Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 42

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Broedsucces van kustbroedvogels in de Waddenzee in 2014
    Koffijberg, K. ; Cremer, J.S.M. ; Boer, P. de; Postma, J. ; Oosterbeek, K. - \ 2016
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 78) - 40
    wadvogels - broedvogels - vogels - kustgebieden - monitoring - waddenzee - wadden sea birds - breeding birds - birds - coastal areas - monitoring - wadden sea
    Data have been collected on the breeding success of several characteristic coastal breeding birds in theWadden Sea each year since 2005. Ten birds species considered representative of specific habitats and foodgroups are being monitored. The coastal breeding birds reproduction monitoring network is run as an ‘earlywarning system’ to follow the reproductive capacity of the bird populations in the Wadden Sea andunderstand the processes underlying fluctuations in populations. It is a valuable addition to the monitoring ofpopulation numbers and is carried out under a trilateral agreement with Germany and Denmark (TMAP). Theresults from 2014 show that many species of coastal breeding birds are still facing difficulties. The breedingsuccess of Eurasian Oystercatcher, Pied Avocet, Black-headed Gull, Common Tern and Arctic Tern inparticular is too low or much too low to maintain a stable population. In contrast, the breeding success ofHerring Gull is better than a few seasons ago. Erection of electric fencing around breeding sites of PiedAvocet and Black-headed Gull to protect them from predation has led to higher nest success. The maincauses of poor breeding performance appear to be predation by foxes and brown rats and insufficient foodavailability for the young
    Broedsucces van kustbroedvogels in de Waddenzee in 2011-2013
    Koffijberg, K. ; Boer, P. de; Hustings, F. ; Kleunen, A. van; Oosterbeek, K. ; Cremer, J.S.M. - \ 2015
    Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 51) - 50
    vogels - broedvogels - monitoring - waddenzee - birds - breeding birds - monitoring - wadden sea
    Sinds 2005 worden in de Waddenzee jaarlijks gegevens verzameld over het broedsucces van een aantal
    karakteristieke kustbroedvogels. Hiervoor worden tien vogelsoorten gevolgd die representatief worden geacht
    voor specifieke habitats en voedselgroepen. Het reproductiemeetnet kustbroedvogels wordt uitgevoerd als een
    ‘early warning systeem’ om het reproducerend vermogen van de vogelpopulaties in de Waddenzee te volgen
    en de achterliggende processen van populatieveranderingen te doorgronden. Het fungeert als een wezenlijke
    aanvulling op de monitoring van aantallen en aantalsveranderingen en wordt uitgevoerd in het kader van
    trilaterale afspraken met Duitsland en Denemarken (TMAP). De resultaten uit 2011, 2012 en 2013 laten zien
    dat op dit moment nog steeds veel soorten kustbroedvogels weinig succesvol zijn. Vooral Scholekster, Kluut,
    Kokmeeuw, Grote Stern, Visdief en Noordse Stern kampen met een structureel te laag broedsucces. De
    slechte broedresultaten worden veroorzaakt door verschillende factoren. Eén daarvan is overstromingen als
    gevolg van hoogwater gedurende het broedseizoen. Ook worden in de nestfase veel broedvogels slachtoffer
    van predatie van legsels, met name door Vos en Bruine Rat. Daarnaast speelt een te geringe voedselbeschikbaarheid
    bij een aantal soorten vermoedelijk een belangrijke rol
    Drie decennia dagvlinder - en broedvogelmonitoring in het Nationale Park De Hoge Veluwe
    Wallis de Vries, M.F. ; Sanders, G. - \ 2014
    De Levende Natuur 115 (2014)6. - ISSN 0024-1520 - p. 277 - 283.
    lepidoptera - broedvogels - fauna - monitoring - nationale parken - veluwe - lepidoptera - breeding birds - fauna - monitoring - national parks - veluwe
    Het Nationale Park De Hoge Veluwe is één van de weinige overgeleven gebieden in Noordwest-Europa waar het heidelandschap zich nog op grote schaal en in zijn ruimtelijke verscheidenheid van stuifzand tot vennen manifesteert. Dankzij een vroeg begin van vlinder- en broedvogelmonitoring in het Park is er veel bekend over de veranderingen in de vlinder- en broedvogelfauna in de laatste drie decennia. Dit artikel vergelijkt de ontwikkelingen in het Park met de landelijke trends.
