Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 66

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Voorkomen wateroverlast Teelt de grond uit bloembollen
    Slootweg, G. ; Gude, H. - \ 2014
    Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF - 17
    bloembollen - lelies - substraten - waterverzadiging - plant-water relaties - effecten - beluchting - ethanol - anaërobie - proeven op proefstations - ornamental bulbs - lilies - substrates - waterlogging - plant water relations - effects - aeration - ethanol - anaerobiosis - station tests
    1 Samenvatting Wateroverlast in een Teelt de grond uit-systeem kan grote schade geven aan lelies. Drie dagen wateroverlast in augustus leidde in dit onderzoek tot grote opbrengstderving. Eén dag wateroverlast in september of in oktober veroorzaakte nauwelijks uitval of een lager bolgewicht bij de oogst. Wateroverlast leidt tot ethanolvorming in de bollen. De ethanolvorming vertoonde dit jaar geen mooi verband met de tijd: drie dagen wateroverlast gaf meer ethanol dan één of twee dagen, maar twee dagen niet meer dan één. In 2013 vertoonde de concentratie ethanol een rechtlijnig verband met de duur van de wateroverlast. De voorspellende waarde van een ethanolmeting blijkt na de experimenten in 2014 minder zeker. Het beluchten van het natte substraat door het doorblazen van perslucht leidde bij de behandeling in augustus tot minder ethanolvorming, maar juist tot meer opbrengstderving. Het systeem van beluchting via een slang onderin het substraat had een iets gunstiger effect op de ethanolvorming dan beluchting via slangetjes, die in het substraat gestoken waren. De grotere opbrengstderving door beluchting tijdens de periode van wateroverlast is mogelijk een gevolg van mechanische beschadiging van de (haar)wortels door de beweging, of van structuurbederf die optreedt als het doorborrelde substraat weer droogvalt. Dit onderzoek bevestigt de conclusie uit 2013 dat lelies bestand zijn tegen maximaal 1 dag wateroverlast (anaerobie). Een periode van anaerobie leidt tot ethanolvorming in de bollen, maar de correlatie tussen duur van de anaerobie is te zwak om het ethanolgehalte als indicator toe te passen. Het beluchten van grond tijdens periodes van wateroverlast is geen oplossing voor het anaerobieprobleem.
    Verkenning monitoren wateroverlast Teelt de grond uit bloembollen
    Slootweg, G. ; Vreeburg, P.J.M. ; Gude, H. - \ 2014
    Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF - 18
    bloembollen - hyacinthus - tulpen - substraten - groeimedia - perliet - drainagesystemen - schade - beluchting - effecten - landbouwkundig onderzoek - ornamental bulbs - hyacinthus - tulips - substrates - growing media - perlite - drainage systems - damage - aeration - effects - agricultural research
    Bij het uit de grond telen van lelies en hyacinten is regelmatig wateroverlast opgetreden met gewasschade als gevolg. In dit onderzoek werd nagegaan werd of de water-lucht verhouding verbeterd kon worden door het drainagesysteem aan te passen of door het substraat (duinzand) te mengen met perliet. Uit proeven met verschillende substraten en verschillende drainagelagen en mate van afschot, bleek dat het luchtgehalte van bollenzand verhoogd kan worden door daar perliet aan toe te voegen. Toevoeging van grof zand had weinig effect. Grof zand houdt minder water vast en bevat ook na verzadiging en uitdruipen nog veel lucht. Onderin de substraatlaaglaag zit minder lucht dan bovenin (het uitzakeffect). De meeste lucht zit bovenin in een dikkere laag grond. Tussen de verschillende drainagesystemen waren de effecten niet geheel consistent. De resultaten van de verschillende proeven geven aan dat het optreden van schade is afhankelijk was van de duur en het moment van de wateroverlast. Als het substraat 1 dag verzadigd was trad nog geen schade op. Twee dagen wateroverlast in augustus gaf geen opbrengstderving, terwijl 2 dagen in september wel duidelijk schade gaf. Een week wateroverlast gaf veel schade in augustus en oktober, maar