Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 21

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Geïntegreerde bestrijding van Septoria in selderij & peterselie : literatuuronderzoek & kwaliteit zaad 2002
    Plentinger, M.C. ; Schepers, H.T.A.M. ; Mheen, H.J.C.J. van der; Wijk, C.A.P. van - \ 2014
    Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector AGV (PPO rapport 520052-1) - 24
    bladvlekkenziekte - septoria apiicola - apium graveolens - plantenziektebestrijding - fungiciden - veldgewassen - leaf spotting - septoria apiicola - apium graveolens - plant disease control - fungicides - field crops
    Het in kaart brengen van “witte vlekken” in de kennis omtrent Septoria in selderij en peterselie en aangeven op welke (teelt-)maatregelen het onderzoek moet worden gericht. (Teelt-)maatregelen die hiervoor in aanmerking komen zijn rassenkeuze, gezond uitgangsmateriaal (zaad, planten, potgrond), bemesting, plantafstanden, plantversterkers, grondbedekking, gewasresten verwijderen en bedrijfshygiëne. Het doel van het onderzoek is de bijdrage van de diverse (teelt-)maatregelen aan de bestrijding van Septoria in selderij- en peterseliegewassen duidelijk te krijgen. Uiteindelijk moeten de diverse maatregelen worden opgenomen in een beheersingsstrategie op bedrijfsniveau.
    Stability of the Bet v 1 cross-reactive allergens Api g 1 and Dau c 1 : a biophysical approach
    Bollen, M.A. - \ 2009
    Wageningen University. Promotor(en): Tiny van Boekel; Huub Savelkoul; Harry Wichers, co-promotor(en): Hans Helsper. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085853763 - 160
    allergenen - voedselallergieën - kruisreactie - betula - daucus carota - penen - selderij - apium graveolens - hooikoorts - allergens - food allergies - cross reaction - betula - daucus carota - carrots - celery - apium graveolens - pollen allergy
    The allergen Bet v 1 is known as the primary sensitizer for birch pollen-related food allergy and is responsible for IgE cross-reactivity to pathogenesis-related 10 (PR-10) proteins from, in particular, fruits from the Rosaceae and vegetables from the Apiaceae families. The allergenic potential of PR-10 proteins is mainly characterized for specific recombinantly produced isoforms, which are used for research and diagnostic purposes. However, in natural food sources these allergens are often present as isoform mixtures. The first aim of this research was to purify and characterize PR-10 allergens as natural isoform mixtures to determine whether differences could be observed between natural and recombinant allergens and between plant families. The second aim was to find a relationship between the physico-chemical stability of PR-10 proteins and structural characteristics to explain differences in IgE binding potential and cross-reactivity. The PR-10 allergens Bet v 1 from birch, Api g 1 from celery, and Dau c 1 from carrot were purified under mild conditions following a standardized protocol. Different allergen isoforms were determined and circular dichorism (CD) analyses of the allergen mixtures showed a similar secondary structure composition as observed for other PR-10 proteins. The allergen mixtures and recombinant allergens were characterized by stability studies to pH, temperature and denaturant where CD was used to detect structural changes. Minor differences were observed in stability between natural isoform mixtures and between the recombinant isoforms, although recombinant Dau c 1 was likely destabilized by its attached His-tag. A general trend was observed for allergen stability, structural differences and their relationship to the IgE binding capacity in aqueous solutions. The allergenic potential decreases in the following order: Bet v 1, the primary allergen of birch pollen-related allergies, Mal d 1, Api g 1 and Dau c 1, in accordance with their amino acid sequence identity. Bet v 1 cross-reactive IgE antibodies preferably bind to the charged and polar residues of Mal d 1 for which the positive charge can be increased by the physiological pH of fruit. Api g 1 appears to be more stable than Dau c 1 as the result of a tighter hydrophobic packing. However, the thermodynamic stability of Api g 1 is similar to that of Bet v 1, but the higher proportion of hydrophobic residues and the reduced proportion of charged residues are responsible for the lower IgE binding capacity. Furthermore, the IgE binding capacity is not severely affected, as long as the protein is able to refold. The implications of these findings are discussed in the context of the development of allergic symptoms upon exposure to these PR-10 proteins.

