Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 158

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Invang van mosselzaad in MZI’s : resultaten 2016
    Capelle, Jacob J. ; Stralen, Marnix R. van - \ 2017
    IJmuiden : IMARES Wageningen UR (IMARES rapport C044/17) - 30
    mosselteelt - oosterschelde - mossels - waddenzee - schaal- en schelpdierenvisserij - zaaibedden - mussel culture - eastern scheldt - mussels - wadden sea - shellfish fisheries - seedbeds
    Voorliggend rapport behandelt de resultaten van de invang van mosselzaad in zogenaamde Mosselzaadinvangsinstalaties (MZI’s) in de Oosterschelde, Voordelta en Waddenzee in 2016. Het rapport is gebaseerd op gegevens die door de MZI-ondernemers moeten worden aangeleverd bij het Ministerie van Economische Zaken. Het rapport is opgesteld in opdracht van de PO Mosselcultuur. Van het oppervlak dat in 2016 voor de invang van mosselzaad is vergund (390 ha voor transitie- en experimenteerbedrijven samen) is 253 ha (35%) niet voor mosselzaadinvang benut. De niet gebruikte ruimte wordt voor het merendeel gevormd door kavels of delen daarvan die wel geschikt zijn voor MZI’s, maar niet zijn gebruikt en uit restruimte die vanwege de vorm of afmetingen ongeschikt is voor het neerleggen van MZI’s. In 2016 is met de MZI’s totaal 18.06 miljoen kg (= 181 duizend mosselton) mosselzaad ingewonnen. De oogst aan MZI-zaad is daarmee 8% lager dan in 2015. De lagere productie in 2016 ten opzichte van 2015 komt geheel op het conto van de Deltawateren. De voornaamste oorzaak hiervoor is dat in de Oosterschelde en in de Voordelta in 2016 respectievelijk 57% en 32% minder substraat is uitgehangen dan in 2015, terwijl in de Waddenzee dit vrijwel gelijk gebleven is (stijging van 1% t.o.v. 2015). Het overgrote deel van het ingewonnen zaad in de Waddenzee (16.60 Mkg) is na het oogsten uitgezaaid op percelen in de Waddenzee, 2% is overgebracht naar de Oosterschelde. Het mosselzaad dat in de Oosterschelde en Voordelta is ingewonnen (resp. 1.03 Mkg en 0.42 Mkg) is uitgezaaid op percelen in de Oosterschelde; 0.06 Mkg is overgebracht naar mosselhangcultures. Door de bedrijven die onderdeel uitmaken van de transitie is in 2016 totaal 16.67 Mkg mosselzaad geproduceerd, waarvan 15.20 Mkg in de Waddenzee, 1.03 Mkg in de Oosterschelde en 0.42 Mkg in de Voordelta. Ten opzichte van 2015 is dit een verschil van respectievelijk 12%, -50% en -67%. Het vangstverlies van de eerste en de tweede transitiestap (11 Mkg) is met deze opbrengst gecompenseerd. Het streven is in 2018 een derde stap te zetten met een omvang van 10% van de totale mosselzaadvisserij, die daarmee dan voor 38% is afgebouwd. Verwacht wordt dat ook in volgende jaren het vangstverlies dat met deze derde stap gepaard gaat (ca. 4 Mkg tot totaal 15 Mkg) met MZI’s in de Waddenzee kan worden gecompenseerd. De uitdaging voor het kunnen zetten van de derde stap is of het extra ingewonnen zaad ook rendabel kan worden opgekweekt, waarvoor een verbetering van de kwaliteit van het percelenareaal wordt beoogd met 270 ha goede percelen (A-B grond). Het seizoen 2016 kenmerkt zich door tegenvallende oogsten in de Oosterschelde, zowel op de bodempercelen als op enkele MZI locaties. Ondanks dat in juni de broedval op de MZI systemen in de Oosterschelde er prima uit zag, is gedurende de zomer op de locaties Schaar van Colijn, Vuilbaard en Vondelinge van het MZI zaad een groter deel van in voorgaande jaren niet tot wasdom gekomen. Een sluitende verklaring hiervoor is nog niet gevonden. Technische problemen, waaronder met de verankering en beschadiging van de systemen door aanvaringen, zijn net als in voorgaande jaren beperkt gebleven tot een enkel incident. De massale vestiging van zeesterren in de MZI’s, zoals die in 2011 plaatsvond, is in 2016 opnieuw uitgebleven.
