Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 8 / 8

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Global rivers warming up: impacts on cooling water use in the energy sector and freshwater ecosystems
    Vliet, M.T.H. van - \ 2012
    Wageningen University. Promotor(en): Pavel Kabat, co-promotor(en): Fulco Ludwig. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461734242 - 196
    klimaatverandering - oppervlaktewater - zoetwaterecologie - watertemperatuur - rivierafvoer - koelwater - waterorganismen - nadelige gevolgen - climatic change - surface water - freshwater ecology - water temperature - stream flow - cooling water - aquatic organisms - adverse effects - cum laude
    cum laude graduation (with distinction)
    Beoordelingssystematiek koelwateronttrekkingen - vervolg
    Vriese, F.T. ; Griffioen, A.B. ; Deerenberg, C.M. - \ 2012
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C024/12) - 62
    vissen - koelwater - wateraanvoer - visbestand - waterbeweging - nadelige gevolgen - fishes - cooling water - water advance - fishery resources - water motion - adverse effects
    In het kader van de ontwikkeling van een beoordelingssystematiek voor bedrijven die koelwater onttrekken uit een Nederlands water, heeft MEETPOL in het najaar van 2007 en het voorjaar van 2008 onderzoek laten uitvoeren naar de effecten van het inzuigen van vis door koelwaterinlaten. Doel van deze onderzoeken was om inzicht te krijgen in welk deel van het aanwezige visbestand wordt ingezogen in verschillende perioden van het jaar. Het is nauwelijks bekend welke effecten de inzuiging van kleine, meest juveniele vis door koelwatersystemen heeft op de totale omvang van de vispopulatie (standing stock). Het is echter voor de vergunningverlening noodzakelijk om te beoordelen of een onttrekker van koelwater mogelijk significante effecten heeft op een standing stock of niet.
    Inventarisatie van lozingspluimen als potientiele migratie-barriere
    Foekema, E.M. ; Rippen, A.D. ; Slijkerman, D.M.E. - \ 2011
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C078/11) - 28
    vissen - waterkwaliteit - rioolafvalwaterverwijdering - afvalwaterbehandelingsinstallaties - koelwater - zout water - vismigratie - fishes - water quality - sewage effluent disposal - waste water treatment plants - cooling water - saline water - fish migration
    Dat niet-fysieke barrières, zoals een plaatselijke verandering in waterkwaliteit of lozingen van verontreinigende stoffen, een potentiële belemmering voor trekkende vis kan vormen wordt vaak geopperd, maar hier zijn echter zeer weinig studies naar uitgevoerd. De meeste studies hebben betrekking op zuurstofarme zones in stroomgebieden of pluimen uit waterkrachtcentrales met oververzadiging aan zuurstof. In veel laboratoriumexperimenten is vastgesteld dat vissen vele chemische en fysische componenten kunnen waarnemen en hierop reageren, maar dergelijk ontwijkgedrag is in de vrije natuur slechts zeer zelden bestudeerd. In hoeverre lozingspluimen vismigratie belemmeren door ontwijkgedrag is momenteel derhalve nog vrijwel onbekend. Het is echter aannemelijk dat (migrerende) vissen in het veld ook reageren op de lozing van water dat qua karakteristiek afwijkt van de omgeving. De confrontatie met dergelijke lozingspluimen zal dan aanleiding kunnen geven tot een aarzeling, zoekgedrag langs gradiënten, of zelfs tot de keuze kunnen leiden om niet door de pluim heen te zwemmen. Afhankelijk van de reactie van de vis en de lokale situatie zal een lozingspluim dan een belemmering of zelfs een barrière voor migrerende vis kunnen vormen. Dit zal vooral het geval zijn wanneer de lozingspluim gedurende een lange periode de totale breedte van de waterweg overbrugd. De waarschijnlijkheid dat dit in de Nederlandse situatie gebeurt is onderzocht voor drie typen lozingen te weten: lozing van koelwater, lozing van zout (kwel)water, lozing van effluent uit een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi).
    Modernisering Clauscentrale eenheid A te Maasbracht. Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport
    Aarsen, F.G. van den; Broekmeyer, M.E.A. ; Cronenberg, C.C.H. ; Korf, G. ; Rijn-Vellekoop, L. van - \ 2010
    Utrecht : Commissie voor de Milieueffectrapportage (Rapport 2463-30) - ISBN 9789042131385 - 10
    energiecentrales - koelwater - natura 2000 - luchtverontreiniging - milieueffectrapportage - midden-limburg - power industry - cooling water - natura 2000 - air pollution - environmental impact reporting - midden-limburg
    Voor de uitbreiding en modernisering van de energiecentrale in Maasbracht is een mer uitgevoerd. Milieugevolgen betreffen het koelwater, de luchtkwaliteit, trillingen, maar zeker ook effecten op de natuur. Het betreft hier het natura 2000 gebied Grensmaas
    Nieuwe methode voor de beoordeling van het milieurisico van koelwaterlozingen
    Vries, P. de; Tamis, J.E. ; Murk, A.J. ; Karman, C.C. - \ 2009
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 42 (2009)21. - ISSN 0166-8439 - p. 38 - 40.
