Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 50 / 67

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Balans in bemesting : proefbedrijf Vredepeel onderzoekt de optimale bemstingsstrategie voor bioteelt
    Haan, J.J. de; Verstegen, H.A.G. - \ 2015
    Ekoland 35 (2015)10. - ISSN 0926-9142 - p. 20 - 22.
    biologische landbouw - bemesting - groenteteelt - vollegrondsteelt - preien - veldproeven - bedrijfssystemen - stikstofbalans - proefbedrijven - emissiereductie - groenbemesters - organic farming - fertilizer application - vegetable growing - outdoor cropping - leeks - field tests - farming systems - nitrogen balance - pilot farms - emission reduction - green manures
    Juiste bemesting is essentieel voor goede gewasopbrengsten, opbouw van bodemvruchtbaarheid en het voorkomen van emissies. Onderzoekers Janjo Haan en Harry Verstegen zochten op proefbedrijf Vredepeel naar de beste bemesting voor het biologische bedrijfssysteem. Bijbemesting in de prei en het goed inschatten van de mineralisatie en stikstofbenutting blijkt het lastigst.
    Ontwikkeling van de N-balans, het N-verlies en de beddingsamenstelling van vrijloopstal Hartman in 2013/2014
    Boer, H.C. de - \ 2015
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rapport 885) - 43
    stikstofbalans - stikstofverliezen - stallen - landbouwschuren - huisvesting van koeien - stikstofkringloop - melkveehouderij - duurzame veehouderij - mest - landbouw en milieu - rundveehouderij - dierenwelzijn - loopstallen - nitrogen balance - nitrogen losses - stalls - barns - cow housing - nitrogen cycle - dairy farming - sustainable animal husbandry - manures - agriculture and environment - cattle husbandry - animal welfare - loose housing
    Een aantal Nederlandse melkveehouders stapt de laatste jaren over van een ligboxenstal met een roostervloer naar een vrijloopstal met een organische bedding. Deze overstap heeft meerdere effecten, waaronder op de stikstofkringloop op het melkveebedrijf. Stikstof (N) verdwijnt uit deze kringloop onder andere door vervluchtiging uit de stal, uit de mestopslag en na het uitrijden van mest op het land. N-vervluchtiging kan negatieve effecten hebben op de milieukwaliteit en leiden tot verlies van productiviteit. Daarom is het wenselijk om het N-verlies door vervluchtiging op het melkveebedrijf zo laag mogelijk te houden. Het onderzoek in dit rapport richtte zich op het vaststellen van het totale N-verlies door vervluchtiging uit de vrijloopstal van de familie Hartman in Heibloem (Limburg).
    Ontwikkeling van de N-balans, het N-verlies en de beddingsamenstelling van vrijloopstal Ottema-Wiersma in 2013/2014
    Boer, H.C. de - \ 2015
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rapport 881)
    huisvesting van koeien - melkveehouderij - stikstofbalans - stikstofverliezen - stikstofkringloop - vervluchtiging - rundveemest - stalinrichting - loopstallen - rundveeteelt - dierenwelzijn - landbouw en milieu - cow housing - dairy farming - nitrogen balance - nitrogen losses - nitrogen cycle - volatilization - cattle manure - animal housing design - loose housing - cattle farming - animal welfare - agriculture and environment
    Een aantal Nederlandse melkveehouders stapt de laatste jaren over van een ligboxenstal met een roostervloer naar een vrijloopstal met een organische bedding. Deze overstap heeft meerdere effecten, waaronder op de stikstofkringloop op het melkveebedrijf. Het onderzoek in dit rapport richtte zich op het vaststellen van het N-verlies door vervluchtiging uit de vrijloopstal van de VOF Ottema-Wiersma in Midwolde (Groningen).
    Recirculatie potorchidee 10. Scenarioberekeningen stikstof emissie - 1
    Os, E.A. van; Kromwijk, J.A.M. - \ 2014
    sierplanten - potplanten - orchideeën als sierplanten - bemesting - vloeibare kunstmeststoffen - recirculatiesystemen - glastuinbouw - stikstofbalans - stikstofmeststoffen - ornamental plants - pot plants - ornamental orchids - fertilizer application - liquid fertilizers - recirculating systems - greenhouse horticulture - nitrogen balance - nitrogen fertilizers
    Voor andere gewassen zijn rekenprogramma’s ontwikkeld om effecten van bv. het natriumgehalte in het water en de natrium grenswaarde op de stikstof emissie door te rekenen. Met behulp van zo’n waterstromen model zijn verschillende scenario’s doorgerekend om inzicht te geven in het effect op de stikstof emissie bij recirculatie in de teelt van potorchideeën.
    Effect van gebruik mineralenconcentraat op nitraatuitspoeling : verkennend onderzoek in het kader van de Pilot Mineralenconcentraten
    Schils, R.L.M. ; Geerts, R.H.E.M. ; Oenema, J. ; Verloop, J. ; Assinck, F.B.T. ; Velthof, G.L. - \ 2014
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2570) - 43
    graslanden - maïs - teeltsystemen - nitraatuitspoeling - bemesting - stikstofbalans - grondwaterkwaliteit - grasslands - maize - cropping systems - nitrate leaching - fertilizer application - nitrogen balance - groundwater quality
    Het effect van het gebruik van mineralenconcentraten op de nitraatuitspoeling onder gras en maïs is getoetst op praktijkbedrijven van het ‘Koeien en Kansen’ netwerk. Op twintig percelen is in het voorjaar van 2014 het nitraatgehalte in het bovenste grondwater gemeten. Er is geen significant verschil gemeten tussen stroken bemest met kunstmest of stroken bemest met mineralenconcentraat.
    On farm development of bedded pack dairy barns in The Netherlands : nutrient balances and manure quality of bedding material
    Boer, H.C. de - \ 2014
    Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Report / Wageningen UR Livestock Research 709) - 30
    melkveehouderij - huisvesting van koeien - verandering - ligboxen - loopstallen - dierlijke meststoffen - compostering - bemesting - bodemvruchtbaarheid - stikstof - emissie - stikstofbalans - dairy farming - cow housing - change - cubicles - loose housing - animal manures - composting - fertilizer application - soil fertility - nitrogen - emission - nitrogen balance
    Nitrogen balances, total gaseous nitrogen emissions from barn and farmland, and manure quality of bedded-pack barns are compared with the free-stall barn.
    Strategies to reduce losses and improve utilisation of nitrogen from solid cattle manure
    Shah, G.M. - \ 2013
    Wageningen University. Promotor(en): Oene Oenema, co-promotor(en): Egbert Lantinga; Jeroen Groot. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461735188 - 156
    stikstof - dierlijke meststoffen - ammoniakemissie - mineralisatie - stikstofverliezen - stikstofbalans - bodem - uitspoelen - rundveemest - opslag - voedingsstoffenbeschikbaarheid - nitrogen - animal manures - ammonia emission - mineralization - nitrogen losses - nitrogen balance - soil - leaching - cattle manure - storage - nutrient availability

    Background and objectives

    The number of domesticated cattle in the world has steadily increased during the last decades, and thereby also the amount of manure produced annually. The excrements of grazing cattle are dropped in pastures and left unmanaged, but that of confined and housed cattle are collected and managed. The collected manure is often a variable mixture of urine, faeces, bedding material and spoiled feed and (drinking) water. On most modern farms, excrements are usually collected in leak-tight storages and handled as slurry: a mixture of urine, faeces and spoiled water. However, on a significant fraction of farms, cattle excrements are ‘source-separated’ in a liquid fraction and a solid fraction. The solid cattle manure (SCM) is usually a mixture of faeces and bedding material with some absorbed urine. The production of SCM is increasing due to the renewed interest in straw-based housing systems for better animal health and welfare. It has been observed that a significant loss of N can occur, especially from the storage and application phases of the SCM management chain. This N loss pollutes the air, groundwater and surface waters, and also reduces its N fertiliser value. Thus the challenge is to develop an effective SCM management system that retains as much of the excreted N in the system as possible, and thereby improving on-farm N cycling through the cattle-manure-soil-crop continuum (Chapter 1). Themain objective of this PhD thesis research was to increase the understanding of the factors controlling N losses during storage and after field application, and to develop and test strategies to decrease N losses and improve crop utilisation of N from SCM. The specific objectives were:

    To study the interactions between a number of animal manures and soil types on N mineralisation and plant N recovery (Chapter 2) To investigate the effects of storage conditions on (i) magnitude and pathways of C and N losses during storage of SCM, and (ii) crop apparent N recovery (ANR) and DM yield (Chapter 3) To examine manure disappearance rates, N release pattern and herbage ANR during the year of application and the year thereafter from surface applied SCM subjected to different storage conditions (Chapter 4), and To analyse the effect of various application strategies on NH3 emission and/or crop ANR from applied SCM to grassland and arable (maize) land (Chapters 3 and 5)

    To pursue these objectives a pot experiment in a glasshouse (Chapter 2) and a number of field experiments (Chapters 3 to 5) were conducted on experimental facilities of Wageningen University, the Netherlands. The pot experiment dealt with net N mineralisation and herbage ANR from SCM, cattle slurry and poultry manure, all applied to peat, sandy and clay soils. The field experiments examined (i) total C and N losses from stockpiled, composted, covered and roofed SCM heaps, (ii) manure decomposition, N release and herbage ANR after surface application of fresh and stored SCM on grassland, and (iii) the effects of irrigation and soil incorporation after SCM application, and lava meal as an additive on NH3 emission and/or crop ANR by grassland herbage or arable maize.

