Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 100 / 147

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Reflection of a collective learning journey : Strengthening KCCEM to build the capacity of Conservation professionals in the Albertine Rift Region NICHE/RWA/025
    Oosten, C.J. van - \ 2016
    Centre for Development Innovation (Report CDI-16-014 ) - 130
    training - learning - professional competence - colleges - development - nature conservation - wildlife conservation - environmental management - tourism - rwanda - opleiding - leren - vakbekwaamheid - colleges - ontwikkeling - natuurbescherming - wildbescherming - milieubeheer - toerisme - rwanda
    Together with our support team from the Netherlands (Wageningen University), South Africa (South African Wildlife College) and Cameroon (Ecole de Faune) we embarked upon this journey of supporting the Kitabi College of Conservation and Environmental Management in Rwanda (KCCEM). The major building blocks of this learning journey are the development of a business model, the development of organisational capacity to implement the model, and the development of a range of products and services to be delivered with quality. All these three components operationalised within the policy frameworks and institutional context of Rwanda’s conservation, tourism and environmental management sector.
    EUROBATS : Analyse van de resoluties die zijn aangenomen tijdens de vergadering van de partijen (Meeting of the Parties) in 2014
    Ottburg, F.G.W.A. ; Adrichem, N.H.C. van; Limpens, H.J.G.A. ; Schillemans, M.J. - \ 2016
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport ) - 31
    chiroptera - wildbescherming - monitoring - bosbedrijfsvoering - milieubeleid - nederland - chiroptera - wildlife conservation - monitoring - forest management - environmental policy - netherlands
    Nederland is Party van ‘the Agreement on the Conservation of Populations of European Bats’, ofwel EUROBATS. De EUROBATS-agreement is een verdrag onder de conventie van Bern en met name de conventie van Bonn, de ‘Convention on the Conservation of Migratory Species of Wild Animals’. EUROBATS is een instrument bij de uitvoering van de verplichtingen vanuit de Europese Habitatrichtlijn. De Scientific Advisory Committee ontwikkelt resoluties, welke door de overheden van de Party-States van de EUROBATS-Agreement gezamenlijk worden aangenomen. Deze resoluties benoemen – specifiek vanuit de ecologie van de vleermuizen – knelpunten, speciale aandachtspunten en kansen, welke helpen de uitvoering van wet- en regelgeving in het kader van de Flora- en faunawet en Habitatrichtlijn effectief te focussen. De voorliggende rapportage geeft een overzicht van de resoluties en maakt inzichtelijk wat de Rijksoverheid, provincies of andere organisaties reeds doen voor vleermuizen. Tevens is een kennisagenda opgenomen met aanbevelingen ten behoeve van vleermuizen voor de nabije toekomst.
    Herkomst en migratie van Nederlandse edelherten en wilde zwijnen : een basiskaart van de genetische patronen in Nederland en omgeving
    Groot, G.A. de; Spek, G.J. ; Bovenschen, J. ; Laros, I. ; Meel, Tom van; Jansman, H.A.H. - \ 2016
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2724) - 71
    cervus elaphus - sus scrofa - migration - genetic variation - wildlife conservation - netherlands - cervus elaphus - sus scrofa - migratie - genetische variatie - wildbescherming - nederland
    De laatste jaren worden in toenemende mate incidentele waarnemingen van edelherten en wilde zwijnen buiten de toegewezen leefgebieden gedaan. De vraag is vervolgens of dit om natuurlijke immigratie vanuit (niet-omrasterde) leefgebieden in binnen- of buitenland gaat en waar ze dan vandaan zijn gekomen, of dat het een ontsnapt of losgelaten dier betreft. Om deze vraag in de toekomst in voorkomende gevallen effectief te kunnen beantwoorden, stelde Alterra in opdracht van BIJ12 – Faunafonds en Vereniging Het Edelhert een landelijke genetische referentiedatabase op van de zwijnen- en edelhertenpopulaties in Nederland en nabijgelegen populaties in België en Duitsland. In dit rapport worden de mogelijkheden van deze databases voor herkomstbepalingen nader onderzocht. Tevens geeft dit onderzoek, op basis van de verkregen databases, een overzicht van de genetische vitaliteit van de Nederlandse populaties van beide soorten met betrekking tot diversiteit, inteeltrisico’s en uitwisselingsmogelijkheden.
    Mitigerende maatregelen voor de otter in de Vechtplassen : advies voor ontsnipperende maatregelen bij de Vreelandseweg en Bloklaan
    Grift, E.A. van der; Jansman, H.A.H. - \ 2016
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2697) - 41
    otters - lutra - wildpassages - monitoring - wildbescherming - maatregelen - wildbeheer - martes martes - noord-holland - otters - lutra - wildlife passages - monitoring - wildlife conservation - measures - wildlife management - martes martes - noord-holland
    Populatiebeheer van wilde hoefdieren: nog niet goed op orde
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Grift, E.A. van der - \ 2015
    Vakblad Natuur Bos Landschap (2015)december. - ISSN 1572-7610 - p. 26 - 29.
    wilde dieren - wildbescherming - wildbeheer - hoefdieren - regionaal beleid - populatiedichtheid - populatie-ecologie - bevolkingsspreiding - habitats - wild animals - wildlife conservation - wildlife management - ungulates - regional policy - population density - population ecology - population distribution - habitats
    In de afgelopen vijftig jaar groeide in grote delen van Europa, inclusief Nederland, zowel de aantallen als de verspreiding van ree, wild zwijn, damhert en edelhert. Verklaringen hiervoor zijn een betere bescherming en beheer, ontsnappingen, spontane (her)kolonisatie van leefgebieden in combinatie met (her) introducties, verbetering van connectiviteit, mildere winters en een verhoogd voedselaanbod. Tot voor kort werd de verspreiding van wild zwijn en edelhert in Nederland gehinderd door rijksbeleid: de soorten mogen alleen op de Veluwe, de Oostvaardersplassen en Nationaal park De Meinweg leven. Inmiddels zijn de provincies verantwoordelijk voor het faunabeleid en de kans is groot is dat wilde hoefdieren in de nabije toekomst verder zullen toenemen.
    Terug naar de oertijd : herintroductie van de Atlantische steur in de Rijn
    Brevé, Niels ; Laak, Gerard de; Houben, Bram ; Reiniers, Karsten ; Zonneveld, Gijs van; Blom, Esther ; Breukelaar, André ; Winter, Hendrik V. ; Vis, Hendry - \ 2015
    Visionair : het vakblad van sportvisserij Nederland 10 (2015)38. - ISSN 1569-7533 - p. 4 - 7.
    herintroductie van soorten - steuren - bedreigde soorten - uitsterven - rijn - wildbeheer - wildbescherming - reintroduction of species - sturgeons - endangered species - extinction - river rhine - wildlife management - wildlife conservation
    De Atlantische steur (Acipenser sturio) behoort tot een ruim 200 miljoen jaar oude diergroep. Deze kraakbeenvissen overleefden de dinosauriërs. Echter, tussen 1920 en 1990 verdween de steur door toedoen van de mens uit vrijwel alle grote rivieren van West-Europa. Het is een geweldige uitdaging om deze oervis met beenplaten en vier snorharen voor uitsterven te behoeden
    Effect straatverlichting op paddentrek
    Grunsven, R.H.A. van; Joosten, K. ; Creemers, R. - \ 2015
    RAVON 17 (2015)3. - p. 56 - 58.
    padden - migratie - habitats - habitatfragmentatie - habitatverbindingszones - verlichting - kunstmatige verlichting - wildbescherming - toads - migration - habitats - habitat fragmentation - habitat corridors - lighting - artificial lighting - wildlife conservation
    Al duizenden jaren gaan padden in het vroege voorjaar ’s nachts op pad naar voortplantingswateren om daar te paren en eieren af te zetten. De wereld om hen heen is in al die jaren sterk veranderd. Wegen doorkruisen hun leefgebied en straatverlichting langs de wegen is eerder regel dan uitzondering. En dat heeft effect op de paddentrek, zo blijkt uit een lichtonderzoek.
    Beelden van de Das in Nederland in Nederland 1900-2013: van ongedierte tot troeteldier?
    Runhaar, Hens ; Runhaar, M. ; Vink, J. - \ 2015
    De Levende Natuur 116 (2015)5. - ISSN 0024-1520 - p. 228 - 231.
    meles meles - populations - wildlife conservation - wildlife management - attitudes - social change - human-animal relationships - meles meles - populaties - wildbescherming - wildbeheer - attitudes - sociale verandering - mens-dier relaties
    Het herstel van de Nederlandse dassenpopulatie sinds 1980 is voor een belangrijk deel te verklaren uit een betere bescherming door o.a. de overheid, maar ook uit een andere omgang met de Das door boeren, jagers en bestuurders. Doel van dit artikel is om de beelden van de Das in de loop van de tijd te analyseren om daardoor inzicht te krijgen in de maatschappelijke kant van het herstel van de dassenpopulatie.
    Otter en lynx
    Kistenkas, F.H. - \ 2015
    Vakblad Natuur Bos Landschap 12 (2015)111. - ISSN 1572-7610 - p. 30 - 30.
    fauna - wildbescherming - verkeersongevallen - natuurbescherming - wetgeving - vergelijkingen - fauna - wildlife conservation - traffic accidents - nature conservation - legislation - comparisons
    toevoegen: WASS OVR 0702 FNP, KB: 04-010-036.56 en Alterra 5200041779 ( juridische belemmeringen)
    Habitat quality for Grey Seals in the Dutch Wadden Sea
    Brasseur, S.M.J.M. ; Aarts, G.M. ; Kirkwood, R.J. - \ 2014
    Den Burg : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C090/14) - 77
    zeehonden - fauna - wildbescherming - mariene gebieden - waddenzee - seals - fauna - wildlife conservation - marine areas - wadden sea
    Growth in numbers has seen the Netherlands become a strong-hold for grey seals in continental Europe. This report has the following subjects (questions posed by the Dutch Ministry): “Is a favourable status of the habitat quality of the grey seal in the Netherlands dependant on the presence of undisturbed, permanently dry breeding sites, or do the current sites, which are considered sub optimal, suffice for a long term survival of the species in the Netherlands?” and "How is the growth influenced by immigration from other areas (i.e. the UK)?”
    Governance of tourism conservation partnerships: lessons from Kenya
    Nthiga, R.W. - \ 2014
    Wageningen University. Promotor(en): Rene van der Duim, co-promotor(en): Ingrid Visseren-Hamakers; B.E.L. Wishitemi. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462571662 - 231
    toerisme - duurzame ontwikkeling - wildbescherming - natuurbescherming - vennootschappen - governance - bewonersparticipatie - kenya - tourism - sustainable development - wildlife conservation - nature conservation - partnerships - governance - community participation - kenya

    Governance of Tourism Conservation Partnerships: Lessons from Kenya

    Rita Wairimu Nthiga

    Since the 19th century nature conservation in Eastern Africa has evolved in different stages. Initial interventions emerged as a result of the decline and potential extinction of species for sport hunting. Colonial administrations thus started by formulating hunting regulations and licenses. More structured efforts began after the Second World War with the setting aside of national parks and reserves referred to as a ‘preservationist’ approach to conservation. To address some of the weaknesses of this approach, a community paradigm, that sought to integrate the objectives of biodiversity conservation with objectives of socio-economic development, emerged in the 1980s.

    With the shift from ‘government to governance’, a variety of actors, including governments, NGOs and donor organizations, began to support market-based initiatives as a reaction to the flaws of community-based initiatives, including tourism-based ones, aimed at achieving conservation goals while at the same time addressing development challenges. In these programmes the partnership model has been increasingly adopted as a preferred mode of governance for addressing the objectives of conservation and development. In this thesis I analyze and explain the nature of governance in tourism conservation-development partnerships. The thesis studies two tourism-conservation-development partnerships in Kenya: the Sanctuary at Ol Lentille and the Koija Starbeds partnerships. Data collection involved the use of semi-structured interviews, document analysis and literature review, observations and informal discussions and focus group discussions.

    This thesis studied the governance of the two partnerships making use of the concepts of participation, transparency, accountability, equity, and effectiveness. Although these concepts are also known as prescriptive ‘good governance’ principles, this thesis departed from this normative view of ‘good governance’ and applies the concepts in an analytical way to study and understand the nature of governance in the partnerships. Moreover, it also examined the inter-relationships between participation, transparency, accountability, equity, and effectiveness, power-relations among the actors involved, as well as the local, national and international contexts in which these partnerships operate. The thesis therefore aimed to answer the following research question: What is the nature of governance of the partnerships in terms of participation, transparency, accountability, equity, and effectiveness, and how can this be explained?

    The results reveal both similarities and differences between the partnerships and show that governance in both partnerships is influenced by challenges related to among others un-balanced power-relations, inadequate local institutions, un-supportive legislative and cultural frameworks and cultural constraints. Despite these governance challenges both partnerships make important contributions to livelihoods and conservation. The research further reveals that partnerships are not simple institutions but comprise of ‘nested’ institutions which make their governance complex. In the thesis I therefore conclude that for partnerships to realize their potentials, they must be more consciously governed at the partnership level - by the various partners - and as a governance instrument more generally- by various societal actors.

    Factsheets Kaderrichtlijn Marien Strategie-indicatoren van het Friese Front en de Centrale Oestergronden
    Fey-Hofstede, F.E. ; Witbaard, R. - \ 2013
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C185/13) - 26
    noordzee - bodemfauna - oesters - wildbescherming - mariene gebieden - north sea - soil fauna - oysters - wildlife conservation - marine areas
    Het Friese Front en de Centrale Oestergronden zijn in de Nederlandse Mariene Strategie genoemd als zoekgebieden voor beschermingsmaatregelen voor de bodemfauna. Om de ecologische waarde van deze gebieden en de indicatorsoorten die zijn aangewezen voor het monitoringprogramma voor een breed publiek inzichtelijk te maken, worden de belangrijkste kenmerken en waarden van deze gebieden en soorten in deze rapportage kort en bondig beschreven. Het gaat hierbij om de soorten: Callianassa subterranea, Upogebia stellata, Upogebia deltaura, Brissopsis lyrifera, Corbula gibba, Acanthocardia echinata, Turritella communis, Amphiura filiformis, Thracia convexa, Goneplax rhomboides, Corystes cassivelaunus, Nephtys incisa.
    Transfrontier Conservation Areas: people living on the edge
    Andersson, J.A. ; Garine-Wichatitsky, M. de; Cumming, D.H.M. ; Dzingirai, V. ; Giller, K.E. - \ 2013
    Oxon, UK : Routledge - ISBN 9781849712088 - 216
    beschermingsgebieden - grensgebieden - natuurlijke hulpbronnen - duurzaamheid (sustainability) - samenleving - sociologie - toerisme - wild - wildbescherming - mensen - zuidelijk afrika - conservation areas - frontier areas - natural resources - sustainability - society - sociology - tourism - wildlife - wildlife conservation - people - southern africa
    This book focuses on the forgotten people displaced by, or living on the edge of, protected wildlife areas. It moves beyond the grand 'enchanting promise' of conservation and development across frontiers, and unfounded notions of TFCAs as integrated social-ecological systems. Peoples' dependency on natural resources – the specific combination of crop cultivation, livestock keeping and natural resource harvesting activities – varies enormously along the conservation frontier, as does their reliance on resources on the other side of the conservation boundary. Hence, the studies in this book move from the dream of eco-tourism-fuelled development supporting nature conservation and people towards the local realities facing marginalized people, living adjacent to protected areas in environments often poorly suited to agriculture.
    Conservation genetics of local and wild pig populations : insight in genetic diversity and demographic history
    Herrero Medrano, J. - \ 2013
    Wageningen University. Promotor(en): Martien Groenen, co-promotor(en): Richard Crooijmans; Hendrik-Jan Megens. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461737519 - 160
    wilde varkens - sus scrofa - varkens - dna - genetische diversiteit - genetische bronnen van diersoorten - genomica - fylogenetica - zoögeografie - populatiedynamica - single nucleotide polymorphism - wildbescherming - wild pigs - sus scrofa - pigs - dna - genetic diversity - animal genetic resources - genomics - phylogenetics - zoogeography - population dynamics - single nucleotide polymorphism - wildlife conservation
    Het doel van het onderzoek zoals beschreven in dit proefschrift was om de genetische diversiteit en demografische geschiedenis van lokale varkenspopulaties te verkennen middels het integreren van verschillende genetische merker systemen.
    The numbers game in wildlife conservation: changeability and framing of large mammal numbers in Zimbabwe
    Gandiwa, E. - \ 2013
    Wageningen University. Promotor(en): Herbert Prins; Cees Leeuwis, co-promotor(en): Ignas Heitkonig. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461737465 - 204
    wildbescherming - zoogdieren - jachtdieren - populatiedynamica - populatie-ecologie - populatiebiologie - jagen - wild - zimbabwe - wildlife conservation - mammals - game animals - population dynamics - population ecology - population biology - hunting - wildlife - zimbabwe

    Wildlife conservation in terrestrial ecosystems requires an understanding of processes influencing population sizes. Top-down and bottom-up processes are important in large herbivore population dynamics, with strength of these processes varying spatially and temporally. However, up until recently the role of human-induced top-down and bottom-up controls have received little attention. This is despite the fact that almost all terrestrial ecosystems are influenced by human activities thereby likely altering the natural control of animal populations. Therefore, in this thesis, the role of natural and human-induced controls in influencing large herbivore populations and how human controls (i.e., policy instruments, incentives and provisions) influence human activities and wildlife conservation in a semi-arid African savanna ecosystem are investigated. This study primarily focuses on Gonarezhou National Park (hereafter, Gonarezhou), Zimbabwe and adjacent areas. Zimbabwe experienced an economic crisis and political instability between 2000 and 2008 following the land reforms that started in 2000 which were widely covered in the mass media.

