Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 12 / 12

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Oplossing financieringsproblematiek ligt in rendementsverbetering : Behoefte aan vernieuwing op gebied financiering
    Kierkels, T. ; Meulen, H.A.B. van der - \ 2014
    Onder Glas 11 (2014)11. - p. 46 - 47.
    glastuinbouw - tuinbouwbedrijven - financieren - krediet - alternatieve methoden - rendement - economische evaluatie - banken - financiële instellingen - innovaties - greenhouse horticulture - market gardens - financing - credit - alternative methods - returns - economic evaluation - banks - financial institutions - innovations
    De bedrijfsvoering in de glastuinbouw steunt sterk op externe financiering en die stokt de laatste tijd. Oorzaken zijn de slechte rendementen, strengere banken en afname van het eigen vermogen. Vooral bij herhaalde kredietvraag dreigt een negatieve spiraal te ontstaan. Verruiming van de mogelijkheden en alternatieve financiering kunnen verlichting bieden. “Maar meer rendement is de sleutel van alles.”
    Essays on microfinance in Latin America
    Servin Juarez, R. - \ 2012
    Wageningen University. Promotor(en): Robert Lensink, co-promotor(en): Marrit van den Berg. - [S.l.] : s.n. - ISBN 9789461734082 - 196
    microfinanciering - ontwikkelingseconomie - instellingen - banken - rurale welzijnszorg - armoede - huishoudens - latijns-amerika - microfinance - development economics - institutions - banks - rural welfare - poverty - households - latin america

    In the early 1970s, microfinance came to public attention as a promising tool to reduce poverty. However, some people began to claim that microcredit is unsuitable for sustainable development. Nevertheless, the lack of scientific support for both viewpoints has created a need for empirical studies to disentangle whether microfinance interventions should be implemented, and if so, how. The objective of this thesis is to provide evidence on the role of microfinance in Latin America, with a particular emphasis on Mexico. The main innovation of this study is the focus on four topics that have thus far received relatively little attention. Firstly, the relationship between efficiency and the ownership structure of microfinance institutions (MFIs) in Latin America is investigated. Non-Governmental Organizations (NGOs) and Cooperative/Credit Unions are found to be less technically efficient and have an inferior technology relative to Banks and Non-Banks Financial Intermediaries (NBFIs). Secondly, this study assesses five different microfinance programs on household welfare in Mexico. The findings reveal that savings-oriented microfinance programs outperform programs that primarily offer microcredit, in reducing poverty. Thirdly, the impact of microfinance on vulnerability to poverty is analyzed. The results of this analysis show that membership in a savings and credit society in Mexico improves the well-being of households and reduces their vulnerability. Finally, the impact of the loan officer’s characteristics on determining repayment rates in microfinance is examined. The main outcome suggests that the gender of the loan officer and his/her professional experience are important determinants of repayment rates. Further conclusions are that loan officers who work longer in Pro Mujer have higher default probabilities and that peer monitoring of group members is not a significant determinant of loan default.

