Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 134

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Turbulent exchange of energy, momentum, and reactive gases between high vegetation and the atmospheric boundary layer
    Shapkalijevski, M.M. - \ 2017
    Wageningen University. Promotor(en): M.C. Krol; J. Vilà-Guerau de Arellano, co-promotor(en): A.F. Moene; H.G. Ouwersloot. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463430845 - 163
    vegetation - atmospheric boundary-layer - atmosphere - energy exchange - gases - canopy - meteorology - vegetatie - atmosferische grenslaag - atmosfeer - energie-uitwisseling - gassen - kroondak - meteorologie

    This thesis deals with the representation of the exchange of energy, momentum and chemically reactive compounds between the land, covered by high vegetation, and the lowest part of the atmosphere, named as atmospheric boundary layer (ABL).

    The study presented in this thesis introduces the roughness sublayer (RSL), the layer just above the tall vegetation canopy in which the atmospheric flow is directly affected by the presence of roughness elements, as an important part of the ABL system. Our focus is on the exchange of the thermodynamic, as well as the chemical properties of the boundary layer. Our methodology combines observational analysis using high resolution meteorological and chemistry measurements from the Canopy Horizontal Array Turbulence Study (CHATS) and modelling framework of the soil-vegetation-atmospheric boundary layer system. The systematic investigation in this thesis showed the relevance of the RSL for the turbulent exchange processes between the atmosphere and the land surface characterized by high vegetation. More specifically, we explained and discussed how the turbulence parameterization within the roughness sublayer is strongly dependent on canopy-phenology (canopy leaf state) and atmospheric-stability changes, and provided parameterization formulations for . Our modelling analysis further showed that the CHATS boundary-layer dynamics are mainly affected and controlled by the large-scale processes (advection and subsidence), while the effect of the canopy and the roughness sublayer were relatively small. Near the canopy top however, the the canopy had a significant impact on the modelled boundary layer state variables (wind speed, potential temperature and specific humidity) and the corresponding turbulent transfer coefficients (drag coefficients for momentum and scalars), as supported by the observations. With respect to the exchange of reactive compounds, we diagnosed twice-larger magnitude of the ozone deposition fluxes when the roughness sublayer effects are taken into account in the flux-gradient relationship, compared to the method which neglects these effects. Thus, neglecting the roughness sublayer effects in the surface flux parameterization schemes of ozone in atmosphere-chemistry models can lead to significant overestimation of the ozone diurnal mixing ratio in the boundary layer.

    By studying the high vegetation-atmosphere exchange processes, their quantification, and testing methods for their parameterization, we contribute to improve our understanding and representation of the roughness sublayer-atmospheric boundary-layer system.

    WKK-rookgassen: een bedreiging voor biologische bestrijding? : geen bewijs voor negatieve effecten op biologische bestrijders
    Messelink, G.J. ; Bloemhard, C.M.J. - \ 2012
    Onder Glas 9 (2012)2. - p. 37 - 37.
    teelt onder bescherming - glastuinbouw - warmtekrachtkoppeling - schadelijke dampen - gassen - organismen ingezet bij biologische bestrijding - oorzakelijkheid - landbouwkundig onderzoek - paprika's - groenten - protected cultivation - greenhouse horticulture - cogeneration - fumes - gases - biological control agents - causality - agricultural research - sweet peppers - vegetables
    Met het doseren van CO2 vanuit WKK-installaties in kassen komt altijd een laag percentage rookgassen mee. De laatste jaren is er veel aandacht geweest voor de mogelijke negatieve effecten van deze rookgassen op gewassen. De effecten op andere organismen, zoals plantpathogenen, plagen en natuurlijke vijanden zijn onbekend. Wageningen UR Glastuinbouw heeft oriënterend gekeken of rookgassen de plaagbestrijding in paprika beïnvloeden.
