Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 16 / 16

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Grip op licht: Meer energie besparing bij Het Nieuwe Telen Potplanten met meer natuurlijk licht en verbeterde monitoring
    Noort, Filip van - \ 2013
    protected cultivation - pot plants - energy saving - daylight - light regime - monitoring - illumination - diffused glass - anthurium - phalaenopsis - bromeliaceae
    Biologische bestrijding van weekhuidmijten in bromelia
    Holstein, R. van; Garcia Victoria, N. ; Messelink, G.J. ; Ramakers, P.M.J. - \ 2010
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten GTB 1044) - 42
    biologische bestrijding - tarsonemidae - bromeliaceae - teelt onder bescherming - nederland - potplanten - mijten - biological control - tarsonemidae - bromeliaceae - protected cultivation - netherlands - pot plants - mites
    Tarsonemidae (weekhuidmijten) zijn belangrijke plaagorganismen in de teelt van bromelia-achtigen. In Nederland werden ze voor het eerst aangetroffen in 1989 op Neoregelia carolinae en geïdentificeerd door de PD als Steneotarsonemus ananas, de ananasmijt. Weekhuidmijten zijn zeer kleine plantzuigende mijtjes van slechts 0,2 mm groot. Ze kunnen verschillende soorten schade aan de Bromelia’s veroorzaken: necrotische plekken aan de bladeren en jonge plantdelen, bruin-rode bladstrepen en misvorming van de bloeiwijze. De chemische bestrijding is lastig, mede door het verdwijnen van langwerkende acariciden. Het onderzoek waar in dit rapport verslag wordt gemaakt is uitgevoerd tussen 2008 en 2010. Het is opgestart mede naar aanleiding van oriënterende proeven (Messelink en Van Holstein-Saj, 2007) met potentiële biologische bestrijders van deze plaag. Doel van dit vervolg-onderzoek was om basiskennis over de biologie van ananasmijten op Bromelia uit te breiden, wat van belang is voor het ontwikkelen van een goede bestrijdingsstrategie. Gedurende het onderzoek zijn monsters afkomstig van praktijkbedrijven (meestal vermeerderingsbedrijven, maar ook productiebedrijven) onderzocht. Op bromelia’s met “ananasmijtsymptomen” werden verschillende soorten weekhuidmijten (familieTarsonemidae) gevonden. Het betrof zowel planten-eters (Steneotarsonemus-soorten) als onschadelijke schimmel-eters (Tarsonemus-soorten). Binnen het geslacht Steneotarsonemus konden twee soorten worden onderscheiden. Beide zijn waarschijnlijk species novae (niet eerder beschreven soorten). De echte ananasmijt, Steneotarsonemus ananas, werd niet aangetroffen. Weekhuidmijten veroorzaken verkleuringen en misvormingen, die vaak pas geruime tijd na de aantasting zichtbaar worden. De mijten zelf kunnen inmiddels al weer vertrokken zijn naar geschiktere delen van de waardplant (groeipunten). Het onderzoek naar besmettingsbronnen en verspreidingswijze van de weekhuidmijten heeft zich vooral gericht op vermeerderingsbedrijven. Oudere bromelia’s lijken minder gevoelig voor aantasting, maar blijven wel een mogelijke besmettingsbron Steneotarsonemus is in hoge mate gebonden aan levend plantmateriaal. Grond en fust zijn geen waarschijnlijke besmettingsbronnen. De voortplantingssnelheid is in principe zeer hoog (extreem korte generatieduur), maar de actieve verspreiding van plant naar plant is traag. Planten moeten elkaar daartoe raken; verspreiding via grond of tafel is niet waarschijnlijk. Passieve verspreiding is mogelijk via mensen, verplaatsen van planten en volgens de literatuur ook via vliegende insekten. Of dit laatste in de praktijk een rol speelt, is niet bekend. Bodemgebonden roofmijten bleken zeer algemeen op de vermeerderingsbedrijven. Naast de gebruikelijke soorten identificeerden we Lasioseius fimetorum en Armascirus taurus. Volgens onze laboratoriumobservaties zijn weekhuidmijten geen geschikte prooi (want te klein?) voor grotere roofmijten zoals Hypoaspis. Wel geschikt zijn sommige kleinere roofmijtsoorten van de familie Phytoseiidae. Lasioseius fimetorum, qua grootte een “middenklasser”, krijgt het voordeel van de twijfel. Van de momenteel commercieel beschikbare roofmijten geldt Amblyseius barkeri als de meest geschikte predator van weekhuidmijten. Op bedrijven waar roofmijten waren uitgezet, werden de telers geïnterviewd over de toegepaste strategie en werden populatiebemonsteringen van de roofmijten uitgevoerd. Wij slaagden er niet in halfwas bromelia’s langdurig met Phytoseiidae (Amblyseius swirskii en Amblyseius barkeri) te koloniseren.
