Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 20

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    The carbon copy of human activities : how long-term land use explains spatial variability of soil organic carbon stocks at multiple scales
    Schulp, C.J.E. - \ 2009
    Wageningen University. Promotor(en): Tom Veldkamp, co-promotor(en): Peter Verburg. - [S.l. : S.n. - ISBN 9789085854982 - 167
    organisch bodemmateriaal - organische koolstof - koolstofcyclus - bosstrooisel - kooldioxide - landgebruik - klimaatverandering - kooldioxideverrijking - nederland - koolstofvastlegging in de bodem - historisch grondgebruik - soil organic matter - organic carbon - carbon cycle - forest litter - carbon dioxide - land use - climatic change - carbon dioxide enrichment - netherlands - soil carbon sequestration - land use history
    The carbon copy of human activities - how long-term land use explains spatial variability of soil organic carbon stocks at multiple scales.
    Terug naar het lindewoud : strooiselkwaliteit als basis voor ecologisch bosbeheer
    Hommel, P.W.F.M. ; Waal, R.W. de; Muys, B. ; Ouden, J. den; Spek, T. - \ 2007
    Zeist : KNVV Uitgeverij - ISBN 9789050112666 - 72
    bosecologie - bossen - houtteelt - gemengde bossen - soortenkeuze - herstel - bosstrooisel - kwaliteit - nederland - geïntegreerd bosbeheer - ecologisch herstel - forest ecology - forests - silviculture - mixed forests - choice of species - rehabilitation - forest litter - quality - netherlands - integrated forest management - ecological restoration
    Het boek 'Terug naar het lindewoud' laat zien hoe met weinig moeite de ondergroei van Nederlandse bossen verbeterd kan worden door het aanplanten van inheemse boomsoorten met een snel afbreekbare strooisellaag. Het boek 'De natuur als bongenoot - De wereld van Heimans en Thijsse in historisch perspectief' beschrijft de ontwikkeling van de natuurbescherming van 1845 tot 2005
    Strooiselafbraak onder verschillende loofboomsoorten op de stuwwal bij Doorwerth : micromorfologisch onderzoek van de humusprofielen
    Pulleman, M.M. ; Kooistra, M.J. ; Hommel, P.W.F.M. ; Waal, R.W. de - \ 2005
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1052) - 82
    humusvormen - bodemfauna - bodemflora - bossen - bosstrooisel - bodemmicromorfologie - bodemverdichting - nederland - veluwe - humus forms - soil fauna - soil flora - forests - forest litter - soil micromorphology - soil compaction - netherlands - veluwe
    Dit rapport presenteert de resultaten van een micromorfologisch onderzoek van slijpplaten gemaakt in humusprofielen onder verschillende loofboomsoorten op een zwak lemige stuwwalbodem bij Doorwerth (Gelderland). Er werden opstanden vergeleken van linde, esdoorn, haagbeuk, eik en beuk. Het onderzoek was het vervolg van eerder gepubliceerd onderzoek naar de relatie tussen loofboomsoort, humus en ondergroei op dezelfde locaties (Alterra-rapport 920). Hieruit bleek dat onder invloed van het `rijke¿, goed verterende bladstrooisel van linde, esdoorn en haagbeuk een ontwikkeling in de richting van een `rijker¿ bostype op gang te zijn gekomen. Alleen onder linde was echter binnen 40 jaar een goed ontwikkelde, soortenrijke Carpinion-vegetatie met meerdere oud-bossoorten ontstaan. Het micro¬morfologisch onderzoek ondersteunt deze resultaten, geeft inzicht in de onderliggende processen en laat zien welke groepen bodemorganismen bij de vorming van de verschillende humusvormen betrokken zijn. Ook wordt duidelijk dat bodemverdichting ten gevolge van berijding de ontwikkeling naar een `rijker¿ bostype kan vertragen.