    Grenzen voor luchtkwaliteit: Effecten van discontinue blootstelling aan etheen en stikstofoxiden op paprika
    Dijk, C.J. van; Meinen, E. ; Dueck, T.A. - \ 2011
    Wageningen : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten GTB 1107) - 38
    rookgassen - kasgewassen - glastuinbouw - glasgroenten - concentratie - blootstelling - capsicum - componenten - schade - gassen - gewasproductie - flue gases - greenhouse crops - greenhouse horticulture - greenhouse vegetables - concentration - exposure - capsicum - components - damage - gases - crop production
    Het doseren van rookgassen met CO2 in de glastuinbouw kan grote gevolgen hebben voor het rendement van de bedrijven. Concentraties van toxische componenten kunnen sterk fluctueren in de tijd en komen zelden tot nooit alleen voor. Om het effect van deze typen blootstellingen in te kunnen schatten zijn paprikaplanten blootgesteld aan de twee belangrijkste rookgassen, NOx en etheen. De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat blootstelling aan zowel continue als discontinue etheen concentraties van 40 ppb of hoger al na enkele dagen tot zichtbare effecten leiden. Etheen had ook een sterk negatief effect op de knoppen die tijdens de blootstellingsperiode werden gevormd; deze vielen grotendeels af waardoor ook geen bloemen en vruchten tot ontwikkeling kwamen. Dit onderzoek toont aan dat paprikaplanten minder sterk reageren op discontinue blootstellingen van etheen dan op continue, mogelijk als gevolg van het optreden van herstelmechanismen. Dit betekent dat tuinders mogelijk meer CO2 kunnen doseren dan op basis van de bestaande effectgrenswaarden voor mogelijk werd gehouden. De positieve effecten van CO2 op de gewasontwikkeling leiden nauwelijks tot vermindering van de etheengevoeligheid. Vertaald naar de praktijk betekent dit dat tuinders die CO2 doseren met rookgassen geen vermindering van de etheeneffecten hoeven te verwachten mochten de etheenconcentraties te hoog oplopen.
    Water soluble inorganic trace gases and related aerosol compounds in the tropical boundary layer. An analysis based on real time measurements at a pasture site in the Amazon Basin
    Trebs, I. - \ 2005
    Wageningen University. Promotor(en): J. Slanina. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085041733 - 144
    rivierwater - aërosolen - gassen - energiebalans - atmosfeer - amazonia - brazilië - grenslaag - river water - aerosols - gases - energy balance - atmosphere - amazonia - brazil - boundary layer

    This dissertation investigates the behavior of water-soluble inorganic trace gases and related aerosol species in the tropical boundary layer. Mixing ratios of ammonia (NH3), nitric acid (HNO3), nitrous acid (HONO), hydrochloric acid (HCl), sulfur dioxide (SO;,) and the corresponding water-soluble aerosol species, ammonium (NH,,1), nitrate (NO3 ), nitrite (NO,), chloride (CI) and sulfate (SO,") were measured at a pasture site in the Amazon Basin (Rondónia, Brazil). Sampling was performed from 12 Sep. to 14 Nov. 2002, covering the late dry (biomass burning) season, the transition period and the onset of the wet season (clean conditions) (LBA-SMOCC*). Measurements were made continuously using a wet-annular denuder (WAD) in combination with a Steam-Jet Aerosol Collector (SJAC) followed by on-line analysis. Real-time data were combined with measurements of the aerosol compounds sodium (Na+), potassium (K), calcium (Ga ), magnesium (Mg2) and low-molecular weight polar organic acids determined using integrated filter samples. Additionally, on-line measured mixing ratios of nitric oxide (NO), nitrogen dioxide (NTX) and ozone (O3) as well as (microj-meteorological quantities are considered, Gaseous NH3 was present in mixing ratios an order of magnitude higher than those of HN0:i, HONO, HCl and SO,. Thermodynamic equilibrium models are used to explore the impact of mineral cations (particularly pyrogenic K+) and LMW polar organic acids on the NH4+-NO3"-C1 -SO.," -H2O aerosol system. Mineral cations present in Amazonian fine mode aerosols significantly balanced aerosol NO.," and SO/ during daytime and (NH4)2SOj appeared to be only a minor aerosol component. Thermodynamic equilibrium permitted the formation of aqueous ??,,??;, and NH^Cl only during nighttime at RH>90 %. During daytime, excess NH3 neutralized LMW polar organic acids, forming aerosol NRy. Local dry and wet deposition rates of inorganic ? are presented. Dry ? deposition was inferred using the "big leaf multiple resistance approach" and a canopy compensation point model. Dry ? deposition is dominated by NH:i and NO3, which featured highest mixing ratios as a consequence of biomass burning activities during the dry season. The pasture site was likely to have a strong potential for daytime NH3 (re-) emission, owing to high canopy compensation points, which are related to high surface temperatures and to direct NH^ emissions from cattle excreta. Total (dry + wet) ? deposition was estimated to be 7.3 - 9.8 kgN ha"1 yr"\ which exceeds predictions for the Amazon region by global chemistry and transport models by at least factor of two.
