Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 66

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Bijen en hommels, naast bestuivers ook nuttig bij gewasbescherming : nuttige ‘snuffelpaal’ door meenemen bacteriën en schimmels
    Arkesteijn, M. ; Steen, J.J.M. van der - \ 2015
    Onder Glas 12 (2015)8. - p. 48 - 49.
    glastuinbouw - apidae - bestuivers (dieren) - gewasteelt - plantgezondheid - gewasbescherming - antagonisten - nuttige insecten - belichting - bloei - landbouwkundig onderzoek - teeltsystemen - greenhouse horticulture - apidae - pollinators - crop management - plant health - plant protection - antagonists - beneficial insects - illumination - flowering - agricultural research - cropping systems
    Bijen en hommels zijn door hun bouw en gedrag goede bestuivers. Maar ze kunnen meer. Ze zijn ook heel geschikt om antagonistische micro-organismen voor ziektebestrijding over te brengen én informatie vanuit het veld over ziekten mee terug te nemen. Belangrijk voor al deze taken is: hoe houden we ze actief onder de ‘nieuwe’ teeltomstandigheden in de kas?
    Biodiversiteit onder glas : voedsel voor luizenbestrijders
    Janmaat, L. ; Bloemhard, C.M.J. ; Kleppe, R. - \ 2014
    Driebergen : Louis Bolk Instituut - 20
    glastuinbouw - glasgroenten - aphididae - biologische landbouw - gewasbescherming - plagenbestrijding - biodiversiteit - organismen ingezet bij biologische bestrijding - nuttige insecten - bloemen - paprika's - nectarplanten - plaagbestrijding met natuurlijke vijanden - greenhouse horticulture - greenhouse vegetables - aphididae - organic farming - plant protection - pest control - biodiversity - biological control agents - beneficial insects - flowers - sweet peppers - nectar plants - augmentation
    In het praktijknetwerk 'Biodiversiteit onder glas' is door glastuinders geëxperimenteerd met bloemen in en rond de kas. Al dan niet in combinatie met bankerplanten zoals granen. Deze brochure is gemaakt om kennis over bloemen en biologische bestrijders te geven en specifiek het nut van biodiversiteit.
    Akkernatuur : herkenningsboekje bloeiend bedrijf
    Bos, M. - \ 2011
    Driebergen : Louis Bolk Instituut
    agrobiodiversiteit - functionele biodiversiteit - akkerbouw - bevordering van natuurlijke vijanden - natuurlijke vijanden - akkerranden - nuttige insecten - agro-biodiversity - functional biodiversity - arable farming - encouragement - natural enemies - field margins - beneficial insects
    Dit boekje laat de minder opvallende, maar uiterst nuttige beestjes zien die u op en rond akkers tegen kunt komen. Iedereen kan deze groepen herkennen en actief inzetten voor natuurlijke plaagbeheersing.
    Uitheemse insecten rammelen aan de poort (interview met Leen Moraal)
    Wildenbeest, G. ; Moraal, L.G. - \ 2011
    BloembollenVisie 2011 (2011)220. - ISSN 1571-5558 - p. 12 - 13.
    insectenplagen - insecten - nuttige insecten - parasitisme - bosplagen - insect-plant relaties - klimaatverandering - insect pests - insects - beneficial insects - parasitism - forest pests - insect plant relations - climatic change
    Klimaatverandering en toenemende handelscontracten vergroten de kans op nieuwe insecten in de Nederlandse bos- en boomkwekerijsector: Sommige zijn betrekkelijk onschuldig, andere kunnen rampen veroorzaken, zoals de beruchte Oost-Aziatische boktor of de moerbeischildluis. Om nog maar niet te spreken van de essenprachtkever. "Het zal een keer gebeuren dat die binnenkomt, zegt Leen Moraal, insectenexpert bij het Wageningse Alterra.