    Major findings of the thesis

    Results of the pot experiment showed that net N mineralisation and herbage ANR varied as function of manure storage method and soil type. Irrespective of the manure types, net N mineralisation and herbage ANR were highest in peat soil, which was characterised by the greatest N delivering capacity. Between the clay and sandy soils, both having similar N delivering capacity, net N mineralisation and herbage ANR were lower in the clay soil than in the sandy soil, likely because of immobilisation and fixation of ammonium-N by its inherited higher clay content. On each soil type,ANR was lower from SCM than cattle slurry and poultry manure(Chapter 2). The N recovery fraction was low when SCM was stored traditionally (i.e. stockpiling or composting) due to (i) loss of the initial mineral N content and readily degradable organic N compounds, and (ii) conversion of part of the remaining N into more stable forms as compared to that originally present before storage. Up to 31% of the initial total N from the stockpiled and 46% from the composted SCM heaps were lost during a period of about four months. Covering and roofing of SCM heaps reduced the losses down to 6 and 12%, respectively. Of the total N losses from each storage method, only about one fourth could be traced back as NH3-N and N2O-N emissions, and/or N leaching. The remainder could not be accounted for and constituted, in all probability, of harmless N2 gas. Of the total measured gaseous and liquid N losses together, N leaching contributed the most. The leaching N losses were reduced by almost three times through protection of SCM heap against precipitation either by its covering or roofing when compared to its stockpiling or composting in the open air. Although stockpiling of SCM under a roof significantly reduced overall total N losses, NH3 and N2O emissions were much higher as compared to stockpiling of SCM in the open air. Composting of SCM resulted in higher gaseous N emissions as well as N leaching with respect to the other storage methods. In view of these finding I conclude that covering of SCM heaps with an impermeable sheet is the best option to reduce storage N losses (Chapters 3 and 4).

    In addition, because of N conservation and slow mineralisation of the organically bound N during the covered storage, mineral N content of SCM increased at the end of the storage phase. This, together with high mineralisation activities after field application of covered SCM, led to greater crop ANR and DM yield especially when compared to composted SCM, both in the year of application and in the subsequent year. When N losses during storage was taken into account to arrive at the crop ANR of the collected manure from the barn, it turned out that the ANR value was about three times larger in case of covered storage compared to composting of SCM, both for grassland (21 vs. 7%; Chapter 4) and arable land (37 vs. 13%, Chapter 3). Interestingly, despite of some N losses during covered storage (~10% of the initial N), crop ANR and DM yield were significantly larger from covered than fresh SCM taken directly from the barn, again in both situations.

    Irrigation immediately after SCM spreading and use of lava meal as an additive significantly (i) reduced NH3 emission and (ii) improved crop ANR as well as DM yield (Chapters 3 and 5).Irrigation at a level of 5 mm immediately after surface application of fresh and covered SCM to grassland reduced NH3 emission by 30 and 65%, respectively, whereas it was not effective in case of composted SCM, likely because of its greater DM content. Addition of lava meal before application at a rate of 80 g per kg of covered SCM resulted in an emission reduction of 46%. By combining it with 10 mm irrigation, an almost 100% reduction in NH3 emissions from covered SCM was realised, whereas herbage ANR increased from 18 to 26% of the applied N over a growing period of five months (Chapter 5). Incorporation of SCM just before sowing of maize resulted in an ANR value of 39% from covered SCM, whereas this fraction was 20, 29 and 31% in case of composted, stockpiled and roofed manure, respectively (Chapter 3).

    Overall conclusions

    The ANR from applied manure in harvested herbage depends on manure type and soil type, and varies widely. It is lower from SCM than from cattle slurry Total N losses during storage of SCM can be reduced remarkably by covering the heap with an impermeable sheet. Covering reduced two N loss pathways: (i) gaseous N emissions to air, and (ii) N leaching to surface waters and groundwater. Field application of SCM that was covered by a sheet during storage, decomposed faster and more N was available for plant uptake, both in the year of application and the subsequent year, when compared to SCM that was stored in traditional ways Emission of NH3 following land application of SCM can be reduced greatly by irrigation or incorporation immediately after SCM spreading, and using lava meal as an additive. Irrigation appeared to be more effective in reducing NH3 emission than the addition of lava meal. All these NH3 emission abatement measures substantially increased crop ANR and DM yield Overall, combining covered storage with either direct irrigation following application of SCM to vegetated soil or direct incorporation in the soil following application of SCM to arable land is the best practical option to reduce losses and improve utilisation of N from SCM management systems. Depending on the farm infrastructure, losses may be further reduced by the use of lava meal, preferably as a bedding additive in the barn

    Implication for efficient manure management

    In many industrialised countries, animal manure is a major source of environmental pollution. In contrast, in most of the developing countries animal manure is considered as a key nutrient source to maintain or improve crop productivity and therefore N losses from manure management are more seen as ‘loss of plant nutrient’ rather than ‘pollution problems’. In either case development of efficient SCM management systems is highly important. Based on the results of this thesis, I propose some key management actions to improve the agro-environmental value of SCM.