    Een karakterisering van bosbiotopen op basis van eigenschappen van geleedpotigen; resultaten van een enqulte
    Moraal, L.G. ; Hees, A.F.M. van; Martakis, G.F.P. ; Jorritsma, I.T.M. ; Jagers op Akkerhuis, G.A.J.M. - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 783) - 72
    bossen - geleedpotigen - habitats - biotopen - karakterisering - insecten - bosecologie - dood hout - bosstrooisel - nederland - forests - arthropods - habitats - biotopes - characterization - insects - forest ecology - dead wood - forest litter - netherlands
    De vraagstellingen in dit onderzoek zijn: welke bostypen herbergen bijzondere geleedpotigen en welke biotoopkenmerken zijn hiervoor bepalend? Aan dit rapport is meegewerkt door 25 deskundigen van EIS, Stichting European Invertebrate Survey Nederland. Zij hebben de ecologische profielen geodentificeerd van 204 bosgebonden geleedpotigen. De gegevens zijn geanalyseerd en hebben geresulteerd in een groepering van bosbiotopen op basis van habitateisen van de genoemde soorten. Dood hout en een goed ontwikkelde strooisellaag zijn habitats voor veel bijzondere geleedpotigen van uiteenlopende taxa. Deze habitats zijn het best ontwikkeld in oudere, donkere loofbossen. Potentieel is in ieder geval dit bostype een `hot spot' van waaruit bijzondere en minder bijzondere soorten kunnen migreren naar omliggend, nu nog jong bos. Er worden aanbevelingen gedaan voor het bosbeheer van bestaande bossen om dit zo te sturen dat deze geschikt zijn, of worden, voor de genoemde groepen.
    De winterlinde terug in het Nederlandse bos? "Rijk" strooisel geeft meer gevarieerde ondergroei
    Hommel, P.W.F.M. ; Spek, T. ; Waal, R.W. de - \ 2003
    In: Vraag het de bomen; creativiteit in bosbeheer / Dijs, F., Utrecht : Matrijs - ISBN 9789053452349 - p. 71 - 75.
    bosecologie - vegetatie - bosstrooisel - bodemtypen - forest ecology - vegetation - forest litter - soil types
    "Rijk" strooisel geeft meer gevarieerde ondergroei is een populaire samenvatting van twee wetenschappelijke publicaties van de auteurs in het Ned. Bosbouwtijdschrift
    Boomsoort bepaalt bostype op verzuringsgevoelige bodem
    Hommel, P.W.F.M. ; Waal, R.W. de - \ 2003
    Stratiotes 26 (2003). - ISSN 0928-2297 - p. 3 - 19.
    bodemaciditeit - bosecologie - plantengemeenschappen - soortendiversiteit - bosstrooisel - bostypen - soil acidity - forest ecology - plant communities - species diversity - forest litter - forest types
    Dit artikel wil aangeven, dat de boomsoort een grote invloed kan hebben op de soortensamenstelling van de ondergroei en daarmee op de syntaxonomische positie van het bos. De sturende mechanismen berusten hierbij vooral op verschillen in strooiselkwaliteit
    Rijke bossen op arme bodems; alternatieve boomsoortenkeuze verhoogt soortenrijkdom ondergroei op verzuringgevoelige gronden
    Hommel, P.W.F.M. ; Waal, R.W. de - \ 2003
    Landschap : tijdschrift voor landschapsecologie en milieukunde 20 (2003)4. - ISSN 0169-6300 - p. 193 - 204.
    bodemchemie - humus - bosgronden - bodemaciditeit - habitats - bosstrooisel - bostypen - bosopstanden - soil chemistry - humus - forest litter - forest soils - soil acidity - habitats - forest types - forest stands
    Aanplant van gemengde opstanden, hoogdunning, creëren van open plekken, bosbegrazing, 'niets-doen' en dood hout laten liggen: het zijn allemaal maatregelen die bijdragen aan een gevarieerder bosecosysteem. In dit artikel wordt aangegeven dat een alternatieve boomsoortensamenstelling hier een extra dimensie aan kan toevoegen
    Oude lindenbossen op Jutland; referentiebeelden voor bosontwikkeling in Nederland?
    Hommel, P.W.F.M. ; Waal, R.W. de; Spek, T. - \ 2003
    Nederlands Bosbouwtijdschrift (2003)2. - ISSN 0028-2057 - p. 13 - 21.
