Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 39

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    • alert
      We will mail you new results for this query: keywords==fagus sylvatica
    Check title to add to marked list
    Herkomstonderzoek Beuk in Nederland
    Kranenborg, K.G. ; Jager, K. ; Vries, S.M.G. de - \ 2010
    Wageningen : CGN/Stichting DLO (CGN rapport / Centre for Genetic Resources (CGN) 16) - 32
    fagus sylvatica - cultivars - rassen (planten) - bomen - soortendiversiteit - bosecologie - fagus sylvatica - cultivars - varieties - trees - species diversity - forest ecology
    In dit rapport worden de resultaten van toetsing van 20 herkomsten van beuk uit Nederland behandeld. Hiervan zijn reeds 8 herkomsten opgenomen in de Rassenlijst Bomen in de categorie 'geselecteerd uitgangsmateriaal'. Door gebruik te maken van herkomsten, die goed teeltmateriaal leveren is de kans het grootst dat een beplanting succes: vol aangeplant kan worden onder onze ecologische omstandigheden. Het onderzoek is onderdeel van het Cultuur: en Gebruikswaarde Onderzoek (CGO) ten behoeve van de Rassenlijst Bomen. De beuk wordt als een belangrijke loofboomsoort voor het Nederlandse bos beschouwd. Het grootste deel van het beukenbos bevindt zich op de zandgronden in het midden en het oosten van Nederland. Het beleid is momenteel gericht op verdere uitbreiding van het beukenareaal. Behalve bosbouwkundig belangrijke eigenschappen als groei en vorm zijn wellicht nog belangrijker de eigenschappen als tijdstip van uitlopen, het slagingspercentage en de overle: ving, die bepalen of een herkomst hier thuis hoort en met succes aangeplant kan worden onder onze ecologische omstandigheden. In 1987 werden vijf proefvelden aangelegd met acht Nederlandse herkomsten, die opgenomen zijn in de Rassenlijst Bomen in de categorie 'geselecteerd uitgangsmateriaal' en twaalf niet opgenomen Nederlandse herkomsten. Deze proeven liggen in het Harderbos, Oud:Sabbinge, Sanoer, Urkerbos en Wolphaartsdijk.
    Beukentopgalmug vraagt om kritisch waarnemen en tijdig bestrijden
    Horst, M. ter; Smits, A.P. - \ 2009
    De Boomkwekerij 22 (2009)49. - ISSN 0923-2443 - p. 16 - 17.
    fagus sylvatica - fagaceae - houtachtige planten als sierplanten - misvormingen - infecties - contarinia - dasineura - gewasbescherming - fagus sylvatica - fagaceae - ornamental woody plants - malformations - infections - contarinia - dasineura - plant protection
    In beuk komt steeds vaker schade door topgalmuggen voor. Tijd om te onderzoeken hoe de schade ontstaat en hoe de topgalmug kan worden bestreden
    Beuk kan klimaatverandering doorstaan
    Vries, S.M.G. de - \ 2007
    De Boomkwekerij 2007 (2007)50. - ISSN 0923-2443 - p. 14 - 15.
    bomen - fagus sylvatica - bosbomen - habitats - aanpassingsvermogen - klimaatzones - trees - forest trees - adaptability - climatic zones
    De beuk (Fagus sylvatica) wordt als een van de belangrijkste loofboomsoorten voor het Nederlandse bos beschouwd. Met de op handen zijnde klimaatverandering lijkt de beuk echter tegelijkertijd mogelijk een probleemsoort te zijn. Aangezien dit probleem niet alleen in Nederland wordt onderkend, is in 1998 een internationaal herkomstenonderzoek bij beuk gestart. Met soorten afkomstig uit een zeeklimaat (Scandinavië), landklimaat (Midden-Europa) en mediterraan klimaat.