    Relating a DEB model for mussels (Mytilus edulis) to growth data from the Oosterschelde : trace-back analysis of food conditions
    Wijsman, J.W.M. - \ 2017
    Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C049/17) - 43
    mussel culture - eastern scheldt - marine aquaculture - dynamic modeling - growth analysis - mytilus edulis - mosselteelt - oosterschelde - zeeaquacultuur - dynamisch modelleren - groeianalyse - mytilus edulis
    In this study, the food conditions for mussels are estimated at different locations within the Oosterschelde. In 2014, 2015 and 2016, mussels with a uniform size were placed in baskets at the borders of commercial culture plots distributed over the Oosterschelde. Each month, a subsample was taken from each basket to measure growth (shell length and individual weight) of the mussels. The results show a variation in growth performance, both in shell length as in flesh weight, between the different locations. A model approach was used to translate the spatial differences in growth to spatial differences in food conditions. A Dynamic Energy Budget (DEB) model was fitted to the data in order to trace-back the food conditions. During this fitting, the food correction factor (ψψ) was optimized. ψψ can be interpreted as an indication of the food conditions (algae concentration, quality, current velocity) at that specific location in comparison to the average food conditions in the whole Oosterschelde. The results show that there is a spatial, but also year-to-year variation in food conditions within the Oosterschelde. Locations with the best food conditions were Neeltje Jans N in 2015 and Hammen 9, Dortsman and Krabbenkreek in 2016. Growth of the mussels in the baskets in 2014 was lower than in 2015 and 2016. This is probably caused by the larger size of the mussels that were used in 2014 and the fact that the growth of mussels reduces with size. In contravention to the expectations, there was no clear pattern in growth conditions from the western part of the Oosterschelde to the eastern and northern part. For example, the growth of the mussels at the two locations in the northern part of the Oosterschelde (Krabbenkreek and Viane) where ralatively good compared to the other locations. In practice, however, mussel farmers use the culture plots in the northern part mainly for storage of seed and halfgrown mussels. Possibly the mussels in the baskets perform better in this area than on the bottom culture plots. The DEB model is a good tool to trace-back the food conditions from the measured growth data. The parameters for blue mussel, that is used for the DEB model should be updated. The parameters are presently based on historical data, whereas new data are available.
    Ontwikkeling epifauna, infauna en kreeften (T0, T1, T2) op een ecologisch aantrekkelijke vooroeverbestorting (Schelphoek, Oosterschelde) : monitoring Building for Nature proefvak Schelphoek
    Tangelder, Martijn ; Ooijen, Tim van; Kluijver, Mario de; Ysebaert, Tom - \ 2017
    Den Helder : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C039/17) - 69
    fauna - oosterschelde - milieumonitoring - zeekreeften - mariene sedimenten - kalksteen - zandsteen - macrofauna - substraten - oesters - biodiversiteit - fauna - eastern scheldt - environmental monitoring - lobsters - marine sediments - limestone - sandstone - macrofauna - substrates - oysters - biodiversity
    Rijkswaterstaat voert vooroeverbestortingen uit op het deel van de dijk dat onder water ligt in de Oosteren Westerschelde. Dit is nodig om de stabiliteit van de dijk en daarmee de waterveiligheid te kunnen blijven garanderen. Eerst werd hierbij alleen op veiligheidsdoelen gelet. Nieuw inzicht is dat je door gebruik van bepaalde materialen ook de natuur kunt faciliteren, dit principe wordt ‘Building for Nature’ genoemd. In 2014 is bij de oostelijke strekdam van locatie Schelphoek in de Oosterschelde een bestorting van zeegrind uitgevoerd. In het oorspronkelijke ontwerp was een basis van staalslakken voorzien, maar bij de uitvoering van het werk is vanwege beperkte beschikbaarheid van staalslakken voor zeegrind gekozen. Op het zeegrind zijn riffen van twee verschillende typen breuksteen gestort: kalksteen en zandsteen. Er is gekozen voor deze aangepaste bestorting om de ecologische meerwaarde van dit ontwerp te kunnen onderzoeken. Doel van dit onderzoek is om de rekolonisatie en ontwikkeling van hardsubstraatsoorten (epifauna) en soorten die leven in het sediment (infauna), en het voorkomen van kreeften op de nieuwe bestorting van kalksteen, zandsteen en zeegrind bij de locatie Schelphoek gedurende twee jaar na bestorting te volgen (T1-2015 en T2-2016) en te vergelijken met de situatie voor bestorten (T0-situatie in 2014).
