Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 13 / 13

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    De foeragerende honingbij
    Steen, J.J.M. van der - \ 2015
    Bijenhouden 9 (2015)6. - ISSN 1877-9786 - p. 7 - 9.
    bijenhouderij - foerageren - honingbijen - apis - drachtplanten - bloeiende planten - nectar - stuifmeel - bestuivers (dieren) - beekeeping - foraging - honey bees - apis - pollen plants - flowering plants - nectar - pollen - pollinators
    Dit artikel is een compilatie van het Wageningen-UR PRI rapport 606 ’Factoren die het foerageergedrag van honingbijen bepalen (deel I)’. In dit rapport wordt het haalgedrag van de honingbij beschreven: hoe wordt het bepaald en wat wordt verzameld en hoe. Daarnaast is in het rapport een drachtplantenlijst opgenomen (deel II). Hoe bijen drachten bezoeken is interessant voor de bijenhouder en van wezenlijk belang voor het inzetten van honingbijen voor bestuiving en voor het interpreteren van uitkomsten in studies waarin bijenvolken gebruikt worden voor het aantonen van plantenziekten en milieuverontreinigingen.
    Factoren die het foerageergedrag van honingbijen bepalen (deel I); Dracht in Nederland (cultuurgewassen en wilde planten) (deel II)
    Steen, J.J.M. van der; Cornelissen, B. - \ 2015
    Wageningen : Plant Research International, Wageningen UR (Rapport 606) - 94
    apis mellifera - honingbijen - diergedrag - bestuivers (dieren) - dansen (bijen) - door bijen verzameld stuifmeel - seizoenen - drachtplanten - veldgewassen - vruchtbomen - openbaar groen - wegbermplanten - wilde planten - waarden - apis mellifera - honey bees - animal behaviour - pollinators - dances - bee-collected pollen - seasons - pollen plants - field crops - fruit trees - public green areas - roadside plants - wild plants - values
    Om een inschatting te kunnen maken van het risico dat honingbijen blootgesteld worden aan gewasbeschermingsmiddelen, andere stoffen zoals atmosferische depositie van fijnstof en organismen zoals plantpathogene microorganismen, is in opdracht van het Ministerie van EZ/Landbouw een samenvatting gemaakt van de informatie, beschikbaar over de aantrekkelijkheid van Nederlandse gewassen voor honingbijen (Apis mellifera). De opdracht is vorm gegeven in twee delen. Deel I is een beschrijving van het bijenvolk met de focus op het foerageergedrag, gevolgd door een beschrijving van factoren die het foerageergedrag bepalen, hoe de bijen hun omgeving exploreren en exploiteren en een lijst met kengetallen over het foerageren van honingbijen. Deel II geeft een overzicht van cultuurgewassen en wilde planten met bijbehorende waarden van nectar en stuifmeel voor honingbijen met bloeitijden en verwijzingen naar goede drachtplantenboeken. Hieronder zijn puntsgewijs relevante zaken gegeven die in het rapport verder uitgewerkt zijn. Honingbijen zijn voor hun voedsel (nectar en stuifmeel) volledig afhankelijk van planten. Het foerageergedrag en de voorkeur voor gewassen hangt af van de behoefte in het volk en de aantrekkelijkheid van het gewas als nectar- en stuifmeelbron. Het foerageergedrag wordt voortdurend aangepast aan de beschikbare dracht en de behoeften van het bijenvolk. Honingbijen leven in volken die variëren in grootte van ~7000 individuen in het voorjaar (maart) tot 20 000 à 30 000 in de zomer en weer afnemend in oktober. In het actieve foerageer- en broedseizoen is een derde tot een vierde deel foerageerster (haalbij). In de loop van een seizoen halen de bijen ten behoeve van het volk 25 kg water, 20 - 30 kg stuifmeel, 125 kg nectar en kleine hoeveelheden hars (propolis). Voor het halen van deze voedselcomponenten vliegen bijen tot 2 km voor water, tot 