    Wintervoedselgewassen als sleutel tot het herstel van akkervogelpopulaties?
    Kleijn, D. ; Teunissen, W. ; Müskens, G.J.D.M. ; Kats, R.J.M. van; Majoor, F.A. ; Hammers, M. - \ 2014
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2551) - 73
    agrarisch natuurbeheer - broedvogels - akkerbouw - foerageren - winter - beschikbaarheid - agri-environment schemes - breeding birds - arable farming - foraging - winter - availability
    Deze studie onderzocht of de achteruitgang van akkervogels in kleinschalige Nederlandse landbouwgebieden tegengegaan kan worden door het vergroten van de voedselbeschikbaarheid voor deze soorten in de winterperiode. De voedselbeschikbaarheid werd experimenteel vergroot in 10 gebieden van ongeveer 100 ha door inzaai van gewasmensgels die niet werden geoogst. Tien gepaarde gebieden met vergelijkbare landschapsstructuur waarin voedselbeschikbaarheid niet werd gemanipuleerd fungeerden als controles. De beschikbaarheid aan zaden, het gebruik van de mengsels door akkervogels, het effect van de mengsels op vogels in de winter en in het broedseizoen werden vervolgens gekwantificeerd om het effect van het vergroten van de voedselbeschikbaarheid vast te stellen.
    Broedsucces van kenmerkende kustbroedvogels in de Waddenzee in mineur
    Koffijberg, K. ; Smit, C.J. - \ 2013
    Wageningen : WOT Natuur & Milieu (WOt-paper 25) - 8
    watervogels - habitats - broedvogels - waddenzee - kweldergronden - monitoring - waterfowl - habitats - breeding birds - wadden sea - salt marsh soils - monitoring
    De Nederlandse Waddenzee is het grootste aaneengesloten natuurgebied in ons land en vormt, samen met het Waddengebied in Duitsland en Denemarken, één van de belangrijkste natuurgebieden in Europa. Het gehele gebied is recent toegevoegd aan de lijst van werelderfgoedgebieden van UNESCO. Het Waddengebied vervult een zeer belangrijke functie als pleisterplaats en overwinteringsgebied voor 10 tot 12 miljoen watervogels en is tegelijk een belangrijk broedgebied voor ongeveer 35 soorten watervogels, waarvan verschillende soorten bij voorkeur in het gebied broeden. Het reilen en zeilen van deze vogels wordt sinds 1991 gevolgd met twee monitorprogramma’s. Deze paper gaat in op het langjarige onderzoek naar het broedsucces van kenmerkende kustbroedvogels in de Waddenzee.
    Raceauto's en broedvogels. Spanningsveld ecologie-economie bij TT-circuit Assen
    Henkens, R.J.H.G. ; Kleunen, A. van; Kistenkas, F.H. - \ 2013
    Vakblad Natuur Bos Landschap 10 (2013)4. - ISSN 1572-7610 - p. 14 - 17.
    motorracen - publieksevenementen - geluidshinder - broedvogels - natura 2000 - vergunningen - monitoring - drenthe - Nederland - motor racing - spectator events - noise pollution - breeding birds - natura 2000 - permits - monitoring - drenthe - Netherlands
    In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen, met een gezamenlijk oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Met daarnaast ook nog eens circa 17 miljoen Nederlanders is het logisch dat er spanningen optreden tussen ecologie en economie. Dat hoeft geen probleem te zijn zolang er geen significant negatieve effecten zijn op de Natura 2000-doelstellingen. Maar hoe bepaal je dat eigenlijk als die effecten nooit eerder goed zijn onderzocht?