    Passende Beoordeling ten behoeve van experimentele oesterkweek op perceel Stort 20 in de Kom van de Oosterschelde
    Kamermans, Pauline - \ 2017
    Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C040/17) - 27
    oesterteelt - oosterschelde - milieubeheer - aquacultuursystemen - natura 2000 - hangcultuur - oyster culture - eastern scheldt - environmental management - aquaculture systems - natura 2000 - off-bottom culture
    Sinds 2010 is aangetoond dat er in de Oosterschelde sprake is van een oester herpes virus waardoor er met name bij de jonge oesters een veel hogere sterfte optreedt. Het virus manifesteert zich bij een watertemperatuur tussen 16 en 18 oC. Het virus is in 2008 in Frankrijk aangetroffen en heeft daar tot grote sterfte onder de oesters geleid. Inmiddels zijn er aanwijzingen voor toenemende resistentie tegen het virus onder de oesters in Frankrijk. Daarnaast is er voor de oesterkweek in de Oosterschelde een probleem met geïntroduceerde oesterboorders die tot sterfte leiden van de oesters op de kweekpercelen. Om te komen tot herstel van de oesterproductie hebben de Nederlandse Oestervereniging (NOV) en het ministerie van Economische Zaken een plan van aanpak opgesteld om onder andere met behulp van nieuwe technieken de problemen te beheersen. Op een aantal locaties in de Kom van de Oosterschelde is met off-bottom kweek van oesters gestart. Door op verschillende locaties proeven te doen kunnen de resultaten met elkaar worden vergeleken. Een dergelijke vergelijking geeft de kwekers meer inzicht in de voor- en nadelen van het gebruik van verschillende locaties en methoden in de Oosterschelde. Ook op het oesterperceel Stort 20 in het sublitoraal van de Kom van de Oosterschelde heeft Jan Vette B.V. plannen om te experimenteren met off-bottom kweek van oesters. Voor nieuwe experimenten met off-bottom technieken dient de gebruikelijke vergunningprocedure voor activiteiten in Natura 2000-gebieden te worden doorlopen. Onderdeel van deze procedure is dat er een Passende Beoordeling wordt uitgevoerd waarin op basis van de best beschikbare kennis en informatie wordt getoetst of de beoogde activiteit geen wezenlijk negatief effect heeft op de instandhoudingsdoelen en daarmee de kernopgaven die in het aanwijzingsbesluit voor het betreffende Natura 2000-gebied zijn geformuleerd. De activiteiten die gerelateerd zijn aan experimentele oesterkweek op het oesterperceel Stort 20 in het sublitoraal van Kom van de Oosterschelde zijn geanalyseerd wat betreft de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van habitats en beschermde soorten. Ook is ingegaan op mitigerende maatregelen en cumulatieve effecten. In voorliggende Passende Beoordeling is de beschikbare informatie samengevat. De conclusie is dat er geen als significant te beoordelen negatieve effecten zijn te verwachten van experimentele oesterkweek op het oesterperceel Stort 20 in het sublitoraal van Kom van de Oosterschelde. Dit geldt zowel voor de Natura 2000-instandhoudingdoelen van habitats en soorten als voor aan de orde zijnde verbeteropgaven voor het Natura 2000 gebied de Oosterschelde.
