Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 100 / 108

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Evaluatie Actieplan Stalbranden 2012-2016
    Bokma-Bakker, Martien ; Bokma, Sjoerd ; Ellen, Hilko ; Hagen, René ; Ruijven, Charlotte van - \ 2017
    Wageningen : Wageningen Livestock Research (Wageningen Livestock Research rapport 1035) - 80
    dierenwelzijn - dierlijke productie - diergezondheid - pluimvee - varkens - melkvee - schapen - geiten - paarden - stallen - brand - voorkomen van branden - veiligheid - animal welfare - animal production - animal health - poultry - pigs - dairy cattle - sheep - goats - horses - stalls - fire - fire prevention - safety
    Ontwikkeling van de Zandmotor : samenvattende rapportage over de eerste vier jaar van het Monitoring- en Evaluatie Programma (MEP)
    Taal, M.D. ; Löffler, M.A.M. ; Vertegaal, C.T.M. ; Wijsman, J.W.M. ; Valk, L. van der; Tonnon, P.K. - \ 2016
    IJmuiden : IMARES Wageningen UR - 62
    zandsuppletie - kustbeheer - veiligheid - natuurontwikkeling - duinen - monitoring - sand suppletion - coastal management - safety - nature development - dunes - monitoring
    Dit rapport is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 behandelt de achtergrond van de Zandmotor. Hoofdstuk 3 bevat informatie over de betekenis van de Zandmotor voor kustveiligheid. In hoofdstuk 4 is te lezen wat de Zandmotor tot op heden betekent voor natuur en recreatie. Hoofdstuk 5 gaat in op het beheer van de Zandmotor. Ook de invloed van de Zandmotor op het bestaande duingebied Solleveld vormt hiervan een onderdeel. In hoofdstuk 6 staat de betekenis van de Zandmotor voor kennis en innovatie centraal.
    Kansenkaarten voor duurzaam benutten natuurlijk kapitaal
    Knegt, B. de; Hoek, Dirk Jan van der; Veerkamp, C.J. - \ 2016
    Tijdschrift Milieu : Vereniging van milieuprofessionals 22 (2016)3. - p. 41 - 47.
    natuurbeleid - natuurbeheer - waterbeheer - drinkwater - waterkwaliteit - ecosysteemdiensten - grondwaterwinning - veiligheid - nature conservation policy - nature management - water management - drinking water - water quality - ecosystem services - groundwater extraction - safety
    Lokaal uitgevoerde praktijkprojecten in het kader van het programma Natuurlijk Kapitaal Nederland laten zien dat er kansen zijn voor de wederzijdse versterking van natuur en economie. Dit leidt tot de volgende vragen: welke kansen zijn er om de opgedane kennis binnen deze praktijkprojecten op te schalen naar andere gebieden in Nederland? Waar liggen deze kansrijke gebieden. Wat zijn mogelijke maatregelen en relevante stakeholders om deze kansen daadwerkelijk in winst om te zetten? Om antwoorde te krijgen op deze vragen zijn de praktijkprojecten met behulp van 'kansenkaarten' in landelijk perspectief geplaatst.
    Meerwaarde ecosysteemdiensten voor Deltaprogramma
    Franken, Ron ; Meulen, Suzanne van der; Kwakernaak, C. ; Bos, Maaike ; Lenselink, Gerda ; Hartgers, E.M. - \ 2016
    Milieu : opinieblad van de Vereniging van Milieuprofessionals 22 (2016)3. - ISSN 1873-5436 - p. 12 - 14.
    waterbeheer - hoogwaterbeheersing - veiligheid - biodiversiteit - ecosysteemdiensten - dijken - regionale planning - natuurbeheer - water management - flood control - safety - biodiversity - ecosystem services - dykes - regional planning - nature management
    Het PBL verkent de mogelijkheden om natuur een rol te laten spelen in de uitvoering van het Deltaprogramma om onze waterveiligheid te waarborgen. Dit gebeurt met oog voor de meerwaarde voor de biodiversiteit. Kennis wordt opgedaan in twee praktijkprojecten: de verbetering van de zeedijk tussen Eemshaven en Delfzijl en de aanleg van een hoogwatergeul bij Varik-Heesselt.
    Volksdijk; de adaptieve dijk, studielocatie Grebbedijk
    Blokland, J. ; Ziegler, P. ; Aben, R. ; Vries, R. de; Broekhuizen, R.E. van; Agricola, H. ; Kuiper, E. - \ 2016
    In: De adaptieve dijk; strategieën voor dijktransitie in de komende 100 jaar BNA Onderzoek Amsterdam - p. 32 - 41.
    dijken - veiligheid - hoogwaterbeheersing - waterbouwkunde - innovaties - ruimtelijke ordening - gebiedsontwikkeling - dykes - safety - flood control - hydraulic engineering - innovations - physical planning - area development
    Hoe kan de dijk weer volwaardig onderdeel worden van de maatschappij, zonder daarbij de veiligheid aan te tasten? Kunnen we onze democratie –die een oorsprong heeft in de waterschappen- herijken en waarde geven? Hoe maken van de dijk als technisch kunstwerk ook een democratisch kunstwerk dat past bij 21ste eeuw? Hoe transformeren we de verkrampte en functioneel eenzijdige dijk in een adaptieve en veelzijdige dijk?
    Cybersecurity in the Agrifood sector
    Bogaardt, M.J. ; Poppe, K.J. ; Viool, V. ; Zuidam, E. van - \ 2016
    Capgemini Consulting - 8
    food production - agricultural production - data management - information systems - computer sciences - safety - crime - voedselproductie - landbouwproductie - gegevensbeheer - informatiesystemen - computerwetenschappen - veiligheid - misdaad
    Every day new digital applications find their way into our lives. Digitization has brought our society many benefits and will do so for the coming years as key enabler for our economy. It is an important driver behind innovation and economic growth. However, to create sustainable innovation and frequent use, security is absolutely essential. Due to the increased frequency of high tech possibi¬lities, the chance of technical failure or severe misusage and abuse of vulnerabilities can become a realistic threat. This article deals with cybersecurity in the agrifood sector.
    Duurzaamheid, communicatie en veiligheid : verslag van de landelijke bijeenkomst 'Kenniskringen Visserij en duurzaamheid'
    Zaalmink, W. ; Smith, S.R. ; Steenbergen, J. ; Trapman, B.K. ; Valk, O.M.C. van der - \ 2015
    LEI Wageningen UR (Rapport / LEI Wageningen UR 2015-160) - 25
    visserij - duurzaamheid (sustainability) - biobrandstoffen - communicatie - familiebedrijven, landbouw - veiligheid - coöperaties - nederland - fisheries - sustainability - biofuels - communication - family farms - safety - cooperatives - netherlands
    Op 6 juni 2015 vond op Fort IJmuiden een landelijke bijeenkomst plaats van het project Kenniskringen Visserij. Het doel van deze dag was te komen tot een uitwisseling van kennisvragen over verschillende visserij gerelateerde thema’s. Het programma bestond uit een plenaire bijeenkomst en uit een aantal zogenoemde cafébijeenkomsten. Bij elke cafébijeenkomst was een relevante expert aanwezig, die de bijeenkomst inleidde. Hierna konden de aanwezigen vragen aan de expert en aan elkaar stellen. Dit verslag is een samenvatting van de uitspraken die door de deelnemers en experts op deze dag gedaan zijn rond de thema’s: 1. Duurzaamheid en de visser als onderzoeker (expert: Bas Haring, volksfilosoof) 2. Communicatie (expert: Marissa Tanis, GoMaris) 3. Fuel of the future (expert: Dirk Kronemeijer) 4. Veiligheid aan boord (expert: Cor Blonk) 5. Coöperaties (expert: Thomas Højrup)
    Een dubbele dijk met driedubbele doelen
    Kwakernaak, C. ; Lenselink, G. ; Officer, I. ; Buurman, M. - \ 2015
    H2O online (2015)18 juni. - 7
    dijken - veiligheid - natuurwaarde - biodiversiteit - meervoudig landgebruik - innovaties - groningen - dykes - safety - natural value - biodiversity - multiple land use - innovations - groningen
    De huidige zeedijk in de Eemsdelta voldoet niet meer aan de veiligheidsnormen. Omdat de dijk in een aardbevingsgevoelig gebied ligt is dijkversterking urgent. Daarnaast heeft Noordoost-Groningen behoefte aan nieuwe economische impulsen, en is voor de natuur in het Eems-estuarium kwaliteitsverbetering dringend gewenst. Dit was aanleiding voor de provincie Groningen om te onderzoeken of een innovatieve, multifunctionele dubbele dijk haalbaar is. Daarmee kunnen drie doelen worden bereikt: meer veiligheid, nieuwe economische dragers en meer biodiversiteit.
    Economische en ecologische perspectieven van een dubbele dijk langs de Eems-Dollard : waarderen en verzilveren van ecosysteemdiensten en versterken van biodiversiteit bij een Multifunctionele Dubbele Keringzone voor de dijkversterking Eemshaven – Delfzijl
    Kwakernaak, C. ; Lenselink, G. ; Hoek, D.J. van der; Paulissen, M.P.C.P. ; Jansen, H.M. ; Kamermans, P. ; Poelman, M. ; Schasfoort, F. ; Meulen, S. van der; Kessel, T. van; Ek, R. van - \ 2015
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport/Deltares-rapport 2635/1209046.000.BGS.0009)
    dijken - natuurwaarde - veiligheid - biodiversiteit - haalbaarheidsstudies - meervoudig landgebruik - innovaties - ecosysteemdiensten - groningen - dykes - natural value - safety - biodiversity - feasibility studies - multiple land use - innovations - ecosystem services - groningen
    Dit rapport gaat in op het waarderen en verzilveren van ecosysteemdiensten en biodiversiteit in de verkenning van de haalbaarheid van een Multifunctionele Dubbele Keringzone als alternatief bij de Dijkversterking Eemshaven – Delfzijl. Het project richt zich op het waarderen van ecosysteemdiensten die worden geleverd door de voorgestelde een ‘natuurinclusieve’ dijk en de meerwaarde hiervan in termen van biodiversiteit.
    Nut en risico’s van covergisting : syntheserapport
    Oenema, O. ; Velthof, G.L. ; Commissie Deskundigen Meststoffenwet, - \ 2015
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 32) - 144
    co-vergisting - mest - biogas - biobrandstoffen - dierlijke meststoffen - duurzame energie - overheidsbeleid - broeikasgassen - gezondheid - emissiereductie - bio-energie - veiligheid - biobased economy - co-fermentation - manures - biogas - biofuels - animal manures - sustainable energy - government policy - greenhouse gases - health - emission reduction - bioenergy - safety - biobased economy
    Op verzoek van de ministeries van Economische Zaken en van Infrastructuur & Milieu heeft de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) samen met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, de Technische commissie bodem (TCB) en diverse instellingen van de ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur & Milieu een studie uitgevoerd naar het nut en de risico’s van covergisting van mest in Nederland. Deze studie levert de bouwstenen om het overheidsbeleid voor covergisting door het kabinet en de Tweede Kamer te evalueren. De studie is in het bijzonder gericht op de volgende aspecten: • de meerwaarde van covergisting voor duurzame energie, het gebruik van reststoffen, de reductie broeikasgassen en het verminderen van het mestoverschot; • de risico’s van covergisting voor de gezondheid en veiligheid van mens, dier en het milieu; • de maatregelen waarmee deze risico’s zouden kunnen worden beperkt; en • de handhaafbaarheid van regels, en maatregelen om de handhaafbaarheid te verbeteren. De ministeries hebben in totaal 48 vragen gesteld. Deze 48 vragen zijn in dit rapport beantwoord mede op basis van rapportages van betrokken instellingen. Het rapport bevat ten slotte de synthese, conclusies en aanbevelingen.
    Water en natuur : een mooi koppel
    Hattum, T. van; Kwakernaak, C. ; Cleef, R. van - \ 2015
    H2O online (2015)15-3-2015.
    waterbeleid - veiligheid - natuurbeleid - watervoorziening - wateropslag - natura 2000 - klimaatverandering - water policy - safety - nature conservation policy - water supply - water storage - natura 2000 - climatic change
    Nederland staat voor forse opgaven op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Er worden de komende jaren miljarden euro’s geïnvesteerd om die opgaven te realiseren. Juist nu liggen er dan ook grote kansen voor slimme combinaties van water- en natuuropgaven. Wat is er voor nodig om die kansen maximaal te benutten? In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken deed Alterra hier onderzoek naar. Dit artikel vat de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen uit deze studie samen
    Synthesedocument Zuidwestelijke Delta- Achtergronddocument B8
    Pelt, M. van; Popering-Verkerk, J. van; Veraart, J.A. - \ 2014
    Den Haag : Ministerie van Infrastructuur en Milieu en Ministerie van Economische Zaken - 403
    hoogwaterbeheersing - dijken - veiligheid - watervoorziening - zoet water - scenario-analyse - zuidwest-nederland - oosterschelde - westerschelde - flood control - dykes - safety - water supply - fresh water - scenario analysis - south-west netherlands - eastern scheldt - western scheldt
    De Stuurgroep Zuidwestelijke Delta werkt samen met ondernemers en maatschappelijke partijen al jaren aan één doel: een veilig, economisch aantrekkelijk en ecologisch vitaal deltagebied met voldoende zoetwater, nu en in de toekomst. De Stuurgroep heeft daarbij vier opdrachten: een langetermijn verkenning in het Deltaprogramma|Zuidwestelijke Delta, de Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer, Gebiedsontwikkeling Grevelingen en Volkerak-Zoommeer, en het Voortschrijdend Uitvoeringsprogramma. Met deze integrale Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta geeft de Stuurgroep invulling aan de opdracht voor het Deltaprogramma|Zuidwestelijke Delta, met belangrijke raakvlakken met de andere sporen. De Stuurgroep biedt deze Voorkeursstrategie ten behoeve van het Deltaprogramma 2015 aan de Deltacommissaris aan en brengt haar in in de nationale Stuurgroep Deltaprogramma.
    De invloed van vegetatie op de erosiebestendigheid van dijken : de start van een monitoringsexperiment naar de effecten van de vegetatiesamenstelling op de erosiebestendigheid van de Purmerringdijk
    Reijers, V.C. ; Visser, E.J.W. ; Paulissen, M.P.C.P. ; Kroon, H. de - \ 2014
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2622) - 68
    dijken - veiligheid - grasmatverbetering - rassenkeuze (gewassen) - erosiebestrijding - kwaliteitsnormen - noord-holland - dykes - safety - sward renovation - choice of varieties - erosion control - quality standards - noord-holland
    Met het oog op klimaatverandering, waardoor zowel zeer droge als zeer natte perioden een grotere druk leggen op de conditie en kwaliteit van dijkgraslanden, is het zaak om experimenteel te onderzoeken welke rol de vegetatiesamenstelling heeft op de erosiebestendigheid. Door de geschiktheid van zowel gangbare als nieuwe zaadmengsels te testen en de huidige toetsingsmethoden te evalueren, kunnen de resultaten van dit onderzoek bijdragen aan toekomstige richtlijnen voor aanleg, beheer en toetsing van dijkgraslanden.
    Synthesedocument Waddengebied : Achtergronddocument B10
    Gerritsen, H. ; Timmerman, J.G. ; Coninx, I. - \ 2014
    Ministerie van Infrastructuur en Milieu en Ministerie van Economische Zaken - 80
    hoogwaterbeheersing - zoet water - geologische sedimentatie - bodemdaling - veiligheid - natura 2000 - waddenzee - flood control - fresh water - geological sedimentation - subsidence - safety - natura 2000 - wadden sea