    Analysing the space-time distribution of soil water storage of a forest ecosystem using spatio-temporal kriging
    Jost, G. ; Heuvelink, G.B.M. ; Papritz, A. - \ 2005
    Geoderma 128 (2005)3/4. - ISSN 0016-7061 - p. 258 - 273.
    bodemwaterbalans - soortendiversiteit - evapotranspiratie - kriging - bossen - picea abies - fagus sylvatica - oostenrijk - geostatistiek - soil water balance - species diversity - evapotranspiration - kriging - forests - picea abies - fagus sylvatica - austria - geostatistics - moisture - field - variability - patterns - models - future - states
    In forest the soil water balance is strongly influenced by tree species composition. For example, differences in transpiration rate lead to differences in soil water storage (SWS) and differences in canopy interception cause differences in infiltration. To analyse the influence of tree species composition on SWS at the scale of a forest stand, we compare spatio-temporal patterns in vegetation and SWS. Geostatistical space¿time models provide a probabilistic framework for mapping SWS from point observations. The accuracy of these models may be improved by incorporating knowledge about the process of evapotranspiration. In this paper we combine a physical-deterministic evapotranspiration model with space¿time geostatistical interpolation to predict soil water storage in the upper 30 cm of soil (SWS30) for a 0.5 ha plot in a mixed stand of Norway spruce (Picea abies (L.) Karst.) and European beech (Fagus sylvatica L.) in Kreisbach, Lower Austria. Soil water storage was measured at 198 locations by permanently installed wave guides. This was repeated 28 times, about every two weeks during the growing seasons of 2000 and 2001. Incorporation of a process-based model in space¿time prediction of SWS30 reduced the effect of precipitation on SWS30 predictions prior to precipitation. Spatial patterns of SWS30 between the permanent wilting point and field capacity depend on the precipitation and drying history, which is affected by vegetation. Early in the growing season spruce starts to transpire markedly, which is common for coniferous trees. During dry periods, spruce reduces transpiration earlier than beech. Overall beech transpires more than spruce during the growing season. The greater transpiration rates of beech are compensated for by greater soil water recharge after precipitation because less rainfall is intercepted. At low water contents near the permanent wilting point SWS30 was spatially quite uniform. This was also the case at water contents nearfield capacity, probably because the soil physical parameters varied little. Space¿time interpolation of SWS30 and the prediction of soil water discharge and soil water recharge during periods of drying and rewetting demonstrate the important role of vegetation on the spatial patterns of SWS30.
    Het belang van groot dood beukenhout voor paddestoelen
    Veerkamp, M.T. - \ 2003
    Nederlands Bosbouwtijdschrift 75 (2003)5. - ISSN 0028-2057 - p. 10 - 14.
    fagus - fagus sylvatica - bossen - biodiversiteit - dood hout - dode bomen - verrot hout - verval - decompositie - paddestoelen - soortendiversiteit - distributie - frequentieverdeling - indicatorsoorten - schimmels - forests - biodiversity - dead wood - dead trees - decayed wood - decay - decomposition - mushrooms - species diversity - distribution - frequency distribution - indicator species - fungi
    Derde artikel in een serie van drie over de rol van dood beukenhout voor de biodiversiteit. In Nederlandse beukenbossen op zowel zand- als kleigrond is onderzoek gedaan naar de paddestoelenflora op dode beukenstammen. Belangrijke factoren voor de soortensamenstelling blijken het verteringsstadium en de locatie (klei of zand) te zijn. In de verschillende verteringsstadia hebben telkens andere soorten hun optimum. De geringere soortenrijkdom op Nederlandse locaties in vergelijking met het buitenland kan verklaard worden door een geringere bodemvariatie en het nog ontbreken van voldoende groot dood hout voor het vormen van stabiele populaties. In een tabel een weergave van indicatorsoorten voor de geselecteerde Nederlandse locaties
    Mossen en kortsmossen op dood beukenhout
    Dort, K.W. van; Hees, A.F.M. van - \ 2003
    Nederlands Bosbouwtijdschrift 75 (2003)5. - ISSN 0028-2057 - p. 6 - 9.
