Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 32

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    The ecology and psychology of agri-environment schemes
    Dijk, W.F.A. van - \ 2014
    Wageningen University. Promotor(en): Geert de Snoo; Frank Berendse, co-promotor(en): Anne Marike Lokhorst; Jasper van Ruijven. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462570078 - 110
    slootkanten - oevervegetatie - vegetatiebeheer - soortenrijkdom - agrarisch natuurbeheer - subsidies - houding van boeren - ecologie - psychologie - ditch banks - riparian vegetation - vegetation management - species richness - agri-environment schemes - subsidies - farmers' attitudes - ecology - psychology
    Het agrarisch natuurbeheer in slootkanten staat centraal, met als doel de diversiteit aan plantensoorten langs slootkanten toe te laten nemen. De afgelopen tien jaar hebben namelijk verschillende onderzoeken aangetoond dat tot nu toe de effectiviteit van agrarisch natuurbeheer beperkt is geweest. In dit proefschrift is zowel vanuit ecologisch als psychologisch perspectief onderzocht welke factoren het resultaat van het agrarisch natuurbeheer hebben beperkt.
    FAB en omgeving - Het belang van groene en blauwe netwerken.
    Alebeek, F.A.N. van; Schaap, B.F. ; Willemse, J. ; Rijn, P. van - \ 2011
    Lelystad : PPO AGV
    akkerbouw - akkerranden - plaagbestrijding met natuurlijke vijanden - agrobiodiversiteit - landschapsbeheer - wegbermen - slootkanten - onderhoud - functionele biodiversiteit - gewasbescherming - bevordering van natuurlijke vijanden - arable farming - field margins - augmentation - agro-biodiversity - landscape management - roadsides - ditch banks - maintenance - functional biodiversity - plant protection - encouragement
    Sinds een aantal jaren doen agrarische ondernemers ervaring op met de toepassing van Functionele Agrobiodiversiteit (FAB) om ziekten en plagen in cultuurgewassen te beheersen. Er zijn pilots in de Hoeksche Waard in Zuid-Holland, in Zeeland, Noord Brabant en Flevoland waarin gebruik gemaakt wordt van het landschap en haar biodiversiteit voor de onderdrukking van ziekten en plagen. In de loop van 2011 is in de Hoeksche Waard een pilot tot stand gekomen voor FAB-vriendelijk beheer van enkele dijken, wegbermen en bijbehorende sloottaluds door het waterschap Hollandse Delta (WSHD). Het waterschap gaat monitoren wat de kosten en besparingen in deze pilot kunnen zijn en hoe het beheer praktisch in de bestekken past.
    Het benutten van maaisel van niet-agrarische grond
    Aarts, H.F.M. ; Verhoeven, J.T.W. ; Ruijter, F.J. de; Roelsma, J. - \ 2011
    Lelystad : PPO AGV (PPO rapport 445) - 75
    slootkanten - wegbermen - natuurgebieden - maaien - proefprojecten - landbouw - nuttig gebruik - ditch banks - roadsides - natural areas - mowing - pilot projects - agriculture - utilization
    Deze deskundigendag is georganiseerd vanuit de projecten Landbouw Centraal (een project in het kader van het Innovatieprogramma KRW). Binnen Landbouw Centraal wordt in zeven pilotgebieden in Noord en Zuid Nederland in samenwerking met alle actoren (landbouw, waterschappen, gemeentes, provincie e.a.) gewerkt aan het verbeteren van de waterkwaliteit.