    Dit synthesedocument beschrijft hoe de voorstellen voor de voorkeurstrategie in het Deltaprogramma Waddengebied tot stand gekomen zijn. Met dat doel beschrijft dit document in het kort de opdracht van het Deltaprogramma en de wijze waarop het Deltaprogramma naar de voorkeurstrategie heeft toegewerkt. Daarbij gaat het om de randvoorwaarden en uitgangspunten die gehanteerd zijn en om de wijze waarop de vergelijkingssystematiek is toegepast. Bij klimaatverandering ontstaat de opgave om het waddengebied duurzaam veilig te houden en tegelijkertijd de bijzondere waarden te behouden: het waddengebied herbergt zulke bijzondere waarden dat het is opgenomen op de lijst van Werelderfgoed van UNESCO en vrijwel in zijn geheel is aangewezen als Natura 2000-gebied. Het waddengebied bestaat uit de Hollands-Fries-Groningse vaste wal, Waddenzee, Waddeneilanden met de voorliggende kust (kustfundament), Eems-Dollard en de buitendelta’s van de zeegaten. Het waddengebied inclusief Waddenzee en buitendelta's vormt een buffer tegen de hoge golven van de Noordzee door de natuurlijke demping hiervan. Zonder deze buffer zouden de waterkeringen hoger en sterker moeten zijn. De Deltabeslissing Waterveiligheid en de Beslissing Zand vormen het kader voor de voorkeurstrategie voor het waddengebied. In het waddengebied is de voorkeurstrategie gericht op het meegroeien met de zeespiegelstijging. Door de stijgende zeespiegelstijging heeft het intergetijdengebied van de Waddenzee extra zand nodig. Als de zeespiegel versneld stijgt kan het zijn dat het intergetijdengebied en de platen de stijging niet meer kunnen bijhouden. De dempende werking die het waddengebied nu uitoefent op de golven die van de Noordzee komen en de golven die binnen de Waddenzee opgewekt worden, neemt dan verder af. Daardoor bereiken de Noordzeegolven met meer energie de vaste wal. Dat kan leiden tot extra werken aan de primaire keringen om de vaste wal te kunnen blijven beschermen tegen overstromingen. De opgave is het tijdig kunnen waarnemen en kunnen inschatten van de gevolgen van klimaatveranderingen (zeespiegelstijging, windkarakteristieken, temperatuurstijging) en het vinden van zo natuurlijk mogelijke maatregelen om de bufferende werking van het waddengebied te kunnen behouden. In aanvulling hierop is het doel met aangepast kwelderbeheer de natuurlijke opslibbing in de Waddenzee te versterken, mits dat past binnen de voorwaarden van de PKB Waddenzee, de aanwijzing als Werelderfgoed en Natura 2000-instandhoudingsdoelen. Op grond van de huidige kennis zijn tot 2100 geen zandsuppleties in de Waddenzee en het Eems-Dollard estuarium zelf nodig voor de waterveiligheid. Voor de natuurwaarden is dit ook niet wenselijk. Vooralsnog volstaat het om zand te blijven suppleren aan de Noordzeekant van de Waddeneilanden, op het kustfundament, in aanvulling daarop, eventueel op de buitendelta’s. Het werkend leren programma zal uitwijzen of dit zand tijdig op een natuurlijke wijze naar de platen en kwelders van de Waddenzee kan stromen. Voor de eventuele aanpassing van het suppletiebeheer in 2020 vindt kennisontwikkeling plaats over het benodigde volume, de techniek, de frequentie en de locaties van de suppleties. Om zandsuppleties in de toekomst effectiever te kunnen uitvoeren, met behoud van de waarde van het waddengebied, is meer systeemkennis nodig. Deze kennis komt tot stand met een langjarig kennisprogramma, gericht op onderzoek, systeemkennis en monitoring. Het programma gaat in 2015 in uitvoering, onder meer kleinschalige pilots tot 2020 en grootschaliger pilots na 2020. Deze onderzoeken staan in de concept-kennisagenda van het Deltaprogramma. Besluitvorming over de definitieve kennisprogrammering moet nog plaatsvinden en hangt ook samen met het Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat. Langs de Hollands-Fries-Groningse vaste wal en de eilanden bieden waterkeringen bescherming tegen overstromingen. De voorkeurstrategie rondom de primaire waterkeringen richt zich op innovatie en een gebiedsgerichte en integrale benadering. Zo’n honderd kilometer van deze keringen voldoet niet aan de normen. Een deel van dit deelgebied krijgt een hogere norm vanwege de aanwezigheid van de gasrotonde. Dijkversterkingen komen tot stand door aanpassingen aan de keringen aan te laten sluiten bij gebiedsontwikkelingen en meerwaarde te creëren voor functies als natuur, recreatie en regionale economie. Langs de Friese en Groningse kust kan dit vrijwel overal met innovatieve dijkconcepten, zoals brede groene dijken, multifunctionele dijken en overslagbestendige dijken. Ook bij Den Helder en Den Oever zijn innovatieve dijkconcepten met meerwaarde voor andere functies mogelijk. Voor de versterking van vijf dijktrajecten langs de Friese en Groningse vaste wal worden tot 2020 verkenningen conform de MIRT-systematiek uitgevoerd (geprogrammeerd in het nHWBP). En verder wordt in de periode 2014-2017 ook een project overstijgende verkenning uitgevoerd voor de gehele Waddenzeedijk langs de Friese en Groningse vaste wal, met deze voorkeurstrategie als basis. Voor ieder Waddeneiland wordt een integrale strategie opgesteld voor het suppletiebeheer (voor en na 2020), dynamisch kustbeheer, kwelderontwikkeling, innovatieve dijkconcepten en rampenbeheersing, en wordt gezocht naar ‘slimme combinaties’. De buitendijkse gebieden worden robuuster voor overstromingsrisico’s door deze risico’s mee te wegen bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen, zoals beschreven bij de deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. De voorkeurstrategie zoetwater in het waddengebied is beschreven bij de voorkeurstrategie van het Deltaprogramma IJsselmeergebied. Voor de Waddeneilanden vormt de deltabeslissing Zoetwater het kader voor de voorkeurstrategie. De Waddeneilanden ontvangen geen zoetwater uit het hoofdwatersysteem. Deze eilanden hebben de ambitie om in 2020 zelfvoorzienend te zijn voor drinkwater. De inzet is de zelfvoorzienendheid voor overig zoetwatergebruik, zoals voor de landbouw, te vergroten. Om watertekorten bij klimaatverandering te beperken, zijn maatregelen mogelijk om regenwater en zoetwaterlenzen nog beter te benutten en het water zuiniger te gebruiken. De eilanden kunnen hiermee een voortrekkersrol vervullen voor andere delen van het land. Het Deltaplan Waterveiligheid en het Deltaplan Zoetwater bevatten de maatregelen uit deze voorkeurstrategie, die op korte termijn in voorbereiding of uitvoering gaan. De programmering van dijkversterkingen vindt plaats in het nieuw Hoogwaterbeschermingsprogramma (nHWBP). Voorgesteld wordt dit voor maatregelen voor zoetwaterbeschikbaarheid ook in samenhang te programmeren en te prioriteren. De partijen die betrokken zijn bij de voorkeurstrategie waterveiligheid voor het waddengebied leggen onderdelen van de strategie vast in hun eigen plannen. Het Deltaplan Waterveiligheid bevat de maatregelen die het Rijk programmeert voor de waterveiligheid in het waddengebied. Het Rijk houdt in het beheerplan voor Natura 2000 rekening met beheer van de kwelders ten behoeve van waterveiligheid. De provincie Groningen legt onderdelen van de voorkeurstrategie vast in het nieuwe omgevingsplan dat in 2015 wordt vastgesteld, onder meer middels ruimere reserveringszones voor innovatieve dijkconcepten. De provincie Friesland neemt onderdelen van de voorkeurstrategie over in de streekagenda’s en het provinciaal waterhuishoudingsplan en de bijbehorende programmeringen. Tot deze onderdelen behoren ook afwegingen over ruimtelijke adaptatie voor de eilanden. Een regionaal bestuurlijk platform beoordeelt of de prioritering van dijkversterkingen in het nHWBP voldoende aansluit bij gebiedsontwikkelingen.
    Voorkeurstrategie : Veilig leven en werken in een natuurlijk waddengebied
    Timmerman, J.G. - \ 2014
    Ministerie van Infrastructuur en Milieu en Ministerie van Economische Zaken - 56
    wadden - veiligheid - natuurbescherming - dijken - landgebruik - hoogwaterbeheersing - waddenzee - tidal flats - safety - nature conservation - dykes - land use - flood control - wadden sea
    Dit document is de verkorte weergave van de voorkeurstrategie van het Deltaprogramma Waddengebied. Een uitgebreide beschrijving van de voorkeurstrategie en de totstandkoming en onderbouwing ervan staan in het synthesedocument. Belangrijkste doel De voorkeurstrategie heeft als eerste en belangrijkste doel het beschermen van de inwoners én de economische activiteiten in het waddengebied tegen overlast door water. In 2050 moet de waterveiligheid duurzaam en robuust zijn, zodat het waddengebied de dan te verwachten grotere extremen van de natuur veerkrachtig kan blijven opvangen. Natuurlijk en integraal Vanzelfsprekend past de concrete uitwerking van dit doel zo goed mogelijk binnen de hoofddoelstelling van de Planologische Kernbeslissing derde Nota Waddenzee. De opdracht is een natuurlijke aanpak en het zoveel mogelijk integraal uitvoeren van maatregelen. Zoetwater De voorkeurstrategie waddengebied doet geen uitspraken over zoetwater. Voor het hele gebied staat hierover het nodige in de voorkeurstrategie IJsselmeergebied. Voor de Waddeneilanden vormt de Deltabeslissing Zoetwater het kader. In onze voorkeurstrategie per eiland hebben we de ambities op dit onderwerp wel opgenomen. Betrokken partijen De voorkeurstrategie is een product van: Provincie Noord-Holland, Provincie Fryslân, Provincie Groningen, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Wetterskip Fryslân, Waterschap Noorderzijlvest, Waterschap Hunze en Aa’s, de Waddeneilanden, de Vereniging van Waddenzeegemeenten op de vaste wal, Rijkswaterstaat Noord-Nederland, het ministerie van Infrastructuur en Milieu en het ministerie van Economische Zaken.
    Innovatieve dijken als strategie voor een veilig en aantrekkelijk Waddengebied : Samenvatting van het Deltaprogramma Waddengebied onderzoek naar innovatieve dijken
    Loon-Steensma, J.M. van; Schelfhout, H.A. ; Hattum, T. van; Smale, A. ; Gözüberk, I. ; Dijken, M. van - \ 2014
    [Den Haag] : Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Alterra-rapport 2535) - 52
    dijken - veiligheid - landschap - natuurwaarde - meervoudig gebruik - waddenzee - innovaties - dykes - safety - landscape - natural value - multiple use - wadden sea - innovations
    In opdracht van het Deltaprogramma Waddengebied zijn diverse studies uitgevoerd naar de kansen voor innovatieve dijkconcepten in het Waddengebied. Daarbij is de toepasbaarheid en effectiviteit voor de waterveiligheid verkend en is de meerwaarde voor natuur, landschap en recreatie van innovatieve dijkconcepten in het Waddengebied in beeld gebracht. In dit rapport worden de belangrijkste bevindingen uit deze studies samengevat met als doel de state of the art kennis en inzichten rond innovatieve dijkconcepten in het Waddengebied te schetsen.
    Monitoringplan Deltaprogramma Waddengebied : advies voor het toekostbestendig maken van het monitoringsysteem voor waterveilidheid in het Waddengebied
    Groot, A.V. de; Vroom, J. ; Oost, A.P. ; Burgers, G. ; Oeveren, C. van; Smith, S.R. ; Tamis, J.E. - \ 2014
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C121/14) - 128
    kustbeheer - veiligheid - dijken - klimaatverandering - waddenzee - golven - stromingen - coastal management - safety - dykes - climatic change - wadden sea - waves - currents
    Het Waddengebied krijgt de komende eeuw te maken met klimaatverandering. Naarmate de zeespiegel verder stijgt, vraagt het intergetijdengebied van de Waddenzee meer zand en onttrekt dat naar verwachting aan de buitendelta’s en de eilandkusten. Het is dan de vraag of het meegroeivermogen van het gebied voldoende is om de zeespiegelstijging bij te houden.
    Meerlaagsveiligheid in het Waddengebied : mogelijke maatregelen in ruimtelijke inrichting en rampenbestrijding met het oog op klimaatverandering
    Klostermann, J.E.M. ; Spijkerman, A. ; Vreugdenhil, H. ; Massop, H.T.L. ; Timmerman, J.G. ; Jaspers, A.M.J. ; Maaskant, B. - \ 2014
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2541) - 129
    regionale planning - hoogwaterbeheersing - inundatie - rampen - waddenzee - veiligheid - wadden - nederlandse waddeneilanden - groningen - friesland - regional planning - flood control - flooding - disasters - wadden sea - safety - tidal flats - dutch wadden islands - groningen - friesland
    In het Nationaal Waterplan is het concept van meerlaagsveiligheid geïntroduceerd voor een duurzaam waterveiligheidsbeleid. Binnen het concept meerlaagsveiligheid worden drie lagen onderscheiden: preventie van overstromingen, duurzame ruimtelijke inrichting en rampenbeheersing. We passen dit concept toe op de vastelandskust van Friesland en Groningen, oftewel ‘Dijkring 6’, en voor de Waddeneilanden. Tweedelaags maatregelen zijn niet rendabel als ze in grote gebieden worden toegepast omdat het vrijwel altijd goedkoper is om de eerstelaags veiligheid verder te verbeteren. Waar tweedelaags maatregelen wel rendabel kunnen zijn: 1) In buitendijkse gebieden waar geen eerstelaags maatregelen mogelijk zijn is het zeker zinvol om naar tweedelaags maatregelen te zoeken: 2) Omdat de Eemsdelta vrijwel geen weerstand kan bieden aan een overstroming kan daar een tweede laag worden overwogen, vooral als die te combineren is met andere functies dan alleen veiligheid: 3) Onderdelen van vitale infrastructuur in een gebied met grote overstromingsrisico’s zouden extra beschermd kunnen worden om een cascade van rampen te voorkomen; voor het Waddengebied zijn dat de gasinstallaties in de Eemsdelta. Derdelaags maatregelen zijn in alle gevallen waardevol en kunnen in het Waddengebied zeker verder geoptimaliseerd worden. Voor de eilanden is een extra inspanning nodig in de derdelaags veiligheid.
    Monitoren doe je samen - de meerwaarde van participatieve monitoring
    Breman, B.C. ; Groot, M. de; Ottow, B. ; Rip, W. - \ 2014
    H2O online (2014)20 juli.
    waterbeheer - veiligheid - monitoring - participatie - peilbeheer - water management - safety - monitoring - participation - water level management
    2014Adaptief vermogen wordt steeds belangrijker voor het waterbeheer in Nederland. Bij alle betrokken partijen is vertrouwen in elkaar, lerend vermogen en toegang tot informatie daarvoor essentieel. Participatieve monitoring draagt bij aan het adaptief vermogen doordat belanghebbenden actief worden betrokken bij het ontwerpen van monitoringprogramma’s, het verzamelen van data en/of het interpreteren en gebruiken van de resultaten. ¿In dit artikel gaan we in op de ervaringen met participatieve monitoring in het project Flexpeil en staan we stil bij de mogelijkheden en valkuilen van een dergelijke benadering.
    Water en natuur: een mooi koppel! : onderzoek naar de succesfactoren, belemmeringen en kansen voor het meekoppelen van water- en natuuropgaven
    Hattum, T. van; Kwakernaak, C. ; Tol-Leenders, T.P. van; Roelsma, J. ; Broekmeyer, M.E.A. ; Schmidt, A.M. ; Hartgers, E.M. ; Nysingh, S.L. - \ 2014
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2533) - 69
    waterbeleid - veiligheid - natuurbeleid - watervoorziening - wateropslag - natura 2000 - klimaatverandering - gebiedsontwikkeling - regionale planning - water policy - safety - nature conservation policy - water supply - water storage - natura 2000 - climatic change - area development - regional planning
    Nederland staat de komende jaren voor forse opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwatervoorziening, waterkwaliteit en natuur. Daarbij is het belangrijk bij deze investeringen ambities te laten ‘meekoppelen’ om zo meer maatschappelijk rendement te halen. In opdracht van het ministerie van Economische Zaken heeft Alterra een onderzoek uitgevoerd naar de succesfactoren en belemmeringen van het mee-koppelen van water- en natuuropgaven. Op basis van interviews met diverse vertegenwoordigers van rijksoverheid, provincies, waterschappen, bedrijfsleven en natuurorganisaties zijn de belangrijkste succesfactoren en belemmeringen in beeld gebracht, die zijn vertaald naar aanbevelingen om het meekoppelen van water- en natuuropgaven te stimuleren.
    Baten innovatieve dijkconcepten in het Waddengebied
    Loon-Steensma, J.M. van; Henkens, R.J.H.G. ; Groot, A.V. de - \ 2014
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2529) - 84
    dijken - biodiversiteit - veiligheid - natuurwaarde - recreatie - kosten-batenanalyse - noord-nederland - waddenzee - ecosysteemdiensten - dykes - biodiversity - safety - natural value - recreation - cost benefit analysis - north netherlands - wadden sea - ecosystem services
    In dit rapport worden de generieke baten van de kansrijke innovatieve dijken beschreven, en worden voor de dijkvakken langs de Waddenkust voor zover mogelijk nadere specificaties omtrent de mogelijke baten gegeven. Samen met deskundigen uit de kenniswereld en uit de regio is een relevante set criteria opgesteld waarmee deze generieke baten kunnen worden geïdentificeerd. Wat de baten in het Waddengebied betreft, gaat het vooral om de effecten op de omgeving (nadruk op natuur en landschap). Veel effecten zijn afhankelijk van de uitvoering van de innovatieve dijk, bijvoorbeeld of er landwaarts of zeewaarts wordt versterkt en hoe de dijk of het omliggende gebied worden ingericht. Zeewaarts versterken levert een vermindering van de oppervlakte van een habitattype op, maar kan ook tot nieuw, ander habitat leiden. Landwaarts versterken kan leiden tot verlies aan landbouwgrond.
    Safety and efficacy of iron supplementation in pregnant Kenyan women
    Mwangi, M.N. - \ 2014
    Wageningen University. Promotor(en): Huub Savelkoul; A.M. Prentice, co-promotor(en): Hans Verhoef. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789461739209 - 220
    ijzer - minerale supplementen - veiligheid - risicoschatting - werkzaamheid - zwangerschap - kenya - iron - mineral supplements - safety - risk assessment - efficacy - pregnancy - kenya