    Moleculaire karakterisering van Cercospora beticola en zijn naaste verwanten
    Groenewald, M. - \ 2007
    Gewasbescherming 38 (2007)3. - ISSN 0166-6495 - p. 98 - 100.
    cercospora beticola - beta vulgaris - suikerbieten - cercospora apii - apium graveolens - knolselderij - bladvlekkenziekte - waardplanten - plantenziekteverwekkende schimmels - schimmels - gewasopbrengst - gewaskwaliteit - cercospora beticola - beta vulgaris - sugarbeet - cercospora apii - apium graveolens - celeriac - leaf spotting - host plants - plant pathogenic fungi - fungi - crop yield - crop quality
    In het onderzoek beschreven in dit proefschrift worden kweekkarakteristieken en moleculair-phylogenetische gegevens gebruikt om soorten behorend tot het C. apii soortencomplex beter te onderscheiden. Cercospora beticola, één van de soorten behorend tot het C. apii complex, veroorzaakt de Cercospora bladvlekkenziekte op Beta vulgaris (suikerbiet) en heeft wereldwijd een groot effect op de opbrengst en kwaliteit van de suikerbiet. Cercospora apii, de veroorzaker van Cercospora bladvlekkenziekte op Apium graveolens (selderij), is morfologisch identiek aan C. beticola en er is gesuggereerd dat C. beticola synoniem is aan C. apii
    Zes jaar ras-ervaring in de praktijk : kleine Vollegrondsgroenten
    Wijk, C.A.P. van - \ 2006
    PPO AGV
    groenteteelt - vollegrondsteelt - apium graveolens - courgettes - slasoorten - bladgroenten - stengelgroenten - gebruikswaarde - rassen (planten) - rassenkeuze (gewassen) - vegetable growing - outdoor cropping - apium graveolens - marrows - lettuces - leafy vegetables - stem vegetables - use value - varieties - choice of varieties
    Telers van kleine vollegrondsgroentegewassen (bleekselderij, courgette en diverse slasoorten) hebben behoefte aan een jaarlijkse inventarisatie van de gebruikswaarde van de rassen die in Nederland verhandeld worden. Gedurende 5 jaar worden jaarlijks de jaarsinvloeden van de raseigenschappen van kleine gewassen landelijk geïnventariseerd. De verwachting is dat door het publiceren van de jaarsinvloeden van raseigenschappen de tuinder zijn raskeuze en teeltmaatregelen daar beter op af kan afstemmen. Daardoor zal het teeltresultaat verbeteren.
    Bestrijding van wantsen in knolselderij en bleekselderij, 2003
    Vlaswinkel, M.E.T. ; Kruistum, G. van - \ 2003
    Westmaas : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. - 24
    hemiptera - plagenbestrijding - apium graveolens - pesticiden - veldgewassen - plantenziekten - nederland - hemiptera - pest control - apium graveolens - pesticides - field crops - plant diseases - netherlands
    Wantsen kunnen in knolselderij groeistagnatie en misvorming van hartblaadjes veroorzaken. Deze hartblaadjes worden zwart en kunnen later in het seizoen bacteriehartrot veroorzaken. In de teelt van knolselderij zijn op dit moment geen chemische middelen meer toegelaten ter bestrijding van wantsen. In Nederland komen op knolselderij drie soorten wantsen voor, behorende tot het geslacht Orthops. Naast knolselderij komen ze ook op andere schermbloemigen voor, zoals peen, fluitekruid en bereklauw. De wantsen overwinteren als adult en zijn in het voorjaar te vinden op onkruiden. Op knolselderij verschijnen de eerste volwassen wantsen eind juli en de eerste jonge wantsen worden begin augustus gevonden. De wantsen verschuilen zich vaak in het hart van de plant tussen de voet van de bladstelen en de samengevouwen hartblaadjes, waardoor ze moeilijk geraakt kunnen worden. Schade, meestal waargenomen vanaf half juli tot eind september, ontstaat doordat zowel de jonge als de volwassen wantsen aan de hartblaadjes zuigen. Indien de aantasting licht is kan de plant er doorheen groeien. Aangetaste knollen zijn onverkoopbaar. Tot 1999/2000 werd Undeen of Mevinfos ingezet tegen wantsen in knolselderij, maar op dit moment is geen enkel middel meer toegelaten.
    Competitive suppression of weeds in a leek-celery intercropping system : an exploration of functional biodiversity
    Baumann, D.T. - \ 2001
    Wageningen University. Promotor(en): M.J. Kropff; L. Bastiaans. - S.l. : S.n. - ISBN 9789058083807 - 190
    teeltsystemen - tussenteelt - biodiversiteit - onkruiden - onkruidbestrijding - cultuurmethoden - allium porrum - preien - selderij - apium graveolens - groenten - zwitserland - cropping systems - intercropping - biodiversity - weeds - weed control - cultural methods - allium porrum - leeks - celery - apium graveolens - vegetables - switzerland