    Natuurboerderij Hoeve Stein : van Boeren met natuur naar Natuur met boeren
    Melman, T.C.P. ; Akker, J.J.H. van den; Schotman, A.G.M. ; Ottburg, F.G.W.A. ; Huiskes, H.P.J. ; Kiers, M.A. - \ 2011
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2203) - 84
    agrarisch natuurbeheer - agrarische bedrijfsvoering - slootkanten - ondergrondse drainage - weidevogels - natura 2000 - groene hart - zuid-holland - agri-environment schemes - farm management - ditch banks - subsurface drainage - grassland birds - natura 2000 - groene hart - zuid-holland
    Voorde planvorming van een natuurboerderij nabij Reeuwijk is een aantal adviezen opgesteld, gericht op de versterking van het natuurresultaat in combinatie met een agrarische bedrijfsvoering. In dit geval staat het bedrijf in dienst van de natuur en niet andersom. Het bedrijf is gelegen in het Natura 2000-gebied ‘Broekvelden, Vettenbroek en polder Stein’. De adviezen gaan over aanleg en beheer van slootkanten, inrichting van sloten, weidevogelbeheer en het toepassen van onderwaterdrainage rond bedrijfsgebouwen. Bij de advisering is de te realiseren natuur randvoorwaardelijk, gestreefd is naar functionele inpassing van natuur in het bedrijf.
    Vanuit de rand gezien : een vegetatieonderzoek van sloten en wallen in het boerenland van de Noordelijke Friese Wouden
    Weeda, E.J. - \ 2011
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2127) - 63
    waterkwaliteit - biologische indicatoren - dijken - waterplanten - sloten - slootkanten - monitoring - milieu - vegetatie - friese wouden - water quality - biological indicators - dykes - aquatic plants - ditches - ditch banks - monitoring - environment - vegetation - friese wouden
    In de lintvormige elementen tussen de percelen van het boerenland komen allerlei planten voor die als indicator van de milieukwaliteit te gebruiken zijn. Het best onderzocht zijn water- en moerasplanten, maar ook landplanten geven belangrijke informatie. Tijdens een veldonderzoek in 2005 in de Noordelijke Friese Wouden is nagegaan welke wilde plantensoorten hier voorkomen in perceelscheidingen: in en langs sloten en poelen, in elzensingels en op eikenwallen (‘dykswâlen’). Vijftien gemakkelijk herkenbare soorten water- en moerasplanten zijn uitgekozen als indicatoren van de waterkwaliteit. Verder worden suggesties gedaan voor monitoring van slootkanten en andere perceelscheidingen aan de hand van landplanten. Het rapport bevat verder een beschrijving van de spontane plantengroei in de perceelranden van de 36 onderzochte boerenbedrijven.
    Invertebrates in field margins:taxonomic group diversity and functional group abundance in relation to age
    Noordijk, J. ; Snoo, G.R. de - \ 2010
    Biodiversity and Conservation 19 (2010)11. - ISSN 0960-3115 - p. 3255 - 3268.
    agri-environment schemes - plant-species richness - agricultural landscapes - european countries - farmed landscapes - soil biodiversity - arable farmland - ditch banks - management - habitat
    Sown, temporary field margins are a common agri-environment scheme (AES) in the Netherlands. Despite their wide application, though, there has been scarcely any long-term monitoring of the succession of invertebrates. In the field margins of 40 farms, invertebrate diversity and the abundance of three functional groups were assessed in relation to age. The diversity in terms of number of species groups was found to increase with the age of the margins. The abundance of herbivores and detritivores also showed a positive correlation with the age of the margins. However, the abundance of predators decreased with increasing age. Older margins showed a higher total vegetation cover and fewer plant species, also resulting in lower plant species evenness. We suggest several changes to the current AES regulations. For the conservation of invertebrate diversity, longer-lasting field margins are desirable. In addition, old margins are favoured by detritivores, a group that has particular difficulty finding suitable habitats in agricultural landscapes. However, such margins are less favourable from an agricultural perspective, as they appear unsuitable for high abundances of potentially useful predators and the high vegetation cover attracts many potentially harmful herbivores. To circumvent this, the AES might be extended by incorporating hay-making, which would reduce standing biomass and might lead to more predators and fewer herbivores.
