Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 84

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Konijnen in de duinen van Meijendel : vier verschillende telmethoden om de konijnendichtheid te schatten
    Bankert, D. ; Groen, K.C.G. in 't - \ 2020
    Holland's Duinen (2020)42. - ISSN 1389-7373 - p. 5 - 11.
    rabbits - monitoring - zoogeography - duneland - zuid-holland
    De transectmethode is een methode die gebruikt wordt om konijnenpopulaties te monitoren. De methode wordt uitgevoerd door beheerders van alle duingebieden aan de Nederlandse vastelandskust. Onderstaand onderzoek is uitgevoerd om meer duidelijkheid te krijgen over de betekenis van de aantallen konijnen die geteld worden met deze methode. In hoeverre komen de getelde aantallen overeen met de aantallen konijnen aanwezig in delen waar niet geteld wordt?
    De stikstofkringloop in duinbodems : Micro-organismen in de Amsterdamse Waterleiding Duinen
    Bloem, J. ; Jagers Op Akkerhuis, G.A.J.M. - \ 2015
    Infoblad Veldwerkplaats (2015). - p. 2 - 3.
    duingebieden - bodem-plant relaties - stikstof - bodemchemie - ecologisch herstel - duneland - soil plant relationships - nitrogen - soil chemistry - ecological restoration
    In het kader van Natura2000 worden zeldzame soorten en
    habitattypen beschermd, waaronder Habitattype H2130, de
    Grijze duinen. Dit is zelfs een van de prioritaire habitattypen,
    dat wil zeggen dat spoedmaatregelen gewenst zijn om ze in
    een gunstige staat van instandhouding te brengen.
    In veel duingebieden is de hoge stikstofdepositie een probleem
    voor een gunstige staat van instandhouding van dit
    type. Daarom is binnen de PAS (Programmatische Aanpak
    Stikstof) voor de Grijze duinen een herstelstrategie uitgewerkt,
    die onder andere is gebaseerd op de beheermaatregel
    plaggen. Er is echter nog veel onduidelijkheid over de stikstofkringloop
    in de bodem en in welke mate de atmosferische
    stikstof wordt vastgelegd en welke gevolgen dit heeft voor
    het bodemleven en de vegetatie. Daarom zijn in het kader van
    OBN en in opdracht van de duinwaterleidingbedrijven enkele
    onderzoeken uitgevoerd in verschillende typen duinbodems
    (kalkrijke en kalkarme) naar de rol van stikstof en het bodemleven
    (vooral bacteriën, schimmels en micro-arthropoden) en
    naar de bodem en vegetatiesuccessie in Grijze duinen.
    In deze veldwerkplaats zijn een viertal onderzoeken gepresenteerd.
    Tijdens een fietstocht door de Amsterdamse Waterleidingduinen
    zijn drie onderzoekslocaties bezocht en is in het
    veld gediscussieerd over de implicaties van de onderzoeken
    voor de effectiviteit van plaggen en andere beheermaatregelen
    in de Grijze duinen.
    Ontwikkeling bodemfauna op en rond de Zandmotor
    Wijsman, J.W.M. - \ 2015
    zandsuppletie - monitoring - duingebieden - kustbeheer - bodemfauna - milieueffectrapportage - hoogwaterbeheersing - sand suppletion - monitoring - duneland - coastal management - soil fauna - environmental impact reporting - flood control
    In 2011 is er als experiment een grootschalige (19 miljoen m3) strandsuppletie aangelegd tussen Ter Heijde en Kijkduin, de “Zandmotor”. De golven en stroming moeten het zand van de Zandmotor geleidelijk (periode 20 jaar) naar de kust transporteren. Door in één keer een grote hoeveelheid zand te storten wordt voorkomen dat de zeebodem herhaaldelijk (iedere 3-5 jaar) dient te worden verstoord door reguliere vooroever- en strandsuppleties. Een uitgebreid monitoring- en evaluatieprogramma (2011-2016) is opgezet om te onderzoeken of deze innovatieve manier van kustbescherming ook daadwerkelijk werkt.