    If economically attractive, apply lava meal to straw bedding in the barn (Chapter 5) Store the barn-produced SCM under impermeable sheet (Chapters 3 and 4) Crop and soil-specific SCM application rates must take into account the potential available N (Chapter 2) and degradability of organic N compounds (Chapter 4) Incorporate the SCM from covered storages directly into the soil when applied to arable land (Chapter 3) In situations where incorporation is not feasible, like on grassland, spread SCM just before a predicted rainfall event or apply irrigation otherwise (Chapter 5) Take into account the expected residual N contribution from earlier manure input when determining the manure application rate(Chapter 4)
    Implementatie Kaderrichtlijn water op melkveebedrijven
    Hoving, I.E. ; Roelsma, J. ; Heuvel, J.J.A.A. van den; Wientjes, H.A. ; Bos, A.J. ; Middelaar, J.A. van; Deurzen, J.H.M. van; Hamans, R.J.G. ; Janssen, H.L. ; Verhoeven, F.P.M. - \ 2012
    Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 581)
    melkveehouderij - veevoeding - bemesting - stikstofbalans - fosfor - fosfaatuitspoeling - nitraatuitspoeling - waterkwaliteit - kaderrichtlijn water - dairy farming - livestock feeding - fertilizer application - nitrogen balance - phosphorus - phosphate leaching - nitrate leaching - water quality - water framework directive
    As an alternative to application of more generic measures, in 'Landbouw Centraal' a method is tested to improve water quality by dairy farmers. Reduction of emmissions of at least 10% (N) to 20% (P2O5) towards ground- and surface waters should be possible, without harming the economical farm result.
    The European Nitrogen Assessment. Bevindingen en lessen uit eerste Europese stikstofanalyse
    Grinsven, H. van; Erisman, J.W. ; Oenema, O. ; Bouwman, L.A. ; Vries, W. de; Westhoek, H. ; Bleeker, A. - \ 2011
    Milieu dossier 3 (2011). - p. 17 - 22.
    milieubeheer - stikstofbalans - stikstofdioxide - ammoniak - verontreiniging - luchtverontreiniging - bodemverontreiniging - environmental management - nitrogen balance - nitrogen dioxide - ammonia - pollution - air pollution - soil pollution
    Stikstof is een belangrijke voorwaarde voor productieve landbouw en daarmee voor de voeding van de wereldbevolking. Stikstof uit de landbouw, de industrie en het verkeer veroorzaakt echter schade aan volksgezondheid en natuur. De totale jaarlijkse maatschappelijke schade in de EU27 wordt geschat op 70-320 miljard euro, of 150-750 euro per inwoner. Er is waarschijnlijk welvaartswinst te boeken door de emissies te beperken en de efficiëntie in de landbouw te verhogen. De vraag is alleen hoe: stap voor stap en stof voor stof is een meer integrale aanpak beter?
    Effecten van verzuring op bodemleven en stikstofstromen in bossen : verkenning van mogelijkheden voor herstelmaatregelen
    Kemmers, R.H. - \ 2011
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2204) - 42
    verzuring - bodemchemie - bodembiodiversiteit - bosgronden - stikstofbalans - stikstofkringloop - ecologisch herstel - acidification - soil chemistry - soil biodiversity - forest soils - nitrogen balance - nitrogen cycle - ecological restoration
    Dit rapport geeft een samenvatting van de resultaten van de analyses van het bodemleven, de stikstofstromen en bodemcondities over een brede range van bosgronden. In dit rapport staat de vraag centraal of door verzuring de relatie tussen ondergrondse en bovengrondse biodiversiteit via de N-kringloop is beinvloed. De conclusie is dat door verzuring de activiteit van bacterien (protozoa) en regenwormen is afgenomen en die van schimmels, nematoden en potwormen is toegenomen. Hierdoor is een verschuiving opgetreden in de stikstofbalans van N-immobilisatie naar netto N-mineralisatie. Hiervan profiteren opportunistische soorten in de ondergroei door het extra N-aanbod om te zetten in biomassa waardoor kritischer soorten worden benadeeld. Herstelmaatregelen moeten gericht zijn op herstel van de N-balans tussen bovengronds en ondergronds leven in de richting van een grotere N-retentie door het bodemleven. Hierin kan via het beheer worden gestuurd.
    Klimaatbestendigheid van de EHS 2 : simulatieruns met de modellen NHI-SMART2-SUMO2 voor klimaat- scenario's
    Wamelink, G.W.W. ; Wieggers, H.J.J. ; Mol-Dijkstra, J.P. ; Voogd, J.C.H. - \ 2011
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2136) - 51
    klimaatverandering - stikstofbalans - simulatiemodellen - ecologische hoofdstructuur - vegetatie - nederland - climatic change - nitrogen balance - simulation models - ecological network - vegetation - netherlands
    De Ecologische Hoofd Structuur (EHS) is in ontwikkeling om het voorbestaan van de Nederlandse natuur te waarborgen. Processen als gevolg van klimaatverandering zouden deze doelstelling echter negatief kunnen beïnvloeden, wat tot een her-evaluatie van de ligging en inrichting van de EHS zou kunnen leiden. Om de effecten van klimaatverandering gecombineerd met de effecten van stikstofdepositie te evalueren zijn de modellen SMART2-SUMO2-NTM3 gedraaid voor vier verschillende klimaat- en stikstofdepositiescenario’s, waarbij de hydrologische input afkomstig was van het NHI. Het effect van klimaatverandering in de vorm van veranderende neerslag en verdamping is naast het effect van temperatuurverandering meegenomen. Zoals verwacht leidt een lagere stikstofdepositie tot een lagere stikstofbeschikbaarheid en lagere biomassa en een hogere plantendiversiteitwaarde. Klimaatverandering leidt gemiddeld tot een hogere stikstofbeschikbaarheid, een hogere biomassa en, voor een groot deel van de doorgerekende locaties, tot een lagere plantendiversiteit. De meeste indicatoren wijzen er op dat klimaatverandering (W-scenario) via vooral de verhoging van de stikstofbeschikbaarheid negatieve effecten zal hebben. Effectgerichte maatregelen en brongerichte maatregelen die ook worden toegepast om het effect van stikstofdepositie teniet te doen zouden ook kunnen helpen om een deel van de effecten van klimaatverandering te beperken.
    Effect van bijvoeren van runderen op de N-balans; Een studie in de Amsterdamse Waterleidingduinen
    Klimkowska, A. ; Dobben, H.F. van; Wamelink, G.W.W. ; Slim, P.A. - \ 2010
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2067) - 40
    rundvee - bijvoeding - begrazing - stikstof - depositie - stikstofbalans - duingebieden - natuurgebieden - vegetatie - noord-holland - bodemchemie - cattle - supplementary feeding - grazing - nitrogen - deposition - nitrogen balance - duneland - natural areas - vegetation - noord-holland - soil chemistry
    In de Amsterdamse Waterleidingduinen wordt verruiging bestreden door het inscharen van runderen van een nabije boer. Deze worden in de winter bijgevoerd. Doel van dit project was het schatten van het belang van bijvoeren als import-term van stikstof, naast atmosferische depositie. Het blijkt dat de import van stikstof met bijvoeren niet verwaarloosbaar is ten opzichte van de atmosferische depositie, en voor de gevoelige vegetatietypen kan leiden tot een overschrijding, of tot een vergroting van de al bestaande overschrijding, van de critical load. Aanbevolen wordt maatregelen te nemen om deze gevoelige typen te beschermen tegen extra input van stikstof, bij voorbeeld door uitrasteren, door het verplaatsen van de voerplaats, door minder of niet bij te voeren, door in de winter geen koeien in te scharen, of door waar mogelijk de mest op te ruimen.
    Milieu en economie kunnen goed samengaan
    Ham, A. van den - \ 2010
    Wageningen : Wageningen Universiteit (BO-12.07 infobladen 14) - 2
    milieubeheer - agrarische economie - stikstofmeststoffen - stikstofbalans - landbouw en milieu - environmental management - agricultural economics - nitrogen fertilizers - nitrogen balance - agriculture and environment
    Milieu en economie kunnen op bedrijfsniveau goed samengaan. Dat blijkt uit de resultaten van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM). Er zijn melkveehouder-deelnemers die zowel goede economische resultaten als goede milieuresultaten halen. Bovendien blijkt dat zo’n combinatie niet aan één bepaalde bedrijfsstrategie is gebonden. Wel blijven er grote verschillen tussen bedrijven met een vergelijkbare strategie, zowel qua economische resultaten als qua milieuresultaten. Al houden melkveehouders zich in grote lijnen allen aan dezelfde wettelijke gebruiksnormen, ze doen dat dus toch niet allen op dezelfde wijze.
    Stikstofbemesting in rabarber
    Ruijter, F.J. de; Visser, W. de - \ 2010
    Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 349) - 9
    rabarber - teelt - groenteteelt - stikstofbalans - stikstof - verhoudingen - bemesting - rhubarb - cultivation - vegetable growing - nitrogen balance - nitrogen - ratios - fertilizer application
    In de rabarberteelt leeft sterk de vraag hoeveel stikstof het gewas nodig heeft en of via efficientere bemestingsmethoden aan die behoefte is te voldoen. Wanneer de stikstofbehoefte van de totale teelt bekeken wordt, was het in de uitgevoerde en hier beschreven proef mogelijk om binnen de huidige gebruiksnorm voldoende N te bemesten.
    Gebruik van varkensdrijfmestdigestaat in de akkerbouw : Verslag van een vierjarige demo, uitgevoerd binnen het project Nutriënten Waterproof op proefboerderij Vredepeel
    Geel, W.C.A. van; Haan, J.J. de; Verstegen, H.A.G. - \ 2010
    Lelystad : PPO AGV (Projectrapport ) - 27
    varkensdrijfmest - mest - meststofdragers - stikstof - stikstofbalans - biogasmest - agro-industriële bijproducten - digestaat - pig slurry - manures - fertilizer carriers - nitrogen - nitrogen balance - biogas slurry - agroindustrial byproducts - digestate
    Digestaat is een restproduct dat overblijft na de (co)-vergisting van drijfmest voor de productie van biogas. Het kan evenals drijfmest als meststof worden gebruikt in de akker- en tuinbouw. In de jaren 2006 t/m 2009 is het gebruik van digestaat van varkensdrijfmest (VDM-digestaat) opgenomen in een demo in het bedrijfssystemenonderzoekproject Nutrienten Waterproof (NWP) op proefboerderij Vredepeel (zuidoostelijke zandgrond). Uit deze demo is gebleken dat het varkensdrijfmestdigestaat een waardevolle meststof is, maar er is nader onderzoek nodig om de stikstofwerking ervan te kunnen voorspellen, opdat bij toepassing van dit digestaat de juiste hoeveelheid werkzame stikstof aan het gewas kan worden gedoseerd.
    The NDICEA model: a supporting tool for nitrogen management in arable farming
    Burgt, G.J.H.M. van der; Timmermans, B.G.H. - \ 2010
    stikstofbalans - computeranalyse - biologische landbouw - bemesting - stikstofverliezen - nutriëntengebruiksefficiëntie - mineralenboekhouding - nitrogen balance - computer analysis - organic farming - fertilizer application - nitrogen losses - nutrient use efficiency - nutrient accounting system
    Nitrogen use ef ficiency is an important item i n organic farmi ng. Modelling nitrogen dynamics can help to understand the impact of alter native agronomic practices and thus assist in decision making. In three exampl es in the Netherlands, the role of the NDICEA model is demonstrated. I t is concluded that NDICEA is an easy to use and helpful tool for optimizing nitrogen efficiency and mi nimizing losses
    Indicator voor stikstofmineralisatie op gescheurd grasland = Indicator of nitrogen mineralisation on broken meadowland
    Schooten, H.A. van; Hoving, I.E. ; Dekker, P.H.M. ; Riel, J.W. van - \ 2008
    Wageningen : Animal Sciences Group (Rapport / Animal Sciences Group 89) - 45
    scheuren - stikstof - indicatoren - stikstofbalans - maïs - aardappelen - shakes - nitrogen - indicators - nitrogen balance - maize - potatoes
    This report addresses the results of an experiment with field trials with potatoes and silage maize onsandy soil in 2006 in order to obtain a suitable indicator for predicting N-mineralisation after ploughing the grassland. This study is part of a larger project with more field trials and a laboratory experiment. Ploughed grassland on the locations selected provided much nitrogen, due to which it was not possible to infer an indicator from the crop response for adjusting nitrogen recommendation. N-total seems to be the most promising parameter in predicting nitrogen mineralisation
    Future carbon sequestration in Europe - Effects of land use change
    Schulp, C.J.E. ; Nabuurs, G.J. ; Verburg, P.H. - \ 2008
    Agriculture, Ecosystems and Environment 127 (2008)3-4. - ISSN 0167-8809 - p. 251 - 264.
    landgebruik - kooldioxide - gewassen - bodemchemie - stikstofbalans - modellen - europa - land use - carbon dioxide - crops - soil chemistry - nitrogen balance - models - europe - gefsoc modeling system - organic-carbon - soil carbon - projected changes - landscape units - cover change - scenarios - dynamics - belgium - stocks
    Important land use changes are expected in the European Union (EU) the coming decades, having effects on carbon stocks in soil and vegetation. We assessed how future land use change (LUC) can influence future carbon stock change in soil and vegetation in the EU. The emphasis is on the role of LUC in the overall carbon balance of the EU biosphere. Because LUC is the most dynamic driving factor of terrestrial carbon stock change, it is important to account for the dynamics of LUC in carbon stock change modelling. The major challenge in coupling a carbon model and a LUC model is the difference in spatial and temporal resolution generally used in these modelling approaches. We used a high-resolution LUC model and a carbon bookkeeping approach that takes into account effects of soil and forest age on carbon stock changes. These approaches best fit the chosen resolution and extent in a consistent manner. Four SRES scenarios that cover a range of possible future developments were evaluated: Global Economy (A1): lean government, strong globalization; Continental Markets (A2): lean government, regional cultural and economic development; Global Co-operation (B1): much governmental intervention, strong globalization; Regional Communities (B2): much governmental intervention, regional cultural and economic development. If land use remains unchanged, carbon sequestration rates are expected to decrease by 4% in 2030 relative to 2000. LUC causes an additional sequestration rate decrease in the A2 scenario of 2% in 2030. In the other three scenarios, sequestration rate increases by 9¿16% in 2030 relative to 2000. In 2030, the terrestrial biosphere in the EU is expected to sequester between 90 and 111 Tg C year¿1. This is 6.5¿8% of the projected anthropogenic emissions. In the B2 scenario, the highest sequestration rate increase is expected (15 Tg C year¿1). Clear differences are found in the spatial distribution of sinks and sources between the scenarios, illustrating that land use is an important factor in future carbon sequestration changes that cannot be ignored.
    Productivity and resource use in ageing tea plantations
    Kamau, D.M. - \ 2008
    Wageningen University. Promotor(en): Huub Spiertz; Oene Oenema, co-promotor(en): P.O. Owuor. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085048084 - 140
    camellia sinensis - thee - gewasproductie - gewasopbrengst - verouderen - bodemvruchtbaarheid - stikstofbalans - voedingsstoffen - kringlopen - kenya - camellia sinensis - tea - crop production - crop yield - aging - soil fertility - nitrogen balance - nutrients - cycling - kenya
    Keywords: Kenya, Camellia sinensis L., clones, seedlings, tea industry, management, N-P-K, biomass, made tea yields.