    fagus - fagus sylvatica - bossen - biodiversiteit - dood hout - dode bomen - verrot hout - verval - decompositie - mossen - levermossen - korstmossen - soortendiversiteit - bedreigde soorten - beschermde soorten - fagus - fagus sylvatica - forests - biodiversity - dead wood - dead trees - decayed wood - decay - decomposition - mosses - liverworts - lichens - species diversity - endangered species - protected species
    Tweede artikel in een serie van drie over de rol van dood beukenhout voor de biodiversiteit. In Nederlandse beukenbossen op zowel zand- als kleigrond zijn dode beukenstammen geïnventariseerd op het voorkomen van mossen (bladmossen; levermossen) en korstmossen. De soortenrijkdom per stam is sterk afhankelijk van het type beukenbos (kleibos of zandbos), het verteringsstadium en het volume van de dode stam. In de loop van de vertering treden belangrijke verschuivingen in soortensamenstelling op. Uit een vergelijking met bossen zonder dood hout blijkt dat dood hout een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit levert. In een tabel het voorkomen van bijzondere soorten mossen en korstmossen op het dode beukenhout
    Dood hout in het beukenbos: een bron van water en nutriënten
    Hees, A.F.M. van - \ 2003
    Nederlands Bosbouwtijdschrift 75 (2003)5. - ISSN 0028-2057 - p. 2 - 6.
    fagus - fagus sylvatica - bossen - biodiversiteit - dood hout - dode bomen - verval - decompositie - verrot hout - fysicochemische eigenschappen - voedingsstoffen - chemische analyse - chemische samenstelling - vochtgehalte - vochtgehalte van hout - watergehalte - forests - biodiversity - dead wood - dead trees - decay - decomposition - decayed wood - physicochemical properties - nutrients - chemical analysis - chemical composition - moisture content - wood moisture - water content
    Eerste artikel in een serie van drie over de rol van dood beukenhout voor de biodiversiteit, waarin aandacht wordt besteed aan de fysisch-chemische karakteristieken van het dode beukenhout. In een aantal Nederlandse beukenbossen op zowel zand- als kleigrond werd de aanwezige hoeveelhoud dood hout onderzocht op o.a. verteringsstadium, nutriëntengehalte (koolstof, stikstof, fosfor, sulfaat en kalium), pH en vochtgehalte. Lokaal blijken dode beukenstammen belangrijke bronnen te zijn van water en nutriënten, en daardoor bij te dragen aan de ruimtelijke variatie in groeiomstandigheden en dus de biodiversiteit
    Beukensterfte ook in Nederland?
    Moraal, L.G. - \ 2002
    Vakblad Natuurbeheer 41 (2002)1. - ISSN 1388-4875 - p. 13 - 15.
    fagus - fagus sylvatica - bosschade - beschadigingen - schade - afsterving - achteruitgang, bossen - bosplagen - plantenziekteverwekkers - plantenziekteverwekkende schimmels - houtboorders - insectenplagen - boorders (insecten) - coleoptera - plantenziekten - houtaantasting - bospathologie - beuken - ecologie - entomologie - insectenplaag - fytopathologie - plantenziektekunde - forest damage - injuries - damage - dieback - forest decline - forest pests - plant pathogens - plant pathogenic fungi - wood borers - insect pests - boring insects - plant diseases - wood attack - forest pathology
    Sinds 2000 komt in Duitsland en België ernstige beukensterfte voor; vorig jaar werd bij Heeze in Noord-Brabant ook een grote sterfteplek gevonden. Beschrijving van achtergronden en mogelijk van invloed zijnde factoren (o.a. klimatologisch), symptomen en schadebeelden, en het optreden van secundaire schadelijke insecten en schimmels. Nieuw is dat secundaire kevers op grote schaal gezond lijkende bomen aantasten
    Bosreservaat het Rot : Bosstructuur en vegetatie bij aanwijzing tot bosreservaat
    Clerkx, A.P.P.M. ; Sanders, M.E. ; Jans, W.W.P. ; Bijlsma, R.J. - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 192) - 41
    fagus sylvatica - quercus petraea - bossen - beschermde bossen - vegetatie - plantengemeenschappen - structuur - bosecologie - bosinventarisaties - nederland - gelderland - forests - reserved forests - vegetation - plant communities - structure - forest ecology - forest inventories - netherlands
