Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 103

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Monitoring Groningen Sea Ports : non-indigenous species and risks from ballast water in Eemshaven and Delfzijl
    Slijkerman, D.M.E. ; Glorius, S.T. ; Gittenberger, A. ; Weide, B.E. van der; Bos, O.G. ; Rensing, M. ; Groot, G.A. de - \ 2017
    Den Helder : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C045/17 A) - 81
    havens - mariene gebieden - geïntroduceerde soorten - ballast - water - mariene ecologie - harbours - marine areas - introduced species - ballast - water - marine ecology
    Patterns of exotic plant species in the Netherlands: a macroecological perspective
    Speek, T.A.A. - \ 2015
    Wageningen University. Promotor(en): Wim van der Putten, co-promotor(en): Bert Lotz. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462572898 - 158
    geïntroduceerde soorten - vegetatie - plantengeografie - invasieve soorten - plantengemeenschappen - dominantie - nederland - introduced species - vegetation - phytogeography - invasive species - plant communities - dominance - netherlands
    In dit proefschrift heb is onderzocht wat mogelijkheden zijn om het invasief potentieel van geïntroduceerde plantensoorten en de invasibiliteit van plantengemeenschappen in Nederland te voorspellen. Soorten zijn gebruikt die hier al geïntroduceerd zijn, omdat van deze hun invasief succes bekend is. Om hun invasiviteit te kwantificeren is informatie gebruikt over de regionale en lokale verspreiding. De unieke beschikbaarheid van deze datasets voor plantensoorten in Nederland bieden nieuwe kansen, die mogelijk helpen de voorspelbaarheid van invasiviteit te verhogen, uit te leggen hoe invasiviteit van een soort kan veranderen in de tijd en hoe de samenstelling van de plantengemeenschap kan bepalen welke geïntroduceerde soorten zich kunnen vestigen.
    Herstel van laaglandbeken door het herintroduceren van macrofauna
    Verdonschot, R.C.M. ; Kleef, H.H. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2015
    Driebergen : VBNE, Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren - 91
    waterlopen - macrofauna - beekdalen - geïntroduceerde soorten - ecologisch herstel - kaderrichtlijn water - streams - macrofauna - brook valleys - introduced species - ecological restoration - water framework directive
    Nederland heeft circa 17.000 kilometer beken, waarvan een groot deel niet voldoet aan de ecologische kwaliteitsdoelen en normen gesteld vanuit de KaderRichtlijn Water (KRW). De kwaliteit laat sterk te wensen over: van de Europese landen neemt Nederland de tweede laatste positie in wat betreft de kwaliteit van de beken en rivieren. Op een groot aantal locaties zijn inmiddels beekherstelmaatregelen genomen. Het resultaat van beekherstel blijft biologisch gezien op veel plekken achter ten opzichte van de positieve ontwikkelingen met betrekking tot de waterkwaliteit. Een belangrijke reden hiervoor is dat veel voor laaglandbeken kenmerkende soorten maar een beperkt verspreidingsvermogen hebben. Door habitatvernietiging en vervuiling zijn deze typische soorten teruggedrongen in kleine, geïsoleerde populaties. De kans op terugkeer is hierdoor minimaal. In dit soort gevallen kan herintroductie een uitkomst zijn.
    Slim samenwerken met de natuur: Herbebossing op de Nederlands-Caribische Benedenwindse Eilanden
    Debrot, A.O. - \ 2015
    Vakblad Natuur Bos Landschap (2015)april. - ISSN 1572-7610 - p. 3 - 5.
    bebossing - beplantingen - vegetatie - meervoudig landgebruik - begrazing - nadelige gevolgen - geïntroduceerde soorten - geiten - caribische eilanden - afforestation - plantations - vegetation - multiple land use - grazing - adverse effects - introduced species - goats - caribbean islands
    Herbebossen in een droog, zonovergoten en zout klimaat, kan dat wel? Ja, zolang je maar slim samenwerkt met de natuur. De vernietigende werking van loslopend vee op de inheemse plantengemeenschappen van droge tropische eilanden is vaak aangetoond. Het goede nieuws is dat met de juiste maatregelen de inheemse flora en fauna een behoorlijke veerkracht kunnen vertonen. Op basis van zeventien jaar ervaring en projecten op meer dan vijftien locaties wordt het hoe hieronder uit de doeken gedaan.
    Operational efficiency of ballast water biocides at low water temperatures
    Kaag, N.H.B.M. ; Sneekes, A.C. - \ 2015
    Den Helder : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C052/15) - 22
    transport over water - schepen - waterballast - geïntroduceerde soorten - waterzuivering - oceanen - canada - water transport - ships - water ballasting - introduced species - water treatment - oceans - canada
    In the period 2013-2015 the effect of two biocides used for the treatment of ballast water has been evaluated at low ambient temperatures. Peraclean® Ocean and sodium hypochlorite were used as biocides. Most of the tests were conducted during winter and early spring at the laboratories of IMARES in Den Helder, using outdoor cultures from which phytoplankton and zooplankton (as communities) were collected for the tests. In summer 2013, tests were also conducted at Svalbard in the Arctic using natural zooplankton. Here only Peraclean® Ocean was tested.