    Institutions and Regulation for Economic Growth ? : public interests versus public incentives
    Wubben, E.F.M. - \ 2011
    United Kingdom : Edward Elgar Publishing Ltd. - ISBN 9781849808903 - 232
    regelingen - instellingen - stimulansen - niet in de prijs doorberekende kosten - economische groei - intellectuele eigendomsrechten - voedselveiligheid - voedingsmiddelenwetgeving - banken - financiële instellingen - economische ontwikkeling - politieke economie - regulations - institutions - incentives - externalities - economic growth - intellectual property rights - food safety - food legislation - banks - financial institutions - economic development - political economy
    Realizing institutions and regulations that foster economic growth is an essential asset for contemporary economies. This book investigates practices and options for steering individual and firm behaviour that prevents unacceptable externalities and boosts public interests. These multi-dimensional interactions are investigated in three areas; innovativeness, especially in terms of IP rights; food safety requirements and the impact on EU-competitiveness; and economic stability, particularly within the banking industry. The book provides complementary views and offers clear and relevant conclusions.
    Financiering van multifunctionele landbouwbedrijven : zijn er in deze sctor meer knelpunten dan in de reguliere landbouw?
    Voort, M.P.J. van der; Reeuwijk, P. van; Visser, A.J. ; Kamstra, J.H. - \ 2009
    Lelystad : PPO AGV (PPO rapport ) - 38
    landbouwondernemingen - ondernemerschap - banken - leningen - investeringsplannen - financiële planning - multifunctionele landbouw - financieren - farm enterprises - entrepreneurship - banks - loans - investment planning - financial planning - multifunctional agriculture - financing
    Dit rapport is het resultaat van een verkenning naar de problematiek die agrarische ondernemers met een multifunctionele tak ondervinden met het verkrijgen van financiering in vergelijking met agrarisch ondernemers met alleen (een) agrarische tak(ken) op het landbouwbedrijf. De bevindingen zijn gebaseerd op een enquête onder multifunctionele ondernemers en interviews bij banken. Multifunctionele landbouw is nog een relatief kleine en jonge sector, maar wel een sector met potentie. In tegenstelling tot de reguliere landbouw, is de afzet bij multifunctionele landbouwtakken veelal niet gegarandeerd of is er sprake van een onbekende afzetmarkt. Banken geven aan dat het lastig is om de werkelijke inkomsten uit de nieuwe tak in te schatten. De zekerheden voor de bank van een investering in de multifunctionele tak is beperkter dan bijvoorbeeld investeringen in grond. Voor multifunctionele bedrijven zijn er meer of in ieder geval andere vergunningen en opleidingen nodig, waardoor een ondernemer ‘meer zijn best’ moet doen om zich te presenteren bij een bank. De ondernemer zal vooraf op eigen kosten mogelijk meer zelf moeten (laten) uitzoeken en op papier zetten om de financiering te krijgen Uit dit onderzoek komt niet naar voren dat ondernemers in de multifunctionele landbouw minder kansen hebben om aan een goede financiering te komen,wel dat ze er meer voor moeten doen dan hun collega’s in de reguliere landbouw.
    Customised commodity derivates; the case of natural gas in the Dutch horticulture sector
    Horsager, K. ; Baltussen, W.H.M. ; Backus, G.B.C. - \ 2006
    Den Haag : LEI (Report / LEI : Domain 2, Business development and competitive position ) - ISBN 9789086150885 - 43
    agrarische economie - banken - industrie - financiële instellingen - landbouwprijzen - risico - risicovermindering - financiën - derivaten - nederland - agricultural economics - banks - industry - financial institutions - agricultural prices - risk - risk reduction - finance - derivatives - netherlands
    Financial banks in the Netherlands are developing customised derivatives for the agriculture industry to decrease the volatility of input or output prices. These derivatives can also be attractive for Dutch agriculture producers because a big part of the business risk in agriculture is caused by fluctuating commodity input and output prices. This report provides insight on how customised derivatives can be constructed and what the advantage is for a farmer. This insight is given by a simulation of the natural gas market for horticulture producers in the Netherlands
    Ontwikkelingen rond de financiering van agrarische bedrijven
    Meulen, H.A.B. van der; Venema, G.S. - \ 2005
    Den Haag : LEI (Rapport / LEI : Domein 2, Bedrijfsontwikkeling en concurrentiepositie ) - ISBN 9789052429717 - 92
    agrarische economie - financiën - landbouwbedrijven - kapitaal - investering - overheidsbeleid - banken - ondernemerschap - nederland - europese unie - financieren - agricultural economics - finance - farms - capital - investment - government policy - banks - entrepreneurship - netherlands - european union - financing
    Dit onderzoek beschrijft recente ontwikkelingen in de financiering van agrarische bedrijven. De beschrijving is gebaseerd op gegevens uit het Bedrijven-Informatienet van het LEI en interviews met deskundigen uit de accountancy en bancaire praktijk. This research report describes recent developments in the financing of agricultural holdings. The description is based on data from the Farm Accountancy Data Network and interviews with experts in accountancy offices and banks.
    An Evaluation of Micro-Finance Programmes in Kenya as Supported Through the Dutch Co-Financing Programme
    Hospes, O. ; Musinga, M. ; Ong'ayo, M. - \ 2002
    Steering Committee for the Evaluation of the Netherlands' Co-financing Programme - 179
    krediet - kredietbeleid - besparingen - banken - groepen - vrouwen - kenya - nederland - financieren - credit - credit policy - savings - banks - groups - women - kenya - netherlands - financing
    Commerciële banken : een nieuwe doelgroep voor natuur- en milieueducatie?
    Dammers, E. - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 293.1) - 41
    milieueducatie - milieu - onderwijs - voorlichting - banken - investering - duurzaamheid (sustainability) - nederland - natuur- en milieueducatie - environmental education - environment - education - extension - banks - investment - sustainability - netherlands - nature and environmental education
    NME-instellingen richten zich meer op nieuwe doelgroepen. Via een gevalsstudie heb ik de mogelijke rol van de instellingen bij de groenfondsen van commerciële banken verkend. NME-ers kunnen via het meewerken aan informatiecampagnes, projectvoorstellen en dergelijke particuliere ondernemers stimuleren om in 'donkergroene' projecten te investeren. Dit vergt doelgerichte en leerbare NME-activiteiten en een evenwicht tussen cognitief, waarderend en handelingsgericht leren. Daarvoor zijn vaardigheden nodig als voldoende basiskennis van groenfondsen evenals een bedrijfsmatige en praktijkgerichte aanpak. Het opbouwen van basiskennis en regelmatige ervaringsuitwisseling vergen ondersteuning vanuit de tweede lijn.
    The market for hedging services : a marketing - finance approach with special reference to rights futures contracts
    Pennings, J.M.E. - \ 1998
    Agricultural University. Promotor(en): M.T.G. Meulenberg; W.J.M. Heijman. - S.l. : Pennings - ISBN 9789054858379 - 370
    termijnhandel - optiehandel - termijntransacties - marketing - bedrijfsvoering - financiën - openbare financiën - banken - valuta - ondernemingen - risico - besluitvorming - operationeel onderzoek - simulatie - werkschema - lineair programmeren - wettelijke rechten - landbouw - futures trading - options trading - forward trading - marketing - management - finance - public finance - banks - currencies - enterprises - risk - decision making - operations research - simulation - work flow - linear programming - legal rights - agriculture - cum laude

    Due to the recent and proposed reductions in price support for agricultural products, as a part of the European Union's common agricultural policy, an increase in price volatility for agricultural raw materials is perceptible. This causes an increase in price risk, both for the primary agricultural company and the affiliated agribusiness. For a risk-averse entrepreneur, the higher price volatility in the market of agricultural raw materials will increase his or her need for price risk management instruments, such as futures contracts.

    Not only does an increased price volatility further the use of existing futures contracts for raw materials, it also leads to the introduction of new ones. Moreover, the introduction of production and environmental rights forms an additional impulse to the development of futures contracts as well. Recent developments in computer-guided trading systems will further enhance the attractiveness and accessibility of the futures contract as a price risk management instrument.