    Bosreservaat Het Rot in de Achterhoek bestaat uit een wintereikenbos waarin plaatselijk beuk domineert. Waar wintereik domineert begint beuk vanuit een tweede boomlaag de wintereik te verdringen. Verjonging van wintereik komt niet voor. Plaatselijk is dit het gevolg van lichtconcurrentie door de beuk, maar ook vraat en adelaarsvaren belemmeren een succesvolle verjonging. In de nabije toekomst bestaat de vrees dat de wintereiken zullen verdwijnen, al zijn de beuken op deze natte bodems extra stormgevoelig, waardoor ze minder concurrentiekrachtig zijn
    Internationaal herkomstonderzoek beuk in Nederland
    Kranenborg, K.G. ; Vries, S.M.G. de - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 286) - 37
    fagus sylvatica - zaden - beplanten - groei van zaailingen - rassen (taxonomisch) - zaadbronnen - nederland - seeds - planting - seedling growth - races - seed sources - netherlands
    Beuk is een belangrijke loofboomsoort voor het Nederlandse bos. Uitbreiding van het areaal vindt voornamelijk plaats door aanplant. In Nederland zijn onvoldoende zaadopstanden van beuk voor de levering van uitgangsmateriaal, daardoor wordt ook beukenzaad uit het buitenland gebruikt. In een van de eerste proeven in het Horsterwold in Flevoland worden 4 Nederlandse, 23 Duitse, 2 Deense, 1 Franse en 6 Turkse herkomsten getoetst. Uit dit onderzoek komt naar voren, dat vier Nederlandse herkomsten en zeven Duitse herkomsten over de gewenste goede eigenschappen beschikken: een goede groei, laat uitlopen in het voorjaar, een goede stamvorm en een hoog slagingspercentage. Deze herkomsten worden derhalve aanbevolen voor aanplant in Nederland.
    Mossen en vaatplanten op dood beukenhout in bosreservaat Kersselaerspleyn (Zoniënwoud, Vlaanderen)
    Dort, K.W. van; Hees, A.F.M. van - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 418) - 26
    fagus sylvatica - dood hout - dode bomen - mossen - bryophyta - vegetatie - beschermde bossen - belgië - bosreservaat - bryologie - ecologie - dead wood - dead trees - mosses - vegetation - reserved forests - belgium
    In het Belgische bosreservaat Kersselaerspleyn (Zoniënwoud) is de vegetatie op 201 dode beukenstammen opgenomen. Uit deze inventarisatie blijkt dat de dode beukenbomen een belangrijk substraat zijn voor veel planten. Het aantal plantensoorten op de dode beukenstammen neemt toe met de diameter en het verteringsstadium van de stam.
    Variation in performance of beech saplings of 7 European provenances under shade and full light conditions
    Kramer, K. ; Hees, A.F.M. van; Jans, W.W.P. - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 291) - 54
    fagus sylvatica - herkomst - onderplanting - prestatieniveau - overleving - groei - plantenmorfologie - fenologie - plantenfysiologie - modellen - europa - bosbouw - ecologie - vegetatie - provenance - underplanting - performance - survival - growth - plant morphology - phenology - plant physiology - models - europe
    The use of beech seedlings from South-East European and North-West (NW) provenances for underplanting in coniferous forests in North-West Europe was investigated by means of experimental shading. The effects of this treatment on survival, morphology, phenology, physiology and growth were analysed by applying an individual plant growth model integrating these aspects. It was concluded that plant performance under full-light conditions are representative of shaded conditions, so good performing provenances can be selected in a field situation. It was further concluded that good performing South-East European seedlings can be used in North-West European conditions. The modelling results indicated an interesting trade-off between height growth and biomass increase and different provenances show different strategies. This allows selection of suitable provenances for specific situations, e.g. when beech seedlings need to compete with other plant species in the understorey.