    Representativiteit van de locatie Loon op Zand in het bufferstrokenonderzoek
    Hoogland, T. ; Massop, H.T.L. ; Visschers, R. - \ 2010
    Wageningen : Alterra (Effectiveness of buffer strips publication series 9) - 162
    zandgronden - bodemeigenschappen - waterverontreiniging - grondwaterverontreiniging - nitraten - fosfaten - uitspoelen - slootkanten - grondwaterstand - grondwaterspiegel - nederland - proefvelden - mestbeleid - nitraatuitspoeling - fosfaatuitspoeling - oppervlaktewaterkwaliteit - akkerranden - noord-brabant - bufferzones - begroeide stroken - sandy soils - soil properties - water pollution - groundwater pollution - nitrates - phosphates - leaching - ditch banks - groundwater level - water table - netherlands - experimental plots - manure policy - nitrate leaching - phosphate leaching - surface water quality - field margins - noord-brabant - buffer zones - vegetated strips
    Alterra doet in opdracht van LNV onderzoek naar de effectiviteit van bemestingsvrije perceelsranden op de uitspoeling van stikstof en fosfaat naar het oppervlaktewater. Hiertoe zijn op vijf locaties proefopstellingen geïnstalleerd waar de kwaliteit van het water dat uit het perceel komt gemeten wordt. De proefopstelling bestaat uit twee 5 m brede bakken, een bufferbak en een referentiebak, die in de sloot grenzend aan het perceel gebouwd zijn. Langs de bufferbak ligt een strook van 5 m die niet bemest wordt; langs de referentiebak wordt op gangbare wijze bemest. Bij de proefopstelling in Loon op Zand is het gemeten debiet dat van het perceel de bakken in komt veel lager dan het theoretisch berekende. Bovendien is er een groot verschil in gemeten debiet tussen de beide bakken. Doel van dit aanvullend onderzoek is: (i) te verklaren waardoor het komt dat het afwaterend oppervlak naar de bakken in Loon op Zand zo klein is; (ii) te beoordelen of de locatiekeus achteraf gezien ongeschikt is of dat deze variatie in dit hydrologisch profieltype 'e' gebruikelijk is. Dit onderzoek is beperkt tot de onmiddellijke omgeving van de proefopstelling in Loon op Zand (maximaal 50 m uit de sloot). Hier zijn gedurende enkele maanden grondwaterstanden gemonitoord. De representativiteit van de opstelling is onderzocht met behulp van bestaande datasets afkomstig uit bodem- en grondwaterkarteringen die binnen hydrologisch profieltype 'e' vallen. Er worden hiervoor geen extra grondwaterstandmetingen gedaan. Uit de isohypsenbeelden blijkt dat het freatisch grondwatervlak in de proeflocatie Loon op Zand zeer variabel (grillig) is. Deze grilligheid hangt samen met de sterk wisselende begindiepte en dikte van de lössleemlaag zoals die in het proefperceel in Loon op Zand voorkomt. Een dusdanig variabel grondwaterstandsvlak is alleen met een grote onzekerheid of via gedetailleerd meten, nauwkeurig in beeld te brengen. De invloedsafstand van de sloot op het afwateringspatroon is met ca. 15 m geringer dan verwacht. Dit blijkt uit drie verschillende benaderingen. Uit analyse van de meetgegevens van de bakken volgt eveneens een gering afvoerend oppervlak. De gesimuleerde stromingspatronen naar de afwaterende perceelssloot zijn als gevolg van het grillige grondwatervlak ook zeer grillig en zorgen voor een grote ruimtelijke variatie in afvoerpatronen naar de sloot. Door de variatie in afvoerpatronen kunnen afvoerdebieten naar dicht bij elkaar gelegen opvangbakken grote verschillen vertonen. Om de verhouding tussen de ondiepe en diepe afvoer voor andere locaties in profieltype 'e' vast te stellen is inzicht in de weerstand van de (kei)leemlaag van groot belang. Veelal is het doorlaatvermogen van het onderliggende watervoerende pakket groot en het doorlaatvermogen van het freatische pakket gering, dit maakt dat de grootte van de c-waarde sterk bepalend is voor de verdeling. Uit de rekenresultaten van het NHI kunnen we concluderen dat deze hydrologische situatie, zoals waargenomen te Loon op Zand, in grote delen van het profieltype 'e' voorkomt.
