Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 22

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    De foeragerende honingbij
    Steen, J.J.M. van der - \ 2015
    Bijenhouden 9 (2015)6. - ISSN 1877-9786 - p. 7 - 9.
    bijenhouderij - foerageren - honingbijen - apis - drachtplanten - bloeiende planten - nectar - stuifmeel - bestuivers (dieren) - beekeeping - foraging - honey bees - apis - pollen plants - flowering plants - nectar - pollen - pollinators
    Dit artikel is een compilatie van het Wageningen-UR PRI rapport 606 ’Factoren die het foerageergedrag van honingbijen bepalen (deel I)’. In dit rapport wordt het haalgedrag van de honingbij beschreven: hoe wordt het bepaald en wat wordt verzameld en hoe. Daarnaast is in het rapport een drachtplantenlijst opgenomen (deel II). Hoe bijen drachten bezoeken is interessant voor de bijenhouder en van wezenlijk belang voor het inzetten van honingbijen voor bestuiving en voor het interpreteren van uitkomsten in studies waarin bijenvolken gebruikt worden voor het aantonen van plantenziekten en milieuverontreinigingen.
    Genomics 4.0 : syntenic gene and genome duplication drives diversification of plant secondary metabolism and innate immunity in flowering plants : advanced pattern analytics in duplicate genomes
    Hofberger, J.A. - \ 2015
    Wageningen University. Promotor(en): Eric Schranz. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462573147 - 142
    genomica - planten - metabolisme - bloeiende planten - genomen - genen - next generation sequencing - genomics - plants - metabolism - flowering plants - genomes - genes - next generation sequencing

    Genomics 4.0 - Syntenic Gene and Genome Duplication Drives Diversification of Plant Secondary Metabolism and Innate Immunity in Flowering Plants

    Johannes A. Hofberger1, 2, 3

    1 Biosystematics Group, Wageningen University & Research Center, Droevendaalsesteeg 1, 6708 PB Wageningen, The Netherlands (August 2012 – December 2013)

    2 Institute for Biodiversity and Ecosystem Dynamics, University of Amsterdam, Science Park 904, 1098 XH Amsterdam, The Netherlands (December 2010 – July 2012)

    3 Chinese Academy of Sciences/Max Planck Partner Institute for Computational Biology, 320 Yueyang Road,

    Shanghai 200031, PR China (January 2014 – December 2014)

    TWO-SENTENCE SUMMARY

    Large-scale comparative analysis of Big Data from next generation sequencing provides powerful means to exploit the potential of nature in context of plant breeding and biotechnology. In this thesis, we combine various computational methods for genome-wide identification of gene families involved in (a) plant innate immunity and (a) biosynthesis of defense-related plant secondary metabolites across 21 species, assess dynamics that affected evolution of underlying traits during 250 Million Years of flowering plant radiation and provide data on more than 4500 loci that can underpin crop improvement for future food and live quality.

    GENERAL ABSTRACT

    As sessile organisms, plants are permanently exposed to a plethora of potentially harmful microbes and other pests. The surprising resilience to infections observed in successful lineages is due to a complex defense network fighting off invading pathogens. Within this network, a sophisticated plant innate immune system is accompanied by a multitude of specialized biosynthetic pathways that generate more than 200,000 secondary metabolites with ecological, agricultural, energy and medicinal importance. The rapid diversification of associated genes was accompanied by a series of duplication events in virtually all plant species, including local duplication of short sequences as well as multiplication of all chromosomes due to meiotic errors (plant polyploidy). In a comparative genomics approach, we combined several bioinformatics techniques for large-scale identification of multi-domain and multi-gene families that are involved in plant innate immunity or defense-related secondary metabolite pathways across 21 representative flowering plant genomes. We introduced a framework to trace back duplicate gene copies to distinct ancient duplication events, thereby unravelling a differential impact of gene and genome duplication to molecular evolution of target genes. Comparing the genomic context among homologs within and between species in a phylogenomics perspective, we discovered orthologs conserved within genomic regions that remained structurally immobile during flowering plant radiation. In summary, we described a complex interplay of gene and genome duplication that increased genetic versatility of disease resistance and secondary metabolite pathways, thereby expanding the playground for functional diversification and thus plant trait innovation and success. Our findings give fascinating insights to evolution across lineages and can underpin crop improvement for food, fiber and biofuels production