    Optimalisatie belichting en bemesting bij Bromelia
    Warmenhoven, M.G. ; Garcia Victoria, N. - \ 2010
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten Wageningen UR Glastuinbouw GTB-1014) - 72
    bromelia's als sierplanten - sierplanten - bromeliaceae - kunstlicht - plantenvoeding - kassen - bloementeelt - glastuinbouw - ornamental bromeliads - ornamental plants - bromeliaceae - artificial light - plant nutrition - greenhouses - floriculture - greenhouse horticulture
    Als vervolg op onderzoek uit 2007-2008 waaruit de optimale belichtingsniveaus in combinatie met voeding voor drie verschillende Bromelia waren vastgesteld, is tussen september 2008 en december 2009 in twee parallel lopende proeven verder gewerkt aan optimalisatie van bemesting in combinatie met belichting bij Bromelia. Gekeken is onder meer naar de geschiktheid van de vastgestelde niveaus voor in totaal 9 soorten, vanaf de jonge plantstadia en in verschillende periodes van het jaar, naar het rendement van belichting in termen van teeltsnelheid en plantkwaliteit, en naar mogelijkheden de cosmetische vervuiling die door het telen bij hogere EC’s ontstaat te verminderen. Gebleken is dat belichting in het algemeen voor een snellere teelt zorgt en zwaardere en hogere bloemen met meer vertakkingen oplevert. Uitzonderingen zijn Vriesea ‘Miranda’, Vriesea ‘Stream’ en Tillandsia, soorten die matig tot weinig op de belicht reageren en daardoor geschikter zijn voor een onbelichte teelt. ‘ Aanpassingen aan de samenstelling van de voedingsoplossingen kunnen kleine verbeteringen in de plantkwaliteit teweegbrengen; zo is gebleken dat de gebruikte hoeveelheid Kalium in de voeding omlaag kan, ten gunste van Magnesium, die bij verhoging tot een duidelijke verbetering van het bladkleur en de naoogstkwaliteit van Guzmania ‘Rana’ geleid heeft. Eveneens zijn verbeteringen te verwachten door de concentratie van Nitraat licht te verlagen ten gunste van P en S in de voedingsoplossing. Bij hoge EC en bovendoor gieten is met de toegepaste voedingsaanpassingen niet gelukt om zoutenaanslag op de plantbasis volledig en bij alle soorten te voorkomen. Een verdere optimalisatieslag behoeft verder onderzoek ten einde meer kennis te ontwikkelen over de voeding en belichtingbehoefte van de jongste plantstadia, en de rol van de schubben in de koker in de selectieve opname van voedingselementen.
    Belichting bromelia: het optimum verschilt per soort
    Garcia Victoria, N. ; Warmenhoven, M.G. - \ 2009
    Vakblad voor de Bloemisterij 64 (2009)9. - ISSN 0042-2223 - p. 42 - 43.
