Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 21

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Meer groen, minder ADHD maar alleen in arme buurten
    Vries, S. de - \ 2015
    Wageningen : Wageningen UR Alterra (Alterra-rapport 2672) - 2
    aandachtstekort hyperactiviteitstoornis - kinderen - gezondheid van kinderen - milieu - openbaar groen - buurten - stadsomgeving - lagere klassen - sociaal-economische positie - attention deficit hyperactivity disorder - children - child health - environment - public green areas - neighbourhoods - urban environment - lower classes - socioeconomic status
    Er zijn steeds meer aanwijzingen dat groen in de woonomgeving goed is voor de gezondheid. Vooral het rustgevende en herstellende vermogen van contact met groen lijkt daarbij van belang. Voorbeelden uit onderzoek zijn: sneller herstel van een stressvolle gebeurtenis, beter concentratievermogen en meer zelfbeheersing. Het meeste onderzoek kijkt echter alleen naar volwassenen; onderzoek onder kinderen is relatief schaars. Een nieuwe studie heeftving gekeken naar de relatie tussen de hoeveelheid groen in de woonomgeen het gebruik van ADHD-medicatie door kinderen.
    Verkenning van de rol van (openbaar) groen op wijk- en buurtniveau op het hitte-eilandeffect
    Spijker, J.H. ; Kramer, H. ; Jong, J.J. de; Heusinkveld, B.G. - \ 2012
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 295) - 28
    openbaar groen - stedelijke gebieden - stadsomgeving - warmte - temperatuur - buurten - rotterdam - public green areas - urban areas - urban environment - heat - temperature - neighbourhoods - rotterdam
    Dit werkdocument gaat in op de effecten van (openbaar) groen op het Urban Heat Island Effect (UHI). Voor vijftien wijken in Rotterdam is een relatie gelegd tussen het bedekkingspercentage van verschillende hoogteklassen groen en de grootte van het UHI-effect. Er worden hierbij grote verschillen tussen de wijken gevonden. Voorts is voor drie buurten in beeld gebracht welke effecten het opgaande groen heeft op de hoeveelheid zonne-instraling die het straatniveau bereikt. Deze laatste bepaalt het comfort op straatniveau gedurende de dag.
    Living together in multi-ethnic neighbourhoods; The meaning of public spaces for issues of social integration.
    Peters, K.B.M. - \ 2011
    Wageningen University. Promotor(en): Jaap Lengkeek, co-promotor(en): Henk de Haan. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789086861903 - 266
    openbare ruimte - buurten - sociale integratie - etnische groepen - culturele interactie - open ruimten - openbaar leven - stedelijke samenleving - stedelijke gebieden - vrije tijd - cultuursociologie - sociale geografie - nederland - public space - neighbourhoods - social integration - ethnic groups - cultural interaction - open spaces - public life - urban society - urban areas - leisure - cultural sociology - social geography - netherlands

    This study examines the daily life in multi-ethnic neighbourhoods, and how people with different ethnic backgrounds live together. My research shows that positive experiences in public spaces contribute to feeling at home in a multi-ethnic neighbourhood. Not only intense and lasting contacts, but also short interactions contribute to feeling at home somewhere. By being in public space, relationships are formed with these spaces and with other people; residents feel at home and as such, integration has taken place. I therefore want to emphasize that politicians should look at the everyday realities in neighbourhoods like Lombok when discussing issues related to multi-ethnic societies. Repeatedly stressing the dichotomy between native and non-native Dutch citizens and focusing on problems, has a negative effect on the everyday lives of people because it produces and reproduces stereotyped images. I believe that integration is not only about non-native Dutch residents adapting themselves to Dutch society: it is also about the extent to which people from various backgrounds live together and feel at home in their neighbourhood.

    Living together in multi-ethnic neighbourhoods; The meaning of public spaces for issues of social integration.
