Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 123

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Samenstelling van blad, stengel en rhizomen in relatie tot optimaal oogst-tijdstip van Miscanthus x giganteus
    Kasper, G.J. ; Kolk, J.C. van der; Putten, J.C. van der - \ 2017
    Wageningen : Wageningen Livestock Research (Wageningen Livestock Research rapport 1022) - 27
    brandstofgewassen - biobased economy - miscanthus - grassen - oogsttijdstip - gewasopbrengst - akkerbouw - plantensamenstelling - suikergehalte - lignine - pectinen - droge stof - koolhydraten - stengels - wortelstokken - fuel crops - biobased economy - miscanthus - grasses - harvesting date - crop yield - arable farming - plant composition - sugar content - lignin - pectins - dry matter - carbohydrates - stems - rhizomes
    A plurality of components (such as sugars, lignin, pectin) of Miscanthus x giganteus has been studied in stem, leaf, and rhizomes for the harvest times July and January in view of the optimal harvest time. Additional literature search shows that the end of October is the optimum time for harvesting on the basis of the maximum above-ground dry matter yield and sugar yield, and dry matter yield in the next year. It will have to be investigated whether the optimal harvest time also applies to long-term research.
    Koeien kunnen omschakelen : On-off weiden maakt economisch geen verschil, maar spaart wel arbeid
    Galama, Paul ; Holshof, Gertjan - \ 2016
    dairy farming - grasslands - grazing - grazing systems - farm management - milk production - dairy cattle nutrition - dry matter - grasses - stalls - strip grazing - returns

    Nederlandse melkveehouders ‘mixen’ weidegang met op stal bijvoeren. Maar dat hoeft niet, zo blijkt uit onderzoek met de koeien van het VIC in Zegveld. Met on-off weiden gaat de koe dag en nacht weiden als er gras is, óf staat ze op stal waar ze dan volledig gevoerd wordt. De melkproductie en de bij gevoerde kilo’s droge stof zijn bij on-off weiden hetzelfde als bij beperkt weiden en op stal voeren.

    Fosfaatgehalte in de bodem blijft voldoende hoog : jarenlange fosfaatbemesting volgens bedrijfsspecifieke gebruiksnormen zorgt voor zes procent lagere drogestofopbrengst
    Middelkoop, J.C. van; Ehlert, P.A.I. ; Regelink, I.C. - \ 2016
    Veeteelt 33 (2016)8. - ISSN 0168-7565 - p. 44 - 45.
    bemesting - kunstmeststoffen - fosfaat - graslanden - veldproeven - opbrengen op het land - droge stof - fertilizer application - fertilizers - phosphate - grasslands - field tests - application to land - dry matter
    In Nederland is de fosfaatbemesting op grasland via gebruiksnormen beperkt tot een evenwichtsbemesting. Om de verwachte daling van de fosfaattoestand van de bodem en de grasproductie te monitoren, deed Wageningen UR vana f 1997 een veldproef.
    Weg met dat onkruid : proeven Dow AgroSciences: 25 procent meer droge stof van bespoten grasland
    Feenstra, J. ; Huiting, H.F. - \ 2016
    Veeteeltvlees 15 (2016)2. - ISSN 1570-3312 - p. 18 - 19.
    graslanden - graslandbeheer - onkruidbestrijding - melkveehouderij - pesticiden - veehouderij - droge stof - graskuilvoer - grasslands - grassland management - weed control - dairy farming - pesticides - livestock farming - dry matter - grass silage
    Onkruidbestrijding in grasland verplaatst zich van het voorjaar naar het na jaar. De groeiende belangstelling voor grasteelt onder veehouders heeft daarmee te maken. ‘Onkruidbestrijding hoort bij beter graslandmanagement’, aldus Hilfred Huiting van PPO.
    Accuracy of sampling during mushroom cultivation
    Baars, J.J.P. ; Hendrickx, P.M. ; Sonnenberg, A.S.M. - \ 2015
    Wageningen : Wageningen UR (PPO/PRI report 2015-5) - 33
    mushrooms - edible fungi - cropping systems - sampling - agaricus bisporus - mushroom compost - efficiency - dry matter - crop yield - postharvest quality - paddestoelen - eetbare paddestoelen - teeltsystemen - bemonsteren - agaricus bisporus - champignonmest - efficiëntie - droge stof - gewasopbrengst - kwaliteit na de oogst
    Experiments described in this report were performed to increase the accuracy of the analysis of the biological efficiency of Agaricus bisporus strains. Biological efficiency is a measure of the efficiency with which the mushroom strains use dry matter in the compost to produce mushrooms (expressed as dry matter produced).