had in november geen effect. Er zijn twee typen metingen aan het gewas uitgevoerd om de schade door wateroverlast te kunnen voorspellen: chlorofylfluorescentie tijdens en (direct na) de periode van wateroverlast in augustus en ethanol bepaling in de bollen direct na de periode van wateroverlast in september en november. De gemeten chlorofylfluorescentie aan het einde van de periode van wateroverlast correleerde over het algemeen met de latere schade aan het gewas. Bij twee dagen wateroverlast in augustus werd direct na deze periode een lagere waarde gevonden t.o.v. de controle. Na twee dagen was de efficiëntie van de fotosynthese echter weer op het hetzelfde niveau als die van de controle. Deze behandeling gaf geen duidelijke negatief effect op de opbrengst. Het ethanolgehalte in bollen bleek al na 1 dag wateroverlast een stijgende lijn te vertonen. De concentratie vertoonde een rechtlijnig verband met de duur van de wateroverlast. De afbroeiproeven van het teelt de grond uit onderzoek van 2012 lieten zien dat voor hyacint de teeltwijze (wel of niet ingegraven teeltsysteem) niet leidde tot veel verschil in snelheid van bloemaanleg. Bij afbroei van de kleine bolmaten was het aantal nagels per bol laag maar het aantal nagels per steel werd niet hoger door de teelt boven op de grond met hogere bodemtemperatuur. Bij lelies bleek dat de trekduur van de bollen uit de verschillende teeltsystemen op of in de grond nauwelijks verschilde. Ook de taklengte verschilde niet. Er waren verschillen tussen de teeltbehandelingen in takgewicht en aantal knoppen. De bollen uit de volle grond en de ongeisoleerde kisten, die tijdens de teelt op de grond stonden gaven zwaardere takken en meer knoppen tijdens de broei, dan de ingegraven kisten en de geisoleerde kisten. Deze verschillen zijn niet te verklaren aan de hand van de gemeten bodemtemperatuur(fluctuaties) tijdens de teelt, waarmee de oorzaak van de verschillen onduidelijk is.
    Kuubskist met golfbodem : Een alternatief uit de praktijk
    Wildschut, J. ; Lans, A.M. van der - \ 2013
    Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF - 11
    bloembollen - opslagkwaliteit - beluchting - kratten - materialen - onderzoek - ornamental bulbs - storage quality - aeration - crates - materials - research
    Op het bloembollenbedrijf van de Gebroeders Klaver is sinds 1995 een kuubskist in gebruik waarvan de geperforeerde bodemplaat gegolfd is. De luchtopbrengst is door PPO doorgemeten. De kisten met de golfbodem gaven bij het sneldrogen (2 diep x 4 hoog) gemiddeld 21% meer lucht dan de kisten met een platte bodem. Hierdoor zijn de bollen 3 – 5 uur eerder droog. Dit bespaart 13 tot 34% energie. Bij 4 hoog x 10 diep in de bewaarcel bleek de spreiding in debiet over de kisten met een golfbodem slechts iets groter. De luchtopbrengst is bij een stapeling van 9 diep 3% hoger dan bij gewone kisten, bij 7 diep 5% en bij 5 diep 10% hoger. Dit betekent een energiebesparing bij de circulatie van respectievelijk 9, 16 en 26%. Omdat bewaren 3 tot 4 maanden duurt en drogen bijvoorkeur slechts 24 uur, wordt in absolute zin bij het bewaren de meeste energie bespaard.
    Vochtafvoer met verwarmde buitenlucht slaat aan in tulpenbroei : hoge luchtvochtigheid door verdamping van gewas en watersysteem (interview met Jouke Campen)
    Staalduinen, J. van; Campen, J.B. - \ 2012
    Onder Glas 9 (2012)3. - p. 5 - 7.
    glastuinbouw - teelt onder bescherming - tulpen - forceren van planten - vochtigheid - klimaatregeling - beluchting - verwarmingssystemen - kastechniek - snijbloemen - greenhouse horticulture - protected cultivation - tulips - forcing - humidity - air conditioning - aeration - heating systems - greenhouse technology - cut flowers
    Vochtregulering met aangezogen en verwarmde buitenlucht maakt opgang in de tulpenbroeierij op water. Wagemaker Flowers in Hoogkarspel deed er als eerste ervaring mee op. Bolbloementeler Jeffrey Wagemaker en klimaatspecialist Jouke Campen van Wageningen UR Glastuinbouw doen verslag van de ervaringen.