    Ecologisch beheer van de publieke ruimte: mogelijkheden voor natuurtechnisch dijk-, slootkant- en wegbermbeheer, toegespitst op de Hoeksche Waard
    Meerburg, B.G. ; Korevaar, H. - \ 2009
    Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 280) - 44
    dijken - wegbeplantingen - rivieroeverbeplantingen - slootkanten - onderhoud - vegetatiebeheer - biodiversiteit - waterschappen - zuidhollandse eilanden - dykes - roadside plantations - riverside plantations - ditch banks - maintenance - vegetation management - biodiversity - polder boards - zuidhollandse eilanden
    Uit het onderzoek dat in dit project is uitgevoerd kan geconcludeerd worden dat er in het algemeen een positief verband bestaat tussen de aanwezigheid van bloemstroken en de aantallen natuurlijke vijanden zowel in de lucht als in de bodem. Een andere conclusie was dat dijken, bermen en slootkanten belangrijk zijn voor de biodiversiteit in het gehele gebied. Onder aangepast beheer zou 's winters een middelhoge vegetatie blijven staan om natuurlijke vijanden dekking te bieden en zouden houtige begroeiingen 's winters schuilplaatsen bieden aan rovers en sluipwespen. Om dat in de Hoeksche Waard te bereiken is een actieve rol nodig van het waterschap, de grootste beheerder van slootkanten, bermen en dijken in het gebied
    Aangaan van slootrandenbeheer van 3 of 5 meter
    Animal Sciences Group (ASG), - \ 2008
    Bioveem
    graslanden - slootkanten - subsidies - melkveehouderij - biologische landbouw - grasslands - ditch banks - subsidies - dairy farming - organic farming
    In 2004 heeft Jan Duijndam in de SAN regeling 3 meter slootkantbeheer afgesloten in plaats van 1,5. Hij denkt er zelfs over een contract aan te gaan voor 5 meter. De slootkant levert toch weinig op door een afwijkende botanische samenstelling. De mest wordt nu midden op het land uitgereden.
    At what spatial scale do high-quality habitats enhance the diversity of forbs and pollinators in intensively farmed landscapes?
    Kohler, F. ; Verhulst, J. ; Klink, R. van; Kleijn, D. - \ 2008
    Journal of Applied Ecology 45 (2008)3. - ISSN 0021-8901 - p. 753 - 762.
    agri-environment schemes - managing ecosystem services - plant-species richness - agricultural landscapes - european countries - field boundaries - seed dispersal - ditch banks - biodiversity - communities
    1. Over the last decades, biodiversity in agricultural landscapes has declined drastically. Initiatives to enhance biodiversity, such as agri-environment schemes, often have little effect, especially in intensively farmed landscapes. The effectiveness of conservation management may be improved by scheme implementation near high-quality habitats that can act as a source of species. We evaluated up to what distance high-quality habitats (nature reserves and artificially created flower-rich patches) affect the diversity of forbs and pollinators in intensively farmed landscapes of the Netherlands. 2. We surveyed forbs, inflorescences, bees and hover flies and estimated pollination services in transects along ditch banks extending 300 m from four nature reserves forming small islands in landscapes dominated by agriculture. 3. In a separate experiment, we surveyed inflorescences, bees and hover flies in 1500 m long transects on farmland adjacent to five newly introduced flower-rich patches and in five control transects. 4. Species density of forbs declined over the first 75 m and species density and abundance of hover flies declined over the first 125 m beyond the nature reserves. Beyond these distances, no further declines were observed. The effects of flower-rich patches were spatially limited. The species density and abundance of bees and hover flies were significantly enhanced in the flower-rich patch, but only the abundance of hover flies was enhanced up to 50 m beyond the patch. 5. Synthesis and applications. In intensively farmed areas, remnant high-quality habitats sustain more abundant and diverse pollinator and forb communities than the surrounding countryside. They do enhance biodiversity on nearby farmland but increases are spatially restricted (<150 m) and relatively small. These habitats may therefore function only as dispersal sources for ecological restoration sites or agricultural fields under extensification schemes that are located in close proximity. Habitat restoration in intensively used farmland should therefore be implemented preferentially in the immediate vicinity of high-quality habitats. In the short term, newly created flower-rich habitats are no alternative to pre-existing seminatural habitats for the promotion of pollinators on nearby farmland
    Moerasbufferstroken: potenties voor nutriëntenverwijdering en economisch rendement - een case study in westelijk Noord-Brabant
    Antheunisse, A.M. ; Bos, E.J. ; Verhoeven, L. ; Hefting, M.M. - \ 2008
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 41 (2008)20. - ISSN 0166-8439 - p. 49 - 52.
