Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 17 / 17

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Het Festuca ovina-complex in Nederland. 2 F. lemanii Bast. en F. Brevipila Tracey
    Haveman, R. - \ 2005
    Gorteria 31 (2005)2. - ISSN 0017-2294 - p. 29 - 35.
    vegetatie - plantengeografie - festuca - nederland - vegetation - phytogeography - festuca - netherlands
    In de Nederlandse flora's worden de grofbladerige schapengrassen met lange naalden samengevat onder een taxon, dat enkel sporadisch in Frankrijk voorkomt. Onderzoek is gedaan naar herbariummateriaal in Nederland, de naam van de soorten die hier voorkomen
    Het Festuca ovina-complex in Nederland. 1 F. pallens Host (kalkzwenkgras), een veronachtzaamde soort uit Zuid-Limburg
    Haveman, R. - \ 2005
    Gorteria 31 (2005)1. - ISSN 0017-2294 - p. 1 - 5.
    festuca - plantengeografie - grassen - plantenecologie - zuid-limburg - festuca - grasses - phytogeography - plant ecology - zuid-limburg
    Beschrijving van zwenkgras Festuca pallens, zoals dat voorkomt in herbariummateriaal van Nederlandse bodem in de collectie van het Nationaal Herbarium Nederland (NHN) te Leiden
    Hussar, nieuwe aanwinst voor graszaadteelt
    Borm, G.E.L. ; Zeeland, M.G. van - \ 2004
    Kennisakker.nl 2004 (2004)15 maart.
    gewasbescherming - onkruidbestrijding - chemische bestrijding - grassen - zaadproductie - poa pratensis - festuca - zaden - akkerbouw - plant protection - weed control - chemical control - grasses - seed production - seeds - arable farming
    Het nieuwe herbicide Hussar kan in het voorjaar worden toegepast in het graszaadproductiejaar van veldbeemd- en roodzwenkgras. In de dekvrucht wintertarwe met deze grassoorten als ondervrucht is deze toepassing ook mogelijk als de grassen in de uitstoelingsfase zijn. Tijdige zaai van de ondervrucht verdient dan ook aanbeveling. Als de ondervrucht veldbeemd- of roodzwenkgras nog niet in de uitstoelingsfase is dan dient de dosering te worden verlaagd en Actirob B achterwege te worden gelaten. De mate van bestrijding van onkruidgrassen zoals straatgras neemt af naarmate deze verder ontwikkeld zijn. De werking van Hussar op (opslagplanten van) Engels raaigras is met name bij de zaadteelt van veldbeemdgras ook interessant
    Herfstbehandeling van roodzwenk- en veldbeemdzaadgewassen op zandgrond
    Borm, G.E.L. - \ 1994
    In: Jaarboek 1993-1996 : verslagen van afgesloten onderzoeksprojecten op de regionale onderzoekcentra en het PAGV. Akkerbouw Lelystad : Proefstation voor de Akkerbouw en de Groenteteelt in de Vollegrond [etc.] (Publikatie / Proefstation voor de Akkerbouw en de Groenteteelt in de Vollegrond, Regionale Onderzoekcentra No. 70a-81A) - p. 83 - 86.
    herfst - festuca - mechanische methoden - stikstofmeststoffen - gewasbescherming - poa - plantenvermeerdering - zandgronden - autumn - festuca - mechanical methods - nitrogen fertilizers - plant protection - poa - propagation - sandy soils
    Beknopt verslag van de proeven met stikstofbemesting en maaien in september/oktober
    Herfstbehandeling van roodzwenk- en veldbeemdgraszaadgewassen op zandgrond = Autumn treatment of seed crops of red fescue and smooth-stalked meadowgrass on sandy soils
    Borm, G.E.L. - \ 1994
    Lelystad : PAGV (Verslag / Proefstation voor de Akkerbouw en de Groenteteelt in de Vollegrond nr. 179) - 61
    festuca - grassen - maaien - nederland - stikstof - poa - zaadproductie - zaadbehandeling - festuca - grasses - mowing - netherlands - nitrogen - poa - seed production - seed treatment
    Voorjaarsstikstofbemesting op eerstejaarsgewassen kropaar (Dactylis glomerata L.), timothee (Phleum pratense L.), rietzwenkgras (Festuca arundinacea Schreb.) en beemdlangbloem (Festuca pratensis Huds.) op zand- en dalgrond
    Wander, J.G.N. - \ 1993
    In: Jaarboek 1993-1996 : verslagen van afgesloten onderzoeksprojecten op de regionale onderzoekcentra en het PAGV. Akkerbouw Lelystad : Proefstation voor de Akkerbouw en de Groenteteelt in de Vollegrond [etc.] (Publikatie / Proefstation voor de Akkerbouw en de Groenteteelt in de Vollegrond, Regionale Onderzoekcentra No. 70a-81A) - p. 128 - 133.
    dactylis - festuca - stikstofmeststoffen - phleum - zandgronden - lente - dactylis - festuca - nitrogen fertilizers - phleum - sandy soils - spring
    Bestrijding van raaiopslag in rietzwenkgras en veldbeemdgras onder dekvrucht wintertarwe : verslag van drie jaar onderzoek : 1987 - 1989
    Spoorenberg, P.M. ; Horeman, G.H. ; Baumann, D.T. - \ 1990
    In: Jaarboek 1987-1992 : verslagen van in 1987-1992 afgesloten onderzoekprojecten op Regionale Onderzoek Centra en het PAGV Lelystad : Proefstation voor de Akkerbouw en de Groenteteelt in de Vollegrond (Publikatie / Proefstation voor de Akkerbouw en de Groenteteelt in de Vollegrond, Regionale Onderzoekcentra no. 38-64) - p. 90 - 94.
