Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 109

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Quantification of visits of wild fauna to a commercial free-range layer farm in the Netherlands located in an avian influenza hot-spot area assessed by video-camera monitoring
    Elbers, Armin R.W. ; Gonzales, José L. - \ 2020
    Transboundary and Emerging Diseases 67 (2020)2. - ISSN 1865-1674 - p. 661 - 677.
    avian influenza - ducks - free-range poultry - gulls - water pools - wild fauna

    Free-range poultry farms have a high risk of introduction of avian influenza viruses (AIV), and it is presumed that wild (water) birds are the source of introduction. There is very scarce quantitative data on wild fauna visiting free-range poultry farms. We quantified visits of wild fauna to a free-range area of a layer farm, situated in an AIV hot-spot area, assessed by video-camera monitoring. A total of 5,016 hr (209 days) of video recordings, covering all 12 months of a year, were analysed. A total of 16 families of wild birds and five families of mammals visited the free-range area of the layer farm. Wild birds, except for the dabbling ducks, visited the free-range area almost exclusively in the period between sunrise and the moment the chickens entered the free-range area. Known carriers of AIV visited the outdoor facility regularly: species of gulls almost daily in the period January–August; dabbling ducks only in the night in the period November–May, with a distinct peak in the period December–February. Only a small fraction of visits of wild fauna had overlap with the presence of chickens at the same time in the free-range area. No direct contact between chickens and wild birds was observed. It is hypothesized that AIV transmission to poultry on free-range poultry farms will predominantly take place via indirect contact: taking up AIV by chickens via wild-bird-faeces-contaminated water or soil in the free-range area. The free-range poultry farmer has several possibilities to potentially lower the attractiveness of the free-range area for wild (bird) fauna: daily inspection of the free-range area and removal of carcasses and eggs; prevention of forming of water pools in the free-range facility. Furthermore, there are ways to scare-off wild birds, for example use of laser equipment or trained dogs.

    Buitendijks recreëren ter hoogte van St. Pieterspolder, gemeente Reimerswaal
    Ysebaert, Tom ; Wijsman, Jeroen - \ 2017
    Wageningen : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C033/17) - 23
    recreatie - watervogels - dijken - eenden - verstoring - natura 2000 - rijwielpaden - oosterschelde - recreation - waterfowl - dykes - ducks - disturbance - natura 2000 - cycleways - eastern scheldt
    Het buitendijkse dijktracé langsheen de Sint Pieterspolder en Nieuw Olzendepolder heeft een belangrijke functie als hoogwatervluchtplaats voor een aantal soorten steltlopers en eendachtigen. Met name Scholekster, Wulp, Tureluur, en in mindere mate Steenloper gebruiken de buitendijkse zijde van de zeedijk langs de Nieuw Olzendepolder en de St. Pieterspolder als hoogwatervluchtplaats. Ook Rotganzen en eenden als Wilde Eend, Pijlstaart en Smient gebruiken de dijk als hoogwatervluchtplaats. De grootste aantallen komen voor in de doortrekperiodes en de winter. In de periode april tot en met augustus zijn de aantallen in het gebied laag. De schelpen- en puinstrandjes langs het dijktracé vormen een potentieel geschikt habitat voor kustbroedvogels als de Bontbekplevier. Buitendijks recreëren langs dit dijktracé leidt tot verstoring van de vogels die hier tijdens hoog water verblijven (overtijen). Dit is duidelijk vastgesteld tijdens de veldbezoeken. Het zondermeer jaarrond openstellen van dit dijktracé voor fietsers is daarom niet aan te bevelen. Wel is een ruimtelijke en temporele zonering mogelijk, welke kan leiden tot een optimalere benutting van dit dijktracé, met versterking van de natuurwaarde en de recreatie. Dit houdt in dat bepaalde trajecten volledig ontoegankelijk worden gemaakt (voor alle vormen van recreatie), en bepaalde trajecten alleen toegankelijk worden gemaakt voor wandelaars en fietsers gedurende de zomerperiode.
