Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 94

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==depositie
Check title to add to marked list
Voortgang realisatie nationaal natuurbeleid : technische achtergronden van een aantal indicatoren uit de digitale Balans van de Leefomgeving 2016
Sanders, M.E. ; Wamelink, G.W.W. ; Wegman, R.M.A. ; Clement, J. - \ 2016
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 79) - 74
ecologische hoofdstructuur - ecologie - ecosystemen - verdroging (milieu) - verzuring - depositie - natuurbeleid - ecological network - ecology - ecosystems - groundwater depletion - acidification - deposition - nature conservation policy
The Dutch government is, together with its partners, taking measures to create a coherent network ofprotected nature areas and to improve environmental conditions. This in order to halt the decline in the areaof natural habitat and biodiversity and to improve their conservation status. The Government wants to stayinformed on the progress of this policy. The Netherlands Environmental Assessment Agency (PBL) has selectedindicators that should provide answers to the question: ‘What is the progress of the policy measures taken,especially for realising the nature network, improving the nature quality and the environmental conditions aswell?’ The selected indicators have been updated and analysed in order to assess this progress. This reportdescribes the results of the policy measures taken on the basis of the indicators, the technical setting of thedata and methods used to bring these indicators up to date and the reliability and acceptability of it
30 vragen en antwoorden over zwavel
Schils, René - \ 2016
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR - 68
zwavel - zwavelmeststoffen - bemesting - uitspoelen - depositie - sulfur - sulfur fertilizers - fertilizer application - leaching - deposition
Het Ministerie van Economische Zaken heeft de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet gevraagd de belangrijkste vragen en antwoorden over zwavel op toegankelijke wijze te beschrijven. Deze publicatie brengt het onderwerp zwavel voor het voetlicht.
Functionele diversiteit mycorrhizaschimmels onder druk door stikstofdepositie
Ozinga, W.A. ; Kuijper, Thomas - \ 2015
Vakblad Natuur Bos Landschap 12 (2015)117. - ISSN 1572-7610 - p. 20 - 22.
mycorrhizaschimmels - functionele biodiversiteit - stikstof - stikstofkringloop - depositie - ecosystemen - bosgebieden - mycorrhizal fungi - functional biodiversity - nitrogen - nitrogen cycle - deposition - ecosystems - woodlands
Bosbodems kunnen veel verschillende ectomycorrhiza-vormende schimmels herbergen. In de herfst is een glimp van deze ondergrondse rijkdom te zien via de vorming van vruchtlichamen (‘paddenstoelen’). De ectomycorrhizaschimmels spelen een belangrijke rol bij onder andere de nutriëntenkringloop, de vastlegging van koolstof en de natuurlijke regeneratie van bomen. Hoge stikstofgehaltes in de bodem leiden echter tot een sterke afname van de abundantie en diversiteit aan mycorrhizaschimmels en dit kan doorwerken in het hele ecosysteem.
Effecten van landschapselementen op de ammoniakdepositie in Natura 2000- gebieden
Kros, J. ; Gies, T.J.A. ; Voogd, J.C.H. ; Vries, Wilco de; Aben, Jan ; Pul, Addo - \ 2015
Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2689) - 37 p.
landschapselementen - landschap - ammoniak - depositie - overijssel - landscape elements - landscape - ammonia - deposition
Om het mogelijke effect van het aanbrengen van landschapselementen op de NHx (NH3 + NH4 +) depositie op Natura 2000-gebieden in te schatten, is door Alterra een aantal indicatieve berekeningen uitgevoerd voor de gehele provincie Overijssel. De berekeningen zijn uitgevoerd met het OPS-model van het RIVM. Het aanbrengen van een landschapselement van 50m breed rondom bedrijven, lijkt van de doorgerekende scenario’s het meestbelovend.