    tuinbouwbedrijven - tuinbouw - bromelia's als sierplanten - bromeliaceae - belichting - mest - bemesting - market gardens - horticulture - ornamental bromeliads - bromeliaceae - illumination - manures - fertilizer application
    Het afstemmen van de hoeveelheid assimilatiebelichting en bemesting in de teelt van bromelia's is vakwerk. Extra mest en licht is beter, maar er is een optimum; een plant kan ook te veel mest en licht ontvangen. Voor bepaling van een aangepast teeltrecept is vervolgonderzoek nodig
    Assimilatiebelichting bij Bromelia's: belichtingsniveau en belichtingsduur in relatie tot voedings EC
    Warmenhoven, Mary - \ 2008
    cultural methods - bromeliaceae - ornamental bromeliads - interactions - illumination - artificial light - plant nutrition - greenhouses - experimental design - ornamental horticulture
    Bloeibehandeling Bromelia: Orienterend onderzoek naar mogelijkheden om: a. ongewenste spontane bloei te belemmeren b. de bloeibehandeling te verbeteren
    Slootweg, G. ; Garcia Victoria, N. - \ 2007
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (rapporten WUR Glastuinbouw ) - 24
    bromeliaceae - tillandsia - bromelia's als sierplanten - sierplanten - bloei - bloei-inductie - ethyleen - nederland - bromeliaceae - tillandsia - ornamental bromeliads - ornamental plants - flowering - flower induction - ethylene - netherlands
    De bloei van Bromelia wordt kunstmatig geïnduceerd met ethyleen of ethyleenachtige verbindingen. In de praktijk kunnen twee problemen optreden: spontane bloei van enkele planten uit een partij (vóórbloeiers) en onvolledige inductie van alle planten uit een partij. In dit onderzoek zijn tegen deze problemen verschillende chemische middelen uitgetest. Tegen vóórbloeiers bleek het middel met actieve stof 1-MCP (1-methylcyclopropaan) de bloei effectief tegen te kunnen gaan. Tegen het andere probleem blijkt nog geen universeel middel voorhanden. Ethyleen blijkt over het algemeen een betere bloeibehandeling te geven dan acetyleen. Tillandsia reageerde in het onderzoek beter op ACC.
    Consultancy Tipulidae in Bromeliaceae
    Scholte-Wassink, G.M. - \ 2007
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten Wageningen UR Glastuinbouw ) - 22
    tipulidae - plantenplagen - bromeliaceae - sierplanten - tipulidae - plant pests - bromeliaceae - ornamental plants
    Screening CAM-fotosynthese Bromelia's
    Warmenhoven, M.G. ; Marissen, A. ; Garcia Victoria, N. - \ 2006
    Aalsmeer : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. (Rapporten PPO ) - 21
    bromeliaceae - bromelia's als sierplanten - fotosynthese - cam cyclus - bromeliaceae - ornamental bromeliads - photosynthesis - cam pathway
    De ‘normale’ wijze van CO2-opname bij de meeste planten gebeurt overdag, wanneer er licht is om de opgenomen CO2 door middel van fotosynthese direct om te zetten in suikers. CO2 wordt opgenomen door de huidmondjes, dus is het nodig dat de huidmondjes overdag (als het licht is) open staan. ‘s Nachts zijn de huidmondjes meestal dicht. Via de huidmondjes gaat ook waterdamp naar buiten, de planten verdampen zo overdag veel meer dan ‘s nachts. Een aantal plantenfamilies (Crassulaceae, Bromeliaceae) hebben ook een andere wijze van CO2-opname. In deze planten zijn de huidmondjes ‘s nachts geopend om CO2 op te nemen, wat wordt opgeslagen in de vorm van malaat (appelzuur). Overdag wordt het malaat weer afgebroken tot CO2, en zonder dat het de plant verlaat, direct voor de fotosynthese gebruikt. Zo kan de plant de huidmondjes overdag gesloten houden om de verdamping binnen de perken te houden. Dit mechanisme heet CAM-fotosynthese (Crassulacean Acid Metabolism). Sommige planten kunnen niet anders dan CAM-fotosynthese bedrijven (obligaat CAM), andere plantensoorten kunnen switchen van gewone C3-fotosynthese naar CAM en weer terug (facultatief CAM), afhankelijk van de watervoorziening. Een volledige omschakeling kan echter enkele dagen duren. In de praktijk komt het regelmatig voor dat Bromelia’s die het C3-fotosynthesepad gebruiken naast Bromelia’s staan die het CAM-pad gebruiken. Omdat de een overdag zijn huidmondjes open heeft om CO2 op te nemen en de ander ’s nachts, is kennis van het gebruikte fotosynthesepad bij Bromelia’s nodig om optimaal CO2 te kunnen doseren. Ook bij toepassing van assimilatiebelichting is deze kennis van belang. In de literatuur worden voornamelijk soortechte Bromelia’s behandeld, en van de in de sierteelt gebruikte kruisingen en selecties is vaak niet bekend of deze C3- of CAM-fotosynthese gebruiken. Door een eerste screening van door de Bromelia-kwekers aangegeven soorten is duidelijk geworden welk fotosynthesepad wordt gebruikt bij de geteste soorten. De resultaten blijken in overeenstemming te zijn met wat er in de literatuur bekend was van in de natuur groeiende soorten. Álle geteste Guzmania’s (Ostara, Soledo, Tempo, Torch en minor ‘Rondo’) en Vriesea’s (Astrid, Barbara, Charlotte, Christina, Era, Miranda, Splenriet en x poelmannii) met uitzondering van Vriesea ‘Charlotte’ gebruiken het C3-fotosynthesepad. Het CAMfotosynthesepad wordt gebruikt door Aechmea fasciata ‘Primera’, Aechmea ‘Blue Rain’, Ananas comosus ‘Variegatus’, Billbergia ‘Windii’, Neoregelia carolinae ‘Meyendorffie’, Nidularium billbergioides ‘Criterium’, Tillandsia flabellata en Tillandsia usneoides. Tillandsia cyanea ‘Anita’ blijkt hoofdzakelijk C3-fotosynthse te bedrijven. Mogelijk kan wel facultatief naar CAM-fotosynthese worden overgeschakeld wanneer de teeltomstandigheden anders zijn. Dag en nacht CO2 doseren tot 800 ppm bij obligate CAM-planten laat vooral een verhoging van het malaatgehalte zien bij jonge en halfwas planten.