    Late-emerging weeds, although not directly damaging the crop, may cause long-term weed management problems due to excessive seed production. Particularly in weak competitive crops with high quality requirements, such as leek, financial losses due to weed competition or weed management costs can be considerable.

    Weed suppression by the crop is an important component of any weed management strategy. It is affected by crop characteristics and cropping systems design. Improving the weed suppression by increasing the canopy light interception is the basic concept underlying the research described in this thesis. To reduce growth and particularly the seed production of late-emerging weeds, an intercropping system was developed that combines leek with the more competitive celery.

    The competitive relationships between leek and celery in the intercropping system and their interaction with Senecio vulgaris , which was chosen as target weed, was investigated in a series of field- and glasshouse experiments. Moreover, modelling studies, using an eco-physiological simulation model for interplant competition, were performed. Eventually, the design of the intercropping system was optimised through a combined mechanistic and descriptive modelling approach.

    The competitive ability of celery was significantly higher than that of leek, owing to a more effective light interception. Therefore, the weed suppression of the intercropping system was considerably improved compared to the leek monoculture, resulting in a shorter critical period for weed control. The reproductive capacity of late-emerging S. vulgaris was strongly reduced in the intercropping system. Modelling studies confirmed the relatively greater competitive strength of celery compared to leek. Quantitative analysis showed that particularly differences in morphological characteristics, such as the early leaf area development, determined the differences in competitive ability between the crops. Further exploration and optimisation with a combined modelling approach allowed the design of a highly productive and profitable intercropping systems with improved weed suppressive ability.

    The successful improvement of the weed suppressing ability through combination of morphological and physiological crop characteristics in a highly productive intercropping system demonstrates the functionality of enhanced biodiversity for weed management.

    Keywords: leek ( Allium porrum L.), celery ( Apium graveolens L.) Senecio vulgaris L., intercropping, weed suppression, modelling, functional biodiversity.