    Risicofactoren voor introductie van laag-pathogeen aviare influenza virus op legpluimveebedrijven met vrije uitloop in Nederland
    Goot, J.A. van der; Elbers, A.R.W. ; Bouwstra, R.J. ; Fabri, T. ; Wijhe-Kiezebrink, M.C. van; Niekerk, T.G.C.M. van - \ 2015
    Lelystad : Central Veterinary Institute, onderdeel van Wageningen UR (CVI rapport / Centraal Veterinair Instituut 15/CVI0078) - 15
    pluimvee - gevalsanalyse - pluimveeziekten - pluimveehouderij - dierenwelzijn - uitloop - huisvesting van kippen - aviaire influenzavirussen - eenden - watervogels - risicofactoren - nederland - poultry - case studies - poultry diseases - poultry farming - animal welfare - outdoor run - chicken housing - avian influenza viruses - ducks - waterfowl - risk factors - netherlands
    Door middel van een case-control studie is onderzoek gedaan naar veronderstelde risicofactoren voor introductie van laag-pathogene aviaire influenza (LPAI) virus op pluimveelegbedrijven met vrije uitloop. Onder een LPAI virus werd in dit onderzoek verstaan: een aviair influenza virus van elk subtype (H1 tm H16), met uitzondering van de hoog pathogene aviaire influenza (HPAI) virussen. Veertig bedrijven met een LPAI virus introductie in het verleden (cases) zijn vergeleken met 81 bedrijven waar geen introductie heeft plaats gevonden (controls) om te onderzoeken of potentiële risicofactoren voor een besmetting met een LPAI virus geïdentificeerd kunnen worden. Vragen over aanwezigheid van potentiële risicofactoren zijn door middel van enquêtes voorgelegd aan de pluimveehouders.
    Minor differences in body condition and immune status between avian influenza virus-infected and noninfected mallards: a sign of coevolution?
    Dijk, J.G.B. van; Fouchier, R.A.M. ; Klaassen, M. ; Matson, K.D. - \ 2015
    Ecology and Evolution 5 (2015)2. - ISSN 2045-7758 - p. 436 - 449.
    a virus - anas-platyrhynchos - natural antibodies - stable hydrogen - wild birds - vice-versa - ducks - patterns - migration - isotopes
    Wildlife pathogens can alter host fitness. Low pathogenic avian influenza virus (LPAIV) infection is thought to have negligible impacts on wild birds; however, effects of infection in free-living birds are largely unstudied. We investigated the extent to which LPAIV infection and shedding were associated with body condition and immune status in free-living mallards (Anas platyrhynchos), a partially migratory key LPAIV host species. We sampled mallards throughout the species' annual autumn LPAIV infection peak, and we classified individuals according to age, sex, and migratory strategy (based on stable hydrogen isotope analysis) when analyzing data on body mass and five indices of immune status. Body mass was similar for LPAIV-infected and noninfected birds. The degree of virus shedding from the cloaca and oropharynx was not associated with body mass. LPAIV infection and shedding were not associated with natural antibody (NAbs) and complement titers (first lines of defense against infections), concentrations of the acute phase protein haptoglobin (Hp), ratios of heterophils to lymphocytes (H:L ratio), and avian influenza virus (AIV)-specific antibody concentrations. NAbs titers were higher in LPAIV-infected males and local (i.e., short distance) migrants than in infected females and distant (i.e., long distance) migrants. Hp concentrations were higher in LPAIV-infected juveniles and females compared to infected adults and males. NAbs, complement, and Hp levels were lower in LPAIV-infected mallards in early autumn. Our study demonstrates weak associations between infection with and shedding of LPAIV and the body condition and immune status of free-living mallards. These results may support the role of mallards as asymptomatic carriers of LPAIV and raise questions about possible coevolution between virus and host.
    Zwarte zee-eenden bij Texel, een reactie op overvloedig voorkomen van Ensis?