    Alternatieve fosfaat-arme organische materialen voor de bollenteelt : Effect op organisch stof gehalte en bodemvrucht
    Os, G.J. van; Lans, A.M. van der; Bent, J. van der - \ 2015
    Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF - 37
    bodem - organische stof - bodemkwaliteit - bloembollen - fosfaten - bodemvruchtbaarheid - duingebieden - bodemwater - soil - organic matter - soil quality - ornamental bulbs - phosphates - soil fertility - duneland - soil water
    Een voldoende hoog organisch stofgehalte in de bodem is nodig voor een goede bodem- en waterkwaliteit en een optimale teelt. Dit rapport beschrijft de resultaten van een tweejarige veldproef op duinzandgrond naar de effecten van fosfaat-arme alternatieven voor huidige organische meststoffen, waarmee telers het bodem organische stofgehalte op peil kunnen houden. In de bollenteelt op duinzandgrond worden stalmest, GFT-compost en groenbemesters toegepast voor het organisch stof management. Dit is een lastige opgave binnen de aangescherpte gebruiksnormen in de mest- en mineralen wetgeving. De aanvoernorm voor fosfaat is de eerste waar telers tegenaan lopen. Op basis van een inventarisatie, uitgevoerd door CLM en PPO (Van Os et al., 2012), heeft het MilieuPlatform een drietal materialen geselecteerd met een gunstiger organische stof/fosfaat verhouding dan die van stalmest en GFT-compost: cacaodoppen, kokosvezels en Biochar. De resultaten uit het onderzoek geven een indicatie van de mate van geschiktheid van deze materialen voor toepassing in de bollenteelt. De beoordeling van de organische materialen heeft plaatsgevonden op basis van de volgende criteria: goede verwerkbaarheid, effecten op vochtvasthoudend vermogen van de grond, de beschikbaarheid van nutriënten N en P, de bolopbrengst, het organische stof gehalte in de bodem en op de bodemweerbaarheid. In de veldproef zijn twee doseringen toegediend van cacaodoppen, kokosvezels en biochar en vergeleken met GFT-compost. Alle materialen waren goed verwerkbaar, maar elk had z’n eigen voor- en nadelen bij de overige criteria. Toediening heeft geleid tot: • Significante verhoging van het organisch stof gehalte in de bodem bij de hoge dosering van cacaodoppen en biochar • Verhoging van het vochtvasthoudend vermogen bij alle organische materialen • Verhoging van de bolopbrengst alleen bij compost en de hoge dosering kokosvezels • Kans op stikstofimmobilisatie bij de hoge dosering van kokosvezels en biochar; hiermee moet rekening worden gehouden bij de bemesting. • Verhoging van NPK-gehaltes in de bol bij hoge dosering van cacaodoppen • Verhoging van de bodemweerbaarheid tegen Pythium, Rhizoctonia solani (bolaantasting) en Meloïdogyne hapla (noordelijk wortelknobbelaaltje) via biologische èn fysisch-chemische mechanismen. Op basis van de gemeten waarden kan het volgende worden afgeleid: • De afbraaksnelheid van de materialen neemt toe in de volgorde: biochar (meest persistent), cacaodoppen, compost, kokosvezels (relatief makkelijk afbreekbaar) • De potentiële verhoging van het bodem organisch stof gehalte bij de maximaal toegestane dosering (op basis van fosfaat-aanvoernorm) neemt toe in de volgorde: cacaodoppen (minste verhoging), Biochar/compost, kokosvezels (grootste verhoging) • Met kokosvezels kan (in theorie) het organisch stof gehalte in de bodem het meest efficiënt worden verhoogd binnen de aanvoernorm, vanwege het extreem lage fosfaatgehalte. Bij gelijke hoeveelheid organische stof is de kostprijs van de geteste materialen (gebaseerd op de huidige leveringshoeveelheden) in alle gevallen aanzienlijk hoger dan die van GFT-compost. Volledige vervanging van compost en stalmest door een van de alternatieve producten lijkt, vanwege de diverse nadelen, niet reëel. Een optimale toediening van organische materialen zal daarom in de praktijk neerkomen op een slimme combinatie van verschillende producten, die gezamenlijk alle gewenste functies van organische stof in de bodem vervullen. Organische stof management is een proces van de lange adem, waarbij de samenstelling van (het mengsel van) de organische producten is belangrijk is. Bij regelmatige toediening van grote hoeveelheden zijn de effecten onbekend. Hiervoor is langjarig onderzoek nodig.