    Peters, K.B.M. - \ 2011
    Wageningen : Wageningen Academic Publishers - ISBN 9789086867462 - 251
    sociology - neighbourhoods - netherlands - social integration - social problems - contemporary society - ethnic groups - immigration - immigrants - acculturation - sociologie - buurten - nederland - sociale integratie - sociale problemen - hedendaagse samenleving - etnische groepen - immigratie - immigranten - acculturatie
    In Western societies, such as the Netherlands, people with different ethnic backgrounds live together in urban areas. This book examines daily life in multi-ethnic neighbourhoods and the meaning of public spaces for social integration. Through observations and interviews in two Dutch cities (Nijmegen and Utrecht) insight is gained into the use and perception of public spaces. Positive experiences in public spaces contribute to feeling at home in a multi-ethnic neighbourhood. Not only intense and lasting contacts, but also fleeting interactions contribute to feeling at home. Experience with diversity contributes to a realistic view of multiculturalism, a view that is based on everyday experiences, with all its positive and negative implications. This, however, does not mean that residents do not use stereotypes or categorizations. However, there is a major difference between the public discourse - which focuses on differences and problems - and everyday encounters, which are perceived as a way to experience and enjoy diversity. Recommendations are that politicians should look at the everyday realities in multi-ethnic neighbourhoods when discussing issues related to multi-ethnic societies. Repeatedly stressing the dichotomy between native and non-native Dutch citizens and focusing on problems, has a negative effect on the everyday lives of people because it produces and reproduces stereotyped images. Integration is not only about non-native Dutch residents adapting themselves to Dutch society: it is also about the extent to which people from various backgrounds live together and feel at home in their neighbourhood.
    Belevingswaardenmonitor Nota Ruimte 2009 : eerste herhalingsmeting landschap en groen in en om de stad
    Boer, T.A. de; Groot, M. de - \ 2010
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-rapport 109) - 74
    stadsomgeving - buurten - openbaar groen - belevingswaarde - perceptie - omgevingspsychologie - landschap - monitoring - urban environment - neighbourhoods - public green areas - experiential value - perception - environmental psychology - landscape - monitoring
    In de Belevingswaardenmonitor 2009 is de beleving en de waardering van het buurtgroen en het groen in de wijdere leefomgeving onderzocht. Ook is gekeken of er veranderingen zijn ten opzichte van de nulmeting van de Belevingswaarden-monitor in 2006. Ruim 70.000 mensen namen deel aan het enquêteonderzoek uitgevoerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Uit de enquêteresultaten blijkt dat Nederlanders gemiddeld (zeer) tevreden zijn over hun woonomgeving en het buurtgroen. Het groen in de wijdere leefomgeving krijgt een 7,6 als rapportcijfer. Hoeveelheid en bereikbaarheid van het groen zijn hiervoor belangrijke verklarende factoren. Waardering en gebruik van het (buurt)groen is in de G31-gemeenten lager dan in de rest van Nederland. Ten opzichte van de meting in 2006 is de tevredenheid over het buurtgroen licht afgenomen, maar denkt men positiever over de hoeveelheid groen in de wijdere leefomgeving. Ook zijn in 2009 minder activiteiten in het groen in de wijdere leefomgeving ondernomen. Trefwoorden: belevingswaardenmonitor, beleving, buurtgroen, groen in de wijdere leefomgeving, landschap
    Niet bij rood alleen: buurtgroen en sociale cohesie
    Vreke, J. ; Salverda, I.E. ; Langers, F. - \ 2010
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2070) - 55
    stadsomgeving - buurten - woonwijken - sociaal welzijn - groenbeheer - openbaar groen - volkstuinen - urban environment - neighbourhoods - residential areas - social welfare - management of urban green areas - public green areas - allotment gardens
    De positie van groen als stedelijke voorziening wordt bemoeilijkt doordat de omvang van ‘opbrengsten’ van groen vanwege kennislacunes niet kan worden ingebracht in belangenafwegingen tussen groen, rood en grijs. De invloed van in een buurt aanwezig groen op buurtgebonden sociale cohesie is zo’n kennislacune. Via een kwalitatieve benadering is op basis van secundaire data-analyse geïllustreerd dat en hoe in een buurt aanwezig groen bijdraagt aan sociale cohesie. Voor sterk en zeer sterk stedelijke buurten is een statistische (en niet een causale) relatie geschat om een indicatie te krijgen van de omvang van de bijdrage van verschillende typen groen (park, plantsoen, volkstuin en natuurlijk groen) en water. Omdat daarbij is gecorrigeerd voor de invloed van groen op buurtkenmerken, betreft dit de directe en de indirecte (via buurtkenmerken) bijdrage aan sociale cohesie. Bij parken is de geschatte bijdrage negatief, bij alle andere typen is de geschatte bijdrage aan buurtgebonden sociale cohesie positief.