    Extensive literature search for preparatory work to support pan European pest risk assessment: Trichilogaster acaciaelongifoliae RC/EFS/ALPHA/2014/07
    Derkx, M.P.M. ; Brouwer, J.H.D. ; Breda, P.J.M. van; Helsen, H.H.M. ; Hoffman, M.H.A. ; Hop, M.E.C.M. - \ 2014
    Parma, It. : EFSA (EFSA supporting publication 2015- EN-764) - 71
    acacia - acacia longifolia - houtachtige planten als sierplanten - distributie - onkruiden - invasieve exoten - geïntroduceerde soorten - biologische bestrijding - organismen ingezet bij biologische bestrijding - hymenoptera - risicoschatting - europa - acacia - acacia longifolia - ornamental woody plants - distribution - weeds - invasive alien species - introduced species - biological control - biological control agents - hymenoptera - risk assessment - europe
    The European Commission is currently seeking advice from EFSA (Mandate M-2012-0272) to assess for Arabis mosaic virus, Raspberry ringspot virus, Strawberry latent ringspot virus, Tomato black ring virus, Strawberry mild yellow edge virus, Strawberry crinkle virus, Daktulosphaira vitifoliae, Eutetranychus orientalis, Parasaissetia nigra, Clavibacter michiganensis spp. michiganensis, Xanthomonas campestris pv. vesicatoria, Didymella ligulicola and Phytophthora fragariae the risk to plant health for the EU territory and to evaluate the effectiveness of risk reduction options in reducing the level of risk. In addition, the Panel is requested to provide an opinion on the effectiveness of the present EU requirements against these organisms laid down in Council Directive 2000/29/EC. As a consequence EFSA needs insight in the cropping practices of Citrus spp., Fragaria x ananassa, Ribes spp., Rubus spp., Vaccinium spp., Humulus lupulus, Vitis vinifera, Prunus armeniaca, P. avium, P. cerasus, P. domestica and P. persica, which are host plants for these pests. An extensive and systematic literature search was done in which scientific and grey/technical literature was retrieved from the 28 EU Member States, Iceland and Norway. All references were stored in EndNote libraries, separately for scientific literature and grey/technical literature. For each reference information is provided on the source/search strategy, the crop, the country, the topic (cropping practice, propagation, protection or irrigation (only for Citrus)) and protected cultivation vs. field production. Yields of references depended on the crop and on the country. Over 27,000 references were provided to EFSA. This allows EFSA to quickly find information on crop production, both indoors and outdoors, of all crops that were studied in this extensive literature search. The data can be used by EFSA for the present mandate, but are also an excellent basis for other current and future mandates.
    Inteelt onder Sallandse korhoenders : de genetische gevolgen van een kleine populatieomvang
    Groot, G.A. de; Jansman, H.A.H. ; Bovenschen, J. ; Laros, I. ; Meyer-Lucht, Y. ; Hoglund, J. - \ 2014
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2599) - 47
    tetrao tetrix - geïntroduceerde soorten - fauna - dierecologie - habitats - genetisch evenwicht - salland - tetrao tetrix - introduced species - fauna - animal ecology - habitats - genetic equilibrium - salland
    Recent werd Alterra gevraagd om de resultaten van onderzoek dat de afgelopen jaren door verschillende instituten is uitgevoerd te bundelen en te integreren om een antwoord te krijgen op de vraag of het korhoen duurzaam voor Nederland behouden kan worden en op welke manier behoud mogelijk is (Jansman et al. 2014). Het voorliggende rapport is een aanvulling op dit basisrapport, waarin dieper wordt ingegaan op de effecten die de sterke afname in populatieomvang heeft gehad op het verloop van genetische processen van de korhoenpopulatie, en de gevolgen die dit kan hebben voor de algehele vitaliteit van de populatie, en diens reproductievermogen in het bijzonder. In dit onderzoek is duidelijk geworden dat de Nederlandse korhoenpopulatie al in 2010 genetisch zeer sterk was verarmd. In 2013, toen slechts zeven individuen overgebleven waren, bleek de variatie nog verder teruggelopen, ook op genen die van belang zijn voor een goed functionerend immuunsysteem
    Harmonia axyridis: how to explain its invasion success in Europe
    Raak-van den Berg, C.L. - \ 2014
    Wageningen University. Promotor(en): Joop van Lenteren, co-promotor(en): Peter de Jong; Lia Hemerik. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462571037 - 221
    harmonia axyridis - organismen ingezet bij biologische bestrijding - geïntroduceerde soorten - invasieve exoten - predatie - voedingsgedrag - nederland - harmonia axyridis - biological control agents - introduced species - invasive alien species - predation - feeding behaviour - netherlands