    Bemestingssystemen met vloeibare meststoffen
    Titulaer, H.H.H. ; Kanters, F.M.L. - \ 2000
    PAV-bulletin. Vollegrondsgroenteteelt / Praktijkonderzoek voor de Akkerbouw en de Vollegrondsgroenteteelt 4 (2000)4. - ISSN 1385-5298 - p. 32 - 35.
    vloeibare kunstmeststoffen - groenteteelt - stikstofmeststoffen - ureummeststoffen - ammoniummeststoffen - veldgewassen - apium graveolens - selderij - lactuca sativa - allium porrum - preien - oogsttoename - oogstverliezen - opbrengsten - bemesting - vollegrondsteelt - liquid fertilizers - vegetable growing - field crops - apium graveolens - celery - lactuca sativa - allium porrum - leeks - yield increases - yield losses - yields - nitrogen fertilizers - urea fertilizers - ammonium fertilizers - fertilizer application - outdoor cropping
    Onderzoek naar de verschillen in de N-werking van vloeibare meststoffen in vergelijking tot een korrelmeststof. Gegevens in bijgaande tabellen: 1) De gemiddelde opbrengst van geschoonde groenselderij (kg/are), de N-opname van het geschoonde product en de totale N-opname (kg/ha) bij niet en wel inwerken van de kunstmeststoffen; 2) De gemiddelde opbrengsten van twee teelten ijsbergsla (kg/are), de N-opname door de kroppen en de totale N-opname door het gewas (kg/ha) bij niet en wel inwerken van de kunststoffen; 3) De gemiddelde opbrengst (kg/are) van geschoonde prei en kroppen van twee achtereenvolgende teelten ijsbergsla en de daarbij behorende N-opname (kg/ha); 4 Het verloop van het Nmin-gehalte (0-30cm) in de tijd en de gegeven mestgiften (+) bij een zomer- en herfstteelt van ijsbergsla (alles in kg/ha).
    CA-bewaring van bleekselderij geeft beter resultaat
    Wijk, C.A.P. ; Broek, R.C.F.M. van den; Geve, C.G.M. - \ 1997
    PAV-bulletin. Vollegrondsgroenteteelt / Praktijkonderzoek voor de Akkerbouw en de Vollegrondsgroenteteelt 1997 (1997)3. - ISSN 1385-5298 - p. 9 - 11.
    apium graveolens - selderij - opslag - bedrijfsresultaten in de landbouw - rentabiliteit - kwaliteit - prestatieniveau - apium graveolens - celery - storage - farm results - profitability - quality - performance
    Teelt van bleekselderij
    Wijk, C.A.P. van; Zwanepol, S. ; Meier, R. ; Ester, A. ; Jonkers, J. - \ 1994
    Lelystad : PAGV [etc.] (Teelthandleiding 62) - 49
    apium graveolens - selderij - nederland - teelt - vollegrondsgroenten - teelthandleidingen - apium graveolens - celery - netherlands - cultivation - field vegetables - cultivation manuals
    Onderzoek naar de toepasbaarheid van fungiciden in kleine groentegewassen
    Meier, R. - \ 1993
    In: Jaarboek 1993-1996 : verslagen van afgesloten onderzoeksprojecten op de Regionale Onderzoekcentra en het PAGV. Vollegrondsgroenteteelt Lelystad : Proefstation voor de Akkerbouw en de Groenteteelt in de Vollegrond [etc.] (Publikatie / Proefstation voor de Akkerbouw en de Groenteteelt in de Vollegrond, Regionale Onderzoekcentra No. 70b-81B) - p. 111 - 114.
    apium graveolens - brassica chinensis - brassica pekinensis - selderij - cichorei - chinese koolsoorten - cichorium intybus - fungiciden - gewasbescherming - apium graveolens - brassica chinensis - brassica pekinensis - celery - chicory - chinese cabbages - cichorium intybus - fungicides - plant protection
    Onderzoek bij Chinese kool, Radicchio rosso en snijselderij
    Teelt van peterselie en bladselderij
    Wijk, C.A.P. van; Mheen, H.J. van der; Zwanepol, S. ; Meier, R. ; Ester, A. ; Jonkers, J. - \ 1992
    Lelystad : Proefstation voor de Akkerbouw en de Groenteteelt in de Vollegrond [etc.] (Teelthandleiding nr. 46) - 44
    apium graveolens - selderij - teelt - cultuurmethoden - peterselie - petroselinum - vollegrondsgroenten - teelthandleidingen - apium graveolens - celery - cultivation - cultural methods - parsley - petroselinum - field vegetables - cultivation manuals
    Embryo growth in mature celery seeds
    Toorn, P. van der - \ 1989
    Agricultural University. Promotor(en): C.M. Karssen. - S.l. : Van der Toorn - 95
    kieming - apium graveolens - selderij - apium graveolens var. rapaceum - knolselderij - zaadkieming - kiemrust - planten - embryologie - germination - apium graveolens - celery - apium graveolens var. rapaceum - celeriac - seed germination - seed dormancy - plants - embryology

    Germination of celery seeds is slow, due to the need for embryo growth before radicle protrusion can occur. Germination rate was correlated with embryo growth rate. Celery seeds with different embryo growth rates were obtained with fluid density separation of a seed lot. Low density seeds germinated faster, due to a larger embryo cell size and a higher embryo cell division rate. It was concluded that the embryo cell size was correlated with the osmotic potential of the true seed. A less negative osmotic potential was caused by the higher air volume and lower pericarp volume in the low density seed. It was argued that the higher embryo cell division rate in low density seeds was partly caused by the higher osmotic potential.