    water - afvalwater - lozing - oppervlaktewater - beoordeling - thermische eigenschappen - risicoschatting - koelwater - kaderrichtlijn water - water - waste water - disposal - surface water - assessment - thermal properties - risk assessment - cooling water - water framework directive
    De Kaderrichtlijn Water brengt een aantal beleidsmatige veranderingen: de beoordeling van oppervlaktewaterkwaliteit wordt meer locatiespecifiek en de principes voor de bescherming en het duurzaam gebruik van water moeten worden geintegreerd. Dit geldt ook voor thermische verontreinigingen, niet alleen qua ruimtelijke verspreiding maar ook middels het resulterende effect. Momenteel wordt het effect van toegevoegde warmte veelal met behulp van generieke milieunormen beoordeeld. Het Institute for Marine Resource and Ecosystem Studies (IMARES) ontwikkelde een nieuwe methode om de effecten van thermische verontreiniging locatiespecifiek te kunnen beoordelen. Met deze methode is het bovendien mogelijk om het risico van verschillende stressoren (thermische effecten, toxiciteit, zuurstofloosheid, etc.) te integreren tot één risico-indicatie
    Vochtkarakteristieken van het PAGV - proefveld ten behoeve van het restwarmte - project
    Veerman, G.J. - \ 1986
    Wageningen : ICW (Nota / Instituut voor Cultuurtechniek en Waterhuishouding 1740) - 14
    koelwater - energiebronnen - grondverwarming - bodemwatergehalte - cooling water - energy sources - soil heating - soil water content
    Rest- en afvalwarmte, dat met het koelwater vrijkomt bij veel industriële activiteiten, wordt meestal via het oppervlaktewater geloosd. Een mogelijkheid om deze warmte nuttig te gebruiken wordt onderzocht in een proef bij het Proefstation voor de Akkerbouw en Groenteteelt in de Vollegrond (PAGV) te Lelystad.
    De optimale inzet van een biogas-TE-installatie : een modelbenadering
    Arkenbout, J. - \ 1984
    Wageningen : Instituut voor Mechanisatie, Arbeid en Gebouwen (Rapport / Instituut voor Mechanisatie, Arbeid en Gebouwen no.57) - 18
    bio-energie - biogas - biomassa - energie - bedrijfsresultaten in de landbouw - brandstoffen - warmte - warmteterugwinning - koolwaterstoffen - methaan - aardgas - rentabiliteit - nuttig gebruik - afvalwarmtebenutting - koelwater - bioenergy - biogas - biomass - energy - farm results - fuels - heat - heat recovery - hydrocarbons - methane - natural gas - profitability - utilization - waste heat utilization - cooling water
    Uitgaande van een bekend verondersteld verloop van de energievraag over een etmaal, is nagegaan hoe lang men een op biogas lopende motor/generatorset met warmteterugwinning (TE) per dag moet inzetten om de maximale besparing op inkoopenergie te bereiken. Daarbij is vooral naar het verschil tussen eilandbedrijf en net-parallelbedrijf gekeken. Er is variatie aangebracht in het energiebehoeftepatroon, de totale etmaalsbehoefte, de prijs per uur van het motoronderhoud en van het maximale vermogen van de generator
    Watermatras-, pijpenlint- en pijpenbundelverwarming voor kassen
    Vente, J.M. - \ 1980
    Wageningen : I.M.A.G. (Publikatie / Instituut voor Mechanisatie, Arbeid en Gebouwen no. 148) - 22
    grondverwarming - verwarming - zonne-energieverwarming - verwarmingsapparatuur - ventilatoren - warmte - koelwater - soil heating - heating - solar heating - heaters - ventilators - heat - cooling water
    Deze publikatie beschrijft een onderzoek naar de eigenschappen en de bruikbaarheid van de kunststof watermatras, het kunststof pijpenlint en de kunststof pijpenbundel voor de verwarming van kassen. Bij deze verwarmingsmethoden wordt de restwarmte in industrieel afvalwater of koelwater van elektrische centrales benut, hetzij voor bodemverwarming, hetzij voor het opwarmen van de lucht in de nabijheid van de planten. Bij de proeven werd voor het verwarmen van het water een bassin met verwarmingselementen in het watercircuit van de kasverwarming opgenomen. De watermatras bleek niet geschikt voor toepassing in de Nederlandse glastuinbouw. De redenen hiervoor zijn: een te hoge bodemtemperatuur, te weinig opwarming van de lucht in de omgeving van de planten, zwakte van de matras en een storende bodembedekking. Verder is een hechte, waterdichte verbinding met de aan- en afvoerleidingen moeilijk tot stand te brengen. Het pijpenlint, waarvan de los van elkaar opgestelde pijpen te weinig stijfheid hebben, moet worden gesteund. Om hierin verbetering te brengen zou het als een geheel moeten worden uitgevoerd. In tegenstelling met de watermatras raken het pijpenlint en de pijpenbundel de bodem niet, waardoor meer warmte aan de lucht wordt overgedragen. Daarentegen geven ze lichtverlies door hun verticale opstelling
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.