    Designing agricultural landscapes for natural pest control
    Steingrover, E.G. ; Geertsema, W. ; Wingerden, W.K.R.E. van - \ 2010
    Landscape Ecology 25 (2010). - ISSN 0921-2973 - p. 825 - 838.
    beneficial insects - biological-control - spatial scales - field - coleoptera - diversity - habitats - context - enemies - nectar
    The green–blue network of semi-natural non-crop landscape elements in agricultural landscapes has the potential to enhance natural pest control by providing various resources for the survival of beneficial insects that suppress crop pests. A study was done in the Hoeksche Waard to explore how generic scientific knowledge about the relationship between the spatial structure of the green–blue network and enhancement of natural pest control can be applied by stakeholders. The Hoeksche Waard is an agricultural area in the Netherlands, characterized by arable fields and an extensive network of dikes, creeks, ditches and field margins. Together with stakeholders from the area the research team developed spatial norms and design rules for the design of a green–blue network that supports natural pest control. The stakeholders represented different interests in the area: farmers, nature and landscape conservationists, water managers, and local and regional politicians. Knowledge about the spatial relationship among beneficial insects, pests and landscape structure is incomplete. We conclude that to apply scientific knowledge about natural pest control and the role of green–blue networks to stakeholders so that they can apply it in landscape change, knowledge transfer has to be transparent, area specific, understandable, practical and incorporate local knowledge.
    Haalbaarheidsstudie alternatief voedsel als ondersteuning voor biologische bestrijding
    Messelink, G.J. ; Holstein-Saj, R. van; Kok, L.W. ; Cortez Arriola, J. - \ 2009
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 254) - 26
    nuttige insecten - organismen ingezet bij biologische bestrijding - roofmijten - reduviidae - plantenplagen - chrysanten - chrysanthemum - landbouwkundig onderzoek - gewasbescherming - glastuinbouw - beneficial insects - biological control agents - predatory mites - reduviidae - plant pests - chrysanthemums - chrysanthemum - agricultural research - plant protection - greenhouse horticulture
    Biologische bestrijding van plagen met natuurlijke vijanden komt in veel gewassen onvoldoende tot stand. De reden hiervoor is dat veel natuurlijke vijanden zich maar matig, of zelfs helemaal niet vestigen in een gewas in perioden met weinig voedsel. Dit rapport geeft de resultaten weer van een haalbaarheidsstudie naar de mogelijkheden om alternatief voedsel in te zetten voor ondersteuning van natuurlijke vijanden in de glastuinbouw. Daarbij hebben we ons beperkt tot generalistische roofmijten en roofwantsen. Literatuur laat zien dat er goede mogelijkheden zijn om predatoren op alternatieve voedselbronnen te kweken. Deze studies waren hoofdzakelijk gericht op de ontwikkeling van massakweken. Het ondersteunen van roofmijten en roofwantsen op gewassen met alternatief voedsel is een nog weinig beproefde methode, maar krijgt wereldwijd steeds meer aandacht. In dit onderzoek hebben we 16 voedselbronnen getest die waren in te delen in de categorie (1) alternatieve prooidieren, (2) (bijen)pollen en (3) kunstmatige voedselbronnen op basis van eiwitten, koolhydraten, suikers en vitamines. De voedselbronnen zijn zowel in het laboratorium als in de kas beoordeeld.De kasproeven lieten zien dat er mogelijkheden zijn om roofmijtpopulaties op gewassen te ondersteunen met goedkoop kunstmatig voedsel. De voedselbronnen waren in staat op chrysant dichtheden van 2 tot 4 roofmijten per blad in stand te houden. De tot nu toe onderzochte producten waren matig of niet geschikt voor reproductie. Literatuur laat zien dat alternatief voedsel veel mogelijkheden biedt voor het verbeteren van de biologische bestrijding, maar dat er ook risico¿s aan verbonden kunnen zijn. Ook dat laatste moet worden onderzocht. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen substituut-voedsel, dat voedsel van een prooi volledig kan vervangen, en supplementair voedsel, dat voornamelijk de levensduur verlengt, maar niet geschikt is voor reproductie. Verder is er behoefte aan onderzoek om een alternatieve voedselbron verder te ontwikkelen tot een goedkoop, commercieel toepasbaar product. Mogelijkheden liggen er bij zowel kunstmatige voedselbronnen als bijenpollen.