    In addition, the introduction of a single European currency will give an extra impulse to trade in (commodity) futures contracts, since it obliterates one of the traditional difficulties in futures contract specification, standardization after currency and thus makes national futures markets more attractive for participants from other European countries. The developments mentioned above - increased price volatility in the spot market of agricultural raw materials, the introduction of negotiable production and environmental rights, the rise of computerized trading systems and the introduction of a single European currency - all add to the great interest in agricultural futures markets which exists among financial institutions. For several European futures markets, among which the Amsterdam Exchanges, the London International Financial Futures & Options Exchange and the Marché à Terme International de France, this has been the cause for the development of new agricultural futures contracts. However, futures contracts involve a substantial risk of failure. Of the 40 futures contracts launched around the world in 1995, only a few were successful in their first year. The development and introduction of futures contracts is an expensive and time-consuming process, especially when it concerns entirely new contracts. For this reason, insight into the market for hedging services is desirable.

    In this doctoral thesis we will focus on those aspects of the risk reduction services provided by futures exchanges which lie in the interdisciplinary field between marketing and finance. The services offered by futures contracts will be investigated from two approaches: the finance approach and the marketing approach .

    The finance approach to financial services is a normative approach: it answers the question 'which necessary conditions will have to be met to make a particular financial service successful?' Fulfilling these necessary conditions, however, does not guarantee the market success of financial services. Their success also depends on the extent to which they succeed in meeting the needs of (potential) customers at a competitive price. The latter point of view stems from the marketing tradition, which holds that customer needs occupy a central position in the development of products and services.

    The marketing approach conducts qualitative and quantitative research into the need for financial services and the market potential of a particular financial service. In many cases, alternative products or services will be available to satisfy the entrepreneur's needs. For this reason, the marketing approach pays a lot of attention to the entrepreneur's decision making process. In our particular case the entrepreneur's decision making process concerning price risk management instruments. Insight into the way in which an entrepreneur reaches a decision and why he or she decides the way he or she does, provide the marketer with clues on how to market the hedging service. Given the necessary conditions imposed by the finance approach, the results from the marketing approach may serve to compose the characteristics of a particular financial service.

    When creating a particular service, the marketing approach, in its preoccupation with customer needs, tends to pay only limited attention to issues of technical feasibility, whereas the finance approach tends to undervalue customer needs in favor of the technical aspects of a particular service. A combination of the marketing approach (with its stress on desirability from a customer perspective) and the finance approach (with its focus on the technical feasibility of a service) seems to offer a solution to this problem. Therefore, the development of new futures contracts would be served by a combined use of the marketing and the finance approach.

    Apart from the integration of both approaches, a further deepening of each approach would be beneficial. This thesis elaborates on a number of aspects which stem from the finance approach, e.g. hedging efficiency and liquidity. The perspective has been shifted from portfolio to exchange management. Furthermore, the optimal hedge ratio and optimal "commodity product spread" have been deducted for rights futures. The marketing approach has also been elaborated upon, in that an investigation has taken place of the how and why of the choices which entrepreneurs make concerning the covering of price risk and, more particularly, concerning futures contracts.

    This study consists of three parts. Part I systematically discerns the different sources of risk that emerge from transactions on the futures market. This classification has been used to develop new measures for a futures market's hedging effectiveness and liquidity, which provide both the exchange management and the hedger with insight into the risk-reducing capacity of futures contracts. Moreover, a conceptual model for over-all risk reduction has been developed, on the basis of which a measure for hedging effectiveness has been developed. Contrary to the existing measures, this one does not focus on portfolio performance, but on the hedging function of a futures contract. This measure, as opposed to others, takes into account the fact that futures contracts on the one hand realize a reduction of price risk in the spot market, and on the other hand, introduce a risk of their own, which is inherent to the futures trade. Our measure discerns basic risk and market-depth risk. Moreover, it takes into account the costs of commission. Let this measure be the distance between the hedging service offered by the futures exchange and the 'perfect hedge', an ideal situation where the hedging service eliminates risk in the spot market without introducing an additional risk of its own, then this distance can be subdivided into a systematic and a non-systematic part.

    The systematic part, caused by the specifications of the futures contract and the structure of the futures exchange, can be managed by the futures exchange, whereas the non-systematic part is beyond the exchange's influence. The measure for hedging effectiveness provides the hedger with a means to compare the competitiveness of different futures contracts. It incorporates not only the characteristics of the futures contract, but also the spot market risks. The measure's futures market risk component indicates the hedging quality of the futures contract. The spot market price risk component emphasizes the need for price risk reduction. The empirical results, based on data from the Amsterdam Exchanges (Agricultural Futures Markets), show the measure's usefulness for an exchange management.

    As an important determinant of the hedging effectiveness of futures contracts, liquidity, or, more accurately put, market depth has been studied more closely. Contrary to earlier investigations into market depth, we show that the price path is non-linear due to market order imbalances. The market depth measure developed consists of two dimensions, which can be related logically to the futures market's toolbox. Our findings indicate that market depth is preferably to be valued along the two dimensions that constitute its basis.

    Not just motives of a financial-economic nature play a part in the entrepreneur's decision to trade on the futures market. Therefore, it is of the utmost importance to study the decision making behavior of entrepreneurs concerning price risk management instruments. To this study, Part II of this book has been devoted. In this part, a decision making model has been developed which tells us how entrepreneurs decide and why they decide the way they do, concerning price risk management instruments. In this context, risk attitude is an important concept. Methodological research was conducted into the way in which risk attitude is measured within economics (the "expected utility framework") and within marketing-psychometrics (risk attitude scales). During large-scale experiments, the risk attitude measures developed were tested for construct validity by checking for convergent validity and nomological validity. The different risk attitude measures correlate significantly, indicating convergent validity. Moreover, the value function (obtained using the rating technique) does not correlate with the risk attitude measures, indicating discriminant validity. The psychometric risk attitude scale performs well on the self-report measures, contrary to the measure obtained from the lottery technique and the intrinsic risk attitude obtained through relating the utility function (itself obtained using the lottery technique) and the value function. However, the risk attitude measure and the intrinsic risk attitude greatly outperform the psychometric scale where the relation with actual behavior is concerned.