    In fear of abandonment : slum life, community leaders and politics in Recife, Brazil
    Koster, M. - \ 2009
    Wageningen University. Promotor(en): Th. Blom Hansen, co-promotor(en): Monique Nuijten; Pieter de Vries. - [S.l. : S.n. - ISBN 9789085852971 - 356
    sociologie - sociale antropologie - steden - stedelijke gebieden - armoede - economisch achtergestelden - buurten - sociale structuur - stedelijke samenleving - stedelijke bevolking - gemeenschappen - leiderschap - politiek - stadsontwikkeling - brazilië - latijns-amerika - sociology - social anthropology - towns - urban areas - poverty - economically disadvantaged - neighbourhoods - social structure - urban society - urban population - communities - leadership - politics - urban development - brazil - latin america
    This book sets out to contribute to the pursuit of ‘making nonpersons full human beings’
    (Boff & Boff:1987:8). It provides insights in the lives of residents of the slum of “Chão de
    Estrelas” in Recife, Brazil. I argue that slum dwellers should not be mystified and
    misrecognised as “the other”, as different from “normal” citizens, because of their
    marginalised position. I show that the slum is, in fact, an eminently knowable world.
    This book presents how slum dwellers, directed by local lideres comunitarios, community
    leaders, strive for material and intangible resources and engage in utopian projects. I
    argue that the needs and aspirations of these people, who are at constant risk of being
    ignored, disconnected, and abandoned, emerge from their yearnings for recognition and
    connectivity, and a fear of abandonment. To understand this life in the slum, I focus on
    the ways slum dwellers attempt to realise their needs and aspirations, modes of
    operating which I call “slum politics”.
    Chapter 1 defines slum politics as grounded in the needs and aspirations of those
    who live in the margins. Drawing on the work of Oscar Lewis (1959, 1965), it analyses
    how life in the slum, through stigmatisation and a long history of marginalisation, is
    reproduced in ways that are fundamentally different from middle- and upper-class
    people. This difference, expressed in particular needs and aspirations, is not generated
    because slum dwellers are a different kind of people, but because have they been
    structurally segregated in the dominant political and economic order. This chapter
    documents how these particular needs and aspirations, although not solely held by
    slum dwellers, are more emphatically and urgently present in their lives in the margins
    of the political and economic order, and have material, intangible and utopian
    dimensions. Material needs exist, for instance, for money, food, and employment.
    Intangible, or social, needs can be viewed in attempts to establish connections to all
    kinds of people and to gain prestige. Utopian aspirations find their expression in slum
    dwellers’ cravings for solidarity, a better environment, and a desire to be connected to
    the world instead of being ignored by it.
    This chapter coins the concept of slum politics as the ongoing and never finished
    endeavour of slum dwellers of creating connections and possibilities which break off all
    the time. Slum politics, driven by attempts to be connected to the political and economic
    order, centres on the notion of connectivity, the intricate face-to-face relations between
    persons which need to be constantly maintained, and a fear abandonment, which means
    being forsaken and excluded by everybody. It includes practices in the realms of family
    life, making a living, and dreaming about the future.
    Chapter 2 provides a portrait of community leadership. It shows how community
    leaders are the main facilitators of slum politics, as they articulate and consolidate needs
    and aspirations of their fellow slum dwellers, which they, being slum dwellers
    340
    themselves, know well. Community leaders distinguish themselves from other slum
    dwellers by their talent to establish and maintain myriad connections, both to other
    slum dwellers and people outside the slum. Through these connections they attempt to
    create access to resources, to gain prestige, and arrive at recognition of their needs and
    those of their fellow slum dwellers.
    Community leaders also need their connections in order to make a living. They
    engage in the realm of electoral politics, looking for resources and prestige. Yet, their
    practices inevitably implicate them in particular tensions between opposing dimensions.
    They are confronted with the diverging expectations of fellow slum dwellers. This
    results in tensions of love for the community versus self-interest, and between the
    expectation that community leaders derive prestige and resources through electoral
    politics and the accusation that they are contaminated by electoral political interests.
    Slum dwellers are attracted by electoral politics’ image of opulence and possibilities
    beyond compare. Meanwhile, they distrust involvement in it, as it seemingly
    marginalises community issues in favour of assuming and maintaining public positions
    and making money.
    Chapter 3 introduces the community leaders Ovídio, Creuza, and Zezinho, their
    personalities, their projects, their operational styles, and their competition. It pays
    attention to how they articulate and consolidate needs and aspirations of their fellow
    slum dwellers, and operate between the tensions introduced in chapter 2. Each leader’s
    trajectory towards becoming a leader is presented, including their historical record of
    achievements and their thematic interests, comprising issues in which they specialise,
    which allow them to establish connections with people around specific topics. Three
    case studies are presented, one on each community leader, closely examining how they
    give shape to slum politics in their projects.
    Chapter 4 discusses how ordinary life in the slum is lived, through narrating
    histories of how four families in the slum organise their lives. These stories shed light on
    the way the economy is lived in a site where unemployment is high, self-employment
    often the only way to make a living, and allowances form a great part of the money
    coming in. I show a particular economic dynamic, where much of the money remains
    circulating within the slum, with a specific gendered labour division, an emphasis on
    connections, gift-giving, and a social use of money.