    Pesticiden en biodiversiteit in het Europese landbouwbeleid
    Berendse, F. ; Geiger, F. - \ 2013
    Entomologische Berichten 73 (2013)4. - ISSN 0013-8827 - p. 132 - 135.
    intensieve landbouw - biodiversiteit - pesticiden - broedvogels - akkerranden - landschap - plantengemeenschappen - landschapsecologie - landbouwgrond - intensive farming - biodiversity - pesticides - breeding birds - field margins - landscape - plant communities - landscape ecology - agricultural land
    In de laatste 50 jaar is de biodiversiteit op landbouwgronden in Europa snel achteruit gegaan. Twaalf van de vijftien vogelsoorten die karakteristiek zijn voor het agrarische landschap van Midden-Nederland zijn in de periode 1973-2002 met meer dan 50% achteruit gegaan, terwijl de bijvoorbeeld de broedvogels van bossen in aantal toenamen. Een belangrijke vraag is welke veranderingen in het landschap verantwoordelijk zijn voor deze dramatische achteruitgang in biodiversiteit. Intensivering van de landbouw heeft een groot aantal verschillende aspecten, zoals het verlies van landschapelementen, de vergroting van akkers en een toegenomen gebruik van meststoffen en pesticiden. Er is maar weinig bekend over de afzonderlijke bijdrage van elk van deze variabelen aan de grootschalige negatieve effecten op de biodiversiteit. In een studie in acht Europese landen vonden wij dat van dertien gemeten componenten van intensivering, fungiciden en insecticiden de meest consistente negatieve effecten hadden. De negatieve effecten van pesticiden op de biodiversiteit spelen nog steeds een doorslaggevende rol, ondanks het feit dat er in Europa al tientallen jaren een beleid gevoerd wordt dat gericht is op een aanzienlijke reductie van de toepassing van bestrijdingsmiddelen op landbouwgrond.
    Combinatie van vaarrecreatie en beek gebonden natuur in Noord-Brabant : kennis over ecologische effecten van kano’s en fluisterboten, kwetsbaarheid van flora en fauna en handelingsperspectieven voor beheerder en gebruiker
    Ottburg, F.G.W.A. ; Henkens, R.J.H.G. - \ 2013
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2375) - 114
    waterlopen - waterrecreatie - aquatische ecologie - ecologisch herstel - broedvogels - nadelige gevolgen - natura 2000 - kaderrichtlijn water - noord-brabant - streams - water recreation - aquatic ecology - ecological restoration - breeding birds - adverse effects - natura 2000 - water framework directive - noord-brabant
    De provincie Noord-Brabant en de Brabantse Waterschappen werken aan het realiseren van de doelstellingen voor de Europese Kaderrichtlijn Water en Natura 2000. Voor de bevaarbare R5 en R6 beeksystemen kan dit proces worden gefrustreerd door de ontwikkelingen in de vaarrecreatie, vooral kano’s en fluisterboten. Voor de vergunningverlening en beheerplanprocedure bestaat behoefte aan kennis over de ecologische effecten hiervan op beeksystemen. Vooral bepaalde soorten broedvogels en massaal uitsluipende libellenlarven blijken relatief kwetsbaar voor vaarrecreatie. Zowel de beheerder als de gebruiker hebben verschillende handelingsperspectieven om ongewenste effecten te minimaliseren. Maximalisatie van het herstel van de beeksystemen tot de R5 en R6 referentiebeelden blijft uiteindelijk het beste handelingsperspectief om de doelstellingen voor recreatie en natuur te waarborgen.