    Ontwikkeling van eilandstaarten : geomorfologie, waterhuishouding en vegetatie
    Groot, A.V. de; Oost, A.P. ; Veeneklaas, R.M. ; Lammerts, E.J. ; Duin, W.E. van; Wesenbeeck, B.K. van; Dijkman, E.M. ; Koppenaal, E.C. - \ 2015
    Driebergen : VBNE, Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (Deltares rapport 1208549.01) - 109
    geomorfologie - geologische sedimentatie - natuurgebieden - kweldergronden - duingebieden - hydrologie - vegetatietypen - nederlandse waddeneilanden - geomorphology - geological sedimentation - natural areas - salt marsh soils - duneland - hydrology - vegetation types - dutch wadden islands
    In deze rapportage worden de oostelijke, buitendijkse delen van de Nederlandse Waddeneilanden behandeld, de zgn. eilandstaarten. Wanneer deze volledig ontwikkeld zijn bestaat ze uit wadplaten, kwelders en duinen. Dit rapport behandelt de geomorfologie, waterhuishouding en vegetatie van eilandstaarten. De ontwikkeling van eilandstaarten is mede van belang voor de functie die ze hebben in de waterveiligheid.
    Duinwatering Renesse : randvoorwaarden ontwikkelen groene infrastructuur
    Capelle, M. van; Vuurde, M. van; Grashof-Bokdam, C.J. - \ 2014
    KuiperCompagnons - 44
    duingebieden - regionale planning - landschap - recreatie - groene zones - methodologie - zeeuwse eilanden - duneland - regional planning - landscape - recreation - green belts - methodology - zeeuwse eilanden
    Gemeente Schouwen-Duiveland en Alterra onderzoeken hoe de badplaats Renesse op langere termijn veilig, aantrekkelijk en economisch vitaal kan worden gehouden. In dit kader is in voorliggende nota een methodiek opgesteld waarmee randvoorwaarden voor een (multifunctioneel) gebruik van de groene omgeving kunnen worden bepaald. De herontwikkeling van de zone langs een oude duinwatering bij Renesse dient als voorbeelduitwerking bij het opstellen van de methodiek. Deze duinwatering loopt door verschillende landschapstypen: vanuit de vroongronden, via een natte duinvallei, over een camping en de duingraslanden langs het dorp naar Slot Moermond en het achterliggende poldergebied. In de huidige situatie ligt de duinwatering verscholen en is het gebied vrijwel ontoegankelijk. Mogelijk liggen hier kansen de hydrologische, cultuurhistorische, ecologische en recreatieve situatie te verbeteren, met het landschap als verbindend thema.
    Modelling the effect of climate change on coastal dunes
    Keijsers, J.G.S. ; Groot, A.V. de; Riksen, M.J.P.M. - \ 2014
    klimaatverandering - erosiegevoeligheid - geologische sedimentatie - duingebieden - modellen - climatic change - erodibility - geological sedimentation - duneland - models
    The size and shape of coastal dunes depends on the balance between accretion and erosion. As both accretion and erosion are driven by climatic forces, our research question is: how does climate change influence dune development ?
