Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 105

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Chemische onkruidbestrijding in zaaiprei : deugdelijkheidsonderzoek in 2003
    Hoek, J. - \ 2014
    Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector AGV - 37
    allium porrum - onkruidbestrijding - herbiciden - chemische bestrijding - gewasbescherming - veldgewassen - allium porrum - weed control - herbicides - chemical control - plant protection - field crops
    In 2001, 2002 en 2003 is door het PPO-AGV deugdelijkheidsonderzoek uitgevoerd met herbiciden in zaaiprei. In 2003 zijn veldproeven uitgevoerd bij het PPO in Lelystad en Meterik (Horst). In het onderzoek zijn nieuwe middelen vergeleken met enerzijds een object waarin alleen handmatig is gewied (chemisch onbehandeld) en anderzijds met vóór en ná opkomst toepassingen van chloorprofam (Brabant chloor-IPC vloeibaar). In het onderzoek zijn zowel vóór opkomst herbiciden toegepast (bodemherbiciden), als ná opkomst herbiciden (contactherbiciden) en ook enkele combinaties van beide. Door een zware aantasting van Pseudomonas is de proef in Meterik voor een aanzienlijk deel mislukt, er konden op deze locatie alleen effectiviteitgegevens tegen diverse belangrijke onkruidsoorten worden vastgesteld. Het toegelaten middel Brabant chloor-IPC vloeibaar (chloorprofam) heeft goed gepresteerd. Het middel is zowel vóór als ná opkomst goed selectief in zaaiprei en bestreed een aantal belangrijke onkruidsoorten. Ook in dit onderzoek bleek overigens dat onkruidbestrijding met alleen chloorprofam in (zaai)prei veela l onvoldoende resultaten geeft en dat daarnaast andere middelen noodzakelijk zijn. In een lage dosering toepassing ná opkomst bleek in 2002 dat chloorprofam gecombineerd kan worden met het middel Totril. Het bodemherbicide Stomp (pendimethalin) voldeed in de vóór opkomst toepassing goed. De selectiviteit (ook van de ‘dubbele’ dosering) in zaaiprei is goed en het middel bestrijdt een groot aantal belangrijke onkruidsoorten. Ook Boxer (prosulfocarb) voldeed goed. De selectiviteit (ook in de ‘dubbele’ dosering) is goed en ook dit herbicide bestrijdt een groot aantal belangrijke onkruidsoorten. Daarnaast lijkt Boxer ook ná opkomst van de zaaiprei goed selectief te zijn. Het middel Totril (ioxynil) heeft eveneens goed voldaan. Totril is vrij goed selectief in lage doserings toepassing ná opkomst. Wel lijkt het middel enige gewasschade te veroorzaken bij een niet afgehard (jong) gewas, met name bij de wat hogere doseringen. Totril bestrijdt een flink aantal belangrijke onkruidsoorten en lijkt ook een goede werking op aardappelopslag te hebben. Om het werkingsspectrum te verbreden kan het middel (in een LDS toepassing) gemengd worden met andere middelen zoals Bromotril of met chloorprofam bevattende middelen (zoals Brabant chloor-IPC). Bromotril (bromoxynil) heeft in het onderzoek ook goed voldaan. Het middel is ná opkomst in een lage doserings toepassing goed selectief en bestrijdt meerdere belangrijke onkruidsoorten. Met name bij wat hogere doseringen lijkt er tevens een goede werking te zijn tegen aardappelopslag. Bromotril kan (via een LDS toepassing) gemengd worden met Totril om het werkingsspectrum te verbreden.