    Uniform fust met goede ventilatie-eigenschappen behoudt kwaliteit van bol en plant
    Gude, H. - \ 2011
    BloembollenVisie 2011 (2011)225. - ISSN 1571-5558 - p. 22 - 23.
    bloembollen - sierplanten - schade - ziekten - kratten - transport - ventilatie - beluchting - droging - ornamental bulbs - ornamental plants - damage - diseases - crates - transport - ventilation - aeration - drieration
    Het fust waarin bollen en planten bewaard en vervoerd worden heeft grote invloed op de kwaliteit van het product. Onderzoek door PPO toont aan hoe schadelijk overstorten is en hoe het gesteld met de ventilatie-eigenschappen van verschillende typen fust. Gebruik van een uniform fust zorgt voor behoud van kwaliteit en levert grote kostenbesparingen op voor de hele bollensector.
    Naar een betere benutting van het substraat : teeltmodel met compost : vervolgproef
    Sonnenberg, A.S.M. ; Amsing, J.G.M. ; Hendrix, E.A.H.J. - \ 2010
    Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 2010-8) - 14
    paddestoelen - eetbare paddestoelen - mycelium - compost - thermoregulatie - beluchting - teeltsystemen - proeven - mushrooms - edible fungi - mycelium - composts - thermoregulation - aeration - cropping systems - trials
    De voedingsbehoeften van uitgroeiende champignons zijn onvoldoende bekend. Het doel van dit project is om in verschillende stappen te komen tot een modelsysteem waarin compost als een drager wordt gebruikt voor mycelium waaraan water en voedingsstoffen kunnen worden toegevoegd en waarmee makkelijker beluchtingen en temperatuurregelingen van substraat kunnen worden gerealiseerd.
    State/of/the/Art 2009 : Verbetering luchtverdeling één-laagssysteem
    Wildschut, J. ; Gulik, T. van der; Wit, G. de - \ 2010
    beluchting - landbouwtechniek - systeemontwikkeling - systeeminnovatie - aeration - agricultural engineering - system development - system innovation
    Poster over de verbetering van de luchtverdeling, een één-laagssysteem.
    State-of-the-Art project : grote energiebesparing bij bewaring van bollen : onderzoeker Jeroen Wildschut (PPO) boekt opmerkelijke resultaten
    Velzen, W. ; Wildschut, J. - \ 2009
    Vakwerk 83 (2009)18. - p. 27 - 27.
    bloembollen - koudeopslag - opslag - beluchting - ventilatie - luchtstroming - aërodynamica - aërodynamische eigenschappen - energiebesparing - ornamental bulbs - cold storage - storage - aeration - ventilation - air flow - aerodynamics - aerodynamic properties - energy saving
    Het is een investering van niks, maar met een plank en een paar houten balkjes is het elektraverbruik bij de bewaring van bollen met vijftig procent terug te dringen. Een verbeterde luchtverdeling ligt hieraan ten,grondslag, ofwel inzicht in de aerodynamica. Deze opmerkelijke onderzoeksresultaten waren ook voor onderzoeker Jeroen Wildschut een verrassing en voldoende interessant om hiervan verslag te doen tijdens de open dag van Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) in Lisse begin september 2009
    Critical soil conditions for oxygen stress to plant roots: substituting the Fedds-function by a process-based model
    Bartholomeus, R.P. ; Witte, J.P.M. ; Bodegom, P.M. van; Dam, J.C. van; Aerts, R. - \ 2008
    Journal of Hydrology 360 (2008)1-4. - ISSN 0022-1694 - p. 147 - 165.