    Tales on insect-flowering plant interactions : the ecological significance of plant responses to herbivores and pollinators
    Lucas Gomes Marques Barbosa, D. - \ 2015
    Wageningen University. Promotor(en): Marcel Dicke, co-promotor(en): Joop van Loon. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462572119 - 207
    bloeiende planten - insecten - insect-plant relaties - plant-herbivoor relaties - herbivoren - bestuivers (dieren) - trofische graden - parasitoïden - herbivoor-geinduceerde plantengeuren - flowering plants - insects - insect plant relations - plant-herbivore interactions - herbivores - pollinators - trophic levels - parasitoids - herbivore induced plant volatiles - cum laude
    cum laude graduation
    Wilde bijen mede achteruitgegaan door gebrek aan bloemen
    Scheper, J.A. - \ 2014
    Wageningen UR
    apidae - wilde bijenvolken - bloeiende planten - door bijen verzameld stuifmeel - bouwland - waardplanten - rassen (dieren) - insect-plant relaties - vegetatietypen - apidae - wild honey bee colonies - flowering plants - bee-collected pollen - arable land - host plants - breeds - insect plant relations - vegetation types
    Uit onderzoek van stuifmeel van bijen uit museumcollecties blijkt dat het verlies aan bloemen in het landschap wel eens een belangrijke oorzaak van de achteruitgang van wilde bijensoorten zou kunnen zijn. Dit werd al langer vermoed, maar tot op heden ontbrak hiervoor het bewijs. Dat bewijs is nu geleverd aan de hand van museumcollecties. “Uit ons onderzoek bleek een duidelijke relatie tussen het voorkomen van bijensoorten en hun waardplanten,” zegt Jeroen Scheper in een toelichting op het onderzoek dat zojuist is verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS.
    Consultancyonderzoek naar mogelijke oorzaken uitval bij Mandevilla
    Noort, F.R. van; Lieffering, M. - \ 2011
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten GTB 1095) - 26
    sierplanten - apocynaceae - dipladenia - bloeiende planten - plantenziekteverwekkende schimmels - glastuinbouw - ornamental plants - apocynaceae - dipladenia - flowering plants - plant pathogenic fungi - greenhouse horticulture
    Abstract Wageningen UR Greenhouse Horticulture and Marcel Lieffering Kamer- en Perkplantenadviesburo conducted exploratory research, funded by the Dutch Product Board for Horticulture, into the loss of plants in Mandevilla growing. In literature, the diseases Pythium, Phytophthora, Fusarium oxysporum, Agrobacterium and Ralstonia were mentioned. In an experimental production test, only Phytophthora was found. In this experiment, differences in crop loss were mainly related to the origin. The differences in crop loss between substrates and pH levels were clearly smaller. Origin also had a major impact on plant quality: one origin was much better than the other two.
    Bloeizekerheid Sierteeltgewassen Cymbidium
    Lamers, R. ; Balk, P. ; Verhoef, N. ; Kromwijk, J.A.M. ; Noort, F.R. van - \ 2010
    bloementeelt - bloei - bloeiende planten - bloeidatum - siergewassen - sierteelt - garanties - viburnum - cymbidium - floriculture - flowering - flowering plants - flowering date - ornamental crops - ornamental horticulture - warranties - viburnum - cymbidium
    Poster over een onderzoek naar bloeiresultaat van twee siergewassen. Bloeiresultaat kan onvoorspelbaar zijn. NSure ontwikkelt genoomtoetsen om fysiologische gewasstatus in beeld te brengen, zoals winterhardheid en oogstmoment. In dit onderzoek worden voor twee gewassen, Viburnum en Cymbidium bloeizekerheidstoetsen ontwikkeld. Voor een aantal andere siergewassen worden verkenningen uitgevoerd naar de mogelijkheden om een dergelijke toets te ontwikkelen (potorchideeën (miltonia), hortensia, nerine, zantedeschia, amaryllis en bromelia)