    Leopold, M.F. ; Asch, M. van; Dijkman, E.M. ; Goudswaard, P.C. ; Lagerveld, S. ; Verdaat, J.P. - \ 2015
    IJmuiden : IMARES Wageningen UR (Rapport / IMARES Wageningen UR C084/14) - 26
    zeevogels - eenden - foerageren - habitats - monitoring - noordzee - sea birds - ducks - foraging - habitats - monitoring - north sea
    Voor de Noordzeekust van de zuidpunt Texel (nabij Hoornderslag) verbleven in 2013 laat in het voorjaar record aantallen zwarte zee-eenden. In de eerste helft van 2014 werden opnieuw grote aantallen zwarte zee-eenden bij Texel geteld. Een dergelijke situatie kan alleen voortduren wanneer ter plaatse voldoende geschikt voedsel aanwezig is om aan de dagelijkse energiebehoefte van de vogels te voldoen. Wat dit voedsel precies was, kon vanaf de kust niet worden vastgesteld. Hoewel Ensis directus de voornaamste kandidaat was als het stapelvoedsel van de eenden voor de Texelse kust, gezien het recente voorkomen, zijn eerder bewezen functie als belangrijke voedselbron van zee-eenden en vissen en de lange benodigde hannestijden van zee-eenden bij het foerageren op deze prooisoort, gepaard gaand met kleptoparasitisme door meeuwen, zijn andere potentiële prooisoorten in de aanloop naar dit project ook overwogen.
    Antibody response and risk factors for seropositvity in backyard poultry following mass vaccination against highly pathogenic avian influenza and Newcastle disease in Indonesia
    McLaws, M. ; Priyono, W. ; Bett, B. ; Al-Qamar, S. ; Claassen, I.J.T.M. ; Widiastuti, T. ; Poole, J. ; Schoonman, L. ; Jost, C. ; Mariner, J. - \ 2015
    Epidemiology and Infection 143 (2015)8. - ISSN 0950-2688 - p. 1632 - 1642.
    domestic poultry - h5n1 - ducks - surveillance - countries - efficacy - vaccines - vietnam - viruses - field
    A large-scale mass vaccination campaign was carried out in Java, Indonesia in an attempt to control outbreaks of highly pathogenic avian influenza (HPAI) in backyard flocks and commercial smallholder poultry. Sero-monitoring was conducted in mass vaccination and control areas to assess the proportion of the target population with antibodies against HPAI and Newcastle disease (ND). There were four rounds of vaccination, and samples were collected after each round resulting in a total of 27 293 samples. Sampling was performed irrespective of vaccination status. In the mass vaccination areas, 20–45% of poultry sampled had a positive titre to H5 after each round of vaccination, compared to 2–3% in the control group. In the HPAI + ND vaccination group, 12–25% of the population had positive ND titres, compared to 5–13% in the areas without ND vaccination. The level of seropositivity varied by district, age of the bird, and species (ducks vs. chickens).
    Economic Analysis of HPAI Control in the Netherlands I: Epidemiological modelling to support economic analysis
    Longworth, N.J. ; Mourits, M.C.M. ; Saatkamp, H.W. - \ 2014
    Transboundary and Emerging Diseases 61 (2014)3. - ISSN 1865-1674 - p. 199 - 216.
    pathogenic avian influenza - swine-fever epidemics - mouth-disease outbreak - simulation-model - commercial poultry - control strategies - risk-factors - virus h7n7 - ducks - spread
    Economic analysis of control strategies for contagious diseases is a necessity in the development of contingency plans. Economic impacts arising from epidemics such as highly pathogenic avian influenza (HPAI) consist of direct costs (DC), direct consequential costs (DCC), indirect consequential costs (ICC) and aftermath costs (AC). Epidemiological models to support economic analysis need to provide adequate outputs for these critical economic parameters. Of particular importance for DCC, ICC and AC is the spatial production structure of a region. Spatial simulation models are therefore particularly suited for economic analysis; however, they often require a large number of parameters. The aims of this study are (i) to provide an economic rationale of epidemiological modelling in general, (ii) to provide a transparent description of the parameterization of a spatially based epidemiological model for the analysis of HPAI control in the Netherlands and (iii) to discuss the validity and usefulness of this model for subsequent economic analysis. In the model, HPAI virus transmission occurs via local spread and animal movements. Control mechanisms include surveillance and tracing, movement restrictions and depopulation. Sensitivity analysis of key parameters indicated that the epidemiological outputs with the largest influence on the economic impacts (i.e. epidemic duration and number of farms in the movement restriction zone) were more robust than less influential indicators (i.e. number of infected farms). Economically relevant outputs for strategy comparison were most sensitive to the relative role of the different transmission parameters. The default simulation and results of the sensitivity analysis were consistent with the general outcomes of known HPAI models. Comparison was, however, limited due to the absence of some economically relevant outputs. It was concluded that the model creates economically relevant, adequate and credible output for subsequent use in economic analysis. A detailed economic analysis is presented in a subsequent article.