    Abstract of the thesis entitled “Harmonia axyridis: how to explain its invasion success in Europe”

    After introduction as biological control agent of aphids, the multicoloured Asian ladybird Harmonia axyridis has established and spread in Europe. Harmonia axyridis is now regarded as an invasive species because its establishment had negative effects on non-target species, fruit production, and human health. Life history characteristics were studied in order to find an explanation for its invasion success.

    With a meta-analysis I showed that life-history traits of H. axyridis differed between Asian and invasive populations of H. axyridis. However, the greatest differences in development rate were observed at temperatures above 24°C, while at temperatures characteristic for spring and summer in northwestern Europe (17 to 24°C) invasive populations of H. axyridis do not differ from native Asian populations; thus, the invasive success cannot be attributed to a change in life history characteristics of the invasive population. Compared to native species European ladybirds (Adalia bipunctata, Coccinella septempunctata, and Propylea quatuordecimpunctata), H. axyridis develops slower and starts reproduction later, suggesting no competitive advantage for the invader.

    Additionally, life history characteristics were studied under field conditions. I showed that in northwestern Europe H. axyridis has a period of real diapause starting at the end of October and shifts to a quiescent state in December. This diapause is relatively short and weak compared with published data of native ladybirds. Moreover, it appears to have become shorter over the last decade. Thus, H. axyridis can become active rapidly when temperature rises in spring, but, nevertheless, it is not reported to be active earlier in the year than native species.

    Overwintering survival of H. axyridis in the Netherlands is between 71 and 88%. At five sample sites I found that ladybirds that were hibernating at the southwestern sides of buildings, where most aggregations of ladybirds were found, had a higher winter survival than ladybirds hibernating at other orientations. At sheltered sites survival was higher compared to exposed sites. A high overwintering survival results in a large post-hibernation population and a rapid population build-up in spring. Compared with most common native species, winter survival of H. axyridis is similar or higher.

    In this research, i.e. under semi-field conditions, immature survival of H. axyridis and A. bipunctata reached high levels, but survival was generally considerably higher for H. axyridis than for the native A. bipunc­tata. Under semi-field conditions with high food availability, no effect of the presence of H. axyridis on the survival, development, weight, and size of the native species A. bipunctata was found. Under natural conditions, however, situations of prey scarcity do occur, as aphid colonies are relatively short-lived.

    Additionally, I demonstrated that in absence of food under semi-field conditions, intraguild predation between C. septempunctata, A. bipunctata, and H. axyridis does occur, although the contact frequency is low. When two fourth instar larvae were placed together on a single leaf, at least one contact was made in 23–43% of the observations, depending on the tested species combination. When contacts between ladybirds do occur, H. axyridis larvae are the winners in contacts with larvae of the native species.