6 km voor stuifmeel en tot 12 à 13 km voor nectar. Meestal zullen de vluchten echter beperkt zijn tot 600-800 meter. De foerageerafstanden zijn in de zomer (juli – augustus) langer dan in het voorjaar (maart – mei). Met andere woorden, in het voorjaar wordt het voedsel in een kleiner gebied verzameld dan in de zomer. Het risico dat bijen aan een bespuiting zullen worden blootgesteld zou daarom na half juni hoger kunnen zijn dan in het voorjaar. Maar aan de andere kant zijn dan de meeste bespuitingen met insecticiden achter de rug. Het risico van blootstelling aan een insecticide is hoger in een gewas met een goed nectar- (hoeveelheid en suikerconcentratie) en stuifmeelaanbod. Foerageersters vliegen per dag gemiddeld 10 keer uit om voedsel te verzamelen, elke trip kan van een paar minuten tot een uur duren. Door communicatie via de bijendans en trophallaxis (voedseluitwisseling) wordt de keuze voor het benutten van een bepaalde dracht sterk gestuurd. Dat betekent dat bijen zich niet homogeen verdelen over het drachtgebied maar focussen op de meest profijtelijke drachten. Als gevolg daarvan is ‘geen bezoek’ en ‘veel bezoek’ in de verdeling meer vertegenwoordigd dan ‘een beetje bezoek’. Bijenvolken van een bijenstand verdelen zich niet allemaal gelijk over het drachtgebied; verschillende volken bezoeken deels verschillende en deels overlappende drachten. Hoewel de triggers en veelal de drempels bekend zijn, evenals de manier van foerageren, is het nog niet mogelijk precies te voorspellen hoe een volk zich verdeelt over meerdere velden. Omgekeerd is ook niet te voorspellen welk aandeel van verschillende volken op verschillende locaties in een bepaald veld mag worden verwacht. De nectar die binnengebracht wordt, wordt binnen enkele uren verdeeld over het volk; foerageersters gebruiken het als brandstof voor nieuwe foerageervluchten, het komt in het larvenvoedsel terecht en het meeste wordt opgeslagen. Vaste deeltjes zoals fijnstof en microbiële plantpathogenen verdelen zich snel over de bijen in het volk door fysiek contact
    Eindrapportage: Bedrijven voor Bijen
    Cornelissen, B. ; Alebeek, F.A.N. van; Berg, W. van den - \ 2015
    Wageningen : Plant Research International, Wageningen UR - 46
    apidae - wilde bijenvolken - detectie - drachtplanten - biodiversiteit - bedrijventerreinen - stadsomgeving - openbaar groen - bestuivers (dieren) - participatie - wilde bloemen - insecten - apidae - wild honey bee colonies - detection - pollen plants - biodiversity - business parks - urban environment - public green areas - pollinators - participation - wild flowers - insects
    In het project “Bedrijven voor Bijen” (2012 – 2014) hebben verschillende partijen, waaronder De Gasunie en Wageningen UR, onderzocht hoe en met welke maatregelen populaties van bijen op bedrijventerreinen en in industriële infrastructuur versterkt kunnen worden. Het onderzoek bestaat uit drie onderzoekslijnen: a) Bijen op leidingtracés van de Gasunie, b) Bijen in de stad en c) beheer van gazons voor bestuivers. Dit rapport beschrijft de resultaten van de drie studies.
    Stuifmeel museumbijen levert het bewijs
    Kleis, R. ; Scheper, J.A. - \ 2014
    Resource: weekblad voor Wageningen UR 9 (2014)8. - ISSN 1874-3625 - p. 9 - 9.
    apidae - wilde bijenvolken - rassen (dieren) - stuifmeel - drachtplanten - landbouwkundig onderzoek - veldgewassen - voederpeulvruchten - beplantingen - voedseltekorten - apidae - wild honey bee colonies - breeds - pollen - pollen plants - agricultural research - field crops - fodder legumes - plantations - food shortages
    Voedseltekort oorzaak afname aantal wilde bijen. Vooral grote bijen zijn de dupe van gebreken in menu.