    Samenvatting stand van zaken waterbuffelhouderij, struisvogelhouderij, hertenhouderij en eendenhouderij in Nederland, februari 2014
    Poelarends, J.J. ; Ruis, M.A.W. - \ 2014
    [Lelystad] : Wageningen UR Livestock Research - 5
    dierlijke productie - dierenwelzijn - buffels - struisvogels - herten - eenden - animal production - animal welfare - buffaloes - ostriches - deer - ducks
    Rapport over de stand van zaken rond waterbuffelhouderij, struisvogelhouderij, hertenhouderij en eendenhouderij in Nederland.
    Contribution of the NS1 Gene of H7 Avian Influenza Virus Strains to Pathogenicity in Chickens
    Post, J. ; Peeters, B.P.H. ; Cornelissen, J.B.W.J. ; Vervelde, L. ; Rebel, J.M.J. - \ 2013
    Viral Immunology 26 (2013)6. - ISSN 0882-8245 - p. 396 - 403.
    a virus - nonstructural protein-1 - cytokine responses - interferon - h5n1 - infection - virulence - cells - ducks - beta
    Using reverse genetics (rg), we generated two reassortant viruses carrying the NS1 gene of two closely related HPAIV and LPAIV H7N1 variants (designated rgH7N7 HPHPNS1 and rgH7N7 HPLPNS1, respectively) in the backbone of the HP H7N7 strain A/Chicken/Netherlands/621557/03 (rgH7N7 HP). Comparison of these reassortants allowed us to determine the effect of amino acid differences in the nuclear export and nucleolar localization sequences of NS1 on pathogenesis in chickens. Compared to rgH7N7 HPLPNS1, a delay in weight gain and an increase in mortality were observed for rgH7N7 HPHPNS1. Furthermore, an increase in viral load in brains, lungs, and cloacal swabs, as well as an increased induction of mRNA for type I interferons and proinflammatory cytokines in brains, were observed for rgH7N7 HPHPNS1. Comparison of rgH7N7 HPLPNS1 with the backbone strain rgH7N7 HP allowed us to examine differences in pathogenesis due to differences in NS1 alleles. rgH7N7 HP, which contained allele A of NS1 showed a higher in vitro replication rate and proved to be more virulent than the isogenic virus carrying allele B of NS1(rgH7N7 HPLPNS1). In addition, higher virus accumulation in the lungs and brains, and an increased induction of host gene responses, especially in the brains, were found for rgH7N7 HP compared to rgH7N7 HPLPNS1. No large differences were observed in type I interferon expression in the lungs of chickens infected with any of the viruses, suggesting that differences in virulence due to differences in NS1 could be related to differences in the induction of pro-inflammatory cytokines in vital organs such as the brains.
    Aantallen en verspreiding van Eiders en Toppers in de Waddenzee in december 2012
    Smit, C.J. ; Jong, M.L. de; Dijkstra, A. - \ 2013
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C152/13) - 24
    watervogels - eenden - monitoring - winter - waddenzee - waterfowl - ducks - monitoring - winter - wadden sea
    Tellingen van duikeenden in de Waddenzee worden in principe één maal per jaar in het winterseizoen uitgevoerd. Tevens zijn door Alterra/IMARES in de jaren 2008 t/m 2010 aanvullende tellingen uitgevoerd in november, december en februari. Het blijkt niet altijd mogelijk om tellingen in januari te realiseren. Vanwege de onzekerheid om in alle jaren in januari een telling van duikeenden in de Waddenzee te kunnen uitvoeren, is in verschillende rapportages geadviseerd om in de winter een tweede telling uit te voeren, naast de reguliere januari-telling. Deze zouden bij voorkeur moeten worden uitgevoerd in december omdat in deze maand de in de Waddenzee aanwezige aantallen het meest overeenkomen met die in januari.