    In Chapter 5, I analyse how slum politics is intertwined with, but different from,
    electoral and themselves, know well. Community leaders distinguish themselves from other slum
    dwellers by their talent to establish and maintain myriad connections, both to other
    slum dwellers and people outside the slum. Through these connections they attempt to
    create access to resources, to gain prestige, and arrive at recognition of their needs and
    those of their fellow slum dwellers.
    Community leaders also need their connections in order to make a living. They
    engage in the realm of electoral politics, looking for resources and prestige. Yet, their
    practices inevitably implicate them in particular tensions between opposing dimensions.
    They are confronted with the diverging expectations of fellow slum dwellers. This
    results in tensions of love for the community versus self-interest, and between the
    expectation that community leaders derive prestige and resources through electoral
    politics and the accusation that they are contaminated by electoral political interests.
    Slum dwellers are attracted by electoral politics’ image of opulence and possibilities
    beyond compare. Meanwhile, they distrust involvement in it, as it seemingly
    marginalises community issues in favour of assuming and maintaining public positions
    and making money.
    Chapter 3 introduces the community leaders Ovídio, Creuza, and Zezinho, their
    personalities, their projects, their operational styles, and their competition. It pays
    attention to how they articulate and consolidate needs and aspirations of their fellow
    slum dwellers, and operate between the tensions introduced in chapter 2. Each leader’s
    trajectory towards becoming a leader is presented, including their historical record of
    achievements and their thematic interests, comprising issues in which they specialise,
    which allow them to establish connections with people around specific topics. Three
    case studies are presented, one on each community leader, closely examining how they
    give shape to slum politics in their projects.
    Chapter 4 discusses how ordinary life in the slum is lived, through narrating
    histories of how four families in the slum organise their lives. These stories shed light on
    the way the economy is lived in a site where unemployment is high, self-employment
    often the only way to make a living, and allowances form a great part of the money
    coming in. I show a particular economic dynamic, where much of the money remains
    circulating within the slum, with a specific gendered labour division, an emphasis on
    connections, gift-giving, and a social use of money.
    In Chapter 5, I analyse how slum politics is intertwined with, but different from,
    electoral and governmental politics. I follow Partha Chatterjee’s theorising on popular
    politics, conceptualised as those ‘contrary mobilisations’ that may have ‘transformative
    effects … among the supposedly unenlightened sections of the population’ (2004:49).
    Chatterjee distinguishes the politics of marginalised people from the politics of the state
    apparatus and the government, and argues that the former should not be understood as
    “pre-political” and backward, but as a politics with its own parameters and logics,
    ‘different from that of the elite’ (idem:39). My reservation to Chatterjee’s theorisations is that he presents popular politics as a residual category, derived from governmental
    politics. I argue instead that slum politics is not primarily reactive to or derived from
    governmental politics, but co-exists with it as it is constituted in the needs and
    aspirations of slum dwellers.
    Chapter 6, zeroing in on the 2004 municipal elections, shows the overlap between
    slum politics and electoral politics. It documents how electoral politics penetrates into
    the slum and contaminates slum politics. Community leaders employ the moment of the
    elections to negotiate with candidates to garner resources for the community and
    themselves. However, electoral politics entails the possible risk of steering away from
    community interests into issues of self-interested yearnings for power and money. Two
    case studies show attempts of community leaders, as political canvassers, to manoeuvre
    in the realm of electoral politics in such ways as to also make money, cater to needs and
    aspirations of fellow slum dwellers, and steer clear of accusations of being selfinterested.
    Chapter 7 presents a case study of encounters between slum politics and
    governmental politics. Parts of Chão de Estrelas were planned to be regenerated by a
    large World Bank funded slum upgrading programme. I analyse the preamble of the
    programme, how it affected the population of the slum, and how community leaders
    dealt with it. With reference to Bruno Latour’s work, I argue that the ambiguity which
    existed around the programme actually called it into existence. I contend that a project
    creates a context in which it becomes real, through rumours and ‘little solidities’ (Latour
    1996:45), like meetings, surveys, maps, aerial photographs, offices, brochures, registers,
    maps, surveyors and their reports, and census stickers.
    I also argue that the programme affected slum dwellers in their most vulnerable
    places: their homes, neighbourhoods, and possibilities for work. As a consequence,
    feelings of despair, evoking fears of being ignored as a person with specific needs and
    aspirations, hit hard in the lives of slum dwellers.