    Onderzoek naar de haalbaarheid van de 5 mmol Natriumnorm bij Bromelia
    García, Nieves ; Warmenhoven, Mary ; Boom, Arjen van der - \ 2006
    Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Glastuinbouw (PPO nr. 41313071) - 45
    bromeliaceae - bromelia's als sierplanten - sierplanten - cultuurmethoden - natrium - teelt onder bescherming - bromeliaceae - ornamental bromeliads - ornamental plants - cultural methods - sodium - protected cultivation
    Bromelia reageert vooral op gemiddelde temperatuur
    Garcia Victoria, N. - \ 2005
    Vakblad voor de Bloemisterij 60 (2005)4. - ISSN 0042-2223 - p. 48 - 49.
    bromeliaceae - potplanten - plantenontwikkeling - temperatuur - regulatie - opbrengsten - kwaliteit - groei - agrarische bedrijfsvoering - energiebesparing - glastuinbouw - bromeliaceae - pot plants - plant development - temperature - regulation - yields - quality - growth - farm management - energy saving - greenhouse horticulture
    Met koudeperioden na de bloei-inductie is het mogelijk energie te besparen bij bromelia. De teeltduur wordt daardoor echter langer. De toepassing van koudeperiodes wordt in de praktijk beperkt door de bloeibehandeling
    Literatuuronderzoek CAM-fotosynthese en CO2-bemesting en CO2-bemesting bij bromelia's
    Marissen, A. ; Warmenhoven, M.G. - \ 2004
    Aalsmeer : PPO BU Glastuinbouw (Rapporten BU Glastuinbouw ) - 26
    bromeliaceae - kooldioxide - fotosynthese - literatuuroverzichten - kooldioxideverrijking - bromeliaceae - carbon dioxide - photosynthesis - literature reviews - carbon dioxide enrichment
    De ‘normale’ wijze van CO2-opname gebeurt bij de meeste planten overdag, wanneer er licht is om de opgenomen CO2 door middel van fotosynthese direct om te zetten in suikers. Hiervoor is het nodig dat de huidmondjes overdag open staan, ‘s nachts zijn huidmondjes meestal dicht. Via de huidmondjes gaat waterdamp naar buiten, de planten verdampen zo overdag veel meer dan ‘s nachts. Een deel van de Bromeliaceae -soorten hebben zich echter gespecialiseerd in een andere wijze van CO2-opname. In deze planten zijn de huidmondjes ‘s nachts geopend om CO2 op te nemen, wat wordt opgeslagen in de vorm van malaat (appelzuur). Overdag wordt het malaat weer afgebroken tot CO2, en zonder dat het de plant verlaat direct voor de fotosynthese gebruikt. Zo kan de plant de huidmondjes overdag gesloten houden om de verdamping binnen de perken te houden. Dit mechanisme heet CAM-fotosynthese (Crassulacean Acid Metabolism). Sommige Bromeliaceae kunnen niet anders dan CAM-fotosynthese bedrijven (obligaat CAM), andere soorten kunnen switchen van gewone (C3) fotosynthese naar CAM en weer terug (facultatief CAM), afhankelijk van de watervoorziening en een derde groep gebruikt de gewone C3-fotosynthese. Een volledige omschakeling kan enkele dagen duren. Factoren die bepalend zijn of CAM-fotosynthese gebruikt wordt Temperatuur. Bij obligate CAM-soorten is de opname van CO2 in de nacht bij een lagere temperatuur beter dan bij een hogere temperatuur. Dagtemperaturen boven de 40 ∘C remmen ook de nachtelijke CO2-opname. Licht. De afwisseling van licht/donker en donker/licht is nodig om de aanmaak en afbraak van malaat te reguleren. Omdat de meeste CAM-gebruikende Bromeliaceae enigszins zijn aangepast aan schaduw, kan een hoge lichtintensiteit de CO2-opname