    Kwaliteit van natuurlijke verjonging in relatie tot de moederopstand
    Wijdeven, S.M.J. ; Berg, C.A. van den; Hees, A.F.M. van; Oosterbaan, A. - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 303) - 49
    pseudotsuga menziesii - pinus sylvestris - fagus sylvatica - bossen - natuurlijke verjonging - opstandskenmerken - kwaliteit - nederland - bosbouw - bosverjonging - genetica - forests - natural regeneration - stand characteristics - quality - netherlands
    Natuurlijke verjonging wordt steeds vaker toegepast. Er wordt verondersteld dat de kwaliteiten van de moederopstand (m.b.t. de houtproductie) een indicatie vormen voor de kwaliteiten van de verjonging. In dit onderzoek blijkt echter dat dit nauwelijkshet geval is. De moederopstand levert slechts een gedeelte van het genetische materiaal, de verjonging en de moederopstand zijn niet onder gelijke omstandigheden opgegroeid en kwaliteitsaspecten hebben slechts een geringe genetische basis. Het is aan te raden te sturen op voldoende verjonging en eventueel, bij onvoldoende kwaliteit, in latere fasen in te grijpen of bij te planten.
    Opkomst of ondergang van de beuk; een modelstudie naar de effecten van beheer op bosontwikkeling en functievervulling
    Jorritsma, I.T.M. ; Jong, J.J. de; Raffe, J.K. van; Olsthoorn, A.F.M. - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 273) - 87
    fagus sylvatica - biodiversiteit - bossen - bosbedrijfsvoering - modellen - meervoudig gebruik - bosecologie - bosbouweconomie - bedrijfseconomie - beuk - bosbeheer - ecologie - biodiversity - forests - forest management - models - multiple use - forest ecology - forest economics
    Beuk dreigt in bossen op holtpodzolgronden een te dominante rol te krijgen. De vrees bestaat dat dit negatieve gevolgen heeft voor de biodiversiteit in deze bossen. Er is daarom behoefte aan inzicht in de mogelijkheden die er zijn om de rol van beuk te verminderen. Daartoe zijn met behulp van modellen de effecten van een aantal beheersscenario's op de bosontwikkeling (model FORGRA) en het financieel resultaat (model KD-fire) doorgerekend. Bovendien zijn handmatig de gevolgen van de veranderingen in het bos voor de functievervulling bepaald.
    Effecten van vernatting op de groei en vitaliteit van eik, beuk en douglas in Roden, Leende en Gees
    Olsthoorn, A.F.M. ; Tolkamp, G.W. ; Koch, M.J. - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 276) - 54
    quercus - fagus sylvatica - pseudotsuga menziesii - grondwaterspiegel - grondwaterstand - plant-water relaties - bomen - mortaliteit - levensvatbaarheid - bosschade - nederland - bodemwater - groei - drenthe - beuk - boomvitaliteit - bosbouw - eik - douglasspar - verdroging - vernatting - Brabant - water table - groundwater level - soil water - growth - plant water relations - trees - mortality - viability - forest damage - netherlands
    In het verleden is in grote delen van Nederland verdroging opgetreden. Om de natuurwaarde te herstellen probeert men nu om het water langer in het gebied vast te houden, zodat het grondwater weer op het oorspronkelijke niveau komt. In drie veldlocaties met volwassen bomen is onderzoek gedaan naar de effecten van deze vernatting op de vitaliteit van de bomen. Door de stijging van het grondwater in de afgelopen periode bleek dat inderdaad wortelsterfte is opgetreden, afhankelijk van de vernatting. Dezebleek goed te relateren aan de bovengrondse vitaliteit. Er waren verschillen in reactie te vinden tussen de drie onderzochte boomsoorten. Op gronden die in het verleden diep vergraven zijn, bijvoorbeeld in de werkverschaffing, bleken onnatuurlijke wortelprofielen voor te komen met soms meer dan 50% van de wortels dieper dan 40 cm (wortels < 5mm). Dit levert meer risico's op voor de bomen bij vernatting. Deze vergravenheid komt veel voor in het Nederlandse bos en hiermee dient dus rekening gehouden te worden bij het plannen van vernattingsmaatregelen. Meestal is het aanbevelenswaardig om vernatting in niet te grote stappen uit te voeren en om een ondiep slotenstelsel open te houden om in een nat voorjaar voldoende wortelruimte te houden.