    Since the British doctor Ronald Ross received the 1902 Nobel Prize in medicine for his work on malaria, more people have died from the disease than all world wars combined. This is in spite of the fact that the French chemists Pierre Joseph Pelletier and Joseph Bienaimé Caventou made quinine available from as early as 1820. According to the World Health Organisation (WHO), there were about 219 million cases of malaria in 2010 and an estimated 660,000 deaths majority of which (80% of cases and 90% of deaths) were in Africa.

    Of almost two billion people who are anaemic globally, 41.8% are pregnant women. Iron supplements are used to prevent anaemia. There are concerns that iron given in high doses may increase malaria rates. Uncertainties regarding the safety of iron supplementation in malaria endemic regions were propelled by a randomized controlled trial that evaluated the effects of iron and folic acid supplementation in 32,155 children in Pemba, Tanzania. This study found that children who received iron and folic acid supplements were more likely to die or to need hospitalisation for an adverse event. At the same time, malaria is known to exacerbate anaemia; an almost inevitable consequence of malarial infection. As such, the safety of daily oral use of iron supplements by pregnant women, as a public health intervention is still not clearly established; at least not until publication of our main findings.

    This thesis assessed the effects of iron supplementation on safety indicators, and on iron status, in pregnant women and their neonates. Several preparatory activities were carried out, including a census of the population in the study area and a pilot study to check the operability of the study protocols. A main study was designed with the hypothesis that consumption of food products fortified with iron combined with intake of iron supplements especially in pregnancy, would be detrimental to the health of pregnant women and their neonates.

    The objectives of the study were: 1) to compare the presence of malarial infection in parturient women who received a combination of iron-fortified foods with iron supplements versus iron-fortified foods only; 2) to assess intervention effects on the maternal prevalence of iron deficiency anaemia at 1 month after delivery; 3) to assess intervention effects on neonatal iron stores at 1 month of age; 4) to assess the diagnostic utility of Zinc protoporphyrin (ZPP) in diagnosing iron deficiency in malaria endemic regions; 5) to identify baseline factors that are prognostic for the Non-Transferrin Bound Iron (NTBI) response to consumption of a single iron supplement; 6) to determine the factors that predict Plasmodium infection in pregnancy; 7) to identify factors associated with birth weight; 8) to develop a methodology to predict cases of low birth weight, using a single prognostic score that is based on prognostic variables collected at the second trimester of pregnancy; and 9) to develop methods for community-based flour fortification with iron.

    Most countries have enacted, or are in the process of enacting legislation for mandatory fortification of flour with iron. Thus pregnant women may receive iron from fortified foods and from universal iron supplementation programmes. This thesis provides answers to pertinent questions regarding the safety and efficacy of iron supplementation by comparing daily high-dose iron (i.e. iron-fortified foods plus iron supplements) versus low-dose iron (i.e. iron-fortified foods only) during pregnancy. The main outcome measure was the presence of maternal Plasmodium infection at birth, regardless of species. Chapter 1 is a detailed introduction of the background to the study and the design of the study.

    This thesis presents concrete evidence that iron supplementation to pregnant women in a highly malaria endemic region does not result in increased risk of malarial infection; percent difference (95%CI) = 0.0% (─9.3% to 9.3%). Programme implementers and governments in malaria endemic regions should not be held back by previous recommendations that cautioned against issuing iron supplements to pregnant women. In light of these findings, there is no need to first screen for malaria before giving iron supplements.

    Iron supplementation had major benefits for mothers and their neonates (chapter 2). The findings reported in this thesis showed a mean increase in birth weight of 143 g relative to the low-dose iron group. The effects of iron were influenced by the participants initial iron status. Correction of iron deficiency increased birth weight by 249 g, even though we cannot exclude the possibility that this may have increased malarial infection by 10%. There was no evidence that effects of iron on birth weight were influenced by intermittent preventive treatment against malaria. Iron supplementation also increased fetal growth by 0.27 SD, 95%CI: (0.04 to 0.50) probably as a result of gains in length and weight for gestation age.

    We also showed improved neonatal iron stores one month post-partum as indicated by a 17.1 % (95% CI: 2.0% to 34.3%) increase in plasma ferritin concentration in neonates of mothers who received high-dose iron compared to those who received low-dose iron. This provides more impetus to the need to offer iron supplements to pregnant women with the aim of boosting infant iron stores (chapter 2).

    ZPP was found to be of unreliable diagnostic utility when discriminating between pregnant women with and without iron deficiency in regions where chronic diseases are prevalent (chapter 3). The current conventional cut off points for whole blood ZPP e.g. >70 μmol/mol heme, can result in gross estimates of the prevalence of iron deficiency especially if the true prevalence is low.

    The appearance of non-transferrin bound iron (NTBI) in circulation after oral ingestion of iron supplements has been thought to aid the growth and multiplication of Plasmodium parasites thereby increasing malaria induced morbidity and mortality. We did not observe any increase in NTBI concentrations three hours after oral ingestion of 60 mg of ferrous fumarate (Chapter 4). We cannot exclude the possibility that iron supplementation leads to NTBI production when supplements are not consumed with food, because the lunch meal consumed by majority of our participants during the 3-hour waiting period probably contained natural compounds (phytates) that may have limited an NTBI response.

    In chapter 5 of this thesis, we aimed to develop a field friendly tool that can be used to predict asymptomatic Plasmodium infection. This was motivated by the fact that most point-of-care dipstick tests used to detect Plasmodium infection are not able to detect 100% of all the infection present yet asymptomatic infections are increasingly associated with adverse maternal and neonatal outcomes. Although many likely predictive factors were assessed individually or in combination with others, we did not succeed in developing a reliable tool that is easy to apply in resource-poor malaria endemic settings.

    In Chapter 6, we aimed to identify factors associated with birth weight and to develop a methodology to predict cases of low birth weight using a single prognostic score that is based on prognostic variables collected at the second trimester of pregnancy. Factors that were found to be independently associated with reduced birth weight were being never married, inflammation, being a girl, and iron deficiency. Being overweight was associated with increased birth weight. The results indicate that we can use variables collected rapidly and at relatively low cost and ease to identify with fair accuracy women in the second trimester of pregnancy who are at high risk of giving birth to a neonate with low birth weight.

    The various aspects of the work presented in this thesis including the implications for policy makers are discussed in chapter 7. For policy makers, the findings of this thesis are a welcome relief. The findings therein eliminate all doubt that has hitherto been associated with antenatal iron supplementation in malaria endemic areas. Most countries already have iron supplementation policies that are well aligned to the World Health Organisation policies. Efforts to widen the coverage of antenatal iron supplementation especially in malaria endemic regions should be urgently scaled up. However, the evidence provided in this thesis is only applicable to pregnant women and cannot be extrapolated to children in malaria endemic regions. For this population, the current WHO policy must be used thus before iron supplementation, children must first be screened for malaria.

    Although this thesis provides answers to key scientific questions that have hitherto baffled the scientific community, there are still research questions that can be clarified further. The effects of a high iron dose in pregnancy (as per national and international guidelines, the daily supplementation dose for pregnant women should be doubled to 120 mg iron if they are anaemic or if 6 months duration cannot be achieved in pregnancy (Chapter 2)) on maternal and neonatal outcomes need to be elucidated. Further research is needed in order to describe fully, the NTBI response to consumption different types and amounts of oral iron supplements. There is urgent need for diagnostic tools that can be used in resource-poor settings to diagnose asymptomatic infections. Further research in children is needed to provide evidence of the safety and efficacy of iron supplementation in malaria endemic regions and to assess the diagnostic performance of zinc protoporphyrin in children. In addition, since our studies suggest that screening based on Hb concentration as now practiced in many countries, is inaccurate in discriminating between women at high and low risk of delivering neonates with low birth weight, further studies are needed to identify appropriate markers and cut-off points that are suited to this purpose.

    In conclusion, this thesis has shown that there is no evidence that antenatal iron supplementation increases Plasmodium infection. Antenatal iron supplementation leads to large improvements in birth weight, fetal growth and infant iron stores, with potentially immense benefits for infant survival and health that should outweigh any possible concerns about risks of malaria. Epidemiological calculations indicate that if our results are applied to all women in developing countries in order to eliminate iron deficiency, we could avoid 3 million births with low birth weight annually and save the lives of more than half a million neonates. Scaling up universal iron supplementation in pregnancy in developing countries will generate major public health gains.