    Draagkracht voor schelpdieren : definities, indices en case studie
    Smaal, Aad - \ 2017
    Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C023/17) - 26
    schaaldieren - ecosystemen - draagkracht - gevalsanalyse - visserijbeheer - natuurbeheer - oosterschelde - shellfish - ecosystems - carrying capacity - case studies - fishery management - nature management - eastern scheldt
    Buitendijks recreëren ter hoogte van St. Pieterspolder, gemeente Reimerswaal
    Ysebaert, Tom ; Wijsman, Jeroen - \ 2017
    Wageningen : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C033/17) - 23
    recreatie - watervogels - dijken - eenden - verstoring - natura 2000 - rijwielpaden - oosterschelde - recreation - waterfowl - dykes - ducks - disturbance - natura 2000 - cycleways - eastern scheldt
    Het buitendijkse dijktracé langsheen de Sint Pieterspolder en Nieuw Olzendepolder heeft een belangrijke functie als hoogwatervluchtplaats voor een aantal soorten steltlopers en eendachtigen. Met name Scholekster, Wulp, Tureluur, en in mindere mate Steenloper gebruiken de buitendijkse zijde van de zeedijk langs de Nieuw Olzendepolder en de St. Pieterspolder als hoogwatervluchtplaats. Ook Rotganzen en eenden als Wilde Eend, Pijlstaart en Smient gebruiken de dijk als hoogwatervluchtplaats. De grootste aantallen komen voor in de doortrekperiodes en de winter. In de periode april tot en met augustus zijn de aantallen in het gebied laag. De schelpen- en puinstrandjes langs het dijktracé vormen een potentieel geschikt habitat voor kustbroedvogels als de Bontbekplevier. Buitendijks recreëren langs dit dijktracé leidt tot verstoring van de vogels die hier tijdens hoog water verblijven (overtijen). Dit is duidelijk vastgesteld tijdens de veldbezoeken. Het zondermeer jaarrond openstellen van dit dijktracé voor fietsers is daarom niet aan te bevelen. Wel is een ruimtelijke en temporele zonering mogelijk, welke kan leiden tot een optimalere benutting van dit dijktracé, met versterking van de natuurwaarde en de recreatie. Dit houdt in dat bepaalde trajecten volledig ontoegankelijk worden gemaakt (voor alle vormen van recreatie), en bepaalde trajecten alleen toegankelijk worden gemaakt voor wandelaars en fietsers gedurende de zomerperiode.
    Passende beoordeling ten behoeve van experimentele oesterkweek op Windgat percelen in de Kom van de Oosterschelde
    Kamermans, Pauline - \ 2017
    Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C031/17) - 30
    oesters - oesterteelt - aquacultuur - oosterschelde - oysters - oyster culture - aquaculture - eastern scheldt
    Quick scan beheersmaatregelen van Tetrodotoxine in schelpdierproductie in de Oosterschelde
    Poelman, M. ; Blanco Garcia, A. ; Kamermans, P. ; Wijsman, J.W.M. ; Bolman, B.C. ; Strietman, W.J. - \ 2016
    IMARES (Rapport / IMARES C064/16) - 39
    oesterteelt - mosselteelt - tetrodotoxine - oosterschelde - milieumonitoring - oyster culture - mussel culture - tetrodotoxin - eastern scheldt - environmental monitoring
    In 2015 is een onderzoek naar het voorkomen en de meetbaarheid van Tetrodotoxine (TTX) in de Nederlandse schelpdierproductiegebieden uitgevoerd. De analyses zijn een gevolg van internationale rapportages over TTX in schelpdieren, zowel mosselen als oesters (voornamelijk in Griekenland en Groot Brittannië). Het onderzoek in Nederland laat zien dat er in verschillende schelpdiermonsters uit de Oosterschelde TTX aanwezig was. Het voorkomen van TTX in Nederland lijkt, op basis van feitelijke metingen, beperkt te zijn. Echter, door het gebrek aan; a) voldoende inzicht in het voorkomen van toxinen, b) inzicht in de kans op toxine aanwezigheid in Nederland en c) inzicht in de oorzaak (de bron) van TTX in Nederland, wordt het voorzorgsprincipe gehanteerd. Het huidige voedselveiligheidsmanagement systeem voorziet niet in het voldoende gericht managen van risico’s met onbekende bron. Hiervoor is aanvullend of specifiekere monitoring nodig, ook om data te verzamelen voor toekomstige management maatregelen. Dit biedt mogelijkheden om de productie- (Oosterschelde) en verwatergebieden voor schelpdieren te analyseren op mogelijke verschillen in potentiele aanwezigheid van TTX. Hierdoor is een monitoring- en