, and the International Institute for LandReclamation and Improvement (ILRI), Wageningen, the Netherlands. The project focused on drainage technical research during its first years, and on participatory drainage development in the last years.
    Implementatie van de Habitat- en Vogelrichtlijn op de Waddeneilanden : naar een procesmethodiek op maat -tussenrapportage-
    Ligthart, S.S.H. ; Neven, M.G.G. - \ 2000
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 30) - 49
    vogels - bescherming - wildbescherming - natuurbescherming - wetgeving - overheidsbeleid - habitats - interacties - nederland - europa - richtlijnen (directives) - programma-evaluatie - projectimplementatie - habitatrichtlijn - vogelrichtlijn - nederlandse waddeneilanden - birds - protection - wildlife conservation - nature conservation - legislation - government policy - habitats - interactions - netherlands - europe - directives - program evaluation - project implementation - habitats directive - birds directive - dutch wadden islands
    Op de Waddeneilanden is de implementatie van de Habitat- en Vogelrichtlijn voortvarend opgepakt. De regionale directie Noord van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, die verantwoordelijk is voor deze implementatie, hecht zowel aan duurzame garanties voor de bescherming van de natuur als aan duurzame relaties met de betrokkenen. Het geven van handreikingen voor de wijze waarop dit implementatieproces kan worden georganiseerd, is doel van dit onderzoek. Uitgangspunt is dat elke specifieke beleidscontext vraagt om een op maat gesneden procesmethodiek. Daarom is met betrokkenen gesproken over hoe zij aankijken tegen de implementatie van de Habitat-en Vogelrichtlijn, tegen de andere betrokkenen en tegen deelname aan dit beleidsproces. De resultaten van deze interviews zijn geanalyseerd met behulp van een procesgerichte benadering van beleid: inhoud-netwerk-proces (INP), die is ontwikkeld met behulp van inzichten uit literatuur over interactieve beleidsvoering en sturing. Op basis hiervan zijn aanbevelingen geformuleerd voor de aansturing van het implementatieproces.
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.