    Microgolven en plasmagas voor bestrijden zonder chemie
    Vegter, B. ; Bartels, P. - \ 2005
    Vakblad voor de Bloemisterij 60 (2005)27. - ISSN 0042-2223 - p. 38 - 39.
    tuinbouw - plantenziektebestrijding - elektromagnetische straling - microgolfstraling - gassen - stikstof - steriliseren - desinfectie - methodologie - landbouwkundig onderzoek - horticulture - plant disease control - electromagnetic radiation - microwave radiation - gases - nitrogen - sterilizing - disinfection - methodology - agricultural research
    De tuinbouwsector is niet de enige, die op zoek is naar een energiezuinige, chemicaliënvrije ziektebestrijding. In de levensmiddelentechnologie is al druk geexperimenteerd met magnetrontechniek en wordt onderzoek gedaan met nieuwkomer plasmagas. De tuinbouw kan van deze ervaringen profiteren
    Gasvormige emissies, mesttoediening en mestsamenstelling in de veehouderij : ex post evaluatierapportage van onderzoeksprogramma 309 : meten en monitoren van emissies van ammoniak, geur en broeikasgassen uit veehouderijgebouwen, ammoniakemissiemetingen bij mesttoediening in de praktijk en ontwikkeling van innovatieve methoden voor het meten van de mestsamenstelling
    Mol, G. ; Monteny, G.J. - \ 2004
    Wageningen : Agrotechnology & Food Innovations (Rapport / Agrotechnology & Food Innovations nr. 77) - ISBN 9789067547512 - 77
    emissie - gassen - ammoniak - geurstoffen - dierlijke meststoffen - samenstelling - meting - monitoring - dierhouderij - huisvesting, dieren - emission - gases - ammonia - odours - animal manures - composition - measurement - monitoring - animal husbandry - animal housing
    CA – bewaring aardbeiplanten : opschaling naar de praktijk
    Evenhuis, A. ; Schoorl, F.W. - \ 2003
    Horst Meterik, Randwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector AGV & BFP - 17
    aardbeien - koelcellen - plantmateriaal met wortels zonder kluit - gassen - houdbaarheid (kwaliteit) - kosten-batenanalyse - vegetatieve vermeerdering - strawberries - cold stores - bare rooted stock - gases - keeping quality - cost benefit analysis - vegetative propagation
    CA–bewaring is teeltkundig mogelijk, in jaren waarbij het plantmateriaal zich moeilijk laat bewaren kunnen CA - condities helpen de bewaring tot een goed einde te brengen. De meerkosten van CA - bewaring zullen bepalend zijn voor al of niet introductie in de praktijk. Deze kosten kunnen meevallen als gebruik gemaakt kan worden van bestaande ULO cellen die tijdens de bewaarperiode van aardbeiplanten niet ergens anders voor gebruikt worden. De geschatte meerkosten zijn ongeveer 1 cent per trayplant. Bij een potentiële opbrengstverhoging van 5% in het najaar worden deze terugverdiend.Aangetoond is dat grotere eenheden onder CA–condities bewaard kunnen worden.