    After having gained more insight into the risk attitude construct, the decision making behavior of entrepreneurs was modeled. Important elements affecting his or her decision making behavior were: the extent to which the entrepreneur feels that the use of futures will enhance his or her entrepreneurial freedom (as compared to other price risk management instruments), his or her understanding of the functioning of futures contracts (compared to his or her understanding of other relevant price risk management instruments) and the performance of futures contracts in the field of price risk reduction (compared to that of other relevant price risk management instruments).

    The decision making process of entrepreneurs appears to have a two-phase structure. During the first phase, the entrepreneur decides whether futures contracts constitute a relevant alternative and should thus be in his or her toolbox. In this phase the aforementioned elements entrepreneurship, understanding and performance are of great importance.

    During the second phase of the decision making process, when futures contracts are already a part of the entrepreneurs toolbox, the difference between the entrepreneur's psychological reference price and the actual futures market price becomes an important factor in the decision for or against entering the futures market. The components entrepreneurship and performance remain of importance during this phase of the decision process, whereas understanding no longer plays a part in the second phase.

    Due to the structure of futures markets, the process of disseminating information about innovative futures contracts, henceforth the information dissemination process , is of great influence on the success of a futures contract. This has been investigated for an information dissemination process in which the brokers from the exchange spread the information among the potential users of a futures contract.

    Part III of this study is devoted to an investigation into the feasibility of futures contracts on rights. First, an overview and a taxonomy are presented of the different environmental and production rights in agriculture and outside of it. The prices of these rights reflect the production rent. We show that the specific characteristics of rights increase hedging effectiveness. From this point of view, rights futures seem an interesting instrument for eliminating spot market price risk. We further show that the use of rights futures may be highly effective in situations of "spreading", where production has been restricted by rights.

    By integrating the marketing and finance approach, the insight into the market for hedging services is increased. On the one hand a marketing-finance approach broadens our knowledge of existing markets, on the other hand it improves the development process of hedging services. By using both approaches, potential problems, as well as opportunities, can be discovered in an early stage. Thus, our investigation into rights futures yields that, from a finance perspective, these new futures contracts have highly convenient features and are therefore efficient instruments to cover price risk. The marketing perspective, however, reveals that potential users perceive futures markets as very complex and therefore do not perceive futures contracts as alternative price risk management instruments.

    The marketing-finance approach is an integral approach which contains all aspects relevant to draw conclusions about the viability of a futures market. The marketing-finance approach yields insight into the policy measures which a futures market might take to create and secure a viable futures market. In this book much attention has been paid to subjects pertaining to one of both approaches which demanded further deepening in order to reach a fruitful integration of both approaches. Further elaboration of this marketing-finance approach is of great importance to an efficient and effective futures market policy.

    People that count : changing savings and credit practices in Ambon, Indonesia = Mensen tellen : veranderende spaar- en kredietpraktijken op Ambon, Indonesie
    Hospes, O. - \ 1996
    Agricultural University. Promotor(en): F. von Benda-Beckmann. - Amsterdam : Thesis Publishers Amsterdam - ISBN 9789054855033 - 280
    banken - valuta - besparingen - krediet - kredietbeleid - hypotheken - plattelandsplanning - plattelandsontwikkeling - sociale economie - landbouw - molukken - indonesië - bankwezen - economische planning - banks - currencies - savings - credit - credit policy - mortgages - rural planning - rural development - socioeconomics - agriculture - maluku - indonesia - banking sector - economic planning

    Dit proefschrift gaat over verandering van spaar- en kredietpraktijken van inwoners van het dorp Tulehu, gelegen in het district Centrale Molukken, op het eiland Ambon, Oost-Indonesië. Het boek beschrijft hoe agro-ecologische condities en toenemende geldcirculatie deze praktijken meer of minder direct hebben beïnvloed gedurende de laatste 20 tot 25 jaar. Het hoofddoel van het proefschrift is een bijdrage te leveren aan de politieke en wetenschappelijke discussies over rurale financiering in ontwikkelingslanden op basis van een actor-structuur perspektief en een veldonderzoek op Ambon waarin dit analytisch-methodologisch perspektief is gebruikt. Een tweede doel van het proefschrift is een bijdrage te leveren aan een betere kennis van sociaaleconomische verandering op ruraal Ambon, gedurende de laatste 20 tot 25 jaar. Het proefschrift is een compilatie van vijf artikelen die eerder zijn gepubliceerd in verschillende boeken en een tijdschrift, en twee langere, beschrijvende artikelen die niet eerder zijn gepubliceerd. Zij zijn nu zeven hoofdstukken van dit boek, afzonderlijk en in samenhang te bestuderen vanwege een gemeenschappelijke basis.

    De Kakofonie over Spaar- en Kredietsystemen als Ontwikkelingsinstrumenten

    De titel van dit boek verwijst naar deze gemeenschappelijke basis: "People That Count", het gaat om mensen, en hun manieren van 'tenen', van vorm en betekenis geven aan kapitaalsaccumulatie en krediettransacties. Het boek is een kritiek op de politieke en wetenschappelijke discussies over spaar- en kredietsystemen als ontwikkelingsinstrumenten. In deze discussies participeren werknemers van grote, internationale instellingen zoals de Wereld Bank (IBRD), het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereld Voedsel Organisatie (FAO), de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB), Ministeries voor Ontwikkelingssamenwerking, niet-gouvernementele instellingen, consultancy bureaus en universiteiten. Discussies vinden plaats tijdens werkbesprekingen, seminars, via e-mail netwerken, in collegezalen, tijdens veldbezoeken en in wandelgangen naar aanleiding van projectbeschrijvingen, evaluatie-rapporten, wetenschappelijk onderzoek, boeken, tijdschriften, etc. Vele deelnemers aan deze discussies houden onterecht het beeld in stand dat het slechts gaat om financieel- technische kwesties waarbij gezocht moet worden naar de juiste financiële input, technologie of organisatie (zoals een roulerend fonds, een garantie-fonds, groepsleningen, een spaarprogram met een aantrekkelijke rente of het koppelen van inheemse spaargroepen aan officiele banken) om de positie van slachtoffers van economische 'vooruitgang', sociaal-politieke desintegratie en/of ecologische degradatie-processen te kunnen verbeteren.