managementsysteem ontwikkeld dat aansluit bij de onbekendheden van de toxine aanwezigheid en productie in Nederland. Om dit te bereiken is beoordeeld wat de mogelijke karakteristieken zijn voor de toxine producenten en is er een indeling voorgesteld voor de Oosterschelde die rekening houdt met de verschillen in omgevingsfactoren. Zodat een beeld ontstaat van de mogelijke indeling van een dergelijk gebied voor toepassing in monitoring en management. De oorzaak van het voorkomen van TTX in de Oosterschelde is niet bekend. Mogelijke oorzaken zijn te vinden in Vibrio en andere bacteriën, eventueel in symbiose met andere vectoren. Van de bekende TTX producenten uit de literatuur komt alleen de snoerworm Cephalothrix simula in de Oosterschelde voor. De exemplaren van Cephalothrix simula zijn op de bodem aangetroffen in dichte populaties van schelpkokerwormen en spinragwormen, die mogelijk als voedsel voor deze soort dienen (natuurbericht.nl). Daarnaast komt een Gibbula soort (de Asgrauwe tolhoren Gibbula cineraria) voor in de Oosterschelde. Het is minder waarschijnlijk dat er een direct verband is tussen deze soorten en TTX in schelpdieren, waar een indirecte route (via sediment) niet is uitgesloten. Het huidige monitoring programma houdt onvoldoende rekening met management van risico’s verbonden aan een onbekende bron. De gegevens over de mogelijke bronnen van TTX in schelpdieren en de karakteristieken hiervan geven de volgende criteria (mede op basis van beschikbaarheid van fysische informatie) om een gebiedsindeling te rechtvaardigen:  Temperatuur (mede een functie van o.a. diepte)  Saliniteit  Troebelheid  Verblijftijd water  Stroming / stroomsnelheid  Bodemsoort  Schelpdiersoort (soort schelpdier i.v.m. accumulatie en depuratie tijd) Op basis van verschillen in de fysische gegevens in de deelgebieden betekent dit dat de Oosterschelde opgesplitst kan worden in 16 deelgebieden die allen in meer of minder mate van elkaar te onderscheiden zijn. Een eerste indeling kan gemaakt worden op soort niveau, waarbij de verwaterpercelen en de Oesterproductie percelen in drie gebieden van elkaar gescheiden worden (waardoor 19 verschillende gebieden ontstaan). De gebieden voorzien allen in mogelijk verschil in toxine productie, accumulatie en risico op aanwezigheid van TTX. De verschillen zijn niet kwantificeerbaar, echter vanuit een risicomanagement perspectief zijn de gebieden te benutten voor verbetering van de trefkans, rekening houdend met spreiding. Het is zeer waarschijnlijk dat er verschillen in accumulatie per schelpdiersoort zijn, waardoor het mogelijk lijkt om soortspecifieke monitoring en management toe te passen. Er kan geen indicator IMARES rapport C064/16| 5 van 39 organisme (hoogste trefkans) worden aangewezen bij gebrek aan informatie over accumulatie van TTX. De kosten voor monitoring van productiegebieden die rekening houdt met de mogelijke verschillen in aanwezigheid van TTX in schelpdieren is berekend voor een wekelijkse meting en monitoring gedurende twee maanden. De wekelijkse kosten voor monitoring van de Oosterschelde bedragen 9 – 13 keuro. Dit is een bedrag van 70-103 keuro over een periode van 8 weken. Het is niet uitgesloten dat ook buiten het zomerseizoen monitoring noodzakelijk is. Het is aan te bevelen TTX standaard in het monitoringprogramma op te nemen om meer data te verzamelen. Voor de mosselsector wordt de sociaal-economische waarde van de Yerseke bank in de eerste twee weken van juli geschat op € 5 miljoen met een geschatte werkgelegenheid van 37 fte. Van half juli tot en met eind augustus wordt de waarde geschat op € 3,4 tot € 6,8 miljoen met een geschatte werkgelegenheid van 30 tot 45 fte. Voor de oestersector wordt de sociaal-economische waarde geschat op € 2 miljoen op jaarbasis en een werkgelegenheid van ca 67 fte. Op basis van de analyse kan een managementsysteem worden ingericht dat rekening houdt met de mogelijke bronnen van TTX. Dit systeem kan gebruikt worden om duidelijke inzichten te verkrijgen in de aanwezigheid van TTX in schelpdieren in de Oosterschelde. Daarnaast is het mogelijk om de gebiedsindeling (of delen ervan) te benutten voor een goede beheersing van de mogelijke voedselveiligheid of economische risico’s die het TTX dossier kent.