    waterkwaliteit - oppervlaktewater - verontreinigingsbeheersing - waterbeheer - slootkanten - voedingsstoffen - verwijdering - landbouwgrond - nederland - kosten-batenanalyse - begroeide stroken - oppervlaktewaterkwaliteit - bufferzones - water quality - surface water - pollution control - water management - ditch banks - nutrients - removal - agricultural land - netherlands - cost benefit analysis - vegetated strips - surface water quality - buffer zones
    Diffuse belasting van het oppervlaktewater met nutriënten vormt een probleem voor het waterbeheer in Nederland. De inzet van ecotechnologische maatregelen kan bijdragen aan de reductie van de emissies. Met name moerasbufferstroken, waarbij het te zuiveren water in contact komt met de bovenste bodemlagen, laten een hoge verwijdering zien. In dit artikel staat een onderzoek centraal naar de werking van een moerasbufferstrook langs de Strijbeekse beek (Noord-Brabant), waarbij het drainagewater direct in de bufferstrook uitkomt, én het economische rendement van zo’n systeem. De verwijdering van stikstof blijkt beperkt door de hoge kweldruk en daaruitvolgende lage infiltratie van drainagewater. De verwijdering van fosfaten is juist hoog vanwege de hoge adsorptiecapaciteit van de bodem door de aanwezigheid van ijzerionen. Met een alternatieve inrichting en beheer is het mogelijk ook de verwijderingsefficiëntie voor stikstof te verhogen. Uit de economische analyse komt naar voren dat de bufferstrook van 350 meter niet rendeert. Indien bufferstroken met een gezamenlijke lengte van 6,5 kilometer zouden worden aangelegd, zijn meer maatschappelijke baten te verwachten, maar dan nog zijn deze niet voldoende om op te wegen tegen de kosten van uit productie genomen landbouwgrond
    Kosteneffectiviteit van alternatieve maatregelen voor bufferstroken in Nederland
    Noij, G.J. ; Corre, W. ; Boekel, E.M.P.M. ; Oosterom, H.P. ; Middelkoop, J.C. van; Dijk, W. van; Clevering, O. ; Renaud, L.V. ; Bakel, P.J.T. van - \ 2008
    Wageningen : Alterra (Effectiveness of buffer strips publication series 6) - 227
    waterlopen - slootkanten - voedingsstoffen - uitspoelen - landbouwgrond - fosfaten - nitraten - akkerranden - bufferzones - oppervlaktewaterkwaliteit - begroeide stroken - streams - ditch banks - nutrients - leaching - agricultural land - phosphates - nitrates - field margins - buffer zones - surface water quality - vegetated strips
    De kosteneffectiviteit is vergeleken van maatregelen om de oppervlaktewaterbelasting met nutriënten vanuit de landbouw terug te dringen. Aanleiding is de discussie over de (kosten)effectiviteit van onbemeste bufferstroken in Nederland. Van deze maatregel zijn alleen de kosten berekend, omdat de effectiviteit van bufferstroken nog onbekend is. Om te kunnen concurreren met alternatieve maatregelen, moeten bufferstroken in staat zijn om de nutriëntenvracht met enige kilos N en/of enige tienden van kilos P per ha per jaar te reduceren, wat overeenkomt met 10 tot 20% van de oorspronkelijke vracht.