    Nadere verkenning Groene Dollard Dijk : een civieltechnische, juridische en maatschappelijke verkenning naar de haalbaarheid van een brede groene dijk en mogelijke kleiwinning uit de kwelders
    Loon-Steensma, J.M. van; Schelfhout, H.A. ; Broekmeyer, M.E.A. ; Paulissen, M.P.C.P. ; Oostenbrink, W.T. ; Smit, C. ; Cornelius, E.J. ; Jolink, E. - \ 2014
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2522) - 89
    dijken - veiligheid - landschap - kweldergronden - natuurwaarde - eems-dollard - oost-groningen - dykes - safety - landscape - salt marsh soils - natural value - eems-dollard - oost-groningen
    In dit rapport worden de mogelijkheden voor een brede groene dijk langs de Dollard nader verkend. Zo’n brede groene dijk heeft een met klei en gras bekleed flauw buitentalud dat geleidelijk over gaat in de voorliggende kwelders. Door het flauwe talud en de dikke klei laag is geen asfalt of steenbekleding nodig. Een Groene Dollard Dijk is veilig en past goed in het Waddenlandschap. Wel neemt een brede groene dijk meer ruimte in beslag en is er meer klei nodig dan voor een traditionele dijk. Dit rapport schetst de civieltechnische aspecten, de kosten en de baten van de Groene Dollard Dijk, en de juridische implicaties van de implementatie van een brede groene dijk. Ook worden de eerste bevindingen gegeven van het proces waarin met eigenaren en beheerders van de kwelders wordt gezocht naar geschikte locaties voor kleiwinning. Tenslotte worden ervaringen met het (cyclisch) winnen van klei samengevat.
    Gevoeligheidsanalyse Innovatieve Dijken Waddengebied : een verkenning naar de meest kansrijke dijkconcepen voor de Waddenkust
    Loon-Steensma, J.M. van; Schelfhout, H.A. - \ 2013
    Wageningen : Wageningen Universiteit: Alterra (Alterra-rapport 2483) - 45
    dijken - veiligheid - landschap - natuurwaarde - meervoudig gebruik - waddenzee - innovaties - dykes - safety - landscape - natural value - multiple use - wadden sea - innovations
    In dit rapport is in het kader van het Deltaprogramma Waddengebied samen met de noordelijke waterschappen verkend welke dijkconcepten het meest kansrijk zijn langs de Waddenkust. Daarbij is nagegaan hoe de verschillende innovatieve dijkconcepten op basis van hun belangrijkste kenmerken en hun effecten op de omgeving scoren op de criteria in de vergelijkingssystematiek van het Deltaprogramma. Daarbij komt naar voren dat vooral een Multifunctionele Kering en Eco-engineering oplossingen kansrijk zijn om verder te onderzoeken omdat ze hoog scoren op ‘Effecten en Kansen voor functies en waarden’. Dit geldt in het bijzonder voor de Brede Groene Dijk, maar ook voor het concept waarbij de kwelder (al of niet met een extra wal) deel uit maakt van de waterkering.
    Veiligheid van autonome voertuigen in open teelten. Wet- en regelgeving en aanbevelingen voor de veiligheid
    Heijting, S. ; Kempenaar, C. ; Nieuwenhuizen, A.T. - \ 2013
    Wageningen : PPO-PRI (PRI rapport ) - 22
    precisielandbouw - boerderij uitrusting - vollegrondsteelt - tuinbouw - veiligheid - precision agriculture - farm equipment - outdoor cropping - horticulture - safety
    Het doel van deze notitie is het in kaart brengen van de EU wet- en regelgeving betreffende de veiligheid van autonome voertuigen in open teelten en aanbevelingen te doen dienaangaande aan fabrikanten en telers. Specifieke aandacht wordt besteed aan de te ontwikkelen autonoom opererende trekker met precisiespuit voor de aardbeienteelt. Autonoom opererend wil zeggen onbemand taken vervullend en navigerend door middel van GPS. De EU richtlijnen en aanverwante literatuur zijn bestudeerd en er is met 5 deskundigen gesproken. over hun kennis, ervaring en ideeën omtrent de toepassing en veiligheid van autonome voertuigen in open teelten. Aan de hand van de uitkomsten hiervan worden aanbevelingen gedaan voor een veiligheidsprotocol.
    Waarom Deltadijken bijdragen aan een robuust systeem
    Mens, M. ; Loon-Steensma, J.M. van; Eikelboom, T. - \ 2013
    H2O online 2013 (2013)april.
    rivierafvoer - hoogwaterbeheersing - dijken - veiligheid - stabiliteit - ontwerp - systeembenadering - stream flow - flood control - dykes - safety - stability - design - systems approach
    Klimaatverandering vraagt om een klimaatbestendige gebiedsinrichting. Voor gebieden met een overstromingsrisico betekent dit vaak dat dijken moeten worden versterkt en/of verhoogd. Daarnaast komt er met Meerlaagsveiligheid meer aandacht voor ruimtelijke ordening en rampenbeheersing. Kennis voor Klimaat (KvK) onderzoekt maatregelen die het overstromingsrisico reduceren. Deze maatregelen moeten passen in een strategie voor de lange termijn, die rekening houdt met onzekerheden. De deltadijk is zo’n maatregel. Deltadijken blijken niet alleen het risico van overstromingen te reduceren, maar ook de robuustheid van een gebied voor hoge rivierafvoeren te vergroten.
    Biobouwers als optimalisatie van waterveiligheid in de Zuidwestelijke Delta
    Tangelder, M. ; Groot, A.V. de; Ysebaert, T. - \ 2013
    Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C198/13) - 68
    aquatische ecosystemen - kustbeheer - veiligheid - schaaldieren - mossels - vegetatie - flora - fauna - habitats - natuurtechniek - zuidwest-nederland - aquatic ecosystems - coastal management - safety - shellfish - mussels - vegetation - flora - fauna - habitats - ecological engineering - south-west netherlands
    Het Deltaprogramma Zuidwestelijke Delta werkt aan lange-termijn veiligheidsstrategieën voor de ZW Delta en onderzoekt de potentiële inzet van biobouwers als natuurlijke waterveiligheidsstrategie. Er is met name behoefte aan kennis over mogelijkheden voor het lokaal toepassen van biobouwers voor het optimaliseren van de waterveiligheid in de verschillende bekkens, zowel in de huidige situatie als voor mogelijke toekomst scenario’s. Deze studie onderzoekt welke biobouwers hiervoor in aanmerking komen en maakt een inschatting van de toepassingsmogelijkheden in de ZW Delta. Deze studie maakt onderdeel uit van een overkoepelende studie naar “innovatieve dijkconcepten” en is uitgevoerd binnen het Beleidsondersteunend onderzoek in het kader van EZ-programma's.
    Biobouwers als onderdeel van een kansrijke waterveiligheidsstrategie voor Deltaprogramma Waddengebied
    Groot, A.V. de; Brinkman, A.G. ; Sluis, C.J. van; Fey-Hofstede, F.E. ; Oost, A. ; Dijkman, E.M. - \ 2013
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C163A/13) - 117
    aquatische ecosystemen - klimaatverandering - kustbeheer - veiligheid - schaaldieren - mossels - vegetatie - flora - fauna - habitats - natuurtechniek - waddenzee - aquatic ecosystems - climatic change - coastal management - safety - shellfish - mussels - vegetation - flora - fauna - habitats - ecological engineering - wadden sea
    Binnen het Deltaprogramma Waddengebied wordt gezocht naar nieuwe veiligheidsstrategieën in verband met klimaatverandering en zeespiegelstijging. Deze strategieën moeten worden ingepast in het bijzondere ecosysteem van de Wadden. Er bestaan op dit moment veel ideeën over de inzet van biobouwers (ook wel ‘ecosystem engineers’ genoemd) in de waterveiligheid. Deze organismen beïnvloeden hun omgeving en kunnen mogelijk via deze natuurlijke processen bijdragen aan de waterveiligheid. Dit rapport geeft een overzicht van de biobouwers die mogelijk een bijdrage kunnen leveren aan de lange-termijn veiligheidsopgave en het meegroeivermogen van de Waddenzee met zeespiegelstijging, de orde van grootte van hun effecten en de mate van hun inzetbaarheid. De volgende biobouwers zijn onderzocht: mosselen, oesters, Ensis (schelpdierbanken), kweldervormende vegetatie, duinvormende vegetatie, diatomeeën en zeegras.
    Knelpunten in wettelijke kaders en beleid voor klimaatadaptatie in het Waddengebied
    Klostermann, J.E.M. ; Biesbroek, G.R. ; Broekmeyer, M.E.A. - \ 2013
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2452) - 60
    klimaatverandering - adaptatie - dijken - wetgeving - veiligheid - innovaties - wadden - kustgebieden - noord-nederland - climatic change - adaptation - dykes - legislation - safety - innovations - tidal flats - coastal areas - north netherlands
    Het doel van deze rapportage is het inventariseren en analyseren van de vigerende wet- en regelgeving die van invloed is op de besluitvorming rondom klimaatadaptatie in het Waddengebied, zoals nieuwe veiligheidsnormeringen voor primaire keringen en versterking van waterkeringen. In de eerste ronde is alle mogelijke wet- en regelgeving die van invloed is op de kust en zee geïnventariseerd. Daarna is de rechtsgeldige regelgeving die het meest direct van toepassing is geselecteerd en geclusterd. Van deze selectie van tien wetten is nagegaan welke inhoudelijke en procedurele knelpunten ze op zouden kunnen leveren voor innovatieve dijkconcepten. Tenslotte is een aanzet gegeven voor oplossingsrichtingen, gericht op de tijdshorizon van het Deltaprogramma. Voor alle wetten zijn oplossingen binnen de bestaande kaders mogelijk. De natuurwetgeving vormt daarop een uitzondering omdat deze belemmeringen kan opleveren die niet met zorgvuldige procedures en tijdige inhoudelijke aanpassingen kunnen worden opgelost.
    Landbouwverkeer moet en kan veiliger
    Jaarsma, C.F. ; Hoofwijk, H. ; Vries, J.R. de - \ 2013
    Verkeerskunde
    verkeer - landbouw - voertuigen - veiligheid - openbare veiligheid - motorvoertuigen - ongevallen - traffic - agriculture - vehicles - safety - public safety - motor cars - accidents
    Landbouwverkeer en verkeersveiligheid op de openbare weg staan van oudsher op gespannen voet met elkaar. De meest recente cijfers tonen een kleine afname van de dodelijke ongevallen: wie weet het begin van een trendbreuk? Ondanks het economisch belang is landbouwverkeer om uiteenlopende redenen niet populair bij wegbeheerders. Dat leidt vaak tot een insteek van 'Hier geen landbouwverkeer'. Maar ook hier zien de auteurs een trendbreuk, naar een positieve insteek: 'Daar mag landbouwverkeer wel rijden'. Auteurs gaan in op beide ontwikkelingen, aangevuld met opmerkingen over andere opties die de verkeersveiligheid met landbouwvoertuigen verbeteren, maar die buiten het direct bereik van de verkeerskundige liggen.
    Adaptief vermogen van bedrijven in buitendijks gebied : inventarisatie van strategieën voor hoog water bij buitendijks gevestigde bedrijven in het Waddengebied
    Klostermann, J.E.M. ; Koperberg, Y. ; Smale, A. ; Slager, K. - \ 2013
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-report 2444) - 154
    hoogwaterbeheersing - overstromingen - klimaatverandering - bedrijventerreinen - havens - veiligheid - risicobeheersing - groningen - friesland - waddenzee - flood control - floods - climatic change - business parks - harbours - safety - risk management - groningen - friesland - wadden sea
    Buitendijks gevestigde bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor hun veiligheid en het voorkomen van schade door een overstroming. Door klimaatverandering kan de kans op een overstroming toenemen. Daarom is in opdracht van het Deltaprogramma Waddengebied onderzoek gedaan naar de ‘vulnerability’ en ‘adaptive capacity’ van buitendijks gevestigde bedrijven. Het betreft de havens van Delfzijl, Eemshaven en Den Helder. En de veerdam Holwerd, Nes en Ballumerbocht (Ameland). In dit onderzoek is aan de bedrijven gevraagd welke strategieën ze hebben om met overstromingen om te gaan. Ook is gekeken naar de rol van de overheid en is geprobeerd de potentiële schade in buitendijkse gebieden te berekenen. Er is geen reden voor paniek. Alleen in zeer extreme gevallen zullen de buitendijkse gebieden overstromen, en in die gevallen kunnen bedrijven het zien aankomen. Bovendien beschikken veel bedrijven in de haven zelf over de middelen om te handelen in geval van een overstroming. Daarvoor is wel een betere bewustwording noodzakelijk en betere informatie. Met name in de informatievoorziening hebben de overheden een rol; ook al zijn buitendijkse bedrijven formeel zelf verantwoordelijk voor hun veiligheid. De bedrijven zelf zouden geen overstroming moeten afwachten voordat ze over dit risico gaan nadenken. Preventie is vrijwel altijd goedkoper dan de schade die een (onverwachte) overstroming oplevert.
    Deltadijken dragen bij aan ‘robuust’ systeem
    Mens, M. ; Loon-Steensma, J.M. van; Eikelboom, T. - \ 2013
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 46 (2013)4. - ISSN 0166-8439 - p. 36 - 37.
    rivierafvoer - hoogwaterbeheersing - dijken - veiligheid - stabiliteit - ontwerp - systeembenadering - stream flow - flood control - dykes - safety - stability - design - systems approach
    Verhoging en versterking van dijken is niet het enige mogelijke antwoord op extreem hoge afvoeren van rivieren. Men kan ook kijken naar de 'robuustheid' van het systeem: is een gebied als geheel - en dus niet alleen de dijk - voorbereid op het vele water? En welke rol kunnen deltadijken daarbij spelen?
    Innovatieve dijkconcepten in de Zuidwestelijke Delta
    Tangelder, M. ; Groot, A.M.E. ; Sluis, C.J. van; Loon-Steensma, J.M. van; Meurs, G. van; Schelfhout, H. ; Ysebaert, T. ; Luttik, J. ; Ellen, G. ; Eernink, N.M.L. - \ 2013
    Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C029/13) - 76
    hoogwaterbeheersing - dijken - veiligheid - ontwerp - innovaties - rapporten - natuurontwikkeling - woningen - recreatie - aquacultuur - zoutwaterlandbouw - flood control - dykes - safety - design - innovations - reports - nature development - dwellings - recreation - aquaculture - saline agriculture
    In het kader van het Deltaprogramma Zuidwestelijke Delta (DP ZWD) heeft het ministerie van Economische Zaken aan IMARES, Alterra, Wageningen University (Earth System Science Group) en Deltares gevraagd onderzoek uit te voeren naar ‘innovatieve dijkconcepten’, en daarnaast de meerwaarde en kansen te bepalen voor toepassing van deze concepten in de Zuidwestelijke Delta. Innovatieve dijkconcepten worden door het DP ZWD gezien als mogelijke maatregelen voor het optimaliseren van de huidige veiligheidsstrategie.
    Onderzoek naar brandveiligheid voor dieren in veestallen = Study regarding fire safety of barns for farm animals
    Bokma-Bakker, M.H. ; Hagen, R.R. ; Bokma, S. ; Bremmer, B. ; Ellen, H.H. ; Hopster, H. ; Neijenhuis, F. ; Vermeij, I. ; Weges, J. - \ 2012
    Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 641) - 93
    veehouderij - brandgevaar - dierenwelzijn - dierlijke productie - diergezondheid - huisvesting, dieren - stallen - branden - voorkomen van branden - veiligheid - wetgeving - Nederland - livestock farming - fire danger - animal welfare - animal production - animal health - animal housing - stalls - fires - fire prevention - safety - legislation - Netherlands
    Study regarding bottle necks in fire safety of barns for farm animals and possible improvements, inter alia in legislation.
    Zoekkaart kwelders en waterveiligheid Waddengebied : een verkenning naar locaties in het Waddengebied waar bestaande kwelders of kwelderontwikkeling mogelijk kunnen bijdragen aan waterveiligheid
    Loon-Steensma, J.M. van; Groot, A.V. de; Duin, W.E. van; Wesenbeeck, B.K. van; Smale, A.J. ; Meeuwsen, H.A.M. ; Wegman, R.M.A. - \ 2012
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2391) - 62
    kustgebieden - wetlands - natuurwaarde - kustbeheer - veiligheid - wadden - coastal areas - wetlands - natural value - coastal management - safety - tidal flats
    In dit rapport wordt een ‘Zoekkaart Kwelders en Waterveiligheid Waddengebied’ gepresenteerd. Deze zoekkaart geeft een beeld van locaties in het Waddengebied waar kwelders mogelijk kunnen bijdragen aan de waterveiligheid. Dit gaat zowel om bestaande kwelders als om het stimuleren van nieuwe kweldervorming. De zoekkaart is gebaseerd op de huidige en toekomstige waterveiligheidsopgave, de abiotische randvoorwaarden en de natuurwaarden langs de Waddenkust. Het Deltaprogramma Waddengebied wil de zoekkaart gebruiken in gebiedsbijeenkomsten, waarin samen met lokale stakeholders wordt gezocht naar geschikte waterveiligheidsstrategieën in het Waddengebied. Deze strategieën richten zich naast waterveiligheid op doelstellingen voor de natuur en de ruimtelijke kwaliteit
    Pilotstudie innovatieve dijken Lauwersoog : ervaringen meerwaardebepaling innovatieve waterkeringen voor de pilotlocatie Lauwersoog
    Loon-Steensma, J.M. van; Schelfhout, H.A. ; Eernink, N.M.L. ; Paulissen, M.P.C.P. ; Tangelder, M. - \ 2012
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2384) - 56
    dijken - hoogwaterbeheersing - veiligheid - regionale planning - landgebruik - waterbouwkunde - gebiedsgericht beleid - innovaties - lauwersmeergebied - groningen - waddenzee - dykes - flood control - safety - regional planning - land use - hydraulic engineering - integrated spatial planning policy - innovations - lauwersmeergebied - groningen - wadden sea
    Bij Lauwersoog komen een aantal functies bij elkaar: haven, visserij, toerisme, natuur, maar ook waterveiligheid. De waterkering vormt een belangrijk element in het gebied. In dit rapport worden de ervaringen met het bepalen van de meerwaarde van innovatieve waterkeringen voor de pilotlocatie Lauwersoog beschreven. Het Deltaprogramma Waddengebied wil de ervaringen in de pilotstudie gebruiken in brede gebiedsbijeenkomsten, waarin samen met lokale stakeholders wordt gezocht naar geschikte waterveiligheidsstrategieën in het Waddengebied die zich naast waterveiligheid ook richten op doelstellingen voor natuur en voor de ruimtelijke kwaliteit. Uit de pilotstudie Lauwersoog kwam naar voren dat het belangrijk is dat afwegingscriteria locatiespecifiek zijn en afgestemd zijn op de kenmerken en randvoorwaarden en de opgaven, plannen en wensen voor het gebied. Op basis van de ervaringen is de werkwijze voor het bepalen van meerwaarde geschematiseerd. Het is belangrijk dat zowel stakeholders als experts worden betrokken in het proces.
    Ik ben wel eens bij zo'n circus geweest
    Klostermann, J.E.M. ; Wiersinga, W. ; Schuiling, E. - \ 2012
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2357) - 82
    nederlandse waddeneilanden - hoogwaterbeheersing - veiligheid - zoet water - watervoorziening - governance - participatie - burgers - dutch wadden islands - flood control - safety - fresh water - water supply - governance - participation - citizens
