Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 332

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==gebouwen
Check title to add to marked list
Perspectief zonnestroom in de agrarische sector
Spruijt, J. ; Terbijhe, A. - \ 2016
Lelystad : ACRRES - Wageningen UR (Rapport / PPO-AGV 690) - 35
akkerbouw - zonne-energie - collectoren - zonnecollectoren - investering - eu regelingen - gebouwen - daken - glastuinbouw - opslag - elektrische energie - landbouwwerktuigen - boerderij uitrusting - energieproductie in de landbouw - melkveehouderij - arable farming - solar energy - collectors - solar collectors - investment - eu regulations - buildings - roofs - greenhouse horticulture - storage - electrical energy - farm machinery - farm equipment - agricultural energy production - dairy farming
Het aantal agrarische bedrijven dat zonnestroom (PV) produceert is de afgelopen jaren snel toegenomen. De huidige salderingsregeling (voor kleine PV systemen) of de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE; voor grote PV systemen) en fiscale regelingen maakten het voor veel agrarische ondernemers aantrekkelijk om te investeren in zonnepanelen. Verwacht wordt dat deze groei verder zal doorzetten. Het plaatsingspotentieel op agrarische daken is enorm. Mede door het asbestverbod in 2024 zullen de komende jaren veel daken op schuren en loodsen vervangen moeten worden. Dit zal een toename van PV geïntegreerde daken betekenen. Voor de glastuinbouw zijn er nieuwe technologieën in ontwikkeling voor de opwekking van zonnestroom, die niet of nauwelijks ten koste gaan van de groei van het gewas. Teruglevering aan het net wordt op den duur onaantrekkelijk. Na 2020 dreigt de huidige salderingsregeling te verdwijnen en vanaf 2016 wordt niet langer SDE subsidie gegeven als de prijs van elektriciteit zes uur of langer negatief is. Ondernemers zullen hun verbruik dan zoveel mogelijk gaan afstemmen op de productiepieken van zonnestroom. De mogelijkheden verschillen per sector. Zo kan men in de melkveehouderij het overdag opwarmen van elektrische boilers en verder koelen van de melk (tot ± 2°C) zoveel mogelijk naar de dag verplaatsen. Bij de bewaring van o.a. aardappelen, groenten en fruit kan men met Demand Side Management (DSM) ofwel het aansturen van energieverbruikers in functie van het aanbod nog veel bereiken. Er zijn ook verschillende mogelijkheden om juist de productiepieken af te vlakken, bijvoorbeeld Oost-West opstellingen en/of het gebruik van kleinere omvormers. Vooralsnog is de opslag van zonnestroom in accu’s onrendabel. Maar bij verlaging van de terugleververgoedingen en de verwachte prijsdalingen voor opslagsystemen zal dit in de toekomst omslaan. Er zijn al een paar innovatieve agrarische ondernemers die een grote accu op hun bedrijf hebben voor tijdelijke opslag van zonnestroom. Voor de open teelten is het nu nog lastig om het gebruik van zonnestroom af te stemmen op de productie, doordat een groot deel van de stroom verbruikt wordt voor bewaring in de donkere maanden. Batterijen zijn tot op heden nog niet geschikt voor opslag gedurende het seizoen. Een groot deel van het energieverbruik in de open teelten bestaat uit dieselverbruik. Net als in de autoindustrie is ook voor de landbouw de verwachting dat er in de toekomst meer gebruik gemaakt gaat worden van elektriciteit. Elektrisch beregenen is nu al mogelijk en er zijn diverse nieuwe technologische ontwikkelingen in de landbouw gaande waarbij diesel vervangen wordt door stroom. Bijvoorbeeld de Multi Tool Trac, nu nog een hybride, maar in de toekomst mogelijk volledig elektrische trekker die met GPS besturing op vaste rijpaden kan werken. Andere voorbeelden zijn het Lasting Fields concept waarbij alle bewerkingen met ultra lichte en volledig zelfstandig werkende elektrische machines worden uitgevoerd en de Farmertronics onbemande cleantech trekker, met een motor die geschikt is voor waterstof, afkomstig uit elektriciteit van wind- en zonne-installaties.