    Planten laten bloeien op commando
    Angenent, G.C. ; Immink, G.H. - \ 2009
    Groenten & Fruit 63 (2009)31. - ISSN 0925-9708 - p. 12 - 13.
    planten - vegetatieve groeiperiode - bloeiwijzen - genen - plantenveredelingsmethoden - milieufactoren - bloeiende planten - plants - vegetative period - inflorescences - genes - plant breeding methods - environmental factors - flowering plants
    Planten gaan bloeien als de condities daarvoor geschikt zijn, maar hoe 'voelt' een plant dat het juiste moment daar is? Onderzoekers weten inmiddels welke genen dit proces aansturen. Dat biedt mogelijkheden om de bloei van planten in de veredeling en in de teelt te sturen
    Monitoren van plagen met behulp van bloeitijdstippen van planten
    Elberse, I.A.M. - \ 2009
    insecten - insectenplagen - monitoring - bloeidatum - plagenbestrijding - detectie - bloeiende planten - insect-plant relaties - insects - insect pests - monitoring - flowering date - pest control - detection - flowering plants - insect plant relations
    Kunnen planten met hun bloei waarschuwen dat het insect eraan komt? Het moment waarop insecten verschijnen in het voorjaar, en het bloeitijdstip van planten hangen beide af van: de daglengte (de kalenderdatum) en de temperatuursom. Overzicht van waarnemingen 2005-2008
    Bloeiende planten waarschuwen kwekers voor plaaginsecten
    Elberse, I.A.M. ; Reijers, N. ; Blok, J.J. de - \ 2008
    De Boomkwekerij 2008 (2008)3. - ISSN 0923-2443 - p. 10 - 11.
    boomkwekerijen - insectenplagen - indicatorplanten - indicatorsoorten - bloeidatum - bestrijdingsmethoden - gewasbescherming - bloeiende planten - forest nurseries - insect pests - indicator plants - indicator species - flowering date - control methods - plant protection - flowering plants
    Het blijkt dat de bloei van sommige gewassen vaak samen valt met de eerste vlucht van bepaalde plaaginsecten. PPO zocht dit soort indicatorplanten om de kweker te kunnen helpen bij een gerichtere bestrijding, want een goede waarnemingsmethode is van groot belang.
    Grip op groei en bloei
    Derkx, M.P.M. ; Dalfsen, P. van - \ 2007
    De Boomkwekerij 2007 (2007)25/26. - ISSN 0923-2443 - p. 20 - 21.
    houtachtige planten als sierplanten - rhododendron - ericaceae - belichting - temperatuur - gibberellinen - gewassen, groeifasen - groeiregulatoren - bloei - bemesting - bloeiende planten - ornamental woody plants - rhododendron - ericaceae - illumination - temperature - gibberellins - crop growth stage - growth regulators - flowering - fertilizer application - flowering plants
    Hoe stuur je Rhododenron en Pieris? De markt stelt steeds hogere eisen aan het geleverde product. Hoe zorg je er als kweker voor dat planten op precies het juiste moment bloeien en het juiste formaat hebben? PPO onderzocht het.
    Evolutionary study of plastid and mitochondrial DNA insertions into the nucleus of flowering plants
    Noutsos, C. - \ 2007
    Wageningen University. Promotor(en): Richard Visser, co-promotor(en): D. Leister. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9783832258818 - 108
    planten - plastiden - mitochondria - mitochondriaal dna - dna - celkernen - genomen - bloeiende planten - plants - plastids - mitochondria - mitochondrial dna - dna - nuclei - genomes - flowering plants
    The aim of this study was to characterize the structure of functional and non-functional nuclear inserts of organelle DNA as well the expression of photosynthetic genes which are transferred during endosymbiosis into the nucleus with the final scope to determine the impact of organelle DNA on gene and genome evolution.