    Tetrodotoxine (TTX) in mosselen: Accumulatie experiment verswaterleiding Kijkuit, Yerseke
    Wijsman, J.W.M. ; Poelman, M. - \ 2016
    IMARES (Report / IMARES C078/16) - 13
    tetrodotoxin - marine aquaculture - mussel culture - eastern scheldt - animal experiments - marine environment - tetrodotoxine - zeeaquacultuur - mosselteelt - oosterschelde - dierproeven - marien milieu
    In verband met de overschrijding van de concentratie tetrodotoxine (TTX) in het schelpdiervlees van oesters en mosselen in de Kom van de Oosterschelde (inclusief de verwaterpercelen) is dit gebied eind juni 2016, evenals de noordelijke tak van de Oosterschelde, gesloten voor schelpdierproductie en als verwatergebied. Om te onderzoeken of schone mosselen tijdens het verwateren in verwatercontainers TTX kunnen accumuleren zijn schone mosselen (zonder TTX) gedurende een periode van ruim 2 weken verwaterd met verswater uit de Pijp van Bliek. Om de dag is een monster verzameld en geanalyseerd op de aanwezigheid van TTX. In alle gevallen waren de gehaltes aan TTX beneden de detectielimiet (LOD) en was er dus geen sprake van accumulatie van TTX tijdens het verwateren met het water uit de verswaterleiding.
    Monitoring vooroeververdediging Oosterschelde 2015 : locaties: Zeelandbrug en Lokkersnol
    Tangelder, Martijn ; Heuvel-Greve, Martine van den; Kluijver, Maria de - \ 2016
    Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C098/16) - 86
    oeverbescherming van rivieren - dijken - steenwerk - aquatische ecosystemen - zware metalen - waterorganismen - oosterschelde - westerschelde - nederland - riverbank protection - dykes - stonework - aquatic ecosystems - heavy metals - aquatic organisms - eastern scheldt - western scheldt - netherlands
    Rijkswaterstaat heeft aan Wageningen Marine Research opdracht gegeven om in 2015 de T6-monitoring uit te voeren voor Cluster 1 locaties Zuidhoek-De Val (“Zeelandbrug”) en Cauwersinlaag (“Lokkersnol”) in de Oosterschelde. Het doel van deze monitoring is het bepalen van de samenstelling en biodiversiteit van de aanwezige levensgemeenschappen op harde en zachte substraten, en de bepaling van de gehalten aan zware metalen in mosselen en oesters. Voor locatie Lokkersnol is de monitoring alleen op levensgemeenschappen van zachte substraten gericht. De monitoring is uitgevoerd in samenwerking met Stichting Zeeschelp en TNO.
    Gehalte aan zware metalen in biota op stort- en referentielocaties in de Oosterschelde
    Glorius, S.T. ; Heuvel-Greve, M.J. van den - \ 2016
    IMARES (Rapport / IMARES C081/16) - 32
    heavy metals - mytilus edulis - crassostrea gigas - biota - sampling - eastern scheldt - zware metalen - mytilus edulis - crassostrea gigas - biota - bemonsteren - oosterschelde
    Dit rapport beschrijft de resultaten van de metaalanalyses in mosselen Mytilus edulis en Japanse oesters Crassostrea gigas bemonsterd op verschillende locaties in de Oosterschelde. Hierbij wordt ingegaan op de jaarlijkse variatie in metaalconcentratie in mossel- en oesterweefsel en verschillen tussen type stort en referentielocaties en worden gehalten getoetst aan geldende milieukwaliteitsnormen.