    Verjonging van eilandstaarten
    Groot, Alma de - \ 2014
    geological sedimentation - duneland - biodiversity - dutch wadden islands
    Stikstofkringloop in kalkrijke en kalkarme duinbodems : en de implicaties daarvan voor de effectiviteit van plaggen
    Kooijman, A.M. ; Bloem, J. ; Cerli, C. ; Jagers Op Akkerhuis, G.A.J.M. ; Kalbitz, K. ; Dimmers, W.J. ; Vos, A. ; Peest, A.K. ; Kemmers, R.H. - \ 2014
    Driebergen : Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (OBN rapport 2014/OBN189-DK) - 87
    duingebieden - bodemchemie - stikstof - mineralisatie - ecologisch herstel - plaggen steken - natura 2000 - duneland - soil chemistry - nitrogen - mineralization - ecological restoration - sod cutting - natura 2000
    In dit rapport staat het Natura 2000 habitattype H2130, de Grijze duinen, centraal. In veel duingebieden is de hoge stikstof-depositie een probleem voor een gunstige staat van instandhouding van de Grijze duinen. In de herstelstrategie die binnen de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is uitgewerkt voor dit habitattype, staat o.a. de maatregel plaggen genoemd. In deze rapportage wordt onderzocht of plaggen de Grijze duinen minder gevoelig maakt voor stikstofdepositie en daarmee of deze maatregel effectief is. Voor het beheer van grijze duinen is het belangrijk meer inzicht te krijgen in de betekenis van N-opslag in de bodem en de rol van het bodemleven daarbij. Het in dit rapport beschreven onderzoek geeft antwoord op de vraag in welke mate micro-organismen en mesofauna, en uiteindelijk de opslag van N in organische stof in de bodem, een rol speelt bij de gevoeligheid van duinen voor N-depositie.
    Onverwachte uitkomsten van het dynamisch kustbeheer op Ameland
    Krol, J. ; Löffler, M. ; Slim, P.A. - \ 2013
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 46 (2013)5. - ISSN 0166-8439 - p. 36 - 37.
    kustbeheer - verandering - flora - fauna - wadvogels - ecologisch herstel - duingebieden - nederlandse waddeneilanden - coastal management - change - flora - fauna - wadden sea birds - ecological restoration - duneland - dutch wadden islands
    Bij dynamisch kustbeheer wordt de zeereep met rust gelaten. Zand mag stuiven, zeewater mag hier en daar het land in. Soms worden er zelfs sleuven in de zeereep gegraven. Op West-Ameland stopte men in 1995 met het aanplanten van helm en het plaatsen van stuifschermen in de zeereep. Er veranderde veel, maar lang niet altijd door het nieuwe beheer.
    Nieuwe kansen voor duinvalleiplanten
    Löffler, M. ; Krol, J. ; Slim, P.A. - \ 2013
    Duin 36 (2013)1. - ISSN 0168-7948 - p. 6 - 8.
    duingebieden - vegetatie - standplaatsfactoren - bodemdaling - nederlandse waddeneilanden - duneland - vegetation - site factors - subsidence - dutch wadden islands
    Liefhebbers van bijzondere planten kunnen hun hart ophalen in de duinvalleien van Oost-Ameland. Er groeien soorten zoals parnassia, knopbies, moeraswespenorchis, rond wintergroen, zilt torkruid en zelfs dodemansvingers. Dat deze soorten hier zo goed gedijen komt volgens onderzoekers van Natuurcentrum Ameland en Alterra door de invloed van water, zout en stuivend zand.
    Verkenning herstelmogelijkheden duindynamiek Westduinen (Schouwen)
    Valk, L. van der; Arens, S.M. ; Koomen, A.J.M. ; Bakker, M. - \ 2013
    Driebergen : Bosschap, bedrijfschap voor bos en natuur (Rapport / [DKI] nr. 2013/OBN184-DK) - 101
    duingebieden - natuurgebieden - geomorfologie - eolische afzettingen - monitoring - neerslag - grondwaterwinning - herstelbeheer - zeeuwse eilanden - duneland - natural areas - geomorphology - aeolian deposits - monitoring - precipitation - groundwater extraction - restoration management - zeeuwse eilanden
    Op verzoek van OBN deskundigenteam Duin- en Kustlandschap, Provincie Zeeland, en de twee grote duinbeheerders Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten op Schouwen is een verkenning uitgevoerd naar de herstelmogelijkheden van duindynamiek in de Meeuwenduinen en de Zeepeduinen (beide onder de noemer Westduinen Schouwen in dit rapport). De herstelmaatregelen zijn opgesteld na bestudering van de verstuivingsgeschiedenis van het gebied, vooral aan de hand van de afname oppervlaktes kaal zand. Ook is de interne opbouw bestudeerd door middel van grondradar en zijn geselecteerde duinafzettingen in de tijd geplaatst door middel van luminescentie dateringen (dit is nieuw voor Nederland).