    Broedsucces van kustbroedvogels in de Waddenzee in 2009 en 2010
    Kleunen, A. van; Koffijberg, K. ; Oosterbeek, K. ; Nienhuis, J. ; Jong, M.L. de; Smit, C.J. ; Roomen, M. ; Boer, P. - \ 2012
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 346) - 55
    broedvogels - broeden - monitoring - waddenzee - kustgebieden - noord-nederland - breeding birds - incubation - monitoring - wadden sea - coastal areas - north netherlands
    Sinds 2005 worden in de Waddenzee jaarlijks gegevens verzameld over het broedsucces van een aantal karakteristieke kustbroedvogels. Hiervoor worden tien vogelsoorten gevolgd die representatief worden geacht voor specifieke habitats en voedselgroepen. Het reproductiemeetnet Waddenzee wordt uitgevoerd als een ‘early warning systeem’ om het reproducerend vermogen van de vogelpopulaties in de Waddenzee te volgen en de achterliggende processen van populatieveranderingen te doorgronden en fungeert als een wezenlijke aanvulling op de monitoring van aantallen en aantalsveranderingen. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van trilaterale afspraken met Duitsland en Denemarken (TMAP). De resultaten uit 2009 en 2010 laten zien dat veel soorten kustbroedvogels op dit moment een relatief laag broedsucces hebben. Vooral voor Eider, Scholekster, Kluut, Visdief en Noordse Stern geldt dat er te weinig jongen vliegvlug worden om de populatie op peil te houden. De slechte broedresultaten worden veroorzaakt door verschillende factoren. Eén daarvan is overstromingen als gevolg van hoog water gedurende het broedseizoen. Ook worden in de nestfase veel broedvogels slachtoffer van predatie van legsels, met name door Vos en Bruine Rat. Daarnaast speelt een te geringe voedselbeschikbaarheid een rol
    MEMO: Effecten van spieringvisserij op instandhoudingsdoelen Natura 2000 - gebied IJsselmeer
    Deerenberg, C.M. ; Geelhoed, S.C.V. - \ 2012
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C023/12) - 19
    vissen - watervogels - predator prooi verhoudingen - broedvogels - visserijbeheer - natura 2000 - ijsselmeer - fishes - waterfowl - predator prey relationships - breeding birds - fishery management - natura 2000 - lake ijssel
    Het IJsselmeer is in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbwet) aangewezen als Natura 2000-gebied, waarvoor instandhoudingsdoelen o.a. voor een aantal visetende vogelsoorten is geformuleerd. Het gaat daarbij om de instandhoudingsdoelstellingen voor de broedvogels aalscholver en visdief en niet-broedvogels fuut, aalscholver, nonnetje, grote zaagbek, dwergmeeuw en zwarte stern (Minister van LNV, 2009). Omdat niet op voorhand uitgesloten kan worden dat de spieringvisserij significante effecten heeft op de doelstellingen voor visetende watervogels in het Natura 2000-gebied, is de spieringvisserij in het voorjaar vergunningplichtig.
    Broedende Grauwe ganzen in Nederland : ontwikkelingen in landbouwkundige schade en factoren die hun ruimtegebruik beïnvloeden
    Kleijn, D. ; Hout, J. van der; Voslamber, B. ; Randen, Y. van; Melman, T.C.P. - \ 2012
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2343)
    gewasproductie - anser - broedvogels - landgebruik - vegetatiemonitoring - overwintering - telemetrie - crop production - anser - breeding birds - land use - vegetation monitoring - overwintering - telemetry
    Onderzocht is hoe de landbouwschade door de in Nederland broedende Grauwe ganzen zich ontwikkelt, waarbij onderscheid is gemaakt in de zomer- en winterperiode. Met zogenaamde halsbandloggers en ringterugmeldingen is het ruimtegebruik in beeld gebracht. Hiermee is de afstand tussen slaap- en foerageerplekken bepaald. Tevens zijn de slaapplekken naar water- en begroeiingsstructuur gekarakteriseerd en is de voorkeur voor de diverse gewassen als voedselbron vastgesteld. Globale vuistregels zijn opgesteld voor ruimtelijke inrichting en beheer om de landbouwschade te beperken.
    Onderzoek naar de teloorgang van de tapuit zorgt voor verassing
    Oosten, H. van; Burg, A. Van den; Siepel, H. - \ 2012
    Vakblad Natuur Bos Landschap 9 (2012)5. - ISSN 1572-7610 - p. 32 - 34.
    vogels - broedvogels - ecotoxicologie - foerageren - birds - breeding birds - ecotoxicology - foraging
    Tapuiten zijn zeldzaam geworden in Nederland. In de Zuid-Hollandse duinen komt de duinduiker vrijwel niet meer voor als broedvogel in de broedtijd en in Zeeland broedt nog slechts een handvol paren kotsjakkers. In het binnenland is de heidehipper met name nog te vinden in Nationaal Park Drents-Friese Wold. Gezien deze en nog tien streeknamen uit ‘Zien is Kennen’ was de soort goed bekend en dus wijd verbreid. Ook tegenwoordig staat de soort in de belangstelling, nu vanwege de sterk afgenomen aantallen. In Noord-Holland broeden nog enkele tientallen paren, verdeeld over enkele locaties. Stichting Bargerveen doet hier onderzoek naar de ecologie van tapuiten: is de achteruitgang van de soort volledig te wijten aan de verzuring, vermesting en verregaande vergrassing van duingraslanden of zijn er nog andere knelpunten?