    Oogstmoment snijmais beïnvloedt methaanuitstoot : Later oogsten mais verlaagt methaanuitstoot zonder negatieve bijeffecten
    Bannink, A. ; Hatew, B. ; Dijkstra, J. - \ 2015
    Veeteelt 2015 (2015)Oktober. - ISSN 0168-7565 - p. 34 - 35.
    landbouw en milieu - oogsttijdstip - droge stof - maïs - ruwvoer (forage) - methaan - emissiereductie - duurzame landbouw - broeikasgassen - agriculture and environment - harvesting date - dry matter - maize - forage - methane - emission reduction - sustainable agriculture - greenhouse gases
    Wageningse diervoedingonderzoekers keken naar de gevolgen van het oogstmoment van mais op de methaanemissie. De conclusie is dat per procent drogestoftoename van snijmais in maisrijke rantsoenen de methaanvorming per kilogram meetmelk met 1,5 procent wordt verlaagd.
    Precisielandbouw buiten stal: GrasMais-Signaal : Gezonde Veehouderij 2023
    Philipsen, Bert - \ 2015
    precision agriculture - grasslands - dry matter - milk production - sensors - information technology - dairy farming
    Eerste curve grasgroei en bodemtemperatuur : extra grasland special
    Remmelink, G.J. ; Philipsen, A.P. ; Stienezen, M.W.J. ; Tjoonk, L. ; Kuiper, I. - \ 2015
    V-focus 12 (2015)2. - ISSN 1574-1575 - p. 24 - 25.
    graslanden - grassen - groeistudies - bodemtemperatuur - droge stof - veehouderij - grasslands - grasses - growth studies - soil temperature - dry matter - livestock farming
    De Weideman publiceerde in 2014 wekelijks cijfers over grasgroei en bodemtemperatuur. Deze cijfers zijn aangeleverd door veehouders die wekelijks de bodemtemperatuur en de drogestofopbrengst hebben gemeten. Uit de cijfers is het verloop van de grasgroei voor het weideseizoen van 2014 berekend, voor zowel het weide- als maaistadium. 2014 kenmerkte zich door een lang groeiseizoen.
    Effect stalklimaat en drogestofgehalte mest op de ammoniakemissie uit vleeskuikenstallen
    Harn, J. van; Aarnink, A.J.A. ; Blanken, K. ; Ogink, N.W.M. - \ 2015
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rapport 863) - 51
    droge stof - stalklimaat - pluimveemest - pluimveehokken - pluimveehouderij - vleeskuikens - ammoniakemissie - emissiereductie - luchtkwaliteit - dierenwelzijn - dry matter - stall climate - poultry manure - poultry housing - poultry farming - broilers - ammonia emission - emission reduction - air quality - animal welfare
    The formation of ammonia from litter in broiler houses depends on various factors such as climate (both inside and outside the house), dry matter content of the droppings, and dry matter content, pH, ammonium content and temperature of the litter. However, it is not known how these processes interact with and / or influence each other. For this reason, Wageningen UR Livestock Research performed a study in which the effect of environmental conditions and dry matter content of the droppings on litter characteristics (pH, temperature, dry matter, nitrogen and ammonium content) and ammonia emission was investigated. The objective of this study was to gain knowledge in the relationships between environmental climate conditions, litter characteristics and ammonia emission from broiler houses. This study shows that it is possible to reduce ammonia emissions from broiler houses through management measures. Especially measures that increase the dry matter content of the litter and / or decrease the ammonium content of the litter and / or decrease the pH of the litter will reduce the ammonia emission.
    Differences in taste in button mushroom strains (Agaricus bisporus)
    Baars, J.J.P. ; Stijger, I. ; Kersten, M. ; Sonnenberg, A.S.M. - \ 2014
    Wageningen : Wageningen UR Plant Breeding (Report / Plant Breeding Wageningen UR 2015-3) - 17
    mushrooms - edible fungi - taste - agaricus bisporus - agaricus - taste research - taste panels - postharvest quality - dry matter - paddestoelen - eetbare paddestoelen - smaak - agaricus bisporus - agaricus - smaakonderzoek - smaakpanels - kwaliteit na de oogst - droge stof
    This report describes the results of a screening of genetically diverse strains of mushroom Agaricus bisporus for differences in taste. Eight different strains were grown on regular commercial compost and casing soil. Two of these strains were also grown on a casing with calcium chloride added to increase osmotic value. The intension was to increase the dry matter content of the mushrooms that might affect the “bite” sensation of mushrooms.