    Nieuwe technieken ter bestrijding van trips : eerste verkenning van nieuwe mogelijkheden om tripsschade te beheersen in de teelt van prei en sluitkool
    Huiting, H.F. ; Kruistum, G. van; Rozen, K. van - \ 2014
    Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit AGV - 28
    koolsoorten - allium porrum - plantenplagen - thrips tabaci - insecticiden - toepassing - aantasting - gevoeligheid van variëteiten - landbouwkundig onderzoek - cabbages - allium porrum - plant pests - thrips tabaci - insecticides - application - infestation - varietal susceptibility - agricultural research
    De schade door tabakstrips (Thrips tabaci Lind.) in prei treedt vooral op in warme zomers: hoe droger en warmer het weer, hoe groter de kans dat tabakstrips schade veroorzaakt. De tabakstrips is een polyfaag en zeer mobiel insect, dat zich snel kan vermeerderen. Tripsbeheersing vraagt veel aandacht van telers van kool en prei, doordat trips zeer mobiel kan zijn en een hoge reproductiesnelheid kan halen; onder Nederlandse omstandigheden zijn er 5 à 8 generaties per jaar. In Nederlandse buitenteelten is overwegend de tabakstrips (Thrips tabaci Lind.) problematisch. Het doel van dit onderzoek is het bepalen van de effectiviteit van twee toepassingsmethoden via de bodem en enkele insecticide–doseringscombinaties op tripsaantasting in prei en sluitkool.
    Bestrijding van trips in prei : effectiviteit van twee insecticiden, in verschillende doseringen en toepassingsintervallen, op tripsaantasting in prei
    Huiting, H.F. ; Kruistum, G. van - \ 2013
    Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit AGV - 18
    preien - stengelgroenten - allium porrum - gewasbescherming - insecticiden - thrips tabaci - efficiëntie - proeven - klimaatfactoren - toelating van bestrijdingsmiddelen - veldproeven - vollegrondsgroenten - insectenplagen - leeks - stem vegetables - allium porrum - plant protection - insecticides - thrips tabaci - efficiency - trials - climatic factors - authorisation of pesticides - field tests - field vegetables - insect pests
    Door innovatieve tripsbestrijding kan een effectievere beheersing van de schade en/of een aanzienlijke reductie van de insecticide-inzet. Tabakstrips (Thrips tabaci Lind.) is kan zich snel vermeerderen en prei onverkoopbaar maken bij zware aantasting. Er wordt steeds gezocht naar aanvullende nieuwe middelen met een betere en/of andere werking om resistentie-ontwikkeling voor te zijn. In twee veldproeven werden twee nieuwe middelen onderzocht. De aantasting werd beoordeeld en tripslarven geteld. De proef werd uitgevoerd met kleine planten om een hoge tripsdruk te krijgen. Toch was de uiteindelijke tripsdruk laag; alleen in de tweede planting klom de populatiedruk naar een acceptabele waarde. De referentie-behandeling met Tracer resulteert in het beste resultaat in de proef, maar gaf niet bij elke waarneming een betrouwbaar verschil ten opzichte van onbehandeld. Behandelingen met N2012TP gaven geen gewasbeschermingseffect. Toepassingen van PAI05001 resulteerden in een gering bestrijdingseffect. Toevoeging van 4 kg/ha lokfructose aan 0,23 kg/ha PAI05001 evenals 0,5 kg/ha PAI05001 gaven verschillen met onbehandeld, maar de effecten waren echter niet consequent statistisch betrouwbaar.
    Bestrijding van trips in prei : effectiviteit van drie insecticiden, in twee toepassingsintervallen, op tripsaantasting in prei
    Huiting, H.F. ; Rozen, K. van; Kruistum, G. van - \ 2012
    Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit AGV - 24
    preien - allium porrum - gewasbescherming - insecticiden - thrips tabaci - efficiëntie - proeven - klimaatfactoren - toelating van bestrijdingsmiddelen - leeks - allium porrum - plant protection - insecticides - thrips tabaci - efficiency - trials - climatic factors - authorisation of pesticides
    De schade door tabakstrips (Thrips tabaci Lind.) in prei treedt vooral op in warme zomers: hoe droger en warmer het weer, hoe groter de kans dat tabakstrips schade veroorzaakt. De tabakstrips is een polyfaag en zeer mobiel insect, dat zich snel kan vermeerderen en kan door haar aantasting prei vrijwel onverkoopbaar maken. Er wordt dan ook gezocht naar aanvullende nieuwe middelen met een betere werking en/of een ander werkingsmechanisme om het risico op resistentie-ontwikkeling zoveel mogelijk te ondervangen. De werking van drie nieuwe middelen is onderzocht in twee veldproeven, met twee spuitintervallen, om zo het risico van sterk beïnvloedende weersomstandigheden te ondervangen. Als onderdeel van een Duits-Nederlandse samenwerking is zowel een Duitse als een Nederlandse referentie opgenomen.