Influence of adjuvants on the deposition of mancozeb
Schepers, H.T.A.M. ; Evenhuis, A. ; Topper, C.G. - \ 2014
Wageningen : Wageningen UR (vegIMPACT report 5) - 14
solanum tuberosum - aardappelen - plantenziekten - oömycota - phytophthora infestans - fungiciden - mancozeb - hulpstoffen - depositie - indonesië - potproeven - nederland - potatoes - plant diseases - oomycota - fungicides - adjuvants - deposition - indonesia - pot experimentation - netherlands
Verbetering spuittechniek in de teelt van potgrond : proof of principle toepassing Electrospray in de Glastuinbouw
Agostinho, L.L. ; Os, E.A. van; Riemersma, T. ; Nederlof, M. ; Staaij, M. van der - \ 2014
Wageningen : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1322) - 34
glastuinbouw - gewasbescherming - groeiremmers - methodologie - spuiten - bestrijdingsmethoden - depositie - proeven - druppelstudies - dosering - effecten - greenhouse horticulture - plant protection - growth inhibitors - methodology - spraying - control methods - deposition - trials - droplet studies - dosage - effects
ElectroHydroDynamische Atomisatie (EHDA) wordt ook wel “electrospraying” genoemd. Atomisatie is het proces van het uit elkaar vallen van een vloeistof in kleine druppeltjes. Een elektrisch veld wordt toegepast om het proces van druppelvorming (grootte van de druppels) te beïnvloeden en de druppeltjes een elektrisch lading mee te geven. De geladen druppeltjes stoten elkaar af waardoor een nevel ontstaat. Deze wordt aangetrokken door het gewas. Drie methoden van toepassen van gewasbeschermingsmiddelen zijn met elkaar vergeleken met behulp van een fluorescerende stof (Tinopal) op de bladeren van potplanten en chrysantenstek en bloemknoppen van roos: EHDA, conventioneel en een pulverisateur (rugketel). De verdeling van druppeltjes over de bladeren bij toepassing van EHDA is goed zowel bij de rozen als bij de potplanten en chrysantenstekken. Op de onderkant van de bladeren zijn echter geen druppletjes terecht gekomen. Dit heeft te maken met de grootte van de druppels, 200 micron. Deze zijn te zwaar om af te buigen naar de onderkant van de bladeren. Onderzoek in het verleden heeft aangetoond dat druppels met een kleinere diameter wel op de onderkant van de bladeren terecht komen. Bloemknoppen zijn opengemaakt om te kijken in hoeverre de druppeltjes in de knoppen zijn doorgedrongen. Bij toepassing van EHDA blijkt dit dieper te zijn dan bij de andere methoden.
Hoe stikstof de vlinders laat stikken
Wallis de Vries, M.F. - \ 2013
Entomologische Berichten 73 (2013)4. - ISSN 0013-8827 - p. 158 - 163.
lepidoptera - habitats - depositie - stikstof - natuurgebieden - terrestrische ecologie - milieufactoren - deposition - nitrogen - natural areas - terrestrial ecology - environmental factors
De verstoring van de stikstofkringloop door de mens, via de productie van kunstmest en via industrie en verkeer, wordt als één van de grootste bedreigingen beschouwd voor de ecologische stabiliteit van de aarde. De atmosferische depositie van stikstof dringt tot ver in de natuurgebieden door. De effecten op de biodiversiteit zijn voor planten al goed onderzocht, maar de doorwerking op de dierenwereld is nog goeddeels onbekend. Dit artikel belicht de invloed op dagvlinders. De meeste soorten daarvan komen in stikstofarme milieus voor. Bij deze groep overheerst de neerwaartse trend, in tegenstelling tot soorten van stikstofrijkere milieus. Ook de afname in aantallen vlinders blijkt sterker te zijn met toenemende stikstofdepositie. Drie mechanismen lijken daarbij een rol te spelen: afname van voedselplanten, afname van voedselkwaliteit en afkoeling van het microklimaat in het voorjaar.
Kosten en baten van terrestrische natuur: methoden en resultaten : achtergronddocument bij Natuurverkenning 2010-2040
Leneman, H. ; Verburg, R.W. ; Heide, C.M. van der; Schouten, A.D. - \ 2013
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 278) - 76
natuurbeheer - natuurgebieden - milieubeleid - depositie - kosten-batenanalyse - verdroging - koolstofvastlegging - biomassa productie - nature management - natural areas - environmental policy - deposition - cost benefit analysis - desiccation - carbon sequestration - biomass production
Dit werkdocument gaat in op de methoden en resultaten van de kosten en baten uit de atuurverkenning 2010- 2040, die met terrestrische natuur samenhangen. De kosten- en batenberekeningen worden getoond voor de vier kijkrichtingen uit de Natuurverkenning. De kostenberekeningen omvatten aankoop en inrichting, beheer en maatregelen om de verdroging en de depositie tegen te gaan. De effecten op houtproductie, biomassaproductie en koolstofvastlegging vormen de batenberekeningen. Ook zijn de secundaire kosten en baten van de kijkrichtingen voor de land- en tuinbouw geschat.