    dekgewassen - festuca - herbiciden - gewasbescherming - poa - cover crops - festuca - herbicides - plant protection - poa
    Effect of nitrogen availability on the competition between plant species : a simulation study
    Conijn, J.G. - \ 1989
    Wageningen : CABO (CABO-verslag nr. 111) - 45
    arrhenatherum - biologische mededinging - festuca - stikstof - stikstofmeststoffen - concurrentie tussen planten - plantenecologie - bodem - arrhenatherum - biological competition - festuca - nitrogen - nitrogen fertilizers - plant competition - plant ecology - soil
    Dit verslag bevat een computermodel, dat is ontwikkeld om het effect van de N-beschikbaarheid op de dynamiek van plantesoorten in een mengcultuur te simuleren. Het doel van deze studie is de vraag te beantwoorden, welke planteneigenschappen het succes van een soort bepalen in een nutrientarme, danwel in een nutrientrijke omgeving. De volgende grassoorten zijn daarbij gebruikt: Festuca rubra, Arrhenatherum elatius, Anthoxanthum odoratum en Alopecurus pratensis
    De stikstofbemesting van zaadteeltgewassen : Engels raai, veldbeemd en roodzwenk : overzicht van een serie proeven op de proefboerderijen Rusthoeve (Colijnsplaat), Prof. Van Bemmelenhoeve (Wieringerwerf), Feddemaheerd (Kloosterburen) en het PAGV proefbedrijf te Lelystad, 1978 - 1984
    Meijer, W.J.M. - \ 1986
    Lelystad : PAGV (Verslag / Proefstation voor de Akkerbouw en de Groenteelt in de Vollegrond nr. 55) - 25
    festuca - lolium - stikstofmeststoffen - poa - plantenvermeerdering - festuca - lolium - nitrogen fertilizers - poa - propagation
    De invloed van het maaien van de tarwestoppel op ondergezaaide veldbeemd- en roodzwenkzaadgewassen : een overzicht van een serie proeven op de proefboerderijen Rusthoeve (Colijnsplaat), Prof. Van Bemmelenhoeve (Wieringerwerf) en het PAGV proefboerderij te Lelystad, 1980 - 1986
    Meijer, W.J.M. - \ 1986
    Lelystad : PAGV (Verslag / Proefstation voor de Akkerbouw en de Groenteteelt in de Vollegrond nr. 56) - 23
    dekgewassen - festuca - poa - plantenvermeerdering - cover crops - festuca - poa - propagation
    De teelt van wintertarwe als dekvrucht voor veldbeemd- en roodzwenkzaadgewassen ; een overzicht van een serie proeven op de proefboerderijen Rusthoeve (Colijnsplaat), Prof. Van Bemmelenhoeve (Wieringerwerf), en het PAGV proefbedrijf te Lelystad, 1978 - 1984
    Meijer, W.J.M. - \ 1986
    Lelystad : PAGV (Verslag / Proefstation voor de Akkerbouw en de Groenteteelt in de Vollegrond nr. 54) - 27
    dekgewassen - festuca - poa - plantenvermeerdering - cover crops - festuca - poa - propagation
    Opname van Engels raaigras, rietzwenkgras en Italiaans raaigras door melkvee = Intake of perennial ryegrass, tall fescue and Italian ryegrass by dairy cattle
    Luten, W. ; Remmelink, G.J. - \ 1984
    Lelystad : Proefstation voor de Rundveehouderij, Schapenhouderij enPaardenhouderij (Rapport / Proefstation voor de Rundveehouderij, Schapenhouderij en Paardenhouderij P.R. 97) - 72
    melkvee - melkveehouderij - voer - festuca - lolium - voedingswaarde - dairy cattle - dairy farming - feeds - festuca - lolium - nutritive value
    Verslag van een proef waarbij gedurende de jaren 1974 tot 1978 Engels raaigras, Italiaans raaigras en rietzwenkgras vergeleken werden bij zomerstalvoedering en Engels raaigras vergeleken werd met rietzwenkgras als voordroogkuil. Rietzwenkgras lijkt geschikt voor de verse vervoedering in voor- en najaar vanwege het langere groeiseizoen en voor de konservering in de tussenliggende periode
    Cytogenetic studies of Lolium multiflorum Lam., Festuca arundinacea Schreb., their hybrids and amphidiploids
    Kleijer, G. - \ 1982
    Landbouwhogeschool Wageningen. Promotor(en): J. Sybenga, co-promotor(en): J.G.T. Thermsen. - Wageningen : Kleijer - 106
    cytogenetica - festuca - hybridisatie - hybriden - soortkruising - lolium - somatische hybridisatie - voedergrassen - cytogenetics - festuca - hybridization - hybrids - interspecific hybridization - lolium - somatic hybridization - fodder grasses
    Plant breeders intercross Lolium multiflorum and Festuca arundinacea with the purpose of obtaining hybrids which combine agronomically interesting characters of the parent species. The end result can be an amphidiploid, or the transfer of a limited number of genes from one species to the other. Especially in the first case, meiotic regularity often is a bottle neck. In the present study the influence of various Festuca and Lolium parents on chromosome pairing, further meiotic behaviour and fertility in the hybrids and amphidiploids was studied.