    Een kaart van het gigantische leliegenoom en de genetische hutspot van prei
    Arens, P. ; Scholten, O.E. - \ 2012
    Kennis Online 9 (2012)april. - p. 10 - 11.
    moleculaire genetica - dna-sequencing - genomen - lilium - allium porrum - chromosoomkaarten - molecular genetics - dna sequencing - genomes - lilium - allium porrum - chromosome maps
    Van allerlei organismen is de complete DNA-volgorde bekend. Lelieveredelaars moeten het echter nog doen met een kaart van niks. Dat komt door de onwaarschijnlijke omvang van het genoom van de bloem. Een lelie heeft tien keer meer DNA dan een mens. Niet alleen de lelie, ook prei laat zich lastig in kaart brengen. Dat komt niet alleen door de omvang van het DNA, maar vooral door de organisatie ervan. Waar mensen en veel planten van elk chromosoom twee kopieën hebben, heeft prei er vier.
    Kastanje bloedingziekte: wat is de overenkomst tussen kastanje en prei?
    Overbeek, Leo van - \ 2011
    pseudomonas syringae pv. aesculi - pseudomonas syringae - aesculus hippocastanum - allium porrum - plant pathogenic bacteria - plant protection - epidemiology
    Prei op water: bijna 300 ton/ha en geen emissie, Thema: Teelt de grond uit BO-12.03-009-008
    Verhoeven, J.T.W. - \ 2011
    S.n.
    teeltsystemen - emissie - cultuur zonder grond - water - preien - allium porrum - reductie - nutriëntenuitspoeling - duurzaamheid (sustainability) - cropping systems - emission - soilless culture - water - leeks - allium porrum - reduction - nutrient leaching - sustainability
    Informatieposter getiteld "Prei op water: bijna 300 ton/ha en geen emissie", thema "Teelt de grond uit".
    Wat is het effect van bodemroofmijten op tabakstrips?, Thema: Functionele biodiversiteit BO-12.03-004-003
    Belder, E. den; Elderson, J. - \ 2011
    S.n.
    glastuinbouw - teelt onder bescherming - kassen - roofmijten - macrocheles - plaagbestrijding met predatoren - mulchen - gewasbescherming - allium porrum - greenhouse horticulture - protected cultivation - greenhouses - predatory mites - macrocheles - predator augmentation - mulching - plant protection - allium porrum
    De bodemroofmijt Macrocheles robustulus (grote rover, overleeft grondbewerking) is een belangrijke predator van kastripsen. Doel van dit onderzoek: vaststellen tripsmortaliteit na loslaten bodemroofmijten of mulchen met stro of bodemroofmijten + mulchen onder gecontroleerde omstandigheden in microcosmos opstelling.
    Twijfel bij vroege tunnelprei
    Wijk, C.A.P. van; Wilms, J.A.M. - \ 2010
    Groenten en Fruit Magazine 2010 (2010)11. - ISSN 1879-7318 - p. 16 - 17.
    allium porrum - preien - kunststoftunnels - tunnels - fertigatie - aanpassing van de productie - gewasproductie - agrarische aanpassing - teelt onder bescherming - agrarische productiesystemen - allium porrum - leeks - plastic tunnels - tunnels - fertigation - adjustment of production - crop production - agricultural adjustment - protected cultivation - agricultural production systems
    Het afgelopen voorjaar zijn de teeltkundige mogelijkheden beproefd van vroege prei in tunnels met fertigatie. Daarmee mikkend op productievervroeging en een efficiënt gebruik van meststoffen. Tunnels bieden mogelijkheden, leren de eerste bevindingen, maar met aanvullende voorwaarden.