    In Chapter 1 a general description of the chloroplast organelle is given. Its functions emphasizing photosynthesis by which plants, algae, some bacteria, and protists convert the energy of sunlight to chemical energy. An overview on plastid membranes is provided as well. The origin of organelles is described. Mitochondria and chloroplast were once free living bacteria, a-proteobacteria or cyanobacteria, respectively. As a first endosymbiotic event, the mitochondrion was created by the endosymbiosis ofa proteobacteriumwith an ancestor cell containing no mitochondria. Later, a second

    endosymbioticevent involving cyanobacteria and the primary ancestor cell, led to the creation of chloroplasts. Also, a description of the import machinery of chloroplasts and mitochondria is provided.

    In Chapter 2 as a first approach the integration of relative large insertions of organelle DNA into the nucleus was studied using Arabidopsis and rice organelles and genomes. Thirteen integrants were identified in Arabidopsis and rice genomes. Nuclear genomes are exposed to a continuous influx of DNA from mitochondria and plastids. These insertions can occur during the illegitimate repair of double stranded breaks. After integration, nuclear organelle DNA is modified by point mutations and by deletions. Overall, the numbers of insertion and deletion events after integration of the thirteen

    segmentsof organelle DNA into the nucleus are almost equal. Deletions are associated with the removal of DNA between perfect repeats, indicating that replication slippage has caused them. Two general types of nuclear insertions coexist; one is characterized by long sequence stretches that are colinear with organelle DNA, the other type consists of mosaics of organelle DNA, often derived from both plastids and mitochondria. The levels of sequence divergence of the two types exclude their common descent, implying that at least two independent modes of DNA transfer from organelle to nucleus operate.

    In addition to the integration of large insertions of organelle DNA into the nucleus of organisms there are small pieces of organelle DNA integrated into functional genes. In Chapter 3 these insertions of organelle DNA into functional genes are described. This analysis was performed in human, yeast, rice and Arabidopsis. In general these insertions were small. In Arabidopsis there was only one insertion event per gene. On the contrary, in all other organisms more than one insertion in the genes, reported having insertions, could be detected. For all proteins, which had an organellar insertion, homologous proteins were analyzed and assigned lacking the organelle insertion, meaning that these organelle insertions might contribute to better functionality of the genes. Many of the genes needed for the proper function of organelles are nuclear encoded. It is believed that they were transferred during endosymbiosis from the organelles to the nucleus where they were exposed to several mutation events in order to adapt to the new environment. These genes acquire

    atransit peptide in order to be targeted back to the organelle they were coming from.

    In Chapter 4 the expression of nuclear encoded genes which are of chloroplast origin is studied. The expression of 3292 nuclear Arabidopsis genes, encoding mostly chloroplast proteins, were determined from 101 different environmental and genetic conditions. The 1590 most-regulated genes fell into 23 distinct groups of coregulated genes (regulons). With the exception of regulons 1 and 2, the rest are heterogeneous and consist of genes coding for proteins with different subcellular locations or contributing to several biochemical functions. The co-expression of nuclear genes coding for subunits of the photosystems or encoding proteins involved in the transcription/translation of plastome genes (particularly ribosome polypeptides) (regulons 1 and 2, respectively) implies the existence of a novel mechanism that coordinates plastid and nuclear gene expression and involves nuclear control of plastid ribosome abundance. The co-regulation of genes for photosystem and plastid ribosome proteins escapes a previously described general control of nuclear chloroplast proteins imposed by a transcriptional master switch, highlighting a mode of transcriptional regulation of photosynthesis which is different compared to other chloroplast functions. From an evolutionary standpoint, the results provided indicate that functional integration of the proto-chloroplast into the eukaryotic cell was associated with the establishment of different layers of nuclear transcriptional control.

    The majority of the light harvesting complex genes are in regulon 1. In Chapter 5 a detailed expression analysis of the genes belonging to Lhc supergene family, which is of chloroplast origin, was performed by using poplar and Arabidopsis. The analysis was done in silico. Four rarely expressed Lhcgenes, Lhca5, Lhca6, Lhcb7, and Lhcb4.3 were studied in details. Those genes have high expression levels under different conditions and in different tissues than the abundantly expressed Lhca1 to 4 and Lhcb1 to 6 genes that code for the 10 major types of higher plant light-harvesting proteins. The pattern of the rarely expressed Lhc genes was always found to be more similar to that of PsbS, a subunit of photosystem II and the various light-harvesting-like genes, which might indicate distinct physiological functions for the rarely and abundantly expressed Lhc proteins. As the Lhcb4.3 gene seems to be present only in Eurosid species and as its regulation pattern varies significantly from that of Lhcb4.1 and Lhcb4.2, we conclude it to encode a distinct Lhc protein type, Lhcb8.

    Chapter 6represents the general discussion of the thesis emphasizing on the roles that organelle insertions can have in the evolution of genes and genomes. Also open questions still existing on the continuous migration of DNA from the organelles to the nucleus are discussed.