    In F. arundinacea meiosis is somewhat irregular due to the presence of univalents and multivalents and lack of stability. For the same plant significant differences in number of chromosome. arms bound by chiasmata were found over two years, and a number of plants even showed significant differences within clones within years. Significant differences in meiotic chromosome association were found between the Festuca varieties. Between plants of the same variety, differences were also found, but were smaller than between varieties. Chromosome association seems to have little effect on pollen stainability and fertility.

    Diploid Lolium had very regular meiosis and most of the chromosomes formed ring-bivalents at first metaphase. Tetraploid Lolium showed some uni- and trivalents, and quadrivalents were found with very low frequency (average 1.24 per cell), for an autotetraploid.

    Hybrids were obtained easily between diploid L. multiflorum varieties Lior and Manawa (as female parent) and F. arundinacea . The percentage of seed set was high: 44% for the cross Lior x Festuca and 50% for Manawa x Festuca. Some differences in seed set between the Festuca parents were found with Ludion as the variety with the highest seed set. Diploid Lolium varieties did not influence seed set but influenced germination. The crosses with the variety Manawa had a significantly higher percentage of germination (76%) than the crosses with Lior (50%). The reciprocal cross gave a very low percentage seed set (0.75%), and only one hybrid seed germinated. The seed set of the crosses with the tetraploid Lolium as female parent was much lower (19%) than that of the diploid Lolium and the germination of the hybrid seeds was very low.

    The hybrids (2n = 28) showed a high level of meiotic chromosome association and averages of 10.31 bivalents for the hybrids Lior x Festuca and 10.68 bivalents for Manawa x Festuca were found. Univalents, tri- and quadrivalents were observed frequently. The differences between the hybrids in numbers of univalents and numbers of chromosome arms bound by chiasmata were highly significant, but no specific influence of the Festuca nor the Lolium parent could be detected. Pollen stainability was very low and the hybrids were completely male sterile. Pollen development was almost normal until first pollen mitosis, after which the pollen grains degenerated. This might be due to a genetic unbalance and it is possible that pollen grains completing first pollen mitosis had all seven Lolium chromosomes present.