Efficiency of agricultural measures to reduce nitrogen deposition in Natura 2000 sites
Kros, J. ; Gies, T.J.A. ; Voogd, J.C.H. ; Vries, W. de - \ 2013
Environmental Science & Policy 32 (2013). - ISSN 1462-9011 - p. 68 - 79.
stikstof - depositie - ammoniak - emissiereductie - landbouw - natura 2000 - overijssel - nitrogen - deposition - ammonia - emission reduction - agriculture - atmospheric ammonia - netherlands - woodland - farms
This paper quantifies the efficiency of emission control measures in agriculture at landscape scale on the N deposition and critical N load exceedances in Natura 2000 sites. The model INITIATOR2 was run with spatially explicit farm data to predict atmospheric emissions of ammonia. These emissions were input of an atmospheric transport model to assess the N deposition in the Natura 2000 sites. Using the Dutch province of Overijssel as a case study, calculations for the year 2006 show that only 35% of the N deposition in the Natura 2000 sites were caused by agricultural NH3 emissions within the province. Comparatively most cost-efficient measures were low-emission application, followed by measures to reduce the protein content in feed. Relocating farms out of the Natura 2000 sites was very cost inefficient. Since critical N depositions of the Natura 2000 sites in Overijssel are largely exceeded in more than 90% of the area, the evaluated abatement measures were, however, not effective to reduce the area exceeding critical loads when only applied within the province Overijssel. Reductions of N deposition to a level below critical loads can only be achieved with the support of national and international emission reductions.
Economisch perspectief van de PAS. Baten en kosten van de Programmatische Aanpak Stikstof in Natura 2000-gebieden
Leneman, H. ; Michels, R. ; Wielen, P. van der; Oudendag, D.A. ; Helming, J.F.M. ; Deursen, W. van; Reinhard, A.J. - \ 2012
Den Haag : LEI, onderdeel van Wageningen UR (Nota / LEI Wageningen UR : Onderzoeksveld Regionale economie & ruimtegebruik ) - 51
natuurbescherming - natura 2000 - natuurgebieden - stikstof - depositie - intensieve veehouderij - ammoniakemissie - kosten-batenanalyse - milieubeheer - economische analyse - nature conservation - natural areas - nitrogen - deposition - intensive livestock farming - ammonia emission - cost benefit analysis - environmental management - economic analysis
De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), onderdeel van Natura 2000, is economisch voordelig voor ons land. Van 2013 tot 2020 zijn de economische baten zo'n 100-200 mln. euro/jaar hoger dan de kosten. De baten van de PAS voor de sectoren landbouw, industrie en verkeer en vervoer bedragen in die periode naar schatting 200 tot 300 mln. euro/jaar, terwijl de economische kosten op een kleine 100 mln. euro/jaar worden geschat. De PAS leidt tot duidelijkheid voor ondernemers. Die duidelijkheid levert economisch voordeel op. De veehouderij bij de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden kan zich blijven ontwikkelen, wat met name gunstig is voor de rundveehouderij. De PAS is daarnaast voor ondernemers gunstig, omdat ze minder on-derzoekskosten voor het verkrijgen van een Natuurbeschermingswetvergunning hoeven te maken. Andere baten van de PAS, die ontstaan bij de aanleg van wegen en in de industrie, blijken moeilijk te kwantificeren vanwege het ontbreken van voldoende gegevens.
Overzicht van kritische depostiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden
Dobben, H.F. van; Bobbink, R. ; Bal, D. ; Hinsberg, A. van - \ 2012
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2397) - 68
natuurgebieden - stikstof - emissie - natura 2000 - depositie - critical loads - habitats - natural areas - nitrogen - emission - natura 2000 - deposition - critical loads - habitats
In dit rapport wordt een overzicht gegeven van concrete (unieke) kritische depositiewaarden voor stikstof voor de habitattypen en de (stikstofgevoelige) overige leefgebieden van soorten die in Natura 2000-gebieden worden beschermd. Hiertoe zijn de door de UNECE in 2010 vastgestelde kritische depositiewaarden voor stikstof nader gepreciseerd en (voor zover nodig) aangevuld, waarbij gebruik is gemaakt van modeluitkomsten en deskundigenoordeel. Het rapport is een actualisering en uitbreiding van een eerdere versie (Van Dobben en Van Hinsberg, 2008).