    Dit onderzoek analyseert voor het Deltaprogramma Waddengebied de belangen en visies van diverse lokale stakeholders op veiligheid op de eilanden en de vastelandskust. Hoewel langs de vastelandskust veiligheidsproblemen moeten worden opgelost is daar weinig maatschappelijke discussie over; er zijn veel mogelijke oplossingen zoals ruimtelijke ordeningsmaatregelen, multifunctionele dijken en aanleg/behoud van kwelders. Op Texel en Vlieland spelen potentieel heftige veiligheidsdiscussies. Op Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog is geen actueel veiligheidsissue aan de orde maar daar zijn wel issues van cultuurhistorie en vrijheid versus natuurlijke dynamiek en meegroeien met de zee om de veiligheid op de lange termijn te waarborgen. Buitendijkse gebieden met problemen zijn vooral havens, kaden, pieren en veerdammen, die nu bij hoog water al in de problemen komen. Er is echter weinig discussie over en er zijn nog geen oplossingen in beeld. De zoetwatervoorziening voor de landbouw op de vastelandskust is afhankelijk van de watervoorraad in het IJsselmeer. De drinkwatervoorziening op de eilanden is nu al een lastige taak voor de drinkwaterbedrijven. Nieuwe ideeën om aan de drinkwatervraag te voldoen zijn o.a. het zoete water gaan gebruiken dat het waterschap uitslaat naar zee, en met techniek de watervraag naar beneden brengen. Het vervolg van de participatiestrategie voor het Deltaprogramma Wadden kan uit de volgende onderdelen bestaan: Expertise betrekken, netwerk uitbouwen en transparantie en openheid bieden.
    EMM ontology on GMOs : customization of MedISys for the monitoring of GMOs without positive safety assessment
    Prins, T.W. ; Top, J.L. ; Kok, E.J. ; Marvin, H.J.P. - \ 2012
    Wageningen : RIKILT Wageningen UR (RIKILT report 2010.016) - 33
    genetisch gemanipuleerde organismen - veiligheid - voedingsmiddelenwetgeving - milieu - laboratoriummethoden - analytische methoden - informatiediensten - genetically engineered organisms - safety - food legislation - environment - laboratory methods - analytical methods - information services
    The Europe Media Monitor (EMM) is a news gathering engine which is operated by the Joint Research Centre (JRC). EMM analyses news items published on the WWW, extracts relevant information, aggregates the collected information, issues alerts, and produces visual presentations of the information collected. Within the framework of the present study, we have analysed the potential of EMM to find and collect information on the WWW on GMOs that have not yet been assessed for their food/feed and environmental safety. Furthermore, we have analysed the current EMM GMO filters to see whether it is possible to improve their performance.
    Verkenning innovatieve dijken in het Waddengebied : een verkenning naar de mogelijkheden voor innovatieve dijken in het Waddengebied
    Loon-Steensma, J.M. van; Schelfhout, H. ; Eernink, N.M.L. ; Paulissen, M.P.C.P. - \ 2012
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2294) - 104
    dijken - ontwerp - veiligheid - innovaties - noord-nederland - waddenzee - nederlandse waddeneilanden - dykes - design - safety - innovations - north netherlands - wadden sea - dutch wadden islands
    In dit rapport wordt een overzicht gegeven van innovatieve dijkconcepten. Op basis daarvan is in nauwe samenwerking met vertegenwoordigers van de vier Noordelijke waterschappen nagegaan op welke dijktrajecten langs de Waddenzee innovatieve dijkconcepten mogelijk zijn. Innovatieve dijkconcepten kunnen goedkoper zijn, beter passen in het landschap, nieuwe kansen bieden voor het Waddengebied, beter tegemoet komen aan de internationale status van de Waddenzee als belangrijk natuurgebied en ook robuuster zijn en daarmee beter beschermen tegen de effecten van klimaatverandering. In de verkenning zijn ook de bouwstenen geschetst van een methode voor het bepalen van de meerwaarde van innovatieve dijkconcepten ten opzichte van de huidige dijk. Deze verkenning is verricht in opdracht van het Deltaprogramma Waddengebied en vormt een stap in het verkennen van geschikte waterveiligheidsstrategieën in het Waddengebied die zich naast waterveiligheid richten op doelstellingen voor natuur en ruimtelijke kwaliteit.
    Normering van de belastingsituatie droogte : een gestandaardiseerde methode om periodes van droogte en natheid weer te geven
    Oostindie, K. ; Wesseling, J.G. ; Ritsema, C.J. - \ 2011
    Amersfoort : Stowa (Stowa rapporten ork 2011-w05) - ISBN 9789057735271 - 43
    dijken - neerslag - evaporatie - modellen - berekening - veiligheid - testen - droogte - belasting (loads) - dykes - precipitation - evaporation - models - calculation - safety - testing - drought - loads
    Deze studie naar het normeren van de situatie ‘langdurige droogte’ is uitgevoerd als onderdeel van de samenstelling van het Addendum op de Leidraad Toets op Veiligheid Regionale Waterkeringen betreffende de boezemkaden.
    Are Dutch water safety Institutions prepared for climate change?
    Brink, M.A. van den; Termeer, C.J.A.M. ; Meijerink, S. - \ 2011
    Journal of Water and Climate Change 2 (2011)4. - ISSN 2040-2244 - p. 272 - 287.
    waterbeleid - hoogwaterbeheersing - veiligheid - klimaatadaptatie - water policy - flood control - safety - climate adaptation - management - perspective - adaptation - governance - resources - leadership
    For the water sector, adapting to the effects of climate change is a highly complex issue. Due to its geographical position, The Netherlands is vulnerable to sea level rise, increasing river discharges and increasing salt intrusion. Th is paper deals with the question of to what extent the historically developed Dutch water safety institutions have the capacity to cope with the ‘new’ challenges of climate change. The Adaptive Capacity Wheel provides the methodological framework. The analysis focuses on three recent and major planning practices in the Dutch water safety domain: the development and implementation of the Room for the River project, the introduction of the flood risk approach and the introduction of the Second Delta Plan. The results show that Dutch water safety institutions enable climate change adaptation, but to a limited extent. They face five institutional weaknesses that may cause risks in particular in the long term. The paper concludes that for The Netherlands to be prepared for climate change, it is necessary to build capacity to improvise, to invest in and create room for collaborative leaders, and to find ways to generate financial resources for long-term innovative measures. Key words: adaptive capacity, climate adaptation, institutions, the Netherlands, water safety
    Improving the probability distribution of the change in extreme river flows due to climate change
    Pelt, S.C. van; Hurk, B.J.J.M. van den; Buisband, T.A. ; Beersma, J.J. ; Kabat, P. - \ 2011
    Geophysical Research Abstracts 13 (2011). - ISSN 1029-7006 - p. EGU2011 - 9106.
    rijn - afvoer - onzekerheidsanalyse - modellen - klimaatverandering - veiligheid - river rhine - discharge - uncertainty analysis - models - climatic change - safety
    Probability estimates of the future change of an extreme flood event are often based on a small number of available GCM or RCM projections. This limits the possibilities to assess extreme flood risks. A relatively simple method has been developed to create a wider statistical distribution for probabilistic risk management.
    Kweldervorming langs de Terschellinger Waddendijk : een verkenning naar kansen, beperkingen en vragen rond kweldervorming langs de Waddendijk e.o. van Terschelling
    Loon-Steensma, J.M. van - \ 2011
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2172) - 88
    kweldergronden - wetlands - geologische sedimentatie - ecologisch herstel - natura 2000 - nederlandse waddeneilanden - friesland - veiligheid - klimaatverandering - hoogwaterbeheersing - salt marsh soils - wetlands - geological sedimentation - ecological restoration - natura 2000 - dutch wadden islands - friesland - safety - climatic change - flood control
    Dit rapport betreft een verkenning naar kansen, beperkingen en vragen rond kwelderherstel langs de Waddendijk van Terschelling. Voor de Waddendijk bevinden zich enkele kwelderrestanten die in het verleden niet zijn bedijkt maar wel zijn gebruikt voor beweiding. Het gebied is aangewezen als Natura 2000 Vogel- en Habitatrichtlijngebied ‘Wadden’. Kwelders kunnen vanwege hun golfremmende werking bijdragen aan de waterveiligheid. De kwelders slaan langzaam af maar er is belangstelling om de kwelders te herstellen. De verkenning is uitgevoerd in opdracht van gemeente Terschelling, Wetterskip Fryslân, provincie Fryslân en Dienst Landelijk Gebied. De plekken waar nog kwelderrestanten zijn of waar die vroeger waren lijken het meest kansrijk voor kweldervorming omdat ze nog steeds ondiep zijn en er hier ook argumenten zijn voor kwelderherstel vanuit cultuurhistorisch perspectief.
    Maeslantkering/Europortkering I: kwaliteit graszode en erosiebestendigheid : Deelonderzoek binnen de opdracht 'Toetsing verbindende waterkeringen'
    Schaffers, A.P. ; Frissel, J.Y. ; Adrichem, M.H.C. van; Paulissen, M.P.C.P. - \ 2010
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1995) - 38
    dijken - graslanden - kwaliteit - veiligheid - erosiegevoeligheid - kanalen - hoogwaterbeheersing - hydraulische systemen - zuid-holland - dykes - grasslands - quality - safety - erodibility - canals - flood control - hydraulic structures - zuid-holland
    Dit rapport geeft de bevindingen weer van het onderzoek naar de kwaliteit van de graszode en de erosiebestendigheid van de klei op de Maeslantkering / Europoortkering I, vallend onder Rijkswaterstaat Zuid-Holland. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de vijfjaarlijkse toetsing volgens het ‘Voorschrift Toetsen op Veiligheid’ (VTV 2006) en maakte deel uit van een breder civieltechnisch onderzoek door Witteveen+Bos: ‘Toetsing Verbindende Waterkeringen’. Het hier beschreven onderzoek is in drie fasen uitgevoerd: een algemene inspectie van de veldsituatie in maart, een bemonstering van de klei plus laboratoriumanalyse op 9 locaties, en een analyse van de vegetatiesamenstelling op 30 locaties in mei. De resultaten worden gepresenteerd vanuit het oog¬punt van de veiligheid van de waterkering en per locatie wordt een kwaliteitsoordeel volgens VTV criteria gegeven. Op grond van de conclusies worden aanbevelingen voor het beheer gedaan.
    Communicatie en participatie voor het Deltaprogramma Wadden : stakeholderanalyse en advies voor een communicatie-participatiestategie van het Deltaprogramma Wadden
    Klostermann, J.E.M. ; Arnouts, R.C.M. ; Groot, A.M.E. ; Groot, M. de; Rooij, S.A.M. van - \ 2010
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2036) - 96
    natuurbescherming - communicatie - participatie - sociale participatie - veiligheid - nederland - natuur - natuurontwikkeling - natuurbeheer - openbare veiligheid - waddenzee - nature conservation - communication - participation - social participation - safety - netherlands - nature - nature development - nature management - public safety - wadden sea
    Dit rapport beschrijft hoe de maatschappelijke participatie en communicatie vorm kan worden gegeven in het Deltaprogramma Wadden. In het Deltaprogramma worden de lijnen uitgezet voor veiligheid op de lange termijn. In de Wadden is daarbij de natuurontwikkeling van belang. De studie is uitgevoerd in opdracht van de regionale stuurgroep Deltaprogramma Wadden. Er is een stakeholderanalyse uitgevoerd op basis van informatie op het internet. Er wordt een begrippenkader voor participatie en communicatie uiteengezet. Daarna wordt een voorstel gedaan voor een communicatie- en participatiestrategie die is toegespitst op de doelstellingen van het Deltadeelprogramma Wadden. Tenslotte worden aanbevelingen gedaan voor vervolgonderzoek.
    Klimaatdijk in de praktijk: Gebiedsspecifiek onderzoek naar nieuwe klimaatbestendige dijkverbeteringsalternatieven langs de Nederrijn en Lek
    Moel, H. de; Beijersbergen, J. ; Berg, F. van den; Goei, J. de; Koch, R.C. de; Koelewijn, A.R. ; Loon-Steensma, J.M. van; Molenaar, I.M. ; Steenbergen-Kajabová, J. ; Schelfhout, H. ; Versluis, S. ; Zantinge, A.M. - \ 2010
    Utrecht : Klimaat voor Ruimte (KvK rapport 019/2010) - ISBN 9789490070182 - 174
    dijken - onderhoud - veiligheid - hoogwaterbeheersing - klimaatverandering - rivierengebied - dykes - maintenance - safety - flood control - climatic change - rivierengebied
    Momenteel worden op vele locaties in het Nederlandse rivierengebied de dijken versterkt om mensen en kapitaal in het achterliggende gebied te beschermen. Deze dijkversterkingen lijken bijna een continu proces te zijn, in gang gehouden door veranderende inzichten, randvoorwaarden en omstandigheden. Klimaatverandering heeft de potentie om ervoor te zorgen dat dijken in de toekomst opnieuw moeten worden versterkt vanwege veranderingen in hydraulische omstandigheden. Het waterschap Rivierenland wil zoveel mogelijk voorkomen dat tracés die nu versterkt worden in de nabije toekomst opnieuw moeten worden versterkt om zo dubbel werk en overlast voor de bewoners te voorkomen. Op plaatsen waar nu dijkversterkingen zijn gepland wil het waterschap deze graag zo robuust uitvoeren, dat versterking lange tijd kan worden uitgesteld, zelfs onder veranderende omstandigheden vanwege klimaatverandering.
    Hollandsche IJsselkering: kwaliteit graszode en erosiebestendigheid : Deelonderzoek binnen de opdracht 'Toetsing verbindende waterkeringen'
    Schaffers, A.P. ; Frissel, J.Y. ; Adrichem, M.H.C. van; Paulissen, M.P.C.P. - \ 2010
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1996) - 34
    dijken - graslanden - kwaliteit - veiligheid - erosiegevoeligheid - rivieren - zuid-holland - dykes - grasslands - quality - safety - erodibility - rivers - zuid-holland
    Dit rapport geeft de bevindingen weer van het onderzoek naar de kwaliteit van de graszode en de erosiebestendigheid van de klei op de Hollandsche IJsselkering bij Capelle aan den IJssel, vallend onder Rijkswaterstaat Zuid-Holland. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de vijfjaarlijkse toetsing volgens het ‘Voorschrift Toetsen op Veiligheid’ (VTV 2006) en maakte deel uit van een breder civieltechnisch onderzoek door Witteveen+Bos: ‘Toetsing Verbindende Waterkeringen’. Het hier beschreven onderzoek is in drie fasen uitgevoerd: een algemene inspectie van de veldsituatie in maart, een bemonstering van de klei plus laboratoriumanalyse op 3 locaties, en een analyse van de vegetatiesamenstelling op 6 locaties in mei. De resultaten worden ge¬presenteerd vanuit het oogpunt van de veiligheid van de waterkering en per locatie wordt een kwaliteitsoordeel volgens VTV criteria gegeven. Op grond van de conclusies worden aanbevelingen voor het beheer gedaan
    Seizoensverloop in de doorworteling van dijkgrasland – VTV-toetsing buiten het winterseizoen nader bekeken
    Schaffers, A.P. ; Frissel, J.Y. ; Adrichem, M.H.C. van; Huiskes, H.P.J. - \ 2010
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2014) - 60
    graslanden - dijken - beworteling - erosiegevoeligheid - erosie - vegetatie - seizoenen - veiligheid - nederland - grasslands - dykes - rooting - erodibility - erosion - vegetation - seasons - safety - netherlands
    Dit rapport geeft de bevindingen weer van een studie naar het seizoensverloop in de doorworteling van dijkgrasland. Het seizoen blijkt van invloed te zijn op de doorworteling van de zode van dijkgrasland zoals die met de gangbare handmethode in het veld wordt vastgesteld ten behoeve van de wettelijk verplichte toetsing volgens het Voorschrift Toetsen op Veiligheid (VTV).
    Instabiliteit van iepen (2)
    Kopinga, J. - \ 2009
    Bomen, het vakblad voor de boomverzorging 2009 (2009)10. - p. 4 - 7.
    straatbomen - ulmus - wortels - incompatibiliteit - veiligheid - plantmateriaal - beworteling - kwaliteitscontroles - street trees - ulmus - roots - incompatibility - safety - planting stock - rooting - quality controls
    Dit artikel is het tweede in een serie van drie over (herkenning van) instabiliteit van iepen ten gevolge van uitgestelde onverenigbaarheid. Het is gebaseerd op een studie die de schrijvers opstelden in opdracht van de Intergemeentelijke Studiegroep Boomverzorging. In dit tweede deel worden voorstellen gedaan om het gangbare VTA-protocol aan te scherpen, op basis van de ervaringen uit diverse (boombiologische) achtergrondstudies en met reeksen trekproeven uit de afgelopen jaren.
    Hulp bij bestrijding van plagen Natuurlijke vijanden op de boomkwekerij
    Smits, A.P. ; Blok, J.J. de; Kuik, A.J. van; Hiemstra, J.A. - \ 2009
    Lisse : PPO Bloembollen en Bomen
    boomkwekerijen - gewasbescherming - plaagbestrijding met natuurlijke vijanden - informatieverspreiding - werkorganisatie - veiligheid - forest nurseries - plant protection - augmentation - diffusion of information - organization of work - safety
    Deze brochure geeft praktische tips om zelf aan de slag te gaan met natuurlijke vijanden. Natuurlijke vijanden zijn nuttige dieren die kunnen bijdragen aan betere werkomstandigheden op de kwekerij. Door het bestrijden van plagen kunnen deze dieren zorgen dat er minder chemische bestrijding nodig is, bovendien wordt de kans dat een plaag plotseling uit de hand loopt verkleind. Veel boomkwekers zijn u al voorgegaan en hebben er baat bij
    Veiligheid en beveiliging van offshore Windturbineparken Integrale veiligheidsstudie
    Dalfsen, J.A. van; Tamis, J.E. ; Wal, J.T. van der; Blankendaal, V.G. ; Spruijt, M.P.N. ; Logtenberg, Th. ; Kleijweg, J.C.M. ; Heijden, W.F.M. ; Sluijs, Q. ; Folkers, L. ; Leemans, E. - \ 2009
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C072/09) - 97
    offshore - windmolens - windenergie - mariene constructies - risicoschatting - scenario-analyse - gevaren - veiligheid - offshore - windmills - wind power - marine structures - risk assessment - scenario analysis - hazards - safety