    Finally, I found that several natural enemies are starting to use H. axyridis as a host but are as yet not sufficiently abundant and/or effective to have a profound impact on populations of the invader. In the years 2003—2007 no natural enemies were found in ladybird samples. From 2008 onwards H. axyridis adults were infested by: Hesperomyces virescens fungi (summer and winter), Parasitylenchus bifurcatus nematodes (winter), Coccipolipus hippodamiae mites (winter), and Dinocampus coccinellae parasitoids (summer and winter).

    Summarising, the success­ful invasion of H. axyridis in the Netherlands cannot be explained by a change of the invasive H. axyridis populations in comparison with the native Asian population, but by a combi­nation of several characteristics: overwintering, immature survival, fecundity, longevity, number of generations per year, and intraguild predation. In comparison with native European ladybird species, H. axyridis survives better (in winter and the immature stages), it lays more eggs, has more generations per year, and lives longer: this results in a faster population growth than that of native ladybirds. Harmonia axyridis can potentially easily outnumber native species within a few years. Moreover, H. axyridis being a strong intra­guild predator, the slow immature development and late arrival at aphid colonies com­pared to native species is compensated by the ability of H. axyridis to feed on eggs, larvae, and pupae of other ladybirds, thereby completing its development.

    However, several facts, e.g. the quite stable diversity and abundance of ladybird species in Asia and the first evidence that natural enemies attack H. axyridis, suggest that the current situation in Europe may not be the terminal stage, but a transition to a new balance where native species are strongly reduced in abundance, but do not become extinct.

    Doorstart van het Nederlandse Korhoen? : oorzaken van achteruitgang en mogelijkheden voor behoud
    Jansman, H.A.H. ; Buij, R. ; Groot, G.A. de; Hammers, M. - \ 2014
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2498) - 55
    tetrao tetrix - geïntroduceerde soorten - monitoring - habitats - natuurgebieden - beleidsevaluatie - salland - overijssel - tetrao tetrix - introduced species - monitoring - habitats - natural areas - policy evaluation - salland - overijssel
    De laatst overgebleven Nederlandse korhoenpopulatie op de Sallandse Heuvelrug bereikte in 2012 een historisch dieptepunt met slechts twee getelde hanen. Om het uitsterfrisico te verkleinen zijn in april 2012 en 2013 respectievelijk vier en 25 korhoenders uit Zweden bijgeplaatst. Parallel hieraan is aanvullend onderzoek uitgevoerd om de kansen voor duurzame overleving van de soort in Nederland te verkennen. Het voornaamste knelpunt voor de overleving van de Nederlandse populatie lijkt de geringe kuikenoverleving van de afgelopen jaren te zijn. Alterra is gevraagd om de beschikbare kennis te bundelen en integreren om een antwoord te krijgen op de vraag of het korhoen duurzaam voor Nederland behouden kan worden, en als dat het geval is, aan welke voorwaarden daarvoor moet worden voldaan. Dit is in het voorliggende rapport weergegeven. Als robuust wordt ingezet op verbetering en uitbreiding van het leefgebied zou het korhoen voor Nederland behouden kunnen blijven.
    Risk assessment of alien species found in and around the oyster basins of Yerseke
    Foekema, E.M. ; Cuperus, J. ; Weide, B.E. van der - \ 2014
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C014/14) - 38
    schaal- en schelpdierenteelt - oesterteelt - invasieve exoten - geïntroduceerde soorten - risicoschatting - ecologische risicoschatting - oosterschelde - shellfish culture - oyster culture - invasive alien species - introduced species - risk assessment - ecological risk assessment - eastern scheldt
    On behalf of the Office of Research and Risk Assessments (BuRO) of the Netherlands Food and Consumer Product Safey Authority (NVWA), IMARES conducted a species inventory in the Oyster basins in Yerseke and the surrounding area in the Eastern Scheldt, known to be subject to shellfish related activities. This inventory that was performed in September/October 2013 revealed 21 macro invertebrate species that are regarded as alien species. Five of these are assumed not to be present in the Wadden Sea and one species was discovered there once very recently. For all six alien species an assessment was performed to define the potential risk that they will reach the Wadden Sea and affect the local native ecosystem, which is described in this report.
    Consumptie van Chinese wolhandkrab in Nederland
    Leeuwen, S.P.J. van; Stouten, P. ; Zaalmink, W. ; Hoogenboom, L.A.P. - \ 2013
    Wageningen : RIKILT Wageningen UR (RIKILT-rapport 2013.018) - 43
    krabben (schaaldieren) - geïntroduceerde soorten - visconsumptie - voedselconsumptie - consumptiepatronen - voedselveiligheid - dioxinen - krabsvlees - polychloorbifenylen - crabs - introduced species - fish consumption - food consumption - consumption patterns - food safety - dioxins - crab meat - polychlorinated biphenyls
    Deze inventarisatie beschrijft de consumptiegebruiken van in Nederland woonachtige personen. Daarnaast zijn de handelsstromen van de wolhandkrab in Nederland en vanuit Nederland onderzocht.
    Multitrophic interactions on a range-expanding plant species
    Fortuna, T.F.M. - \ 2013
    Wageningen University. Promotor(en): Louise Vet; J.A. Harvey. - Wageningen : Wageningen UR - ISBN 9789461737656 - 229
    planten - invasieve soorten - geïntroduceerde soorten - herbivoren - ongewervelde dieren - natuurlijke vijanden - predatoren - parasitoïden - multitrofe interacties - bunias orientalis - verdedigingsmechanismen - plants - invasive species - introduced species - herbivores - invertebrates - natural enemies - predators - parasitoids - multitrophic interactions - bunias orientalis - defence mechanisms