    Zwarte Zee-eenden in de Noordzeekustzone benoorden de Wadden: verspreiding en aantallen in relatie tot voedsel en verstoring
    Leopold, M.F. ; Bemmelen, R.S.A. van; Perdon, K.J. ; Poot, M. ; Heunks, C. ; Beuker, D. ; Jonkvorst, R.J. ; Jong, J. de - \ 2013
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C023/13) - 47
    fauna - eenden - noordzee - populatiedichtheid - waddenzee - voordelta - fauna - ducks - north sea - population density - wadden sea - voordelta
    De Zwarte Zee-eend is een belangrijk fauna-element van de Nederlandse kustwateren, met name van de ondiepe (
    The effect of kleptoparasitic bald eagles and gyrfalcons on the kill rate of peregrine falcons hunting dunlins wintering in British Columbia
    Dekker, T.J. ; Out, M. ; Tabak, M. ; Ydenberg, R.C. - \ 2012
    Condor 114 (2012)2. - ISSN 0010-5422 - p. 290 - 294.
    over-ocean flocking - raptor predation - central alberta - boundary bay - ducks
    Kleptoparasitism in birds has been the subject of much research, and the Bald Eagle (Haliaeetus leucocephalus) is a known kleptoparasite. It has been reported to pirate ducks captured by Peregrine Falcons (Falco peregrinus), but ours is the first study to examine the effect of kleptoparasitic Bald Eagles on the kill rate of shorebird-hunting Peregrines and indirectly on a population of Dunlins (Calidris alpina) wintering in coastal British Columbia. Bald Eagles increased seasonally and yearly from October 2008 to January 2011. When eagles were scarce, Peregrines hunted ducks as well as Dunlins. Conversely, when eagles were numerous Peregrines hunted Dunlins only. In 56 instances, one or more eagles closely followed hunting Peregrines and retrieved 13 Dunlins dropped or downed by the falcons. The Peregrines were also kleptoparasitized by Gyrfalcons (Falco rusticolus), which pirated 11 Dunlins from Peregrines. Observed losses to kleptoparasites amounted to 24 (36%) of 67 Peregrines' captures. The kill rate per hour of observation was 0.05 hr-1 in October and November when eagles and Gyrfalcons were few but significantly higher at 0.18 hr-1 during January and February. In January 2011, when intraguild kleptoparasites were most abundant, the Peregrine's kill rate was 0.30 hr-1. These results support the hypothesis that kleptoparasites had an indirect effect on a population of wintering Dunlins because Peregrines compensated for prey lost to kleptoparasites by increasing their kill rate.
    Cryo conservering van sperma van zeldzame Nederlandse eendenrassen
    Zuidberg, C.A. ; Wit, A.A.C. de; Hoving, A.H. ; Woelders, H. ; Sulkers, H. ; Hiemstra, S.J. - \ 2012
    Wageningen : Centrum voor Genetische Bronnen (CGN rapport 24) - 25
    eenden - cryopreservering - spermatozoön - genenbanken - genetische bronnen van diersoorten - spermaconservering - sperma - ex-situ conservering - zeldzame rassen - nederland - ducks - cryopreservation - spermatozoa - gene banks - animal genetic resources - semen preservation - semen - ex situ conservation - rare breeds - netherlands
    The Centre for Genetic Resources, the Netherlands (CGN) has the aim to store genetic materials of farm animal genetic resources in the gene bank, including semen of native Dutch duck breeds. CGN will store these valuable genetic resources in the gene bank to be able to recreate the breeds or to support in situ conservation of the breed in case of calamities. For every species research has to be done in order to find the optimal protocol for semen collection and cryo conservation. In this report of the cryopreservation activities on duch breeds in 2011 and 2012 are reported. In this report is described how breeds and animals were chosen, how the protocol for semen collection is developed, which research is done for collecting and freezing the semen and how many straws were cryopreserved in 2011 and 2012. The Dutch 'krombek' (Hook Bill duck) and the 'witborst' (North Holland White Bibbed duck) are endangered breeds and considered as our living heritage. Priority was given to these two breeds. Finally more than 900 straws from 39 animals were stored in the gene bank.