    Moerasbufferstroken langs watergangen: haalbaarheid en functionaliteit in Nederland
    Antheunisse, A.M. ; Hefting, M.M. ; Bos, E.J. - \ 2008
    Utrecht : Stowa (Rapport / STOWA 2008 07) - ISBN 9789057734137 - 103
    waterlopen - slootkanten - oppervlaktewater - verontreinigingsbeheersing - waterbeheer - voedingsstoffen - uitspoelen - stikstof - fosfor - verwijdering - landbouwgrond - nederland - kosten-batenanalyse - begroeide stroken - buffers - bufferzones - oppervlaktewaterkwaliteit - streams - ditch banks - surface water - pollution control - water management - nutrients - leaching - nitrogen - phosphorus - removal - agricultural land - netherlands - cost benefit analysis - vegetated strips - buffers - buffer zones - surface water quality
    Internationale regelgeving, zoals de Kaderrichtlijn Water en de nitraatrichtlijn, versterkt de aandacht voor bufferstroken, bemestingsvrije zones, helofytenfilters en natuurvriendelijke oevers als voorzieningen voor de reductie van de emissie van nutriënten en voor de vergroting van natuurwaarden. In dit rapport ligt de focus op natte bufferzones (moerasbufferstroken) langs landbouwpercelen. In tegenstelling tot droge bufferstroken heeft dit type bufferstroken een grote potentie voor het waterbeheer. In combinatie met drainagesystemen leveren ze mogelijk een relevante bijdrage in de zuivering van nutriëntenrijk grondwater. Daarmee is het aanleggen van dit soort voorzieningen een mogelijke maatregel in het kader van het stroomgebiedsbeheer (KRW). Om de claims van effectiviteit te onderzoeken is twee jaar lang onderzoek gedaan naar het functioneren van moerasbufferstroken. Dit onderzoek is gecombineerd met een kosten- baten analyse.
    Rapportage FAB 2006 : Functionele Agro Biodiversiteit
    Scheele, H. ; Gurp, H. van; Alebeek, F.A.N. van; Belder, E. den; Broek, R.C.F.M. van den; Buurma, J.S. ; Elderson, J. ; Meurs, E.J.J. ; Rijn, P. van; Spruijt, J. ; Vlaswinkel, M.E.T. ; Willemse, J. - \ 2007
    Tilburg : LTO projecten - 148
    biologische bestrijding - plantenplagen - bodembiologie - plantenziekten - bouwland - slootkanten - aardappelen - spruitjes - graansoorten - agrobiodiversiteit - biological control - plant pests - soil biology - plant diseases - arable land - ditch banks - potatoes - brussels sprouts - cereals - agro-biodiversity
    Dit LTO project over functionele agrobiodiversiteit is mede gefinancierd door LNV, VROM, Hoofdproductschap Akkerbouw, Productschap Tuinbouw en Rabobank. Het bevat tekstbijdragen vanuit LEI, PRI, PPO, NIOO en DLV Plant. Het onderzoek betreft: akkerranden met bloemstroken, bodemfauana van die akkeranden, bladluizen in aardappelen, graan en spruitkool, wittelkoolvlieg en rupsen op spruitkool. Afsluitend een bedrijfseconomische bijdrage
    Eindrapportage FAB 2005-2007 : functionele Agro Biodiversiteit (FAB)