    Effecten van dunning en vraat op spontane verjonging in eiken-dennenbossen
    Goudzwaard, L. ; Bartelink, H.H. ; Koop, H.G.J.M. - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 269) - 48
    pinus sylvestris - quercus - fagus sylvatica - betula - begrazing - herbivoren - vegetatie - natuurlijke verjonging - dunnen - bossen - nederland - bosbouw - bosverjonging - Gelderland - Veluwe - grazing - herbivores - vegetation - natural regeneration - thinning - forests - netherlands
    Bosbeheerders sturen spontane bosontwikkeling door dunning. Een dergelijke ingreep in het kronendak brengt meer licht in het bos en heeft daardoor effect op de bodemvegetatie. Behalve licht is begrazing door herbivoren een belangrijke factor in de bosontwikkeling. Met name loofbomen worden sterk bevreten, waardoor spontane verjonging van gemengde loofbossen in door herten en reeën begraasde terreinen op de hogere zandgronden in Nederland weinig voorkomt. In dit onderzoek is bekeken hoe natuurlijke verjonging van loofboomsoorten door middel van dunning kan worden bevorderd, en welke rol vraat door grote herbivoren daarbij speelt. Belangrijkste conclusies zijn dat sterke dunning in dit bostype leidt tot een spontane verjonging van met name de lichteisende soorten ruwe berk, zomereik en grove den. Meer schaduwverdragende soorten als wintereik en beuk komen in kleinere aantallen voor en lijken bovendien minder afhankelijk van de openheid van de opstand. Begrazing door grote herbivoren leidt tot meer licht op de bosbodem (ten gunste van de bodemvegetatie), tot een snellere toename van de bedekking van blauwe bosbes en tot een geringere afname van bochtige smele dan in onbegraasde situaties. Door vraat nemen de soorten smalle stekelvaren, liggend walstro en bochtige smele in bedekking af. Grote herbivoren beonvloeden tevens de samenstelling van de verjonging. Beuk en wintereik worden minder bevreten en dus bevoordeeld boven berk, zomereik en grove den. Beuk zal op termijn (ook of juist bij de huidige wilddruk) het bos op deze groeiplaats gaan domineren. Lijsterbes en vuilboom worden sterk bevreten; beide soorten kunnen alleen doorgroeien bij lage wilddichtheden. De lokale wilddichtheid in het gebied is gemiddeld, maar wel dermate hoog dat spontane verjonging sterk belemmerd wordt. Bij uitsluiting van begrazing zal een verjonging ontstaan, eerst gedomineerd door ruwe berk en lijsterbes, later door beuk.
    Bosdynamiek in bosreservaat Pijpebrandje
    Clerkx, A.P.P.M. ; Hees, A.F.M. van; Sanders, M.E. ; Slim, P.A. ; Koop, H.G.J.M. - \ 2000
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 112) - 43
    fagus sylvatica - bossen - natuurreservaten - bosinventarisaties - bosecologie - vegetatie - opstandsstructuur - populatiedynamica - plantengemeenschappen - luchtfotografie - nederland - gelderland - forests - nature reserves - forest inventories - forest ecology - vegetation - stand structure - population dynamics - plant communities - aerial photography - netherlands
    Bosreservaat Pijpebrandje is voor de tweede keer geonventariseerd. In het beukenbos wordt wintereik overgroeid door beuk en sterft. De beuken beginnen af te takelen. Het aantal kleine gaten in het kronendak is toegenomen, maar er treedt geen nieuwe verjonging op. Toch is het bos donkerder geworden, waardoor bestaande verjonging uit 1988 is verdwenen en de bedekking van kruiden is afgenomen. Verjonging en kruiden komen alleen nog voor waar wintereiken in de boomlaag zitten. In de overige begroeiingstypen is weinig veranderd. Verwacht wordt dat de homogeniteit van het bos de komende decennia toe zal nemen. Pas als grotere groepen beuken gaan sterven, kunnen nieuwe verjonging en kruiden zich vestigen, zodat het bos meer variatie in soorten en leeftijden te zien zal geven.