    Ammoniakvorming in mestdroogsystemen op legpluimveebedrijven met mestbandbeluchting = Ammonia production in manure drying systems at layer farms with manure belt aeration
    Winkel, A. ; Blanken, K. ; Ellen, H.H. ; Ogink, N.W.M. - \ 2014
    Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Report / Wageningen UR Livestock Research 730) - 20
    pluimveehouderij - hennen - pluimveehokken - ammoniakemissie - emissiereductie - droge stof - mestverwerking - drogen - luchtverontreiniging - poultry farming - hens - poultry housing - ammonia emission - emission reduction - dry matter - manure treatment - drying - air pollution
    In this study, we investigated whether ammonia emissions from manure drying systems can be reduced by pre-drying the manure to ca. 55% of dry matter. This study shows that the ammonia emission of drying manure decreases with dry matter content. Pre-drying of manure to 55% of dry matter prevents the occurrence of high emissions in the first phase of the drying process and can reduce the emission from manure drying systems with 50–60%.
    Paling analyses Ecofide
    Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van - \ 2013
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C196/13) - 13
    palingen - european eels - representatieve monstername - monsters - chemische analyse - polychloorbifenylen - organo-tinverbindingen - vet - droge stof - sporenelementen - eels - european eels - representative sampling - samples - chemical analysis - polychlorinated biphenyls - organotin compounds - fat - dry matter - trace elements
    De opdracht bestond uit het karakteriseren, fileren en homogeniseren tot een mengmonster van de door Ecofide aangeleverde set palingen; het uitvoeren van chemische analyses in het mengmonster en het rapporteren van de resultaten. Dit rapport omvat een korte omschrijving van de toegepaste methoden, een kwaliteitsparagraaf en een presentatie van de resultaten in Exceltabellen.
    Effect of increased maturity of silage maize at harvest on conservation, dairy cow performance and methane emission
    Zom, R.L.G. ; Bannink, A. ; Goselink, R.M.A. - \ 2012
    Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Report / Wageningen UR Livestock Research 578) - 16
    melkveehouderij - rundveevoeding - krachtvoeding - maïskuilvoer - rijpingsfase - droge stof - melkopbrengst - voeropname - verteerbaarheid - voersamenstelling - dairy farming - cattle feeding - force feeding - maize silage - ripening stage - dry matter - milk yield - feed intake - digestibility - feed formulation
    Increasing maturity at harvest is evaluated as a cost-free method to increase starch concentration and rumen by-pass starch of maize silage, reducing methane emission. Results showed no effect on cow performance or silage stability, but the calculated effect on methane emission was low with the maize cultivar used.
    Freesia groeimodel: Ontwikkeling van een groeimodel voor gebruik door telers
    Labrie, C.W. ; Visser, P.H.B. de; Buwalda, F. ; Helm, F.P.M. van der - \ 2011
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten GTB 1075) - 35
    freesia - groeimodellen - grensvlak - droge stof - groei - kwekers - klimaatfactoren - teelt onder bescherming - nederland - freesia - growth models - interface - dry matter - growth - growers - climatic factors - protected cultivation - netherlands
    Abstract Wageningen UR Greenhouse Horticulture conducted in close cooperation with the Dutch freesia sector research on the effects of climate on dry matter production of Freesia plants. The relationships were established on the basis of photosynthesis, growth and climate data measured in greenhouses of Freesia growers. The relationships were incorporated in a dynamic growth model that correctly simulated the dry matter growth in a series of trials. A user-friendly interface was satisfactorily developed interactively with a number of Freesia growers. The model can be used by growers to find the most optimal combination of climate factors for Freesia growth at given plant age and greenhouse settings.
    Verteerbaarheid en voederwaarde van diverse kwaliteiten graskuil en van CCM bij biologische zeugen = Digestibility and nutritive value of several qualities of grass silage and of CCM in organic housed gestating sows
    Peet-Schwering, C.M.C. van der; Binnendijk, G.P. ; Diepen, J.T.M. van - \ 2010
    Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 342) - 16
    zeugen - zwangerschap - biologische landbouw - voersamenstelling - graskuilvoer - kuilvoer - droge stof - energetische waarde - varkenshouderij - sows - pregnancy - organic farming - feed formulation - grass silage - silage - dry matter - energy value - pig farming
    The chemical composition, digestibility and energy value of five qualities of grass silage and of CCM (Corn cob mix) were investigated in organic housed gestating sows. The dry matter content of the five grass silages varied between 21.3 and 24.9%. The energy value per kg dry matter varied between 0.78 and 0.95. Energy value per kg dry matter and daily dry matter intake were highest in grass silage with a yield of 2.2 ton dry matter per ha and lowest in grass silage with a yield of 5.0 ton dry matter per ha.