    Mijn eerste kritiek op deze discussies is dat in veel gevallen de normatiefpolitieke dimensies van deze technische kwesties niet expliciet worden onderkend of dat 'ontwikkeling' meer of minder impliciet gedefinieërd wordt in termen van toename van geldcirculatie, 'efficiente' financiële bemiddelingsstructuren en economische groei. Deze structuren - veel meer dan het handelend gedrag van (potentiële) clienten - staan centraal in de meeste discussies over het gebruik van spaar- en kredietprogramma's als ontwikkelingsinstrumenten.

    Mijn tweede punt van kritiek is dan ook dat bij de voortdurende zoektocht naar de juiste financiële input, technologie of organisatie het handelen van dorpelingen, mannen, vrouwen, allochtonen, autochtonen, etc. onterecht als quasi-constante wordt beschouwd. De grote variatie aan voorkeuren en behoeftes op het gebied van sparen en krediet (vaak uitmondend in vormen van zelf-regulering) wordt niet serieus genomen of ontkend.

    Mijn derde kritiek bouwt hierop voort en stelt dat in de discussies over spaar- en kredietsystemen als ontwikkelingsinstrument te weinig systematisch naar 'contexten' van spaar- en kredietrelaties wordt gekeken. Deze contexten kunnen relationele, sociaal- ruimtelijke en (andere) transactionele contexten zijn, waar spaar- en kredietrelaties onderdeel van zijn of in worden 'opgenomen' zoals: verwantschapsrelaties, vriendschapsbanden, een buurt, een kantoor, koop- en verkooptransacties. Ook normatief-cognitieve en gezagsstructuren (zoals complexe systemen van rechten op grond en bomen, consumptie-standaarden, morele codes over een 'recht op bestaan', commerciële ethiek) kunnen context van spaar- en kredietrelaties vormen. Tenslotte weerspiegelen agro-ecologische condities, fysieke infrastructuur, economische verandering en politiek-bestuurlijke regimes zich in variatie en vormen van spaar- en kredietarrangementen.

    Het is naar mijn idee niet verwonderlijk dat a-contextuele analyse heeft geleid tot het instandhouden van nogal simpele classificaties (zoals 'informele' versus 'formele' financiële instellingen) en statische visies op instituties danwel institutionele arrangementen met een financiële bemiddelingsfunctie. Mijn vierde bezwaar is dan ook dat hiermee niet alleen handelende mensen (dorpelingen, leden van spaar- en kredietassociaties, cliënten van banken maar ook bankiers, hun employees en superieuren) niet 'in beeld komen' maar ook dat directe danwel indirecte relaties tussen verschillende financiële intermediaren te gemakkelijk worden ontkend.

    Om de tekortkomingen in discussies over spaar- en kredietsystemen als ontwikkelingsinstrumenten te vermijden, heb ik een actor-structuur perspektief gebruikt bij mijn veldonderzoek op Ambon -- hierbij geinspireerd door de zogenaamde structuratie- theorie van Anthony Giddens (1979) en sociaal-wetenschappelijke studies waarin deze theorie meer of minder expliciet is gebruikt om eigen analytisch-methodologisch kader te scherpen (cf. Benda-Beckmann 1983b, 1989; Long 1989). De structuratie theorie is een formele theorie die menselijk handelen op abstract-theoretische wijze beschrijft. Het centrale en ogenschijnlijk simpele idee is dat menselijk handelen en structuren elkaar veronderstellen: structuren beperken menselijk handelen doch zijn echter ook bronnen (van macht, zingeving en kennis) van dit handelen. Dit betekent dat handelen van actoren tot instandhouding én verandering van structuren leidt. Ik wil nu kort aangeven waarom Ambon als onderzoeksgebied zo bijzonder interessant is en vervolgens de resultaten van mijn onderzoek samenvatten aan de hand van de hoofdstukken van dit boek. Hierbij zijn de structuratie-theorie en zijn conceptuele bouwstenen (actoren, structuren, sociale systemen, sociale integratie en desintegratie) op impliciete danwel speelse wijze gebruikt.

    Onderzoek op Ambon

    Er zijn bijzonder weinig sociaal-wetenschappelijke studies verricht over Ambon en de bewoners van dit eiland (Fraassen 1972; Benda-Beekmann 1990a, 1991, 1992) in de post- koloniale geschiedenis. Geen enkele van deze studies heeft rurale financiering als probleemveld of vertrekpunt genomen. Studies over rurale spaar- en kredietsystemen in Indonesië hebben zich meestal geconcentreerd op (delen van) Java (McLeod 1980 en 1991; Moll 1989 en 1995). Hierdoor zijn vele interessante plekken buiten Java die worden gekenmerkt door dramatische veranderingen of lokaal-specifieke condities van financiële landschappen, schaars of niet gedocumenteerd. Eén van die plekken is het eiland Ambon, waar een aantal elkaar versterkende processen hebben plaatsgevonden gedurende de laatste 20 tot 25 jaar, die hebben te maken met geldcirculatie, geldbehoeftes en kredietverstrekking. In het algemeen zijn de mogelijkheden om geld te verdienen enorm toegenomen terwijl verandering van consumptie-standaarden heeft geleid tot een toegenomen behoefte en gebruik van geld. Dorpen en dorpelingen zijn echter niet op gelijke wijze betrokken (geweest) in de algehele toename van de geldcirculatie. Een belangrijke variabele in dit verband is de positie van een bepaalde plaats in zich ontwikkelende regionale transport- en handelsnetwerken.