    NH3 onder de duim : 2. Voeding
    Veldkamp, T. ; Harn, J. van; Klis, J.D. van der; Star, L. - \ 2012
    De Pluimveehouderij 42 (2012)11. - ISSN 0166-8250 - p. 14 - 15.
    pluimveehouderij - pluimveevoeding - vleeskuikens - kalkoenen - hennen - eenden - ammoniakemissie - maatregelen - poultry farming - poultry feeding - broilers - turkeys - hens - ducks - ammonia emission - measures
    Het effect van voeding op de reductie van ammoniakemissie op pluimveebedrijven is door Wageningen UR Livestock Research en Schothorst Feed Research onderzocht.
    NH3 onder de duim : 1. Management- en huisvestingsmaatregelen
    Veldkamp, T. ; Aarnink, A.J.A. ; Ellen, H.H. ; Harn, J. van - \ 2012
    De Pluimveehouderij 42 (2012)11. - ISSN 0166-8250 - p. 12 - 14.
    pluimveehouderij - hennen - vleeskuikens - kalkoenen - eenden - huisvesting van kippen - ammoniakemissie - maatregelen - dierenwelzijn - dierlijke productie - pluimvee - poultry farming - hens - broilers - turkeys - ducks - chicken housing - ammonia emission - measures - animal welfare - animal production - poultry
    Het effect van huisvestings- en managementmaatregelen op de ammoniakemissie bij leghennen, vleeskuikens, kalkoenen en eenden is door Wageningen UR Livestock Research onderzocht.
    Effect van huisvestings- en managementmaatregelen op ammoniakemissie bij leghennen, vleeskuikers, kalkoenen en eenden = Effects of housing and management on ammonia emissions fram laying hen, broiler, turkey and duck houses
    Harn, J. van; Ellen, H.H. ; Veldkamp, T. ; Aarnink, A.J.A. - \ 2012
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 560) - 32
    pluimveehouderij - hennen - eierproductie - vleeskuikens - kalkoenen - eenden - ammoniakemissie - huisvesting, dieren - dierenwelzijn - maatregelen - poultry farming - hens - egg production - broilers - turkeys - ducks - ammonia emission - animal housing - animal welfare - measures
    This report describes potential measures on housing and management to reduce ammonia emission from laying hen, broiler, turkey and duck houses.
    Maternal immunity against avian influenza H5N1 in chickens: limited protection and interference with vaccine efficacy
    Maas, H.A. ; Rosema, S. ; Zoelen-Bos, D.J. van; Kemper-Venema, S. - \ 2011
    Avian Pathology 40 (2011)1. - ISSN 0307-9457 - p. 87 - 92.
    inactivated vaccines - virus-infection - antibody - susceptibility - transmission - excretion - strain - ducks - cats - h7n7
    After avian influenza (AI) vaccination, hens will produce progeny chickens with maternally derived AI-specific antibodies. In the present study we examined the effect of maternal immunity in young chickens on the protection against highly pathogenic AI H5N1 virus infection and on the effectiveness of AI vaccination. The mean haemagglutination inhibition antibody titre in sera of 14-day-old progeny chickens was approximately eight-fold lower than the mean titre in sera of vaccinated hens. After H5N1 infection at the age of 14 days, chickens with maternal antibody titres lived a few days longer than control chickens. However, only a low proportion of chickens with maternal immunity survived challenge with H5N1. In most progeny chickens with maternal immunity, high virus titres (104 median embryo infective dose) were present in the trachea during the first 4 days after H5N1 infection. In the cloaca, only low virus titres were present in most chickens. In 14-day-old progeny chickens with maternal immunity, the induction of antibody titres by vaccination was severely inhibited, with only a few chickens showing responses similar to the control chickens. It is concluded that high maternal antibody titres are required for clinical protection and reduction of virus titres after infection of chickens, whereas low antibody titres already interfere with vaccine efficacy.