    The tea industry in Kenya is rural-based and provides livelihood to over three million people along the value chain. The industry which started in the first quarter of the 20th century has continued to increase in terms of production and total acreage. Tea is grown in prime agricultural and forest land and can be in production for up to 100 years if well managed. However, peak yields are obtained at 20–40 years after planting followed by a decline to a level where the plantations may become degraded and uneconomical. In the past, several hypotheses have been postulated, but the cause of this degradation largely remains unclear. The big question still lingers, is it the tea bush that degrades, the soil or both?
    In this study, trends in tea yields were first assessed by analysing long-term tea production data, from 1969 to 2006, for the two sectors of the Kenyan tea industry. The plantations are characterized by differences in age and genotypes (seedling or clonal). To explore plausible management options for tea productivity improvement, a simple decision-support (DS) model for Managing Ageing Plantations of Tea (MAP-Tea) was developed and scenario analyses were done to explore some promising management interventions. It was found that uprooting and replanting of degraded old seedling tea plantations with clonal cultivars would be profitable. However, management practices that prevent degradation are most cost effective.
    The experimental part of the study was carried out during two years, 2002/2003 and 2003/2004, in a chronosequence of existing tea plantations (14, 29, 43 and 76 years old), adjacent to a natural forest in Kericho, Kenya. Soil-plant-environment relations and effects on tea bush productivity, C and N-P-K stocks and soil quality traits were analysed. Younger clonal tea plantations established at high densities outyielded the older seedling plantations with a lower densities. Ageing per se did not reduce the N-response or the productivity of tea plantations. It was shown that seedling tea bushes acquire much higher C and N-P-K nutrient stocks with age than clonal bushes. This may enable seedling plantations to depend less on limiting nutrient(s) supply under adverse conditions, i.e. drought. The top soils of the four tea plantations showed small differences in chemical and biological characteristics, also in comparison to the natural forest. Soil pH and total organic carbon were weakly related to the productivity of the ageing tea plantations. Additions of tea prunings in incubated soils caused immobilization of N and lowered the net N-mineralization compared to the forest soil, but the differences were relatively small and unlikely to cause degradation of the ageing tea plantations. Further improvement in productivity and resource use of ageing tea plantations should come from a better timing and dosing of nitrogen, and from the transition from old low-yielding seedling plantations to modern higher-yielding clonal plantations taking into account Genotype × Environment × Management (G×E×M) relationships.

    Stikstofbemesting bij andijvie : timing (start, bijmesting) en plaatsing (plant, rij, bed)
    Ruijter, F.J. de - \ 2007
    Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 164) - 21
    cichorium endivia - andijvie - mestgift bij het zaaien - stikstofmeststoffen - stikstofbalans - gebruiksefficiëntie - plaatsing (van meststoffen) - rijenbemesting - cichorium endivia - endives - starter dressings - nitrogen fertilizers - nitrogen balance - use efficiency - placement - band placement
    In een demoproef met meststoffen werd in 2006 gevonden dat een startgift een positief effect had op de opbrengst van andijvie, ondanks een hoge Nmin-voorraad in de bodem. Dit sloot aan bij ervaringen van telers, en discussie hierover in de bladgewassenwerkgroep van Telen Met Toekomst leidde tot de huidige proef, waarin het effect van timing en plaatsing van stikstofkunstmest op de productie van andijvie bekeken is. De proef is uitgevoerd in twee plantingen: begin juli (proef 1) en begin augustus (proef 2). In proef twee is meer bemest dan in proef 1 en is er gevarieerd met de verdeling van de meststof (Kas) tussen planttijdstip en drie weken na planten. Een gift bij start blijkt een snellere weggroei te hebben en kan een hogere opbrengst bij oogst. Wanneer een startgift volvelds gegeven wordt, komt er veel N tussen de planten en tussen de rijen, dus nog buiten bereik van de pas geplante plantjes. Om het risico op uitspoeling te beperken kan volstaan worden met een kleiner startgift specifiek toegediend bij de plantjes
    Gevolgen nieuw mestbeleid voor Koeien & Kansen-bedrijven in 2005
    Vermeij, I. ; Haan, M.H.A. de; Meerkerk, B. - \ 2007
    Lelystad : Animal Sciences Group (Koeien & kansen rapport 37) - 13
    mestgiften - melkveehouderij - agrarische bedrijfsvoering - stikstofbalans - stikstofmeststoffen - mineralenboekhouding - stikstofverliezen - dressings - dairy farming - farm management - nitrogen balance - nitrogen fertilizers - nutrient accounting system - nitrogen losses
    Vijftien Koeien&Kansen-bedrijven hebben in 2004 plannen opgesteld om in te spelen op het nieuwe mestbeleid. Deze bedrijven lopen voor de muziek uit en voeren de normen uit het mestbeleid al eerder toe dan verplicht is. Omdat tijdens het opstellen van de plannen het nieuwe mestbeleid nog niet volledig uitgewerkt was, dienden de in 2004 opgestelde plannen later bijgesteld te worden. De wijziging van het mestbeleid van MINAS naar gebruiksnorm dwingt de meeste bedrijven tot aanpassingen. Tien van de vijftien bedrijven moesten hun bedrijfsvoering aanpassen om een inkomensdaling te voorkomen. De meest voorkomende maatregelen waren mestafvoer en verlagen van het stikstofbemestingsniveau. Opvallend is dat verlaging van stikstof en fosfaat uit dierlijke mest veelal gecompenseerd wordt door een hogere kunstmestgift. Om in aanmerking te komen voor derogatie (250 kg N/ha i.p.v. 170 kg) had een derde deel van de bedrijven het plan om minder maïs te telen. De bedrijfspecifieke excretienorm wordt gezien als potentieel middel om mestafzet te kunnen verlagen. Recentelijk is de gerealiseerde situatie in 2005 vergeleken met de opgestelde plannen
    Stikstof mineralisatie op melkveebedrijf "De Marke" : analyse van waarnemingen en van hun betekenis voor het management
    Verloop, J. ; Hilhorst, G.J. ; Oenema, J. - \ 2007
    Lelystad : Animal Sciences Group (Rapport / Plant Research International 132) - 66
    bodemchemie - mineralisatie - stikstofgehalte - agrarische bedrijfsvoering - monitoring - stikstofbalans - zandgronden - melkveehouderij - bodemmonitoring - achterhoek - soil chemistry - mineralization - nitrogen content - farm management - monitoring - nitrogen balance - sandy soils - dairy farming - soil monitoring - achterhoek
    Om verschillen in mineralisatiesnelheid gedurende een seizoen te onderzoeken, is de mineralisatie per maand geanalyseerd. Bovendien is de cumulatieve mineralisatie op jaarbasis en de variabiliteit daarvan onderzocht. Het onderzoek omvat de periode 1993-2005.
    Het lot van stikstof uit gewasresten
    Ruijter, F.J. de; Smit, A.L. - \ 2007
    Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 133) - 34
    agrarische afvalstoffen - stikstof - uitspoelen - stikstofbalans - nederland - agricultural wastes - nitrogen - leaching - nitrogen balance - netherlands
    Het voorliggende rapport beschrijft de resultaten van een literatuurstudie rondom de vraag 'Welk deel van N uit gewasresten spoelt uit naar grondwater?' Hierbij zijn de volgende aspecten bekeken: mineralisatie van N uit gewasresten en beïnvloedende factoren (o.a. eigenschappen gewasresten, temperatuur, tijdstip van inwerken, deeltjesgrootte), humusvorming, ammoniakvervluchtiging en denitrificatie
    Uit de mest- en mineralenprogramma's : Sturen op Nitraat; ontwikkeling en toetsing van nitraatindicatoren
    Boels, D. - \ 2006
    Wageningen : Alterra (Informatieblad / Alterra 398.107) - 2
    nitraat - stikstofbalans - stikstof - waterkwaliteit - landbouw - agrarische bedrijfsvoering - monitoring - indicatoren - nitraatuitspoeling - grondwaterkwaliteit - mestbeleid - mineralenboekhouding - nitrate - nitrogen balance - nitrogen - water quality - agriculture - farm management - monitoring - indicators - nitrate leaching - groundwater quality - manure policy - nutrient accounting system
    Nederland moet aan de doelstelling van EU-Nitraat Richtlijn voldoen en ondermeer een grondwaterkwaliteit realiseren die overeenkomt met een nitraatgehalte <50 mg/l. Er is een traject ingezet om N-verliezen te beperken, maar desondanks zouden vanaf 2003 voor de droge zandgronden mogelijk aanvullende maatregelen nodig zijn. Maatwerk werd voorzien, en daarom werd een systematiek bepleit om effecten van maatregelen af te meten aan verandering van het nitraatgehalte van het grondwater. Daarvan werd een verbeterde grondslag verwacht voorverder N-beleid, zouden individuele boeren op bedrijfsniveau locatiespecifieke maatregelen kunnen ontwikkelen, zouden drinkwaterbedrijven en regionale overheden op basis van metingen afspraken met boeren kunnen maken over maatregelen en zou informatie worden verkregen voor evaluatie van gebiedsgericht mestbeleid, als aanvulling op het landelijk meetnet mestbeleid. Het project Sturen op Nitraat werd gestart in 2000 om de mogelijkheden en bruikbaarheid te onderzoeken van methoden voor het bepalen van het nitraatgehalte. In dit Infoblad wordt ingegaan op de ontwikkeling van indicatoren en hun bruikbaarheid
    Enkele afrondende notities uit Sturen op Nitraat
    Berge, H.F.M. ten - \ 2006
    Wageningen : Plant Research International (Reeks sturen op nitraat 17) - 38
    nitraten - verontreiniging - uitspoelen - stikstofbalans - kunstmeststoffen - bemesting - nitrates - pollution - leaching - nitrogen balance - fertilizers - fertilizer application
    Het project 'Sturen op nitraat' was gericht op het vaststellen van indicatoren voor de nitraatconcentratie in het bovenste grondwater in de Nederlandse zandgebieden. Over het project is gerapporteerd in 12 rapporten. Over enkele afgeleide vraagstukken werden korte interne notities geschreven die nu in dit rapport gebundeld zijn. Het betreft de volgende onderwerpen: 1. nitraat in het bodemprofiel als respons-variabele 2. De invloed van enkele gewaskenmerken op Nminnitraat in de bodem, en op de nitraatconcentratie in het bovenste grondwater 3. Discussie over het intercept in de relatie tussen Nminnitraat en de nitraatconcentratie in grondwater 4. Mogelijkheden om de nitraatnorm te halen
    N management in agrosystems in relation to the water framework directive : proceedings of the 14th N Workshop, October 2005, Maastricht, the Netherlands
    Schröder, J.J. ; Neeteson, J.J. - \ 2006
    Wageningen : Plant Research International (Report / Plant Research International 116) - 434
    stikstof - nitraten - uitspoelen - waterverontreiniging - stikstofbalans - bodemchemie - agrarische bedrijfsvoering - begroeide stroken - agro-ecosystemen - bufferzones - soil chemistry - nitrogen - nitrates - leaching - water pollution - nitrogen balance - farm management - vegetated strips - agroecosystems - buffer zones
    Nitrogen management in agrosystems in relation to the water framework directive was the overall theme for the 14th Nitrogen Workshop. This report is a synthesis of the contributions from this workshop, drawn from oral and poster presentations and from the discussions in the various working groups. This book is divided in eight main sections: 1) N flows at the regional level: policy implications of the Water Framework Drective. 2) N flows at the farm level: indicators and tools for improved N management. 3) Manure quality: can it be manipulated and what are the effects on whole-farm N efficiency. 4) Grassland renovation: prudent or risky? 5) Buffer strips and catch crops: cosmetic or beneficial? 6) Crop-related indicators: is the crop able to tell farmers what to do? 7) Soil-related indicators: ex ante hints or ex-post evaluation? 8) N turnover and losses at the plot scale: are detailed studies still informative?
    Ontwikkeling van geleide bemestingssystemen in de open teelten
    Radersma, S. - \ 2005
    Kennisakker.nl 2005 (2005)15 feb.
    stikstofmeststoffen - landbouw - stikstofgehalte - stikstofbalans - gewasopbrengst - bemesting - vollegrondsteelt - akkerbouw - nitrogen fertilizers - agriculture - nitrogen content - nitrogen balance - crop yield - fertilizer application - outdoor cropping - arable farming
    De bemesting in de Nederlandse landbouw staat onder grote druk, vooral als het om de stikstofbemesting gaat. De Nederlandse teler zal minder stikstof moeten gaan gebruiken. Er is onderzoek uitgevoerd dat zowel was gericht op de maximale productie te halen als op verkleinen van de verliezen van stikstof naar vooral het grondwater. Geleide bemestingssystemen helpen om bij krappere stikstofnormen de stikstof zo te verdelen over ruimte en tijd dat in de meeste gevallen toch de maximale productie kan worden gehaald. Zo kon bij gebruik van geleide bemestingssystemen in zetmeelaaardappelen de stikstofgift verlaagd worden zonder dat de opbrengst afnam. Bij bloembollen kon de bemesting ook gereduceerd worden zonder dat het ten koste ging van de opbrengst.
    N-mineraal in bodem indicator voor nitraat in grondwater
    Hoving, I.E. - \ 2005
    V-focus (2005)april 2005. - ISSN 1574-1575 - p. 14 - 15.
    rundveeteelt - grondwater - dierlijke meststoffen - mineralen - boekhouding - nitraat - stikstof - stikstofbalans - bemonsteren - agrarische bedrijfsvoering - zandgronden - mineralenboekhouding - cattle farming - groundwater - animal manures - minerals - accounting - nitrate - nitrogen - nitrogen balance - sampling - sandy soils - farm management - nutrient accounting system
    Gesteld wordt dat op droge zandgrond de hoeveelheid N-mineraal in de bodem in het najaar de beste indicatie is om de nitraatconcentratie in het grondwater te voorspellen voor het voorjaar daarop. Met de Nmin-meting kunnen boeren zien waar de stikstofverliezen zullen optreden
    Effect of operational variables on nitrogen transformations in duckweed stabilization ponds
    Caicedo Bejarano, J.R. - \ 2005
    Wageningen University. Promotor(en): H.J. Gijzen, co-promotor(en): N.P. van der Steen. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085041627 - 163
    spirodela polyrhiza - stikstof - stikstofbalans - nitrificatie - anaërobe behandeling - algen - bezinkingsvijvers - spirodela polyrhiza - nitrogen - nitrogen balance - nitrification - anaerobic treatment - algae - stabilization ponds
    There is a diversity of conventional technologies available for removal of pollutants from wastewater. Most of these technologies are aerobic alternatives with high construction cost and high energy consumption and require skilled personal for operation and maintenance. As a consequence, only countries with a high gross national product (GNP) can afford these options. Where these technologies were introduced in developing countries, in most cases these could not be operated sustainably, leading to loss of investments and continued water resource contamination. Extensive investments in wastewater treatment plants world-wide during the last decades have greatly reduced the organic loading of receiving water bodies in high GNP countries. Only recently, many of these plants were appropriated to remove nitrogen and phosphorus. The increasing use of chemical fertilizer may cause high levels of eutrophication in water bodies, which may induce algae blooms resulting in strong fluctuations in oxygen concentration. Oxygen depletion causes fish kill as well as odor problems.