Facility management in Dutch higher education
Kok, H.B. - \ 2015
Wageningen University. Promotor(en): Onno Omta, co-promotor(en): Mark Mobach. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462573499 - 133
facilitaire diensten - gebouwen - onderwijs - hoger onderwijs - universiteiten - kwaliteit - ontwerp - voorzieningen - bedrijfsvoering - nederland - facility management - buildings - education - higher education - universities - quality - design - facilities - management - netherlands
This book discusses whether, and if so, how facility management can contribute to educational achievements at Dutch higher education institutions.
OHN : Object Hoogten Nederland, de hoogte van alles wat boven het maaiveld uitsteekt
Kramer, H. ; Clement, J. ; Mücher, C.A. - \ 2014
Geo-Info 2014 (2014)3. - ISSN 1572-5464 - p. 18 - 21.
bomen - gebouwen - meting - hoogte - gegevensbeheer - geografische informatiesystemen - trees - buildings - measurement - height - data management - geographical information systems
Op locaties waar geen hoogtemetingen beschikbaar zijn, bevat het AHN geen hoogtegegevens. Reden genoeg voor Alterra om een vlakdekkend bestand te maken met alle hoogten boven maaiveld: het bestand Object Hoogte Nederland (OHN). Met OHN is het mogelijk om de vraag te beantwoorden "hoe hoog is deze boom"
Climate proof cities : eindrapport 2010-2014
Rovers, V. ; Bosch, P. ; Albers, R. ; Hove, B. van; Heusinkveld, B.G. ; Hartogensis, O.K. ; Ronda, R.J. ; Hutjes, R.W.A. ; Klemm, W. ; Maat, H.W. ter; Groot, A.M.E. ; Jacobs, C.M.J. - \ 2014
Kennis voor Klimaat - 128
klimaatverandering - klimaatadaptatie - stedelijke gebieden - temperatuur - gebouwen - monitoring - climatic change - climate adaptation - urban areas - temperature - buildings
Alle steden in Nederland, groot en klein, zijn kwetsbaar voor de effecten van klimaatverandering. De mate van kwetsbaarheid varieert nogal binnen het stedelijk gebied. Dat betekent dat het vergroten van de klimaatbestendigheid van steden het meest efficiënt kan gebeuren door het nemen van veel relatief kleine en lokale maatregelen. Veel daarvan kunnen tegelijkertijd met groot onderhoud of renovaties worden uitgevoerd. Daarvoor is wel samenwerking met veel en diverse partijen nodig.
Geen Sedum maar kruidenrijk gras
Metselaar, K. ; Vrolijk, M. ; Kromhout, R. - \ 2013
Tuin en Landschap 2013 (2013)3. - ISSN 0165-3350 - p. 29 - 30.
groene daken - flora - vegetatietypen - proefprojecten - waterbeheer - stedelijke gebieden - gebouwen - gelderse vallei - green roofs - vegetation types - pilot projects - water management - urban areas - buildings
Veel groene daken bestaan uit gemakkelijk te onderhouden Sedum-plantjes. In dit artikel uitleg over de vegetatiekeuze bij de aanleg van het experimentendak van NIOO, aangelegd in najaar 2012. Klaas Metselaar en Stef Jansen onderzoeken het gedrag van verschillende soorten begroeiing. Het dak is daartoe opgedeeld in 45 plots van ieder acht m2. Drie zaadmengstels werden geleverd, elk samengesteld uit zo'n elf tot veertien soorten. Ook naar het watervasthoudend vermogen van de vegetatie wordt gekeken.
Deskstudie Bedrijfsverzamelgebouw voor Aquacultuur
Abbink, W. ; Ros, N.A.M. ; Blanco, A. - \ 2013
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES C174/13) - 24
aquacultuur - visteelt - algenteelt - schaal- en schelpdierenteelt - zoutwaterlandbouw - broedinstallaties - viskwekerijen - gebouwen - aquaculture - fish culture - algae culture - shellfish culture - saline agriculture - hatcheries - fish farms - buildings
Stichting ZIGZAG heeft de indruk dat er in Zeeland behoefte is aan een bedrijfsverzamelgebouw voor aquacultuur. Het voormalige mijnendepot in Veere is als gebouw beschikbaar om deze functie te vervullen, en is qua ligging en vormgeving geschikt. Het doel van deze studie is een beeld te geven van de mogelijke inrichting en de kosten voor diverse aquacultuur teeltvormen in het gebouw. Daarnaast om aan te geven of de waterkwaliteit rondom het beoogde complex hiervoor geschikt is.