    During incubation in PEG solutions embryo growth rate in low density seeds was also higher, due to a higher cell division rate. Low density seeds contained more embryo cells after the treatment than high density seeds. It was concluded that the number of embryo cells formed during PEG incubation was partly correlated with the osmotic potential in the true seed.

    Not only the embryo length was increased after a PEG incubation, but also the embryo growth rate was increased when seeds were subsequently germinated in water. The increase in embryo growth rate was caused by an increase in cell size, most probably due to a positive effect of PEG incubation on embryo cell wall extensibility.

    Seed density was negatively correlated with seed maturity because during seed ripening on the mother plant the volume of air in the seeds increased. The seed density was not correlated to the umbel position as such, but harvesting of seeds from all umbels at the same time resulted in seeds with different density, due to the different length of the ripening period of the different umbels. Endo-β-mannanase activity, that is part of the hydrolytic activity in the endosperm, was positively correlated with seed maturity During germination the endo-β-mannanase activity increased, but in low density seeds the activity was higher than in high density seeds. The higher hydrolytic activity in low density seeds correlated with the higher embryo cell division rate, both during germination in water and incubation in PEG.

    The analysis of structural and physiological parameters of different celery cultivars showed that differences in germination rate and the effect of a priming treatment on the germination rate, could be explained by the same mechanisms as in genetically identical but physiologically different seeds. The general effect of seed priming on celery cultivars is a reduction in mean germination time of about 66%.

    Schietneiging bij knolselderij, 1986 : proefverslag
    Roodzant, M.H. ; Schoneveld, J.A. - \ 1987
    Lelystad : PAGV - 36
    apium graveolens - groenteteelt - teeltsystemen - wortelgewassen als groente - apium graveolens - vegetable growing - cropping systems - root vegetables
    Invloed van bewaring van het plantgoed, planttijdtip en plantleeftijd op het schieten. Met beschrijving van het schietproces
    Celery latent virus. CLV
    Anonymous, - \ 1979
    Wageningen : Pudoc (Literatuurlijst / Centrum voor landbouwpublikaties en landbouwdocumentatie no. 4208)
    apium graveolens - apium graveolens var. rapaceum - bibliografieën - knolselderij - selderij - plantenziekten - plantenvirussen - apium graveolens - apium graveolens var. rapaceum - bibliographies - celeriac - celery - plant diseases - plant viruses
    Teelt van knolselderij : inclusief bladselderij
    Buishand, T. - \ 1977
    Lelysted etc. : P.A.G.V. (Teelthandleiding no. 3) - 63
    apium graveolens - apium graveolens var. rapaceum - knolselderij - selderij - teelt - apium graveolens - apium graveolens var. rapaceum - celeriac - celery - cultivation
    Teelt van bleekselderij
    Buishand, T. - \ 1977
    Lelystad etc. : P.A.G.V. (Teelthandleiding 4) - 41
    apium graveolens - selderij - apium graveolens - celery
    De teelt van bleekselderij in Belgie
    Sweep, A.A.M. - \ 1972
    Naaldwijk : [s.n.]
    apium graveolens - belgië - selderij - apium graveolens - belgium - celery
    Bestrijding van "zwarte harten" in vroege vollegronds bleekselderij
    Pieters, J.H. - \ 1971
    Alkmaar : [s.n.] (Mededeling / Proefstation voor de groenteteelt in de vollegrond in Nederland no. 55) - 27
    apium graveolens - selderij - apium graveolens - celery
    Bewaar- en kleinverpakkingsproeven met bleekselderij
    Maaker, J. de - \ 1970
    Wageningen : [s.n.] (Rapport / Sprenger instituut no. 1699) - 12
    apium graveolens - selderij - apium graveolens - celery
    Bewaring van bleekselderij
    Stenvers, N. - \ 1968
    Wageningen : [s.n.] (Bulletin / Sprenger instituut no. 82) - 2
    apium graveolens - selderij - apium graveolens - celery
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.