    Een andere reden waarom Ambon een bijzonder interessant gebied is om de structuratie van spaar- en kredietarrangementen te bestuderen heeft te maken met de specifieke agro-ecologische condities, de bodemgesteldheid en bossen waar een unieke combinatie van pure zelfvoorzienings- en handelsgewassen groeit. Deze condities hebben de percepties en mogelijkheden van dorpelingen om bepaalde spaar- en kredietafspraken te maken zeer bepaald. In hoge mate verklaren de natuurlijke 'structuren' van Ambon ook de onbedoelde gevolgen en verandering van plannen van de officiele kredietinstellingen die hebben geprobeerd het lot van de rurale bevolking te verbeteren gedurende de laatste 15 jaar.

    Tenslotte telt het kleine eiland Ambon dat niet groter is dan 800 vierkante kilometer, verschillende religieuze en etnische groepen en gemeenschappen. De meeste Islamitische dorpen bevinden zich op het noordelijk schiereiland terwijl de meeste Christelijke dorpen op het zuidelijk schiereiland liggen. Er zijn ook Christenen en Islamieten die een animistisch geloof onderhouden tijdens vieringen in huis om de voorouders te eren of tijdens andere 'heilige missies', zoals het doden van een inwoner van een naburig dorp die vermeende rechten op bepaalde bomen en grond niet zou hebben gerespecteerd. Ook in etnisch opzicht is Ambon en zijn dorpen op te delen in naast en/of door elkaar wonende gemeenschappen. Ambonezen wonen in één of meer centrale wijken (kampong) met een klein aantal Chinezen, Javanen en/of Sumatraanse winkeliers. Een grote etnische minderheid die traditioneel aan de rand van een dorpsgebied woont, bestaat uit Butonese migranten (afkomstig van het eiland Buton, Zuidoost-Sulawesi). Zij maken ongeveer een derde van de totale rurale bevolking van Ambon uit.

    Dorpen en dorpelingen zijn op verschillende wijzen betrokken bij en beïnvloed door economische veranderingen, natuurlijke condities en sociaaljuridische structuren. Om inzichten te verschaffen in de gecombineerde effecten van toegenomen geldcirculatie en agro-ecologische condities op het maken van spaar- en kredietarrangementen door Ambonezen en migranten, die 'structureel' verschillende rechten op grond en bomen genieten om een bestaan op te bouwen, heb ik een veldonderzoek gedaan in en vanuit het dorp Tulehu in de periode januari tot mei 1989 en de periode juli 1989 tot mei 1990. Dit dorp is in hoge mate onderdeel geworden van grotere, ruimtelijke processen van commoditisatie en monetarisatie. Tulehu ligt aan de noordoostelijke kust van het eiland Ambon en verbindt Ambon stad met de eilanden Ceram, Haruku, Saparua en Nusalaut. Het is een Islamitisch dorp en telt een handje vol moskeeën, een groot aantal Islamitische klassen voor kinderen en bidgroepen voor volwassenen, en een Islamitische faculteit. Er zijn drie centraal gelegen, oude buurten (waar ook Sumatraanse, Chinese en Javaanse ondernemers wonen en werken), drie Butonese buurten die op enige afstand van de drie centrale buurten zijn gelegen, en twee buurten van gemengde Ambonese-Butonese samenstelling die de ruimtes tussen de Ambonese en Butonese buurten langzamerhand hebben opgevuld. In het nu volgend overzicht van de hoofdstukken die volgen op het inleidend en probleemstellend hoofdstuk 1, wordt uiteengezet wat deze ontwikkelingen en kenmerken hebben betekend voor spaar- en kredietpraktijken van inwoners van Tulehu - meestal voorafgegaan door een aantal methodologische kritieken op de discussie over rurale financiering en ontwikkeling.

    Hoofdstuk 2 legt uit waarom de relaties tussen bepaalde agro-ecologische condities aan de ene kant, en spaargedrag, krediettransacties en zekerheidsstrategieen aan de andere kant, zo weinig zijn besproken in beleidsdiscussies over agrarisch krediet en rurale financiële markten. Mijn argument is dat dit een gevolg is van een te enge focus van vele deelnemers aan deze discussies op institutionele en instrumentele kwesties. Mijn voorstel is om 'geïntegreerde benaderingen' te ontwikkelen en te kijken naar de invloed van lokaal-specifieke agro-ecologische condities op spaar- en kredietgedrag in een dubbele zin, dat wil zeggen, strict genomen en in relatie tot (veranderende) sociaal- juridische, institutionele en economische contexten. Aan de hand van de casus 'Ambon' worden specifieke antwoorden op deze twee-ledige 'agrarische kwestie' van financiële landschappen gegeven.