    bodemporiënsysteem - bodemlucht - wateropname (planten) - plant-water relaties - transpiratie - waterverzadiging - modellen - oxidatieve stress - bodem-plant relaties - soil pore system - soil air - water uptake - plant water relations - transpiration - waterlogging - models - oxidative stress - soil plant relationships - use systems-analysis - crop growth-models - physical-properties - water-uptake - diffusion - respiration - aeration - compaction - transport - conductivity
    Effects of insufficient soil aeration on the functioning of plants form an important field of research. A well-known and frequently used utility to express oxygen stress experienced by plants is the Feddes-function. This function reduces root water uptake linearly between two constant pressure heads, representing threshold values for minimum and maximum oxygen deficiency. However, the correctness of this expression has never been evaluated and constant critical values for oxygen stress are likely to be inappropriate. In this paper, we propose a fundamentally different approach to assess oxygen stress: we built a plant physiological and soil physical process-based model to calculate the minimum gas filled porosity of the soil at which oxygen stress occurs.
    Effects of insufficient soil aeration on the functioning of plants form an important field of research. A well-known and frequently used utility to express oxygen stress experienced by plants is the Feddes-function. This function reduces root water uptake linearly between two constant pressure heads, representing threshold values for minimum and maximum oxygen deficiency. However, the correctness of this expression has never been evaluated and constant critical values for oxygen stress are likely to be inappropriate. On theoretical grounds it is expected that oxygen stress depends on various abiotic and biotic factors. In this paper, we propose a fundamentally different approach to assess oxygen stress: we built a plant physiological and soil physical process-based model to calculate the minimum gas filled porosity of the soil (phi gas_min) at which oxygen stress occurs. First, we calculated the minimum oxygen concentration in the gas phase of the soil needed to sustain the roots through (micro-scale) diffusion with just enough oxygen to respire. Subsequently, phi gas_min that corresponds to this minimum oxygen concentration was calculated from diffusion from the atmosphere through the soil (macro-scale). We analyzed the validity of constant critical values to represent oxygen stress in terms Of phi gas_min, based on model simulations in which we distinguished different soil types and in which we varied temperature, organic matter content, soil depth and plant characteristics. Furthermore, in order to compare our model results with the Feddes-function, we linked root oxygen stress to root water uptake (through the sink term variable F, which is the ratio of actual and potential uptake). The simulations showed that phi gas-min is especially sensitive to soil temperature, plant characteristics (root dry weight and maintenance respiration coefficient) and soil depth but hardly to soil organic matter content. Moreover, phi gas-min varied considerably between soil types and was larger in sandy soils than in clayey soils. We demonstrated that F of the Feddes-function indeed decreases approximately linearly, but that actual oxygen stress already starts at drier conditions than according to the Feddes-function. How much drier is depended on the factors indicated above. Thus, the Feddes-function might cause large errors in the prediction of transpiration reduction and growth reduction through oxygen stress. We made our method easily accessible to others by implementing it in SWAP, a user-friendly soil water model that is coupled to plant growth. Since constant values for phi gas_min in plant and hydrological modeling appeared to be inappropriate, an integrated approach, including both physiological and physical processes, should be used instead. Therefore, we advocate using our method in all situations where oxygen stress could occur. (C) 2008 Elsevier B.V. All rights reserved.
    Aan de slag met CO2 in phalaenopsis (interview met o.a. Arca Kromwijk en Tom Dueck)
    Lier, A. van; Kromwijk, J.A.M. ; Dueck, T.A. - \ 2008
    Vakblad voor de Bloemisterij 63 (2008)32. - ISSN 0042-2223 - p. 42 - 43.
    tuinbouwbedrijven - kassen - teelt onder bescherming - cultuurmethoden - phalaenopsis - orchidaceae - kooldioxide - dosering - beluchting - proeven op proefstations - glastuinbouw - market gardens - greenhouses - protected cultivation - cultural methods - phalaenopsis - orchidaceae - carbon dioxide - dosage - aeration - station tests - greenhouse horticulture
    Veel phalaenopsistelers doseren sinds kort CO2, omdat onderzoek uitwijst dat dit - met name in de afkweekfase - positieve effecten heeft. Het feit dat in de afkweekfase veel gelucht moet worden is in de praktijk een nadeel; hierdoor gaat veel CO2 verloren
    ScanFeeder op een praktijkbedrijf getest : vergelijkbare technische resultaten
    Harn, J. van; Veldkamp, T. - \ 2007
    De Pluimveehouderij 37 (2007)9. - ISSN 0166-8250 - p. 19 - 21.