    The situation in countries with a low GNP is worse than in the developed world. The unequal expansion of water supply coverage compared to the expansion in wastewater and sanitation services leads to increased contamination of surface and ground waters. The general trend is to use conventional WWT systems for big cities, but for medium and small sized cities non-conventional systems are often considered. Therefore, there is an urgent need to develop and improve low cost technologies for wastewater treatment that are within the economic and technological capabilities of developing countries. In countries like Colombia it is very common that the regulation controls mainly the removals of organic matter and suspended solids. Other parameters like nitrogen, phosphorus, pathogens, micro-contaminants are also crucial and need to be addressed. This makes a response via conventional technologies very expensive, and for developing regions in fact unachievable. It would be ideal if new technologies can provide besides the removal of organic matter and solids, resource recovery like the generation of biogas (energy production) or high quality biomass (animal fodder). At the moment, no technological packages appear to be readily available.

    Experience has shown that no single technology can offer an optimum treatment for the different components to be treated in wastewater or to recover them as valuable resources. Therefore an adequate combination of different technologies in an integrated system could convert a wastewater treatment into an attractive sustainable system. For example UASB reactor and duckweed ponds are relatively low cost technologies and their combination offers several advantages. Firstly, anaerobic treatment will reduce considerably the organic matter in the wastewater and convert it into methane, which can be used as a source of renewable energy. Secondly, the effluents of anaerobic treatment could be post-treated to meet discharge standards in duckweed ponds for nutrient recovery in the form of high quality biomass.At this point three valuable products can be listed: biogas for use as an energy source, biomass that can be used for aquaculture or animal feed and treated effluent that can be re-used in irrigation. A system that generates such by-products increases the feasibility and sustainability of pollution control programs. Furthermore, the products may help to address the increasing need for food production in the world. 

    The development of duckweed pond technology has been concentrated on the study of the processes occurring within the ponds, with respect to organic matter, nitrogen, phosphorus and pathogen removal and the corresponding mechanisms. Further research is needed in order to have a good control of effluent nitrogen levels. There are still important questions to be answer like how to maximize nitrogen recovery via duckweed production, how to get good effluent levels depending on effluent reuse. If the effluent is going to be used in crop irrigation, to reduce nitrogen effluent concentration to 15-20 mg l -1 will be enough. If the effluent is going to be discharge in surface waters the nitrogen level would have to be reduced as much as possible. Therefore it is important to study how the design and combination of technologies could generate the required nitrogen effluent levels. The present work was focus on the study of the effect of different operational variables, like the effect of anaerobic pre-treatment, the combination of algae and duckweed ponds, the effect of pond depth on nitrogen transformation and removals.

    The effect of anaerobic pre-treatment on environmental and physicochemical characteristics of duckweed stabilization ponds was studied in Chapter 2 .The environmental and physicochemical conditions affect both plant growth and microbiological treatment processes in the system. Two series of continuous-flow pilot plants, composed of seven ponds in series each, were operated side by side. One system received artificial sewage with anaerobic pre-treatment, while the other system received the same wastewater without anaerobic pretreatment. pH, temperature, dissolved oxygen, alkalinity, conductivity, biochemical oxygen demand, total and ammonium nitrogen, nitrites and nitrates, and phosphorus were monitored under steady state conditions. It was found that pH levels were very stable in both systems with and without anaerobic pretreatment. Vertical temperature gradients were present during daytime but not as strong as they may occur in conventional stabilization ponds. Oxygen levels were significantly higher in the duckweed system with anaerobic pretreatment, especially in the top layer. (up to 2 mg O 2 l -1 ) than in the system without pretreatment (up to 1.2 mg O 2 l -1 ). Nevertheless, aeration rates were low in both systems. Both systems were efficient in removing organic matter. The system without pretreatment obtained 98% of BOD 5 removal in pond 4, so 12 days of retention time will be sufficient to reach high organic matter removal. The system with pretreatment obtained also 98% BOD 5 removal (92% in UASB reactor). In this case the duckweed ponds will serve as a polishing step for remaining organic matter. Nutrient removals were 37-48% for nitrogen and 45-50 % for phosphorus in the lines with and without pretreatment respectively.

    The main form of nitrogen in anaerobic effluent is ammonium. This is the preferred nitrogen source for duckweed, but at high levels it may become inhibitory to the plant. Renewal fed batch experiments at laboratory scale were performed (Chapter 3 ) to assess the effect of total ammonia (NH 3 + NH 4+ ) nitrogen and pH on the growth rate of the duckweed Spirodela polyrrhiza. The experiments were performed at different total ammonia nitrogen concentrations, different pH ranges and in three different growth media. The inhibition of duckweed growth by ammonium was found to be due to a combined effect of ammonium ions (NH 4+ ) and ammonia (NH 3 ), the relative importance of each one depending on pH.