Stikstofoverschot door bijvoeren van grazers
Wamelink, G.W.W. ; Klimkowska, A. ; Dobben, H.F. van; Slim, P.A. ; Til, M. van - \ 2012
Vakblad Natuur Bos Landschap 9 (2012)7. - ISSN 1572-7610 - p. 14 - 17.
duingebieden - grote grazers - depositie - emissie - stikstof - habitats - begrazingsbeheer - bijvoeding - noord-holland - duneland - large herbivores - deposition - emission - nitrogen - habitats - grazing management - supplementary feeding - noord-holland
In de Amsterdamse Waterleidingduinen wordt verruiging bestreden door het inscharen van runderen. Het bijvoeren van het vee in de winter zorgt voor een extra input van stikstof boven op de aanwezige atmosferische depositie. Het bijvoeren kan daardoor leiden tot een (verdere) overschrijding van de kritische depositie voor enkele gevoelige habitattypen zoals de grijze duinen.
Effecten van stikstof op vogelsoorten in vogelrichtlijngebieden in Noord-Brabant
Broekmeyer, M.E.A. ; Kros, J. ; Schotman, A.G.M. ; Kleunen, A. van; Wamelink, G.W.W. - \ 2012
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2359)
natuurgebieden - depositie - emissie - stikstof - luchtverontreiniging - vogels - nadelige gevolgen - natura 2000 - critical loads - noord-brabant - natural areas - deposition - emission - nitrogen - air pollution - birds - adverse effects
Dit rapport geeft een ecologische onderbouwing van de mogelijke gevolgen van stikstofdepositie op vogelrichtlijnsoorten in de Noord-Brabantse vogelrichtlijngebieden. In de twaalf onderzochte vogelrichtlijngebieden komen 21 soorten voor die gebruik maken van stikstofgevoelig leefgebied. De leefgebieden zijn beschreven in de vorm van natuurdoeltypen met daaraan gekoppeld een kritische depositiewaarde (KDW) voor stikstof. Voor de jaren 1994, 2004 en 2009 is de stikstofdepositie berekend en hieruit blijkt dat in alle jaren de KDW wordt overschreden. Voor alle soorten is per vogelrichtlijngebied het aandeel leefgebied met een overschrijding van deze KDW vastgesteld en de lokale trend is achterhaald. Er is onderzocht of er mechanismen zijn die een correlatie tussen overschrijding van de KDW en de trend kunnen verklaren. Voor acht vogelsoorten is mogelijk sprake van een causale relatie tussen de trend en de KDW. Voor deze soorten is per gebied nader onderzocht of er daadwerkelijk sprake is van een causale relatie en of eventuele gevolgen door beheer ongedaan kunnen worden gemaakt. In vier gevallen kan niet uitgesloten worden dat stikstof heeft bijgedragen aan verslechtering van het leefgebied. Hierdoor zijn mogelijk de instandhoudingsdoelen niet gehaald. In de overige gevallen is geen sprake van een causale relatie of zijn de eventuele effecten van deze relatie ongedaan gemaakt door het beheer.
Dutch Environmental Risk Indicator for Plant Protection Products
Kruijne, R. ; Linden, A.M.A. van der; Deneer, J.W. ; Groenwold, J.G. ; Wipfler, E.L. - \ 2012
Wageningen : Alterra Wageningen (Alterra-report 2250) - 88
pesticiden - depositie - ecotoxicologie - ecosystemen - aquatische ecologie - bodemecologie - pesticides - deposition - ecotoxicology - ecosystems - aquatic ecology - soil ecology
The NMI 3 focusses on indicators for emissions to surface water and the related aquatic risk resulting from agricultural use of pesticides in the Netherlands. The risk indicator is the exposure toxicity ratio. The model also considers the risk to groundwater, soil organisms and the terrestrial ecosystem. The model calculates indicators for emission to surface water resulting from atmospheric deposition, spray drift, drainage flow, point sources, discharge from greenhouses. The model combines a wide range of information about pesticide sales, usage, spray drift mitigation, emission factors, crop maps, surface water, soil, climate, and substance properties. The primary goal is to compare on a relative scale the annual risk at national scale at the starting and end year of the policy period. The results can be used for ranking, for comparing applications of similar type and for visualisation of spatial patterns of indicators. The result cannot be translated into a risk at a specific location and time.