    The results indicated a weak synchrony in rainfall and drought occurrence (natural bottom-up process) in areas within the same “climatic” region, and variable responses of large herbivore species to the 1992 severe drought with most large herbivore species’ populations declining following the 1992 drought and increasing thereafter. Therefore, droughts are important in influencing large herbivore populations in semi-arid ecosystems. Furthermore, the results showed variation in the intensity of illegal hunting (top-down human control) which was associated with variation in law enforcement efforts in Gonarezhou. Law enforcement efforts in Gonarezhou were strengthened in 2004 following the employment of additional patrol rangers which resulted in increased park coverage and a decline in recorded illegal activities. Thus, the results show that political instability and economic collapse does not necessarily lead to increased illegal hunting in situations where policy instruments, such as laws, are enforced.

    A higher perceived effectiveness of Communal Areas Management Programme for Indigenous Resources (CAMPFIRE - a community-based program that allows local people living in communal areas near protected areas in Zimbabwe to financially benefit from using the wildlife resources within their area) was partly associated with a decline in human-wildlife conflicts. In addition, local communities with higher perceived effectiveness of CAMPFIRE programs partly had more favourable attitudes towards problematic wild animals. Moreover, the results showed that in the 1990s, the majority of newspaper articles highlighted that wildlife conservation in Zimbabwe was largely successful. However, following the land reforms that occurred in 2000, the international media lost interest in wildlife conservation in Zimbabwe, as evidenced by a sharp decline in published articles. Also, the frames changed in the international media with the “political unrest and land reform” blame frame becoming more dominant, and nature conservation was portrayed more negatively. The change in media frames shows that there was a spill-over effect from the political domain into wildlife conservation following Zimbabwe’s land reforms in 2000.

    Overall, this study provides new insights on the processes influencing large herbivore population dynamics in human-dominated semi-arid savanna ecosystems which consist of diverse wildlife management regimes and also illuminates the importance of media framing and (mis-)representation of wildlife conservation issues following political instability, crisis or societal unrest. With these findings, it is concluded that natural bottom-up processes (e.g., droughts) influence large herbivore population dynamics whereas policy instruments, incentives, provisions and societal frames mainly have a top-down effect on wild large herbivore populations in savanna ecosystems.