    Chapter 8 analyses how life in the slum is framed by violence. Next to the symbolic
    and structural violence of discrimination, slum dwellers face acts of violence on a daily
    basis, like fights, assaults and shoot-outs, often related to drug trade. Community
    leaders and drug traders maintain a tacit balance by which they steer clear of contact
    with each other. Slum dwellers, I show, perceive of violence as extraordinary through
    acts of mentioning it, reflecting upon it, avoiding it, and expressing aspirations for a life
    without it. In contrast, they also see violence as normal, as it is an everyday life
    experience.
    Furthermore, this chapter argues that, whereas actual violence occurs at random,
    potential violence is structured and structuring. Dealing with potential violence, slum
    dwellers ban violence discursively from their personal lives by depicting it as related to
    ‘the other’ and ‘elsewhere’. In addition, they adhere to moral categories which define
    those who die from violence as evil, as such seeing their death as a good thing which rids the community of wrong-doers.
    Turning again to the intersection between slum politics and governmental politics,
    the chapter argues that the concept of citizenship does not resonate with the lives of
    slum dwellers who reside in sites where citizenship rights per definition do not hold.
    Part of the violence slum dwellers face is related to the intrusive workings of the statedesigned
    project of registered citizenship, which centres on the compulsory carrying of
    identity cards. Slum dwellers, instead of being recognised as citizens through their
    identity cards, are discriminated and approached in violent ways by the police who
    consider them as criminals.
    Chapter 9, as a conclusion, argues once more against the mystification and
    “othering” of slum dwellers, and distances them from the philosopher Giorgio
    Agamben’s notion of homo sacer (1998, 2005). Slum dwellers do not coincide with homo
    sacer, as they are not officially abandoned by law and maintain personal connections
    with people outside the slum. Further, the dominant image of the slum dweller as a
    dangerous criminal separates him from homo sacer, who is harmless. Moreover, slum
    politics assigns a political quality to life in the slum, which makes it a politically
    qualified life (bios) instead of the bare life (zoē) of homo sacer. Slum dwellers’ position in
    the political and economic order, although marginalised, is different from the position of
    homo sacer, who exists outside of the order. Finally, in contrast to homo sacer, slum
    dwellers are not a minority, but a fast growing social class which will soon exist of more
    than half of the world’s population. I incite anthropologists to study not only the general
    exclusionary workings of political systems, but also the mundane practices and utopian
    aspirations of people living in the margins, as an analysis of these may help to imagine
    novel political possibilities.
    Vrije tijd en sociale controle in de woonomgeving: Privacy regulering, domeinvorming en de beleving van het wonen
    Haan, H.J. de - \ 2007
    Vrijetijdstudies 25 (2007)3. - ISSN 1384-2439 - p. 5 - 22.
    woningen - huisvesting - sociale interactie - buurtactie - maatschappelijke betrokkenheid - buurten - groepsgedrag - belevingswaarde - privacy - dwellings - housing - social interaction - community action - community involvement - neighbourhoods - group behaviour - experiential value
    In Nederland besteden mensen een groot deel van hun vrije tijd in de woning en de woonomgeving. Om van het wonen een ‘beleving’ te maken, wordt veel aandacht besteed aan de inrichting van de woning en de kwaliteit van de buurt. In dit artikel staat de relatie tussen de woning (het privé domein) en de woonomgeving centraal. Aan de hand van begrippen als territorialiteit en domeinvorming wordt ingegaan op de aard en het belang van buurtinteracties. De woning is enerzijds de ultieme plek waar mensen geborgenheid en privacy zoeken. Anderzijds staat deze plek bloot aan sociaal-ruimtelijke invloeden van buitenaf. Om deze invloeden te beheersen, en zodoende het privé domein te beschermen, moeten buurtbewoners elkaar en de omgeving leren kennen. De belevingswaarde van de eigen woning wordt mede bepaald door de relatie met de omgeving. Buurtactiviteiten en sociale interacties hebben in die zin niet alleen een intrinsieke, maar ook een instrumentele waarde. Een eerste artikel in een themanummer over "buurt en vrije tijd"
    Buitengewoon binnenterrein : met buurtbewoners ontwerpen aan een plein in de Arnhemse wijk Sint Marten
    Windt, N.P. van der; Bakker, K. ; Fähnrich, F. ; Cate, B. ten - \ 2007
    Wageningen : Wetenschapswinkel Wageningen UR (Rapport / Wetenschapswinkel Wageningen UR 237) - ISBN 9789085850793 - 40