Naar eenvoudige dosis-effectrelaties tussen natuur- en milieucondities : een toetsing van de mogelijkheden van de Natuurplanner
Dobben, H.F. van - \ 2011
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 282) - 112
biodiversiteit - soorten - vegetatie - depositie - hydrologie - modellen - veldwerk - biodiversity - species - vegetation - deposition - hydrology - models - field work
De Natuurplanner is een model om effecten van drukfactoren op de biodiversiteit te voorspellen. In- en uitvoer van de Natuurplanner uit een eerdere studie zijn in dit project gebruikt om een regressiemodel te maken. Met dit regressiemodel is (1) een aanzet gemaakt tot validatie op zowel expertkennis als vegetatiekundige veldwaarnemingen, en (2) een verkenning uitgevoerd van de mogelijkheden om de Natuurplanner te vervangen door een versimpeld regressiemodel. De globale uitkomsten van de Natuurplanner worden door ecologische experts redelijk herkend, maar op het niveau van de individuele soorten zijn er discrepanties tussen de Natuurplanner enerzijds en zowel expertkennis als veldwaarnemingen anderzijds. Volgens de Natuurplanner zijn depositie van stikstof en hydrologie de belangrijkste abiotische condities voor de huidige Nederlandse natuur. Dit strookt met expertkennis. Het belang van beheer is waarschijnlijk ook groot maar komt door de huidige werkwijze onvoldoende naar voren.
Workshop harmonisation of drift and drift reducing methodologies for evaluation and authorization of plant protection products : Wageningen, The Netherlands 1-2 December 2010
Huijsmans, J.F.M. ; Zande, J.C. van de - \ 2011
Wageningen : Plant Research International (Report / Plant Research International 390) - 154
pesticiden - spuiten - drift - depositie - evaluatie - toelating van bestrijdingsmiddelen - pesticides - spraying - deposition - evaluation - authorisation of pesticides
Effecten van atmosferische stikstofdepositie op biodiversiteit van grasland : specificatie naar N- en P-beperkte standplaatsen
Kemmers, R.H. ; Mol, J.P. ; Hendriks, C.M.A. ; Wieggers, H.J.J. ; Dobben, H.F. van; Wamelink, G.W.W. ; Vries, W. de - \ 2011
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2171) - 46
luchtverontreiniging - stikstof - emissie - depositie - graslanden - biodiversiteit - critical loads - air pollution - nitrogen - emission - deposition - grasslands - biodiversity
Voor beleidsdoeleinden is een aansprekende indicator ontwikkeld waarmee het effect van stikstofdepositie op biodiversiteit zichtbaar kan worden gemaakt. De voedingstoestand van de bodem kan met de nieuwe methode niet alleen worden gespecificeerd naar stikstof (N) beperkte maar ook naar fosfaat (P) beperkte groeiomstandigheden. Voor de berekening van effecten van depositiescenario’s op de nieuwe biodiversiteitsmaat is gebruik gemaakt van het model SMART2-SUMO-NTM. Volgens deze nieuwe methode lijken voor graslanden soms minder strenge en soms strengere normen voor kritische depositieniveaus nodig te zijn dan tot nu werd verondersteld. Daarbij blijken P-beperkte standplaatsen minder tolerant te zijn voor overschrijding van kritische N-niveaus dan N-beperkte standplaatsen. Op N-beperkte standplaatsen worden op N-arme bodemtypen lagere en op N-rijke bodemtypen hogere toleranties gevonden dan in de huidige praktijk. Het is niet mogelijk gebleken ruimtelijk bodemkundige informatie te gebruiken als voorspeller van standplaatsen met N-beperkte of P-beperkte omstandigheden. De resultaten van de scenarioberekeningen impliceren dat volgens de nieuwe methode de kritische stikstofdepositieniveaus van graslanden naar beneden zouden moeten worden bijgesteld in geval van P-beperkte standplaatsen en N-beperkte standplaatsen met N-arme bodemtypen. Op N-beperkte standplaatsen met N-rijke bodemtypen zouden de stikstofdepositieniveaus naar boven kunnen worden bijgesteld. Gezien het grote politieke belang en de onzekerheid over de ruimtelijke verspreiding van N-beperkte en P-beperkte standplaatsen wordt nader onderzoek aanbevolen.