    Vijftien jaar experimenteren met dynamisch kustbeheer op Ameland
    Krol, J. ; Löffler, K.M.A.M. ; Slim, P.A. - \ 2013
    H2O online
    kustbeheer - duingebieden - verandering - flora - fauna - wadvogels - ecologisch herstel - nederlandse waddeneilanden - coastal management - duneland - change - flora - fauna - wadden sea birds - ecological restoration - dutch wadden islands
    Sinds 1990 doet Nederland aan dynamisch kustbeheer. Op steeds meer plekken wordt de zeereep met rust gelaten. Zand mag stuiven, zeewater mag hier en daar het land in, en waar nodig wordt de kustlijn op zijn plaats gehouden door zandsuppleties. Op een beperkt aantal plekken worden zelfs sleuven in de zeereep gegraven. Op West-Ameland is de aanpak minder ingrijpend. Hier stopte in 1995 de aanplant van helm en de plaatsing van stuifschermen in de zeereep. Daarna veranderde er weliswaar veel, maar lang niet altijd door het nieuwe beheer.
    Kleine bosmieren versus grote grazers
    Mabelis, A.A. ; Houwelingen, V. van - \ 2012
    Holland's Duinen 2012 (2012)60. - ISSN 1389-7373 - p. 35 - 41.
    duingebieden - fauna - formicidae - begrazing - nadelige gevolgen - grote grazers - spreiding - zuid-holland - duneland - fauna - formicidae - grazing - adverse effects - large herbivores - spread - zuid-holland
    Hollands duinen bezitten geschikt leefgebied voor bosmieren, vooral op plaatsen waar een eikenberkenbos tot ontwikkeling is gekomen, zoals in de vallei Bierlap in de duinen bij Den Haag. In dit bos hebben veel studenten tijdens de jaarlijkse cursus ecologie onderzoek verricht naar de relatie tussen bosmieren en andere soorten die in het duin leven. Daartoe werden soms dagen achtereen mieren geteld die naar en van een mierennest liepen, al of niet met een prooi in hun kaken. De laatste tien jaar is echter het aantal bosmieren teruggelopen. Getracht is de vraag te beantwoorden of dit een gevolg kan zijn van introductie van grote grazers (koeien en paarden) in het duingebied
    Zoomplanten en zoomgemeenschappen in de duinen 2. Voedselrijke zomen en Cipreswolfsmelk-zomen
    Weeda, E.J. - \ 2012
    Holland's Duinen 59 (2012). - ISSN 1389-7373 - p. 6 - 26.
    vegetation - duneland plants - duneland - zuid-holland
    Measuring and modeling coastal dune development in the Netherlands
    Groot, A.V. de; Vries, S. de; Keijsers, J.G.S. ; Riksen, M.J.P.M. ; Ye, Q. ; Poortinga, A. ; Arens, S.M. ; Bochev-Van der Burgh, L.M. ; Wijnberg, K. ; Schretlen, J.L. ; Thiel de Vries, J.S.M. van - \ 2012
    duingebieden - eolische processen - kustbeheer - versterking - geomorfologie - modellen - nederland - duneland - aeolian processes - coastal management - reinforcement - geomorphology - models - netherlands
    In the past couple of years, new coastal-dune research has sprung up in the Netherlands. In this paper, we give an overview of ongoing projects at Wageningen UR, Deltares, TU Delft and UTwente: how these are connected and what type of questions are addressed. There is an increasing demand for the understanding and prediction of coastal dune dynamics, both on the short (year) and long (100 years) term. We approach this from a variety of angles: scientific and applied, short-term and long-term, data-driven and model-based, biotic and abiotic, process-based and rule-based, and focused on components and integrated. We give examples of results and end with a discussion of the benefits of this integrated approach.