    In conclusion, DNA transfer from the organelles can have a neutral role by integrating into the nucleus and in areas where no functional elements exist. In addition, it gave rise to the creation of genes which are important for the proper function of the organelles. In this case the transfer of DNA took place in order to have better coordination of the regulation of the chloroplast and mitochondria. In addition there is transfer of small pieces of DNA into the open reading frame of functional genes which might contribute to better functionality of these genes where the insertions are taking place.

    Assessing the risks and benefits of flowering field edges. Strategic use of nectar sources to boost biological control
    Winkler, K. - \ 2005
    Wageningen University. Promotor(en): Joop van Lenteren, co-promotor(en): F.L. Wackers. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085043195 - 120
    veldgewassen - biologische bestrijding - natuurlijke vijanden - nederland - nectarplanten - bouwland - organismen ingezet bij biologische bestrijding - insectenplagen - risicoschatting - grenzen - agrarisch natuurbeheer - bloeiende planten - arable land - field crops - insect pests - biological control agents - biological control - natural enemies - netherlands - nectar plants - risk assessment - boundaries - agri-environment schemes - flowering plants
    The intensification of agricultural production systems during the last decades hadaenormous impact on the landscape structure in agro-ecosystems. Landscape elements like hedges andvegetationalrichfieldmarginsdissapearedand crops are cultivated in large monocultures. To let beneficial insects play a role in these 'ecological deserts' and tofullfilltheir food requirements in form of pollen and nectar the establishment of flowering field edges gets increasingly popular.

    But not everything that flowers is naturally exclusively positive for beneficial insects.Pestinsects can profit from flowering field edges as well. In my PhD research Ianalyseda number of nectar plants with respect to their potential benefit for cabbage pests and/or their natural enemies. In field studies I observed theattractivityof nectar plants for pest insects and beneficial insects. In the laboratory I studied in how far the plant species differ in their nectar accessibility and their impact on insect longevity. In addition, I examined the impact of different nectar and honeydew sugars on the gustatory response and the longevity of the insects.