    Consequences of variation in plant defense for biodiversity at higher trophic levels
    Poelman, E.H. ; Loon, J.J.A. van; Dicke, M. - \ 2008
    Trends in Plant Science 13 (2008)10. - ISSN 1360-1385 - p. 534 - 541.
    arthropod community structure - primrose oenothera-biennis - genetic similarity rule - induced resistance - interspecific interactions - specialist herbivores - phytophagous insects - natural enemies - nicotiana-attenuata - beneficial insects
    Antagonistic interactions between insect herbivores and plants impose selection on plants to defend themselves against these attackers. Although selection on plant defense traits has typically been studied for pairwise plant¿attacker interactions, other community members of plant-based food webs are unavoidably affected by these traits as well. A plant trait might, for example, affect parasitoids and predators feeding on the herbivore. Consequently, defensive plant traits structure the diversity and composition of the complex community associated with the plant, and communities as a whole also feed back to selection on plant traits. Here, we review recent developments in our understanding of how plant defense traits structure insect communities and discuss how molecular mechanisms might drive community-wide effects.
    The role of ecological compensation areas in conservation biological control
    Burgio, G. - \ 2007
    Wageningen University. Promotor(en): Joop van Lenteren. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085046981 - 154
    nuttige insecten - predatoren van schadelijke insecten - parasitoïden - organismen ingezet bij biologische bestrijding - habitats - microhabitats - biodiversiteit - natuurbescherming - landschap - agro-ecologische zones - hulpbronnenbeheer - agro-ecosystemen - agrobiodiversiteit - functionele biodiversiteit - beneficial insects - predators of insect pests - parasitoids - biological control agents - habitats - microhabitats - biodiversity - nature conservation - landscape - agroecological zones - resource management - agroecosystems - agro-biodiversity - functional biodiversity
    Ecological compensation areas (ECAs), defined as all natural vegetation and non-crop plants within the rural landscape, are considered an important tool in multifunctional agriculture. In particular, ECAs are crucial in enhancing functional biodiversity for pest suppression and for the conservation of rare species. In my PhD thesis I focused on the role of ECAs on functional biodiversity, which is associated with the ecological services employed by the beneficial fauna. Within multifunctional agriculture, functional biodiversity is particularly aimed at establishing strategies for farmers to enhance ecosystem functioning for pest suppression and for conservation of insect diversity
    Invloed van UV straling in de kas. Fors minder plaaginsecten bij kasdek dat geen UV-licht doorlaat
    Hemming, S. ; Os, E. van - \ 2007
    Onder Glas 4 (2007)3. - p. 66 - 67.
    tuinbouw - kassen - ultraviolette straling - proeven op proefstations - beschaduwen - schermen - doorlatendheid - glas - plagenbestrijding - nuttige insecten - onderzoek - glastuinbouw - uv-lampen - horticulture - greenhouses - ultraviolet radiation - station tests - shading - blinds - transmittance - glass - pest control - beneficial insects - research - greenhouse horticulture - uv lamps
    Nieuwe energiebesparende kasdekmaterialen hebben een andere doorlatendheid voor UV-straling dan glas. Dat heeft niet alleen invloed op de groei van planten, maar ook op die van plaaginsecten, schimmels, predatoren en bestuivende insecten. In dit artikel komt het effect van UV op plaaginsecten, schimmels en virussen aan bod. Een verslag over UV-licht in de glastuinbouw
    Natuurlijke vijanden in de boomkwekerij : de natuur komt u een handje te hulp
    Linden, A. van der; Conijn, C.G.M. ; Nouwens, F.H.C. ; Dalfsen, P. van; Hiemstra, J.A. ; Helsen, H.H.M. ; Geers, F.A.M. - \ 2006
    boomkwekerijen - gewasbescherming - plantenplagen - nuttige insecten - plaagbestrijding met natuurlijke vijanden - biologische bestrijding - bestrijdingsmethoden - forest nurseries - plant protection - plant pests - beneficial insects - augmentation - biological control - control methods
    In ons land komt een groot aantal insecten voor die van planten leven. Bomen en vaste planten kunnen daardoor soms flinke schade oplopen. Maar er zijn ook nuttige insecten die plaaginsecten bestrijden. Door de omstandigheden voor deze nuttige insecten te verbeteren kan de schade vaak beperkt blijven. Kleine ingrepen kunnen soms grote voordelen opleveren. Sommige boomkwekers zijn hier al aardig ver mee. Lees hier meer over de mogelijkheden om de natuur een handje te laten helpen.