    De bijzondere combinatie van een sago en kruidnagel cultuur heeft geleid tot arbeidsen kredietarrangementen die sterk verschillen van gelijksoortige arrangementen in rijstproducerende gebieden en ook, andere boomculturen, zoals met rubber- en/of kokosbomen. Sago palmbomen kunnen een minimaal bestaan garanderen in termen van voedselzekerheid en behuizing, en volwassen exemplaren kunnen elke dag van het jaar geoogst worden. Kruidnagelen zijn daarentegen een puur handelsgewas met eens per drie of vier jaar een grote oogst, afgewisseld met kleine oogsten. De nietgemechaniseerde oogst van sago en kruidnagel door Ambonezen vereist samenwerking op een ad-hoc basis, waarbij bredere sociale relaties tussen verwanten, buren en vrienden worden gemobiliseerd en gereproduceerd. Als gevolg van een enorme toename van de geldcirculatie en veranderingen van consumptie-standaarden gedurende de laatste twee decennia, hebben Ambonezen minder vaak een beroep gedaan op traditionele vormen van samenwerking bij het verzamelen van voedsel en materiaal om huizen te bouwen. Tegelijkertijd hebben zich nieuwe typen relaties en vormen van samenwerking ontwikkeld, waaronder kredietrelaties tussen Ambonezen en Butonezen, spaar- en kredietassociaties onder verschillende etnische en/of economische segmenten van de dorpssamenleving (zie hoofdstukken 4, 5 en 6), en netwerken van officiële kruidnagelopkopers, Chinese winkeliers, professionele agrarische handelaren en Butonese migranten (zie hoofdstuk 8). Deze processen kunnen gezien worden als voorbeelden van (des)integratie van relaties en sociale systemen (Giddens 1979).

    Hoofdstuk 3 geeft een meer gedetailleerde en 'fotografische' weergave van 'uitkomsten' van processen van commoditisatie en monetarisatie die het leven van inwoners van Tulehu sterk hebben beïnvloed Verschillende manieren van dorpelingen om geld te verkrijgen en te gebruiken in tijden van enorm toegenomen geldcirculatie en geldbehoeftes worden beschreven. Het hoofdstuk beschrijft hoe de verschillende manieren van verkrijgen en gebruiken van geld in verschillende en veranderende sociale relaties worden weerspiegeld. Deze manieren bevatten ook verschillende wijzen van sparen, krediet opnemen en krediet verlenen. Verschillende casussen uit verschillende sociale domeinen geven aan hoe de betekenis van sparen, lenen en uitlenen uitdrukking is van de type relatie en transactie waarin dit sparen, lenen en uitlenen plaatsvindt.

    Hoofdstuk 4 vat kort samen in welke verschillende economische subsectoren dorpelingen van Tulehu aktief zijn (geworden), waardoor de betekenis van sago palmbomen als bronnen van voedselzekerheid en behuizing is verminderd en veranderd. Economische verandering in Tulehu heeft niet alleen bankdirecteuren overtuigd om een kantoor te openen in dit dorp vol bedrijvigheid, maar heeft ook -- op directe danwel indirecte wijze -- tot ontwikkeling van verschillende typen van groepsfinanciering en geldbewaarders geleid. Deze typen zijn uitdrukking van en sluiten nauw aan bij illiquiditeitsvoorkeuren, verzekeringsbehoeftes en behoeftes aan kleine leningen. Drie van de meest aansprekende kenmerken van informele financiële systemen zijn hun flexibiliteit, ruimtelijke nabijheid en het feit dat deze 'systemen' helemaal zijn opgezet om in behoeftes van hun gebruikers te voorzien.

    Om het functioneren van formele financiële programma's te verbeteren wordt voorgesteld om deze en andere kenmerken van informele financiële systemen te imiteren. De casus van een roterend fonds van een bidgroep van vrouwen leert ons echter dat men de betekenis van bestaande, sociale en/of economische relaties als basis van (nieuwe) spaar- en kredietaktiviteiten, niet dient te onderschatten. De vraag is of financiële technologieën of diensten 'weggesneden' kunnen worden van deze relaties om ze daarna te 'enten' op formeel-bureaucratische structuren. 'Informele financiële systemen' (maar ook formele financiële systemen) kunnen niet slechts in termen van technologieën of diensten gedefiniëerd worden. Financiële systemen zijn sociale systemen die in stand worden gehouden door actoren die niet alleen in deze systemen deelnemen maar ook in andere sociale systemen, zoals een etnische gemeenschap, een voorlichtingsprogram, een kantoor, een religieuze groep, een groep van ondernemers. Deze andere systemen beïnvloeden en/of omvatten 'financiële systemen' -- zoals ook getoond in hoofdstukken 5 en 6.

    Hoofdstukken 5 en 6 zijn 'tweelingen' en geven beiden meer achtergrond en details over spaar- en kredietassociaties in Indonesië en Ambon in het bijzonder. In deze hoofdstukken wordt hiermee een onderdeel van hoofdstuk 4 verder uitgediept alsmede het 'andere vormen van samenwerking' van hoofdstuk 7. Hoofdstuk 5 legt uit waarom de recente lofzang op de roterende spaar- en kredietassociatie (ROSCAs) met grote voorzichtigheid dient te worden opgevat. Het zijn immers niet de zelf-regulerende capaciteiten, de spaaraktiviteiten en de organisatie- talenten van de participanten van deze associaties die worden toegejuicht maar eerder de ROSCA als een model of mechanisme om spaargelden uit rurale gebieden te verzamelen. Om een dergelijk reductionistisch perspektief op de betekenis en dynamiek van ROSCAs te vermijden, stel ik voor om ROSCAs als produkten en producenten van verschillende tijd-ruimtelijke processen van sociale transformatie op te vatten, als flexibele vormen van samenwerking die sociale relaties in veranderende contexten in stand houden en veranderen. Ik benadruk ook dat actor analyse niet 'tussen haakjes' (zie Giddens 1979) gezet kan worden bij een institutionele analyse van ROSCAs (zie Ardener 1964). Men dient de zelf-regulerende capaciteiten van ROSCAs niet te onderschatten: hun deelnemers maken de regels, passen de regels aan en vergelijken de (potentiële) betekenis van ROSCAs met die van andere spaaren kredietarrangementen. Een beschrijving van de verschillende achtergronden en rollen van roterende spaar- en kredietassociaties in Tulehu alsmede het relatief belang van deze associaties in vergelijking met andere arrangementen voor de Sumatraanse gemeenschap van Tulehu, zijn illustraties van mijn argument dat een contextuele analyse van ROSCAs een heel interessante methodologie kan zijn om maatschappelijke veranderingen te onderzoeken en in het bijzonder veranderingen van financiële infrastructuur, financiële behoeftes en rollen van verschillende financiële arrangementen.