    Storen broedvogels zich aan het geluid van race-elementen? : effect van de in 2010/2011 op het TT-Circuit gehouden Superbike- en Superleage-evenementen op broedvogels in het Natura 2000-gebied Witterveld
    Henkens, R.J.H.G. ; Liefting, M. ; Hallmann, C. ; Kleunen, A. van - \ 2012
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2288) - 38
    motorracen - publieksevenementen - geluidshinder - broedvogels - natura 2000 - vergunningen - monitoring - drenthe - wild - geluid - vogels - dierenwelzijn - diergedrag - Nederland - motor racing - spectator events - noise pollution - breeding birds - natura 2000 - permits - monitoring - drenthe - wildlife - noise - birds - animal welfare - animal behaviour - Netherlands
    Het management van TT-Circuit Assen wil in het broedseizoen een extra auto- of motorsportevenement organiseren met een substantiele geluidsuitstraling. Het circuit grenst echter aan het Natura 2000-gebied Witterveld met o.a. de natuurbehoudsdoelstelling ‘het waarborgen van de voor de fauna noodzakelijke rust’. De provincie heeft vergunning verleend met de verplichting dat de effecten volgens het principe hand-aan-de-kraan worden gemonitoord. Uit de monitoring in 2010 en 2011 blijkt dat er geen wezenlijke of significant negatieve effecten optreden van het geluid van de race-evenementen op de broedvogels van het Witterveld. Hiermee is aangetoond dat de rust voldoende gewaarborgd blijft.
    Broedsucces van kustbroedvogels in de Waddenzee in 2007 en 2008
    Kleunen, A. van; Koffijberg, K. ; Boer, P. ; Nienhuis, J. ; Camphuysen, C.J. ; Schekkerman, H. ; Oosterbeek, K.H. ; Jong, M.L. de; Ens, B.J. ; Smit, C.J. - \ 2010
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 227) - 73
    broedvogels - watervogels - voortplantingsvermogen - kustgebieden - monitoring - populatiedynamica - waddenzee - breeding birds - waterfowl - reproductive performance - coastal areas - monitoring - population dynamics - wadden sea
    Voor het derde en vierde opeenvolgende jaar werd het broedsucces van een aantal kustbroedvogels in de Waddenzee bepaald. Van Eider, Scholekster, Kluut, Kokmeeuw, Zilvermeeuw en Visdief, alsmede van Kleine Mantelmeeuw en Noordse Stern werd informatie verzamelen over het nestsucces en uitvliegsucces (het uiteindelijke broedsucces). Kennis over de jaarlijkse variatie in broedresultaten bij de verschillende soorten is van belang als een early warning systeem om de 'kwaliteit' (het reproducerend vermogen) van de vogelpopulaties in de Waddenzee te volgen en de achterliggende processen van populatieveranderingen te doorgronden. Directe aanleiding voor het project vormde de evaluatie van de effectiviteit van het nieuwe schelpdiervisserijbeleid en de mogelijke gevolgen voor de voedselvoorziening van schelpdieretende vogels.