    Top-down and bottom-up control of large herbivore populations: a review of natural and human-induced influences
    Gandiwa, E. - \ 2013
    Tropical conservation science 6 (2013)4. - ISSN 1940-0829 - p. 493 - 505.
    gonarezhou national-park - community structure - african savannas - food-web - wildlife conservation - aboriginal overkill - trophic cascades - southern africa - body-size - ecosystems
    The question whether animal populations are top-down and/or bottom-up controlled has motivated a thriving body of research over the past five decades. In this review I address two questions: 1) how do top-down and bottom-up controls influence large herbivore populations? 2) How do human activities and control systems influence the top-down and bottom-up processes that affect large herbivore population dynamics? Previous studies suggest that the relative influence of top-down vs. bottom-up control varies among ecosystems at the global level, with abrupt shifts in control possible in arid and semi-arid regions during years with large differences in rainfall. Humans as super-predators exert top-down control on large wild herbivore abundances through hunting. However, through fires and livestock grazing, humans also exert bottom-up controls on large wild herbivore abundances through altering resource availability, which influences secondary productivity. This review suggests a need for further research, especially on the human-induced top-down and bottom-up control of animal populations in different terrestrial ecosystems.
    Voldoen de aantallen Grote Jagers aan de drempelwaarde voor kwalificatie van Friese Front als Vogelrichtlijngebied?
    Geelhoed, S.C.V. ; Leopold, M.F. ; Bemmelen, R.S.A. van; Lindeboom, H.J. - \ 2013
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C140/13) - 11
    zeevogels - habitats - wildbescherming - vogelrichtlijn - noordzee - sea birds - habitats - wildlife conservation - birds directive - north sea
    Het Friese Front staat op de nominatie om aangewezen te worden als Vogelrichtlijngebied, vanwege grote aantallen Zeekoeten die daar, met jongen, in de zomer verblijven. Een tweede vogelsoort, de Grote Jager, kwalificeert zich wellicht ook, maar er bestaat onduidelijkheid over de aantallen die van het gebied gebruik maken en of deze de drempelwaarde voor kwalificatie als doelsoort voor een Vogelrichtlijngebied overschrijden. Onderzocht is of de aantallen Grote Jagers op het Friese Front met zekerheid voldoende zijn om deze soort te kwalificeren voor opname in het Aanwijzingsbesluit Friese Front.
    Lifelines for Ramat Hanadiv : an analysis of the necessity for ecological corridors
    Sluis, T. van der; Eupen, M. van - \ 2013
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2423)
    ecologische hoofdstructuur - landschapsecologie - ecologie - modellen - wild - wildbescherming - israël - ecological network - landscape ecology - ecology - models - wildlife - wildlife conservation - israel
    This report presents the results of an analysis of the ecological network for Ramat Hanadiv. We used the LARCH Landscape ecological model to assess, first, the long-term viability of the wildlife populations of Ramat Hanadiv, and secondly, to identify where the most important landscape connections or corridors are situated. Analysis shows that almost no species are viable in Ramat Hanadiv alone; almost all require some exchange with surrounding populations. The exchange with surrounding areas is therefore essential for biodiversity in Ramat Hanadiv. Specific de-fragmentation measures are important. The best measure to improve viability is to ensure that a corridor eastward is maintained. The best location for the corridor is most likely through the industrial zone. A potential corridor through the Taninim River would be another option. This would likely require further study and a significantly larger investment of resources.
    Passende Beoordeling Vuurwerk tijdens Sail en Marine dagen, Den Helder 2013
    Deerenberg, C.M. ; Jak, R.G. - \ 2013
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C050/13) - 46
    publieksevenementen - festivals - licenties - nadelige gevolgen - vogels - wildbescherming - verontreiniging - natura 2000 - noord-holland - spectator events - festivals - licences - adverse effects - birds - wildlife conservation - pollution - natura 2000 - noord-holland
    De Stichting Sail Den Helder 2013 en de Koninklijke Marine zijn voornemens van 20 tot en met 23 juni 2013 het gecombineerde evenement van Sail & Marinedagen te organiseren in de haven van Den Helder en het Marsdiep voor de kust van Den Helder. Op 20 tot en met 22 juni wordt de dag afgesloten met een vuurwerkshow. De ontbrandingslocatie van het vuurwerk ligt in het Natura 2000-gebied Waddenzee. Naar de mening van het Bevoegd Gezag is de kans op significante gevolgen niet bij voorbaat uit te sluiten. Zij vragen derhalve om een passende beoordeling conform de Natuurbeschermingswet 1998. In deze passende beoordeling wordt vastgesteld of er kans is op significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Waddenzee. Hierbij wordt gelet op de relevante aspecten van de instandhoudingsdoelstellingen en de mate van zekerheid over het optreden van het effect (aard, grootte) in relatie tot het natuurlijke functioneren van habitattypen, leefgebieden en soorten (met hun natuurlijke fluctuaties en eventuele trends).
    De komst van de wolf in Nederland : verslag van de workshop gehouden op 8 november 2012
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Lammertsma, D.R. ; Hoon, C. ; Kruft, A. ; Lanters, R. - \ 2013
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2403) - 24
    wolven - fauna - wildbescherming - wildbeheer - invasieve exoten - migratie - natuurbeleid - maatschappelijke betrokkenheid - nederland - wolves - fauna - wildlife conservation - wildlife management - invasive alien species - migration - nature conservation policy - community involvement - netherlands
    Recent verschenen twee rapporten over de mogelijke komst van de wolf in Nederland (Alterra rapport 2339; Intomart GfK rapport 28393) die aan de Tweede kamer zijn aangeboden. Doel van deze workshop is om bij de totstandkoming van beleid rekening te houden met de wensen vanuit de samenleving. Naar verwachting is dit conform de lijn die de nieuwe staatssecretaris (Sharon Dijksma) zal volgen waarbij een proactieve opstelling van de overheid zal leiden tot nieuw beleid
    Potential for Grey wolf Canis lupus in the Netherlands : effects of habitat fragmentation and climate change on the carrying capacity and population dynamics
    Potiek, A. ; Wamelink, G.W.W. ; Jochem, R. ; Langevelde, F. van - \ 2012
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2349) - 66
    wolven - fauna - wildbescherming - wildbeheer - habitatfragmentatie - oriëntatie - nederland - populatiedynamica - wolves - fauna - wildlife conservation - wildlife management - habitat fragmentation - orientation - netherlands - population dynamics
    Recolonization of the Netherlands by wolves is likely to occur within 5 to 10 years, and for management reasons the habitat suitability should be understood. Therefore, I predicted the carrying capacity and population dynamics of the wolf in the Netherlands, and studied the effects of habitat fragmentation and climate change. The effects of climate change on soil processes, vegetation structure and prey abundance for wolves were simulated with the models SMART2 and SUMO2. I assessed the effects of habitat fragmentation by comparing a scenario with and without wildlife overpasses. Population dynamics were simulated applying the model METAPHOR. Due to climate change, primary productivity increased, resulting in higher prey availability. Wolf carrying capacity and population dynamics are hence positively affected by climate change, although the effect was smaller than for habitat fragmentation. The average number of adults after a 110 year model run more than doubled in the presence of overpasses compared to the scenario without. Population persistence is negatively affected by habitat fragmentation. This study indicates the importance of overpasses for carnivores, which therefore should be an integrated part of nature management.
    De komst van de wolf (Canis lupus) in Nederland : een 'factfinding study'
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Jansman, H.A.H. ; Jacobs, M.H. ; Harmsen, M. - \ 2012
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2339) - 69
    wolven - fauna - wildbescherming - wildbeheer - habitatrichtlijn - oriëntatie - nederland - wolves - fauna - wildlife conservation - wildlife management - habitats directive - orientation - netherlands
    In 2000 waren er voor het eerst weer wolven met jongen in Duitsland in de regio Lausitz (Saksen), grenzend aan Zuidwest-Polen. De populatie breidt zich sindsdien geleidelijk uit. Op voorhand uitsluiten dat ze in Nederland opduiken is niet reëel, maar het is onvoorspelbaar waar en wanneer de wolf zal opduiken in Nederland. Aanbevolen wordt dat Nederland cf. het bepaalde in de Conventie van Bern een wolvenbeschermingsplan op gaat stellen, om de wolf cf. het bepaalde in de Habitatrichtlijn op te nemen in de lijst van beschermde soorten en om leefgebied(en) voor de wolf aan te wijzen. In het rapport worden een groot aantal andere aanbevelingen gedaan voor beleidsvoorbereiding op grond van feitenonderzoek. In veel gevallen wordt samenwerking met het buitenland aanbevolen.
    Vuurwerk & vogels provincie Utrecht : afwegingskader voor vergunningverlening ten aanzien van vuurwerkevenementen in en nabij Utrechtse Vogelrichtlijngebieden inclusief twee casestudies
    Ottburg, F.G.W.A. ; Molenaar, J.G. de; Jonkers, D.A. ; Henkens, R.J.H.G. - \ 2012
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2347) - 40
    publieksevenementen - festivals - licenties - nadelige gevolgen - vogels - wildbescherming - geluidshinder - natura 2000 - utrecht - spectator events - festivals - licences - adverse effects - birds - wildlife conservation - noise pollution - natura 2000 - utrecht
    In Alterra rapport 1694 ‘Vuurwerk & Vogels; afwegingskader voor vergunningverlening ten aanzien van vuurwerkevenementen in en nabij Brabantse Vogelrichtlijngebieden’ wordt een afwegingskader voor vergunningverlening voorvuurwerkevenementen in en nabij Brabantse Vogelrichtlijngebieden gegeven. De belangrijkste uitkomsten van deze studie worden samengevat in de tabellen 7 en 8, namelijk ‘Vuurwerktypen en beslisregels met betrekking tot gebruik bij evenementen van Vogelrichtlijngebieden voor de broedvogels en niet-broedvogels van Brabantse Natura 2000-gebieden’. De provincie Utrecht heeft Alterra verzocht om de tabellen 7 en 8 uit rapport 1694 uit te breiden met tien broedvogels en één niet-broedvogel voor de Utrechtse Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten in de provincie Utrecht. Naast de gevraagde uitbreiding van vogelsoorten is Alterra ook verzocht om twee casestudies te behandelen; een vuurwerkevenement in de uiterwaard bij Rhenen en een vuurwerkevenement in Maarssen nabij de Oostelijke Vechtplassen.
    Elephants of democracy : an unfolding process of resettlement in the Limpopo National Park
    Milgroom, J. - \ 2012
    Wageningen University. Promotor(en): Cees Leeuwis; Ken Giller, co-promotor(en): J.L.S. Jiggins. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461732699 - 322
    nationale parken - natuurbescherming - ontwikkelingsprojecten - politiek - natuurbeleid - wildbescherming - invloeden - inheemse volkeren - bevolkingsverplaatsing - zuid-afrika - zimbabwe - mozambique - national parks - nature conservation - development projects - politics - nature conservation policy - wildlife conservation - influences - indigenous people - resettlement - south africa - zimbabwe - mozambique
    The proposed paper will focus on the process of displacement taking place in the context of the creation of the Limpopo National Park in Mozambique. This park is part of the Great Limpopo Transfrontier Park, which also includes the Kruger National Park (South Africa) and Gonarezhou National Park (Zimbabwe). The creation of the Limpopo National Park – which involved the translocation of more than 3000 animals from Kruger park to Limpopo park, including more than a hundred elephants – is strongly associated by some local residents with political developments following the cease-fire in 1992 and the increased regional cooperation since South Africa’s transition to democracy in 1994. The paper will describe how the establishment of the larger transfrontier park resulted in pressure on the Mozambican government to favour the model of a national park over other conservation options that might have better accommodated the interests of local communities. About 26 000 people are currently living in the Limpopo National Park; about 6000 of whom are in the process of being resettled to an area southeast of the park. The Mozambican government and donors funding the creation of the park have maintained that no forced relocation will take place. However, the pressure created by restrictions on livelihood strategies resulting from park regulations, and the increased presence of wildlife has forced some communities to ‘accept’ the resettlement option. The paper will describe the negotiation process about alternative locations and compensation packages for the communities to be resettled, involving park officials, local and international NGOs, and communities. An analysis will be presented of the power struggles between those parties, but also of the internal contradictions and conflicts that each of the parties experience. Furthermore, an often neglected aspect will be explored, namely that of the possible consequences of resettlement for the hosting communities outside of the park
    "Het G-7- akkoord is de oplossing voor het ganzenprobleem"
    Melman, Dick - \ 2012
    geese - wildlife conservation - agri-environment schemes - farmers' attitudes - nature conservation - cooperation
    A Proposal Towards a Dutch Caribbean Marine Mammal Sanctuary
    Debrot, A.O. ; Witte, R.H. ; Scheidat, M. ; Lucke, K. - \ 2011
    Den Burg : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C149/11) - 153
    zeezoogdieren - natuurreservaten - beschermde gebieden - wildbescherming - caribische zee - nederlandse wateren - nederlandse antillen - marine mammals - nature reserves - reserved areas - wildlife conservation - caribbean sea - dutch waters - netherlands antilles
    Based on the goals set forth in the Dutch Biodiversity Policy Programme, The Netherlands has a traditionally strong commitment to protect biodiversity and marine mammals both internationally and in its own national and Kingdom waters. Last year the responsible ministry, namely the Netherlands Ministry of Economic Affairs, Agriculture and Innovation (EL&I), developed a management plan for the biological resources of the recently declared Dutch Caribbean Exclusive Economic Zone. The Dutch Caribbean EEZ was formally declared on June 10, 2010, and amounts to more than 90.000 km2 of diverse tropical marine habitats. One of the key ambition coming forth from that plan was to develop a Dutch Caribbean Marine Mammal Sanctuary (MMS). This report provides the necessary review and background on which to base such an endeavour. Our updated review establishes beyond doubt that the Dutch Caribbean EEZ has a rich and diverse marine mammal fauna which merits more extensive protection. Even though the fauna is only poorly known, based almost exclusively on incidental sightings and strandings, it amounts to a minimum of 19 marine mammal species, and possibly up to more than 30. Without exception, all documented species appear on protected species lists of one or more treaties ratified by the Kingdom, and/or its constituent countries. Large differences are apparent between the leeward and windward sectors of the Dutch Caribbean EEZ, both in terms of species composition and conservation issues. Throughout the region, cetaceans are playing an increasingly important role in island economies as an important natural attraction for eco-based recreation and tourism, and in this respect the Dutch Caribbean also possesses major potential. We here propose the establishment of a MMS as the cornerstone to sustainable conservation and management of these charismatic animals. Ecological arguments for the establishment of habitat protection by means of the concept of sanctuaries are outlined, as are the many environmental issues that would eventually need to be addressed within the sanctuary. Legal designation of a marine mammal sanctuary (MMS) would form the first and most important step which provides the framework for all broader (international cooperation) and in depth (knowledge and conservation development) initiatives. Once established, the fuller implementation of a marine mammal sanctuary should be seen as a gradual process, involving development of knowledge, policy, rules and regulations, public and stakeholder participation. In this the Netherlands would follow and importantly reinforce the efforts of other nations who have already established MMS’s within the region. Favourable pre-conditions for the establishment of a MMS in the Dutch Caribbean include the fact that a) all cetaceans are already have a legal status in the Dutch Caribbean EEZ which calls for actual protection, b) the most deleterious fishing practices are already significantly limited and controlled within Kingdom waters, c) the key enforcer, namely the Coastguard, is already strongly present (largely due to other reasons), d) the islands generally have a strong tradition of marine protected areas in coastal habitat, e) the incremental costs for research and enforcement needed to establish a sanctuary is modest, f) public support is high, thanks to the generally high level of development and awareness of the public, g) indigenous fishery practices do not conflict with cetacean conservation, and h) whale watching interests are only in their infancy. We conclude our review by proposing the following key action points to establishing a MMS: a) Legal designation of the EEZ (one or both sectors) as MMS, along with establishment of legal guidelines for interacting with cetaceans (whale watching). b) Establish bonds of cooperation with sister sanctuaries in the region (France, USA, Dominican Republic), (e.g. regional stranding and sightings data network). c) Conduct baseline quantitative surveys of cetacean distribution and assessments in light of sources of deleterious sound sources and risks of vessel strikes. d) Review and adapt existing national and insular legal frameworks to improve these, preferably by developing separate and standardized marine mammals legislation. e) Develop information systems to promote the development of a whale (cetacean) watching industry. f) Train and equip marine parks and island veterinarians to conduct elementary autopsies and collect basic stranding specimens for analysis of causes of mortality, contamination levels and genetics, and link them to international academic institutions who will accept and analyse the specimens in regional context. g) Develop species action plans (e.g. humpback). h) Conduct cetacean surveys and management reviews every 5 years to assess marine mammal status and conservation progress.
    African winter population trends of European waterbirds : the identification of critical sites and the effectiveness of Ramsar and IBA site designation for the conservation of migratory waterbirds
    Kleijn, D. ; Nagy, S. ; Delany, S. ; Nasirwa, O. ; Dodman, T. ; Goedhart, P.W. - \ 2011
    Wageningen : Alterra (Alterra-report 2148) - 30
    watervogels - winter - vogeltrek - wildbescherming - populatiedynamica - afrika - europa - vogels - monitoring - waterfowl - winter - bird migration - wildlife conservation - population dynamics - africa - europe - birds - monitoring
    IBA = important bird area
    Compenserende maatregelen in 2009 voor steenuilen in de Waalsprong bij Nijmegen : overzicht van de compenserende en mitigerende maatregelen ter compensatie van het verdwijnen van nest- en foerageergelegenheid voor steenuilen in de Waalsprong
    Blitterswijk, H. van; Jacobs, F.H.H. ; Jagers op Akkerhuis, G.A.J.M. - \ 2011
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1971) - 22
    uilen - wildbescherming - natuurbeschermingsrecht - natuurcompensatie - gelderland - nederland - betuwe - expansie - stedelijke gebieden - owls - wildlife conservation - nature conservation law - nature compensation - gelderland - netherlands - betuwe - expansion - urban areas
    Uitbreiding van de stad Nijmegen, ten noorden van de Waal, en maatregelen ter behoud van habitat van roofvogels.
    Inventarisatie van faunaschade in 10 grote akkerbouwgewassen
    Wijk, C.A.P. van - \ 2010
    Kennisakker.nl 2010 (2010)3 maart.
    akkerbouw - bouwland - oogstschade - vogels - fauna - wildbescherming - inventarisaties - financieren - arable farming - arable land - crop damage - birds - fauna - wildlife conservation - inventories - financing
    Faunaschade is in de akkerbouw een groot probleem en volgens de praktijk wordt faunaschade niet altijd of maar gedeeltelijk vergoed. Op verzoek van het Productschap Akkerbouw is daarom eerst een inventarisatie van de faunaschade uitgevoerd. Doel van deze inventarisatie is om in beeld te brengen welke informatie beschikbaar is over de financiële gevolgen van wildschade voor de qua areaal 10 belangrijkste akkerbouwgewassen en de achterliggende regels voor schadevergoeding.
    Een pilotstudie naar de interacties tussen broedende weidevogels en Brandganzen
    Kleijn, D. ; Bos, D. - \ 2010
    De Levende Natuur 111 (2010). - ISSN 0024-1520 - p. 64 - 67.
    ganzen - vogels - onvolwassenheid - wildbescherming - populatiedynamica - graslanden - weidevogels - geese - birds - juvenility - wildlife conservation - population dynamics - grasslands - grassland birds
    De voor Nederland zo typerende natte graslanden van het laagveen- en zeekleigebied worden momenteel bevolkt door twee karakteristieke groepen vogels. Hun habitatvoorkeur komt sterk overeen, maar voor het overige verschillen ze duidelijk van elkaar. De in hun broedseizoen van dierlijk voedsel afhankelijke weidevogels gaan sterk in populatieomvang achteruit
    Black-tailed Godwits in West African winter staging areas : habitat use and hunting-related mortality
    Kleijn, D. ; Kamp, J. van der; Monteiro, H. ; Ndiaye, I. ; Wymenga, E. ; Zwarts, L. - \ 2010
    Wageningen : Alterra (Alterra-report 2058) - 32
    vogels - limosa limosa - overwintering - natte rijst - wildbescherming - habitats - bevolkingsafname - jagen - west-afrika - guinee-bissau - gambia - senegal - nederland - weidevogels - vogeltrek - birds - limosa limosa - overwintering - flooded rice - wildlife conservation - habitats - population decrease - hunting - west africa - guinea-bissau - gambia - senegal - netherlands - grassland birds - bird migration
    The persistence of the Dutch Black-tailed Godwit population depends largely on high adult survival. Adult survival may be influenced by hunting pressure and land use change in the wintering area, the West African coastal zone. Here we examine hunting pressure on and habitat use of Black-tailed Godwits in West African rice-growing areas. The Black-tailed Godwit is exposed to hunting throughout the core wintering area in West Africa but hunting related mortality does not seem to be the main driver of the ongoing population decline. Habitat use of godwits seems to be governed by the availability of their preferred habitat: (man-made) bare wet soil which is consecutively available in different parts of West Africa throughout the entire wintering period.
    Ganzen in de lage landen
    Ebbinge, B.S. ; Voslamber, B. ; Wesselius, M. ; Hooijmeijer, J. ; Reest, P. van der; Schimmel, I. - \ 2010
    De Levende Natuur 111 (2010)1. - ISSN 0024-1520 - p. 76 - 79.
    ganzen - populatiedynamica - wildbescherming - graslanden - begrazing - geese - population dynamics - wildlife conservation - grasslands - grazing
    Het gaat goed met de ganzen in de Lage Landen. Vrijwel alle soorten zijn, sinds het verschijnen van het vorige themanummer in 1987, in aantal toegenomen. Brandgans (Branta leucopsis) en grauwe gans (Anser anser) zijn spectaculair toegenomen en zijn in enkele decennia tijd van zeldzame bezoekers zelfs tot gewone broedvogels geworden. In dit themanummer wordt echter ook de keerzijde van deze toename van zowel overwinterende ganzen als het langere verblijf van broedganzen in het voorjaar belicht
    Faunaschade; Inventarisatie bij 10 grote akkerbouwgewassen
    Vlaswinkel, M.E.T. ; Wijk, C.A.P. van; Uijthoven, W. - \ 2009
    Lelystad : PPO AGV (PPO-AGV / Rapport ) - 51
    akkerbouw - bouwland - oogstschade - vogels - fauna - wildbescherming - inventarisaties - financieren - arable farming - arable land - crop damage - birds - fauna - wildlife conservation - inventories - financing
    In dit verslag wordt weergegeven welke informatie beschikbaar is betreffende de financiële gevolgen van faunaschade voor de qua areaal 10 belangrijkste akkerbouwgewassen. Hiervoor zijn de cijfers van het Faunafonds gebruikt. Deze opdracht is uitgevoerd voor het Productschap Akkerbouw. Uit de gegevens blijkt dat de grauwe gans met 42% de grootste schadeveroorzaker is. Wordt er naar het areaal dat beschadigd is gekeken dan is dit 38%. Ganzen (grauwe gans, brandgans, kolgans, rotgans en smient) veroorzaken 79% bedrag dat getaxeerd wordt. Wordt er naar het areaal dat beschadigd is gekeken dan betreft dit 81%. Voor een tegemoetkoming van het Faunafonds bij schade is het van belang dat men weet welke soorten ganzen er op een perceel aanwezig zijn. Niet alle schade aan ganzensoorten bijv. Nijlgans, Canadese gans en soepgans, wordt uitgekeerd. Qua gewas is wintertarwe het gewas met de meeste schade (62%). 72% van het areaal dat beschadigd is, is wintertarwe. De uitgekeerde schade per jaar blijkt iets meer dan 1,6 miljoen. Het areaal met schade was in 2007 7450 en in 2008 7150 ha. In werkelijkheid is dat meer, want niet alle schade wordt opgegeven en niet alle faunasoorten komen in aanmerking voor een tegemoetkoming
    Faunabeheerplan Noord-Holland 2009 : beoordeling damhert
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Lammertsma, D.R. - \ 2009
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1930) - 30
    damherten - wildbescherming - jagen - overheidsbeleid - nederland - fauna - populatiedichtheid - noord-holland - fallow deer - wildlife conservation - hunting - government policy - netherlands - fauna - population density - noord-holland
    De aandacht gaat uit naar de betrouwbaarheid van gebruikte getallen in het faunabeheerplan. Gegevens, die nodig zijn voor de afweging voor populatiebeheer
    Beknopt overzicht van kennis en onderzoek naar bijvangst van bruinvissen in de visserij in Nederland
    Couperus, A.S. - \ 2009
    IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES C060/09) - 27
    visserij - nadelige gevolgen - vangstsamenstelling - phocoena - visserijbeheer - wildbescherming - mariene gebieden - bijvangst - fisheries - adverse effects - catch composition - phocoena - fishery management - wildlife conservation - marine areas - bycatch
    De afgelopen jaren zijn enkele honderden bruinvissen per jaar aangespoeld aan de nederlandse kust, met name in de voorjaarsperiode. Sinds halverwege de jaren negentig is het aantal strandingen sterk toegenomen met een voorlopige piek in 2006. In dit rapport wordt ingegaan op de populatie van de bruinvis, in hoeverre de huidige sterfte deze populatie zouden kunnen bedreigen, en in hoeverre er een relatie gelegd kan worden tussen strandingen en visserij. Het onderzoek is verricht op verzoek van de Tweede Kamer
    Veluws wild mag gaan zwerven
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. - \ 2009
    Kennis Online 6 (2009)mei. - p. 8 - 8.
    wild - wildbeheer - wildbescherming - herten - wilde varkens - zwerfdieren - veluwe - wildlife - wildlife management - wildlife conservation - deer - wild pigs - stray animals - veluwe
    Herten, reeën en wilde zwijnen krijgen vrij baan op de Veluwe. Als ze zich tenminste netjes gaan gedragen in hun nieuwe leefgebieden. Alterra ontwikkelde daarom een plan om hun eerste stappen te monitoren.
    Prioriteitstelling onderzoeksvragen weidevogels
    Wymenga, E. ; Foppen, R. ; Melman, T.C.P. ; Snoo, G.R. de - \ 2009
    Wageningen : Alterra - 17
    graslandbeheer - vogels - wildbescherming - weidevogels - agrarisch natuurbeheer - grassland management - birds - wildlife conservation - grassland birds - agri-environment schemes
    In september 2008 heeft het secretariaat van de Kenniskring aan Alterra verzocht om samen met een aantal leden van de kenniskring een beknopt overzicht te maken van de huidige kennis op het gebied van het Weidevogelonderzoek. Specifiek gewenste acties waren: het opstellen van een overzicht van de bestaande kennis, het organiseren van een bijeenkomst met deskundigen op het gebied van ecologisch weidevogelonderzoek en het opstellen van een notitie met onderzoeksonderwerpen en prioriteiten.
    Compensatievoorstel voor het verlies van leefgebied van beschermde planten en dieren op het ENKA-terrein in Ede en ecologisch protocol voor de werkzaamheden
    Ottburg, F.G.W.A. ; Blitterswijk, H. van - \ 2009
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1651) - 72
    beschermde soorten - wildbescherming - ecologie - industrieterreinen - flora - fauna - nederland - gelderland - veluwe - natuurcompensatie - protected species - wildlife conservation - ecology - industrial sites - flora - fauna - netherlands - gelderland - veluwe - nature compensation
    De Grondbank Bennekomseweg Ede CV heeft samen met de gemeente Ede een stedenbouwkundig visie opgesteld voor de herontwikkeling van het bedrijventerrein van ENKA. Alterra heeft in het kader van de Flora- en faunawet in 2005 een natuurtoets uitgevoerd. Hieruit zijn dier- en plantsoorten naar voren gekomen waarvoor men dient te compenseren. Naast compensatie dient men ook rekening te houden met beschermde soorten tijdens de uitvoering van werkzaamheden. In de voorliggende studie worden de compensatievoorstellen en het ecologische protocol voor de werkzaamheden beschreven
    Ecologische dynamiek in een economisch dynamische omgeving : een juridische verkenning van de mogelijkheden om een ecologische en economische dynamiek in kustgebieden te combineren
    Woldendorp, H.E. ; Slim, P.A. - \ 2009
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1846)
    flora - fauna - natuurbescherming - wildbescherming - duingebieden - nederland - bedrijventerreinen - natura 2000 - natuurbeschermingsrecht - flora - fauna - nature conservation - wildlife conservation - duneland - netherlands - business parks - natura 2000 - nature conservation law
    Trefwoorden bedrijventerreinen, braakliggende terreinen, embryonale duinen, estuaria, Flora- en faunawet, Habitatrichtlijn, havens, industrieterreinen, metapopulatie, Natura 2000, Natuurbeschermingswet 1998, Pioniersoorten, Rugstreeppad, tijdelijke natuur, Visdief, Vogelrichtlijn
    Het effect van agrarisch natuurbeheer
    Kleijn, D. - \ 2008
    Landschap : tijdschrift voor landschapsecologie en milieukunde 25 (2008)3. - ISSN 0169-6300 - p. 120 - 121.
    vogels - wildbescherming - landbouw - agrarisch natuurbeheer - weidevogels - beleidsevaluatie - birds - wildlife conservation - agriculture - agri-environment schemes - grassland birds - policy evaluation
    Agrarisch natuurbeheer heeft tot doel de karakteristieke natuurwaarden van het boerenland te beschermen. De voornaamste aandachtsoorten zijn weidevogels als grutto, scholekster, en kievit. Grootschalig evaluatieonderzoek, twintig jaar na invoering, toont aan dat het agrarisch natuurbeheer niet heeft geleid tot positieve effecten op weidevogeldichtheden in het boerenland
    Vuurwerk & vogels : afwegingskader voor vergunningverlening ten aanzien van vuurwerkevenementen in en nabij Brabantse vogelrichtlijngebieden
    Ottburg, F.G.W.A. ; Molenaar, J.G. de; Jonkers, D.A. - \ 2008
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1694)
    vogels - wildbescherming - vergunningen - publieksevenementen - natuurbescherming - geluidshinder - nederland - noord-brabant - birds - wildlife conservation - permits - spectator events - nature conservation - noise pollution - netherlands - noord-brabant
    Het Vuurwerkbesluit van 16 januari 2004 geeft aan dat het tot ontbranding brengen van vuurwerk niet door particulieren mag worden gedaan (behalve oudejaarsdag). Bij het houden van een vuurwerkevenement in of in de omgeving van een Brabants Vogelrichtlijngebied waarbij een verstorend effect kan optreden, moet een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet worden aangevraagd. Deze studie geeft aan: 1. welke afstanden gewenst zijn tot het vogelgebied; 2. voor de diverse categorieën vuurwerk de verwachte verstoringen voor de vogels
    Necessity : economic impact assessment of changes in fishing gear
    Frost, H. ; Boom, J.T. ; Buisman, F.C. ; Innes, J. ; Metz, S. ; Rodgers, P. ; Taal, C. - \ 2007
    Copenhagen : University of Copenhagen, Institute of Food and Resource Economics (Report / Institute of Food and Resource Economics no. 194) - ISBN 9788792087454
    vistuig - vis vangen - visserij - visserijbeheer - economische impact - beoordeling - wildbescherming - fishing gear - fishing - fisheries - fishery management - economic impact - assessment - wildlife conservation
    Juridica; Verhekking
    Kistenkas, F.H. - \ 2007
    Vakblad Natuur Bos Landschap 4 (2007)10. - ISSN 1572-7610 - p. 25 - 25.
    wildbescherming - wild - migratie - hekken - wildlife conservation - wildlife - migration - fences
    Met name op de Veluwe speelt momenteel het probleem van de 'verhekking' Aan roodwild, zwartwild maar ook andere dieren wordt met gevaarlijke of onoverbrugbare rasters de doorgang versperd. Vanuit de natuurbeschermingswetgeving lijkt huer moeilijk iets tegen te doen. Er zijn immers heel veel verschillende natuurgebieden met elk hun eigen regelgeving
    Optimising investments from elephant tourist revenues in the Maputo Elephant Reserve, Mozambique
    Boer, W.F. de; Stigter, J.D. ; Ntumi, C.P. - \ 2007
    Journal for Nature Conservation 15 (2007)4. - ISSN 1617-1381 - p. 225 - 236.
    wildlife conservation - african elephant - protected areas - incentives - management - people - zambia - damage - kenya
    Private enterprises are active in conservation initiatives in Africa. Some of these enterprises have long-term licences for the development of conservation areas. The motivation of these organisations to participate in conservation is ultimately determined by the economic output of their activities. An electric fence is being constructed in the Maputo Elephant Reserve, Mozambique. A costs-benefit analysis was carried out, in order to assist in the optimisation of the management activities of the elephant population, based on elephant population size, fence costs, crop raid costs, elephant poaching, and benefits derived from tourism (game-viewing and hunting). Tourist numbers increased with increasing elephant density through a concave utility function. Optimal harvest/hunting strategies were calculated from optimal control theory, using dynamic optimisation (Pontryagin's Maximum Principle). Poaching and raid costs could be compared to fence construction costs at different elephant population sizes. Costs generated through elephant poaching and elephant crop raid costs were higher than fence construction costs at a population size >100. Elephant hunting was a less favourable activity, economically and ecologically, than elephant viewing, due to the large game-viewing profits per elephant. Only if the licence fee increases from US$6500 to 28,500 would hunting become attractive, although ecological and economical constraints would probably prevent the development of hunting activities in the area. The assumed resource price of elephant (US$5000) was lower than the marginal value derived from tourism, indicating that elephants should be bought until the maximum stocking rate is reached.
    Kamervraag discards in de Nederlandse visserij
    Overzee, H.M.J. van; Quirijns, F.J. - \ 2007
    IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen Imares C101/07) - 36
    visserij - vis vangen - nadelige gevolgen - visserijbeheer - wildbescherming - mariene gebieden - zoet water - bijvangst - discards - fisheries - fishing - adverse effects - fishery management - wildlife conservation - marine areas - fresh water - bycatch - discards
    Discards zijn vangsten die overboord worden gegooid. Naast doelsoorten worden in de visserij ook organismen gevangen die ongewenst zijn. Gevangen organismen kunnen ongewenst zijn als, omdat ze onder de maat zijn; of als er geen markt voor is. De overlevingskans van de discards is afhankelijk van meerdere factoren. Het vistuig, de omgevingsomstandigheden,de soort en de trekduur spelen allemaal een belangrijke rol. Dit rapport geeft een overzicht van alle typen commerciële visserijen die onder Nederlandse vlag vissen en, waar beschikbaar, de omvang en samenstelling van de vangsten van discards voor de periode 2003-2007. Tevens wordt in een apart hoofdstuk aandacht besteed aan de bijvangsten van bruinvissen. Daarnaast komen achtereenvolgens aan bod: fuikenvisserij, staand want visserij, boomkorvisserij, pelagische vriestrawler visserij, bordenvisserij, garnalenvisserij, zegenvisserij, snurrevaadvisserij, spanvisserij, schelpdiervisserij (namelijk: mossel-, oester-, mesheften-, kokkelvisserij)
    Het gaat goed met de korenwolf!
    Haye, M.J.J. la; Bakker, T. ; Noorden, B. - \ 2006
    Zoogdier 17 (2006)1. - ISSN 0925-1006 - p. 7 - 10.
    wildbescherming - natuurbescherming - hamsters - bedreigde soorten - limburg - wildlife conservation - nature conservation - hamsters - endangered species - limburg
    De hamster of korenwolf stond aan het eind van de vorige eeuw in Nederlands Limburg op het punt van uitsterven. Als laatste redmiddel werden in 1999 vijftien dieren bij Heer gevangen om als basis te dienen voor een fokprogramma. Enkele jaren later werd in het zelfde gebied de laatste bewoonde hamsterburcht gevonden. In hetzelfde jaar werd gestart met de herintroductie van hamsters uit het fokprogramma. En die hebben hun kans gegrepen
    NOU seminar: Birds of agricultural areas / Nederlandse Ornithologische Unie: themadag 'vogels van het agrarisch gebied'
    Bijlsma, R. ; Kleijn, D. ; Koffijberg, K. ; Teunissen, W. ; Kragten, S. ; Oosterveld, E. ; Schekkerman, H. ; Vickery, J. - \ 2006
    Limosa 79 (2006)2. - ISSN 0024-3620 - p. 71 - 76.
    vogels - wildbescherming - populatiedichtheid - bedreigde soorten - birds - population density - wildlife conservation - endangered species
    Het gaat bijzonder slecht met veel vogels van het agrarisch gebied. Zowel weidevogels als akkervogels staan zwaar onder druk. Vogelbescherming Nederland, SOVON en de Ornothologische Unie hielden een studiedag in Leiden (maart 2006). Dit artikel doet verslag van (onderzoeks)bevindingen vanuit CML, SOVON, Alterra, Radboud Universiteit en Altenburg & Wymenga
    Weidevogelbeheer bij agrariërs en terreinbeheerders
    Egmond, P.M. van; Koeijer, T.J. de - \ 2006
    De Levende Natuur 107 (2006)3. - ISSN 0024-1520 - p. 118 - 120.
    natuurbescherming - vogels - wildbescherming - monitoring - agrarisch natuurbeheer - nature conservation - birds - wildlife conservation - monitoring - agri-environment schemes
    Milieu- en Natuurplanbureau heeft in samenwerking met SOVON en CBS drie vormen van natuurbeheer met elkaar vergeleken: terreinbeheer; particulier natuurbeheer en agrarisch natuurbeheer. Er is gekeken naar: deelname bereidheid, ecologie en de kosten. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd of de Rijksoverheid met het gewijzigde beleid daadwerkelijk meer draagvlak zal krijgen en of de kosten lager worden. Eén van de onderwerpen van het onderzoek waren de weidevogels