    Passende Beoordeling ten behoeve van experimentele oesterkweek in het litoraal van de Kom van de Oosterschelde
    Kamermans, Pauline - \ 2016
    Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C124/16) - 38
    oesters - oesterteelt - oosterschelde - oysters - oyster culture - eastern scheldt
    Uitloging en effecten van metalen uit staalslakken beoordeeld in mesocosms
    Foekema, E.M. ; Heuvel-Greve, M.J. van den; Sonneveld, C. ; Hoornsman, G. ; Blanco Garcia, A. - \ 2016
    Den Helder : IMARES Wageningen UR (Rapport / IMARES C063/16) - 102
    mesocosmossen - oosterschelde - zware metalen - zuurgraad - erosiebestrijding - waterkwaliteit - mesocosms - eastern scheldt - heavy metals - acidity - erosion control - water quality
    Het doel van dit project was vast te stellen in welke mate zware metalen uit in zee gebrachte staalslakken bij een voor de Oosterschelde realistische en een worst-case waterverversingssnelheid: - uitlogen naar de waterkolom; - opgenomen worden door schelpdieren (mossel), wieren (Zee-eik), zakpijpen en sponzen; - negatieve effecten veroorzaken bij bovengenoemde organismen en op het mesocosm ecosysteem. De resultaten van de staalslakken zijn vergeleken met breuksteen, het materiaal dat traditioneel voor dijkverzwaring gebruikt wordt en maasgrind als referentiemateriaal met naar verwachting weinig of geen uitloging.
    Kennis- en onderzoeksagenda voor de Nederlandse oestersector
    Smaal, A.C. ; Kamermans, P. ; Strietman, W.J. - \ 2016
    IMARES (Rapport / IMARES C057/16) - 32
    oesterteelt - oesters - zeeland - oosterschelde - oyster culture - oysters - zeeland - eastern scheldt
    De kweek van oesters in de Oosterschelde wordt bedreigd door infecties met een herpes virus en predatie door invasieve oesterboorders. Naar aanleiding hiervan is er door het ministerie van EZ, de Provincie Zeeland en de Nederlandse Oester Vereniging (NOV) initiatief genomen tot een inventarisatie van de knelpunten en de oplossingsrichtingen. Daarbij zijn er kennisvragen aan de orde waarvoor onderzoek nodig is. In samenspraak met vertegenwoordigers van de Nederlandse Oester Vereniging zijn de kennisvragen geïnventariseerd en vertaald in een onderzoeksprogramma. Het programma is in de eerste plaats gericht op herstel van de productie middels experimenten met off-bottom kweekmethoden. Verder zijn er basis gegevens nodig over het kweekresultaat en de aard en omvang van de bedreigingen. Het onderzoeksprogramma zal i.s.m. een werkgroep van kwekers verder worden uitgewerkt.