    Basis preiteelt begint bij perceelskeuze
    Rovers, J.A.J.M. - \ 2010
    Telen met toekomst
    preien - allium porrum - perceelsgrootte (landbouwkundig) - bodemkwaliteit - winsten - keuzegedrag - leeks - allium porrum - field size - soil quality - profits - choice behaviour
    Opbrengsten bij prei kunnen sterk verschillen per perceel. Bodemeigenschappen zijn van grote invloed op kwantiteit en kwaliteit van de prei. Streef bij uw perceelskeuze naar grond met zo veel mogelijk goede eigenschappen (groeigaranties), want deze bepalen voor een groot deel het financiële resultaat
    Prei: Vroege preiteelt in tunnels moet nog verder getoetst worden
    Haan, J.J. de; Wilms, J.A.M. - \ 2010
    teeltsystemen - kunststoftunnels - teelt onder bescherming - allium porrum - preien - fertigatie - proeven - cropping systems - plastic tunnels - protected cultivation - allium porrum - leeks - fertigation - trials
    In Frankrijk wordt vroege prei geteeld onder tunneltjes met fertigatie (druppelirrigatie en druppelbemesting). Is dit systeem ook in Nederland toepasbaar voor een vervroeging van de teelt?
    Meerproductie bij hogere plantgetallen prei : vollegrond
    Wijk, K. van; Wilms, J.A.M. - \ 2010
    Groenten en Fruit Actueel 2010 (2010)2013. - ISSN 0925-9694 - p. 13 - 13.
    allium porrum - fertigatie - kunstmeststoffen - gewasopbrengst - plantdichtheid - proeven op proefstations - vollegrondsgroenten - preien - allium porrum - fertigation - fertilizers - crop yield - plant density - station tests - field vegetables - leeks
    Hogere plantgetallen geven bij prei een productieverhoging van 4 to 8 ton, maar ook een fijnere sortering. Fertigatie scoort in 2009 dezelfde productie als korrelmest, met minder risico op stikstofuitspoeling. In 2008 lag de productie wel hoger dan die van korrelmest.
    Fertigatie en plantdichtheden in prei
    Wijk, C.A.P. van; Haan, J.J. de; Wilms, J.A.M. - \ 2010
    Lelystad : PPO AGV (PPO-AGV / Rapport ) - 29
    preien - allium porrum - cultuur zonder grond - emissie - mineralen - teeltsystemen - fertigatie - milieubeheer - milieuwetgeving - vollegrondsgroenten - duurzame ontwikkeling - landbouw en milieu - Nederland - leeks - allium porrum - soilless culture - emission - minerals - cropping systems - fertigation - environmental management - environmental legislation - field vegetables - sustainable development - agriculture and environment - Netherlands
    Zowel milieueisen als de noodzaak om constante kwaliteit en constant volume te produceren tegen een acceptabele kostprijs, zullen tot de ontwikkeling van nieuwe teeltsystemen leiden. Door ‘gestuurd’ te telen kan de bodem voornamelijk als substraat gebruikt gaan worden. Vooral in Zuidoost Nederland is de milieuproblematiek rond emissie van mineralen groot en prei is om dat gebied een belangrijke vollegrondsgroentegewas. Het brede doel is het ontwikkelen van innovatieve, gestuurde teeltsystemen voor prei die nieuwe perspectieven bieden aan de sector op gebied van markt (kwaliteit, kostprijs, constant volume), arbeid (arbeidsomstandigheden, arbeidsbehoefte) en regelgeving (milieueisen).
    Trips geeft zich nog niet helemaal bloot
    Verstegen, S. ; Kogel, W.J. de - \ 2009
    Groenten & Fruit 63 (2009)28. - ISSN 0925-9708 - p. 34 - 35.