    Een analyse van de mogelijke gevolgen van de aanleg van IJburg tweede fase voor watervogels in de SBZ IJmeer
    Schekkerman, H. ; Eerden, M.E. van; Rijn, S. van; Roos, M. - \ 2006
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1363) - 95
    vogels - milieueffect - wildbescherming - stedelijke planning - nederland - amsterdam - birds - environmental impact - wildlife conservation - urban planning - netherlands - amsterdam
    De gemeente Amsterdam heeft vergevorderde plannen om in het IJmeer, grenzend aan het Vogelrichtlijngebied (SBZ, Natura 2000 gebied) IJmeer, de tweede fase van de wijk IJburg te realiseren. In dit rapport wordt (1) beschreven welke specifieke waarden van het IJmeer volgens de Vogelrichtlijn dienen te worden beschermd, (2) verkend welke invloed IJburg II op deze waarden zal hebben en of daarbij sprake is van significante gevolgen in het kader van de Vogelrichtlijn, en (3) aangegeven welke mitigerende maatregelen de verstorende effecten van IJburg II kunnen voorkomen. Het rapport zal mede de basis vormen onder een nieuwe versie van het bestemmingsplan voor IJburg II, die vervolgens aan een `passende beoordeling¿ in het kader van de NB-wet 1998 zal worden onderworpen
    Het effect van hamsterbeheer op de overwintering bij hamsters
    Beek, M. van der; Ligtenberg, H. ; Haye, M.J.J. la - \ 2006
    Natuurhistorisch Maandblad 95 (2006)12. - ISSN 0028-1107 - p. 257 - 261.
    wildbescherming - hamsters - diergedrag - nesten - monitoring - limburg - wildlife conservation - hamsters - animal behaviour - nests - monitoring - limburg
    De afgelopen decennia is het aantal hamsters (Cricetus cricetus) in Nederland sterk afgenomen. Door onderzoek te verrichten naar de levenscyclus en naar de effecten van agrarisch beheer is getracht de afname te verklaren en oplossingen aan te dragen. In voorjaar 2006 is een verkennend onderzoek gedaan naar de overwintering van hamsters in gebieden met verschillend beheer. Dit artikel geeft inzicht in het voorkomen van burchten in Limburg
    Hoop is nog geen werkelijkheid : reactie op Oosterveld et al.
    Melman, T.C.P. - \ 2006
    Landschap : tijdschrift voor landschapsecologie en milieukunde 23 (2006)2. - ISSN 0169-6300 - p. 100 - 102.
    weidevogels - natuurbeheer - natuurbescherming - peilbeheer - wildbescherming - graslanden - agrarisch natuurbeheer - grassland birds - nature management - nature conservation - water level management - wildlife conservation - grasslands - agri-environment schemes
    Voor het behoud van de Nederlandse weidevogels is niet het waterpeil, maar het beheer van het grasland de cruciale factor waar het om draait. Dat zie ik als de kern van het betoog van Oosterveld et al. Probleem is echter dat het finale bewijs voor die stelling bij mijn weten nog niet geleverd is. Het vele onderzoek naar mozaïekbeheer heeft niet, zoals de hoop was, en passant aangetoond dat zonder hoge waterpeilen ook veel voor weidevogels kan worden gedaan.
    Robuuste verbindingen; een nadere onderbouwing van de ontwerpregels
    Vos, C.C. ; Baveco, J.M. ; Veen, M. van der - \ 2006
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1206) - 123
    habitats - verspreiding - ruimtelijke ordening - amphibia - zoogdieren - lepidoptera - wildbescherming - nederland - ecologische hoofdstructuur - habitatfragmentatie - habitats - dispersal - physical planning - amphibia - mammals - lepidoptera - wildlife conservation - netherlands - ecological network - habitat fragmentation
    Dit rapport geeft een nadere onderbouwing van de ontwerpregels voor robuuste verbindingen en voor ecologische verbindingszones uit het Handboek Robuuste Verbindingen. In hoofdstuk 2 wordt een literatuurstudie gepresenteerd naar de mate waarin soorten gedurende dispersie gestuurd worden door de aard van het landschap. In hoofdstuk 3, 4 en 5 worden de resultaten van veldwerk gepresenteerd. Uit de literatuurstudie en het veldonderzoek blijkt dat veel soorten gestuurd worden door de aard van het landschap. Voor deze soorten vormt intensief agrarisch en verstedelijkt gebied een barrière. Deze soorten hebben een verbinding met een ononderbroken dispersiecorridor nodig: de zogenaamde Corridorverbinding. In hoofdstuk 6 geeft een gevoeligheidsanalyse aan dat de ontwerpregels uit het Handboek Robuuste Verbindingen voldoen. Wel dient er nog een nadere uitwerking gemaakt te worden van de ontwerprichtlijnen voor soorten die slechts matig aan een dispersiecorridor zijn gebonden. Voor de matig gebonden soorten dient ook de sterfte in het landschap grenzend aan de verbinding te worden beperkt, bijvoorbeeld door aanleg van voldoende natuurlijke elementen (groenblauwe dooradering)
    Estrategias de alimentacion y manejo para alcanzar la uniformidad y calidad deseadas en porcino
    Hartog, L.A. den; Smits, C.H.M. - \ 2005
    In: Proceedings Fundacion Espanol para el desarrollo de la nutricion animal (FEDNA), Madrid 2005 Madrid : - p. 326 - 339.
    regionaal bestuur - soorten - flora - fauna - natuurbescherming - wildbescherming - beleid - overheidsbeleid - provincies - utrecht - gelderland - friesland - limburg - noord-holland - flevoland - species - flora - fauna - nature conservation - regional government - wildlife conservation - policy - government policy - provinces - utrecht - gelderland - friesland - limburg - noord-holland - flevoland
    De rijksoverheid heeft het geld voor het soortenbeleid overgeheveld naar de provincies. Enkele provinciale ambtenaren aan het woord over de uitvoering van het beleid m.b.t. de bescherming van soorten in hun provincies
    Crossing wild : negative influences of minor rural and main roads on the wildlife in the municipality of Brummen
    Arisz, J. - \ 2005
    Wageningen : Wetenschapswinkel Wageningen UR (Rapport / Wetenschapswinkel Wageningen UR 224) - ISBN 9789085850014 - 84 p.
    wild - verkeer - plattelandswegen - wegen - platteland - wildbescherming - nederland - gelderland - gemeenten - wildlife - traffic - rural roads - roads - rural areas - wildlife conservation - netherlands - gelderland - municipalities
    Soorten en gebieden: het groene milieurecht in 2005
    Kistenkas, F.H. ; Kuindersma, W. - \ 2005
    Wageningen : WOT Natuur & Milieu (WOt-rapport 7) - 38
    wildbescherming - rechtshandhaving - wetgeving - eu regelingen - natuurbescherming - nederland - vogels - habitats - wildlife conservation - birds - habitats - law enforcement - legislation - eu regulations - nature conservation - netherlands
    In deze jaarlijks te verrichten studie worden de rechterlijke interpretatie (jurisprudentie), wettelijke implementatie en beleidsintegratie met betrekking tot de Habitat- en Vogelrichtlijn geïnventariseerd en geanalyseerd. Zowel voor soortenbescherming als voor gebiedsbescherming wordt een jurisprudentieregister bijgehouden. Trefwoorden: Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Natuurbeschermingswet, natuurbeschermingsrecht, habitattoets, jurisprudentie, omgevingsrecht, natuurbeleid, Europees recht
    Natuurverbinding Weerribben-Wieden; advies voor ontsnipperende maatregelen bij de N333
    Grift, E.A. van der - \ 2005
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1232) - 88
    natuurbescherming - wild - fauna - wildbescherming - wetlands - nederland - ecologische hoofdstructuur - noordwest-overijssel - habitatfragmentatie - nature conservation - wildlife - fauna - wildlife conservation - wetlands - netherlands - ecological network - noordwest-overijssel - habitat fragmentation
    In opdracht van de Provincie Overijssel is een advies uitgebracht voor de aanleg van een natuurverbinding tussen de laagveenmoerassen van de Weerribben en De Wieden (Noordwest-Overijssel). Het onderzoek richtte zich primair op de ontsnippering van de N333. Hiervoor zijn drie varianten uitgewerkt die verschillen in ambitieniveau. Behalve richtlijnen voor de locatie en het ontwerp van de ontsnipperende maatregelen zijn tevens de investeringskosten geraamd
    Ontsnippering Zuid-Kennemerland : nut en noodzaak van faunapassages bij de Zandvoortselaan, spoorlijn Haarlem-Zandvoort en Zeeweg
    Grift, E.A. van der; Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Goossen, M. - \ 2005
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1198) - 73
    wild - fauna - wildbescherming - wegen - habitats - spoorwegen - migratie - nederland - noord-holland - wildpassages - ecologische hoofdstructuur - kennemerland - habitatfragmentatie - wildlife - fauna - wildlife conservation - roads - habitats - railways - migration - netherlands - noord-holland - wildlife passages - ecological network - kennemerland - habitat fragmentation
    In opdracht van PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland en Vereniging Natuurmonumenten is nut en noodzaak onderzocht van faunapassages bij infrastructurele barrières in het duingebied rond Zandvoort. Het betreft natuurverbindingen bij de Zandvoortselaan, spoorlijn Haarlem-Zandvoort en Zeeweg. Doel van deze natuurverbindingen is het opheffen van de versnippering binnen het Nationaal Park Zuid-Kennemerland en tussen dit nationale park en de Amsterdamse Waterleidingduinen. Tevens is onderzocht of dergelijke natuurverbindingen voor diverse vormen van routegebonden natuurrecreatie een meerwaarde kan betekenen.
    Vissen Habitatrichtlijn
    Winter, H.V. ; Tien, N.S.H. - \ 2005
    Lelystad : RIZA (RIZA Rapport 2005.010)
    vissen - aquatische gemeenschappen - wildbescherming - beschermde soorten - rijn - fishes - aquatic communities - wildlife conservation - protected species - river rhine
    De Nederlandse rivieren bevatten veel beschermde vissoorten. Voor een deel zijn dit levensvatbare populaties; andere soorten zijn afhankelijk van uitzettingen bovenstrooms
    Natuur over en onder wegen
    Bekker, H. ; Grift, E.A. van der - \ 2005
    Groen : vakblad voor groen in stad en landschap 61 (2005)10. - ISSN 0166-3534 - p. 6 - 9.
    fauna - dispersie - wegen - wildbescherming - wildpassages - fauna - dispersion - roads - wildlife conservation - wildlife passages
    In Nederland worden elk jaar miljoenen gewervelde dieren doodgereden. Maatregelen op het gebied van ontsnippering en resultaten daarvan komen in dit themanummer aan de orde. Dit eerste artikel geeft een inleiding
    Ruimtelijke samenhang en genetische variatie van boomkikkerpopulaties in Nederland
    Vos, C.C. ; Arens, P.F.P. ; Baveco, H. ; Bugter, R.J.F. ; Kuipers, H. ; Smulders, M.J.M. - \ 2005
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1065) - 53
    hyla arborea - verspreiding - genetische diversiteit - simulatiemodellen - wildbescherming - nederland - habitatfragmentatie - hyla arborea - dispersal - genetic diversity - simulation models - wildlife conservation - netherlands - habitat fragmentation
    Een modelanalyse van de ruimtelijke samenhang heeft plaatsgevonden van een netwerkpopulatie van de boomkikker (Hyla arborea) in Midden-Limburg. De bezettingskans van poelen is bepaald met een regressiemodel en de ruimtelijke samenhang van de leefgebieden is geanalyseerd met het dispersiemodel Smallsteps. Het herstel-scenario 2010 biedt goede potenties voor de uitbreiding van de netwerkpopulatie. Er zijn echter nog enkele zwakke schakels in de ruimtelijke samenhang geconstateerd. Bovendien dient door het nemen van maatregelen nog meer in het huidige verspreidingsgebied van de boomkikker geinvesteerd te worden. Een genetische analyse in de Achterhoek maakt aannemelijk dat herkolonisatie heeft plaatsgevonden vanuit vier bronpopulaties. Hierbij zijn vier populatieclusters ontstaan die genetisch sterk verschillend zijn. De genetische diversiteit in de Doort (Midden-Limburg) is vergelijkbaar met populaties in de Achterhoek maar kleiner dan in twee Zwitserse populaties
    Implicaties van genetisch onderzoek voor behoud en beheer van de Nederlandse hamsterpopulatie
    Jansman, H.A.H. ; Smulders, M.J.M. - \ 2005
    De Levende Natuur 106 (2005)1. - ISSN 0024-1520 - p. 3 - 7.
    hamsters - wildbescherming - bedreigde soorten - geïntroduceerde soorten - dierecologie - veredelingsprogramma's - populatiedynamica - hamsters - wildlife conservation - endangered species - introduced species - animal ecology - breeding programmes - population dynamics
    De hamsterpopulatie was in Zuid-Limburg in 1999 zover achteruit gegaan, dat een fokprogramma is gestart, met daarnaast een hamstervriendelijk beheer van leefgebieden. Dit artikel gaat in op de genetische processen die spelen bij de sterke afname in omvang en evalueert de mogelijke consequenties van het fokken en uitzetten van verwante dieren
    In hoeverre kan de aanwijzing van foerageergebieden voor ganzen en smienten het functioneren van vogelrichtlijngebieden schaden?
    Beintema, A.J. ; Winden, E. van - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1238) - 49
    vogels - ganzen - foerageren - richtlijnen (directives) - wildbescherming - wildbeheer - nederland - birds - geese - foraging - directives - wildlife conservation - wildlife management - netherlands
    De aanwijzing van foerageergebieden voor ganzen en smienten kan consequenties hebben voor het functioneren van Vogelrichtlijngebieden die zijn aangewezen op grond van het voorkomen van ganzen en smienten, als in en rond die Vogelrichtlijngebieden onvoldoende opvang wordt gerealiseerd. Het kan dan zijn dat vogels op grond waarvan het Vogelrichtlijngebied is aangewezen of begrensd, uit de omgeving verjaagd gaan worden (Voor telgegevens is gebruik gemaakt van de database van SOVON, m.u.v. de gegevens van Zeeland)
    Hof beantwoordt prejudiciële vragen in kokkelvisserijzaak
    Freriks, A.A. - \ 2004
    Journaal Flora en Fauna 1 (2004)5. - ISSN 1572-4719 - p. 116 - 121.
    schaal- en schelpdierenvisserij - habitats - wildbescherming - shellfish fisheries - habitats - wildlife conservation
    Toetsing aan artikel 6 van de habitatrichtlijn en de uitleg van het Hof van Justitie
    Ganzen en zwanen; arctische trekvogels bij boeren te gast
    Dekkers, H. ; Ebbinge, B.S. - \ 2004
    's-Graveland : Fontaine - ISBN 9789059560635 - 160
    ganzen - zwanen - landbouwgrond - wildbescherming - jagen - nederland - geese - swans - agricultural land - wildlife conservation - hunting - netherlands
    Dit boek is bedoeld voor mensen die van 'buiten zijn' genieten. Het is bedoeld voor zowel natuurliefhebbers die fel tegen de jacht gekant zijn, voor boeren, voor stedelingen, en ook voor jagers. Zo staat te lezen in het voorwoord. Het is een rijk met foto's geïllustreerd boek
    De onverwachte terugkeer van de bever in Vlaanderen; kansen, knelpunten en ondersteunende matregelen
    Niewold, F.J.J. - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 996) - 41
    dieren - Castor fiber - geïntroduceerde soorten - introductie - dispersie - bedreigde soorten - wildbescherming - België - Castoridae - monitoring - populatiedynamica - vlaanderen - animals - Castor fiber - introduced species - introduction - dispersion - endangered species - wildlife conservation - Belgium - Castoridae - monitoring - population dynamics - flanders
    Dit rapport beschrijft de recente ontwikkelingen van de verschillende bevergroepen in Vlaanderen, zoals die zijn ontstaan na herintroducties langs de landsgrenzen en een niet geautoriseerde herintroductie van een twintigtal bevers in het dal van de Dijle in april 2003. In het dal van de Dijle stroomopwaarts van Leuven was gedurende de winter van 2003-2004 een aaneengesloten beverpopulatie aanwezig bestaande uit 16-22 dieren, verdeeld over ca. elf vestigingen met mogelijk vijf reproductieve eenheden (RE¿s). Stroomafwaarts van Leuven waren twee afzonderlijke vestigingen van eenlingen aanwezig. Het opzetten van een monitoring en het geven van voorlichting zijn de belangrijkste flankerende maatregelen. Herintroducties stroomafwaarts van Leuven en langs de Schelde en Durme worden noodzakelijk geacht voor de gewenste uitbreiding van de beverpopulatie in het Scheldebekken. Bij voorkeur zal hierbij gebruik worden gemaakt van Elbebevers.
    In hoeverre is de winteropvang van kolganzen, grauwe ganzen en smienten te realiseren in gebieden waar weidevogelbeheersovereenkomsten zijn afgesloten?
    Ebbinge, B.S. ; Beintema, A.J. ; Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Schrijver, R.A.M. - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1022) - 33
    wildbescherming - wildbeheer - vogels - graslanden - ganzen - anser - anas - bescherming - nederland - weidevogels - wildlife conservation - wildlife management - birds - grasslands - geese - anser - anas - protection - netherlands - grassland birds
    Het beleidskader Faunabeheer (Ministerie van LNV) beoogt in Nederland per 1 oktober 2004 80.000 ha foerageergebied aan te wijzen voor ganzen en smienten. Bij de keuze van de juiste gebieden spelen vele factoren een rol, waaronder kostenaspecten. Een van de vragen die daarbij gesteld is, is in hoeverre winteropvang van ganzen en smienten gerealiseerd kan worden in gebieden waar weidevogelbeheersovereenkomsten zijn afgesloten. Waar dat mogelijk is, zou de ganzenopvang deels uit de weidevogelbeheersovereenkomst gefinancierd kunnen worden. Combineren kan alleen als er sprake is van grote aaneengesloten gebieden van ten minste 500 ha, en als er geen botanische doelstellingen zijn
    Verder op zoek naar een wildredder: verdiepend onderzoek naar mogelijkheden voor de ontwikkeling van een nieuwe wildredder
    Bruin, B.M.H. de; Damminga, D.J. ; Walle, T. van der; Wiersma, E.R. - \ 2004
    Wageningen : Wageningen UR, Wetenschapswinkel (Rapport / Wetenschapswinkel Wageningen UR 201) - ISBN 9789067547826 - 60
    limosa limosa - vogels - agrarische bedrijfsvoering - uitrusting - detectors - reddingsmiddelen - wildbescherming - bedreigde soorten - nederland - weidevogels - limosa limosa - birds - farm management - equipment - detectors - safeners - wildlife conservation - endangered species - netherlands - grassland birds
    Corridor Leusderheide; nut en noodzaak van de verbindingszone en advies voor de dimensionering en positionering van een ecoduct over de N237
    Grift, E.A. van der - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 912) - 85
    wildbescherming - wildbeheer - ontwerp - afmetingen - nederland - wildpassages - locatie - utrecht - ecologische hoofdstructuur - habitatfragmentatie - wildlife conservation - wildlife management - design - dimensions - netherlands - wildlife passages - location - utrecht - ecological network - habitat fragmentation
    In opdracht van de Provincie Utrecht is advies uitgebracht over de dimensionering en positionering van een ecoduct over de Amersfoortsestraat (N237). Het advies is gebaseerd op het uitgangspunt dat het ecoduct voor diersoorten van zowel bos als heide een verbinding moet vormen. Tevens is het ambitieniveau gehanteerd dat het ecoduct mede geschikt moet zijn voor het edelhert als mogelijke toekomstige bewoner van de Heuvelrug. Het ecoduct moet deel gaan uitmaken van een ecologische verbindingszone tussen de natuurgebieden Leusderheide en Stompert/Vlasakkers. Nut en noodzaak van deze verbindingszone is in dit onderzoek tevens onderzocht. Positieve veranderingen in levensvatbaarheid van populaties als gevolg van de aanleg van de corridor maken het ecologisch rendement van de verbinding duidelijk. Inmiddels is er een breed bestuurlijk draagvlak voor de plannen voor een ecologische verbinding, inclusief ecoduct.
    Grenzeloos gruttogenoegen
    Jacobs, M.H. - \ 2004
    In: Medeverantwoordelijkheid voor natuur / Overbeek, G., Lijmbach, S., Wageningen : Wageningen Academic Publishers - ISBN 9789076998107 - p. 45 - 53.
    natuurbescherming - participatie - samenleving - attitudes - besluitvorming - wildbescherming - vogels - natuur - nature conservation - wildlife conservation - birds - participation - society - attitudes - decision making - nature
    In Nederland zijn elk jaar honderden vrijwilligers in de weer om grutto's te beschermen: een voorbeeld van burgers, die zich inzetten voor de natuur. In dit essay wordt deze betrokkenheid vergeleken met het door de overheid (LNV) veronderstelde gebrek aan verantwoordelijkheid voor de natuur
    Natuur en recreatie in evenwicht : de ontwikkeling van een zoneringsinstrument
    Henkens, R.J.H.G. - \ 2003
    Vakblad Natuurbeheer 42 (2003)5. - ISSN 1388-4875 - p. 106 - 109.
    natuurbescherming - recreatie - openluchtrecreatie - zonering - natuurreservaten - beschermde gebieden - publiek - bezoekers - bezoekersgedrag - wildbescherming - draagkracht - populaties - populatie-ecologie - landschapsecologie - landgebruik - landgebruiksplanning - modellen - natuur - Nederland - nature conservation - recreation - outdoor recreation - zoning - nature reserves - reserved areas - audiences - visitors - visitor behaviour - wildlife conservation - carrying capacity - populations - population ecology - landscape ecology - land use - land use planning - models - nature - Netherlands
    Om te bepalen hoeveel recreatiedruk een gebied kan hebben en hoe een zonering is aan te brengen in een natuurgebied ontwikkelde Alterra een model dat recreatiedruk en de mate van verstoring aan elkaar koppelt. Dit zoneringsinstrument bestaat uit de gekoppelde modellen MASOOR en METAPHOR. MASOOR brengt de verspreiding en intensiteit van bezoekersstromen in een gebied in kaart; METAPHOR geeft een beeld van het lokale netwerk van dierpopulaties en de duurzaamheid daarvan. De koppeling tussen beide modellen vormt nog een probleem; onderzoek naar dosis-effect relaties is nodig om meer inzicht te verschaffen in de interactie tussen natuur en recreatie
    Design of an ecological network for Piano di Navelli (Abruzzo); networks for LIFEE
    Grift, E.A. van der; Sluis, T. van der - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 764A) - 44
    ecologie - verspreiding - wildbescherming - habitats - italië - ecologische hoofdstructuur - wildpassages - ecology - dispersal - wildlife conservation - habitats - italy - ecological network - wildlife passages
    This report provides a design for an ecological network at Piano di Navelli, Abruzzo, Italy. The design is based on habitat and corridor requirements of five indicator species: green lizard (Lacerta bilineata), Italian crested newt (Triturus carnifex)water shrew (Neomys fodiens), hedgehog (Erinaceus europaeus) and red squirrel (Sciurus vulgaris). Corridor dimensions, guidelines for habitat development within the corridors, and suggestions for wildlife passages at locations where the ecological network crosses roads are given. The ecological network is mapped for each species. An artist's impression visualizes the future situation of Piano di Navelli.
    De gemeente Sluis en het bestemmingsplan rondweg Aardenburg; effecten op enkele beschermde diersoorten en de bestuurlijke betekenis
    Broekmeyer, M.E.A. ; Cappelle, H.M.P.M. ; Snep, R.P.H. ; Stumpel, A.H.P. ; Gijsen, J.J.C. - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 607) - 80
    ruimtelijke ordening - bedreigde soorten - beschermde soorten - wildbescherming - milieueffect - wegen - natuurbescherming - richtlijnen (directives) - wetgeving - nederland - ecologische hoofdstructuur - zeeland - zeeuws-vlaanderen - physical planning - endangered species - protected species - wildlife conservation - environmental impact - roads - nature conservation - directives - legislation - netherlands - ecological network - zeeland - zeeuws-vlaanderen
    Dit rapport geeft aan welke ecologische waarden er in het gebied Aardenburg aanwezig zijn en volgens welk instrumentarium zij bescherming genieten. Vervolgens wordt een deskundigen-oordeel van de effecten ten gevolge van de aanleg en gebruik van de rondweg gegeven voor drie beschermde diersoorten, te weten de Boomkikker, Kamsalamander en Otter. Op basis van de instrumenten waarmee deze soorten bescherming genieten wordt ingegaan op de rol en betekenis van deze effecten voor de besluitvorming ten aanzien van het bestemmingsplan dat voorziet in de aanleg van de rondweg.
    Immigration: a potential time bomb under the integration of Conservation and Development
    Scholte, P. - \ 2003
    Ambio 32 (2003)1. - ISSN 0044-7447 - p. 58 - 64.
    natuurbescherming - stroomvlakten - herstel - wildbescherming - kameroen - projecten - internationale samenwerking - nederland - nature conservation - wildlife conservation - floodplains - rehabilitation - projects - international cooperation - netherlands - cameroon - africa - biodiversity - management - parks
    Integrated Conservation and Development Projects (ICDPs) aim to stimulate conservation without the previous negative experiences for local people, but pay little attention to their long-term impact such as immigration. The rehabilitation of the Logone floodplain in North Cameroon, the core activity of the Waza-Logone ICDP, has led to a 34% increase of sedentary fishermen and a multiple number of temporary fishermen. Whereas livestock pressure tripled, kob antelopes, a key floodplain species, have not increased, reducing their competitiveness. The virtual disappearance of wildlife in nearby Kalamaloue National Park (NP), due to advanced human encroachment forms, is therefore a bleak perspective for Waza NP. Examples from the Central African Republic (CAR), Galapagos, Nigeria and Zimbabwe also showed that in open-access systems, improvement in living standards (development) may stimulate immigration, jeopardizing the stability necessary in protected areas (conservation). Most ICDPs lack demographic monitoring, masking its possible immigration risk. To counter the immigration risk in Waza, a policy was formulated based on local stakeholder categorization and subsequent privileges, resulting in the voluntarily displacement of a village out of Waza NP. It is further recommended that ICDPs should be involved in regional land-use planning and discourage development activities that stimulate immigration.
    Manual for compilers; identifying important herpetofaunal areas in Europe; Phase 1: species accounts
    Stumpel, A.H.P. ; Corbett, K.F. - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 821) - 50
    reptielen - amphibia - bedreigde soorten - herpetologie - wildbescherming - cartografie - habitats - europa - reptiles - amphibia - endangered species - herpetology - wildlife conservation - mapping - habitats - europe
    The project `Important Herpetofaunal Areas in Europe` (IHA) aims at mapping the areas and sites where threatened reptiles and amphibians (herpetofauna) are living and where rich assemblages of species occur. Phase 1 deals with the most threatened herpetofauna according to a list of target species: 43 reptiles and 16 amphibians. Phase 2 (still underway) covers all European countries of which the nationally important areas will be mapped. A network of co-workers all over Europe has been established. They provide their information by means of a questionnaire, which is a computer programme that can be downloaded from the internet (www.iha.alterra.nl). This manual is meant to provide help when going through the various menus of this questionnaire.
    Veranderend landgebruik in zuidelijk Afrika : meer kansen voor wild?
    Heitkönig, I.M.A. ; Wieren, S.E. van; Prins, H.H.T. - \ 2003
    Ecologie en ontwikkeling 11 (2003)4/6. - ISSN 0928-6470 - p. 46 - 48.
    wildbescherming - landgebruik - zuidelijk afrika - wilde dieren - wildlife conservation - wild animals - land use - southern africa
    In Zimbabwe, Botswana, Namibië en Zuid-Afrika wonen op een oppervlak van 3.100.000 km2 ongeveer 54 miljoen mensen. De vier landen verschillen nogal wat betreft hun bevolkingsdichtheid, bruto nationaal product (BNP) en omgevingsvariabelen als regenval. Ook hun geschiedenissen zijn verschillend maar op enkele essentiëlepunten vertonen ze ook grote overeenkomsten. Dit artikel gaat vooral in op de aanwezigheid van grasetende hoefdieren, zoals buffel, wildebeest, giraffe, wrattenzwijn, koedoe etc.
    How effective are European agri-environment schemes in conserving and promoting biodiversity?
    Kleijn, D. ; Sutherland, W.J. - \ 2003
    Journal of Applied Ecology 40 (2003)6. - ISSN 0021-8901 - p. 947 - 969.
    natuurbescherming - wildbescherming - landbouwbeleid - evaluatie - landen van de europese unie - agrarisch natuurbeheer - nature conservation - wildlife conservation - agricultural policy - evaluation - european union countries - agri-environment schemes - herbicide-tolerant crops - skylarks alauda-arvensis - farm-scale evaluations - cereal fields - agricultural landscape - headland management - grazing intensity - bird populations - southern england - conservation
    1. Increasing concern over the environmental impact of agriculture in Europe has led to the introduction of agri-environment schemes. These schemes compensate farmers financially for any loss of income associated with measures that aim to benefit the environment or biodiversity. There are currently agri-environment schemes in 26 out of 44 European countries. 2. Agri-environment schemes vary markedly between countries even within the European Union. The main objectives include reducing nutrient and pesticide emissions, protecting biodiversity, restoring landscapes and preventing rural depopulation. In virtually all countries the uptake of schemes is highest in areas of extensive agriculture where biodiversity is still relatively high and lowest in intensively farmed areas where biodiversity is low. 3. Approximately e24.3 billion has been spent on agri-environment schemes in the European Union (EU) since 1994, an unknown proportion of it on schemes with biodiversity conservation aims. We carried out a comprehensive search for studies that test the effectiveness of agri-environment schemes in published papers or reports. Only 62 evaluation studies were found originating from just five EU countries and Switzerland (5). Indeed 76% of the studies were from the Netherlands and the United Kingdom, where until now only c. 6% of the EU agri-environmental budget has been spent. Other studies were from Germany (6), Ireland (3) and Portugal (1). 4. In the majority of studies, the research design was inadequate to assess reliably the effectiveness of the schemes. Thirty-one percent did not contain a statistical analysis. Where an experimental approach was used, designs were usually weak and biased towards giving a favourable result. The commonest experimental design (37% of the studies) was a comparison of biodiversity in agri-environment schemes and control areas. However, there is a risk of bias if either farmers or scheme co-ordinators select the sites for agri-environment schemes. In such cases the sites are likely to have a higher biodiversity at the outset compared to the controls. This problem may be addressed by collecting baseline data (34% of studies), comparing trends (32%) or changes (26%) in biodiversity between areas with and without schemes or by pairing scheme and control sites that experience similar environmental conditions (16%). 5. Overall, 54% of the examined species (groups) demonstrated increases and 6% decreases in species richness or abundance compared with controls. Seventeen percent showed increases for some species and decreases for other species, while 23% showed no change at all in response to agri-environment schemes. The response varied between taxa. Of 19 studies examining the response of birds that included a statistical analysis, four showed significant increases in species richness or abundance, two showed decreases and nine showed both increases and decreases. Comparative figures for 20 arthropod studies yielded 11 studies that showed an increase in species richness or abundance, no study showed a decrease and three showed both increases and decreases. Fourteen plant studies yielded six studies that showed increases in species richness or abundance, two showed decreases and no study showed both increases and decreases. 6. Synthesis and applications. The lack of robust evaluation studies does not allow a general judgement of the effectiveness of European agri-environment schemes. We suggest that in the future, ecological evaluations must become an integral part of any scheme, including the collection of baseline data, the random placement of scheme and control sites in areas with similar initial conditions, and sufficient replication. Results of these studies should be collected and disseminated more widely, in order to identify the approaches and prescriptions that best deliver biodiversity enhancement and value for money from community support.
    De otter terug in Nederland; eerste fase van de herintroductie in Nationaal Park De Weerribben in 2002
    Niewold, F.J.J. ; Lammertsma, D.R. ; Jansman, H.A.H. ; Kuiters, A.T. - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 852) - 70
    otters - wildbescherming - geïntroduceerde soorten - diergedrag - monitoring - introductie - lutra - nederland - telemetrie - overijssel - noordwest-overijssel - otters - wildlife conservation - introduced species - animal behaviour - monitoring - introduction - lutra - netherlands - telemetry - overijssel - noordwest-overijssel
    In 2002 is een vijfjarig herintroductieprogramma van de otter van start gegaan. In twee lichtingen zijn in totaal 15 otters uitgezet in het Nationaal Park de Weerribben. De otters waren voor een deel (11 stuks) afkomstig van populaties uit Letland en Wit-Rusland. De overige dieren kwamen uit gevangenschap. Voor de komende jaren wordt de uitzetting van tenminste nog eens ca. 25 dieren voorzien. Dit rapport beschrijft de tijdelijke opvang van otters in Burgers Zoo, de veterinaire zorg, de feitelijke uitzetting en de gegevens van de intensieve monitoring met behulp van radiotelemetrie van de eerste fase na uitzetting (juli 2002 tot mei 2003). Met de vestiging van drie paartjes en een mannetje op afstand wordt de eerste fase van uitzetting als positief beoordeeld, ondanks het wegtrekken van de meeste adulte otters. De resultaten worden geëvalueerd en er worden aanbevelingen gedaan voor verbetering van het vervolgtraject.
    Perspectives for an ecological network for red deer (Cervus elaphus) in the Belgian-Dutch-German border area
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Sluis, T. van der; Pouwels, R. ; Lammertsma, D.R. - \ 2002
    Lutra 45 (2002)1. - ISSN 0024-7634 - p. 19 - 28.
    edelherten - cervus elaphus - dierecologie - ecologie - populatie-ecologie - natuurbescherming - wildbescherming - wildbeheer - netwerkanalyse - belgië - duitsland - nederland - netwerken - ecologische hoofdstructuur - red deer - animal ecology - ecology - population ecology - nature conservation - wildlife conservation - wildlife management - network analysis - belgium - germany - netherlands - networks - ecological network
    In the densely populated Belgian-Dutch-German border region, the relicts of natural areas are highly fragmented. The remaining reserves form completely isolated 'islands', i.e. the habitat is suurounded by a 'sea' of intensively cultivated areas. Impoverishment of large ungulate species diversity must be counteracted by restoration of connectivity between these habitat patches and by re-population of its former range. Because of its former widespread distribution and range size, in this study the red deer (Cervus elaphus) is chosen as a key species in the design of large-scale ecological networks, which consist of large nature reserves, in this region. An ecological network analysis, assessing habitat connectivity, is carried out for an area covered by The Netherlands, Belgian Flanders and bordering parts of Germany, using the landscape-ecological model LARCH. The results are compared with the habitat suitability analysis of ecological core areas for red deer in the southern parts of The Netherlands. In this way chances for restoring ecological networks and re-establishment of viable populations of large ungulates are visualised. Despite fragmentation, it is shown that some areas have good potentials for the establishment of free roaming large ungulate populations. In particular: the areas of Maasduinen, Kempens Plateau and Vijlener Bos, areas that all extend across the Belgian and German borders. The method used proved to be effective in assessing functional ecological networks and defining measures for improvement of the spatial cohesion of suitable habitat for large ungulates. The results could very well serve EU nature conservation policies.
    Praktische toepassingen van telemetrie in het dierecologisch onderzoek
    Jansman, H.A.H. ; Müskens, G.J.D.M. - \ 2002
    Lutra 45 (2002)2. - ISSN 0024-7634 - p. 181 - 182.
    fauna - wildbescherming - sporing - telemetrie - implantatie - transponders - monitoring - fauna - monitoring - wildlife conservation - tracking - telemetry - implantation - transponders
    Ervaringen vanuit Alterra met het gebruik van zenders, transponders en cameradetectie voor dierecologisch onderzoek; bij steenmarter, das, boommarter, bunzing, Noordse woelmuis; rode eekhoorn; bever; muskusrat; beverrat; otter en hamster
    Haalbaarheidsonderzoek naar de terugkeer van de bever (Castor fiber) in Vlaanderen
    Niewold, F.J.J. ; Rossaert, G. - \ 2002
    Lutra 45 (2002)2. - ISSN 0024-7634 - p. 123 - 140.
    Castor fiber - Castor - Castoridae - knaagdieren - haalbaarheidsstudies - geïntroduceerde soorten - België - bedreigde soorten - wildbescherming - vlaanderen - bever - ecologie - fauna - herintroductie - rivier - stroomgebied - zoogdieren - Europa - Schelde - Dijle - Castor fiber - Castor - Castoridae - rodents - feasibility studies - introduced species - Belgium - endangered species - wildlife conservation - flanders - fauna
    The root vole (Microtus oeconomus arenicola) in the Netherlands: threatened and (un)adapted?
    Apeldoorn, R.C. van - \ 2002
    Lutra 45 (2002)2. - ISSN 0024-7634 - p. 155 - 166.
    microtus oeconomus - microtus - woelmuizen - knaagdieren - bedreigde soorten - habitats - habitat vernietiging - inteeltdepressie - wildbescherming - ecologie - fauna - genetica - populatiebiologie - versnippering - woelmuis - zoogdieren - microtus oeconomus - microtus - voles - rodents - endangered species - habitats - habitat destruction - inbreeding depression - wildlife conservation - fauna
    Bestudering van de verschillende oorzaken die tot achteruitgang van de Noordse woelmuis in Nederland hebben geleid
    Restoring habitat connectivity across roads: where to begin?
    Grift, E.A. van der; Reijnen, R. ; Veen, M. van der; Pelk, M. - \ 2002
    In: Fourth international conference on multiple use of land : June 20-22, 2002 Bellingham, Washington, USA : collaborative planning for the metropolitan landscape : regional strategies for smart growth: when city and country collide : proceedings / Haaland, K., Smith, B., - p. 113 - 114.
    wegenbouw - wegen - fauna - migratie - wildbescherming - wildpassages - infrastructuur - landschapsecologie - ontsnippering - road construction - roads - fauna - migration - wildlife conservation - wildlife passages
    A study of the potential effect of migration measures on the viability of wildlife populations to prioritize the construction of wildlife passages and the restoration of habitat connectivity across roads in The Netherlands.
    Compressed nature : co-existing grazers in a small reserve in Kenya
    Mwasi, S.M. - \ 2002
    Wageningen University. Promotor(en): H.H.T. Prins; I.M.A. Heitkönig. - S.l. : S.n. - ISBN 9789058086693 - 91
    bovidae - equidae - wildbescherming - concurrentie tussen dieren - populatiedynamica - voedingsgewoonten - natuurreservaten - kenya - bovidae - equidae - wildlife conservation - animal competition - population dynamics - feeding habits - nature reserves - kenya