    Evaluatie Opvangbeleid 2005-2008 overwinterende ganzen en smienten. Deelrapport 11. Effect van Brandganzen op broedende weidevogels
    Kleijn, D. ; Bos, D. - \ 2008
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1772) - 46
    branta - ganzen - begrazing - limosa limosa - vanellus vanellus - ecologische verstoring - broedvogels - populatiedynamica - overwintering - biologische mededinging - weidevogels - branta - geese - grazing - limosa limosa - vanellus vanellus - ecological disturbance - breeding birds - population dynamics - overwintering - biological competition - grassland birds
    Deze studie onderzoekt op welke wijze de tijdsbesteding van broedende weidevogels en de vegetatie van de broedhabitat wordt beïnvloed door de aanwezigheid overwinterende en in Nederland broedende Brandganzen. De nabijheid van Brandganzen werd door weidevogels als bedreigend voor hun eieren ervaren. Begrazing door Brandganzen had een negatief effect op hoogte en drooggewicht van de vegetatie vlak voor en tijdens de broedperiode van weidevogels waardoor mogelijk de nestplaatskeuze van weidevogels kan worden beïnvloed. Het effect van Brandganzen op de vestiging van weidevogels is in deze studie onderbelicht gebleven en ook is niet gekeken naar het effect op kuikenoverleving. De resultaten moeten daarom met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Aldus resultaten van Alterra in samenwerking met Altenburg & Wymenga
    Broedsucces van kustbroedvogels in de Waddenzee in 2006: rapport in het kader van het WOT Programma Informatievoorziening Natuur i.o. (WOT IN)
    Boer, P. de; Oosterbeek, K.H. ; Koffijberg, K. ; Ens, B.J. ; Smit, C.J. ; Jong, M.L. de - \ 2008
    Wageningen : Alterra (IMARES-rapport C036/08) - 41
    broedvogels - monitoring - populatiedynamica - voortplantingsvermogen - waddenzee - breeding birds - monitoring - population dynamics - reproductive performance - wadden sea
    Dit rapport presenteert de resultaten van het ‘Reproductiemeetnet Waddenzee’ dat door IMARES en SOVON Vogelonderzoek Nederland sinds 2005 in de Waddenzee wordt gecoördineerd in het kader van de Wettelijke Onderzoekstaken Informatievoorziening Natuur. Doel van het meetnet is het vaststellen van het reproductief vermogen van een representatieve selectie van broedvogels in de Waddenzee (Eider, Scholekster, Kluut, Kokmeeuw, Zilvermeeuw, Visdief). Afgezien van Visdief laten alle soorten op dit moment een negatieve trend in aantallen zien. Het meetnet brengt het jaarlijkse broedsucces in kaart en kan daarmee het beleid voeden met informatie over de ‘kwaliteit’ van de betrokken vogelpopulaties. Uit de verzamelde gegevens blijkt dat in 2006 bij de meeste soorten sprake was van een beneden-gemiddeld broedsucces. Vooral bij Scholekster, Kluut en Zilvermeeuw is het aannemelijk dat het langdurig uitblijven van goede broedresultaten een belangrijke factor is die de huidige afname verklaart.
    Ruimtelijke dynamiek van weidevogelpopulaties in relatie tot de kwaliteit van de broedhabitat. Welke factoren beïnvloeden de vestiging van weidevogels?
    Kleijn, D. ; Berendse, F. ; Verhulst, J. ; Roodbergen, M. ; Klok, T.C. ; Veer, R. van 't - \ 2008
    Ede : Directie Kennis, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Alterra-rapport nr. 1579) - 37
    vogels - broedvogels - habitats - ruimtelijke verdeling - weidevogels - natuurbeleid - birds - breeding birds - habitats - spatial distribution - grassland birds - nature conservation policy
    Recent onderzoek toonde aan dat percelen met een uitgestelde maaidatum geen hogere dichtheden weidevogels herbergen dan gangbaar, vroeg gemaaide percelen. Deze resultaten zijn moeilijk te verklaren aan de hand van bestaande kennis over ruimtelijke dynamiek en nestplaatskeuze van weidevogels. Deze studie heeft tot doel vast te stellen of de nestplaatsen van weidevogels ruimtelijke geassocieerd zijn met één of meerdere omgevingsvariabelen in de vestigingsfase. Voor de grutto werd daarnaast nog gekeken of de aanleg van plas-dras percelen leidt tot een verhoging van het aantal broedparen in de nabijheid van deze percelen en wat de invloedssfeer is van deze percelen (waar broeden de grutto’s die gebruik maken van een plas-dras perceel?).