    Alternatieve bestrijding insecten en mijten
    Conijn, C.G.M. - \ 2003
    BloembollenVisie 1 (2003)2. - ISSN 1571-5558 - p. 20 - 20.
    bloembollen - insectenplagen - acariciden - insecten - geïntegreerde bestrijding - opslag - gasbewaring - gassen - ornamental bulbs - insect pests - acaricides - insects - integrated control - storage - controlled atmosphere storage - gases
    Alternatieve bestrijding van insecten en mijten in bollen tijdens de bewaring is mogelijk middels CA-behandeling (zuurstofgehalte verlagen en/of de C0²-concentratie te verhogen). Het onderzoek is er nu op gericht om te bepalen bij welke behandelingsduur en bij welke temperatuur en luchtsamenstelling de insecten en mijten gedood worden
    Ontwerp van nieuwe meetprotocollen voor het meten van gasvormige emissies in de landbouw
    Hofschreuder, P. ; Mosquera Losada, J. ; Ogink, N.W.M. - \ 2003
    Wageningen : Agrotechnology & Food Innovations, WUR (Rapport / Agrotechnology & Food Innovations no. 008) - ISBN 9789067547277 - 94
    emissie - gassen - meting - huisvesting, dieren - ventilatie - analytische methoden - emission - gases - measurement - animal housing - ventilation - analytical methods
    Binnen het Europese onderzoeksproject Welfare Quality® werden protocollen opgesteld die het mogelijk maken om het welzijn aan het dier zélf te meten. De protocollen zijn echter lijvig, waardoor één welzijnsmeting afhankelijk van de diersoort 5 tot 8 uur vergt. Het ministerie van EL&I wil de protocollen vereenvoudigen, zodat ze gemakkelijk zijn in te zetten op veebedrijven.
    Groen gras en de Broeikas
    Hensen, A. ; Kasper, G.J. ; Pol, A. van den; Verkade, G.W. - \ 2003
    Praktijkkompas. Rundvee 17 (2003)4. - ISSN 1570-8586 - p. 24 - 25.
    graslanden - emissie - gassen - methaan - kooldioxide - stikstofoxide - rundvee - bodemeigenschappen - broeikaseffect - meting - onderzoeksprojecten - europese unie - grasslands - emission - gases - methane - carbon dioxide - nitric oxide - cattle - soil properties - greenhouse effect - measurement - research projects - european union
    Hoeveel CO2 wordt op een hectare grasland opgenomen, en hoeveel lachgas ontsnapt uit de bodem? Wat is de methaanemissie van de koeien die op die hectares grazen en hoeveel methaan komt er uit de mest die de dames achter laten? Kunnen we dat ook meten en kunnen we met metingen laten zien wat het effect is van verschillende beheersmaatregelen? Al deze vragen hebben te maken met het broeikaseffect en met de afspraken die Nederland gemaakt heeft om de emissies van broeikasgassen te beteugelen. Het Greengrass-project probeert nieuwe puzzelstukjes te vinden om het totaalplaatje van de gasuitwisseling boven graslanden in beeld te brengen.
    Nieuwe meetmethode voor emissie buitenuitloop
    Leeuw, M.T.J. de - \ 2003
    Praktijkkompas. Varkens 17 (2003)3. - ISSN 1570-8578 - p. 8 - 9.
    varkenshouderij - varkensstallen - emissie - luchtverontreiniging - broeikaseffect - gassen - ammoniak - natuurlijke ventilatie - milieueffect - scharrelhouderij - meting - monitoring - pig farming - pig housing - emission - air pollution - greenhouse effect - gases - ammonia - natural ventilation - environmental impact - free range husbandry - measurement - monitoring
    Varkensstallen moeten tegenwoordig emissiearm gebouwd worden. Dit lijkt in strijd met de steeds hogere eisen m.b.t. welzijn die aan de huisvesting worden gesteld. Denk aan de biologische varkenshouderij. Hierbij hebben de dieren de beschikking over buitenuitloop en natuurlijk geventileerde ruimten. Maar hoe milieubelastend is eigenlijk de uitloop van biologische varkens?