    Dit rapport geeft de bevindingen weer van een integrale studie naar de veiligheidsaspecten rond de realisatie van (meerdere) offshore windturbineparken op het Nederlandse deel van de Noordzee. Het onderzoek is geïnitieerd in het kader van het onderzoeksprogramma We@Sea. Offshore windturbineparken beïnvloeden de veiligheid op zee b.v. doordat ze ruimte innemen die voorheen vrij gebruikt konden worden door scheepvaart en visserij. Door verdringing treedt verdichting op van het scheepvaartverkeer rondom het windturbinepark en het ingenomen gebied wordt onbereikbaar voor vissers. Daarnaast zijn de windturbines objecten waarmee schepen in aanvaring kunnen komen b.v. wanneer zij op drift raken. De gevaren in deze zijn wederzijds, zowel de windturbines kunnen schade oplopen door zo’n gebeurtenis, maar ook de schepen kunnen beschadigd raken. In het geval dat het schip een milieugevaarlijke lading b.v. chemicaliën of olie vervoert, dreigt er tevens gevaar voor het milieu.
    Klimop 3, Beheer
    Kopinga, J. - \ 2009
    Bomen, het vakblad voor de boomverzorging 2009 (2009)8. - p. 4 - 7.
    hedera - onderhoud - veiligheid - takken - openbaar groen - groenbeheer - boomverzorging - hedera - maintenance - safety - branches - public green areas - management of urban green areas - tree care
    Dit artikel is het derde en laatste in een serie over de toepassing en het beheer van de klimop. Het is gebaseerd op het rapport Klimop in het stedelijk groen, dat schrijver dezes opstelde op verzoek van stadsdeel Amsterdam-Noord. Dit derde deel gaat over beheertechnische problemen die zijn te verwachten, en de vraag welke inspanningen daarbij acceptabel zijn.
    San Francisco Bay: Preparing for the next level
    Pelt, S.C. van; Moors, E.J. - \ 2009
    Wageningen : Arcadis, Deltares en Alterra - 57
    klimaatverandering - waterbeheer - kustgebieden - veiligheid - internationale samenwerking - californië - nederland - zeespiegelschommelingen - golven - climatic change - water management - coastal areas - safety - international cooperation - california - netherlands - sea level fluctuations - waves
    This report provides new insights on the impacts climate change poses on San Francisco Bay, the opportunities this challenge brings and some potential guidelines on how to move forward, as the Bay Area continues to position itself in leading the way nationally and internationally on climate change adaptation. This report is also a landmark in the cooperation between the Netherlands and California on climate change adaptation. A team of professionals from both sides of the ocean has worked on this project
    Klimaatverandering en het Waddengebied
    Kabat, P. ; Jacobs, C.M.J. ; Hutjes, R.W.A. ; Hazeleger, W. ; Engelmoer, M. - \ 2009
    Leeuwarden : De Waddenacademie KNAW (Position paper klimaat en water 2009-06) - ISBN 9789490289089 - 89
    klimaat - klimaatverandering - morfologie - ecologie - veiligheid - waddenzee - wadden - zeeniveau - climate - climatic change - morphology - ecology - safety - wadden sea - tidal flats - sea level
    Voor een goed begrip van de klimaatverandering in het waddengebied is kennisontwikkeling noodzakelijk rond een viertal thema’s. Allereerst zijn nadere studies gewenst naar regionale, natuurlijke emissies van broeikasgassen, waarvan Duitse gegevens laten zien dat deze zeer significant kunnen zijn ten opzichte van de antropogene emissies van bijvoorbeeld methaan. Hoe kunnen de bijbehorende processen worden verklaard? Voor een volledig begrip moeten dergelijke studies gekoppeld worden aan die van primaire productie en decompositie in het ecologisch systeem en aan het netto transport door getijdenstromen naar de Noordzee. Dit moet ons in staat stellen beter in te schatten hoe het beheer van rivieren, de kustzone en de denzee deze emissies (onbedoeld) kan beïnvloeden. Daarnaast kan de waddenkustzone een hotspot worden voor toekomstige duurzame energieopwekking, waarvan de uitwerking terdege rekening moet houden met de natuurwaarden van het gebied. Onderzoek in dit spanningsveld is nodig. Integrale analyses van systemen én processen zijn cruciaal. Klimaatverandering en zeespiegelstijging bieden, naast dat ze een bedreiging vormen, juist ook uitgelezen kansen voor zowel natuur, landbouw maar ook andere sectoren. Wellicht zijn nieuwe functiecombinaties mogelijk zodat maatregelen een gunstige uitwerking hebben op meer dan één sector. Creatieve ideeën moeten worden doorgerekend op integrale effecten op de toekomstige situatie
    Hoogwaterveiligheid in Nederland: speeltuin voor transitiemanagers?
    Warner, J.F. ; Roth, D. - \ 2009
    In: Governance in de groen-blauwe ruimte. Handelingsperspectieven voor landbouw, landschap en water / Breeman, G., Goverde, G., Termeer, K., Assen : Van Gorcum - ISBN 9789023245216 - p. 170 - 187.
    hoogwaterbeheersing - veiligheid - besluitvorming - projecten - overheidsbeleid - governance - flood control - safety - decision making - projects - government policy
    De Nederlandse watersector lijkt noch in zijn historie, noch in het heden ondubbelzinnig in een 'van government naar governance'-kader te passen. Al wordt nu meer geëxperimenteerd met decentraal bestuur, met publiek-private projecten en burgerparticipatie dan voorheen, waar het grote projecten betreft blijken nationale actoren moeilijk afstand te kunnen doen van het veiligheidsprimaat
    De balans opgemaakt
    Vlist, M.J. van der; Hidding, M.C. - \ 2009
    In: Ruimte en water; Planningsperspectieven voor de Nederlandse delta Den Haag : SDU Uitgevers B.V. (Planologie; reeks over planning en beleid van de fysieke leefomgeving 5; editie 2009) - ISBN 9789012131285 - p. 269 - 284.
    waterbeheer - veiligheid - gebruik van ruimte - ruimtelijke ordening - hoogwaterbeheersing - participatie - rivieren - waterbeleid - water management - safety - space utilization - physical planning - flood control - participation - rivers - water policy
    Bij het verschijnen van de eerste druk van dit boek eind 2003, stond de relatie tussen ruimte en water al volop in de aandacht, zowel in de ruimtelijke ordening als in het waterbeheer. Recente gevallen van extreme wateroverlast in binnen- en buitenland, maar ook de gevolgen van extreme droogte in eigen land hadden daar flink aan bijgedragen. Te denken valt aan de extreem hoge waterstanden in de rivieren in 1995, die aanleiding waren tot evacuatie van bewoners van het rivierengebied, en de plotselingen dijkverschuiving bij het Utrechtse Wilnis in 2003 gedurende een extreem droge periode. Beide kunnen als 'shock-events' worden getypeerd, die aanleiding gaven tot het zoeken naar nieuwe strategieën in het waterbeheer ( zie ook hoofdstuk 12). Bij het uitkomen van de tweede druk in 2009 heeft het thema nog niets aan actualiteit ingeboet. Integendeel zelfs: klimaatverandering is mede door de zendingsarbeid van Al Gore wereldwijd tot een hot item uitgegroeid. In het beleid wordt intussen al ruimschoots geanticipeerd op gevolgen van klimaatverandering.In dit verband is het belangwekkend dat er intussen de nodige bruggen zijn geslagen tussen ruimtelijke ordening en het waterbeheer. In dit slothoofdstuk wordt aandacht besteed aan de inmiddels regulier geworden praktijken in zowel de ruimtelijke ordening als het waterbeheer, als aan praktijken in ontwikkeling, daarbij in belangrijke mate steunend op wat in eerdere hoofdstukken ter sprake kwam. De praktijken in ontwikkeling zijn onder 3 noemers gevat: ruimte en water in nieuwe waterveiligheidsarrangementen; participatie in het waterbeheer, nut en noodzaak; en gebiedsgerichte benaderingen in het waterbeheer
    Veiligheid beter verankeren in ruimtelijke plannen
    Neuvel, J.M.M. ; Schaijk, A. - \ 2009
    ROM : maandblad voor ruimtelijke ontwikkeling 27 (2009)4. - ISSN 1571-0122 - p. 32 - 33.
    rampen - controle - veiligheid - ruimtelijke ordening - overheidsbeleid - consultancy - maatregelen - risicobeheersing - gebiedsontwikkeling - verantwoordelijkheid - gemeenten - disasters - control - safety - physical planning - government policy - consultancy - measures - risk management - area development - responsibility - municipalities
    De ruimtelijke planner kan een forse bijdrage leveren aan het vergroten van de mogelijkheden voor rampenbeheersing en dus aan een duurzame en veilige ruimtelijke inrichting. De regionale brandweer adviseert de ruimtelijke planners hierbij, maar tot op heden werken veiligheidsadviezen van de brandweer slechts marginaal door in bestemmingsplannen, blijkt uit onderzoek van Wageningen Universiteit
    Gewas- en teeltbeschrijving van suikerbiet, maïs en aardappel in relatie tot verspreiding van genetisch materiaal. Mate van verspreiding van genetisch materiaal in de landbouwpraktijk naar andere rassen, verwante soorten of naar het milieu
    Brink, L. van den; Bus, C.B. ; Groten, J.A.M. ; Lotz, L.A.P. ; Timmer, R.D. ; Wiel, C.C.M. van de - \ 2008
    Lelystad : PPO AGV (PPO nr. 3250099300) - 52
    suikerbieten - aardappelen - maïs - genetische modificatie - transgene planten - teelt - milieubeleid - veiligheid - bioveiligheid - verspreiding - sugarbeet - potatoes - maize - genetic engineering - transgenic plants - cultivation - environmental policy - safety - biosafety - dispersal
    Bij een milieuveiligheidsbeoordeling van genetisch gemodificeerde planten (GGP's) moet nagegaan worden of er als gevolg van het gebruik van GGP's schadelijke effecten kunnen optreden voor mens en milieu. Dit gebeurt aan de hand van een risicoanalyse. Hierbij wordt o.a. op basis van de eigenschappen van het gewas en de wijze waarop de teelt in de praktijk wordt uitgevoerd nagegaan in welke mate genetisch materiaal verspreid kan worden. In dit rapport wordt voor de gewassen suierbieten, aardappelen en maïs een beschrijving gegeven van de teelt in relatie tot verspreiding van genetisch materiaal naar andere rassen of verwante soorten. Ook de kans op het zich kunnen ontwikkelen van verwilderde populaties is hierin meegenomen
    Aandacht voor veiligheid
    Aerts, J. ; Sprong, T. ; Bannink, B. ; Bessembinder, J. ; Koomen, E. ; Jacobs, Ch ; Hoeven, N. van der; Huitema, D. ; Klooster, S. van 't; Veraart, J.A. ; Walraven, A. ; Jonkman, S.N. ; Maaskant, B. ; Bouwer, L.M. ; Bruijn, K. de; Oosterveld, E. ; Schuurman, H. ; Peters, K. ; Ottevanger, W. ; Immerzeel, W. ; Droogers, P. ; Kwadijk, J. ; Kind, J. ; Voogt, L. ; Klis, H. van der; Dellink, R. ; Affolter, F. ; Bubeck, Ph. ; Meulen, M. van der; Lange, G. de; Bregman, B. ; Brink, H. van den; Buiteveld, H. ; Drijfhout, S. ; Feijt, A. ; Hazeleger, W. ; Hurk, B.J.J.M. van den; Katsman, C. ; Kattenberg, A. ; Lenderink, G. ; Meijgaard, E. van; Siegmund, P. ; Wit, M. de; Naples, M. - \ 2008
    rotterdam : AVV (Rapport / Leven met Water 009/2008) - ISBN 9789088150043 - 196
    waterbeheer - klimaatverandering - veiligheid - kustgebieden - inundatie - infrastructuur - beleid - nederland - water management - climatic change - safety - coastal areas - flooding - infrastructure - policy - netherlands
    De komende decennia worden er tussen de 500.000 en 1.500.000 woningen gebouwd waarvan een groot deel in laag Nederland. Deze studie laat zien dat door deze woningen overstromingsbestendig te bouwen schadereductie mogelijk is. Het schaderisico wordt dan nog eens een factor 2 minder als naast een Business as Usual variant nieuwbouwwoningen worden opgehoogd tot +5 m NAP. De kosten van opgehoogde nieuwbouwhuizen zijn hoger en variëren tussen de 0,4 en 1.7 miljard euro/jaar, hetgeen overeenkomt met 0,1-0,5% van het BNP. Dijkversterking levert de hoogste reductie op in het schaderisico bij de gehanteerde scenario’s. Gevolgbeperkende maatregelen in de ruimtelijk ordening als additionele oplossingsrichting zijn echter goed mogelijk als er ook een economische perspectief is bijvoorbeeld door middel van multifunctioneel ruimtegebruik.
    GIDEON: GEO integreert en demarreert
    Barneveld, D.W. van; Overduin, T. ; Bregt, A.K. ; Castelein, W.T. - \ 2008
    Geo-Info 5 (2008)9. - ISSN 1572-5464 - p. 316 - 321.
    landgebruik - veiligheid - milieu - hydrologie - informatiesystemen - geoinformatie - land use - safety - environment - hydrology - information systems - geoinformation
    Met GIDEON heeft het ministerie van VROM in samenwerking met een groot aantal partners een duidelijke visie geformuleerd voor een basisvoorziening geo-informatie in Nederland. De betrokken partijen zijn te vinden in 6 ministeries, provincies (via IPO), gemeenten (via VNG), waterschappen (via de Unie), Kadaster, Planbureaus, Geonovum, RGI, onderzoek (via TNO, Alterra) en universiteiten
    GIDEON voorziet Nederlandse geo-informatie infrastructuur van visie
    Overduin, T. ; Bregt, A.K. ; Barneveld, D. van; Castelein, W.T. - \ 2008
    VI Matrix 16 (2008)3. - ISSN 0929-6107 - p. 14 - 17.
    landgebruik - veiligheid - milieu - hydrologie - informatiesystemen - geoinformatie - land use - safety - environment - hydrology - information systems - geoinformation
    De naam alleen al belooft veel goeds: spannende krachtmetingen, kleine groepen experts, die slagvaardig optreden en een resultaat, waarvan de massa de vruchten plukt. gideon geeft het geowerkveld een baken voor alle inspanningen om bij de tijd – of beter, zijn tijd vooruit te zijn.
    Effectiveness and safety of botanical pesticides applied in black pepper (Piper nigrum) plantations
    Wiratno, - \ 2008
    Wageningen University. Promotor(en): Ivonne Rietjens; Tinka Murk, co-promotor(en): D. Taniwiryono. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085049838 - 126
    piper nigrum - zwarte peper - insectenplagen - plantenparasitaire nematoden - plantaardige pesticiden - veiligheid - veiligheid op het werk - geïntegreerde plagenbestrijding - piper nigrum - black pepper - insect pests - plant parasitic nematodes - botanical pesticides - safety - safety at work - integrated pest management
    Black pepper (Piper nigrum L) is an important commodity of Indonesia, which has been cultivated since the 6th century. The plant plays an important role in local economies since 95% of the plantations are cultivated by smallholder farmers. Because of this important economic value, proper plant production is highly valued. One of the central factors to maintain plant production is how to control key pests of the plant such as the root-knot nematode, Meloidogyne incognita, the stem borer, Lophobaris piperis, the tinged bug, Dasynus piperis, and the bug, Diconocoris hewetti (Chapter 1). Currently, farmers habitually use synthetic pesticides to control these pests. However, this habit poses not only a serious health risk to local workers and the people living near the treated areas, but also threatens non-target species (Chapter 2). Therefore, it has become an important issue to find relatively easy alternative control strategies, which are comparable effective as the synthetic pesticides, but safer to the farmers, consumers, and the environment and available at low price. One of the possible alternatives would be the use of botanical pesticides. Indonesia seems to be in a good position to develop and utilize this pesticide since the country has a rich biodiversity of plant species. Nowadays, the increased consumer request in developed countries for organic products stimulates the interest in the use of botanical pesticides.
    Chapter 3 describes the nematicidal activity of 17 plant extracts against the root-knot nematode, M. incognita. Results demonstrate that shapes of the dead nematodes in laboratory experiments can clearly be distinguished differed in a characteristic way, and groups of pesticides and plant extracts. This phenomenon may be an indicator for the modes of action of the tested pesticides. The green house experiment indicates that raw material of clove bud is comparable effective as the recommended synthetic pesticide. Chapter 4 describes contact toxicity, oral toxicity and repellency of 17 plant extracts against the model insect species Tribolium castaneum. This study shows that the most promising candidates for consideration as botanical pesticides are extracts of pyrethrum, sweet flag, tobacco, clove, lemongrass, neem, vetiver, graviola, citrosa and black pepper.
    Formulation of three of 10 most potent extracts was developed and tested in the laboratory followed by field experiments. Laboratory experiments indicate that extracts from pyrethrum, sweet flag and clove show the highest toxicity and/or repellent effect toward L. piperis. Field experiments reveal that the formulation is able to control most pest species of the pepper plants in the meantime being less toxic towards the 11 monitored species of natural enemies for known pest organisms such as caterpillars, aphids, moths, beetles than that of the recommended synthetic pesticide, deltamethrin. Furthermore, the field experiments reveal that within 9 hours after application the treated plants are recolonized again by ants and spiders, indicating a short degradation period of the formulation.
    Altogether it is concluded that the newly defined botanical formulation provides an effective and environmentally friendly alternative for controlling several pests of black pepper (Chapter 5).
    The safety of five botanical pesticides i.e. pyrethrum, clove, sweet flag, and derris is evaluated for human oral exposure via consumption of treated products. Based on literature data from human and animal studies safe levels for daily oral exposure to the various botanical preparations and/or their active ingredients were derived and these outcomes were compared to the estimated maximal daily intake of residues of the botanical pesticides expected to be present on pepper berries treated with these preparations as pesticides. Results indicate that use of extracts of sweet flag containing beta-asarone would result in a MoE that would not indicate a high priority for risk management. However, because for beta-asarone restrictions in applications as food additive are indicated and since use as a pesticide implies an avoidable risk, it is concluded that the application of this botanical pesticide should not be encouraged. The use and use levels of the other three botanical pesticides evaluated are not of safety concern (Chapter 6). Finally, in chapter 7, the implications of the presented work are discussed, with emphasis on the potency, suitability and the safety of the botanical pesticides when used against pests associated with pepper plants. Overall, the results obtained confirm the hypothesis that botanical pesticides have the potency to be used to control pests of black pepper, providing a promising alternative for synthetic pesticide use, especially because they pose lower risks for the local environment.