Impressie studiereis “Bouwen met groen en glas” van 13 en 14 oktober 2011 (interview Margareth Hop)
Hulshof, M. ; Hop, M.E.C.M. - \ 2012
YouTube
gebouwen - bouwtechnologie - daglicht - beplantingen - belevingswaarde - welzijn - bouwconstructie - natuurtechniek - duitsland - buildings - construction technology - daylight - plantations - experiential value - well-being - building construction - ecological engineering - germany
Filmpje over een studiereis naar Hannover (Duitsland) over bouwen met groen en glas, waarbij aandacht voor de meerwaarde van groen en daglicht in de gebouwde omgeving.
Transport and biodegradation of volatile organic compounds : influence on vapor intrusion into buildings
Picone, S. - \ 2012
Wageningen University. Promotor(en): Huub Rijnaarts, co-promotor(en): Tim Grotenhuis; P.F.M. van Gaans. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461732767 - 149
vluchtige verbindingen - organische verbindingen - biodegradatie - biochemisch transport - gebouwen - grondwaterverontreiniging - binnenklimaat - volatile compounds - organic compounds - biodegradation - biochemical transport - buildings - groundwater pollution - indoor climate

Vapor intrusion occurs when volatile subsurface contaminants, migrating from the saturated zone through the unsaturated zone, accumulate in buildings. It is often the most relevant pathway for human health risks at contaminated sites, especially in urban areas; yet its assessment is controversial. Field assessment of vapor intrusion risk is complicated by two interrelated main factors that are controlled by the contaminant’s properties: transport processes in the unsaturated zone and biodegradation in the unsaturated zone. Commonly available vapor intrusion models either overlook significant properties at the field scale or, conversely, are too complex to be applicable at this scale. Specifically, moisture variation, liquid diffusion, dynamic processes such as water table variations, and biodegradation are not adequately accounted for. As a result, the soil gas and indoor air concentrations predicted by existing models frequently overestimate measured concentrations by several orders of magnitude.
This thesis addressed transport and biodegradation processes of volatile organic compounds, focusing on aerobic unsaturated zones. The main aims were to i) characterize significant transport processes influencing vapor intrusion and ii) quantify and mechanistically describe biodegradation in unsaturated soils. Field experience, numerical modeling and laboratory experiments with toluene and vinyl chloride as reference compounds were combined to separate out the relevant processes influencing vapor intrusion.
The main conclusions from this thesis indicate that soil moisture variations and aerobic biodegradation are crucial aspects to be jointly considered for the assessment of vapor intrusion. These may contribute to a significant reduction in the risk associated with dissolved volatile organic contaminants. Specific and relevant implications for modeling and monitoring vapor intrusion can be derived. With respect to vapor intrusion modeling, when including unsaturated zone biodegradation, the use of liquid phase biodegradation rates as derived from liquid mixed batches may underestimate by several orders of magnitude the liquid degradation rates in the unsaturated system. Therefore, biodegradation rates derived from unsaturated system appear more appropriate. With respect to monitoring, vertical soil moisture variations and contaminant/oxygen concentration profiles need to be measured in the field, in order to account for the above processes.

Dak en gevelgroen
Hop, M.E.C.M. - \ 2010
PPH
daken - constructie - gebouwen - ontwerp - architectuur - vegetatie - soortenkeuze - groene daken - technische informatie - tuinarchitectuur - groene gevels - roofs - construction - buildings - design - architecture - vegetation - choice of species - green roofs - technical information - garden architecture - green walls
Deze brochure geeft zoveel mogelijk informatie gebaseerd op harde cijfers uit onderzoek en ervaringen van professionals. De informatie is bestemd voor mensen die over dak- en gevelgroen communiceren, en daarvoor goede basisinformatie willen hebben. Bijvoorbeeld gemeenten, woningbouwverenigingen, architecten, bouwbedrijven en opdrachtgevers.De toepassing van dak- en gevelgroen is de afgelopen jaren in Nederland in een stroomversnelling gekomen. Steeds meer gemeenten geven er subsidie voor. Ook het onderzoek naar de effecten van dak- en gevelgroen kan steeds beter worden onderbouwen, waarom deze typen groen zo belangrijk zijn voor steden. Een ander onderwerp dat in deze brochure vrij uitvoerig wordt behandeld is welke beplanting het meest geschikt is voor dak- en gevelgroen. De keuze van de genoemde planten is gebaseerd op zoveel mogelijk relevante aspecten, zoals grootte, zontolerantie, waterbehoefte, inheems of exoot, schadelijkheid van de wortels, effect op luchtvervuiling, maar ook praktische punten als verkrijgbaarheid. Dit maakt de brochure ook voor boomkwekers, ontwerpers en aanlegbedrijven van dak- en gevelgroen interessant.