    Het toegenomen belang van de nederlandse Waddenzee voor ruiende Bergeenden
    Kleefstra, R. ; Smit, C.J. ; Kraan, C. ; Aarts, G.M. ; Dijk, J. van; Jong, M.L. de - \ 2011
    Limosa 84 (2011). - ISSN 0024-3620 - p. 145 - 154.
    eenden - ruien - natuurgebieden - diergedrag - waddenzee - ducks - moulting - natural areas - animal behaviour - wadden sea
    Bergeenden kunnen tijdens hun ruiperiode bijna een maand niet vliegen. Ze zijn dan erg kwetsbaar voor menselijke verstoring en zoeken rustige gebieden in de Waddenzee op. Van oudsher ruien vrijwel alle West-Europese Bergeenden in het waddengebied van Sleeswijk-Holstein in Duitsland. Rond de eeuwwisseling ruiden daar ruim 200 000 Bergeenden. Sindsdien namen de aantalen er gestaag af en vormden zich steeds grotere ruiconcentraties in de Nederlandse Waddenzee. De vraag is wat het Nederlandse Wad zo aantrekkelijk maakt voor ruiende Bergeenden.
    Aantallen en verspreiding van Eiders, Toppers en zee-eenden in de winter van 2010 - 2011
    Smit, C.J. ; Jong, M.L. de - \ 2011
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C196/11) - 30
    eenden - zoögeografie - monitoring - luchtkarteringen - waddenzee - ducks - zoogeography - monitoring - aerial surveys - wadden sea
    Dit rapport beschrijft de resultaten van de vliegtuigtellingen van november en december 2010 en februari 2011, die zijn uitgevoerd om de aantallen en verspreiding vast te stellen van overwinterende Eiders Somateria mollissima, Zwarte Zee-eenden Melanitta nigra, Grote Zee-eenden Melanitta fusca en Toppers Aythya marila in de Waddenzee en de aangrenzende Noordzeekustzone. In november 2010 werden 63.717 Eiders, 4209 Zwarte Zee-eenden en 10.960 Toppers geteld. In december 2010 waren de aantallen Eiders en Zwarte Zee-eenden lager en van de Toppers hoger: 53.662 Eiders, 1857 Zwarte Zee-eenden en 29.235 Toppers. In februari 2011 waren de aantallen Zwarte Zee-eenden vergelijkbaar met november 2010, maar waren de aantallen Eiders sterk afgenomen. In deze maand werden geen Toppers meer gezien maar wel 38.074 Eiders en 4167 Zwarte Zee-eenden. Tijdens alle drie tellingen zijn er geen Grote Zee-eenden waargenomen.
    Aantallen en verspreiding van Eiders in de Waddenzee in het voorjaar van 2011 en van ruiende Bergeenden in augustus 2010 en 2011
    Smit, C.J. ; Jong, M.L. de - \ 2011
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C197/11) - 35
    eenden - kustgebieden - noordzee - natura 2000 - natuurwaarde - schaal- en schelpdierenteelt - nadelige gevolgen - ducks - coastal areas - north sea - natura 2000 - natural value - shellfish culture - adverse effects
    De Nederlandse kustwateren herbergen belangrijke natuurwaarden en grote delen zijn daarom aangewezen als natuurgebied in het kader van Natura 2000. Dat verplicht Nederland om er voor te zorgen dat de natuurwaarden in deze wateren in stand blijven en dat sommige ervan verbeterd worden. In dezelfde gebieden vindt schelpdiervisserij plaats en vanuit het visserijbeleid wordt invulling gegeven aan een verduurzamingsopgave voor de schelpdiervisserij. Opschaling of andere wijzigingen in de schelpdiervisserij zouden van invloed kunnen zijn op de draagkracht van de Waddenzee voor Eiders, Toppers en zee-eenden. De plaatsing van deze MZI’s en de werkzaamheden die verband houden met onderhoud en oogst van Mosselen zouden een verstorend effect kunnen hebben op vogels en zeehonden die in de omgeving aanwezig zijn, vooral daar waar MZI’s zijn geïnstalleerd op plaatsen waar concentratiegebieden van vogels en zeehonden aanwezig zijn. Van de vogels kunnen vooral ruiende Bergeenden en Eiders als gevolg van deze werkzaamheden negatieve effecten ondervinden omdat ze in de ruitijd enkele weken niet kunnen vliegen en daardoor relatief kwetsbaar zijn.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.