    Olfactory learning by predatory arthropods
    Boer, J.G. de; Dicke, M. - \ 2006
    Animal Biology 56 (2006)2. - ISSN 1570-7555 - p. 143 - 155.
    induced plant volatiles - methyl salicylate - field conditions - phytoseiulus-persimilis - cognitive architecture - carnivorous arthropods - beneficial insects - mites learn - prey - experience
    Many natural enemies of herbivorous arthropods can use herbivore-induced plant volatiles to locate their prey. The composition of herbivore-induced volatile blends is highly variable, e.g., for different plant or herbivore species. When this variation is predictable during the lifetime of an individual, learning is expected to be adaptive for natural enemies that use such information. Learning has indeed been demonstrated many times for parasitoid wasps that use herbivore-induced plant volatiles to locate their hosts. However, evidence for learning of plant volatiles by predatory mites and insects is scarce and this is the topic of the present paper. We first review previously published research that demonstrated that anthocorid bugs and the predatory mite Phytoseiulus persimilis have the capacity to learn. Next, we present new evidence for an effect of previous experiences of P. persimilis on its responses to mixtures of volatile blends, induced by prey or non-prey herbivores. Finally, we discuss the ecological relevance of olfactory learning by predatory arthropods and the need to address this topic in future research
    Associative learning in two closely related parasitoid wasps: a neuroecological approach
    Bleeker, M.A.K. - \ 2005
    Wageningen University. Promotor(en): Louise Vet, co-promotor(en): Hans Smid; Joop van Loon. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085043201 - 135
    nuttige insecten - cotesia glomerata - cotesia rubecula - leervermogen - geurstoffen - reuk - neurofysiologie - vespidae - neurobiologie - beneficial insects - cotesia glomerata - cotesia rubecula - learning ability - odours - smell - neurophysiology - vespidae - neurobiology
    Insects are useful model organisms to study learning and memory. Their brains are less complex than vertebrate brains, but the basic mechanisms of learning and memory are similar in both taxa. In this thesis I study learning and subsequent memory formation in two parasitoid wasp species that differ in associative learning of the odours of plants on which they have encountered a host caterpillar. After ovipositing in a caterpillar on a certain plant species C. glomerata shifts its preference to the experienced plant odour, whereas C. rubecula does not shift plant odour preference after a similar experience. This difference in learning between these two closely related wasp species provides an attractive model to study physiological and ecological factors that could influence learning.

    As a first step to analyse possible physiological differences that could influence learning, I describe morphological, anatomical and histochemical aspects of the neural pathways that mediate associative learning of odours in these wasps. The two wasp species display a high degree of similarity in morphology of the olfactory pathway at both the level of the sensilla, and the level of the glomeruli, the primary olfactory neuropile. I furthermore identify the octopaminergic neurons that could mediate the reward stimulus in the two wasp species, but the results did not allow us to distinguish possible dissimilarities between the species.

    In addition I redefined the difference in preference learning between the two species in terms of associative and non-associative learning and analysed the temporal dynamics of the memory trace. Both wasps display associative learning after an oviposition reward conditioning, but the temporal dynamics differ. C. glomerata displays a stable memory for the experienced odour that lasts for at least five days, whereas in C. rubecula the memory starts to wane after one day.

    Finally, I studied the effect of physiological and ecological traits of hosts as possible factors influencing memory formation. For this I used two geographically disjunct populations of C. glomerata that differ in their host use. Both populations only change preference after an oviposition reward on their preferred host species, suggesting that physiological factors exert a major influence on learning in these two populations. I discuss the ultimate factors that could have contributed to a difference in learning in C. glomerata and C. rubecula
    Model evaluation of the function of prey in non-crop habitats for biological control by ladybeetles in agricultural landscapes
    Bianchi, F.J.J.A. ; Werf, W. van der - \ 2004
    Ecological Modelling 171 (2004)1-2. - ISSN 0304-3800 - p. 177 - 193.