    Modelling cost-effectiveness of interrelated emission reduction strategies
    Brink, J.C. - \ 2003
    Wageningen University. Promotor(en): Ekko van Ierland; L. Hordijk, co-promotor(en): Carolien Kroeze. - Wageningen : Wageningen Universiteit - ISBN 9789058087690
    luchtverontreiniging - emissie - landbouwsector - kosten-batenanalyse - interacties - broeikaseffect - gassen - europa - air pollution - emission - agricultural sector - cost benefit analysis - interactions - greenhouse effect - gases - europe

    Keywords:

    Environmental pollution; Acidification; Global warming; Agriculture; Abatement cost; Environmental policy interrelations; Ammonia; Nitrous Oxide; Methane

    Agriculture is an important source of ammonia, contributing to acidification and eutrophication, as well as emissions of the greenhouse gases nitrous oxide and methane. Technical measures to control emissions of one of these pollutants may have an impact on emissions of others. These side effects, which may be positive or negative, are usually ignored in policy-making.

    This study investigates interrelations in emission reduction strategies for ammonia, nitrous oxide and methane from agricultural activities in Europe and analyses their impact on cost-effective emission reduction strategies. It presents a modelling framework to identify cost-effective strategies for simultaneous reductions in emissions of various pollutants, considering interrelations. The model includes emissions from various sources and atmospheric transport from the location of emissions to the location where the environmental effect occurs. Emissions can be reduced by several abatement options. The effects of these options, including side effects on emissions of various pollutants, are explicitly incorporated in the model.

    The model was used for an empirical analysis of interrelations in reducing ammonia, nitrous oxide and methane emissions from the European agricultural sector. In many countries, cost-effective ammonia abatement was found to result in an increase in nitrous oxide emissions. This was caused by measures that effectively reduce ammonia emissions but have adverse side effects on nitrous oxide, such as low ammonia application of manure and animal housing systems with low ammonia emissions. The results also indicated that several measures to reduce nitrous oxide and methane emissions, such as a lower nitrogen content in the fodder, improved fertiliser efficiency and feed additives improving animal productivity in milk and growth, simultaneously reduce ammonia emissions.

    Furthermore, the model was used to identify cost-effective emission reduction strategies to achieve geographically specific targets for nitrogen and sulphur deposition, contributing to acidification and eutrophication, combined with reduction targets for nitrous oxide and methane emissions from the European agricultural sector, considering the interrelations in reducing emissions from the agricultural sector. The results indicated that cost savings can be obtained when interrelations are considered, because measures with harmful side effects are substituted with measures with beneficial side effects.

    Meetmethoden gasvormige emissies uit de veehouderij
    Mosquera Losada, J. ; Hofschreuder, P. ; Erisman, J.W. ; Mulder, E. ; Klooster, C.E. van 't; Ogink, N.W.M. ; Swierstra, D. ; Verdoes, N. - \ 2002
    Wageningen : IMAG (IMAG rapport 2002-12) - ISBN 9789054062165 - 247
    emissie - stankemissie - meting - gassen - dierhouderij - emission - odour emission - measurement - gases - animal husbandry
    Ontwikkeling van meetmethoden voor gasvormige emissies van oppervlaktebronnen op landbouwpraktijkschaal. Deel 1: Overzicht van meetmethoden en rekenmethoden.