    allium porrum - plantenplagen - thrips - thysanoptera - vangmethoden - gewasbescherming - landbouwkundig onderzoek - allium porrum - plant pests - thrips - thysanoptera - trapping - plant protection - agricultural research
    Inzicht krijgen in de beste aanpak van trips valt niet mee. Onderzoek naar de toepasbaarheid van waarschuwingssysteem PLANT-plus en blauwe vangplaten toont aan dat beide systemen elkaar aanvullen met elk hun eigen voor- en nadelen
    Prei teeltsystemen uit de grond: Onderzoek 2009
    Os, E.A. van; Bruins, M.A. ; Wilms, J.A.M. ; Weel, P.A. van; Haan, J.J. de - \ 2009
    Wageningen : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten GTB 1005) - 47
    cultuur zonder grond - allium porrum - preien - teeltsystemen - proefprojecten - soilless culture - allium porrum - leeks - cropping systems - pilot projects
    In 2009 zijn een voorjaars- en een zomerteelt uitgevoerd met de teelt van prei uit de grond. Drie teeltsystemen (teelt met buizen in een dikke laag voedingsoplossing, teelt in hoge substraatpotten en teelt met een beweegbaar deksel) zijn onderling vergeleken en met de traditionele teelt in de vollegrond. Tevens zijn drie opkweekmethoden vergeleken (steenwolplug, preforma lijmplug en losseplant). Behandelingen zijn uitgevoerd in een voorjaars- en een zomerteelt, waarbij binnen enkele behandelingen ook het effect van de plantdichtheid is onderzocht. Het effect van de behandelingen is beoordeeld op productie, hoeveelheid wit, rechtheid, hoeveelheid afval en de diameter van de prei
    Milieueffectiviteit en kosten van maatregelen gewasbescherming
    Spruijt, J. ; Spoorenberg, P.M. ; Schreuder, R. - \ 2009
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 149) - 72
    gewasbescherming - chemische bestrijding - luchtverontreiniging - drift - bodemverontreiniging - akkerbouw - bloembollen - milieueffect - pootaardappelen - suikerbieten - maïs - tarwe - aardbeien - fragaria - allium porrum - asparagus - tulipa - hyacinthus - narcissus - vollegrondsgroenten - vollegrondsteelt - fabrieksaardappelen - plant protection - chemical control - air pollution - drift - soil pollution - arable farming - ornamental bulbs - environmental impact - seed potatoes - sugarbeet - maize - wheat - strawberries - fragaria - allium porrum - asparagus - tulipa - hyacinthus - narcissus - field vegetables - outdoor cropping - starch potatoes
    Uit de tussenevaluatie van de Nota Duurzame Gewasbescherming van 2006 blijkt dat de milieubelasting vanuit de landbouw flink gedaald is en dat geïntegreerde gewasbescherming steeds meer wordt toegepast. Toch worden de normen voor waterkwaliteit nog vaak overschreden en wordt het tussendoel voor de drinkwaternorm niet gehaald. In een vooruitblik stelt het evaluatierapport dat de behaalde milieuwinst niet genoeg is om in 2010 uit te komen bij de gewenste milieukwaliteit. Gesteld wordt dat hiervoor extra maatregelen nodig zijn. Vooruitlopend op de eindevaluatie is behoefte aan inzicht in het milieueffect van maatregelen van geïntegreerde gewasbescherming, de kosten ervan en de eventuele teeltrisico’s. Vanuit onderzoek en praktijk zijn maatregelen ontworpen die beogen de milieubelasting te verlagen. In het project ‘Telen met Toekomst’ zijn deze maatregelen door onderzoekers, voorlichting en ondernemers verder ontwikkeld en door de ondernemers toegepast. In de in dit rapport beschreven pilotstudie zijn berekeningen uitgevoerd over 4 modelbedrijven uit de akkerbouw, vollegrondsgroenten- en bloembollensector. De milieueffectiviteit van de maatregelen is getoetst aan de hand van de reductie in Milieu Indicator Punten (MIP) voor de milieubelasting van oppervlaktewater door drift bij gewasbescherming (conform de toetsingsparameter in de Tussenevaluatie) en de kosten en risico’s van effectieve maatregelen zijn in beeld gebracht. Voor de MIP-berekeningen is het Milieutechnisch en Economisch Bedrijfsmodel voor de Open Teelten (MEBOT) aangepast. Uit deze pilotstudie blijkt bij de modelbedrijven voor vollegrondsgroenten en bloembollen dat driftbeperkende maatregelen die verder gaan dan nu is voorgeschreven de MIP-waarde sterk kunnen verlagen en de grootste milieuwinst opleveren in vergelijking met geïntegreerde maatregelen per gewas. Deze verder door te voeren driftbeperkende maatregelen bestaan uit vergroting van de huidige teeltvrije zone en het gebruik van nieuwe spuittechnieken die de drift nog verder beperken. Omdat de kosten voor spuitdoppen die de drift nog verdere reduceren relatief gering zijn, is de kosteneffectiviteit (MIP/euro) van deze maatregel groot. Sommige middelen moeten nu al met 75% of 90% reducerende doppen worden gespoten. Er zou een behoorlijke verbetering van de kwaliteit van oppervlaktewater kunnen optreden als meer middelen in een strook van 14 meter bij een sloot met deze driftreducerende doppen moeten worden gespoten. Verder blijkt uit deze studie dat er enkele stoffen zijn met zeer hoge MIP-waarden. De grootste milieuwinst (naast driftbeperkende maatregelen) kan worden behaald door juist voor het bestrijdingsdoel van deze milieubelastende stoffen alternatieven te vinden.