    pluimveevoeding - mobiele voederapparaten - voerverdelers - pluimveehouderij - pluimveehokken - huisvesting van kippen - warmtewisselaars - beluchting - vleeskuikenresultaten - poultry feeding - mobile feeders - feed dispensers - poultry farming - poultry housing - chicken housing - heat exchangers - aeration - broiler performance
    De Scanfeeder, een mobiel voer- en drinksysteem, komt uit onderzoek goed naar voren, behalve als het gaat om de technische resultaten. Daarom heeft ASG-WUR op verzoek van de fabrikant op een praktijkbedrijf gedurende vier volledige productieronden onderzoek gedaan in een stal met de ScanFeeder en in een traditionele stal
    On-line schatting van het ventilatievoud van kassen
    Henten, E.J. van; Bontsema, J. ; Kornet, J.G. ; Hemming, J. - \ 2006
    Wageningen : Plant Research International - 60
    kassen - relatieve vochtigheid - luchttemperatuur - natuurlijke ventilatie - klimaatregeling - beluchting - regulatie - warmtebehoud - computeranalyse - glastuinbouw - greenhouses - relative humidity - air temperature - natural ventilation - air conditioning - aeration - regulation - heat conservation - computer analysis - greenhouse horticulture
    Natuulrijke ventilatie is één van de belangrijkste manieren om de luchtvochtigheid en de temperatuur in een kas te meten. Maar hoeveel vocht, warmte en CO2 er door de ramen naar buiten gaan is niet bekend. In dit rapport wordt daarom een methode beschreven om op een eenvoudige manier het ventilatievoud van kassen te bepalen en daarmee ook op eenvoudige manier inzicht te krijgen in de energie- , vocht- en CO2- stromen
    On-line cake-layer management by trans-membrane pressure steady state assessment in Anaerobic Membrane Bioreactors for wastewater treatment
    Jeison, D. ; Lier, J.B. van - \ 2006
    Biochemical Engineering Journal 29 (2006)3. - ISSN 1369-703X - p. 204 - 209.
    critical flux - submerged membrane - microfiltration - aeration
    Membrane bioreactors have been increasingly applied for wastewater treatment during the last two decades. High energy requirements and membrane capital costs remains as their main drawback. A new strategy of operation is presented based on a continuous critical flux determination, preventing excessive cake-layer accumulation on the membrane surface. Reactor operation is divided in cycles of 500 s filtration followed by a short back-flush of 15 s. If cake-layer formation is detected during continuous operation, a decrease in flux or an increase in cross flow velocity is performed. The proposed approach keeps reactor operation oscillating around the critical flux, minimizing reactor maintenance and maximizing performance. An easy to operate statistical steady state determination tool for the trans-membrane pressure was used to detect cake-layer formation. The developed control approach was tested on two Anaerobic MBRs equipped with submerged membranes. Despite the existence of very different critical fluxes and cake-layer formation characteristics, proposed approach was able to keep pressure increase during filtration cycles below 20 mbar. The developed approach is an efficient tool for on-line control of cake-layer formation over the membranes, changing cross flow velocities by manipulating gas sparging in submerged MBRs
    Gas transport through the root-shoot transition zone of rice tillers
    Groot, T.T. ; Bodegom, P.M. van; Meijer, H.A.J. ; Harren, F.J.M. - \ 2005
    Plant and Soil 277 (2005)1-2. - ISSN 0032-079X - p. 107 - 116.