    coccinella-septempunctata coleoptera - russian wheat aphid - spatiotemporal model - beneficial insects - natural enemies - intrinsic rate - field - abundance - homoptera - temperature
    The availability of alternative prey is considered to be an important factor for the conservation of predators in agro-ecosystems. However, only a limited number of studies have investigated the effect of prey availability in non-crop habitats on predator impact. We studied the potential of the generalist predator Coccinella septempunctata to control pest aphids in wheat fields in landscapes with varying levels of prey in non-crop habitats using a spatially explicit simulation model. Simulations indicate that C. septempunctata reproduction and the associated control of pest aphids is affected by both the availability of non-pest aphids in non-crop habitats and the infestation date of pest aphids in wheat fields. When the infestation of wheat by pest aphids takes place early in the season, prey availability of pest aphids alone is sufficient to allow C. septempunctata to attain its maximal reproduction. However, when the infestation by pest aphids is somewhat delayed, C. septempunctata becomes increasingly dependent on aphids in non-crop habitats. Scarcity of prey may prevent C. septempunctata from reproducing or initiate long distance migration. Therefore, prey availability in non-crop habitats may play a significant part in the conservation of ladybeetles and the related biological control in agro-ecosystems. (C) 2003 Elsevier B.V. All rights reserved.
    Houd natuurlijke vijanden te vriend : biologische bestrijding
    Linden, A. van der - \ 2003
    De Boomkwekerij 16 (2003)47. - ISSN 0923-2443 - p. 8 - 9.
    houtachtige planten als sierplanten - biologische bestrijding - nuttige insecten - biologische indicatoren (populatie-ecologie) - overblijvende planten - bevordering van natuurlijke vijanden - ornamental woody plants - biological control - beneficial insects - biological tags - perennials - encouragement
    Het bevorderen van natuurlijke vijanden is een biologische bestrijdingsmethode in de kasteelten. Ook in de buitenteelten zijn er mogelijkheden de populatie bestrijders van schadelijke insecten te doen toenemen. Bloeiende planten spelen daarbij een belangrijke rol
    Bloemen maken boomgaard aantrekkelijk
    Heijne, B. - \ 2003
    De Fruitteelt 93 (2003)44. - ISSN 0016-2302 - p. 14 - 15.
    fruitteelt - biologische bestrijding - aphididae - nuttige insecten - natuurbescherming - kosten - fruit growing - biological control - aphididae - beneficial insects - nature conservation - costs
    Met bloemrijke kruiden zweefvliegen en sluipwespen aantrekken kan onderdeel zijn van biologische bestrijding van luizen: verslag van onderzoek bij PPO-fruit. Het is ook één van de vele mogelijkheden van agrarische natuurbeheer. Er zijn grote prijsverschillen tussen de mengsels
    Roofmijt Amblyseius andersoni helpt boomkwekers gewas schoon te houden
    Linden, A. van der - \ 2002
    De Boomkwekerij 15 (2002)42. - ISSN 0923-2443 - p. 8 - 9.
    biologische bestrijding - insecten - houtachtige planten als sierplanten - nuttige insecten - amblyseius - gewasbescherming - biological control - insects - ornamental woody plants - beneficial insects - plant protection
    Bestrijding van spintmijt, galmijt en trips in boomkwekerijgewassen met de roofmijt Amblyseius andersoni
    Laatste uur buxustopmijt heeft geslagen
    Linden, A. van der - \ 2002
    De Boomkwekerij 15 (2002)7. - ISSN 0923-2443 - p. 15 - 16.
    houtachtige planten als sierplanten - buxus - insecten - geïntegreerde bestrijding - cultuurmethoden - gewasbescherming - biologische bestrijding - nuttige insecten - plantenplagen - populatie-ecologie - pesticiden - ornamental woody plants - insects - integrated control - cultural methods - plant protection - biological control - beneficial insects - plant pests - population ecology - pesticides
    Effect van gesnoeid buxusmateriaal en overheadberegening op topmijt-populatie en verslag van onderzoek naar biologische en alternatieve bestrijding van de buxustopmijt. Voor de alternatieve bestijding werden de middelen Eupareen M, Masaï 25 WG, Mitac en Orthene gebruikt. De populatie roofmijten (Amblyseius californicus) werd op pijl gehouden met bankerplanten (Ageratum en Ipomoea)
    Is soortenrijkdom in open teelten functioneel? : biologische landbouw en natuur en de vraag wat dit teelttechnisch oplevert
    Venhorst, B. - \ 2002
    Ekoland 22 (2002)5. - ISSN 0926-9142 - p. 20 - 21.