    Studies on the ecological impacts of exotic invasive plants have mainly focused on inter-continental invasions. However due to global environmental changes, a rapid increase in intra-continental range-expanding plants has been observed. In this context, multitrophic interactions between exotic plants, native herbivores and their natural enemies have been largely ignored. This thesis aimed at examining how an exotic range-expanding plant interacts with aboveground insect herbivores and their natural enemies and how it can contribute to the successful establishment of the exotic plant. In addition, it examines how resistance traits of different populations of the range-expander affect the behaviour and performance of herbivores and their natural enemies in the new habitat. Bunias orientalis (Capparales: Brassicaceae) is perennial plant from extreme south-eastern Europe and Asia that has recently expanded its range and become invasive in northern and central parts of Europe. In the Netherlands, it is considered naturalized but non-invasive.

    Firstly, using a community approach, I found that Bu. orientalis suffered less herbivore damage and harboured smaller invertebrate communities than sympatric native Brassicaceae in the Netherlands. The exotic plant has been found of low quality for the larval growth of the specialist herbivore (Pieris brassicae). Furthermore, two of its gregarious parasitoids were differentially affected by the quality of the exotic plant. The pupal parasitoid (Pteromalus puparum) survived better than the larval parasitoid (Cotesia glomerata), and the latter parasitized less hosts on the exotic than on native plants. Therefore, the herbivore can be selected to adapt to the new plant by conferring an enemy free space to the herbivore. In this case, a plant shift by the specialist herbivore might occur and thus preventing the further spread of the exotic plant. Conversely, in the field I found greater carnivore pressure on Bu. orientalis compared to other native Brassicaceae, particularly in the peak of arthropod abundance. Hence, top-down forces exerted by herbivore natural enemies may act in concert with bottom-up control of plant resistance traits to counteract herbivore plant shift and promote the successful range expansion of the exotic plant.

    Secondly, using a biogeographical approach, I found a considerable intraspecific variation in defence traits (trichomes, glucosinolates, metabolic fingerprints) of Bu. orientalis populations from the native and the exotic range. Plants collected in the native range were better defended than their exotic conspecifics. This variation matched with the performance of a generalist herbivore (Mamestra brassicae) and its parasitoid (Microplitis mediator), which developed poorly in plants from the native range. The results suggest that the defensive mechanisms of Bu. orientalis might have been counter-selected during the range expansion of the exotic plant. Further studies, however, need to examine if enemy release in the new range is followed by an increase in performance of the exotic plant. Finally, a comparative study of multitrophic interactions, both above- and belowground, in the plant native range and along the transect of its range expansion can help to clarify the mechanisms underlying the invasive success of Bu. orientalis.