    Wildlife habitats in Kenya are getting more fragmented and isolated due to increasing human activities within them. This has resulted in the establishment of several small nature reserves where wildlife is protected from human interference. Grazers contribute a large proportion of total herbivore biomass in these reserves, and their populations are likely to increase due to stoppage of migration and reduction in their home range sizes (for large home range holders) caused by fencing, human settlements or cultivation on the periphery of the reserves. This might lead to changes in dynamics of grass-grazer or grazer-grazer interactions, which are useful to understand for successful management of these populations to take place. It was in view of this, that I conducted a study with the following hypotheses: that a decline in a grazer species biomass in an isolated small reserve is due to an increase in biomass of other co-existing grazers, and that there is a high resource overlap among co-existing grazers in an isolated small reserve. I considered an isolated grazer assemblage comprising of ten co-existing grazers: defassa waterbuck ( Kobus defassa ), African buffalo ( Syncerus caffer ), impala ( Aepyceros melampus ) , Grant's gazelle ( Gazella granti ), Thomson's gazelle ( Gazella thomsoni ), warthog ( Phacocoerus aethiopicus ), Burchell's zebra ( Equus burchelli ), eland ( Taurotragus oryx ), Chanler's reedbuck ( Redunca fulvorufula chanleri ), and Bohor reedbuck ( Redunca redunca ) in Lake Nakuru National Park. An analysis of the development of the assemblage over a 24-year period (1976-1999) showed that by 1999, its total biomass had reached 134 kg ha -1and that it was dominated by species above 300 kg (buffalo and eland). Population growth rate of waterbuck and warthog has declined, and Bohor reedbuck appears to have now disappeared from the system. The study shows that larger grazer species did not facilitate smaller ones despite having high habitat overlaps with them during the wet season when grass regrowth after cropping is possible. There were also no indications of habitat segregation among grazers, but competition was apparent through directional habitat use overlap indices. Large similarities in diet composition were found between grazers across all seasons. Niche breadth for diet was smallest during the dry season, and combined (diet + habitat use) overlap was high between all pairs of grazers during all seasons indicating that there is a high possibility of competitive interactions among grazers in Nakuru. However, despite utilising similar feeding sites, competitive interactions between impala and zebra might have been reduced by their foraging strategy where they feed at different plant structure (leaf/stem/flowering stalk) levels. In conclusion, it appears that the structuring of this assemblage is most likely due to competitive interactions among the grazers, which might increase in intensity during years of average or below average rainfall.