negatief beïnvloeden. Er zijn duidelijke interacties gevonden tussen lichtniveau en temperatuur. Droogte- en zoutstress CAM-fotosynthese heeft zijn oorsprong als aanpassing aan droogte- en zoutstress. Onder de huidige teeltomstandigheden is het niet aannemelijk dat droogtestress optreedt, wat wil zeggen dat bij facultatieve CAM-planten waarschijnlijk C3-fotosynthese wordt gebruikt. RV Hoge RV’s verlagen de CO2 opname overdag en ‘s nachts. Welke Bromeliaceae zijn obligaat - , facultatief- of niet-CAM? In de tekst wordt een overzicht gegeven welk fotosynthese-pad gebruikt wordt door de verschillende groepen. In het genus Tillandsia bijvoorbeeld, komen alle drie de fotosynthese-types voor, Guzmania en Vriesea kunnen zowel facultatief CAM als C3-fotosynthese gebruiken. Bromelia en Aechmea zijn obligaat CAM-plant. Conclusie Kennis van het gebruikte fotosynthese-pad bij Bromeliaceae is nodig voor het zinvol doseren van CO2 en bij toepassing van assimilatiebelichting
    Temperatuuronderzoek in relatie tot energiebesparing en bloei bij Guzmania
    Hulst, J.P. van der; Straver, N.A. - \ 2004
    Aalsmeer : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Glastuinbouw (Rapporten PPO ) - 32
    guzmania - bromeliaceae - sierplanten - energiegebruik - temperatuur - teelt onder bescherming - bloei - glastuinbouw - guzmania - bromeliaceae - ornamental plants - energy consumption - temperature - protected cultivation - flowering - greenhouse horticulture
    Door de hoge temperaturen is het energieverbruik bij bromeliagewassen een belangrijke kostenfactor. Met het doel tot lager energieverbruik te komen, is bij Guzmania een proef gedaan met verschiillende temperaturen bij verschillende gewasleeftijden.
    Bemesting bij bromeliaceae : EC - trappen op eb/vloed en wijze van toedienen van de voedingsoplossing
    Mulderij, G.E. - \ 1994
    Aalsmeer : Proefstation voor de Bloemisterij (Rapport / Proefstation voor de Bloemisterij nr. 186) - 28
    bromeliaceae - kunstmeststoffen - bemesting - bromeliaceae - fertilizers - fertilizer application
    Vegetatieve vermeerdering van Nidularium in vloeibare media
    Pierik, R.L.M. ; Steegmans, H.H.M. - \ 1983
    Vakblad voor de Bloemisterij 38 (1983)30. - ISSN 0042-2223 - p. 37 - 37.
    bromeliaceae - sierplanten - vegetatieve vermeerdering - bromeliaceae - ornamental plants - vegetative propagation
    Het snel en veilig opbouwen van Nudilarium blijkt niet eenvoudig te zijn (dikwijls ontstaat callus waaruit adventieve scheuten ontstaan). Nidularium fulgens, die tot de Nudilariumceae behoort, kan nu in vitro gekloond worden zonder dat mutaties optreden, zodat deze soort op grote schaal veilig in de handel gebracht kan worden
    Bromeliateelt
    Anonymous, - \ 1981
    Wageningen : Pudoc (Literatuurlijst / Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie no. 4567)
    bibliografieën - bromeliaceae - sierplanten - potplanten - binnen kweken (van planten) - bibliographies - bromeliaceae - ornamental plants - pot plants - indoor culture
    Bromelicea : (aanvulling)
    Anonymous, - \ 1969
    Wageningen : [s.n.] (Literatuurlijst / Centrum voor landbouwpublikaties en landbouwdocumentatie no. 3154)
    bibliografieën - sierplanten - bromeliaceae - bibliographies - ornamental plants - bromeliaceae
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.