    Based on the results I found, I conducted field experiments with plants that provide food for either the herbivores or for the beneficial insects. I collected individuals of the diamondback mothPlutellaxylostella and its parasitoidDiadegmasemiclausum and tested them for their sugar content. The results indicated food uptake in the field for both species. I also could show in a field experiment, that suitable nectar plants, such as buckwheat, have an enormous positive impact on longevity and fecundity of the parasitoid D.semiclausum . In addition, I could demonstrate that nectar plants that selectively are used by herbivores, such asCentaureajacea by the cabbage whitePierisrapae , can lead to higher pest densities in adjacent cabbage plantings. My most important conclusion is therefore that a selective approach and a careful choice of plant species are necessary to achieve improved biological control by flowering field edges.
    Gele en rode aanwinst bij sortimentsvergelijking kalanchoë
    Kersten, M. ; Heij, G. - \ 2005
    Vakblad voor de Bloemisterij 60 (2005)22. - ISSN 0042-2223 - p. 48 - 49.
    sierplanten - kalanchoe - rassen (planten) - cultivars - gebruikswaarde - houdbaarheid (kwaliteit) - plantenveredeling - proeven - onderzoek - bloeiende planten - ornamental plants - varieties - use value - keeping quality - plant breeding - trials - research - flowering plants
    Voor kalanchoë zijn achtentwintig nieuwe cultivars beoordeeld op het gebied van teelt en houdbaarheid, steeds in vergelijking met vijf vergelijkingscultivars. Tussen de kleuren bestaan vrij grote verschillen. De gele 'Yellow Josephine' en de rode Amora zijn de meest veelbelovende cultivars
    Belangstelling voor Helenium zit in de lift
    Hop, M.E.C.M. - \ 2004
    Tuin en Landschap 26 (2004)15. - ISSN 0165-3350 - p. 10 - 12.
    helenium - helenium autumnale - cultivars - rassen (planten) - rassenproeven - prestatie-onderzoek - gebruikswaarde - ornamentele waarde - overblijvende planten - tuinplanten - bloei - bloemen - groeiplaatseisen - vroegheid - bloeidatum - habitus - prestatietests - bloeiende planten - varieties - variety trials - performance testing - use value - ornamental value - perennials - bedding plants - flowering - flowers - site requirements - earliness - flowering date - habit - performance tests - flowering plants
    Tussen 1998 en 2001 heeft PPO Bomen in Boskoop een uitgebreid sortiment van Helenium opgeplant en getest op hun gebruikswaarde. Een groot aantal cultivars werd gekeurd door de KVBC. Onder de niet gekeurde maar wel beschreven soorten zijn een aantal interessante nieuwigheden. Helenium is een robuuste en gezonde plant met een grote variatie in bloemkleur en hoogte, en zowel geschikt als tuinplant als voor toepassing in het openbaar groen (de steviger soorten). In een tabel de gekeurde en beschreven soorten (onderverdeeld in vroeg, middelvroeg en laat bloeiend), met de waardering, bloemkleur, hoogte en bijzonderheden
    Hydrangea macrophylla en H. serrata getoetst en beproefd.
    Hoffman, M.H.A. ; Houtman, G.A. - \ 2004
    Tuin en Landschap 26 (2004)21. - ISSN 0165-3350 - p. 12 - 14.
    hydrangea - hydrangea macrophylla - rassen (planten) - cultivars - tuinplanten - sierplanten - gebruikswaarde - ornamentele waarde - houtachtige planten als sierplanten - kwaliteit - rassenproeven - inspectie - tests - beoordeling - vorstresistentie - bloei - bloemen - habitus - bloeiende planten - varieties - bedding plants - ornamental plants - use value - ornamental value - ornamental woody plants - quality - variety trials - inspection - assessment - frost resistance - flowering - flowers - habit - flowering plants
    Tussen 1990 en 2003 werden door PPO ruim 200 cultivars van Hydrangea macrophylla en H. serrata (Hortensia Groep en Lacecap Groep ) getest en beoordeeld op hun geschiktheid als tuinplant. De belangrijkste criteria waren ziektegevoeligheid (spint, bladvlekken, meeldauw), bloeirijkheid en (nacht)vorstgevoeligheid. In een uitgebreide tabel de waarderingen voor een groot aantal cultivars, en daarnaast info over herkomst, verspreiding, uiterlijk, groeiplaatsvoorkeur, bloemknopvorming, blauwkleuring, snoei en verjonging
    Uitgebreid sortiment kattekruid in kaart gebracht
    Hoffman, M.H.A. - \ 2003
    Tuin en Landschap 25 (2003)10. - ISSN 0165-3350 - p. 18 - 21.
    nepeta - rassen (planten) - cultivars - rassenproeven - plantenveredeling - gebruikswaarde - ornamentele waarde - bloemen - bloei - overblijvende planten - tuinplanten - plantenmorfologie - nomenclatuur - taxonomie - biologische naamgeving - inspectie - evaluatie - sierplanten - bloeiende planten - varieties - variety trials - plant breeding - use value - ornamental value - flowers - flowering - perennials - bedding plants - plant morphology - nomenclature - taxonomy - biological nomenclature - inspection - evaluation - ornamental plants - flowering plants