    De toekomst van de zeehond hangt af van ons handelen
    Reijnders, P.J.H. ; Jansen, B. - \ 2002
    Zoogdier 13 (2002)3. - ISSN 0925-1006 - p. 16 - 19.
    phoca vitulina - zeehonden - zeehondenziektevirus - morbillivirus - dierziekten - virusziekten - populaties - populatie-ecologie - populatiedynamica - populatiedichtheid - mortaliteit - natuurlijke selectie - epidemieën - natuurbescherming - wildbescherming - dierverzorging - dierenbescherming - wadden - waddenzee - diergezondheid - ecologie - fauna - populatiebiologie - zeezoogdieren - phoca vitulina - seals - phocine distemper virus - morbillivirus - animal diseases - viral diseases - populations - population ecology - population dynamics - population density - mortality - natural selection - epidemics - nature conservation - wildlife conservation - care of animals - animal protection - tidal flats - wadden sea - fauna
    Omdat de zeehondenpopulatie in de Waddenzee opnieuw bedreigd wordt door het zeehondenvirus stelt zich de vraag of menselijk ingrijpen in de vorm van grootschalige opvang van zieke dieren gewenst is. Daarbij spelen diverse overwegingen en randvoorwaarden een rol: nationale en internationale wetgeving m.b.t. natuurbescherming en natuurbeheer, zorgplicht voortvloeiend uit de Welzijnswet, en ecologische aspecten. Omdat het behoud van de populatie als geheel voorop staat en er ecologische risico's verbonden zijn aan opvang en weer vrijlaten van individuele dieren, moet de opvang tot een maatschappelijk aanvaardbaar minimum beperkt blijven
    Zeven kikkers in een boerensloot : ontruiming van Buitenvaart 1 te Hoogeveen: kikkers moeten wijken voor bedrijventerrein
    Stumpel, A.H.P. ; Blitterswijk, H. van - \ 2002
    Wageningen : Alterra - 19
    amphibia - kikkers - bedreigde soorten - wildbescherming - nederland - drenthe - amfibieën - aquatische ecologie - fauna - herpetologie - Hoogeveen - amphibia - frogs - endangered species - wildlife conservation - netherlands - drenthe - fauna
    Zijn er in Nederland verschillende boommarterpopulaties en wat betekent dat voor het provinciale beheer?
    Broekhuizen, S. ; Müskens, G.J.D.M. - \ 2002
    Zoogdier 13 (2002)2. - ISSN 0925-1006 - p. 7 - 12.
    martes martes - populaties - inventarisaties - karteringen - distributie - geografische verdeling - populatiedynamica - populatie-ecologie - habitats - voortplanting - wildbescherming - wildbeheer - natuurbescherming - populatiebiologie - utrechtse heuvelrug - friese wouden - veluwe - ecologie - fauna - marters - natuurbeheer - roofdieren - zoogdieren - martes martes - populations - inventories - surveys - distribution - geographical distribution - population dynamics - population ecology - habitats - reproduction - wildlife conservation - wildlife management - nature conservation - population biology - utrechtse heuvelrug - friese wouden - veluwe - fauna
    Een beeld van de verspreiding van boommarters en van reproductieve boommarterpopulaties in Nederland op grond van marterwaarnemingen en (vooral) verkeersslachtoffers. De kansen en bedreigingen voor deze populaties in de verschillende regio's, en de noodzakelijke beheersmaatregelen, met name voor de (reproductieve) populaties in de Fries-Drentse Wouden, op de Utrechtse Heuvelrug en op de Veluwe
    Economic analysis of wildlife conservation in crop farming
    Wenum, J.H. van - \ 2002
    Wageningen University. Promotor(en): J.A. Renkema; G.A.A. Wossink. - S.l. : S.n. - ISBN 9789058085559 - 117
    wildbescherming - agrarische bedrijfsvoering - nederland - economische analyse - akkerbouw - wildbeheer - veldgewassen - wildlife conservation - wildlife management - arable farming - field crops - economic analysis - farm management - netherlands
    The general objective of this thesis was to present an economic analysis of wildlife conservation in Dutch crop farming. This general objective was broken down into 5 specific research objectives around which the research was organised: (1) selection and definition of appropriate indicators for wildlife in agriculture, specifically applicable at farm level, (2) definition of a wildlife production function, (3) definition of the optimal strategy for incorporating wildlife conservation measures on the farm from the economic viewpoint, (4) analysis of farmer participation in wildlife conservation programs and farmers' Willingness to Accept and (5) exploring the opportunities for a regional approach for wildlife conservation in agriculture. To achieve these objectives ecological, agronomic and (socio)-economic knowledge was used in a coherent combination of methods derived from econometrics, operations research, behavioural economics and network analysis. Random effects modelling was used to estimate wildlife production functions and estimates from this procedure were used together with agronomic and economic information in farm optimisation modelling to normatively study decision making towards wildlife management at the farm level. Decision making was also studied in a positive way by analysing factors that determine farmers' participation in wildlife programs and willingness to accept. Finally a pilot study was done to explore the possibilities of a regional network approach incorporating both normative and positive elements.