    Hoofdstuk 6 legt uit dat één van de konsekwenties van het gebrek aan een actor perspektief bij de analyse en promotie van ROSCAs als een model of mechanisme, de produktie is van nogal algemene en simplistische ideeën over de betekenis van roterende spaar- en kredietassociaties voor bepaalde groepen of categorieën. Waarschijnlijk het meest dramatische voorbeeld in dit verband betreft vrouwen of precieser: verschillende klassen of categorieën van vrouwen. Mijn casussen van Tulehu tonen aan dat de studie van het gebruik van roterende spaar- en kredietassociaties door vrouwen een heel boeiende doch inspannende methode is om verandering en continuïteit te begrijpen van verschillende sets van relaties - relaties tussen migranten en autochtonen, tussen ambtenaren en burgers en tussen kleine ondernemers en hun verwanten.

    De eerdere versies van hoofdstukken 7 en 8 waren onderdeel van één essay waarvan de eerste helft een meer algemene en historische achtergrond vormde voor de tweede helft die zich toespitste op coöperaties en de handel in kruidnagelen op Ambon. Hoofdstuk 7 benadrukt dat coöperaties gezien zouden moeten worden als historisch- en lokaal-specifieke produkten. Het preciseren van de essentie van 'de cooperatie' wordt dan ook als dubieus gekwalificeerd en zegt meer over de belangen en ideeën van degenen die hiermee bezig zijn dan over de diverse vormen van samenwerken en de praktijken van managers en leden van coöperaties. Ons beperkt begrip van coöperaties zou enorm verbeterd kunnen worden als we de strijd van verschillende belangengroepen bestuderen die 'coöperaties' gebruiken en zien als een bundel van rechten, privileges en bronnen om verschillende publieke en private doelen na te streven.

    Hoofdstuk 8 legt uit waarom dorpscoöperaties op de Centrale Molukken er niet in zijn geslaagd om hun officiële mandaat te verwezenlijken: de opkoop van kruidnagelen van boeren tegen een vaste, hoge prijs. Uitzonderlijk grote en standaard krediethoeveelheden die werden verstrekt door de Volksbank van Indonesië (BRI) aan dorpscoöperaties en waren bedoeld om kruidnagelen van boeren op te kopen, hebben dit falen in de hand gewerkt omdat geen rekening werd gehouden met de onregelmatigheid en ruimtelijke variatie van kruidnagelproduktie. Ook het gebrek aan vertrouwen van boeren in overheidscoöperaties in combinatie met hun pre-oogst arrangementen met private opkopers-cum-kredietverschaffers, maakten de missie van de cooperatie vrijwel onmogelijk. Om kruidnagelen te kunnen aanbieden op de veiling van de centrale coöperatie van Ambon stad, gooiden vele voorzitters van dorpscoöperaties het op een accoordje met stedelijke grootwinkeliers. Deze winkeliers zijn hoofdspelers in regionele handelsnetwerken waarin producenten, verschillende directe opkopers en grote stedelijke winkeliers met elkaar zijn verbonden. Een aantal grootwinkeliers is bereid om eigen kruidnagelen op de veiling te brengen op naam van de dorpscoöperatie.

    Het laatste hoofdstuk gaat ook in op de relatie tussen veranderende kredietrelaties en 'infrastructurele' condities voor de kruidnagelhandel. Als gevolg van een toename van transportfaciliteiten en geldcirculatie in de Centrale Molukken gedurende de laatste twee decennia, zijn de mogelijkheden om de opkoop van kruidnagel veilig te stellen door het verlenen van krediet aan producenten afgenomen. Krediet is niet meer het instrument om relaties met leveranciers te controleren en monopolie-winsten te realiseren maar een middel om werkrelaties met een beperkt aantal mensen, producenten en kleine opkopers, te onderhouden.

    Financial landscapes reconstructed: the fine art of mapping development.
    Bouman, F.J.A. ; Hospes, O. - \ 1994
    Boulder [etc.] : Westview - ISBN 9780813322599 - 416
    banken - kapitaalmarkt - valuta - ontwikkelingslanden - financiën - openbare financiën - geldmarkt - banks - capital market - currencies - developing countries - finance - public finance - money market
    This book contains a collection of readings on financial intermediation for which the landscape is designedly chosen as a metaphor, to stimulate reflection on all the critical dimensions of financial and quasi-financial services in the processes of development. The metaphor is not only used to indicate the physical features of the financial landscape such as the offices of banks, cooperatives, credit unions, traders, pawnbrokers, self-help groups, NGOs, and whatever other financial or quasi-financial institutions there may be. With the metaphor, the authors wish to emphasize regional diversity and historical change in financial eco-systems. At the same time it stimulates them to explore what relations, norms, actions and processes influence, directly or indirectly, the transactions of savers, borrowers and lenders.
    Koeling van een hal op de veiling Westland : alternatieven : basisgegevens voor investerings- en exploitatiekosten
    Rudolphij, J.W. - \ 1983
    Wageningen : Sprenger Instituut (Rapport / Sprenger Instituut no. 2256) - 50
    klimaatregeling - veilingen - banken - gebouwen - bedrijven - koelen - markten - handel drijven - ventilatie - nederland - kantoren - zuid-holland - air conditioning - auctions - banks - buildings - businesses - cooling - markets - trading - ventilation - netherlands - offices - zuid-holland
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.