    Hofschreuder, P. - \ 2002
    Wageningen : IMAG (Rapport / Wageningen UR, Instituut voor Milieu- en Agritechniek (IMAG) 2002-13) - ISBN 9789054062172 - 95
    emissie - gassen - meting - velden - graslanden - bouwland - analytische methoden - berekening - emission - gases - measurement - fields - grasslands - arable land - analytical methods - calculation
    Beperking van lachgasemissie na scheuren en bij vernieuwing van grasland; eindrapport reductieplan overige broeikasgassen landbouw cluster 1
    Kasper, G.J. ; Pol-van Dasselaar, A. van den; Kuikman, P.J. ; Dolfing, J. - \ 2002
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 560.5) - 37
    distikstofmonoxide - gassen - broeikaseffect - emissie - reductie - graslandbeheer - stikstof - milieubeleid - nederland - broeikasgassen - emissiereductie - grasland - lachgas - landbouw - nutriënten - weidebouw - nitrous oxide - gases - greenhouse effect - emission - reduction - grassland management - nitrogen - environmental policy - netherlands
    In het kader van het reductieplan overige broeikasgassen (ROB Landbouw) zijn de mogelijkheden voor het verminderen van de emissie van lachgas (N2O) uit gescheurd en opnieuw ingezaaid grasland bestudeerd. In de periode tussen augustus 2000 en juli 2002zijn door middel van incubatie- en veldproeven de effecten van het tijdstip van scheuren van grasland op klei- en zandgrond op de lachgasemissie onderzocht. In dit rapport worden de belangrijkste resultaten van het onderzoek gepresenteerd; de gedetailleerde resultaten worden in aparte rapporten en publicaties beschreven. Perspectiefvolle maatregelen om de lachgasemissie te verminderen zijn afzien van scheuren door verbetering van het graslandbeheer; doorzaaien van grasland; grasland na 1 augustus niet scheuren; en overschakeling naar tijdelijk grasland met korte rotatieduur. De geschatte effectiviteit van de afzonderlijke maatregelen varieert van minder dan 0,1 tot 0,8 Mt CO2-equivalenten per jaar op nationaal niveau. Het merendeel van de maatregelen is kostenneutraal of levert een kleine winst. Voorlichting is van belang om tot effectieve implementatie van maatregelen te komen. Een integrale analyse van de effectiviteit van de maatregelen samen met die van maatregelen uit andere ROB-projecten is nodig om interacties tussen maatregelen en risico's van afwenteling naar andere emissies (zoals methaan, ammoniak en nitraat) te kwantificeren. De effectiviteit van een deel van de maatregelen kan niet worden gekwantificeerd met de rekenmethodieken die voor de huidige rapportage in het kader van het klimaatverdrag en het Kyoto-protocol worden gebruikt.
    Beperking van lachgasemissie door gebruik van klaver in grasland; eindrapport reductieplan overige broeikasgassen landbouw cluster 1
    Corré, W.J. ; Kasper, G.J. - \ 2002
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 560.4) - 29
    distikstofmonoxide - gassen - broeikaseffect - emissie - reductie - graslandbeheer - stikstof - trifolium repens - nederland - bemesting - broeikasgassen - emissiereductie - grasland - lachgas - landbouw - nutriënten - nitrous oxide - gases - greenhouse effect - emission - reduction - grassland management - nitrogen - trifolium repens - netherlands
    In het kader van het reductieplan overige broeikasgassen (ROB Landbouw) zijn de mogelijkheden voor het verminderen van de emissie van lachgas (N2O) door gebruik van klaver in grasland bestudeerd. In de periode tussen september 2000 en juli 2002 is in veldproeven de emissie van lachgas uit grasland met klaver gemeten en vergeleken met de emissie uit grasland bemest met kunstmeststikstof. Doel van deze vergelijking was het kwantificeren van de verandering in emissie bij het vervangen van kunstmeststikstof door klaver bij een gelijkblijvende grasopbrengst. In dit rapport worden de belangrijkste resultaten van het onderzoek gepresenteerd; de gedetailleerde resultaten worden in aparte rapporten beschreven. Door de specifieke proefomstandigheden was het niet mogelijk een directe vergelijking te maken tussen de emissie uit grasland met klaver en grasland met kunstmeststikstof bij eenzelfde opbrengstniveau. De resultaten geven de aanwijzing dat de emissie uit grasland met klaver kleiner is, maar verdere kwantificering van dit verschil is op basis van de meetgegevens niet mogelijk. Wel leidt het vervangen van kunstmeststikstof door klaver tot een aanzienlijke verlaging van de emissie van lachgas en kooldioxide bij de productie en het transport van stikstofmeststoffen. Bij gebruik van klaver in alle daarvoor geschikt grasland in Nederland kan een emissievermindering plaatsvinden in de orde van 1 Mt CO2-equivalenten per jaar.