    methane transport - oxygen loss - aerenchyma - cultivars - plants - emission - respiration - perspective - aeration - capacity
    Rice plants (Oryza sativa L.) are mainly cultivated in flooded paddy fields and are thus dependent on oxygen transport through the plant to maintain aerobic root metabolism. This gas transport is effectuated through the aerenchyma of roots and shoots. However, the efficiency of gas transport through the root¿ shoot transition zone is disputed and there are indications that the root¿shoot transition zone may represent one of the largest resistances for gas transport. Therefore, we present gas conductance measurements of the root¿shoot transition of individual rice tillers measured using SF6. SF6 was detected with a highly advanced laser based photoacoustic detection scheme allowing sensitive, high resolution measurements. In conjunction with these measurements, various plant morphological parameters were quantified. These measurements indeed indicate that the conductance at the root¿shoot transition may be much smaller than the conductance of root and shoot aerenchyma within the rice plant. Conductance was strongly correlated to tiller transverse area. After elimination of tiller area from the conductance equation, the resulting permeance coefficient was still correlated to tiller area, but negatively and related to the process of radial tiller expansion. In addition, a decrease in the permeance coefficient was also observed for increasing distance from the plant centre. No correlation was found with tiller type or age of the mother tiller. Incorporation of estimates of the conductance of the root¿shoot transition zone coupled to plant morphological parameters will allow considerable improvement of understanding and models on gas transport through plants.
    Mogelijkheden en grenzen bij afschermen licht
    Rijssel, E. van; Oostingh, C. - \ 2005
    Groenten en Fruit. Algemeen (2005)43. - ISSN 0925-9694 - p. 24 - 25.
    kassen - belichting - licht - milieu - milieubeheersing - schermen - donker - ventilatie - beluchting - temperatuur - relatieve vochtigheid - toegepast onderzoek - glastuinbouw - greenhouses - illumination - light - environment - environmental control - blinds - dark - ventilation - aeration - temperature - relative humidity - applied research - greenhouse horticulture
    Een scherm sluiten om de uitstraling van licht als gevolg van belichting te verminderen is het afgelopen seizoen gevolgd door onderzoekers van Proeftuin Zwaagdijk en PPO Glastuinbouw. Daarbij werd vooral nauwlettend in de gaten gehouden of de temperatuur en luchtvochtigheid in de kas opliepen als gevolg van het afschermen
    Het 'wonder van Nieuw-Lekkerland'
    Wolthoorn, A. ; Vet, W. de; Woerdt, D. van der; Temminghoff, E.J.M. - \ 2005
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 38 (2005)3. - ISSN 0166-8439 - p. 37 - 40.
    grondwater - beluchting - ijzer - verwijdering - waterzuivering - grondwaterwinning - bodemkwaliteit - zuid-holland - groundwater - aeration - iron - removal - water treatment - groundwater extraction - soil quality - zuid-holland
    Bij ondergrondse beluchting, een milde vorm van ondergronds ontijzeren, wordt ijzer uit grondwater in de bodem verwijderd. Een onverwacht effect van ondergrondse beluchting is dat het tijdens de opwerking tot drinkwater de nitrificatie in zandfilters sterk kan verbeteren. Voor Hydron Zuid-Holland is dat gegeven van groot belang, omdat de ammoniumbelasting in de zuivering hoog en geregeld problematisch is. Deze drinkwatermaatschappij heeft samen met Wageningen Universiteit een onderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in de fysisch-chemische en microbiologische effecten van ondergrondse beluchting. Daarbij werd de vorming van ijzercolloïden in de waterput bestudeerd en de potentieel mobiele ijzercolloïden fractie gemeten. De colloïden zijn bestudeerd in het laboratorium en in het veld. De resultaten van de studie maken het aannemelijk dat ijzercolloïden een verbinding vormen tussen ondergrondse beluchting en de verbeterde nitrificatie in een zandfilter. Op meerdere zuiveringsstations past Hydron Zuid-Holland de techniek inmiddels met ucces toe. Ondergrondse beluchting: Pokon voor de zuivering
    Membrane-aerated biofilm reactor for the removal of 1,2-dichloroethane by Pseudomonas sp strain DCA1
    Hage, J.C. ; Houten, R.T. ; Tramper, J. ; Hartmans, S. - \ 2004
    Applied Microbiology and Biotechnology 64 (2004)5. - ISSN 0175-7598 - p. 718 - 725.