    Hotspots van biodiversiteit in Nederland op basis van broedvogelgegevens
    Turnhout, C. van; Loos, W.B. ; Foppen, R.P.B. ; Reijnen, M.J.S.M. - \ 2006
    Wageningen / Beek-Ubbergen : WOT Natuur & Milieu / SOVON (WOt-werkdocument 33) - 58
    broedvogels - biodiversiteit - inventarisaties - nestelen - zoögeografie - kaarten - nederland - landschapsecologie - breeding birds - biodiversity - inventories - nesting - zoogeography - maps - netherlands - landscape ecology
    Dit WOT rapport richt zich op het vervaardigen van kaarten van broedvogels in Nederland. De inventarisatie is gemaakt op basis van landschapstype: open, halfopen en gesloten agrarisch, bos, duin, heide, kwelder en moeras. De basisgegevens zijn afkomstig uit verschillende bronnen, afhankelijk van de zeldzaamheid van de soort als broedvogel. Het onderzoek is verricht door Alterra en SOVON
    Verdeling van de broedinspanning bij kieviten
    Jongbloed, F. ; Schekkerman, H. ; Teunissen, W. - \ 2006
    Limosa 79 (2006)2. - ISSN 0024-3620 - p. 63 - 70.
    vanellus vanellus - vanellus - broedduur - broedvogels - weidevogels - vanellus vanellus - vanellus - incubation duration - breeding birds - grassland birds
    Kievitpartners verdelen hun broedactiviteiten, maar hoe zit dit bij kievitmannetjes? Alhoewel kievitmannetjes als monogaam worden beschouwd, zijn er kievitmannetjes die er meerdere partners op na houden. Na zonsondergang blijken de broedactiviteiten van het mannetje af te nemen. Na zonsopkomst nemen die activiteiten weer toe. Een verklaring voor dit verschil is er echter niet. Verslag van onderzoek vanuit Alterra en SOVON
    Effect van recreatie op broedvogels op landelijk niveau; ontwikkeling van het recreatiemodel FORVISITS 2.0 en koppeling met LARCH 4.1
    Henkens, R.J.H.G. ; Vries, S. de; Jochem, R. ; Pouwels, R. ; Reijnen, M.J.S.M. - \ 2005
    Wageningen : WOT Natuur & Milieu (WOt-rapport 4) - 71
    recreatie - broedvogels - modellen - ecologie - effecten - milieueffect - nederland - verstoring - recreation - breeding birds - models - ecology - effects - environmental impact - netherlands - disturbance
    Het Milieu- en Natuurplanbureau heeft voor haar Natuurverkenningen en Natuurbalansen behoefte aan een instrument om de effecten van recreatie op de natuur te voorspellen. Met een koppeling tussen het recreatiemodel FORVISITS 2.0, die de bezoekersstroom naar natuurgebieden kwantificeert, en het ecologische model LARCH 4.1, kan worden verkend wat het effect is van recreatie op netwerkpopulatieniveau voor broedvogels. De ontwikkeling van FORVISITS 2.0 stond centraal en er zijn parameters ingevoerd over (1) vervoerswijzen per auto, fiets en te voet; (2) recreatie vanuit huis en verblijfsrecreatieve centra; (3) recreatiegedrag van allochtonen en autochtonen; (4) en de grootte, openstelling, bereikbaarheid en ontsluiting van bestemmingsgebieden. Uit validatie blijkt dat de uitvoer van FORVISITS 2.0 duidelijk is verbeterd vergeleken met versie 1.0. Voor beheerders van natuur- en recreatiegebieden kan het model daarmee een waardevol instrument zijn, al kunnen er door verschillen in belevingswaarde en lokale bijzonderheden nog steeds opvallende afwijkingen bestaan. De output van de koppeling van FORVISITS 2.0 met LARCH 4.1 laat weinig verschil zien vergeleken met een eerdere koppeling met versie 1.0. Voor de betrokken soorten kunnen conclusies pas worden getrokken na een update van de LARCH habtitatmodellering. Trefwoorden: FORVISITS, recreatiedruk, recreatiegedrag, verstoring, LARCH, broedvogels, duurzaam, populaties.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.