Groene daken : voor luchtkwaliteit en klimaat
Heutinck, L.F.M. ; Vlaskamp, W. - \ 2010
[S.l.] : Eureka - 21
vegetatie - stedelijke gebieden - klimaatverandering - wateropslag - gebouwen - ontwerp - luchtkwaliteit - milieubeheersing - regen - groene daken - gemeenten - gelderland - fijn stof - regenwateropvang - vegetation - urban areas - climatic change - water storage - buildings - design - air quality - environmental control - rain - green roofs - municipalities - gelderland - particulate matter - water harvesting
Beschrijving van de manier waarop daken verkoelend kunnen werken bij hitte, isolerend bij koude en wateropnemend bij zware regenbuien. Doel van deze uitgave is beleidsmakers en eigenaars van daken enthousiast maken voor toepassing van groene daken in de Stadsregio Arnhem Nijmegen. Dit als onderdeel van het programma Future Cities. Aandacht voor waterberging, luchtkwaliteit, klimaatbestendige steden en soorten groene daken.
Lumen - Gaia - Atlas : architectuur, kunst en tuinen van de gebouwen van de Environmental Sciences Group
Windt, R. de; Londo, G. ; Zaal, A.M. ; Verstegen, T. ; Ruyten, E.C.W.M. - \ 2010
Wageningen : Wageningen UR - ISBN 9789085856719 - 80
architectuur - kunst - gebouwen - ontwerp - beeldende kunsten - tuinen - nederland - tuinarchitectuur - gelderland - gelderse vallei - architecture - arts - buildings - design - visual arts - gardens - netherlands - garden architecture - gelderland - gelderse vallei
The Environmental Sciences Group (ESG) is a collaboration between the Wageningen University Department of Environmental Sciences and the research institute Alterra. ESG contributes to realising a relatively high-quality and sustainable green living environment through expert and independent research in the fields of water and climate, soils, landscape, geo-information and ecosystems. This publication describes the architecture of the three buildings and mentions the art products and gardens in and around them.
Herontwerp Groot-Bijsterveld te Oirschot
Joosten, L. - \ 2009
Wageningen : Wetenschapswinkel Wageningen UR (Rapport / Wetenschapswinkel Wageningen UR 251) - ISBN 9789085851820 - 40 p.
landgoederen - regionale planning - gebouwen - historische gebouwen - woningen - landschapsarchitectuur - tuinen - ontwerp - bescherming - woningbouw - landschapsplanning - tuinarchitectuur - noord-brabant - estate planning - estates - regional planning - buildings - historic buildings - dwellings - landscape architecture - gardens - design - protection - house building - landscape planning - garden architecture - noord-brabant - estate planning
Een goed ontwerp voor het kloosterpark Groot Bijsterveld in Oirschot houdt rekening met kwaliteiten uit het verleden en met de behoeften van toekomstige gebruikers. Dat zijn de belangrijkste uitgangspunten voor het herontwerp van het park dat de Wetenschapswinkel van Wageningen UR maakte in opdracht van de Stichting Behoud Erfgoed Oirschot. Aan het ontwerp ging een grondig cultuurhistorisch onderzoek vooraf. Het herontwerp biedt ruimte voor maximaal 35 nieuwe woningen.Het herontwerp van kloosterpark Groot Bijsterveld brengt oude kwaliteiten terug en is gericht op de gebruikers van de toekomst. Dat zijn de nieuwe bewoners, maar ook de andere Oirschotse burgers die nu niet over een openbaar park beschikken. Het herontwerp heeft een boomgaard en een groentetuin. Het park biedt ruimte voor wandelen, bidden en spelen. Daarvoor worden enkele oude wandelroutes, het uitzicht over de vijver en de oorspronkelijke vorm van de weide hersteld. Student-onderzoeker Luc Joosten van Wageningen UR concludeert dat, als rekening wordt gehouden met de kwaliteiten en de afmetingen van het huis Groot Bijsterveld en het park, het aantal nieuwe wooneenheden beperkt moet blijven tot 35. Na 100 jaar in gebruik te zijn geweest als klooster, zijn het huis Bijsterveld en het