    Amerikaanse vogelkers
    Nyssen, B. ; Ouden, J. den; Verheyen, K. - \ 2013
    Zeist : KNNV - ISBN 9789050114523 - 160
    prunus serotina - bosecologie - geïntroduceerde soorten - invasieve soorten - bosbedrijfsvoering - nederland - forest ecology - introduced species - invasive species - forest management - netherlands
    Hij is de schrik van veel bosbeheerders: de Amerikaanse vogelkers. Maar het verhaal achter de boom is verrassend. Want zijn positieve eigenschappen wegen wellicht op tegen de nadelen. Dit boek belicht alle kanten en laat zien hoe we deze boom een plek kunnen geven in het Europese bosecosysteem. In dit boek wordt een nieuw perspectief geschetst op de Amerikaanse vogelkers. Zij blijkt in haar oorsprongsgebied een waardevolle boomsoort, en in onze bossen heeft vogelkers uiteindelijk ook gunstige effecten op het bosecosysteem. Bovendien worden lang niet al onze bossen massaal gekoloniseerd. De auteurs pleiten voor een genuanceerdere kijk op de vogelkers, waarbij handvatten worden gegeven voor een gedifferentieerd beheer. Het boek behandelt de introductie en bestrijding en de huidige problematiek rondom deze exoot. Ook haar invloed op bossuccessie, biodiversiteit, houtteelt en beheerstrategieën komen aan de orde. Dit boek laat zien hoe we deze exoot een plek kunnen geven in het Europese bosecosysteem, en tegelijk de bestrijdingskosten kunnen verminderen. Actuele kennis zorgvuldig en toegankelijk bijeengebracht voor specialisten in boomteelt, bosbeheerders, beleidsmakers en ecologen.
    Otters terug in Rivierenland
    Beekers, B. ; Bekhuis, J. ; Lammertsma, D.R. - \ 2012
    Zoogdier 23 (2012)2. - ISSN 0925-1006 - p. 17 - 19.
    lutra lutra - otters - geïntroduceerde soorten - habitats - gelderse poort - lutra lutra - otters - introduced species - habitats - gelderse poort
    Otters terug in Rivierenland : otter Henk werd op maandag 16 april 2012 in de omgeving van Doesburg losgelaten. Henk is de eerste van minimaal 20 dieren die de prille otterpopualatie in het rivierengebeid (Rijntakken en Maasdal) de komende jaren gaan versterken. De bijplaatsing werd feestelijk gevierd tijdens het Rijn-in Beeld symposium op 19 april. Tijdens het symposium werd teruggeblikt op twintig jaar succesvolle natuurontwikkeling langs onze Rijntakken. De otter is één van de soorten dier hiervan zullen profiteren. In het rivierengebied liggen prachtige kansen voor de terugkeer van otters.
    A short note on the effects of pollutants on the European otter (Lutra lutra)
    Lammertsma, D.R. ; Brink, N.W. van den - \ 2012
    Alterra, Wageningen-UR
    lutra lutra - otters - geïntroduceerde soorten - ecotoxicologie - waterkwaliteit - risicoanalyse - rivieren - lutra lutra - otters - introduced species - ecotoxicology - water quality - risk analysis - rivers
    Over the last decade, a successful re-introduction program resulted in the establishment of an otter population in the Wieden-Weerribben area, the Netherlands. The next stage of the reintroduction program intends to create a meta-population by facilitating the establishment of new populations at other locations as well. The current plan is to re-introduce otters in the river-system of the river Rhine and the catchment of the Meuse. These river-systems, however, are known to have elevated concentrations of certain pollutants. Therefore, information is needed on the potential risks of these pollutants for future otter populations. This is a short note summarising the literature on risks of pollutants for otter populations. This note is not exhaustive, but will deliver some insight in their potential impact. Based on this, some recommendations will be formulated.
    Amerikaanse vogelkers: hoe een exotisch houtgewas invasief kon worden
    Simmelink, M. ; Weeda, E.J. - \ 2012
    In: Geboeid door het verleden. Beschouwingen over historische ecologie / Schaminee, J.H.J., Janssen, J.A.M., Zeist : KNNV Uitgeverij (Vegetatiekundige monografieën 4) - ISBN 9789050114493 - p. 138 - 162.
    historische ecologie - geïntroduceerde soorten - bosecologie - struiken - plagenbestrijding - historical ecology - introduced species - forest ecology - shrubs - pest control