Effect van bijvoeren van runderen op de N-balans; Een studie in de Amsterdamse Waterleidingduinen
Klimkowska, A. ; Dobben, H.F. van; Wamelink, G.W.W. ; Slim, P.A. - \ 2010
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2067) - 40
rundvee - bijvoeding - begrazing - stikstof - depositie - stikstofbalans - duingebieden - natuurgebieden - vegetatie - noord-holland - bodemchemie - cattle - supplementary feeding - grazing - nitrogen - deposition - nitrogen balance - duneland - natural areas - vegetation - noord-holland - soil chemistry
In de Amsterdamse Waterleidingduinen wordt verruiging bestreden door het inscharen van runderen van een nabije boer. Deze worden in de winter bijgevoerd. Doel van dit project was het schatten van het belang van bijvoeren als import-term van stikstof, naast atmosferische depositie. Het blijkt dat de import van stikstof met bijvoeren niet verwaarloosbaar is ten opzichte van de atmosferische depositie, en voor de gevoelige vegetatietypen kan leiden tot een overschrijding, of tot een vergroting van de al bestaande overschrijding, van de critical load. Aanbevolen wordt maatregelen te nemen om deze gevoelige typen te beschermen tegen extra input van stikstof, bij voorbeeld door uitrasteren, door het verplaatsen van de voerplaats, door minder of niet bij te voeren, door in de winter geen koeien in te scharen, of door waar mogelijk de mest op te ruimen.
Berekeningen stikstofdepositie voor Plan MER gemeente Midden-Drenthe
Hoefs, R.M.A. ; Os, J. van; Voogd, J.C.H. ; Vos, E.C. ; Gies, T.J.A. - \ 2010
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2119) - 68
stikstof - ammoniak - emissie - depositie - landbouw - natura 2000 - drenthe - nederland - natuurbescherming - dierhouderij - nitrogen - ammonia - emission - deposition - agriculture - netherlands - nature conservation - animal husbandry
In de gemeente Midden-Drenthe wordt een nieuw bestemmingsplan voor het buitengebied gemaakt. In deze rapportage zijn voor de bijbehorende Milieu Effect Rapportage berekeningen opgenomen van de ammoniakemissie vanuit de landbouwbedrijven in de huidige situatie en voor verschillende scenario’s in 2020. Vervolgens is ook uitgerekend wat de gevolgen zijn van deze emissies op de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000 gebieden. In de huidige situatie is de totale N-depositie in veel gevallen te groot om de natuurdoelstellingen te behalen.. Daarom zijn de effecten doorgerekend van stalaanpassingen volgens de AMVB Huisvesting, autonome ontwikkeling van de landbouw, uitbreidingsmogelijkheden binnen het voorgenomen plan en extra aanpassingen aan de bedrijfsvoering op rundveebedrijven, waaronder extra opstallen van het vee en installatie van luchtwassers. Voor deze laatste maatregelen is ook het effect van een zonering berekend. De resultaten zijn weergegeven in tabellen en kaarten, op provinciaal niveau en per Natura 2000 gebied.
Stikstofdepositie op habitattypen binnen Drentse Natura 2000-gebieden : onderbouwing beleidskader ammoniak Drenthe
Hessel, R. ; Kros, J. ; Voogd, J.C.H. - \ 2010
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2038) - 116
depositie - luchtverontreiniging - stikstof - kwaliteitsnormen - natuurgebieden - natura 2000 - drenthe - deposition - air pollution - nitrogen - quality standards - natural areas
In dit rapport wordt voor elf Natura 2000-gebieden in Drenthe aangegeven wat de huidige stikstofdepositie is op de in de elf gebieden voorkomende Habitattypen, en welke reducties in depositie er bereikt kunnen worden als gevolg van het GE-scenario, autonome ontwikkeling en emissiebeperkende maatregelen. Deze reducties worden uitgedrukt in streefwaarden voor 2028. Het betreft de gebieden: Bargerveen, Drouwenerzand, Dwingelderveld, Elperstroomgebied, Fochteloërveen, Havelte-Oost, Leekstermeergebied, Mantingerbos, Mantingerzand, Norgerholt en Witterveld.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.