    Beschermingsplan noordse woelmuis: maatwerk vereist
    Haye, M. La; Bergers, P. ; Nieuwenhuizen, W. - \ 2001
    Zoogdier 12 (2001)2. - ISSN 0925-1006 - p. 3 - 8.
    microtus oeconomus - microtus - beschermde soorten - wildbescherming - bedreigde soorten - natuurbescherming - dierecologie - habitats - habitat vernietiging - milieu - biotopen - vegetatie - vegetatiebeheer - biologische mededinging - concurrentie tussen dieren - distributie - geografische verdeling - ruimtelijke verdeling - populaties - nederland - ecologie - fauna - knaagdieren - woelmuis - zoogdieren - microtus oeconomus - microtus - protected species - wildlife conservation - endangered species - nature conservation - animal ecology - habitats - habitat destruction - environment - biotopes - vegetation - vegetation management - biological competition - animal competition - distribution - geographical distribution - spatial distribution - populations - netherlands - fauna
    Overzicht van oorzaken en mogelijke oplossingen voor de nog steeds voortdurende achteruitgang van de noordse woelmuis (Microtus oeconomicus arenicola) in Nederland, ondanks de strikte bescherming vanuit het Europese en Nederlandse natuurbeleid. Verspreiding in Nederland van lokale en netwerkpopulaties, kenmerkende fysisch-geografische regio's en leefgebieden (vegetatie, dynamiek, beheer), concurrentie met andere Microtus-soorten (veldmuis en aardmuis), versnippering van leefgebieden en achteruitgang in verschillende regio's
    Advies faunapassages oostvariant A-73; een expert view
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Niewold, F.J.J. ; Vos, C.C. ; Lammertsma, D.R. ; Kuiters, A.T. - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 412) - 31
    wildbescherming - fauna - verspreiding - barrières - wegen - bruggen - tunnels - duikers - nederland - limburg - wildpassages - ecoduct - infrastructuur - landschapsecologie - rijksweg - versnippering - wildlife conservation - fauna - dispersal - barriers - roads - bridges - tunnels - culverts - netherlands - limburg - wildlife passages
    Een expert view wordt gegeven op de vraag waar welke passagemogelijkheden moeten worden gecreëerd voor welke diersoorten in het oosttracé van de A73. Aangegeven wordt dat er ten minste acht robuustere kunstwerken dienen te worden gemaakt, waarvan één op het niveau van edelhert en de overige kleiner. Er wordt ingegaan op de minimumeisen waaraan de diverse constructies zullen moeten voldoen teneinde een optimaal toekomstig gebruik te bevorderen.
    De potenties voor een duurzame roerdomppopulatie in het Vijvercomplex van Midden-Limburg (België) en het effect op aangrenzende leefgebieden in België en Nederland; voorspellingen met het simulatiemodel METAPHOR
    Chardon, J.P. - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 233) - 33
    vogels - bedreigde soorten - wetlands - populatiedynamica - ecologie - populaties - habitats - wildbescherming - modellen - belgië - birds - endangered species - wetlands - population dynamics - ecology - populations - habitats - wildlife conservation - models - belgium
    Voor het Vijvercomplex van Midden-Limburg (België) is recentelijk een plan gemaakt om de oorspronkelijke natuurwaarden van dit gebied te gaan herstellen. Een groot aantal diergroepen zal daarvan gaan profiteren, waaronder allerlei moerasvogels. In ditrapport wordt met een modelstudie berekend wat de gevolgen voor de roerdomp zullen zijn wanneer het gebied wordt hersteld volgens verschillende varianten van het herstelplan. Wanneer de optimale situatie wordt uitgevoerd, zullen er jaarlijks gemiddeld zes paren in het Vijvercomplex kunnen broeden. Dit aantal is niet voldoende om van een duurzame populatie te kunnen spreken. Deze situatie zorgt echter wel voor bijna een verdubbeling van het aantal roerdompen in de omliggende moerasgebieden en verhoogt daarmee de levensvatbaarheid van de roerdomp in de gehele regio.
    Mapping and modelling the habitat of giant pandas in Foping Nature Reserve, China
    Liu, X. - \ 2001
    Wageningen University. Promotor(en): H.H.T. Prins; A.K. Skidmore; A.G. Toxopeus. - S.l. : S.n. - ISBN 9789058084965 - 155
    ailuropoda melanoleuca - habitats - geografische informatiesystemen - remote sensing - cartografie - conservering - wildbescherming - distributie - china - ailuropoda melanoleuca - habitats - geographical information systems - remote sensing - mapping - conservation - wildlife conservation - distribution - china
    The fact that only about 1000 giant pandas and 29500 km2 of panda habitat are left in the west part of China makes it an urgent issue to save this endangered animal species and protect its habitat. For effective conservation of the giant panda and its habitat, a thorough evaluation of panda habitat and panda-habitat relationship based on each individual panda nature reserve is necessary and important. Mapping has been an effective approach for wildlife habitat evaluation and monitoring. Therefore, mapping is also an important step in evaluating panda habitat and further being used to analyse panda-habitat relationship. Only Foping Nature Reserve is focused in this study. The objectives of this research are: (1) to develop a highly accurate mapping method which can map panda habitat using multi-type data (remote sensing data, digital terrain data, radio tracking data, and plot data from field survey) in GIS; (2) to study panda movement patterns; and (3) to analyse panda habitat use and selection.