    Beperking van lachgasemissie als gevolg van toepassing van gewasresten; eindrapportage reductieplan overige broeikasgassen
    Dolfing, J. ; Velthof, G.L. ; Kuikman, P.J. - \ 2002
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 560.3) - 43
    distikstofmonoxide - gassen - broeikaseffect - reductie - emissie - stikstof - bedrijfsvoering - oogstresten - milieubeleid - nederland - landbouw - bemesting - broeikasgassen - emissiereductie - lachgas - nutriënten - nitrous oxide - gases - greenhouse effect - reduction - emission - nitrogen - management - crop residues - environmental policy - netherlands - agriculture
    In het kader van het reductieplan overige broeikasgassen (ROB Landbouw) zijn de mogelijkheden voor het verminderen van de emissie van lachgas (N2O) als gevolg van het toepassen van gewasresten bestudeerd. In de periode tussen augustus 2000 en juli 2002 zijn door middel van incubatie- en veldproeven de effecten van een aantal maatregelen op de lachgasemissie onderzocht. In dit rapport worden de belangrijkste resultaten van het onderzoek gepresenteerd; de gedetailleerde resultaten worden in aparte rapporten en publicaties beschreven. Perspectiefvolle maatregelen om de lachgasemissie te verminderen zijn het verwijderen van stikstofrijke gewasresten, met name op zand, en het verlagen van stikstofbemesting in de vorm van precisiebemesting, een no-regretmaatregel die momenteel onder andere als gevolg van MINAS sowieso snel aan populariteit wint. De geschatte effectiviteit van het verwijderen van de gewasresten van suikerbieten op zand is op nationaal niveau een reductie van 0,05 Mt CO2-equivalenten per jaar. De kosten van deze maatregel zijn relatief gering ( ~ 30 euro per ton CO2-equivalenten per jaar). Voorlichting is van belang om tot effectieve implementatie van maatregelen te komen. Een integrale analyse van de effectiviteit van de maatregelen samen met die van maatregelen uit andere ROB-projecten is nodig om interacties tussen maatregelen en risico's van afwenteling naar andere emissies (zoals methaan, ammoniak en nitraat) te kwantificeren. De effectiviteit van een deel van de maatregelen kan niet worden gekwantificeerd met de rekenmethodieken die voor de huidige rapportage in het kader van het klimaatverdrag en het Kyoto-protocol worden gebruikt.
    Beperking van lachgasemissie uit bemeste landbouwgronden; eindrapport reductieplan overige broeikasgassen landbouw cluster 1
    Velthof, G.L. ; Dolfing, J. ; Kasper, G.J. ; Groenigen, J.W. van; Groot, W.J.M. de; Pol-van Dasselaar, A. van den; Kuikman, P.J. - \ 2002
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 560.2) - 57
    distikstofmonoxide - broeikaseffect - gassen - emissie - reductie - landbouwgrond - kunstmeststoffen - graslanden - milieubeleid - nederland - bemesting - broeikasgassen - emissiereductie - lachgas - landbouw - nutriënten - stikstof - nitrous oxide - greenhouse effect - gases - emission - reduction - agricultural land - fertilizers - grasslands - environmental policy - netherlands
    In het kader van het reductieplan overige broeikasgassen (ROB Landbouw) zijn de mogelijkheden voor het verminderen van de emissie van lachgas (N2O) uit bemeste landbouwgronden bestudeerd. In de periode tussen augustus 2000 en juli 2002 zijn door middel van incubatie- en veldproeven de effecten van een groot aantal bemestingsmaatregelen op de lachgasemissie onderzocht. In dit rapport worden de belangrijkste resultaten van het onderzoek gepresenteerd; de gedetailleerde resultaten worden in aparte rapporten en publicaties beschreven. Perspectiefvolle maatregelen om de lachgasemissie te verminderen zijn het verminderen van de stikstofbemesting via kunstmest en