    stedelijke planning - ontwerp - overheidsdomein - buurten - nederland - open ruimten - bewonersparticipatie - gelderland - urban planning - design - public domain - neighbourhoods - netherlands - open spaces - community participation - gelderland
    In woonwijk Sint Marten (Arnhem) ligt een plein temidden van een sociaal woningbouwcomplex uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. Het plein voldoet niet meer als aantrekkelijke speel- en ontmoetingsplek. Een groep betrokken bewoners heeft Wageningen UR gevraagd om voor dit plein een ontwerp te maken. Om een plein te kunnen ontwerpen waar de bewoners zich verantwoordelijk voor voelen en graag komen, zijn de buurtbewoners –groot en klein– actief bij het stedebouwkundig ontwerp betrokken
    10 Rotterdammers, 118 foto's, onderzoek naar de waardering en beleving van groen onder bewonersgroepen in de deelgemeente Noord
    Ruiter, E.M.V. de; Aalbers, C.B.E.M. - \ 2005
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1221) - 70
    attitudes - participatie - stedelijke gebieden - buurten - stadsomgeving - steden - perceptie - nederland - openbaar groen - gemeenten - attitudes - participation - urban areas - neighbourhoods - urban environment - towns - perception - netherlands - public green areas - municipalities
    In dit onderzoek hebben jongens en meiden van Marokkaanse komaf, moeders van Turkse komaf en autochtone oudere dames foto’s gemaakt van mooi en lelijk groen. Deze zijn vervolgens besproken in diepte-interviews zodat Alterra hun waardering en beleving en wensen wat betreft het groen kon achterhalen. De onderzoeksaanpak wordt toegelicht, de foto-en interviewresultaten worden geanalyseerd en vertaald in aanbevelingen voor vragen voor in de omnibusenquête van de gemeente Rotterdam. De aanbevelingen hebben betrekking op de relaties tussen de inrichting van het openbaar groen en groenwaardering, -beleving en -gebruik. Het rapport vermeldt hoe en met welk ervaringsdoel de verschillende bewonersgroepen het groen bezoeken en hoe zij het waarderen en beleven
    Closed communities: een verkennend onderzoek naar gesloten gemeenschappen in Nederland
    Dam, R.I. van; Eshuis, J. ; Aarts, M.N.C. ; During, R. - \ 2005
    Wageningen : Wageningen UR - ISBN 9789067549523 - 73
    gemeenschappen - sociale verandering - ruimtelijke ordening - groepen - buurten - sociale participatie - nederland - governance - communities - social change - physical planning - groups - neighbourhoods - social participation - netherlands - governance
    Binnen het Wageningse onderzoeksprogramma Boundaries of Space worden mogelijkheden geëxploreerd om inrichtingsprocessen te construeren vanuit de samenleving zelf, om daarmee een bijdrage te leveren aan een noodzakelijke modernisering van het ruimtelijke ordeningsbeleid. Deze modernisering wordt in het beleid aangeduid als de weg van toelatingsplanologie naar ontwikkelingsplanologie. Om beslagen ten ijs te komen in deze zoektocht, is het nodig te weten wat mensen zoal doen met de ruimte. Waar zitten de krachtige bewegingen die kunnen leiden tot interessante ruimtelijke ontwikkelingen?
    Leefkwaliteit stationsgebied Utrecht
    Berg, A.E. van den; Beer, A. ; Hamel, R. ; Manneke, A. ; Schildwacht, P. - \ 2003
    Utrecht : Gemeente Utrecht - 101
    stedelijke gebieden - levensomstandigheden - levensstandaarden - sociaal welzijn - steden - buurten - kwaliteit - nederland - utrecht - urban areas - living conditions - living standards - social welfare - towns - neighbourhoods - quality - netherlands - utrecht
    Groen wonen en allochtonen; een literatuurverkenning
    Bruggen, R.T. van - \ 2000
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 120) - 38
    woningen - huizen - huisvesting - stedelijke terreinen - consumentenvoorkeuren - groene zones - stadsparken - recreatiegebieden - innovaties - stedelijke gebieden - steden - migranten - minderheden - buurten - ruimtelijke ordening - nederland - literatuuroverzichten - dwellings - homes - housing - urban sites - consumer preferences - green belts - urban parks - amenity and recreation areas - innovations - urban areas - towns - migrants - minorities - neighbourhoods - physical planning - netherlands - literature reviews
    De positie van de allochtone inwoners van de Nederlandse steden wordt in dit rapport belicht, met name wat de specificiteit van woonwensen betreft. Wat zijn de wensen van allochtonen ten aanzien van groen in de woonomgeving? Het betreft hier voornamelijk de zogenaamde buitencentrummilieus in de terminologie van de Nota Wonen. Wordt er bij nieuwbouw of herstructurering rekening gehouden met deze wensen, en zo ja op welke manier? Hoewel de woonwensen en huishoudenssamenstelling van allochtonen na verloop van tijd steeds meer overeenkomen met die van autochtonen in een vergelijkbare sociaal-economische positie, zal van gehele assimilatie waarschijnlijk geen sprake zijn. De vraag komt aan de orde of een dergelijke ontwikkeling kan leiden tot specifieke eisen aan de woonmilieus, met name wat betreft de groenstructuren die daarmee samenhangen.