    Verslag fertigatie- en plantafstandenproef
    Wijk, C.A.P. van; Wilms, J.A.M. ; Haan, J.J. de - \ 2009
    In: Prei teeltsystemen onderzoek 2008 Lelystad : PPO Sector AGV - p. 29 - 39.
    groenteteelt - cultuurmethoden - preien - allium porrum - fertigatie - plaatsen op afstand - proeven - vollegrondsgroenten - vegetable growing - cultural methods - leeks - allium porrum - fertigation - spacing - trials - field vegetables
    Het algemene doel van onderzoek naar fertigatie is “ontwikkeling van teeltsystemen in de grond met fertigatie en/of folie voor prei en bladgewassen” waarbij de volgende randvoorwaarden leidend zijn: betere kwaliteit en oogstzekerheid, bedrijfseconomisch rendabel en sterke beperking van emissie van nutriënten
    Verslag teelt op water
    Os, E.A. van; Weel, P.A. van; Wilms, J.A.M. ; Haan, J.J. de - \ 2009
    In: Prei teeltsystemen onderzoek 2009 Lelystad : PPO sector agv (PPO / Rapport ) - p. 9 - 28.
    groenteteelt - preien - allium porrum - innovaties - cultuur zonder grond - teeltsystemen - optimalisatie - duurzaamheid (sustainability) - milieubescherming - vollegrondsgroenten - vegetable growing - leeks - allium porrum - innovations - soilless culture - cropping systems - optimization - sustainability - environmental protection - field vegetables
    projectnummer 3250109908
    Prei Teeltsystemen Onderzoek 2008 : verslag van alle activiteiten rond teeltinnovatie prei
    Wijk, C.A.P. van; Haan, J.J. de - \ 2009
    Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. (PPO / Rapport ) - 49
    allium porrum - groenteteelt - preien - teeltsystemen - marktverkenningen - tuinbouw - werkorganisatie - milieueffect - agrarische bedrijfsvoering - vollegrondsgroenten - allium porrum - vegetable growing - leeks - cropping systems - market surveys - horticulture - organization of work - environmental impact - farm management - field vegetables
    Doel van het project is het ontwikkelen van innovatieve, gestuurde teeltsystemen voor prei die nieuwe perspectieven bieden aan de sector op gebied van markt (kwaliteit, kostprijs, constant volume), arbeid (arbeidsomstandigheden, arbeidsbehoefte) en regelgeving (milieueisen)
    Biologische tripsbeheersing in prei in 2008
    Broek, R.C.F.M. van den; Alebeek, F.A.N. van; Verstegen, H.A.G. ; Gruppen, R. ; Kamstra, J.H. - \ 2009
    Lelystad : PPO AGV - 25
    biologische landbouw - biologische bestrijding - allium porrum - thrips - bevordering van natuurlijke vijanden - vollegrondsteelt - organic farming - biological control - allium porrum - thrips - encouragement - outdoor cropping
    In diverse vollegrondsgewassen (ui, kool, prei en aardbei) kan trips zowel in gangbare als biologische bedrijven grote problemen opleveren. Trips heeft betrekkelijk weinig natuurlijke vijanden. Vooral roofwantsen komen op trips haarden af en kunnen de populatiegroei afremmen. Rooftrips, roofmijten en spinnen zijn andere, mogelijke natuurlijke vijanden, maar hun belang is grotendeels onbekend. Biologische telers hebben weinig mogelijkheden om tripsen te beheersen. Daarom zijn er in een biologische vollegrondsteelt van prei maatregelen onderzocht die de aanwezige natuurlijke vijanden kunnen stimuleren zoals de aanleg van een bloemenrand, het toedienen van compost en het uitzetten van roofmijten
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.