    The effect of anaerobic pre-treatment on the performance of a duckweed stabilization pond system was assessed in a pilot plant located in the Ginebra Research Station-Colombia (Chapter 4). The pilot plant consisted of two lines of seven duckweed ponds in series. One line received de-gritted domestic wastewater and the other received effluent of a 250 m 3 Up-flow Anaerobic Sludge Blanket (UASB) reactor, treating the same wastewater. Both lines were operated at a total hydraulic retention time of 21 days.The systems were monitored for temperature, pH, oxygen, biochemical oxygen demand, chemical oxygen demand, total suspended solids, total phosphorus, biomass production, and different forms of nitrogen. No effect of anaerobic pretreatment was observed on pH and temperature in the two systems. Oxygen concentrations were higher in the system with UASB reactor. Although both systems complied with the Colombian regulation for BOD removal (> 85%)pretreatment with UASB reactor may contribute to the reduction of area requirement for the stabilization ponds. Effluent quality in terms of total suspended solids was excellent, i.e. 9 ± 2 and 4 ± 1 mg l -1 in the system with and without pre-treatment, respectively. Total nitrogen removals were 63 % and 68% and phosphorus removals were 24% and 29% in the system with and without pre-treatment, respectively. The differences between the two systems were found not to be significant. Duckweed biomass production was in the range of 54-90 g m -2 -d -1 (fresh weight) in the system with pre-treatment and 36-84 g m -2 -d -1 in the system without pre-treatment. Total biomass productions were significantly different at 92% level of confidence. Protein content was 35.1% and 36.6% for the system with and without pre-treatment, respectively.Nitrogen removal is nowadays one of the most important effluent treatment objectives because of the serious pollution problems it causes to the environment. How nitrogen is transformed and removed in duckweed ponds was studied and nitrogen balances were established (Chapter 5). The experimental system was the same as in the previous chapter. Ammonia volatilization was found to be not an important removal mechanism in duckweed ponds (less than 1%). Removal by sedimentation was also low at 2.1% and 4.7% for the systems with and without anaerobic pre-treatment, respectively. Instead, denitrification was found to be the most important removal mechanism (42% and 48%), followed by duckweed biomass up-take (15.6% and 15.1%). Average nitrogen biomass up-take rates were 199 mg N m -2 d -1 and 193 mg N m -2 d -1 for the system with and without pre-treatment, respectively. Nitrification rates were in the range of112 - 1190 mg N m -2d -1 and 58-1123 mg N m -2 d -1 for the system with and without anaerobic pretreatment respectively. Denitrification rates were in the range of 112 - 937 mg N m -2 d -1 and 59 - 1039 mg N m -2 d -1 for the system with and without pre-treatment respectively. The configuration of the system, in particular the down and up flow pattern seemed to have an important stimulating effect on denitrification rates, probably by causing alternative exposure of the pond water to aerobic and anoxic conditions.Although the potential of duckweed ponds for removing carbonaceous and suspended material from wastewater has been demonstrated, the system could be further optimized for nitrogen removal. The effect of introducing algae-ponds (aerobic zones) into a series of duckweed stabilization ponds on nitrification and denitrification (Chapter 6 ) was studied in two consecutive phases. During the first phase, the seven ponds of the pilot plant were fully covered with duckweed (Spirodela polyrrhiza). Before the start of the second phase, the duckweed cover was removed from ponds 1 and 3, with a view to allow algae growth in the 'open' ponds. The feed of the duckweed pond system consisted of the effluent of a real scale UASB reactor, which treated domestic wastewater from Ginebra-Colombia. The system was operated with a continuous flow to produce a hydraulic retention time (HRT) of 3 days per pond and a total HRT of 21 days. Effluent total nitrogen was significantly different in the two phases, with 13.8± 2.9 mg TN l -1 (63 % removal) and 3.7±1.5 mg TN l -1 (90%) for first and second phase, respectively.Denitrification was the most important removal mechanism during both phases, and amounted to 43.5 % and 76.2 % of influent nitrogen, in first and second phase, respectively. Ammonia volatilization and sedimentation were insignificant processes for nitrogen removal in both phases. Nitrification played an important role in nitrogen transformations in the duckweed systems and it was favored by the introduction of aerobic zones in ponds 1 and 3. Denitrification also played a key role in nitrogen transformations and removal. Despite the presence of oxygen in the water column, denitrification occurred, probably due to the anaerobic microenvironment of system biofilms. Higher nitrogen removal might be obtained in duckweed pond systems through the introduction of aerobic zones in early stages of the system. Where effluents cannot be reused for crop irrigation, strict nitrogen effluent criteria can be met using hybrid duckweed-algal ponds at considerably shorter hydraulic retention time compared to fully duckweed covered systems.

    The effect of pond depth on nitrogen removal in duckweed stabilization ponds was studied in Chapter 7. The pilot plant consisted of two lines with seven duckweed ponds in series, with different depths and fed with effluent of a laboratory scale UASB reactor. Three experimental conditions were studied: DSP1 with pond depth 0.7 m and HRT= 21 days, DSP2 with pond depth 0.4 m and HRT = 12 days, and DSP3 with pond depth 0.4 m and HRT = 21 days. The systems were monitored for pH, temperature and oxygen profiles, organic matter removal (BOD 5 ), nitrogen transformations, biomass production and biomass nitrogen content. Average total nitrogen removal rates were 598 mg N m -2 d -1 for DSP 1, 589 mg N m -2 d -1 for DSP 2 and 482 mg N m -2 d -1 for DSP 3. In spite of the lower nitrogen removal rate in DSP 3, it had higher removal efficiency (44 %, 43 % and 62 % for DSP 1, 2 and 3 respectively) due to the lower surface loading rate in this system. This shows that using the percentage of removal as a parameter for comparison should be done with care and the operational parameters of the compared systems should be taken into account. Denitrification was the most important nitrogen removal mechanism for the three DSPs. Nitrogen removal via biomass production was the second most important removal mechanism for the three experiments. Pond depth does not seem to determine nitrification or denitrification. Nitrification seems to be related to surface organic loading rate, while denitrification was related to BOD availability. The comparison between two pond systems with different depth, but operated at the same hydraulic surface loading rate (DSP 1 and 2) showed similar nitrogen removals in the shallower system as in the deeper system. This suggests that duckweed pond system could be designed with shallow depth without affecting surface loading and nitrogen removal efficiency. Nitrogen removal appeared to be governed by surface loading rate rather than by hydraulic retention time.

    Most of the research so far has been performed at laboratory or pilot scale. In the process of technology-development it is important to test findings at full scale. In Chapter 8 , the performance of a full scale duckweed pond was compared with a full scale algae pond treating effluent of a UASB reactor operated under similar conditions of climate, configuration, wastewater composition and loading rate. The real scale experimental system was composed of two continuous flow channels. One operated as an algae pond and the other as a duckweed pond ( Spirodela polyrrhiza and Lemna minor . ) . The volume of each channel was 225 m 3 , an average surface area of 322 m 2 , L/W ratio= 13.1 and depth of 0.7 m. The wastewater flow was 19.7 m 3 d -1 , for each system and the theoretical hydraulic retention time was 11.5 days. The ponds were monitored for the following parameters: Organic matter (BOD 5 ), total suspended solids (TSS), ammonium nitrogen (NH 4+ -N), total Kjeldahl nitrogen (TKN), nitrite nitrogen (NO 2 -N), nitrate nitrogen (NO 3 -N), total phosphorous (TP) and faecal coliform (FC). The duckweed pond developed different environmental conditions in terms of pH, temperature and oxygen, compared to the algae pond. The duckweed pond was more efficient in removing organic matter and the algae pond was more efficient in nitrogen removal. Denitrification accounted for most of the nitrogen removal in the algae and duckweed ponds. The second most important mechanism for nitrogen removal was ammonia volatilization for the algae pond and plant up-take for the duckweed pond. In the design of duckweed pond systems special attention should be paid to the reactor configuration and flow pattern in order to obtain good contact between water column and the duckweed cover and to reduce hydraulic problems.

    Practical applications.

    Wastewater treatment can be converted into an attractive, feasible and sustainable alternative by combining anaerobic pretreatment, duckweed ponds, and algae ponds. The integrated system UASB reactor, algae pond and duckweed pond offers the possibility to remove the various unwanted component in wastewater and to recover part of the valuable material present in the wastewater in the form of biomass or biogas The effluents may be suitable for discharge or for irrigation depending on the removal efficiencies of the system. The design and operation of this integrated system may have two different approaches. Firstly, one could optimize nitrogen recovery by duckweed uptake and effluent irrigation. Secondly, one could maximize nitrogen removal in order to protect the receiving water resources. 

    If the objective of the treatment is recovery of nitrogen then the stimulation of duckweed incorporation and the reduction of effluent nitrogen to a suitable range for irrigation would be the best option. The configuration of an efficient anaerobic pre-treatment followed by a series of ponds completely covered with duckweed would be recommendable. Influent ammonium nitrogen concentration below 50 mg l -1 and pH below 8 would be desirable to avoid biomass growth inhibition. The comparison between two pond systems with different depths and the same hydraulic surface loading rate showed similar nitrogen removals in the shallower system as in the deeper system. This means that duckweed pond system could be designed with the shallower depth without affecting nitrogen removal efficiency. Shallow ponds are easier to build, to operate and to maintain and in the case of duckweed covered ponds, they can be regarded as a crop production system.

    If the objective of the treatment is nitrogen removal due to disposal regulations, a strategy to enhance denitrification should be adopted. Higher nitrogen removals may be obtained in duckweed pond systems through the introduction of aerobic zones in early stages of the system, which allows a considerable reduction of the hydraulic retention time. Strict nitrogen effluent criteria can therefore be met at relatively short hydraulic retention times. The configuration of the system, in particular the down and up flow pattern seems to have an important positive effect on denitrification rates. Compartmentalization of the treatment system improves the pond performance. In the design of pond systems special attention should be paid to the reactor configuration and hydraulic flow pattern, good contact water-biomass and to avoidance of short circuiting and dead zones. In the process of technology development the following studies are envisaged and recommended for further research: Future studies should be focused on shallow ponds with the views to enhance nitrogen removal via its recovery in the form of duckweed biomass. Shallow ponds will also reduce construction cost of the treatment systems.