    Deze bijdrage handelt over bomen en struiken. Centraal staat de Amerikaanse vogelkers (Prunis serotina) die in het midden van de 18e eeuw in ons land is geïntroduceerd en in de eerste helft van de 20ste eeuw op grote schaal op de voedselarme zandgronden is aangeplant als vulhout en bodemverbeteraar. Nadien is het gewas verworden tot "bospest". Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw wordt zij intensief bestreden, maar beteugeld is de soort nog niet. Wat betekent de komst van nieuwe soorten voor de biodiversiteit en op grond van welke overwegingen moet worden besloten om tot bestrijding over te gaan
    Bevers
    Dekker, J.J.A. ; Vreugdenhil, S. - \ 2012
    Zeist : Zoogdiervereniging & KNNV Uitgeverij - ISBN 9789050114288 - 108
    castor fiber - habitats - geïntroduceerde soorten - diergedrag - nederland - introduced species - animal behaviour - netherlands
    Het gaat goed met de bever in Nederland. In veel natte gebieden kun je zijn karakteristieke knaagsporen tegenkomen, van Biesbosch tot Gelderse poort en zelfs tot in Drenthe. Het boek Bevers vertelt het verhaal van deze indrukwekkende landschapsarchitecten. Hoe is het de bevers vergaan sinds de eerste herintroducties in de jaren 80? Hoe leven ze, hoe drukken ze hun stempel op het landschap, en wie zijn daar minder blij mee? Het gaat ook over bevers en mensen.
    Exotische rivierkreeften: opvallende soorten in Nederlandse watergangen
    Koese, B. ; Verdonschot, R.C.M. ; Vos, J. - \ 2012
    Dierplagen informatie 15 (2012)2. - ISSN 1388-137X - p. 19 - 21.
    rivierkreeft - geïntroduceerde soorten - verspreiding - invasieve exoten - zoetwaterecologie - nadelige gevolgen - crayfish - introduced species - dispersal - invasive alien species - freshwater ecology - adverse effects
    Sinds jaar en dag leven er rivierkreeften in de Nederlandse oppervlaktewateren. De laatste jaren zijn ze echter veel vaker in het nieuws dan daarvoor. Dit komt door de opkomst van een aantal opvallende nieuwkomers. Inmiddels staat de teller op tien soorten rivierkreeften, waaronder één inheemse soort. De inheemse rivierkreeft is nog maar op één plek in Nederland te vinden, in de omgeving van Arnhem. Van de negen exoten hebben er zes zich inmiddels in Nederland gevestigd. Het gedrag lijkt per soort te verschillen. Daarmee varieert ook de invloed die de soorten hebben op het ecosysteem en de schade die ze kunnen aanbrengen door bijvoorbeeld graafgedrag.
    Uitheemse ectomycorrhizapaddenstoelen
    Vellinga, E.C. ; Kuyper, T.W. - \ 2012
    Coolia 55 (2012). - ISSN 0929-7839 - p. 55 - 64.
    invasieve soorten - ectomycorrhiza - schimmels - ecosystemen - geïntroduceerde soorten - invasive species - ectomycorrhizas - fungi - ecosystems - introduced species
    Exotische paddenstoelen zijn paddenstoelen waarvan het oorspronkelijke verspreidingsgebied ver buiten Nederland ligt en die pas sinds het begin van de twintigste eeuw in ons land ingeburgerd zijn. Hoewel het begrip ‘exoot’ vooral beschrijvend is, kleeft er een negatieve bijklank aan, evenals aan het begrip ‘invasieve soort’. Een exoot wordt invasief genoemd na sterke uitbreiding. Vaak wordt verondersteld dat die snelle uitbreiding voor problemen zorgt, bijvoorbeeld doordat inheemse soorten worden weggeconcurreerd of doordat ecosysteemprocessen verstoord raken. Het feit dat uitheemse soorten zich na introductie succesvol kunnen handhaven wijst erop dat sporenverbreiding een beperkende factor kan zijn, en dat het bekende gezegde van Baas Becking “alles is overal, maar het milieu selecteert” niet zonder meer opgaat voor paddenstoelen
    Ecological impacts of Prosopis invasion in Riverine forests of Kenya
    Muturi, G.M. - \ 2012
    Wageningen University. Promotor(en): Frits Mohren, co-promotor(en): Lourens Poorter; B.N. Kigomo. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461734020 - 162
    prosopis - introduced species - invasion - impact - forests - forest ecology - genetic diversity - kenya - prosopis - geïntroduceerde soorten - invasie - impact - bossen - bosecologie - genetische diversiteit - kenya