    In the amphidiploids most of the chromosomes paired as bivalents (average 22.29 for the amphidiploids Lior x Festuca and 24.31 for Manawa x Festuca). In comparison to the chromosome pairing in the hybrids a higher number of multivalents could be expected. This was not the case and pairing was mostly limited to bivalents. All amphidiploids showed univalents and multivalents. As for the hybrids, significant differences in numbers of univalents and of arms bound were found between the amphi-diploids. As observed for the hybrids, the chromosome pairing in the amphidiploids depended on the combination of the parents rather than on the specific genotype of the varieties used. Chromosome pairing in the amphidiploids was not influenced by temperature in the range between 15 and 25 °C. C 1 plants with 56 chromosomes did not show a more regular meiosis than C 0 plants.

    Comparison between the tetraploid and pentaploid (from tetraploid Lolium x Festuca) hybrids with their corresponding amphidiploids showed that although most amphidiploids had a higher number of arms bound per chromosome than their hybrid, only for four octoploid amphidiploids the differences were significant. Chromosome pairing thus increased only slightly or not at all (decaploids) after chromosome doubling.

    The number of micronuclei per tetrad (M/T) proved to be a highly variable character and was not always correlated with the number of univalents.
    However, this character can still be useful for selection. Plants with a very low number of M/T perhaps have a low number of univalents but most probably a relatively good pollen stainability, gemination of the pollen grains and fertility.

    Comparison between the Festuca parents, the hybrids and the amphidiploids in respect to the number of arms bound per chromosome (table 23) showed no significant differences between the parents and the hybrids and between the parents and the amphidiploids. For the same number of arms bound per chromosome, Festuca had a more regular meiosis with only homologous pairing and the amphidiploids an irregular meiosis with mainly homologous but probably also homoeologous pairing, or no pairing at all. It is likely that chromosome pairing in F. arundinacea , which is restricted to bivalents, is under genetic control. It seems that the Lolium genome partially suppresses the action of the pairing regulating genes of F. arundinacea . This could be the cause of the meiotic instability of the amphidiploids.

    Calculation of the relative affinity showed that in the hybrids two genomes are more closely related to each other than they are to a similarly related second pair of genomes, The Lolium genome is closely related to the genome of F. pratensis , which probably is the donor of one of the genomes of F. arundinacea . The two other genomes of F. arundinacea are closely related so that in haploid state, their chromosomes can pair.

    In this study, even with very distinct Festuca parents and significant differences in chromosome pairing, no amphidiploid with a stable meiosis was found. The fact that between the amphidiploids significant differences in numbers of arms bound were observed may indicate that certain genetic combinations give a regular meiosis but the chance of finding such a genotype is very small. If the amphidiploids cannot be used directly for breeding purposes, introgression of some characters from one into the other parental species seems to be the most promising way of using the amphidiploids between L. multiflorum and F. a rundinacea . Since homoeologous pairing occurs, introgression is possible.

    De invloed van natrium- en kaliumbemesting op de opbrengsten en gehalten aan natrium en kalium bij verschillende herkomsten van Festuca rubra L.
    Dirven, J.G.P. ; Wind, K. - \ 1981
    Wageningen : Landbouwhogeschool (Mededeling / Vakgroep Landbouwplantenteelt en Graslandkunde. Landbouwhogeschool no. 60) - 16
    chemische analyse - chemische samenstelling - festuca - nederland - planten - kalium - natrium - chemical analysis - chemical composition - netherlands - plants - potassium - sodium
    Selection for high seed setting of forage grasses : resistance of Lolium sp. and Festuca pratensis against drechslera : Helminthosporum
    Anonymous, - \ 1975
    Wageningen : [s.n.] (Literatuurlijst / Centrum voor landbouwpublikaties en landbouwdocumentatie no. 3743)
    bibliografieën - festuca - lolium - plantenvermeerdering - voedergrassen - bibliographies - propagation - fodder grasses
    Natural and experimental hybrids of ryegrasses and meadow fescue
    Wit, F. - \ 1964
    Wageningen : [s.n.] (Mededeling / Stichting voor plantenveredeling no. 45) - 11
    festuca - lolium
    De zaadteelt van beemdlangbloem
    Evers, A. ; Wolfert, J.E. - \ 1959
    Wageningen : P.A.W. (Publikatie / Proefstation voor de Akker- en Weidebouw nr. 5) - 31
    festuca - plantenvermeerdering - festuca - propagation
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.