    Biologische consumptie-aardappelrassen : smaaktoetsing van gekookt product : meerjarige toetsing op smaakeigenschappen
    Wijk, C.A.P. van - \ 2010
    Lelystad : PPO AGV - 76
    aardappelen - akkerbouw - rassen (planten) - rasverschillen - smaak - proeven - kwaliteit - droge stof - bodemtypen - kookkwaliteit - biologische voedingsmiddelen - smaakonderzoek - potatoes - arable farming - varieties - breed differences - taste - trials - quality - dry matter - soil types - cooking quality - organic foods - taste research
    In 2007 is daarom vanuit Bioconnect Innovatiegroep Productkwaliteit een project gestart ter verbetering van de productkwaliteit bij een aantal grotere biologische gewassen. Het doel van het project was: 1. Verhoging van de productkwaliteit van het biologische product door ontwikkeling van nieuwe kennis en synthese van bestaande kennis tot toepasbare teelt- en ketenstrategieën. 2. Verhogen van betrokkenheid voor kwaliteit biologisch product bij biologische telers en ketenpartijen. De mogelijkheden van de technische verbeteringen van smaak en productkwaliteit bij biologische geteelde aardappel zijn getoetst binnen dit project. Daarvoor is nauw samengewerkt met aardappel ketenpartijen binnen de biologische sector.
    Vergister wil ook hoge kwaliteit maïs
    Groten, J.A.M. - \ 2010
    Boerderij 95 (2010)25. - ISSN 0006-5617 - p. 58 - 59.
    maïs - rassen (planten) - brandstofgewassen - gewaskwaliteit - droge stof - gewasopbrengst - biogas - co-vergisting - biobased economy - maize - varieties - fuel crops - crop quality - dry matter - crop yield - biogas - co-fermentation - biobased economy
    Niet alle maïs is even geschikt voor de productie van biogas. Rassenonderzoek laat zien dat rassen onderling duidelijk verschillen
    VEM-opbrengst mais neemt toe : Interview met Jos Groten
    Thelosen, Jos ; Groten, J.A.M. - \ 2009
    Nieuwe Oogst / Magazine Veehouderij 5 (2009)6. - ISSN 1871-0948 - p. 10 - 10.
    veredelen - onderzoek - maïs - rassen (planten) - voederwaardering - verteerbaarheid - droge stof - rassenlijsten - breeding - research - maize - varieties - feed evaluation - digestibility - dry matter - descriptive list of varieties
    De vooruitgang in voederwaarde van de maïsrassen bedraagt gemiddeld 2,25 procent per jaar. Vooral een hogere drogestofopbrengst en de betere verteerbaarheid van celwanden zijn daar volgens maïsdeskundige Jos Groten debet aan. Het belang van veredeling en onderzoek aan maïs voor veehouders is groot
    Werking dunne fractie van gescheiden mest lijkt gunstig
    Verloop, J. - \ 2008
    Nieuwsbrief Koeien & Kansen 2008 (2008)28. - p. 3 - 3.
    melkveehouderij - dierlijke meststoffen - drijfmest - scheiding - stikstof - gebruikswaarde - droge stof - grassen - gewasopbrengst - mestverwerking - gelderland - dairy farming - animal manures - slurries - separation - nitrogen - use value - dry matter - grasses - crop yield - manure treatment - gelderland
    Bij Koeien & Kansen-deelnemer Van Wijk in Waardenburg loopt een veldproef naar de stikstofwerking van de dunne fractie van gescheiden mest in gras. Het doel is om te bekijken in hoeverre het gras de stikstof in dunne mestfractie beter benut dan die uit normale drijfmest. Inmiddels zijn twee snedes gras geoogst. De resultaten zien er bemoedigend uit. Bij twee keer een gift van 125 kg stikstof was de droge-stofopbrengst met de dunne fractie 26 % hoger dan die van drijfmest. Voor harde conclusies is het echter nog te vroeg.
    Zware metalen en nutrienten in dierlijke mest in 2008 : gehalten aan Cd, Cr, Cu, Hg, Ni, Pb, Zn, As, N en P in runder-, varkens- en kippenmest
    Römkens, P.F.A.M. ; Rietra, R.P.J.J. - \ 2008
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1729) - 37
    rundveemest - varkensmest - pluimveemest - dierlijke meststoffen - zware metalen - voedingsstoffen - wetgeving - droge stof - organische stof - nederland - cattle manure - pig manure - poultry manure - animal manures - heavy metals - nutrients - legislation - dry matter - organic matter - netherlands
    Gebruik van dierlijke mest bepaalt in hoge mate de belasting van landbouwgrond met metalen als Cu en Zn. Sinds 1996 zijn deze gehalten echter niet meer gemeten in Nederlandse mestmonsters. Zowel veranderde wetgeving op het gebied van diervoeding, maar ook veranderingen in bedrijfsvoering hebben grote invloed op de gehalten aan metalen in mest. In deze studie zijn in 200 mestmonsters (80 varkensdrijfmest, 80 runderdrijfmest en 40 vaste kuikenmest) de gehalten aan 8 metalen N-totaal, P-totaal, droge stof en organische stof bepaald. De monsters zijn verdeeld naar regio (Noord, Zuid, West, Oost) en geven zo een beeld van regionale verschillen
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.