    PPO heeft van 1997 tot 2002 een groot sortiment Nepeta beoordeeld, d.w.z. het volledige Nederlandse handelssortiment aangevuld met nieuwe cultivars, een aantal botanische soorten, en nog onbenoemde selecties uit het veredelingsonderzoek. De planten zijn gekeurd door de KVBC en de Vereniging van Vasteplantenkwekers. In een tabel de uitslag van de sterrenkeuring van de KVBC en de belangrijkste morfologische en gebruikswaarde-kenmerken. Ook worden voorstellen gedaan voor verbeteringen in de naamgeving
    Herfstanemonen, de oudjes doen het nog best
    Hop, M.E.C.M. - \ 2002
    Tuin en Landschap 24 (2002)24. - ISSN 0165-3350 - p. 12 - 14.
    anemone - rassenproeven - prestatie-onderzoek - cultivars - rassen (planten) - nomenclatuur - biologische naamgeving - taxonomie - classificatie - classificatie van rassen - taxonomische revisies - gebruikswaarde - habitus - plantenmorfologie - bloemen - bloei - sierplanten - ornamentele waarde - tuinplanten - overblijvende planten - bloeiende planten - variety trials - performance testing - varieties - nomenclature - biological nomenclature - taxonomy - classification - variety classification - taxonomic revisions - use value - habit - plant morphology - flowers - flowering - ornamental plants - ornamental value - bedding plants - perennials - flowering plants
    Na meer dan een eeuw vermeerdering en handel in Anemone is de soortechtheid en naamgeving van veel rassen twijfelachtig geworden. Daarom is door PPO sector Bomen in Boskoop, in samenwerking met de Koninklijke Vereniging voor Boskoopse Culturen (KVBC), het handelssortiment onderzocht en beschreven. Wat de naamgeving betreft is gekozen voor een indeling in groepen gebaseerd op de bouw van de bloemen (Autumn Single Group, Autmn Elegans Group, Autumn Double Group). De waardering en beschrijving van de gekeurde cultivars, de standplaatseisen en de gevoeligheid voor ziekten en plagen
    Het beste uit het sortiment van Viburnum plicatum
    Hoffman, M.H.A. - \ 2002
    Tuin en Landschap 24 (2002)13. - ISSN 0165-3350 - p. 12 - 13.
    viburnum plicatum - houtachtige planten als sierplanten - struiken - rassenproeven - cultivars - rassen (planten) - gebruikswaarde - esthetische waarde - ornamentele waarde - plantenmorfologie - biologische naamgeving - taxonomie - bloeiende planten - ornamental woody plants - shrubs - variety trials - varieties - use value - aesthetic value - ornamental value - plant morphology - biological nomenclature - taxonomy - flowering plants
    Resultaten van een sortimentsonderzoek en sterrenkeuring van Viburnum plicatum (Japanse sneeuwbal) door PPO en KVBC. Beschrijving van groeiwijze, morfologie, bloeiwijze, bloemen, vruchten, standplaatseisen, gebruikswaarde en onderhoud van de zeven beste cultivars. Ook zijn enkele naamgevingsproblemen opgelost
    Syringa vulgaris warm aanbevolen na sortimentsonderzoek
    Hoffman, M.H.A. - \ 2002
    Tuin en Landschap 24 (2002)10. - ISSN 0165-3350 - p. 14 - 17.
    syringa vulgaris - rassen (planten) - cultivars - rassenproeven - gebruikswaarde - houtachtige planten als sierplanten - struiken - esthetische waarde - ornamentele waarde - bloei - bloemen - habitus - plantenmorfologie - bloeiende planten - varieties - variety trials - use value - ornamental woody plants - shrubs - aesthetic value - ornamental value - flowering - flowers - habit - plant morphology - flowering plants
    Resultaten van het sortimentsonderzoek van Syringa vulgaris door PPO sector Bomen (Boskoop): gebruikswaarde van het aanbevolen sortiment ingedeeld naar hoogte, bloeiwijze, bloemtype, bloemkleur en bloeitijd, en een beschrijving van de aanbevolen cultivars per kleurgroep (wit, lichtblauw, lichtpaars en paars)
    Monarda; grote verschillen in vatbaarheid voor meeldauw
    Hoffman, M.H.A. - \ 2001
    Tuin en Landschap 2001 (2001)8. - ISSN 0165-3350 - p. 14 - 17.
    monarda - sierplanten - tuinplanten - cultivars - rassen (planten) - rassenproeven - gebruikswaarde - esthetische waarde - ornamentele waarde - kwaliteit - bloei - bloeidatum - bloemen - meeldauw - ziekteresistentie - vatbaarheid - gevoeligheid van variëteiten - overblijvende planten - testen - bloeiende planten - ornamental plants - bedding plants - varieties - variety trials - use value - aesthetic value - ornamental value - quality - flowering - flowering date - flowers - mildews - disease resistance - susceptibility - varietal susceptibility - perennials - testing - flowering plants
    PPO onderzocht op drie locaties (zand, klei, veen) de gebruikswaarde van een groot aantal Monarda-cultivars (bergamotplant), waarbij de nadruk lag op de vatbaarheid voor meeldauw. In een tabel het aanbevolen sortiment met gegevens over bloemkleur, bloeitijd en hoogte, een beoordeling van groeikracht, stevigheid en gezondheid, en de waardering door de KVBC (sterrenkeuring voor het gebruik als tuinplant)
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.