    bossen - bosbomen - tilia - bosecologie - opstandsstructuur - opstandskenmerken - ecosystemen - plantenecologie - vegetatie - botanische samenstelling - bosgronden - onderlaag - bosstrooisel - bodemvorming - denemarken - forests - forest trees - tilia - forest ecology - stand structure - stand characteristics - ecosystems - plant ecology - vegetation - botanical composition - forest soils - understorey - forest litter - soil formation - denmark
    In het kader van het Alterra-onderzoeksproject 'boomsoortkeuze op verzuringsgevoelige bodem' werden in Jutland vijf lindenbossen bezocht, die als referentiebeeld kunnen fungeren voor bosecosystemen op de Nederlandse pleistocene zandgronden. De winterlinde kan hier een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van natuur- en multifunctionele bossen. Een beschrijving van de bosgebieden, met vooral aandacht voor de relatie boomsoort-strooisellaag-ondergroei, hydrologie, verjonging en vraat, 'verbeuking' en menging
    Boomsoort, strooiselkwaliteit en ondergroei in loofbossen op verzuringsgevoelige bodem; een verkennend literatuur- en veldonderzoek
    Hommel, P.W.F.M. ; Spek, T. ; Waal, R.W. de - \ 2002
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 509) - 112
    tilia - loofverliezende bossen - vegetatie - soortendiversiteit - plantengemeenschappen - bosecologie - humusvormen - bosstrooisel - nederland - literatuuroverzichten - bodem-plant relaties - bodemchemie - bosbeheer - historische ecologie - humus - loofbos - tilia - deciduous forests - vegetation - species diversity - plant communities - forest ecology - humus forms - forest litter - netherlands - literature reviews - soil plant relationships
    Dit rapport gaat in op de vraag in hoeverre de boomsoort in loofbossen op matig voedselrijke, verzuringsgevoelige bodem bepalend is voor de soortensamenstelling van de ondergroei. Om deze vraag te kunnen beantwoorden werd veld- en literatuuronderzoek verricht. Tijdens het veldonderzoek werden in zes bosgebieden de ondergroei en humusvorm onder verschillende boomsoorten maar op vergelijkbare bodem beschreven. Het literatuuronderzoek richtte zich op het Atlantisch lindewoud als historische referentie en op bestaande kennis met betrekking tot de relaties tussen boomsoort, strooiselkwaliteit en ondergroei. Geconcludeerd werd dat op bovengenoemde gronden onder bomen met rijk strooisel (o.a. linde, es en esdoorn) een gemiddeld hogere soortenrijkdom en eengroter aantal oudbossoorten voorkomt dan onder bomen met arm strooisel (o.a. eik en beuk).
    Humus een bron van rijkdom
    Kemmers, R.H. ; Mekkink, P. - \ 2001
    Nederlands Bosbouwtijdschrift 73 (2001)5. - ISSN 0028-2057 - p. 17 - 22.
    bossen - beschermde bossen - natuurreservaten - natuurbescherming - opstandsontwikkeling - plantensuccessie - stadia in de successie - zandgronden - leeftijd - humus - organisch bodemmateriaal - bosstrooisel - humeuze horizonten - humushorizonten - koolstof - stikstof - fosfor - mineralisatie - voedingsstoffenbeschikbaarheid - voedingsstoffen - voedingsstoffengehalte - bodemchemie - bodemvruchtbaarheid - bodem - bosbouw - bosreservaat - nutriënten - voedselrijkdom - forests - reserved forests - nature reserves - nature conservation - stand development - plant succession - seral stages - sandy soils - age - humus - soil organic matter - forest litter - humic horizons - humus horizons - carbon - nitrogen - phosphorus - mineralization - nutrient availability - nutrients - nutrient content - soil chemistry - soil fertility
    In bosreservaten op arme en rijke pleistocene zandgronden is de samenstelling van het humusprofiel onderzocht voor verschillende ontwikkelingsstadia (leeftijden) van het bos. Het zwaartepunt lag op het bepalen van de voorraden koolstof, fosfor (fosfaat) en stikstof en de stikstofmineralisatie. Ook is een inschatting gemaakt van de aandelen koolstof en stikstof in de verschillende compartimenten van het bosecosysteem (biomassa, strooisellaag, humeuze bovengrond)
    Terug naar het lindenwoud? alternatieve boomsoortkeuze verhoogt ecologische en recreatieve waarde van bossen op verzuringsgevoelige gronden
    Hommel, P.W.F.M. ; Spek, T. ; Waal, R.W. de; Hullu, P.C. de; Ouden, J. den - \ 2001
    Nederlands Bosbouwtijdschrift 73 (2001)6. - ISSN 0028-2057 - p. 12 - 23.