    Groei en concurrentie in gemengd bos: een modelmatige analyse in Douglas/beukopstanden.
    Bartelink, H.H. - \ 1998
    Nederlands Bosbouwtijdschrift 70 (1998)5. - ISSN 0028-2057 - p. 215 - 219.
    gemengde bossen - concurrentie tussen planten - pseudotsuga menziesii - fagus sylvatica - mixed forests - plant competition
    Simulation of growth and competition in mixed stands of Douglas-fir and beech
    Bartelink, H.H. - \ 1998
    Agricultural University. Promotor(en): J. Goudriaan; A. van Maaren; G.M.J. Mohren. - S.l. : Bartelink - ISBN 9789054858348 - 222
    bosbouw - gemengde bossen - groeimodellen - houtaanwas - voorspellen - plantensuccessie - periodiciteit - vegetatie - bomen - computersimulatie - simulatie - simulatiemodellen - pseudotsuga menziesii - fagus sylvatica - gemengde opstanden - forestry - mixed forests - growth models - increment - forecasting - plant succession - periodicity - vegetation - trees - computer simulation - simulation - simulation models - pseudotsuga menziesii - fagus sylvatica - mixed stands

    For a long time, the emphasis in silviculture in Western Europe was solely on even-aged, monospecific stands; many empirical stand-level growth models were developed and successfully used for managing such stands. In contrast, no generally accepted growth and yield approach has emerged so far for mixed forests. Moreover, the inexhaustible number of species combinations, management regimes, and site-dependent interactions make an empirical approach less suitable.

    In the present study, a mechanistic model was developed that simulates growth and yield in mixed forest stands. Douglas-fir ( Pseudotsuga menziesii (Mirb.) Franco) and beech ( Fagus sylvatica L.) were used in this research. In the model, tree growth is dependent on radiation availability. Stand development is largely driven by competition for radiation. A spatial module was developed to investigate the effects of tree and stand characteristics on radiation interception. The study showed that in heterogeneous stands a spatial approach is needed to account for competition between trees.

    Growth of the trees was estimated using the radiation-use efficiency concept (RUE). Results revealed that detailed process models can be used to estimate RUE and that it is a suitable tool for (mixed) forest modelling.

    To describe the distribution of the dry matter growth, a separate module was developed using functional relationships between tree components: the dry matter distribution is driven by the aim to maintain structural balances within the tree. The study showed that this approach is able to reproduce the development of an individual forest tree. The approach was thus considered very suitable for modelling the effects of between-tree competition for resources on growth and development of mixed forest stands.

    The overall growth model, COMMIX, was applied to investigate the effects of stand composition on mixed stand productivity, using a replacement series. Analysis showed that the productivity of mixed forest stands is generally somewhere in between the yield levels of the monocultures of the less productive and the most productive species. It will only be possible to achieve higher yields in mixed stands if these stands have a relatively small proportion of the sub-dominant species. In the case of Douglas-fir and beech, the maintenance of a mixed stand appeared to conflict with the maximization of the wood production.

    Insufficient data are available on mixed stands to directly support decision taking in forest management. New research tools capable of providing forest managers with information on possible management scenarios and on the consequences of certain management regimes are therefore urgently required. The present modelling approach is part of an ongoing development of models for mixed stands. The infinite variety of possible species mixtures coupled with the range of environmental conditions under which mixtures might be grown, necessitates a mechanistic approach and emphasises the potential use of such models.

    Groei en groeiplaats van de beuk in Nederland
    Burg, J. van den - \ 1997
    Wageningen : IBN-DLO - 60
    bosbouw - standplaatsfactoren - bepaling van groeiplaatshoedanigheden - bomen - bodemkarteringen - kaarten - houtteelt - bosbouwkundige handelingen - groei - milieufactoren - nederland - fagus sylvatica - forestry - site factors - site class assessment - trees - soil surveys - maps - silviculture - forestry practices - growth - environmental factors - netherlands
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.