    Scheele, H. ; Gurp, H. van; Alebeek, F.A.N. van; Belder, E. den; Broek, R.C.F.M. van den; Buurma, J.S. ; Elderson, J. ; Rijn, P. van; Vlaswinkel, M.E.T. ; Willemse, J. - \ 2007
    [Den Haag etc.] : Ministerie van LNV [etc.] - 47
    biologische bestrijding - plagen - bouwland - plantenziekten - akkerbouw - slootkanten - bevordering van natuurlijke vijanden - agrobiodiversiteit - biological control - pests - arable land - plant diseases - arable farming - ditch banks - encouragement - agro-biodiversity
    Het project Functionele Agro Biodiversiteit (FAB) werd in 2002 door LTO Nederland geformuleerd en ging in 2004 in de Hoeksche Waard van start. Het eerste doel was om binnen het agrarische gebied een hoge biologische diversiteit te bereiken, waardoor natuurlijke vijanden een maximale rol kunnen spelen bij de bestrijding van ziekten en plagen in de gewassen, en het gebruik van chemische middelen tot een minimum beperkt kan worden. Daarnaast is het project erop gericht om door onderzoek en praktijkervaring kennis op te doen over de manier waarop dat kan worden gerealiseerd met behoud van de productieve economische functies in het gebied. Omdat plaagdieren en hun natuurlijke vijanden zich in de ruimte bewegen waarbij dijken, bermen, watergangen, bosjes en slootkanten een remmend of juist stimulerend effect hebben, moet een dergelijk project niet op het niveau van een bedrijf maar op dat van een gebied worden gerealiseerd.
    Economische schade als gevolg van graverij en vraat door muskusratten
    Gaaff, A. ; Graaff, R.P.M. de; Michels, R. ; Reinhard, A.J. ; Vrolijk, H.C.J. - \ 2007
    Den Haag : LEI (Rapport / LEI : Domein 4, Ruimte en economie ) - ISBN 9789086151882 - 54
    ondatra zibethicus - schade - dijken - graven - diergedrag - animal burrows - kosten - slootkanten - nederland - kanaaloevers - economische aspecten - ondatra zibethicus - damage - dykes - burrowing - animal behaviour - animal burrows - costs - ditch banks - netherlands - canal banks - economic aspects
    In dit onderzoek is de economische schade als gevolg van graverij en vraat door muskusratten in beeld gebracht. In tien karakteristieke gebieden zijn aan de hand van een protocol veldwaarnemingen gedaan om de effecten van graverij en vraat te bepalen. Op basis van deze gegevens is vervolgens een raming gemaakt van de economische schade voor heel Nederland. Er blijkt vooral sprake te zijn van graafschade aan oevers (1 tot 4 miljoen euro per jaar), extra baggerwerkzaamheden, schade aan infrastructuur en gevolgschade voor de landbouw. Vraatschade aan landbouw en natuur is slechts in beperkte mate waargenomen.
    Onderzoek naar het ecologisch functioneren van Nederlandse sloten
    Peeters, E.T.H.M. ; Klein, J.J.M. de; Scheffer, M. - \ 2007
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 40 (2007)6. - ISSN 0166-8439 - p. 30 - 31.