    bossen - bosecologie - vegetatie - tilia - plantenecologie - verbetering van bosterreinen - botanische samenstelling - humus - bosstrooisel - strooisel - humusvormen - moder - mor - mul - bodemvruchtbaarheid - bodemchemie - bodemvorming - bodemtypen (ecologisch) - bodemtypen - bosgronden - onderlaag - bodemverzuring - boomsoort - bosbeheer bosbouw - ecologie - milieu - recreatie - voedselrijkdom - forests - forest ecology - vegetation - tilia - plant ecology - amelioration of forest sites - botanical composition - humus - forest litter - litter (plant) - humus forms - moder - mor - mull - soil fertility - soil chemistry - soil formation - soil types (ecological) - soil types - forest soils - understorey
    Uitleg over de relatie tussen bostype en boomsoorten enerzijds en bodemvormende processen anderzijds, met name de humusvorming onder invloed van de kwaliteit van het strooisel. Vooral op matig voedselrijke, verzuringsgevoelige gronden kunnen processen van verarming en verzuring van de bosbodem worden tegengegaan door aanplant van boomsoorten met goed verterend strooisel; daardoor ontstaat een rijkere ondergroei en een recreatief aantrekkelijk en ecologisch rijker bos. Vooral de linde biedt in dit verband perspectief. In een apart kader de geschiedenis van de opkomst en achteruitgang van de linde in de het Noordwesteuropese bos, in relatie met bodemsoort, klimaatverandering en toenemende bosexploitatie door de mens
    Ruimtelijke variabiliteit van humusprofielkenmerken in een eiken-berkenbos op arme zandgrond
    Kemmers, R.H. ; Waal, R.W. de; Mekkink, P. - \ 1999
    Wageningen : DLO-Staring Centrum - 31
    ruimtelijke variatie - humus - zandgronden - bosstrooisel - ecotoxicologie - spatial variation - humus - sandy soils - forest litter - ecotoxicology
    In het bosreservaat Tongerense hei werd onderzoek uitgevoerd met als doel enkele kengetallen voor de ruimtelijke variabiliteit van het humusprofiel in een eiken-berkenbos vast te stellen. In een tweetal sleuven werd om de 5 cm en in een transsect om de meter de dikte van humushorizonten opgemeten. Van de meetresultaten werden variogrammen gemaakt. Op beide schalen blijkt dat de dikte van horizonten varieert en zich ruimtelijk herhaalt volgens een golfvormig patroon. De golflengte verschilt per horizont. Dit patroon in de ruimtelijke variabiliteit hangt waarschijnlijk samen met de dichtheid van bodem, struiken en kruiden. Voor het beschrijven van de ruimtelijke variatie van de L+F1-horizont volstaat een oppervlakte van enkele tientallen vierkante decimeters, van enkele tientallen vierkante meters voor de L+F2-horizont en van enkele honderden vierkante meters voor de H-horizont.
    De uitgangstoestand van bodemvariabelen in Norgerholt en Tongerense hei; basisprogramma bosreservaten
    Kemmers, R.H. ; Mekkink, P. ; Waal, R.W. de - \ 1998
    Wageningen : DLO-Staring Centrum - 39
    humus - bosstrooisel - bodemtestwaarden - ruimtelijke variatie - nederland - drenthe - veluwe - humus - forest litter - soil test values - spatial variation - netherlands - drenthe - veluwe
    In de bosreservaten Norgerholt en Tongerense hei is langs een transect het humusprofiel beschreven en bemonsterd. Behalve gemiddelde waarden en standaardafwijkingen van horizontdikten, nutriëntengehalten en -voorraden, en pH werd voor de langjarige monitoring ook de ruimteljke variabiliteit geanalyseerd. Zowel gehalten als voorraden zijn in het Norgerholt hoger dan in Tongerense hei. Kenmerkend voor de ruimtelijke variabiliteit van beide bosreservaten is het cyclische karakter van de variantie, waarin de dichtheid van de boom- of struikopstand wordt weerspeigeld. Het cyclische karakter herhaalt zich met een golflengte van 6 respecievelijk 15-20 m in Norgerholt en Tongerense hei.
    Het vochtgehalte in de strooisellaag onder verschillende vegetaties in twee grove-dennenopstanden
    Clerkx, A.P.P.M. ; Hees, A.F.M. van - \ 1993
    Wageningen : IBN (IBN - rapport 040) - 34
    bosbouw - bodemwater - permeabiliteit - absorptie - hygroscopiciteit - bosstrooisel - strooisel - grondbedekking - grasbestand - bomen - pinus sylvestris - nederland - onderlaag - utrecht - forestry - soil water - permeability - absorption - hygroscopicity - forest litter - litter (plant) - ground cover - herbage - trees - pinus sylvestris - netherlands - understorey - utrecht
    Effect of vegetation type on decomposition rates of wood in Drenthe, The Netherlands.