    De polarisatie in kust- en zeebeheer
    Baptist, M.J. - \ 2008
    Leeuwarden : Hogeschool van Hall Larenstein - 11
    mariene gebieden - natuurbescherming - visserij - waterbeheer - mariene ecologie - marien milieu - veiligheid - bescherming - kustbeheer - aquatische ecosystemen - openbare redes - marine areas - nature conservation - fisheries - water management - marine ecology - marine environment - safety - protection - coastal management - aquatic ecosystems - public speeches
    Het beheer van zee- en kustsystemen wordt steeds complexer. Er zijn conflicterende ruimteclaims in het kustgebied en op de Noordzee. De klimaatverandering en de concurrentie tussen visserij- en natuurbelangen dwingt ons tot actie om de kustveiligheid te waarborgen en om nieuwe kansen te zoeken. In zijn inaugurele rede gaat dr.ir. Martin J. Baptist op marine ecosystemen in
    Waarom zijn de dijken zo smal? [thema klimaat]
    Vellinga, P. - \ 2007
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 40 (2007)22. - ISSN 0166-8439 - p. 34 - 35.
    waterbeheer - delta's - hoogwaterbeheersing - dijken - bouwconstructie - klimaatverandering - veiligheid - water management - deltas - flood control - dykes - building construction - climatic change - safety
    Hollandser kan je het niet krijgen: een groene streep, het profiel van een fietser en het bijzondere licht erachter. Die fietser past in onze delta, want fietsen loont in een gebied zonder bergen. Dat groen past ook, want dijken zijn nu eenmaal van klei. Klei maakt de dijk waterdicht en het gras groeit er goed op. Dat gras is er ook niet voor niets. De wortels ervan houden de klei bij elkaar, ook als het water er overheen spoelt. Tot slot, het licht en de luchten, zij horen bij een delta: de horizon ligt er laag en het vele water weerkaatst de zon tegen de onderkant van de wolken. Een mooi en sluitend beeld van ons lage land. Maar waarom zijn onze dijken zo steil, zo hoog en smal?
    In harmonie samenleven
    Thelosen, Jos ; Livestock Research, - \ 2007
    Nieuwe Oogst / Magazine Veehouderij 3 (2007)14. - ISSN 1871-0948 - p. 21 - 21.
    diergezondheid - dierenwelzijn - varkens - slachtdieren - diergedrag - huisvesting, dieren - groepsgrootte - sociaal gedrag - stress - veiligheid - couperen van de staart - animal health - animal welfare - pigs - meat animals - animal behaviour - animal housing - group size - social behaviour - stress - safety - docking
    Een hok met vleesvarkens is eigenlijk een afspiegeling van de menselijke samenleving in het klein. Groepen vertonen onderling sociaal gedrag en dieren voelen zich veilig in een voorspelbare omgeving. Frustraties treden soms ook op, maar dat mag nooit uit de hand lopen
    Ruimte voor geo-informatie op koers
    Bregt, A.K. ; Meerkerk, J. ; Gijsen, M.E.A. van - \ 2007
    Agro Informatica 20 (2007)3. - ISSN 0925-4455 - p. 5 - 7.
    infrastructuur - innovaties - evaluatie - ruimtelijke ordening - veiligheid - geoinformatie - infrastructure - innovations - evaluation - physical planning - safety - geoinformation
    Het gebruik van digitale geo-informatie speelt in toenemende mate een rol in de landbouw, voedselvoorziening en de inrichting van de groene ruimte. Voor het ondersteunen en innoveren van deze en andere ruimtelijke thema’s met behulp van geo-informatie is in Nederland in 2004 het innovatieprogramma “Ruimte voor Geo-informatie (RGI)” gestart. Tijd voor een tussenbalans.
    Kustveiligheid en natuur : een overzicht van kennis en kansen
    Slim, P.A. ; Löffler, H.J.M. - \ 2007
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1485) - 92
    kusten - dijken - beschermende structuren - natuurbescherming - kustgebieden - milieubescherming - ecologie - nederland - veiligheid - bescherming - coasts - dykes - protective structures - nature conservation - coastal areas - environmental protection - ecology - netherlands - safety - protection
    Het huidige rapport ‘Kustveiligheid en natuur’ presenteert de state of the art voor de gehele Nederlandse kust. Het behandelt de mogelijkheden van de combinatie van kustveiligheid en natuur, landschap en recreatie, voor de korte en de lange termijn, van lokale zandsuppleties tot grootschalige infrastructurele werken. Kustveiligheid en natuur zullen ook in de toekomst in de belangstelling blijven staan
    Verstofte kaden; De historisch-geografische inbreng in de discussie over de veiligheid van veenkaden in Nederland
    Bont, C.H.M. de - \ 2007
    In: Landschap in ruimte en tijd / Beenakker, J.J.J.M., Horsten, F.H., de Kraker, A.M.J., Renes, J., Amsterdam : Aksant - ISBN 9789052602707 - p. 56/65 - 227/229.
    veengronden - dijken - veiligheid - vochtgehalte - historische geografie - peat soils - dykes - safety - moisture content - historical geography
    Als gevolg van extreme droogte en een groot neerslagtekort schoven in de zomer van 2003 twee veenkaden in Wilnis en langs de Rotte van hun basis. Samen met Wageningse bodemkundigen en Utrechtse geologen bleek het mogelijk om inzicht te verkrijgen in het gehele profiel onder de veenkaden, vanaf het oude Pleistocene oppervlak dat in laag-Nederland tot vele meters beneden maaiveld kan liggen.
    Overzicht van de lopende monitoringsprojecten met betrekking tot veiligheid en natuurlijkheid in het Nederlandse gedeelte van de Schelde (Westerschelde en haar voordelta)
    Wijsman, J.W.M. ; Sonneville, B. de; Craeymeersch, J.A.M. - \ 2007
    Yerseke : IMARES (Rapport / Wageningen, Institute for Marine Resources & Ecosystem Studies (IMARES) nr. C051/07) - 65
    veiligheid - monitoring - nederland - waterbeheer - dijken - ecologie - vegetatie - fauna - bodem - westerschelde - natuur - voordelta - safety - monitoring - netherlands - water management - dykes - ecology - vegetation - fauna - soil - western scheldt - nature - voordelta
    Het Schelde estuarium is als toegang tot de haven van Antwerpen van grote betekenis, maar ook vanuit ecologisch opzicht (estuariene dynamiek, overgang zoet-zout) is het gebied uiterst waardevol. De Westerschelde is dan ook onderdeel van het Europese Natura 2000 netwerk. Daarnaast bieden de waterkeringen veilgheid tegen overstroming van het achterland. IMARES neemt monitoring van de natuurlijkheid van de Westerschelde voor haar rekening. WL Delft Hydraulics doet dat voor veilgiheid en morfologische dynamiek
    Human security and international insecurity
    Frerks, G.E. ; Klein Goldewijk, B. - \ 2007
    Wageningen : Wageningen Academic Publishers - ISBN 9789086860166 - 320
    veiligheid - conflict - oorlog - vluchtelingen - instellingen voor ontwikkelingshulp - ontwikkelingshulp - beleid - overheidsbeleid - politiek - bestuur - safety - conflict - war - refugees - development agencies - development aid - policy - government policy - politics - administration
    The Cartagena Protocol on Biosafety and Domestic Implementation: Comparing Mexico, China and South Africa.
    Gupta, A. ; Falkner, R. - \ 2006
    London : Chatham House - Royal Institute International Affairs - 16
    bioveiligheid - veiligheid - landbouw - genetische modificatie - biotechnologie - milieubeleid - china - mexico - zuid-afrika - agrotechnologie - biosafety - safety - agriculture - genetic engineering - biotechnology - environmental policy - china - mexico - south africa - agrotechnology
    Een noodverband tegen hoog water : waterkennis, beleid en politiek rond noodoverloopgebieden
    Roth, D. ; Warner, J.F. ; Winnubst, M. - \ 2006
    2006 : Wageningen UR - ISBN 9789081073615 - 159
    waterbeleid - waterbeheer - veiligheid - overheidsbeleid - polders - dijken - milieuwetgeving - nederland - bescherming - verhoudingen tussen bevolking en staat - gelderland - governance - water policy - water management - safety - government policy - polders - protection - dykes - environmental legislation - netherlands - relations between people and state - gelderland - governance
    Bij problemen rond water, ruimtelijke ordening en de relatie tussen overheid en burger liggen de verhoudingen vaak behoorlijk problematisch. Burgers die tot voor kort nog hun huizen en bomen tegen de vlakte zagen gaan om rivierdijken te versterken, win je niet een-twee-drie voor het idee dat water een feest is. Water is een 'ordenend principe' geworden in de ruimtelijke ordening, met ingrijpende gevolgen voor de relatie tussen overheid en burgers. Aangezien het bij hoogwaterproblemen primair om veiligheid gaat, houdt de overheid in dit geval juist graag de regie over ruimtelijke inrichting in handen. Wat betekent dit in concrete gevallen waar de overheid ruimteclaims legt in het kader van haar hoogwaterbeleid? De discussie over noodoverloopgebieden en het maatschappelijke verzet daartegen bieden een goede gelegenheid om dit spanningsveld te analyseren. Een WUR analyse binnen het programma "Boundaries of space"
    De rol van de risicokaart in de ruimtelijke planning
    Neuvel, J.M.M. ; Brink, A. van den - \ 2006
    In: Te Koop en andere ideeën over de inrichting van Nederland / Aarts, M.N.C., During, R., van der Jagt, P.D., Wageningen : Wageningen UR - ISBN 9789032703509 - p. 169 - 176.
    regionale planning - veiligheid - risicoschatting - openbare veiligheid - regional planning - safety - risk assessment - public safety
    Recente gebeurtenissen hebben laten zien hoe groot de maatschappelijke impact is van een ramp. Hoewel het gaat om gebeurtenissen met een kleine kans van voorkomen, komen ze voor; maatschappelijke onrust is daarbij aan de orde. Verbetering van de communicatie over risico's naar burgers vormt een belangrijk gegeven in het Nederlands risicobeleid. Risicokaarten kunnen daaraan bijdragen
    Vitamine G: effecten van een groene omgeving op gezondheid, welzijn en sociale veiligheid
    Maas, J. ; Groenewegen, P. ; Verheij, R. ; Vries, S. de; Berg, A.E. van den - \ 2005
    Utrecht : NIVEL
    stedelijke gebieden - openbaar groen - veiligheid - volksgezondheid - inventarisaties - welzijn - sociaal welzijn - gezondheid - urban areas - public green areas - safety - public health - inventories - well-being - social welfare - health
    In het Vitamine G project staat de relatie tussen groen en gezondheid centraal. De ‘G’ in de titel staat voor het groen om ons heen en ‘Vitamine’ staat voor de positieve effecten van groen op onze gezondheid. Onder groen beschouwen we al het groen van een boom, een perkje, de tuin tot en met wilde natuur. Het Vitamine G project bestaat uit drie deelprojecten. In deze drie deelprojecten wordt de relatie tussen groen en gezondheid, welzijn en gevoelens van veiligheid op verschillende niveaus bekeken; zowel op landelijk, stedelijk als lokaal niveau.
    Factoren van invloed op voedselveiligheid
    Deneux, S.D.C. ; Fels-Klerx, H.J. van der; Tromp, S.O. ; Vlieger, J.J. de - \ 2005
    Den Haag : LEI (Rapport / LEI : Domein 5, Ketens ) - ISBN 9789052429861 - 67
    agrarische economie - voedselveiligheid - agro-industriële sector - producten - veiligheid - voedselhygiëne - overheidsbeleid - nederland - kennis - agricultural economics - food safety - agroindustrial sector - products - safety - food hygiene - government policy - netherlands - knowledge
    In dit rapport van Agrotechnology & Food Innovations, Rikilt en het LEI wordt ingegaan op de factoren die van invloed zijn op de veiligheid van voedingsmiddelen. Deze factoren zijn onderverdeeld in twee hoofdgroepen, namelijk productaspecten en bedrijfsaspecten. Bij deze laatste zijn ook opgenomen de relevante aspecten uit de omgeving van het bedrijf, zoals de relaties met leveranciers en afnemers. Met behulp van deze aspecten zijn de hoofdgroepen van de CBL-indeling van levensmiddelen op kwalitatieve wijze ingedeeld naar de mate van risico voor voedselveiligheid. This report by Agrotechnology & Food Innovations, Rikilt and LEI looks at the factors that influence the safety of foodstuffs. These factors are subdivided into two main groups: product aspects and farm aspects. The latter also includes the relevant aspects from the farm's environment, such as the relationships with suppliers and buyers. With the aid of these aspects, the main groups of the CBL classification of foodstuffs are divided on the basis of quality according to the risk in terms of food safety.
    Towards sustainable flood risk management in the Rhine and Meuse river basins: synopsis of the findings of IRMA-SPONGE
    Hooijer, A. ; Klijn, F. ; Pedroli, G.B.M. ; Os, A.G. van - \ 2004
    River Research and Applications 20 (2004)3. - ISSN 1535-1459 - p. 343 - 357.
    hoogwaterbeheersing - overstromingen - risicoschatting - stroomgebieden - ruimtelijke ordening - veiligheid - rijn - maas - flood control - floods - risk assessment - watersheds - physical planning - safety - river rhine - river meuse
    Recent flood events in western Europe have shown the need for improved flood risk management along the Rhine and Meuse rivers. In response, the IRMA-SPONGE research programme was established, consisting of 13 research projects, in which over 30 organizations from six countries co-operated. The aim of IRMA-SPONGE was the development of methods and tools to assess the impact of flood risk reduction measures and of land-use and climate change scenarios, in order to support the spatial planning process for the Rhine and Meuse River Basins. Several important conclusions were agreed upon by participants in the programme; they emphasize the role of spatial planning, especially in areas at risk of flooding, as an important component of flood risk management: 1 Flood risk, defined as a function of both flood probability and potential damage, is increasing not only due to climate change (likely to cause an increase in the probability of extreme discharges) but also due to continued investment in areas at risk of flooding (resulting in an increase in potential damage). 2 Water retention areas and land-use adaptations far upstream may be useful in lowering the frequency of floods in small basins. However, extreme floods far downstream in the lower Rhine and Meuse basins, where the probability of design discharges is less than 1/200 per year, cannot be prevented by such upstream measures. 3 The most effective and sustainable reduction of flood risks could be achieved by reducing the potential damage (vulnerability) in flood-prone areas through adapted land use and spatial planning. 4 Flood risk management organizations should not only aim at a reduction of flood risk but should also seek to enhance the ecological quality of rivers and floodplains.
    Mediterrane Associatieverdragen en Europese veiligheid
    Kuiper, M.H. ; Tongeren, F.W. van - \ 2004
    ESB Economisch Statistische Berichten 89 (2004)4431. - ISSN 0013-0583 - p. 182 - 183.
    liberalisering van de handel - internationale handel - europese unie - veiligheid - internationale verdragen - handelsbarrières - trade liberalization - international trade - european union - safety - international agreements - trade barriers
    Handelsliberatie kan een krachtig instrument zijn om de welvaart en stabiliteit aan de zuidgrenzen van de EU te verhogen. De timing van liberalisering is hierbij van belang
    De verborgen angst voor natuur; essay en verslag debat
    Berg, A.E. van den; Jaeger, P. de - \ 2004
    Den Haag : InnovatieNetwerk Groene Ruimte en Agrocluster (Rapport / InnovatieNetwerk Groene Ruimte en Agrocluster : Serie achtergrondrapporten nr. 04.2.089) - ISBN 9789050592413 - 53
    veiligheid - risicofactoren - nederland - natuurbescherming - omgevingspsychologie - natuur - nature conservation - safety - risk factors - netherlands - environmental psychology - nature
    De natuur roept in de moderne tijd vooral positieve gevoelens op in mensen. De Nederlandse overheid probeert in haar natuurbeleid recht te doen aan deze positieve betekenis van natuur voor mensen door natuurfuncties waar mogelijk te combineren met mensenfuncties zoals wonen, werken en recreëren. De overheid lijkt hierbij echter volledig over het hoofd te zien dat natuur ook een negatieve betekenis kan hebben voor mensen. Donkere bossen en moerasgebieden staan al sinds mensenheugenis bekend als plekken die angst en onbehagen kunnen oproepen. Deze schaduwzijde van de natuur heeft tot nu toe weinig aandacht gekregen in onderzoek en beleid. Uit het verkennende onderzoek dat we in het kader van dit essay hebben uitgevoerd, blijkt dat Nederlanders ook in de moderne tijd nog steeds menig angstig uurtje in `de natuur` doorbrengen. Daarbij moet het begrip `natuur` ruim worden opgevat. Angst voor natuur kan overal optreden, niet alleen in wildernisgebieden, maar ook in een weiland of zelfs in de eigen achtertuin. Angst voor de natuur blijkt namelijk vooral veroorzaakt te worden door de aanwezigheid van dieren en natuurlijke verschijnselen zoals onweer, storm en duisternis, die niet aan een bepaald soort natuur zijn gebonden. Er blijken belangrijke individuele verschillen te bestaan in hoe mensen reageren op confrontaties met deze verschijnselen. Sommige mensen ervaren louter angst, andere mensen raken ook in positieve zin gefascineerd. Angst voor de natuur lijkt vaak niet in verhouding te staan tot de reële gevaren. Er zijn in Nederland veel meer mensen bang voor spinnen dan voor auto's, terwijl in Nederland geen enkele spin dodelijk is, en er jaarlijks meer dan 1000 mensen overlijden door verkeersongevallen. Mensen die bang zijn voor de natuur hebben daarom vaak de neiging om zich daarvoor te schamen en hun angst verborgen te houden. Maar niet alle angst voor natuur is zo ongegrond als angst voor spinnen. Er kleven wel degelijk reële risico's aan contact met de natuur, ook in Nederland. Wie een wandeling maakt door een bos, loopt het risico gebeten te worden door een teek en de ziekte van Lyme op te lopen. Er zijn weinig harde gegevens over de aard en omvang van natuurrisico's. De overheid en beheerorganisaties zijn over het algemeen terughoudend in het verstrekken van informatie, omdat de risico's relatief klein zijn en ze niet onnodig paniek willen zaaien. Ondanks de relatief kleine risico's is het echter niet ondenkbaar dat in de toekomst een mediahype zal ontstaan waardoor de publieke opinie zich tegen de natuur en het natuurbeleid zal keren. De twee belangrijkste voorwaarden daarvoor zijn al aanwezig: De natuur is in staat om sterke angst en andere negatieve emoties op te roepen in mensen, en zondebokken in de vorm van natuurbeherende instanties en de overheid zijn makkelijk aan te wijzen. Daarbij zijn er ook trends en ontwikkelingen op het gebied van de veiligheid van de Nederlandse natuur, de afstand tussen mens en natuur, en de berichtgeving in de media die ertoe zouden kunnen leiden dat de risico's van de natuur in de toekomst toenemen en meer naar buiten komen dan nu het geval is. Als deze trends en ontwikkelingen doorzetten, dan is het niet ondenkbaar dat de angst voor natuur op een gegeven moment, al is het misschien slechts tijdelijk, het debat over natuur en natuurbeleid gaat beheersen. De overheid staat voor de ingewikkelde opgave om burgers te informeren over de reële risico's van de natuur zonder daarbij de angst voor natuur aan te wakkeren en het draagvlak voor het natuurbeleid te verminderen. Bij deze communicatieopgave hoort ook een educatieopgave. Want als je burgers informeert over risico's, moet je ze ook leren hoe ze het beste om kunnen gaan met bedreigende situaties, liefst op een zo vroeg mogelijke leeftijd. Een goede voorlichting gaat hand in hand met een goede kennis van zaken. Gezien de relatief geringe kennis over enerzijds de aard en omvang van reële risico's, en anderzijds de aard en omvang van angst voor natuur onder de bevolking, staat de overheid ook voor een kennisopgave. Bij dit alles is er ook nog eens sprake van een ruimtelijke opgave om de natuur zo in te richten dat mensen zoveel mogelijk beschermd blijven tegen gevaren maar toch de kans krijgen om de confrontatie met hun angst voor natuur aan te gaan en zich vertrouwd te maken met de gevaren.
    (On)veilig in bos en natuur? Een verkenning van subjectieve en objectieve aspecten van sociale en fysieke veiligheid in bos- en natuurgebieden
    Winsum-Westra, M. van; Boer, T.A. de - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Reeks belevingsonderzoek nr. 12) - 101
    bossen - veiligheid - risico - psychologie - sociologie - perceptie - omgevingspsychologie - natuur - forests - safety - perception - risk - psychology - sociology - environmental psychology - nature