    A general introduction to the thesis is given in Chapter 1. It describes the research background and problems, and formulates the objectives and outlines of the research.

    In order to find a potentially better mapping algorithm, three algorithms (i.e., parallelepiped algorithm, maximum likelihood algorithm, and backpropagation neural network algorithm) were evaluated using simulated data sets as well as the remotely sensed imagery in Chapter 2. The discrimination capability of the backpropagation neural network algorithm was also explored in this chapter. The results show that the backpropagation neural network classifier has completely discriminated two spectrally discrete classes, and obtained a significantly higher mapping accuracy than the other two algorithms using both simulated data sets and remotely sensed imagery.

    Since different mapping techniques have complementary capabilities, two integrated mapping approaches were developed in Chapter 3 so as to combine the advantages from different mapping algorithms.' The "expert "system algorithm based on Bayesian probability theory was firstly discussed in this chapter. One integrated mapping approach is the consensus builder, which is used to adjust classification outputs in the case of a discrepancy in classification between maximum likelihood, expert system and neural network classifiers. The second approach is termed the integrated expert system and neural network classifier (ESNNC), which integrates the output of the rule-based expert system classifier with the backpropagation neural network classifier (BPNNC) before and after running the neural network system. The ESNNC produced maps with the highest accuracy compared to not only the individual backpropagation neural network classifier, expert system classifier and maximum likelihood classifier, but also the combined classifier - consensus builder.

    The giant panda habitat in Foping Nature Reserve was mapped using the ESNNC in Chapter 4. Two categories of panda habitat types were defined and mapped: ground- cover-based potential panda habitat types and suitability-based panda habitat types. Mapping the ground-cover-based potential panda habitat types used only field survey plot data with records of ground cover types, while mapping the suitability-based panda habitat types used not only the field survey plot data but also radio tracking data - meaning actual panda occurrence. Results show that both the ground cover based and the suitability-based panda habitat types were mapped with significantly higher accuracy compared with non-integrated classifiers: expert system, neural network and maximum likelihood classifiers. The classified maps show us that 97% of the nature reserve is covered by forest and about 68% of the nature reserve is a suitable habitat for pandas.

    With radio tracking data, panda movement patterns were studied in Chapter 5. The use of GIS combined with statistical tools to thoroughly analyse radio-tracking data to reveal panda movement patterns is a new aspect in panda ecological research. Results show that pandas in Foping NR occupied two distinct seasonal activity ranges (i.e., winter and summer activity ranges) and had a regular seasonal movement between the winter range below 1950 m, and the summer range above 2160 m. Pandas spent about 8 days (from June 7 to 15) to climb up to the summer habitats, while they took about 36 days (from September 1 to October 6) to descend to the winter habitats. Consequently, they spent about 243 days in their winter activity range and about 78 days in the summer activity range. Research also shows that pandas travelled shorter distances with small variation in October, December, January, February, July and August, and longer distances with larger variation in March, April, May, June and September.

    Analysis of wildlife habitat use and selection has been a common and important aspect of wildlife science. Little is known about panda habitat use and selection, especially about the relationship between panda presence and structures of the bamboo layer as well as the tree layer. In Chapter 6, tracking data were used to analyse panda habitat use and selection, and 110 field survey plots with measured information were analysed to identify differences of characteristics between panda-presence and panda-absence habitats. In the winter range, pandas spend more time in deciduous broadleaf forest with an elevation range of 1600 to 1800 m, a slope range of 10 to 20 degrees, and south- facing slopes. In the summer range, they use more conifer forest with an elevation range of 2400 to 2600 m, a slope range of 20 to 30 degrees. In Bashania fargesii bamboo areas with panda presence, bamboo groves have shorter and denser bamboo culms from different ages. In Fargesia Spathacea bamboo areas with panda presence, bamboo groves have higher coverage, taller and thicker bamboo culms, which are mainly one to two years old.

    Conclusions from the whole study are summarised in Chapter 7. It is recommended that the whole approach used in this study mayor should be applied to the neighbouring panda nature reserves in the Qinling Mountains. The uncompleted research tasks are discussed in this chapter. Therefore, this chapter has shown some possible research topics for future panda conservation studies.

    In summary, the following are the main findings of this research:

    • Backpropagation neural network classifier can discriminate two classes with no overlap in their feature space.
    • The integrated expert system and neural network classifier was developed and applied in mapping panda habitats, and obtained significantly higher overall mapping accuracy than non-integrated classifiers: expert system classifier, backpropagation neural network classifier, and maximum likelihood classifier.
    • The integrated expert system and neural network classifier can identify a class that has only few samples, while the traditional maximum likelihood classifier fails because insufficient samples cannot form the statistical parameters to run the classification.
    • The integrated expert system and neural network classifier successfully classified panda habitat types using multi-type input data: remote sensing data (TM1-S and 7), terrain data (elevation, slope gradient and slope direction), social data (settlement distance), radio-tracking data, as well as field survey plot data.
    • Radio-tracking data were involved in mapping panda habitat for the first time. They can be a good indicator of suitable habitats for pandas.
    • The movement pattern of pandas in Foping Nature Reserve was thoroughly studied and revealed using GIS combined with statistical tools. Pandas spent a very short period of 8 days in June to move from winter to summer habitats, while they used more than one month in September to descend from summer to winter habitats.
    • The finding that pandas in Foping Nature Reserve have a shorter movement distance and a small activity range in January and February indicates these two months may be a good time for conducting a panda population survey.
    • Panda habitat maps produced by the integrated expert system and neural network classifier with higher accuracy have been used for analysing panda habitat use and selection. Pandas in Foping Nature Reserve mainly select deciduous broadleaf
    • forest in the winter activity range, and select conifer forest and Fargesia bamboo
    • groves in the summer activity range.
    • The structure parameters of the bamboo layer in panda-presence habitats are significantly different from those in panda-absence habitats.
    High altitude survival: conflicts between pastoralism and wildlife in the Trans-Himalaya
    Mishra, C. - \ 2001
    Wageningen University. Promotor(en): H.H.T. Prins; S.E. van Wieren. - S.l. : S.n. - ISBN 9789058085429 - 131
    pastoralisme - nomadisme - kuddes (herds) - wild - wildbescherming - conflict - agropastorale systemen - india - himalaya - pastoralism - nomadism - herds - wildlife - wildlife conservation - conflict - agropastoral systems - india - himalaya

    Keywords : Pastoralism, agriculture, wildlife, Himalaya, competition, bharal, yak, livestock, snow leopard, wolf, herbivore, ungulate, resource, rangeland, steppe, mountain

    How harmonious is the coexistence between pastoralism and wildlife? This thesis is a response to repeated calls for a better understanding of pastoralism and its impacts on wildlife in India. Based on studies in the high altitude rangelands of the Trans-Himalaya that have a grazing history of over three millennia, I attempt to understand an agro-pastoral system and its conflicts with wildlife, with the ultimate aim of guiding conservation policy and management. Though the bulk of the thesis addresses the issues of resource limitation and competition between livestock and wild herbivores, an attempt is also made to understand the social aspects of livestock grazing. At the level of the family, which is the basic unit of production, the agro-pastoral system appears to suitably maximize production while mediating environmental risk. However, the families undergo substantial financial losses due to livestock depredation by the snow leopard Uncia uncia and the wolf Canis lupus. The endangered carnivores are persecuted in retaliation. Rangeland vegetation appears to be at different stages of degradation due to intensive and pervasive human use, and a global comparison reveals that the Trans-Himalaya fall at the low end of the range in terms of graminoid biomass. Animal production modeling and analysis of stocking densities reveal resource limitation for large herbivores at the landscape level, with a majority of the rangelands in the 12,000 km 2study area being overstocked. Studies on the diet of bharal Pseudois nayaur , a wild mountain ungulate, and seven species of livestock, reveal substantial resource overlap. This, together with resource limitation, results in resource competition. Bharal get out-competed in rangelands with high stocking density, where reduction in bharal density is brought about by resource-dependent variation in fecundity and neonate mortality. Theoretical analyses reveal a consistent morphological pattern in species body masses in the Trans-Himalayan wild herbivore assemblage, arguably brought about by the interplay of competition and facilitation. The analyses also suggest possible competitive exclusion of several wild herbivores by livestock over the last three millennia. The results of the thesis are relevant to land use planning and conservation management.

    Herkenning en opsporing van roofvogelvervolging
    Jansman, H.A.H. - \ 2000
    Appelscha : Werkgroep Roofvogels Nederland (WRN) - ISBN 9789080476028 - 56
    roofvogels - jagen - wildbescherming - exploratie - nederland - predatory birds - hunting - wildlife conservation - exploration - netherlands
    Wildlife conservation by sustainable use
    Prins, H.H.T. ; Grootenhuis, J.G. ; Dolan, T.T. - \ 2000
    Dordrecht : Kluwer Academic Publishers (Conservation biology series 12) - ISBN 9780412797309 - 496
    wildbescherming - landgebruik - migratie - jagen - bedreigde soorten - nationale parken - beleid - wetgeving - afrika - wildlife conservation - land use - migration - hunting - endangered species - national parks - policy - legislation - africa
    Naar een duurzame aalvisserij?
    Dekker, W. - \ 2000
    De Levende Natuur 101 (2000)5. - ISSN 0024-1520 - p. 170 - 174.
    anguilla - palingen - european eels - levenscyclus - populatiedichtheid - populatie-ecologie - distributie - geografische verdeling - migratie - visserij - visserijbeheer - visbestand - wildbescherming - duurzaamheid (sustainability) - nederland - europa - visstand - visvangsten - visserijbiologie - ijsselmeer - anguilla - eels - european eels - life cycle - population density - population ecology - distribution - geographical distribution - migration - fisheries - fishery management - fishery resources - wildlife conservation - sustainability - netherlands - europe - fish stocks - fish catches - fishery biology - lake ijssel
    Een overzicht van de stand van zaken m.b.t. de Aal (Paling; Anguilla anguilla) en de aalvisserij in Europa: levenscyclus en biologie; verspreiding van de aal en de aalvisserij; langjarige trends in de populatiedichtheid en het bestand, de intrek van glasaal en de vangsten. Criteria en mogelijke maatregelen voor een duurzame aalvisserij worden besproken
    De zee: to be or not to be
    Daan, N. - \ 2000
    De Levende Natuur 101 (2000)3. - ISSN 0024-1520 - p. 96 - 97.
    vissen - zeevissen - mariene ecologie - visserij - visserijbeheer - natuurbescherming - wildbescherming - beschermingsgebieden - beschermde gebieden - zonering - beleid - overheidsbeleid - bedrijfsvoering - noordzee - zeevisserij - fishes - marine fishes - marine ecology - fisheries - fishery management - nature conservation - wildlife conservation - conservation areas - reserved areas - zoning - policy - government policy - management - north sea - marine fisheries
    Reactie op de stelling: "In de Noordzee dient een voor visserij gesloten gebied te komen". De auteur vindt van niet, want er zijn nog onbeviste gebieden en alleen een algemene vermindering van de visserij-intensiteit helpt
    Lacunes in de kennis over de boommarter met betrekking tot beheer en beleid
    Broekhuizen, S. ; Wijsman, H.J.W. - \ 2000
    Lutra 43 (2000). - ISSN 0024-7634 - p. 241 - 247.
    martes - martes martes - natuurbescherming - wildbescherming - wildbeheer - kennis - nederland - populatie-ecologie - populatiedynamica - habitats - populatiebiologie - martes - martes martes - nature conservation - wildlife conservation - wildlife management - population ecology - population dynamics - habitats - knowledge - netherlands - population biology
    Onderzoek aan de boommarter heeft het afgelopen decennium veel gegevens opgeleverd over verspreiding, nestplaatskeuze, voortplanting, terreingebruik en verzorging van jongen. De vraag is wat er nu verder nog aan kennis nodig is om effectieve maatregelen te kunnen treffen voor het in stand houden van levenskrachtige boommarterpopulaties
    Stuurbaarheid van ganzen door verjaging en flankerende jacht rondom het ganzenopvanggebied Oost-Dongeradeel (Friesland) in 1999-2000
    Ebbinge, B.S. ; Müskens, G.J.D.M. ; Oord, J.G. ; Beintema, A.J. ; Brink, N.W. van den - \ 2000
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 128) - 99
    ganzen - ganzenvoeding - milieueffect - habitats - jagen - landbouwgrond - wildbeheer - wildbescherming - nederland - friesland - geese - goose feeding - environmental impact - habitats - hunting - agricultural land - wildlife management - wildlife conservation - netherlands - friesland
    De stuurbaarheid van ganzen is in 1999-2000 onderzocht in een proefgebied in Noordoost-Friesland. In de periferie (ca. 9000 ha) van het ganzenopvangebied Oost-Dongeradeel (ca. 2200 ha) zijn ganzen bejaagd en verjaagd om ze te concentreren in het opvanggebied en landbouwschade in het perifere gebied te minimaliseren. Het effect van deze verjagingsacties op ganzen is bestudeerd door individueel gemerkte kolganzen intensief te volgen. Kolganzen werden hiertoe gemerkt met halsbanden en kleine, in de halsband ingebouwde, VHF-zenders. Door wekelijkse tellingen werden verspreiding en talrijkheid van alle ganzensoorten vastgelegd. De landbouwschade in het perifere gebied daalde in vergelijking met een seizoen dat er alleen gejaagd en niet gecoördineerd verjaagd werd (1997-1998), van c 350 000 naar c 150 000. Binnen het opvanggebied kwamen kolganzen meer verspreid en in kleinere groepen voor en vertoonden meer plaatstrouw. In het verjaaggebied kwamen kolganzen in veel grotere groepen voor, en doken er ook vaker nieuwe ganzen op. Ruim de helft van de ganzen trok direct door naar andere pleisterplaatsen in Nederland en Duitsland. In een gebied waar ganzen niet verjaagd werden, bleken kolganzen veel zwaarder te zijn, zodat verjagingacties zeer waarschijnlijk de conditie van ganzen beonvloeden.
    Berekeningsmethodiek voedselreservering Waddenzee
    Ens, B.J. - \ 2000
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 136) - 70
    watervogels - vogels - eenden - voedingsgedrag - vis vangen - wildbescherming - waddenzee - waterfowl - birds - ducks - feeding behaviour - fishing - wildlife conservation - wadden sea
    Het beleid van voedselreservering beoogt voedselschaarste onder vogels als gevolg van mechanische schelpdiervisserij te voorkomen door de visserij op kokkels en mossels in de Waddenzee te beperken in voedselarme jaren. De principiële gedachte achter dit beleid lijkt correct, al wordt alleen bescherming geboden aan de twee vogelsoorten die van grote schelpdieren leven, de scholekster en de eidereend. Deze vogels kunnen slechts een deel van het totale schelpdierbestand benutten: het oogstbare bestand. De aannames en uitgangspunten die destijds zijn gehanteerd voor het vaststellen van de omvang van de voedselreservering, zijn opnieuw aan een wetenschappelijk oordeel onderworpen. De gekozen marges zijn smal.
    Implementatie van internationaal natuurbeleid
    Ligthart, S.S.H. ; Bennett, G. - \ 2000
    De Levende Natuur 101 (2000)3. - ISSN 0024-1520 - p. 89 - 93.
    natuurbescherming - natuurreservaten - habitats - vogels - wildbescherming - beleid - overheidsbeleid - wetgeving - recht - regelingen - eu regelingen - internationale verdragen - landen van de europese unie - nature conservation - nature reserves - habitats - birds - wildlife conservation - policy - government policy - legislation - law - regulations - eu regulations - international agreements - european union countries
    Overzicht van de belangrijkste internationale instrumenten voor natuurbescherming (EU-richtlijnen, met name de Vogel- en Habitatrichtlijn; internationale conventies), stand van zaken m.b.t. de implementatie in de Nederlandse wet- en regelgeving, en een overzicht van de voortgang van Natura 2000 (stelsel van habitats) in verschillende Europese landen (Barometer Natura 2000)
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.