    De Nederlandse Bijen
    Belgers, J.D.M. - \ 2013
    Bijenhouden 2013 (2013)juni. - ISSN 1877-9786 - p. 4 - 5.
    apidae - honingbijen - nederland - bestuivers (dieren) - drachtplanten - dierecologie - determinatietabellen - identificatie - boekbesprekingen - apidae - honey bees - netherlands - pollinators - pollen plants - animal ecology - keys - identification - book reviews
    Het Jaar van de Bij (2012) was een groot succes. Alom aandacht voor zowel de honingbij als de wilde bij. Bijenhotels rezen het afgelopen jaar als paddenstoelen uit de grond; veel mensen weten nu het verschil tussen honingbij, wilde (solitaire) bij en wesp. Hoogtepunt voor veel bijenliefhebbers was de presentatie van het boek ‘De Nederlandse Bijen’op 13 december 2012 bij Naturalis in Leiden. Na onze vooraankondiging in januari hier een bespreking van een kenner.
    Bijen en maisstuifmeel
    Blacquière, T. ; Dooremalen, C. van - \ 2013
    Bijenhouden 7 (2013)5. - ISSN 1877-9786 - p. 14 - 15.
    drachtplanten - maïs - door bijen verzameld stuifmeel - eiwitgehalte - voedingswaarde - pollen plants - maize - bee-collected pollen - protein content - nutritive value
    In Nederland wordt heel wat (voeder)mais geteeld, evenals in grote delen van de rest van Europa, vooral in landen die ook veel bijenvolken hebben. Hoewel deze plant een windbestuiver is, wordt het stuifmeel wel door honingbijen verzameld. Hoe goed of slecht is dat eigenlijk? Wat is hierover uit onderzoek bekend?
    Het wordt stil in de bijenkast : de wetenschap over bijensterfte (interview met A. van 't Hoog, T. Blacquiere, C. van Dooremalen)
    Hoog, A. van 't; Blacquiere, T. ; Dooremalen, C. van; Cornelissen, B. - \ 2013
    WageningenWorld 2013 (2013)2. - ISSN 2210-7908 - p. 10 - 15.
    apidae - honingbijen - bombus - bijenziekten - doodsoorzaken - vuilbroed - varroa - nosema - bacterieziekten - drachtplanten - insecticiden - pesticiden - risicofactoren - wetenschappelijk onderzoek - bijensterfte - dierenwelzijn - diergezondheid - wilde dieren - dierlijke productie - apidae - honey bees - bombus - bee diseases - causes of death - foul brood - varroa - nosema - bacterial diseases - pollen plants - insecticides - pesticides - risk factors - scientific research - bee mortality - animal welfare - animal health - wild animals - animal production
    Er is iets goed mis met de honingbij: ’s winters legt een derde van de volken het loodje. Geleidelijk aan krijgt de wetenschap meer inzicht in mogelijke oorzaken van deze bijensterfte, maar één boosdoener is (nog) niet aan te wijzen.
    Roofwantsen (Orius) in stand houden met alternatief voedsel
    Grosman, A.H. ; Groot, E.B. de; Bernardo, A. - \ 2013
    sierteelt - gewasbescherming - organismen ingezet bij biologische bestrijding - reduviidae - orius - plaagbestrijding met natuurlijke vijanden - methodologie - voedingswijzen - mijten - drachtplanten - ephestia - artemia - ornamental horticulture - plant protection - biological control agents - reduviidae - orius - augmentation - methodology - foodways - mites - pollen plants - ephestia - artemia
    Informatieposter over een effectievere plaagbestrijding in de sierteelt door betere vestiging en populatieopbouw van roofwantsen (Orius spp). De roofwantsen in een vroege teeltfase introduceren en laten vermeerderen in het gewas via toediening van alternatief voedsel.