    Alternative uses of treated effluent and produced biomass should be investigated.In the case of effluent reuse on irrigation, the reduction of nitrogen concentrations in the treatment system to 15-25 mg l -1 will be enough. The use of vegetable biomass as a food complement on the diet of fish and pork is an alternative that has been preliminary explored in the area of research. Further studies are necessary to determine its feasibility.For safe discharge of effluent to open water bodies, effluent nitrogen concentration should be low. In this case nitrogen removal processes may be influence by affecting growth conditions of nitrifiers/dentrifiers like oxygen levels or availability of area for bacterial attachment. It is important to performed studies in order to find the best combination of duckweed and algae ponds for nitrogen removal. The introduction of baffles on the treatment channels will increase the availability of area for biomass growth and will improved the hydraulic characteristics of the treatment systems. The appropriated number and distribution of baffles should be investigated. Recycling of final aerobic effluent to the UASB reactor or to the entrance of the duckweed pond could be an interesting option to stimulate denitrification. Pathogen removal will be affected by the use of low pond depths, the presence of aerobic zones and compartmentalization in the treatment system. These effects should be researched in order to optimizedalso the removal of pathogenic microorganisms.
    CNGRAS : A dynamic simulation model for grassland management and C and N flows at field scale
    Conijn, J.G. - \ 2005
    Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 107) - 58
    graslandbeheer - voedingsstoffenbalans - stikstofbalans - simulatiemodellen - nederland - grassland management - nutrient balance - nitrogen balance - simulation models - netherlands
    Beschrijving van het graslandmodel CNGRAS dat uit 5 componenten bestaat: grasproductie, graslandbeheer, organische bodemkoolstof en -stikstof, inorganische bodemstikstof en bodemwaterbalans
    Efficiënt gebruik van stikstof noodzakelijk
    Dijk, W. van; Schoot, J.R. van der; Smit, A.L. - \ 2005
    Boerderij 2005 (2005)13. - ISSN 0006-5617 - p. 18 - 19.
    dierlijke meststoffen - normen - mineralen - mestbehoeftebepaling - stikstofbalans - toedieningshoeveelheden - akkerbouw - zandgronden - landbouwbeleid - animal manures - standards - minerals - fertilizer requirement determination - nitrogen balance - application rates - arable farming - sandy soils - agricultural policy
    Vanaf 1 januari 2006 wordt Minas vervangen door een gebruiksnormenstelsel. Er komt een gebruiksnorm voor zowel stikstof (N) als fosfaat. De N-gebruiksnorm is gewasspecifiek en gebaseerd op het bemestingsadvies. Voor zandgronden wordt echter vanaf 2007 de gebruiksnorm verlaagd naar 95 procent van het advies, omdat stikstof op zand makkelijk uitspoelt. Via een scherpe bemestingsstrategie kan opbrengstderving grotendeels worden voorkomen. De kosten stijgen wel
    Eindrapportage van de milieuresultaten behaald in de nitraatprojecten (1999-2003). Deel II: Resultaten per project
    Berge, H.F.M. ten; Hack-ten Broeke, M.J.D. - \ 2005
    Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 75B) - 275
    nitraten - stikstofbalans - waterverontreiniging - verontreinigingsbeheersing - nederland - bodemchemie - uitspoelen - nitrates - soil chemistry - leaching - nitrogen balance - water pollution - pollution control - netherlands
    Met dit rapport wordt beoogd de milieu-resultaten samen te vatten die behaald zijn in de projecten welke in de periode 1999-2003 in Nederland zijn uitgevoerd in het kader van het Actieplan Nitraatprojecten, en die hier kortweg worden aangeduid als ‘de Nitraatprojecten’. Deze synthesestudie maakt deel uit van zowel de Evaluatie Actieplan Nitraatprojecten, alsook van de Evaluatie Meststoffenwet 2004, en bestaat uit twee delen. Het voorliggende Deel I brengt de belangrijkste milieuresultaten uit de Nitraatprojecten samen. Daarbij is gepoogd om overeenkomsten en verschillen te benoemen. Dit deel bevat ook een opsomming van de belangrijkste conclusies uit de projecten. Deel II omvat een serie hoofdstukken, waarin telkens per nitraatproject de milieuresultaten behandeld worden. Die hoofdstukken zijn opgesteld door de projectleiders of andere direct betrokkenen in de respectievelijke projecten, en vormen het basismateriaal waaruit dit Deel I is ‘gedistilleerd’
    Crop Systems Dynamics: an ecophysiological simulation model for genotype-by-environment interactions
    Yin, X. ; Laar, H.H. van - \ 2005
    Wageningen : Wageningen Academic Publishers - ISBN 9789076998558 - 155
    gewasproductie - gewasopbrengst - simulatiemodellen - wiskundige modellen - plantenfysiologie - plant-water relaties - stikstofbalans - source-sink relaties - wortel spruit ratio - groeianalyse - agro-ecologie - ecofysiologie - crop production - crop yield - simulation models - mathematical models - plant physiology - plant water relations - nitrogen balance - source sink relations - root shoot ratio - growth analysis - agroecology - ecophysiology
    This book presents a generic process-based crop growth model, GECROS (Genotype-by-Environment interaction on CROp growth Simulator), developed in Wageningen. The model uses robust yet simple algorithms to summarize the current knowledge of individual physiological processes and their interactions and feedback mechanisms. It was structured from the basics of whole-crop systems dynamics to embody the physiological causes rather than descriptive algorithms of the emergent consequences. It also attempts to model each process at a consistent level of detail, so that no area is overemphasized and similarly no area is treated in a trivial manner. Main attention has been paid to interactive aspects in crop growth such as photosynthesis-transpiration coupling via stomatal conductance, carbon-nitrogen interaction on leaf area index, functional balance between shoot and root activities, and interplay between source supply and sink demand on reserve formation and remobilization. GECROS is presented here in an open style, rather than as a ‘black-box’. Model theories are described in individual chapters, and their supporting texts (notably model derivations) are given in Appendices. The model source code, written in the simulation language FST (FORTRAN Simulation Translator), and the definition of variables are provided.
    Geleide bemesting in de open teelten: ontwikkeling van systemen
    Radersma, S. ; Geel, W.C.A. van; Grashoff, C. ; Molema, G.J. ; Wees, N.S. van - \ 2004
    Wageningen : PPO (PPO 334) - 31
    kunstmeststoffen - voedingsstoffenbalans - voedingsstoffenopname (planten) - stikstofmeststoffen - stikstofbalans - akkerbouw - nederland - bemesting - fertilizers - nutrient balance - nutrient uptake - nitrogen fertilizers - nitrogen balance - arable farming - netherlands - fertilizer application
    Een geleid bemestingssysteem is een combinatie van technieken die het mogelijk maken om stikstof meststof toe te dienen zodanig dat het N-aanbod zo goed mogelijk in overeenstemming is met de N-opname en de N-behoefte van het gewas. Het doel van geleide bemestingsystemen is om te komen tot lagere N-giften en N-verliezen bij gelijkblijvende opbrengst (kwantitatief en kwalitatief) ten opzichte van de huidige standaard bemestingssystemen. Uit de proeven bleek bepaalde combinaties van verschillende systemen of aanvullingen op onderdelen van systemen nog tot een duidelijke bespring van N-gift zouden kunnen leiden, zonder negatieve effecten op de opbrengst.
    Variatie van stikstofoverschotten en nitraatconcentraties binnen een bedrijfssysteem : verkenning op grond van gegevens van de De Marke
    Verloop, J. ; Oenema, J. ; Sebek, L.B.J. ; Hilhorst, G.J. - \ 2004
    Wageningen : Plant Research International (Rapport / Project De Marke 47) - 34
    stikstofbalans - nitraat - uitspoelen - bedrijfssystemen - teeltsystemen - kunstmeststoffen - bemesting - nitrogen balance - nitrate - leaching - farming systems - cropping systems - fertilizers - fertilizer application
    Stikstofstromen op het kernbedrijf Meterik : modelberekeningen met FUSSIM2 en MOTOR
    Assinck, F.B.T. ; Willigen, P. de - \ 2004
    Wageningen : Plant Research International (Telen met toekomst OV0405) - 42
    stikstofkringloop - stikstofbalans - simulatiemodellen - systeemanalyse - uitspoelen - nitraat - waterverontreiniging - groenbemesters - oogstresten - akkerbouw - nederland - nitrogen cycle - nitrogen balance - simulation models - systems analysis - leaching - nitrate - water pollution - green manures - crop residues - arable farming - netherlands
    MiNiAC, a model to simulate mineral nitrogen dynamics in arable crop rotations : model description and verification of version 1.00
    Postma, J. ; Pronk, A.A. - \ 2004
    Wageningen : Plant Research International (Report / Plant Research International 81) - 26
    rotaties - teeltsystemen - stikstofbalans - nitraat - akkerbouw - simulatiemodellen - nederland - rotations - cropping systems - nitrogen balance - nitrate - arable farming - simulation models - netherlands
    Aanvoer en overschot van stikstof als indicatoren voor nitraatuitspoeling : resultaten uit "Koeien en Kansen" 1997 - 2003
    Oenema, J. ; Berge, H.F.M. ten - \ 2004
    Wageningen : Animal Sciences Group (Rapport / Plant Research International nr. 91) - 46
    bodemchemie - nitraten - stikstofbalans - verontreinigingsbeheersing - melkveehouderij - bemesting - soil chemistry - nitrates - nitrogen balance - pollution control - dairy farming - fertilizer application
    Dit rapport doet verslag van de ontwikkelingen van stikstofoverschotten en stikstofaanvoer op verschillende niveaus over de periode 1997 – 2002, en van de nitraatconcentratie van het bovenste grondwater over de periode 2000 – 2002. Resultaten over 2003 zijn in een bijlage opgenomen. Doel van het project was om versneld de MINAS norm op de 17 voorbeeldbedrijven te halen.
    Afvoer van gewasresten ter beperking van stikstofverliezen: bureaustudie naar de effecten op de stikstofbalans, mineralisatie en organische stof
    Ruijter, F.J. de; Postma, R. - \ 2004
    Wageningen : Plant Research International (Telen met toekomst OV0412) - 40
    oogstresten - stoppel - stikstofbalans - stikstof - mineralisatie - organisch bodemmateriaal - verontreiniging - groenteteelt - crop residues - stubble - nitrogen balance - nitrogen - mineralization - soil organic matter - pollution - vegetable growing