    Beperkt herstel konijnenstand na virusziekten : duinbeheerders met ziekteverlof
    Strien, A.J. van; Meij, T. van der; Dekker, J.J.A. - \ 2012
    Vakblad Natuur Bos Landschap 9 (2012)9. - ISSN 1572-7610 - p. 14 - 17.
    konijnen - fauna - ecologisch herstel - virusziekten - duingebieden - zuid-holland - noord-holland - rabbits - fauna - ecological restoration - viral diseases - duneland - zuid-holland - noord-holland
    De laatste jaren zie je het weer: afgegraasd duingrasland met veel konijnenkeutels. De terreinbeheerders zijn blij met de terugkeer van het konijn, want deze dieren zijn belangrijke hulpkrachten bij het duinbeheer. Door ziekten waren er niet veel meer van over. Het herstel is nog wankel en de mogelijkheden van terreinbeheerders om wat aan de lage stand te doen, zijn vrij beperkt.
    Connecting aeolian sediment transport with foredune development
    Keijsers, J.G.S. ; Poortinga, A. ; Riksen, M.J.P.M. ; Groot, A.V. de - \ 2012
    duingebieden - eolische processen - kustbeheer - versterking - geomorfologie - nederland - duneland - aeolian processes - coastal management - reinforcement - geomorphology - netherlands
    Foredune volume is an important factor for coastal safety and depends on the balance between erosion through wave attack and sediment input via aeolian transport. Dune erosion can be simulated with good accuracy, but predictions of aeolian sediment transport into the foredunes are still difficult to make. As part of a larger project that aims to model foredune development over decades, the goal of this study is to improve the understanding of the temporal variability in sediment transport at the beach. Measurements of aeolian sediment transport at the beach of barrier island Ameland show that within events, wind velocity and rain are dominant controls. After aggregating wind and precipitation into a single meteorological index, it was found that these controls alone are not sufficient to explain the year-to-year variability in foredune growth rates. In contrast to the volume changes, the variability in the amount of elevation change of the foredune slope can be related to the wind climate and precipitation.
    Stikstofoverschot door bijvoeren van grazers
    Wamelink, G.W.W. ; Klimkowska, A. ; Dobben, H.F. van; Slim, P.A. ; Til, M. van - \ 2012
    Vakblad Natuur Bos Landschap 9 (2012)7. - ISSN 1572-7610 - p. 14 - 17.
    duingebieden - grote grazers - depositie - emissie - stikstof - habitats - begrazingsbeheer - bijvoeding - noord-holland - duneland - large herbivores - deposition - emission - nitrogen - habitats - grazing management - supplementary feeding - noord-holland
    In de Amsterdamse Waterleidingduinen wordt verruiging bestreden door het inscharen van runderen. Het bijvoeren van het vee in de winter zorgt voor een extra input van stikstof boven op de aanwezige atmosferische depositie. Het bijvoeren kan daardoor leiden tot een (verdere) overschrijding van de kritische depositie voor enkele gevoelige habitattypen zoals de grijze duinen.
    Droge duinvegetatie zeer zuinig met water
    Witte, J.P.M. ; Bartholomeus, R.P. ; Voortman, B. ; Hagen van der, H. ; Zee, S.E.A.T.M. van der - \ 2012
    Landschap : tijdschrift voor landschapsecologie en milieukunde 3 (2012). - ISSN 0169-6300 - p. 109 - 117.
    duinplanten - vegetatie - bodem-plant relaties - droogte - klimaatverandering - drinkwater - duingebieden - ecohydrologie - duneland plants - vegetation - soil plant relationships - drought - climatic change - drinking water - duneland - ecohydrology
    Over de gevolgen van droogte voor de soortensamenstelling en de verdamping van grondwateronafhankelijke duinvegetaties is heel weinig bekend. Op basis van verkennend onderzoek verwachten we dat meer droogte in de zomer leidt tot een toename van het aandeel mossen en kale grond. Daardoor daalt de verdamping en neemt de winderosie toe. Klimaatverandering zou zo gunstig kunnen uitpakken voor zowel de noodzakelijke dynamiek in het duin, als voor de aanvulling van de ondergrond met neerslagwater
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.