dierlijke mest; het verlagen van het gehalte aan afbreekbare organische stof van mest, door aanpassingen in rantsoen en mestbehandeling; het toedienen van een ammoniummeststof in plaats van een nitraatmeststof; het splitsen van stikstofgiften op grasland; minder gebruik van dierlijke mest op maosland en bouwland; en het toedienen van mest via slangen en sleepvoet in het voorjaar aan zware kleigrond in plaats van mestinjectie. De geschatte effectiviteit van de afzonderlijke maatregelen op nationaal niveau varieert van minder dan 0,1 tot 1 Mt CO2-equivalenten per jaar. Het merendeel van de maatregelen is kostenneutraal of levert een kleine winst. Voorlichting is van belang om tot effectieve implementatie van maatregelen te komen. Een integrale analyse van de effectiviteit van de maatregelen samen met die van maatregelen uit andere ROB-projecten is nodig om interacties tussen maatregelen en risico's van afwenteling naar andere emissies (zoals methaan, ammoniak en nitraat) te kwantificeren. De effectiviteit van een deel van de maatregelen kan niet worden gekwantificeerd met de rekenmethodieken dievoor de huidige rapportage in het kader van het klimaatverdrag en het Kyoto-protocol worden gebruikt.
    Visie op toekomstig onderzoek naar gasvormige emissies uit de Nederlandse veehouderij
    Melse, R.W. ; Erisman, J.W. ; Kuikman, P.J. ; Meer, H.G. van der; Monteny, G.J. ; Ogink, N.W.M. ; Verdoes, N. - \ 2002
    Wageningen : IMAG (IMAG rapport 2002-10) - ISBN 9789054062134 - 55
    veehouderij - dierlijke meststoffen - emissiereductie - gassen - broeikasgassen - ammoniakemissie - fijn stof - beleidsonderzoek - landbouwbeleid - milieubeleid - livestock farming - animal manures - emission reduction - gases - greenhouse gases - ammonia emission - particulate matter - policy research - agricultural policy - environmental policy
    De Nederlandse veehouderij bevindt zich op een belangrijk kruispunt: de veehouderij kan niet aan consumenten- en milieuwensen voldoen en tegelijkertijd voortgaan op de huidige weg. Een belangrijke vraag is hoe milieubelasting door gasvormige emissies (ammoniak, geur, broeikasgassen (lachgas, methaan en kooldioxide) en fijn stof) uit de veehouderij kan worden teruggedrongen in een nieuw vormgegeven veehouderij, die bijdraagt aan de ontwikkeling van een duurzame Nederlandse landbouw. Om inzicht te krijgen in de vraag welk onderzoek hiervoor noodzakelijk is een onderzoek uitgevoerd met als doel een visie te ontwikkelen op toekomstig onderzoek naar gasvormige emissies uit de Nederlandse Veehouderij. Belangrijke informatie voor de vorming van deze visie is verzameld uit interviews met verschillende maatschappelijke groeperingen.
    Patterns of gaseous nitrogen losses from cattle slurries enriched with urea of urea ammonium nitrate
    Postma, R. ; Velthof, G.L. ; Oenema, O. - \ 2000
    Meststoffen : Dutch/English annual on fertilizers and fertilization (2000). - ISSN 0169-2267 - p. 74 - 81.
    luchtverontreiniging - methaan - gassen - distikstofmonoxide - melkveehouderij - graslanden - plantenvoeding - verliezen uit de bodem - rundveedrijfmest - dierlijk afval - stikstof - ammoniak - bemesting - bodemchemie - broeikasgas - lachgas - milieu - nutriënten - air pollution - methane - gases - nitrous oxide - dairy farming - grasslands - plant nutrition - nitrogen - ammonia - cattle slurry - animal wastes - losses from soil
    A study was conducted to investigate the potential of using mixtures of cattle slurry with cheap urea (U) or urea-ammonium nitrate (UAN). The kinetics of NH3 volatilization, nitrous oxide (N2O) emission and denitrification after the addition of U and
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.