    In deze bureaustudie is gekeken naar het effect van afvoeren van gewasresten op organische stof, stikstofmineralisatie en bemesting. Als maat voor de stikstofverliezen naar het milieu wordt het stikstofoverschot op de balans gebruikt. Aan de hand van een voorbeeldbedrijf met de gewassen sla, spinazie en prei is het effect van de afvoer van preiresten bekeken
    Quick scan van de milieukundige effecten van een aantal voorstellen voor gebruiksnormen; rapportage in het kader van de evaluatie meststoffenwet 2004
    Schoumans, O.F. ; Berg, R. van den - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 730.6) - 69
    bodemchemie - voedingsstoffen - nitraten - fosfaten - uitspoelen - waterverontreiniging - milieuwetgeving - stikstofbalans - modellen - Nederland - soil chemistry - nutrients - nitrogen balance - nitrates - phosphates - leaching - water pollution - models - environmental legislation - Netherlands
    Voor de nadere uitwerking van de Mestwetgeving, die vanaf 2006 zal worden ingevoerd en welke is gebaseerd op de invoering van gebruiksnormen, is in opdracht van de rijksoverheid in het kader van de evaluatie van de Meststoffenwet 2004 een ex-ante milieu-evaluatie uitgevoerd, waarbij is nagegaan wat de gevolgen zijn van verschillende niveaus in fosfaat- en stikstofgebruiksnormen op de nutriëntenemissies naar het grond- en oppervlaktewater vanuit landbouwgronden. De beoordeelde stikstofnormen leiden tot een verbetering van de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit, echter in alle gevallen treedt op een deel van het areaal (20-25%) nog een overschrijding van de grondwaterkwaliteitdoelstellingen op. De stikstofemissies naar het oppervlaktewater dalen met ca. 20% ten opzichte van de situatie eind jaren negentig. De beoordeelde fosfaatnormen leiden nog steeds tot een toename van de fosfaatophoping in de bodem. Verwacht wordt dat in eerste instantie de fosfaatuitspoeling in 2030 vermindert met 10 tot 15 %, maar dat door de toename van de fosfaatophoping in de bodem, en daarmee de mate van fosfaatverzadiging van de landbouwgronden, op langere termijn (eind 21e eeuw) de situatie weer verslechtert tot het niveau van 2000.
    Reducing inputs and losses of nitrogen and energy on dairy farms : final report project AIR3 CT92-0332
    Meer, H.G. van der - \ 2004
    Wageningen : Plant Research International (Note / Plant Research International 210) - 236
    stikstof - nitraten - fosfaten - verliezen uit de bodem - voer - rundveevoeding - melkvee - voersamenstelling - stikstofbalans - ecologisch evenwicht - milieubescherming - intensieve landbouw - bedrijfssystemen - europa - nitrogen - nitrates - phosphates - losses from soil - feeds - cattle feeding - dairy cattle - feed formulation - nitrogen balance - ecological balance - environmental protection - intensive farming - farming systems - europe
    The need to reduce nitrogen (N) and phosphorus (P) losses as well as the (direct and indirect) use of fossil energy on intensive dairy farms in Europe to ecologically acceptable levels requires radical changes of the management of these farms. The objective of the project, (started in 1993) was to develop sustainable dairy farming systems with minimum inputs and losses of nitrogen phosphorus and energy
    Uit de mest- en mineralenprogramma's : Effecten van MINAS-verliesnormen op het stikstofgebruik door melkveebedrijven: verkenningen met FARMMIN
    Meer, H.G. van der; Evert, F.K. van - \ 2003
    Wageningen : Plant Research International (Informatieblad / Plant Research International 398.27) - 2
    agrarische bedrijfsvoering - melkveehouderij - overbemesting - stikstofmeststoffen - stikstofbalans - stikstof - mineralenboekhouding - mestoverschotten - bemesting - farm management - dairy farming - top dressings - nitrogen fertilizers - nitrogen balance - nitrogen - nutrient accounting system - manure surpluses - fertilizer application
    Bij de Evaluatie van de Meststoffenwet in 2002 is het model FARMMIN gebruikt om de N-giften op gras- en maïsland te berekenen bij verschillende MINAS-normen. In FARMMIN gebeurt dit door voor het betreffende melkveebedrijf de kosten van aanvoer en afvoer van meststoffen en veevoeders te minimaliseren binnen de gegeven verliesnormen. FARMMIN is vervolgens gebruikt voor een systematische verkenning van de effecten van structuur en management van melkveebedrijven op de aan- en afvoerposten van de N-balans en de bijbehorende N-bemesting van gras- en maïsland
    Uit de mest- en mineralenprogramma's : Systemen van geleide bemesting in prei
    Geel, W.C.A. van; Meurs, E.J.J. - \ 2003
    Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. (Informatieblad / PPO-AGV 398.43) - 2
    agrarische bedrijfsvoering - stikstof - stikstofgehalte - stikstofmeststoffen - stikstofbalans - farm management - nitrogen - nitrogen content - nitrogen fertilizers - nitrogen balance
    Via geleide bemesting kunnen de belangen van land & tuinbouw en de belangen van volksgezondheid, natuur & milieu beter op elkaar worden afgestemd. Deze belangen zjjn: economisch optimale productie, gebruikmakend van (hoge) stikstofbemesting, die in alle jaren voldoende is en beperken van schadelijk hoge nutriëntgehalten in bodem, water en lucht. Het doel is het aanbod van nutriënten beter af stemmen op de gewasvraag, zodat bij optimale productie (kwantitatief en kwalitatief) de mestgift zo klein mogelijk is en daardoor de verliezen naar het milieu worden beperkt. Als middel worden gebruikt het voorkomen van grote bodemvoorraden van waaruit verliezen kunnen optreden en de verhoogde efficiëntie van toegevoegde meststoffen, zodat bij gelijke opbrengst en kwaliteit de stikstofgift omlaag gaat
    Relaties tussen nitraat in het grondwater en potentiële indicatoren voor nitraatverlies op de voorloperbedrijven van Telen met Toekomst
    Ruijter, F.J. de; Smit, A.L. - \ 2003
    Wageningen : Plant Research International (Telen met toekomst OV 0301) - 28
    grondwater - nitraten - stikstofbalans - monitoring - uitspoelen - nederland - groundwater - nitrates - nitrogen balance - monitoring - leaching - netherlands
    Re-balancing soil-plant-animal interactions: towards reduction of nitrogen losses
    Verhoeven, F.P.M. ; Reijs, J.W. ; Ploeg, J.D. van der - \ 2003
    Netherlands Journal of Agricultural Science 51 (2003)1-2. - ISSN 0028-2928 - p. 147 - 164.
    stikstofbalans - melkveehouderij - ecologisch evenwicht - duurzaamheid (sustainability) - mest - kuilvoer - voersamenstelling - monitoring - bedrijfssystemen - nederland - nitrogen balance - dairy farming - ecological balance - sustainability - manures - silage - feed formulation - monitoring - farming systems - netherlands
    The practice of farming implies a continuous process of re-moulding and re-balancing of resources. Normally, this process is slow and hardly noticeable, but in times of transition towards sustainability it is accelerated and becomes more visible. Re-moulding and re-balancing require a careful and multifaceted monitoring as well as a high degree of involvement of the farmers concerned. This article is an overview that documents several aspects of the changes realized by two farmer co-operatives in the northern Netherlands: Vereniging Eastermar’s Lansdouwe (VEL) and Vereniging Agrarisch Natuur en Landschapsonderhoud Achtkarspelen (VANLA). It is shown that farmers process and manage manure, silages and diets. Emphasis is given to indications that the newly emerging balances are characterized by high levels of N efficiency. In a final combination of beta and gamma approaches it is shown that the goal-oriented practices of the VEL and VANLA farmers clearly indicate new trajectories towards and prospects for sustainability. Furthermore it is shown that recognition of relevant heterogeneity is crucial and that inter-farm comparisons, careful integration of beta and gamma approaches and multivariate modes of analysis are needed.
    Crystalline amino acids and nitrogen emission
    Verstegen, M.W.A. ; Jongbloed, A.W. - \ 2003
    In: Amino acids in animal nutrition Oxon, UK : CAB International - ISBN 9780851996547 - p. 449 - 458.
    diervoeding - aminozuren - essentiële aminozuren - stikstofbalans - excretie - animal nutrition - amino acids - essential amino acids - nitrogen balance - excretion
    Reductions in dietary protein level and supplementation with certain crystalline amino acids is a well-established method of formulating diets to achieve a more ideal amino acid pattern and to reduce nitrogen excretion. Up to 35% reduction in nitrogen excretion may be achieved by supplementing pig diets with lysine, methionine, threonine, and tryptophan. In broiler nutrition, 41% less N was excreted on feeding diets with 153 g CP per kg supplemented with amino acids
    Stikstofbijbemesting in prei op basis van CropScan: milieukundige en landbouwkundige potentie, fase II
    Meurs, E.J.J. ; Booij, R. - \ 2003
    Wageningen : Plant Research International (Nota / Plant Research International 240) - 24
    preien - allium porrum - mestbehoeftebepaling - stikstofmeststoffen - stikstofbalans - leeks - allium porrum - fertilizer requirement determination - nitrogen fertilizers - nitrogen balance
    Stikstofmeting in grondmonsters: theorie en praktijk.
    Dam, A.M. van - \ 2002
    Bloembollencultuur 113 (2002)6. - p. 12 - 13.
    bloembollen - stikstof - grondanalyse - chemische analyse - kunstmeststoffen - stikstofbalans - meting - nauwkeurigheid - bemonsteren - ornamental bulbs - nitrogen - soil analysis - chemical analysis - fertilizers - nitrogen balance - measurement - accuracy - sampling
    Verwachte nitraatbelasting en opbrengstderving in akkerbouw- en melkveehouderijgewassen bij verschillende verliesnormen op geselecteerde bodemtypen in Noord Brabant
    Berge, H.F.M. ten - \ 2002
    Wageningen : Plant Research International - 46
    bodemverontreiniging - stikstofbalans - kunstmeststoffen - toepassing - teeltsystemen - rotaties - simulatiemodellen - nederland - noord-brabant - soil pollution - nitrogen balance - fertilizers - application - cropping systems - rotations - simulation models - netherlands - noord-brabant
    A review of potential indicators for nitrate loss from cropping and farming systems in the Netherlands
    Berge, H.F.M. ten - \ 2002
    Wageningen : Plant Research International - 144
    nitraten - stikstof - stikstofbalans - stikstofkringloop - emissie - nitraatreductie - reductie - gegevensanalyse - bedrijfssystemen - grondwaterverontreiniging - bodemwater - nederland - milieuwetenschappen - nitrates - nitrogen - nitrogen balance - nitrogen cycle - emission - nitrate reduction - reduction - data analysis - farming systems - groundwater pollution - soil water - netherlands - environmental sciences
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.