    biologische behandeling - membranen - ethyleendichloride - biofilms - biodegradatie - verwijdering - afvalwaterbehandeling - pseudomonas - insecticiden - beluchting - biological treatment - membranes - ethylene dichloride - biofilms - biodegradation - removal - waste water treatment - pseudomonas - insecticides - aeration - waste-gas treatment - aliphatic-compounds - aerobic biofilms - degradation - groundwater - bioreactor - kinetics - trichloroethylene - model - water
    A membrane-aerated biofilm reactor (MBR) with a biofilm of Pseudomonas sp. strain DCA1 was studied for the removal of 1,2-dichloroethane (DCA) from water. A hydrophobic membrane was used to create a barrier between the liquid and the gas phase. Inoculation of the MBR with cells of strain DCA1 grown in a continuous culture resulted in the formation of a stable and active DCA-degrading biofilm on the membrane. The maximum removal rate of the MBR was reached at a DCA concentration of approximately 80 µM. Simulation of the DCA fluxes into the biofilm showed that the MBR performance at lower concentrations was limited by the DCA diffusion rate rather than by kinetic constraints of strain DCA1. Aerobic biodegradation of DCA present in anoxic water could be achieved by supplying oxygen solely from the gas phase to the biofilm grown on the liquid side of the membrane. As a result, direct aeration of the water, which leads to undesired coagulation of iron oxides, could be avoided
    A membrane-aerated biofilm reactor (MBR) with a biofilm of Pseudomonas sp. strain DCA1 was studied for the removal of 1,2-dichloroethane (DCA) from water. A hydrophobic membrane was used to create a barrier between the liquid and the gas phase. Inoculation of the MBR with cells of strain DCA1 grown in a continuous culture resulted in the formation of a stable and active DCA-degrading biofilm on the membrane. The maximum removal rate of the MBR was reached at a DCA concentration of approximately 80 muM. Simulation of the DCA fluxes into the biofilm showed that the MBR performance at lower concentrations was limited by the DCA diffusion rate rather than by kinetic constraints of strain DCA1. Aerobic biodegradation of DCA present in anoxic water could be achieved by supplying oxygen solely from the gas phase to the biofilm grown on the liquid side of the membrane. As a result, direct aeration of the water, which leads to undesired coagulation of iron oxides, could be avoided.
    Mestdrogen kan zuiniger, binnen de factor van 90 gram
    Emous, R.A. van; Fiks, T.G.C.M. - \ 2004
    De Pluimveehouderij 34 (2004)8. - ISSN 0166-8250 - p. 16 - 18.
    volières - huisvesting van kippen - hennen - ammoniak - emissie - droge stof - beluchting - mest - onderzoek - aviaries - chicken housing - hens - ammonia - emission - dry matter - aeration - manures - research
    Het Praktijkonderzoek van de Animal Sciences Group van Wageningen UR in Lelystad heeft een tweede proef uitgevoerd met twee verschillende volièresystemen. Hierin is naast de lay-out en de verlichting, ook de ammoniakemissie onderzocht. Dat onderzoek naar de ammoniakemissie komt in dit artikel aan bod
    Effect of synthetic iron colloids on the microbiological NH4+ removal process during groundwater purification
    Wolthoorn, A. ; Temminghoff, E.J.M. ; Riemsdijk, W.H. van - \ 2004
    Water Research 38 (2004)7. - ISSN 0043-1354 - p. 1884 - 1892.