    Passende beoordeling ten behoeve van experimentele oesterkweek in het sublitoraal van de Kom van de Oosterschelde
    Kamermans, P. ; Smaal, A.C. - \ 2016
    IMARES (Rapport / IMARES C013/16) - 29
    oesters - schaal- en schelpdierenteelt - proefboerderijen - milieueffect - oosterschelde - nederland - oysters - shellfish culture - experimental farms - environmental impact - eastern scheldt - netherlands
    Kennisinventarisatie paaigebieden en kinderkamers Europese zeebaars (Dicentrarchus labrax)
    Smith, S.R. ; Steenbergen, J. ; Jongbloed, R.H. - \ 2015
    IMARES (Rapport / IMARES C161/15) - 35
    zeebaars - kuitschieten - vismigratie - inventarisaties - visstand - visbestand - visserijbeheer - europese unie - oosterschelde - sea bass - spawning - fish migration - inventories - fish stocks - fishery resources - fishery management - european union - eastern scheldt
    Samenvatting onderzoek: Inventarisatie van dichtheden van kreeften op zowel bestorte als niet recentelijk bestorte vooroevers in de Oosterschelde
    Tangelder, M. ; Goudswaard, P.C. - \ 2015
    Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES (samenvatting) C120/15 samenvatting) - 3
    monitoring - hoogwaterbeheersing - dijken - oevers - homarus gammarus - populatiedichtheid - oosterschelde - populatie-ecologie - monitoring - flood control - dykes - shores - homarus gammarus - population density - eastern scheldt - population ecology
    Om de veiligheid tegen overstromingen te kunnen blijven waarborgen versterkt Rijkswaterstaat de vooroevers van de dijken door vooroever bestortingen uit te voeren met staalslakken, breuksteen en zeegrind. De bestortingen hebben gevolgen voor het plaatselijke bodemleven. In de lopende monitoring wordt onderzoek gedaan naar mogelijke gevolgen van bestorten van vooroevers op hard en zacht substraat gemeenschappen. Echter, effecten op mobiele organismen zoals kreeften zijn onbekend. Rijkswaterstaat heeft IMARES gevraagd om een onderzoek uit te voeren waarmee meer inzicht verkregen kan worden in kreeft aantallen, schaallengte en verhouding tussen vangst en discard, op zowel verdedigde vooroevers (oevers met bestorting) en niet verstoorde vooroevers (oevers waar niet recentelijk een bestorting is uitgevoerd).
    Passende Beoordeling vast vistuigvisserij in de Oosterschelde
    Wijsman, J.W.M. ; Goudswaard, P.C. - \ 2015
    IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES C127/15) - 69
    vistuig - visserij - evaluatie - beoordeling - oosterschelde - fishing gear - fisheries - evaluation - assessment - eastern scheldt
    Voorliggende Passende Beoordeling (PB) betreft de visserij met vaste vistuigen in de Oosterschelde.
    Data rapport: Effect van vooroeververdediging op bodemorganismen in Oosterschelde en Westerschelde in 2014
    Tangelder, M. ; Kluijver, M. de; Brummelhuis, E.B.M. ; Heuvel-Greve, M.J. van den - \ 2015
    Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES C116/15) - 81
    oevers - bescherming - milieueffect - oeverecologie - bodemarthropoden - bodeminvertebraten - oosterschelde - westerschelde - bodemecologie - zeeland - shores - protection - environmental impact - riparian ecology - soil arthropods - soil invertebrates - eastern scheldt - western scheldt - soil ecology - zeeland
    Hoe verhoudt de rekolonisatie van infauna (diversiteit en aantallen) in het nieuwe gevormde sediment op de aangelegde vooroever op de Cluster 1 en 2 locaties in de Oosterschelde en Westerschelde zich tot de eerdere T0-, T1-, T2-,T3- en T4 monitoring en referentielocaties en hoe is de T0 situatie bij Cluster 3 locatie Wemeldinge in de Oosterschelde?
    Monitoring vooroeververdediging Oosterschelde en Westerschelde 2014
    Tangelder, M. ; Heuvel-Greve, M.J. van den; Kluijver, M. de; Glorius, S.T. ; Jansen, H.M. - \ 2015
    Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES C102/15) - 141
    oeverbescherming van rivieren - dijken - steenwerk - staal - aquatische ecosystemen - biota - metalen - ecotoxicologie - oosterschelde - westerschelde - nederland - riverbank protection - dykes - stonework - steel - aquatic ecosystems - biota - metals - ecotoxicology - eastern scheldt - western scheldt - netherlands
    Rijkswaterstaat bestort de vooroevers voor de dijken in de Ooster- en Westerschelde om de waterveiligheid te kunnen blijven waarborgen. Voor deze bestortingen wordt gebruik gemaakt van staalslakken, breukstenen en zeegrind. Om de gevolgen van het bestorten voor het plaatselijke onderwaterleven inzichtelijk te maken wordt monitoring uitgevoerd door IMARES in opdracht van Rijkswaterstaat. Hierbij wordt onderzoek gedaan naar hard substraat soorten (planten en dieren gevestigd op de harde oever), zacht substraat soorten (dieren die in het sediment op de vooroever leven) en mogelijke uitloging van zware metalen vanuit de vooroeverbestorting naar planten en dieren
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.