    zoetwaterecologie - sloten - slootkanten - bedrijfsvoering - oevervegetatie - waterplanten - waterkwaliteit - eutrofiëring - biodiversiteit - functionele biodiversiteit - agrobiodiversiteit - freshwater ecology - ditches - ditch banks - management - riparian vegetation - aquatic plants - water quality - eutrophication - biodiversity - functional biodiversity - agro-biodiversity
    De leerstoelgroep Aquatische Ecologie en Waterkwaliteitsbeheer van Wageningen Universiteit gaat de komende vier jaar vernieuwend onderzoek uitvoeren in sloten. Het onderzoek wordt gefinancierd door STOWA en de direct betrokken waterbeheerders. Enerzijds zal het onderzoek zich richten op het verkrijgen van meer inzicht in de fundamentele processen achter het zelfreinigend vermogen (het verwijderen van nutriënten) van slootsystemen en daarnaast probeert het verdergaand inzicht te krijgen in de manier waarop het onderhoud (met name schonen en baggeren) de ecologische kwaliteit van sloten kan verhogen. Uiteindelijk moet het onderzoek leiden tot meer inzicht in de fundamentele processen en mechanismen die een rol spelen bij het functioneren van sloten. De resultaten zullen ook handreikingen opleveren voor een beter uitgebalanceerd beheer
    Effectiveness of buffer strips in the Netherlands : research plan
    Noij, G.J. - \ 2006
    Wageningen : Alterra (Effectiveness of buffer strips in the Netherlands 1) - 14
    bufferzones - slootkanten - nutriëntenuitspoeling - landbouwgrond - onderzoeksprojecten - buffer zones - ditch banks - nutrient leaching - agricultural land - research projects
    On 1 July 2004 the European Commission and the Netherlands reached an agreement about the implementation of the Nitrates Directive for the nearby future. In this decree narrow fertilizer-free strips of 0.25 – 1.501 m are prescribed, depending on the type of crop and the method of herbicide application, whereas many other countries use a fertiliser-free zone2 of at least 5 m.
    Vissen in poldersloten: de invloed van baggeren in "dichte" en open sloten op vissen en amfibieën
    Ottburg, F.G.W.A. ; Jong, T. de - \ 2006
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1349) - 48
    sloten - baggeren - slootkanten - vissen - aquatisch milieu - polders - biodiversiteit - aquatische ecosystemen - agrarisch natuurbeheer - agrobiodiversiteit - zuid-holland - ditches - dredging - ditch banks - fishes - aquatic environment - polders - biodiversity - aquatic ecosystems - agri-environment schemes - agro-biodiversity - zuid-holland
    Er is weinig bekend over de invloed van baggeren op vissen en amfibieën in sloten. Dit onderzoek richt zich op een vergelijking tussen `dichte¿ en open sloten, waarin gebaggerd wordt met een baggerspuit. De verkregen inzichten kunnen bijdragen aan doelstellingen van beleidsvelden als habitatrichtlijn, Kader Richtlijn Water en groen-blauwe dooradering. `Dichte¿ sloten staan door middel van een duikerbuis van maximaal 40 centimeter doorsnede in verbinding met het overige oppervlakte water. Open sloten staan in directe verbinding met andere sloten en weteringen. Het onderzoek is uitgevoerd in een polder gebied rond Driebruggen in de provincie Zuid-Holland. De bemonsteringen zijn voornamelijk door middel van elektrisch vissen uitgevoerd. Dit onderzoek geeft ecologische inzichten voor vissen en amfibieën weer en mondt tevens uit in praktische aanbevelingen m.b.t. duikerbuizen om zo sloten beter bereikbaar te maken voor vissen
    Alternerend maaibeheer kavelsloten, verwerking rietmaaisel en effecten op onkruiddruk
    Holshof, G. ; Boekhoff, M. - \ 2006
    Lelystad : Animal Sciences Group / Praktijkonderzoek (PraktijkRapport / Animal Sciences Group, Praktijkonderzoek : Rundvee ) - 27
    graslanden - vegetatiebeheer - oevervegetatie - maaien - agrarische bedrijfsvoering - slootkanten - agrarisch natuurbeheer - natuurontwikkeling - grasslands - vegetation management - riparian vegetation - mowing - farm management - ditch banks - agri-environment schemes - nature development
    Door in het najaar slechts één slootzijde + slootbodem te maaien en het product af te voeren, wordt de natuurwaarde van deze sloot vergroot. Dit alternerend maaibeheer leidt niet tot veronkruiding van het aangrenzende perceel. Door het rietmaaisel een jaar op te slaan, kan het vervolgens zonder problemen worden uitgereden op maïsland op zeeklei. Het uitrijden van rietmaaisel leidt niet tot een verhoogde onkruiddruk of opbrengstdaling.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.