    Lespakket bijen : kennis van Wageningen UR bestemd voor AOC-onderwijs
    PRI, ; PPO Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, - \ 2011
    Wageningen UR
    apidae - honingbijen - bestuiving - drachtplanten - bijenkasten - lesmaterialen - honey bees - pollination - pollen plants - hives - teaching materials
    Biodiversiteit in tuin en plantsoen
    Hoffman, M.H.A. - \ 2010
    Boskoop : All-Round Communications, - 19
    vegetatie - struiken - bomen - biodiversiteit - tuinen - drachtplanten - groene gevels - groene daken - belevingswaarde - insect-plant relaties - stedelijke gebieden - vegetation - shrubs - trees - biodiversity - gardens - pollen plants - green walls - green roofs - experiential value - insect plant relations - urban areas
    Een rijk en gevarieerd groen in de stad wordt niet alleen door burgers erg gewaardeerd, maar het kan ook een uitstekende bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Het biedt veel soorten insecten, vogels en andere dieren nieuwe levenskansen. En bovendien wordt zo de natuur dicht bij huis gehaald. Deze publicatie bevat achtergrondinformatie over biodiversiteit in de stad, met soorttabellen van planten die bijvoorbeeld bijen, vlinders of vogels aantrekken. Ook worden tips gegeven over bepaalde beplantingsvormen en voorbeelden genoemd van creatieve initiatieven van gemeentes om biodiversiteit te bevorderen.
    To bee or not to bee (interview met T. Blacquière & J. Calis)
    Thoenes, E. ; Blacquiere, T. ; Calis, J. - \ 2009
    Wageningen Update 2009 (2009)2/09. - ISSN 1569-3279 - p. 4 - 7.
    apidae - honingbijen - bijenziekten - varroa - mijten - honingbijkolonies - bijenhouderij - imkers - drachtplanten - pesticiden - doodsoorzaken - apidae - honey bees - bee diseases - varroa - mites - honey bee colonies - beekeeping - beekeepers - pollen plants - pesticides - causes of death
    Het gaat slecht met de honingbij. Zowel in Europa als in Amerika zien imkers in toenemende mate hun bijenvolken ten prooi vallen aan de ‘verdwijnziekte’. Het symptoom, een lege kast zonder bijen – levend noch dood –, stelt wetenschappers voor een raadsel. Wageningse onderzoekers proberen de oorzaken te achterhalen en hebben in opdracht van het het ministerie van LNV een voorlopige analyse met aanbevelingen geschreven
    De betekenis van het openbaar groen voor bijen : notitie over de toepassing van stuifmeel- en nectarleverende planten in het openbaar groen ten behoeve van bijen
    Blitterswijk, H. van; Boer, T.A. de; Spijker, J.H. - \ 2009
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1975) - 29
    nectarplanten - vegetatietypen - wilde bijenvolken - drachtplanten - honingbijen - apidae - beplantingen - diversiteit - openbaar groen - insect-plant relaties - gemeenten - groenbeheer - nectar plants - vegetation types - wild honey bee colonies - pollen plants - honey bees - apidae - plantations - diversity - public green areas - insect plant relations - municipalities - management of urban green areas
    Overzicht van planten die nectar en stuifmeel leveren en die in openbaar groen (meer) toegepast kunnen worden. Onderzocht is ook in hoeverre drachtplanten voor bijen aandacht krijgen in het gemeentelijke groenbeheer. Middels literatuuronderzoek is in beeld gebracht welke informatie beschikbaar is over drachtplanten in Nederland. Ook zijn telefonische interviews gehouden met gemeentelijke groenbeheerders om te inventariseren welke aandacht zij besteden aan drachtplanten bij de aanleg en het beheer van het openbaar groen
    Weet de honingbij zich te handhaven?
    Top, Henk ; Blacquiere, T. - \ 2008
    Animal Freedom
    apidae - bijenziekten - doodsoorzaken - varroa - mijten - insecticiden - drachtplanten - stuifmeel - bestuivers (dieren) - onderzoek - bijensterfte - apidae - bee diseases - causes of death - varroa - mites - insecticides - pollen plants - pollen - pollinators - research - bee mortality
    Tekst: Henk Top In het afgelopen jaar is door verschillende media melding gemaakt van massale sterfte onder honingbijen in Noord-Amerika. Ook in delen van ons land is sprake van toenemende sterfte onder de bijen. Wat is er juist van deze verhalen en heeft de bijensterfte in de Verenigde Staten iets te maken met de sterfte in ons land of moet de oorzaak gezocht worden in de klimaatverandering, het gebruik van pesticiden of wellicht de straling van de gsm's?
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.