    De doelstelling van deze studie is het maken van een analyse van alle aspecten van veiligheid op een zodanige manier dat terreinbeherende instanties en terreinbeheerders daarop hun beleid en aanpak van de veiligheidsproblematiek in bos en natuur kunnen baseren. Voor de analyse is een conceptueel kader ontwikkeld. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen sociale en fysieke oorzaken van veiligheid, respectievelijk objectieve en subjectieve beoordelingen van veiligheid. Vanuit dit kader worden de potentiële bronnen van (on)veiligheid ingedeeld. Verschillende maatregelen worden besproken om de objectieve veiligheid en de veiligheids¬gevoelens in bos en natuur te verhogen, zoals inrichtingsmaatregelen, toezicht, beheersmaat¬regelen, publiciteit en voorlichting. Concrete aanbevelingen om meer inzicht te krijgen in de veiligheidssituatie in bos en natuur behelzen onder meer verbetering van gegevensverzameling, onderzoek naar veiligheidsbeleving, gebruik nieuwe communicatiemiddelen en registratie over langere perioden.
    Checklist rust, ruimte en stilte; de begrippen rust, ruimte en stilte toepasbaar gemaakt voor inventarisaties in bos- en natuurgebieden
    Winsum-Westra, M. van; Boer, T.A. de - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 940) - 69
    bossen - natuurreservaten - geluid - veiligheid - recreatie - perceptie - nederland - kennis - omgevingspsychologie - natuur - ruimte - forests - nature reserves - noise - safety - recreation - perception - netherlands - knowledge - environmental psychology - nature - space
    Bos en natuurgebieden zijn bij uitstek geschikt voor het ervaren van rust, ruimte en stilte. Dit onderzoek maakt duidelijk wat onder deze begrippen wordt verstaan en welke factoren hierop van invloed zijn. Daarnaast zijn ze hanteerbaar gemaakt voor terreinbeheerders in de vorm van een checklist. Deze checklist is getest in een pilotonderzoek. Hiermee kunnen beheerders inventariseren hoe het met de aanwezigheid van rust, ruimte en stilte gesteld is in hun terrein.
    Gevoelsrendement van natuurontwikkeling langs de rivieren
    Buijs, A.E. ; Boer, T.A. de; Gerritsen, A.L. ; Langers, F. ; Vries, S. de; Winsum-Westra, M. van - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra rapport 868) - 125
    natuurbescherming - landschap - taxatie - veiligheid - overstromingen - perceptie - kwaliteit - nederland - omgevingspsychologie - natuurtechniek - uiterwaarden - nature conservation - landscape - valuation - safety - floods - perception - quality - netherlands - environmental psychology - ecological engineering - river forelands
    Met behulp van schriftelijke enquêtes is het effect gemeten van natuurontwikkeling in de uiterwaarden op de beleving of de gevoelswaarde van omwonenden, recreanten en overige Nederlanders. Het gevoelsrendement is gemeten aan de hand van de meningen over de visuele aantrekkelijkheid van de uiterwaarden, het gevoel van verbondenheid, de bestaanswaarde van de natuur en de veiligheidsbeleving. Het gevoelsrendement van de ingrepen blijkt grotendeels positief. Uiterwaarden met riviernatuur worden vooral veel aantrekkelijker gevonden dan uiterwaarden met productiegrasland. Aan de andere kant neemt de binding van omwonenden met het gebied af. De beleving van de uiterwaarden blijkt vooral afhankelijk van de specifieke inrichting, en minder van het formele landschapstype. Door de beleefbaarheid vanaf het begin te betrekken in het beslissings- en ontwerptraject en deze op te nemen als criteria voor de maatregelen en het ontwerp kan weerstand onder de bevolking geminimaliseerd worden.
    Het terreinbeheer: van lasten naar lusten; een analyse van het terreinbeheer en haar maatschappelijke omgeving als aanzet voor probleemherkenning en oplossingen
    Apeldoorn, R.C. van - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 812) - 69
    natuurreservaten - milieubeheer - attitudes - samenwerking - beleid - samenleving - perceptie - tendensen - veiligheid - nederland - sociale kwesties - identiteit - omgevingspsychologie - nature reserves - environmental management - attitudes - cooperation - policy - society - perception - trends - safety - netherlands - social issues - identity - environmental psychology
    In dit rapport worden de resultaten gepresenteerd van een analyse van de maatschappelijke omgeving van het Nederlandse terreinbeheer. De nadruk ligt daarbij op het beschrijven van veran-deringen in de maatschappelijke posities van belangrijke actoren (zoals burgers, de overheid en publieke en private organisaties) waarmee de terreinbeheerders relaties onderhouden.. De analyse maakt duidelijk wat de achtergronden en oorzaken zijn van enkele problemen waarmee het ter-reinbeheer heeft te maken en van discussies die zowel binnen als buiten de sector worden gevoerd. De analyse dient als basis voor het zoeken naar oplossingsrichtingen en formuleren van concrete oplossingen met als doel het draagvlak voor het terreinbeheer te vergroten. Het onderzoek is begeleid vanuit Staatsbosbeheer en Bosschap
    Effecten van uiterwaardverlaging op landbouw en natuur langs de Maas
    Eupen, M. van; Maas, G.J. ; Stoffelsen, G.H. ; Wolfert, H.P. - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 881) - 91
    landgebruik - hoogwaterbeheersing - landbouw - veiligheid - milieueffect - vegetatie - nederland - overstroomde gronden - bodemwater - bodemkarteringen - kaarten - waterstand - natuur - maas - uiterwaarden - land use - flood control - agriculture - safety - environmental impact - vegetation - netherlands - flooded land - soil water - soil surveys - maps - water level - nature - river meuse - river forelands
    De overkoepelde studie Integrale Verkenning Maas (IVM) is een verkennend onderzoek naar de mogelijkheden om een verhoogde afvoer van de Maas van 4.600 m3/s door het beheersgebied van de Directie Limburg te voeren. Randvoorwaarden daarbij is, dat de waterstanden behorende bij de huidige veiligheidsnorm (zoals vastgelegd in de rivierenwet) op de bedijkte Maas en de daaraan gerelateerde standen op de onbedijkte Maas niet worden overschreden. Daarnaast dienen de te nemen maatregelen bij te dragen aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit langs de Maas. IVM leidt tot een advies dat is opgebouwd uit een samenhangende benadering vanuit de invalshoeken Rivierkunde, Natuur, Economie&Maatschappij en ruimte&Landschap. Deze IVM-deelstudie inzichtelijk wat de effecten zijn van rivierverruimende maatregelen op de natuur- en landbouwfunctie langs de verschillende Maastrajecten. De inzichten die onderliggende studie heeft opgeleverd zijn in het IVM Achtergronddocument Natuur (IVM-N-03, Lieveld et al. (2003)) gebruikt om: -Sturing te kunnen geven aan het samenstellen van de maatregelenpakketten in de strategieën (welk niveau van uiterwaardverlaging kies je in welk traject); -De beoordeling van de maatregelenpakketten voor natuur te kunnen kwantificeren (welke (oppervlaktes van) ecotopen ontstaan bij een bepaald niveau van uiterwaardverlaging in een bepaald traject).
    Bacillus thuringiensis: een overzicht
    Gerritsen, L.J.M. - \ 2003
    Wageningen : Plant Research International (Nota / Plant Research International 277) - 17
    bacillus thuringiensis - biopesticiden - biologische bestrijding - milieueffect - veiligheid - nederland - bacillus thuringiensis - microbial pesticides - biological control - environmental impact - safety - netherlands
    Are TRISOPLAST barriers sustainable? An evaluation of old barriers in landfill caps
    Boels, D. ; Melchior, S. ; Steinert, B. - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-report 541) - 163
    bodemverontreiniging - barrières - ondergrondse barrières - bentoniet - permeabiliteit - verdroging - penetratie - infiltratie - veiligheid - nederland - soil pollution - barriers - subsurface barriers - bentonite - permeability - desiccation - penetration - infiltration - safety - netherlands
    Trisoplast is a mineral barrier material composed of sand, bentonite (> 10.7%) and a non-biodegradable polymer. Its permeability is less than 3 x 10 -11 m/s , which in general is not seriously affected by external physico-chemical influences. Trisoplast barriers, installed in 1995-1996 were excavated to check the occurrence and potential effects of ageing phenomena in situ. Incidentally root penetration in Trisoplast was observed, which obviously had not caused visible desiccation and crack formation. The actual permeability had not changed significantly since the installation. The safety factor of the barriers according to the regulations in the Netherlands actually varies from 2.1 to 10.2 and it is expected that due to possible future worst-case conditions the variation can drop to 2.2-6.4. As this is still above the required value of 1, Trisoplast is sustainable at these sites. The average infiltration rate derived from water and salt-balances of the barriers without a geomembrane, ranges from 1to 2 mm annually and only amounts to 5-10% of the permitted maximum rate of 20 mm annually.
    Tussenrapportage Kwaliteit Verse Vis in de Keten
    Coomans, E. ; Schelvis-Smit, A.A.M. ; Luten, J.B. ; Roest, J. van der; Verdenius, F. - \ 2003
    IJmuiden : RIVO (RIVO rapport C010/03) - 62
    visproducten - kwaliteit - veiligheid - voedselveiligheid - agro-industriële ketens - kennisoverdracht - kennissystemen - ecotoxicologie - fish products - quality - safety - food safety - agro-industrial chains - knowledge transfer - knowledge systems - ecotoxicology
    In de verse vis keten van visser tot en met consument is behoefte aan inzicht in de kwaliteit en veiligheid van de visproducten. Dit inzicht kan worden verkregen door het uitwisselen van essentiële informatie tussen de betreffende schakels. De noodzaak voor deze informatie-vergaring en - uitwisseling wordt door de actoren in de keten onderschreven. Er zijn reeds initiatieven gestart en modellen ontwikkeld om deze wens gestalte te geven. Op Europees niveau is een tweetal Concerted Action projecten geïnitieerd genaamd Fish Quality Labelling and Monitoring (CA-FQLM) en TRACEFISH, waarbij diverse visonderzoeksinstituten en visketen actoren samenwerken over de invoering van traceerbare kwaliteitsindices van verse vis.Binnen deze inventarisatie ligt het accent op de vissoort schol (Pleuronectes platessa), één van de belangrijkste vissoorten voor de Nederlandse verse vis sector. De aldus vergaarde kennis en praktijkervaring kan ook gebruikt worden voor andere vissoorten.
    Integrated Assessment of Pesticides: methods for Predicting and Detecting Environmental Risks in a Safety Net
    Govers, H.A.J. ; Voogt, P. de; Leonards, P.E.G. ; Roon, A. van; Kwast, O. - \ 2003
    In: Pesticides; problems, improvements, alternatives / den, Hond, F., Groenewegen, P., van Straalen, N.M., Oxford : Blackwell Science - ISBN 9780632056590 - p. 135 - 154.
    pesticiden - levenscyclus - veiligheid - milieueffect - risicoschatting - pesticides - life cycle - safety - environmental impact - risk assessment
    In this chapter a proposed pesticide safety net which covers all stages of the life cycle of a pesticide is discussed. The authors review the availability of methods of prediction and detection of environmental occurrence and effects of pesticides, their impurities and metabolites
    Conflict en ontwikkeling: een dubbelzinnige relatie
    Frerks, G.E. - \ 2002
    LOVA : tijdschrift voor feministische antropologie 23 (2002)1. - ISSN 1388-4840
    ontwikkelingshulp - ontwikkelingsstudies - conflict - agressie - veiligheid - ontwikkelingslanden - ontwikkelingssamenwerking - vrede - development aid - development studies - conflict - aggression - safety - developing countries - development cooperation - peace
    Ontwikkelingssamenwerking kan ook tot conflicten leiden. Joke Schrijvers, hoogleraar ontwikkelingsstudies, heeft de systematische reflectie over het verband tussen geweld en ontwikkeling tot een centraal punt in haar wetenschappelijk werk gemaakt
    Transgenen in diervoeder : objectivering van risico's voor de Nederlandse veehouderij
    Dolstra, O. - \ 2002
    Wageningen : Plant Research International - 42
    transgenen - voer - diervoedering - risicoschatting - veiligheid - voedselveiligheid - diergezondheid - nederland - transgenics - feeds - animal feeding - risk assessment - safety - food safety - animal health - netherlands
    Risicobeoordeling veiligheid veehouderijbedrijven : een instrument ter beoordeling van gegevens uit veterinaire bedrijfsmonitoring
    Bondt, N. - \ 2002
    Den Haag : LEI - 73
    dierhouderij - risicoschatting - agrarische bedrijfsvoering - veiligheid - monitoring - voedselveiligheid - dierenwelzijn - diergezondheid - kwaliteitscontroles - nederland - animal husbandry - risk assessment - farm management - safety - monitoring - food safety - animal welfare - animal health - quality controls - netherlands
    Some facts about grazing animals and the public
    Henkens, R.J.H.G. ; Maasland, F. - \ 2002
    Vakblad Natuurbeheer 41 (2002)May. - ISSN 1388-4875 - p. 46 - 48.
    fauna - ecologie - fauna - grazers - herbivoren - hoefdieren - natuur - recreatie - veiligheid - zoogdieren
    Beleving kustveiligheid
    Berg, A.E. van den; Jacobs, M.H. ; Langers, F. - \ 2002
    Wageningen : Alterra (Reeks Belevingsonderzoek 4 / Alterra-rapport 583) - 97
    kusten - veiligheid - beleid - waterbeheer - kustgebieden - taxatie - perceptie - risicoschatting - woonwijken - nederland - bescherming - belevingsonderzoek - kust - omgevingspsychologie - Friesland - Noord-Holland - Zuid-Holland - Zeeland - coasts - protection - safety - policy - water management - coastal areas - valuation - perception - risk assessment - residential areas - netherlands
    Dit rapport bevat de resultaten van een verkennend onderzoek naar de bereidheid van kustbewoners om overstromingsrisico's en maatregelen voor kustveiligheid te accepteren. Het onderzoek bestond uit twee delen: open interviews met bewoners van zes kustplaatsen, en een kwantitatief vervolgonderzoek onder bewoners uit dezelfde kustplaatsen waarin drie verschillende scenario's voor kustveiligheid werden voorgelegd. De presentatie van informatie over de scenario's was speciaal toegesneden op de a-priorikennis van de kustbewoners. Uit de open interviews bleek dat kustbewoners zich over het algemeen veilig voelen en een groot vertrouwen hebben in de overheid als bewaker van kustveiligheid. In het vervolgonderzoek kwamen de zeewaartse strategie en het handhaven van de huidige situatie als beste naar voren. De landinwaartse strategie werd het minst positief beoordeeld. In alle kustplaatsen hechtte men verreweg het meeste belang aan het redden van mensenlevens.
    Changes at the other end of the chain : everyday consumption in a multidisciplinary perspective
    Butijn, C.A.A. ; Groot-Marcus, J.P. ; Linden, M. van der; Steenbekkers, L.P.A. ; Terpstra, P.M.J. - \ 2002
    Maastricht : Shaker - ISBN 9789042301825 - 419
    consumenten - sociaal welzijn - gezondheid - veiligheid - voedselconsumptie - gezondheidszorg - energie - milieu - consumptiepatronen - productie - houding van consumenten - consumentengedrag - huishoudens - consumers - households - consumer attitudes - consumer behaviour - consumption patterns - social welfare - health - safety - food consumption - health care - energy - environment - production
    Expression of Interest ICES/KIS-3 : Thema 4: Hoogwaardig Ruimtegebruik Speerpunt 6
    Kabat, P. ; Vellinga, P. ; Baede, F. ; Leemans, R. ; Slanina, S. ; Marks, J. - \ 2001
    Klimaat voor Ruimte
    klimaatverandering - meervoudig landgebruik - milieufactoren - milieubeleid - nederland - veiligheid - duurzaamheid (sustainability) - climatic change - multiple land use - environmental factors - environmental policy - netherlands - safety - sustainability
    Hoofddoel van dit speerpunt is om zowel de Nederlandse overheid als het bedrijfsleven uit te rusten met een operationele kennisinfrastructuur die toegesneden is op de relatie tussen (antropogene en natuurlijke) klimaatverandering en meervoudig ruimtegebruik
    Op weg naar duurzame bloembollenteelt : evaluatie bedrijfssystemenonderzoek geïntegreerde bollenteelt
    Snoek, A.J. ; Jansma, J.E. ; Wondergem, M.J. ; Schreuder, R. - \ 2001
    Lisse : PPO Bloembollen en Bomen (PPO 407) - 82
    bloembollen - teeltsystemen - bedrijfssystemen - duurzaamheid (sustainability) - geïntegreerde systemen - veiligheid - nederland - geïntegreerde bedrijfssystemen - ornamental bulbs - cropping systems - farming systems - sustainability - integrated systems - safety - netherlands - integrated farming systems
    In dit rapport wordt zes jaar bedrijfssystemenonderzoek in de bloembollenteelt beschreven dat werd uitgevoerd op de proefbedrijven "De Noord" en "De Zuid". In het onderzoek naar de haalbaarheid van geïntegreerde teelten werd gezocht naar strategieën om op een veilige, duurzame en concurrerende wijze bloembollen te telen.
    Vogels: een ramp voor het vliegveld?
    Oost, L. - \ 2001
    Groen : vakblad voor groen in stad en landschap 57 (2001)1. - ISSN 0166-3534 - p. 45 - 48.
    luchttransport - luchthavens - infrastructuur - vogels - veiligheid - air transport - airports - infrastructure - birds - safety
    De aanwezigheid van een vliegveld nabij stedelijke bebouwing leidde tot wijziging van het bestemmingsplan door de gemeente Eindhoven
    Doelstellingen, inrichting en fasering van de Dierveiligheidsindex
    Bokma-Bakker, M.H. ; Vesseur, P.C. - \ 1999
    Rosmalen : Praktijkonderzoek varkenshouderij (Proefverslag / Praktijkonderzoek Varkenshouderij P1.222) - 32
    varkenshouderij - dierenwelzijn - veiligheid - varkensziekten - regelingen - indexen - nederland - pig farming - animal welfare - safety - swine diseases - regulations - indexes - netherlands
    Het Praktijkonderzoek Varkenshouderij heeft in opdracht van de Stichting tot bevordering van de Dierveiligheid van het Nederlandse Varken de doelstellingen van de in ontwikkeling zijnde Dierveiligheidsindex per niveau beschreven. Hierbij is voortgebouwd op het prototype 05.98 van de Dierveiligheidsindex, die reeds eerder onder regie van de Stichting Dierveiligheid door diverse werkgroepen was opgesteld. De Dierveiligheidsindex heeft tot doel om de risico’s op insleep en verspreiding van besmettelijke ziekten versneld weg te nemen en het welzijnsniveau van de varkens te verbeteren. Voorlopers (top-25% van de bedrijven) moeten ermee worden gestimuleerd om (sneller) door te groeien naar hogere niveaus van diergezondheid en welzijn, waardoor uiteindelijk sectorbreed hogere gezondheids- en welzijnsniveaus gerealiseerd kunnen worden
    Stofproblematiek in de veehouderij
    Voermans, J. ; Roelofs, P. - \ 1999
    Praktijkonderzoek varkenshouderij 13 (1999)4. - ISSN 1382-0346 - p. 2 - 3.
    dierhouderij - varkenshouderij - varkensstallen - luchtverontreiniging - stof - ziekteoverdracht - veiligheid - animal husbandry - pig farming - pig housing - air pollution - dust - disease transmission - safety
    In Denemarken is een internationaal symposium gehouden met als thema stof in stallen. De huidige houderijvormen in de intensieve veehouderij worden over de hele wereld gezien als een ernstige bedreiging voor de gezondheid van degenen die in de stallenwerken
    Clearance of emergency exits for use by the elderly, a proposal for an addition to a Dutch standard
    Voorbij, A.I.M. ; Steenbekkers, L.P.A. ; Snijders, C.J. - \ 1999
    International journal for consumer and product safety 6 (1999)4. - ISSN 1387-3059 - p. 171 - 182.
    veiligheid - normen - veiligheidsinrichtingen - noodgevallen - ouderen - ergonomie - krachten - safety - standards - safety devices - emergencies - elderly - ergonomics - forces
    The maximum pulling and pushing forces of a sample of 750 persons between 20 and 30 and over 50 years of age are presented. Both forces were measured in a free standing position that was related to opening a heavy door, which makes it possible to use the information in a standard on emergency exits. An addition is proposed to NEN 6082:1997 concerning human abilities to open unfastened, hinged doors that are on an escape route
    Vernevelen van weinig invloed op stofconcentratie
    Ellen, H.H. ; Drost, H. ; Beens, N. - \ 1998
    De Pluimveehouderij 28 (1998)3. - ISSN 0166-8250 - p. 20 - 21.
    blootstelling - stof - pluimvee - kippen - pluimveehokken - spuitapparaten - sprinklers - spuitapparatuur - doorspoelen - veiligheid - ongevallenpreventie - hygiëne - huisvesting, dieren - exposure - dust - poultry - fowls - poultry housing - sprayers - sprinklers - spraying equipment - flushing - safety - accident prevention - hygiene - animal housing
    Resultaten van een praktijkonderzoek naar het effect van vernevelen op de stofconcentratie in pluimveestallen
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.