    ammonium - ijzer - grondwater - waterzuivering - verwijdering - drinkwater - beluchting - colloïden - grondwaterwinning - ammonium - iron - groundwater - water treatment - removal - drinking water - aeration - colloids - groundwater extraction - transient-behavior - drinking-water - transport - nitrification - phosphate - column - mobilization - nitrosomonas - adsorption - sediments
    Subsurface aeration is used to oxidise Fe in situ in groundwater that is used to make drinking water potable. In a groundwater system with pH>7 subsurface aeration results in non-mobile Fe precipitate and mobile Fe colloids. Since originally the goal of subsurface aeration is to remove iron in situ, the formation of non-mobile iron precipitate, which facilitates the metal's removal, is the desired result. In addition to this intended effect, subsurface aeration may also strongly enhance the microbiological removal of ammonium (NH4+) in the purification station. Mobile iron colloids could be the link between subsurface aeration and the positive effect on the NH4+ removal process. Therefore, the objective of this study was to assess whether synthetic iron colloids could improve the NH4+ removal process. The effect of synthetic iron colloids on the NH4+ removal process was studied using an artificial purification set-up on a laboratory scale
    Subsurface aeration is used to oxidise Fe in situ in groundwater that is used to make drinking water potable. In a groundwater system with pH > 7 subsurface aeration results in non-mobile Fe precipitate and mobile Fe colloids. Since originally the goal of subsurface aeration is to remove iron in situ, the formation of non-mobile iron precipitate, which facilitates the metal's removal, is the desired result. In addition to this intended effect, subsurface aeration may also strongly enhance the microbiological removal of ammonium (NH4+) in the purification station. Mobile iron colloids 4 could be the link between subsurface aeration and the positive effect on the NH4+ removal process. Therefore, the objective of this study was to assess whether synthetic iron colloids could improve the NH4+ removal process. The effect of synthetic iron colloids on the NH4+ removal process was studied using an artificial purification set-up on a laboratory scale. Columns that purified groundwater with or without added synthetic iron colloids were set up in duplicate. The results showed that the NH4+ removal was significantly (alpha = 0.05) increased in columns treated with the synthetic iron colloids. Cumulative after 4 months about 10% more NH4+ was nitrified in the columns that was treated with the groundwater containing synthetic iron colloids. The results support the hypothesis that mobile iron colloids could be the link between subsurface aeration and the positive effect on the NH4+ removal process. (C) 2004 Elsevier Ltd. All rights reserved.
    Subsurface aeration of anaerobic groundwater : iron colloid formation and the nitrification process
    Wolthoorn, A. - \ 2003
    Wageningen University. Promotor(en): Willem van Riemsdijk, co-promotor(en): Erwin Temminghoff. - Wageningen : Wageningen Universiteit - ISBN 9789058088550 - 134
    grondwater - beluchting - anaërobe omstandigheden - nitrificatie - ijzer - colloïden - watervoorziening - grondwaterwinning - groundwater - aeration - anaerobic conditions - nitrification - iron - colloids - water supply - groundwater extraction
    Keywords: Iron, anaerobic groundwater, groundwater purification, heterogeneous oxidation, iron colloid formation, electron microscopy, nitrification In anaerobic groundwater iron and ammonium can be found in relatively high concentrations. These substances need to be removed when groundwater is used for the production of drinking water. Subsurface aeration can be applied to remove iron before the groundwater reaches the purification plant. The primary goal of subsurface aeration is to oxidise iron in-situ. As a side effect subsurface aeration can strongly enhance the microbiological removal of ammonium (i.e. nitrification) in sand filters. It is recognized that subsurface aeration could be a practical tool to enhance the nitrification process. Until now, subsurface aeration and the nitrification process were not specifically considered as related processes. It is hypothesized that mobile iron colloids may be the link between subsurface aeration and the positive effect on the nitrification process. To gain insight into the processes that can explain the effects of subsurface aeration the fate of iron after the application of subsurface aeration was studied. The potentially mobile iron colloids are of particular interest. A method is developed that could be used to study the effects of subsurface aeration of an anaerobic groundwater well under well-defined laboratory conditions. The first issue was whether mobile iron colloids could be formed as a result of subsurface aeration. At a pH > 7 the oxidation of Fe2+ is a heterogeneous oxidation process. The heterogeneous oxidation was described using a model with a homogeneous and an autocatalytic oxidation rate constant. The results of this study showed that the application of subsurface aeration of a groundwater system with a pH higher than 7 leads to the formation of iron colloids. A field experiment was performed to assess whether mobile iron colloids could be detected in an aerated groundwater well. From this field experiment it followed that a subsurface aerated well contained more iron colloids than a groundwater well that was not aerated. The iron colloids from the field were analysed using both chemical analysis and electron microscopy. The characteristics of the iron colloids from the field were used to prepare a synthetic analogue. The effect of the synthetic iron colloids on the nitrification process was studied by building a purification set up on a laboratory scale. In conclusion the results of this study strongly support the hypothesis that mobile iron colloids may be the link between subsurface aeration and the positive effect on the nitrification process.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.