    De randstad komt eraan; Ondernemers over de kwaliteit van de leefomgeving in de West-Betuwe.
    Elbersen, B.S. ; Jokovi, E.M. ; Overbeek, M.M.M. - \ 1999
    Den Haag : LEI (Rapport LEI 4.99.12) - ISBN 9789052424927 - 54
    landbouwgrond - platteland - buurten - woonwijken - ondernemerschap - nederland - betuwe - agricultural land - rural areas - neighbourhoods - residential areas - entrepreneurship - netherlands - betuwe
    Een verkennend onderzoek naar de waardering van de kwaliteit van de leefomgeving door ondernemers in de groene ruimte van de West-Betuwe. Naast een literatuurstudie zijn sleutelfiguren geraadpleegd en interviews gehouden onder ondernemers. Het doel van de interviews was om helder te krijgen waarom ondernemers zich in de groene ruimte van de West-Betuwe hebben gevestigd en welke opvattingen ondernemers hebben over de kwaliteit van hun woon- en werkomgeving. Slechts een deel van ondernemers heeft de huidige locatie gekozen op basis van factoren relevant voor het bedrijf. Veel vaker was er sprake van een historische binding met de locatie, dan wel wilde men graag in de regio (blijven) wonen. Een groene omgeving is alleen voor ondernemers met ruimte-extensieve activiteiten (landbouw en recreatie) van wezenlijk belang. Voor de ruimte-intensieve bedrijven (nijverheid en zakelijke dienstverlening) speelt bij de locatiekeuze eerder de centrale ligging. Ondernemers die lang geleden in de regio zijn gevestigd, zijn negatiever over de gevolgen van urbanisatie dan de nieuwkomers die inspelen op de groeiende vraag naar groen, ruimte en rust. Ondernemers steunen het beleid ten aanzien van het buitengebied, maar verschillen van mening of het gemeentelijk beleid genoeg inspeelt op de ontwikkelingen in de groene ruimte.
    Vraag naar natuurgebonden recreatie in kaart gebracht; inclusief een ruimtelijke confrontatie met het lokale aanbod
    Vries, S. de - \ 1999
    Wageningen : Staring Centrum - ISBN 9789032702878 - 127
    recreatie - natuurtoerisme - modellen - geografische informatiesystemen - aanbodsevenwicht - vraag - aanbod - milieu - buurten - ruimtelijke variatie - nederland - natuur - recreation - nature tourism - models - geographical information systems - supply balance - demand - supply - environment - neighbourhoods - spatial variation - netherlands - nature
    In het kader van `Operatie Boomhut, de natuur als leefomgeving', een project van de directie Natuurbeheer van het ministerie van LNV, is een gedetailleerd ruimtelijk beeld geconstrueerd van de vraag naar natuurgebonden recreatie. Hierbij is gebruik gemaakt van het Vraagmodel Dagrecreatie, dat binnen dit project verder is ontwikkeld. Bij de toepassing van het model is gebruik gemaakt van de gegevens zoals die verzameld zijn door INTOMART, eveneens in het kader van Operatie Boomhut. Daarnaast is het lokale aanbod per CBS-buurt in beeld gebracht door middel van een analyse van bestaande geografische bestanden. De relatie tussen deze fysieke kenmerken en de subjectieve oordelen van bewoners over de natuur in hun leefomgeving is onderzocht. De uitkomsten van deze analyses zijn, wanneer dit verantwoord leek, vertaald in landsdekkende kaartbeelden. Tot slot is het effect van het lokale aanbod op het recreatieve gedrag bestudeerd.
    Ooghoogte 1 meter: wat vinden kinderen van de eigen woonomgeving?