    Vries, B.W.L. de; Kuyper, Th.W. - \ 1988
    Acta botanica neerlandica 37 (1988). - ISSN 0044-5983 - p. 307 - 312.
    bosstrooisel - bosbouw - strooisel - bodembiologie - bomen - juniperus communis - pinus sylvestris - quercus robur - drenthe - forest litter - forestry - litter (plant) - soil biology - trees - juniperus communis - pinus sylvestris - quercus robur - drenthe
    Met aparte aandacht voor de jeneverbes en de eik
    Strooiselafbraak in vier verschillende bosopstanden
    Steege, J.G. van der - \ 1983
    Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek in Suriname - 31
    bosstrooisel - strooisel - degradatie - bladeren - hout - decompositie - tropische regenbossen - suriname - bosopstanden - forest litter - litter (plant) - degradation - leaves - wood - decomposition - tropical rain forests - suriname - forest stands
    Houtzaagsel als organische meststof en humus
    Anonymous, - \ 1980
    Wageningen : Pudoc (Literatuurlijst / Centrum voor Lamndbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie no. 4341)
    bibliografieën - vliegas - bosstrooisel - humus - industrieel afval - bladeren - stro - bibliographies - fly ash - forest litter - humus - industrial wastes - leaves - straw
    Stro : verwerking in de grond, mulchen, hakselen, verbranden : literatuur over de jaren 1965 - 1970
    Anonymous, - \ 1970
    Wageningen : [s.n.] (Literatuurlijst / Centrum voor landbouwpublikaties en landbouwdocumentatie no. 3224)
    bibliografieën - bijproducten - graansoorten - voedselgewassen - bosstrooisel - humus - bladeren - mulchen - turf - stro - bemesting met stro - stromulches - stoppelonderploegen - bibliographies - byproducts - cereals - food crops - forest litter - humus - leaves - mulching - peat - straw - straw incorporation - straw mulches - stubble mulching
    Drie potproeven met compostveenmengsels
    Kortleven, J. - \ 1969
    Haren (Gr.) : [s.n.] (Rapport / Instituut voor bodemvruchtbaarheid 1969, no. 2) - 42
    landbouw - bladeren - bosstrooisel - humus - stro - turf - ligniet - steenkool - compost - compostering - laboratoria - onderzoek - organische verbindingen - bodem - bodemchemie - veengronden - voorzieningen - agriculture - leaves - forest litter - humus - straw - peat - lignite - coal - composts - composting - laboratories - research - organic compounds - soil - soil chemistry - peat soils - facilities
    Seasonal fluctuations of the fungusflora in mull and mor of an oak forest
    Witkamp, M. - \ 1960
    Wageningen University. Promotor(en): A.J.P. Oort. - Arnhem : G.W. van der Wiel - 51
    bosbouw - bosstrooisel - strooisel - bodemflora - micro-organismen - bomen - microbiële flora - bodemkunde - forestry - forest litter - litter (plant) - soil flora - microorganisms - trees - microbial flora - soil science
    On agar plates more colonies and species of fungi developed from oak leaves from calcareous mull (loose mixed litter and mineral matter) than from those from mor (usually compact litter layer abruptly distinct from underlying soil; without free calcium). Fungal plate counts, mycelial growth and concentration from soil under calcareous mull were lower and plate counts of bacteria and actinomycetes higher than those from mor; those from acid mull were usually intermediate. The characteristics of the fungal flora seemed influenced by water and calcium content through the chemical composition of the vegetation and its litter, and secondly by the physical factors of soil, the saprophagous soil fauna and the non-fungal microflora. The numbers of micro-organisms and mycelial growth in the mineral soil were influenced by temperature, moisture and added fresh litter. Maximum mycelium concentrations in oak soils were in autumn or winter, but not in pine soils.

    Mycelium was decomposed almost equally fast in mull and mor. The mull had 4-10 times as much chitin-decomposing and mycolytic micro-organisms than mor; mor had more mycophagous oribatid mites, consuming individually 3 times as much in summer than in winter. Fruiting bodies of toadstools were most frequent (partly dependent on soil moisture content) about 2.5 months before mycelium reached maximum concentration. The toadstools were mostly humus and litter fungi in mull, and mycorrhizal fungi in acid mull and mor. Litter fungi occurred in all types.

    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.