    Drylands occupy over 41% of the global land surface, with Africa and Asia accounting for 32% of the global total each. Because of poor resource management, resource overexploitation and periodic droughts, drylands have experienced severe land degradation. Land degradation is manifested in vegetation loss or deterioration, soil erosion and salinization of soil and water. In Kenya, drylands occupy over 87% of the land surface, and support about 30% of the national population, over 70% of national livestock and the bulk of wildlife that support the tourist sector. Following the prolonged sahelian droughts of the 1970’s Kenya’s drylands were seriously degraded through extensive loss of ground vegetation cover; thus threatening the survival of local populations, livestock production and sustenance of tourism sector. Subsequently, exotic trees and shrubs were introduced for land rehabilitation and fodder supply. Trees from from Prosopis genus emerged as the most adapted and were widely planted.
    Since introduction, Prosopis species have spread from target rehabilitation sites and invaded riverine and wetlands ecosystems but invasion mechanisms and impacts are not yet well understood. In this study we combined geographical information systems techniques; field, greenhouse and laboratory studies, to evaluate riverine habitat invasibility, invasion impacts, invasiveness of Prosopis species and the composition of invasive Prosopis species in Kenya. The following questions were addressed: 1) What abiotic factors make riverine forests vulnerable to Prosopis invasion?, 2) What are the ecological implications of Prosopis invasion in riverine forests?, 3) What mechanisms underlie inhibition of A. tortilis regeneration by Prosopis species invasion?, 4) What are the species composition in Prosopis invaded areas of Kenya, and 5) What are the implications of our results?
    The present study revealed indiscriminate Prosopis invasion in all land cover and land use types identified through satellite image analysis, field surveys and historical site information provided by local informants. As a result of this trend, we found a contrasting occurrence increase of Prosopis species and decrease of Acacia tortilis between 1998 and 2007. Accordingly, the study has demonstrated that Prosopis species invasion in the Turkwel Riverine forest is invoked more by species invasiveness rather than habitat susceptibility. Consequently, we investigated the invasiveness of Prosopis species by studying invasion impacts and the underpinning mechanisms
    Our study has shown reduction of herbaceous species ground vegetation cover and herbaceous species diversity, and termination of A. tortilis regeneration by Prosopis invasion. The negative regression coefficients found between herbaceous species ground cover or between herbaceous species diversity and Prosopis canopy dummy, clarifies the partial direct negative effect of Prosopis on herbaceous species. We corroborate this finding by greenhouse studies that show stronger inhibition A. tortilis and Prosopis seed germination by increasing the concentration of fresh Prosopis litter than by increasing the concentration A. tortilis litter in the soil. Indeed, our study demonstrates potential of seed germination termination at 50% fresh Prosopis litter concentration in the soil. After one month of watering of soil-litter mixture, we found no litter effect on seed germination. Since water leaching decreased the concentration of soluble phenols and leached litter had no effect on seed germination, our study has clarified that the inhibition of A. tortilis regeneration by Prosopis canopy was partially the result of allelopathic effect of Prosopis litter on A. tortilis seed germination.
    There has been great confusion on Prosopis species identity in Prosopis invaded areas of Kenya, because of similar morphology and introduction of several species within sites. Species misidentification may hamper invasion management. In this study we used Random Amplified DNA markers to differentiate species according to sites. Our study shows that only one species or a hybrid is adapted to any one site, despite the number of species that were introduced to any site. We have further clarified that P. juliflora and its hybrid are the most invasive germplasm in Kenya. However, P. juliflora and the hybrid trees tended to have similar tree characteristics in riverine forests and wetlands as we could predict tree volumes in wetlands from equations developed from a distant riverine site.
    Our study demonstrates potential for perpetual replacement of A. tortilis by Prosopis species in riverine ecosystems. A notable consequence is reduction of both herbaceous species productivity and diversity. Since both A. tortilis and herbaceous species are used for fodder; invasion may have severe consequences on the pastoral economy but this can be reversed by intensified utilization of Prosopis biomass for fuelwood and pods for fodder.

    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.