    Oost, L. ; Spinnewijn, C. - \ 1999
    Groen : vakblad voor groen in stad en landschap 55 (1999)10. - ISSN 0166-3534 - p. 14 - 17.
    levensomstandigheden - buurten - huizen - huisvesting - infrastructuur - speelterreinen - sociale ecologie - openbare parken - publieke tuinen - landschap - perceptie - kinderen - wensen - districten - living conditions - neighbourhoods - homes - housing - infrastructure - playgrounds - human ecology - public parks - public gardens - landscape - perception - children - desires - districts
    Onderzoek naar woonmilieu's met groene kwaliteiten. Het doel, de methode en onderzoeksresultaten zijn vermeld
    Oosteind, dat unieke stukje Brabant : "Interactieve planvorming met de bewoners van Oosteind"
    Dijk, A. van - \ 1999
    Wageningen : Wetenschapswinkel (Rapport / Wetenschapswinkel 150) - ISBN 9789067545631 - 68
    ruimtelijke ordening - plaatselijke planning - sociale participatie - levensomstandigheden - huisvesting - buurten - natuurbescherming - planning - nederland - noord-brabant - natuur - physical planning - local planning - social participation - living conditions - housing - neighbourhoods - nature conservation - planning - netherlands - noord-brabant - nature
    Multifunctionele landbouw; ruimtelijke verkenning van de landelijke behoefte op gemeenteniveau
    Hermans, C.M.L. ; Vereijken, P.H. - \ 1998
    Wageningen : DLO-Staring Centrum
    natuurlijke hulpbronnen - landbouwproductie - platteland - ruimtelijke ordening - natuurbescherming - recreatie - buurten - natural resources - agricultural production - rural areas - physical planning - nature conservation - recreation - neighbourhoods
    In deze studie staan twee beleidsvragen centraal. De eerste is in welke gebieden in Nederland er behoefte is aan een grotere bijdrage van de landbouw aan een aantrekkelijke leefomgeving of beheer van strategische voorraden. De tweede is waar grote behoeften aan multifunctionele landbouw van de functies aantrekkelijke leefomgeving of beheer van strategische voorraden samenvallen met de behoefte om de economische productiefunctie versterken. De verkenning is uitgevoerd op gemeenteniveau. Per functie isgezocht naar een indicator die de behoefte aan multifunctionele landbouw weergeeft. Per indicator zijn de gemeenten ingedeeld in drie behoefteklassen en het resultaat is ruimtelijk weergegeven op monofunctionele kaarten. Tenslotte is per gemeente de behoefte aan multifunctionele landbouw vanuit de functies tezamen vastgesteld en weergegeven op multifunctionele kaarten.
    De meerwaarde van groen voor wonen; Een regionale analyse
    Leeuwen, M.G.A. van - \ 1997
    Den Haag : LEI-DLO (Mededeling / Landbouw-Economisch Instituut (LEI-DLO) 576) - ISBN 9789052423722 - 58
    steden - woonwijken - buurten - openbaar groen - openbare parken - recreatiegebieden - publieke tuinen - huisvesting - milieu - bosbouw - bosbouw in steden - regio's - economie - grondbeleid - pachtstelsel - districten - wensen - woningmarkt - towns - residential areas - neighbourhoods - public green areas - public parks - amenity and recreation areas - public gardens - housing - environment - forestry - urban forestry - regions - economics - land policy - tenure systems - districts - desires - housing market
    De waardering van lokaal en regionaal groen wordt voor een deel bepaald door het markt- en prijsmechanisme. Groen kan daarnaast als een collectief goed of niet-marktbaar goed worden beschouwd. Deze laatste categorie producten kent geen marktvorming, waardoor de waardering van groen moeilijker is. Dit onderzoek moet allereerst een inventarisatie opleveren van de onderzoeksresultaten over de economische betekenis van marktbaar en niet-marktbaar groen. Aan de hand van literatuuranalyses wordt aangegeven dat groen niet alleen geld kost, maar op termijn ook tot verdiensten leidt. Inzicht wordt ook gegeven in methoden die van nut kunnen zijn om die economische betekenis van lokaal en regionaal groen te kwantificeren. Op basis van het inventariserende overzicht worden vervolgens voorstellen gedaan voor verder onderzoek. Het doel hiervan is om een completer beeld te creëren van groen in termen van economische waardering. In het tweede deel van dit rapport wordt één van die aanbevelingen nader uitgewerkt. Door middel van een landelijke enquête onder makelaars wordt de betekenis van lokaal en regionaal groen voor het wonen nader gekwantificeerd.
    Kind en gebouwde omgeving
    Leeuwen, H. van - \ 1984
    In: NITHOO : nieuwe inventarisatie toegepaste huishoudwetenschappen, onderzoek en onderwijs / van Leeuwen, H., Ruiter, C., Guenther, H., - p. C41 - C41.
    recreatiegebieden - kinderen - kinderspelen - spellen - groene zones - huisvesting - zuigelingen - buurten - spel - speelterreinen - woonwijken - steden - districten - amenity and recreation areas - children - children's games - games - green belts - housing - infants - neighbourhoods - play - playgrounds - residential areas - towns - districts
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.