    biologische landbouw - agrarische bedrijfsvoering - perceelsgrootte (landbouwkundig) - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - natuurlijke vijanden - biologische bestrijding - gewasbescherming - nuttige insecten - plagenbestrijding - bedrijfssystemen - habitats - bevordering van natuurlijke vijanden - functionele biodiversiteit - insect-plant relaties - agrobiodiversiteit - organic farming - farm management - field size - cultural control - natural enemies - biological control - plant protection - beneficial insects - pest control - farming systems - habitats - encouragement - functional biodiversity - insect plant relations - agro-biodiversity
    Natuur en agrarisch natuurbeheer kunnen een functie vervullen voor een positief imago van de biologische landbouw. Als natuur ook nog eens bijdraagt aan een rendabele bedrijfsvoering door het bevorderen van natuurlijke vijanden van plagen worden twee vliegen in één klap geslagen. In het project Biodivers van PPO-AGV wordt onderzocht of natuur een bijdrage kan leveren aan plaagregulatie op perceels- en bedrijfsniveau. Wat betekent een hoge soortenrijkdom van natuurlijke vijanden voor de afzonderlijke gewassen en voor alle gewassen samen; welke natuurlijke elementen spelen een rol; wat is de optimale perceelsgrootte. Beschrijving van het onderzoekssysteem van 12 ha (OBS, Nagele) met een zesjarige vruchtwisseling, en eerste resultaten
    Een bloemstrook als leverancier van natuurlijke vijanden: Met luzerne minder groene perzikluis op ijsbergsla
    Schelling, G.C. ; Belder, E. den - \ 2002
    Ekoland 22 (2002)6. - ISSN 0926-9142 - p. 28 - 29.
    myzus persicae - aphididae - aphidoidea - luzerne - medicago sativa - slasoorten - lactuca sativa - strokenteelt - gewasbescherming - biologische bestrijding - insectenbestrijding - plagenbestrijding - natuurlijke vijanden - nuttige insecten - nuttige organismen - predatoren - predatoren van schadelijke insecten - parasieten - parasieten van plaaginsecten - populatiedichtheid - populatiedynamica - teeltsystemen - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - myzus persicae - aphididae - aphidoidea - lucerne - medicago sativa - lettuces - lactuca sativa - strip cropping - plant protection - biological control - insect control - pest control - natural enemies - beneficial insects - beneficial organisms - predators - predators of insect pests - parasites - parasites of insect pests - population density - population dynamics - cropping systems - cultural control
    PRI onderzocht het effect van stroken bloeiende luzerne tussen vollegronds ijsbergsla op het voorkomen van natuurlijke vijanden van bladluizen. In de luzernestroken bleken vele predatoren en parasieten van bladluizen voor te komen (zweefvliegen; sluipwespen; loopkevers; roofwantsen); met name de aantallen groene perzikluis waren duidelijk lager in de ijsbergsla met luzerne
    Hoe houden we de bladluis in toom?
    Schelling, G.C. ; Belder, E. den - \ 2002
    Ekoland 22 (2002)5. - ISSN 0926-9142 - p. 24 - 25.
    strokenteelt - luzerne - medicago sativa - aphididae - aphidoidea - slasoorten - lactuca sativa - gewasbescherming - biologische bestrijding - plagenbestrijding - insectenbestrijding - predatoren - predatoren van schadelijke insecten - natuurlijke vijanden - nuttige insecten - nuttige organismen - populatiedichtheid - populatiedynamica - teeltsystemen - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - bladgroenten - strip cropping - lucerne - medicago sativa - aphididae - aphidoidea - lettuces - lactuca sativa - plant protection - biological control - pest control - insect control - predators - predators of insect pests - natural enemies - beneficial insects - beneficial organisms - population density - population dynamics - cropping systems - cultural control - leafy vegetables
    PRI onderzocht het effect van een meter brede strips luzerne op de aantallen bladluizen en hun natuurlijke vijanden in ijsbergsla. Alle belangrijke bladluissoorten op ijsbergsla en de belangrijkste bladluispredatoren werden geteld gedurende drie plantingen in het groeiseizoen. Behalve voor groene perzikluis werden geen duidelijke verschillen gevonden tussen teelten met en zonder luzernestroken
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.