bijbehorende park (zo goed als) verkocht aan het gemeentelijke Woningbedrijf Oirschot. Door de jaren heen hebben de kloosterlingen het park steeds aangepast en uitgebreid. Voor hen had het park allerlei functies: van bidden en brevieren tot sporten en het verbouwen van groenten. Onder meer door het slinken van de groep bewoners was het onderhoud echter niet meer op te brengen. Hierdoor zijn veel doorkijkjes en bijzondere elementen in de loop der tijd verdwenen. Na aankoop wil het Woningbedrijf Oirschot het complex ombouwen tot een zorgcentrum met een openbaar toegankelijk park. De Stichting Behoud Erfgoed Oirschot staat positief tegenover de functieverandering, maar is het niet eens met de huidige plannen van de gemeente als het gaat om de wijze waarop extra paviljoens in het park worden gebouwd. Daarom heeft de Stichting Behoud Erfgoed Oirschot (SBEO) aan de Wetenschapswinkel van Wageningen UR gevraagd om te zoeken naar een maatschappelijk, cultuurhistorisch en ecologisch duurzame functieverandering voor het park van het Montfortanenklooster in Oirschot
Cultuurhistorische analyse en waardering : Groot-Bijsterveld te Oirschot
Joosten, L. - \ 2009
Wageningen : Wetenschapswinkel Wageningen UR (Rapport / Wetenschapswinkel Wageningen UR 250) - ISBN 9789085851813 - 40 p.
landgoederen - eigendom - culturele waarden - gebouwen - architectuur - historische gebouwen - historische plaatsen - oude monumenten - nederland - cultuurgeschiedenis - cultuurlandschap - tuinarchitectuur - noord-brabant - estates - ownership - cultural values - buildings - architecture - historic buildings - historic sites - ancient monuments - netherlands - cultural history - cultural landscape - garden architecture - noord-brabant
Een goed ontwerp voor het kloosterpark Groot Bijsterveld in Oirschot houdt rekening met kwaliteiten uit het verleden en met de behoeften van toekomstige gebruikers. Dat zijn de belangrijkste uitgangspunten voor het herontwerp van het park dat de Wetenschapswinkel van Wageningen UR maakte in opdracht van de Stichting Behoud Erfgoed Oirschot. Aan het ontwerp ging een grondig cultuurhistorisch onderzoek vooraf. Het herontwerp biedt ruimte voor maximaal 35 nieuwe woningen. Het herontwerp van kloosterpark Groot Bijsterveld brengt oude kwaliteiten terug en is gericht op de gebruikers van de toekomst. Dat zijn de nieuwe bewoners, maar ook de andere Oirschotse burgers die nu niet over een openbaar park beschikken. Het herontwerp heeft een boomgaard en een groentetuin. Het park biedt ruimte voor wandelen, bidden en spelen. Daarvoor worden enkele oude wandelroutes, het uitzicht over de vijver en de oorspronkelijke vorm van de weide hersteld. Student-onderzoeker Luc Joosten van Wageningen UR concludeert dat, als rekening wordt gehouden met de kwaliteiten en de afmetingen van het huis Groot Bijsterveld en het park, het aantal nieuwe wooneenheden beperkt moet blijven tot 35. Na 100 jaar in gebruik te zijn geweest als klooster, zijn het huis Bijsterveld en het bijbehorende park (zo goed als) verkocht aan het gemeentelijke Woningbedrijf Oirschot. Door de jaren heen hebben de kloosterlingen het park steeds aangepast en uitgebreid. Voor hen had het park allerlei functies: van bidden en brevieren tot sporten en het verbouwen van groenten. Onder meer door het slinken van de groep bewoners was het onderhoud echter niet meer op te brengen. Hierdoor zijn veel doorkijkjes en bijzondere elementen in de loop der tijd verdwenen. Na aankoop wil het Woningbedrijf Oirschot het complex ombouwen tot een zorgcentrum met een openbaar toegankelijk park. De Stichting Behoud Erfgoed Oirschot staat positief tegenover de functieverandering, maar is het niet eens met de huidige plannen van de gemeente als het gaat om de wijze waarop extra paviljoens in het park worden gebouwd. Daarom heeft de Stichting Behoud Erfgoed Oirschot (SBEO) aan de Wetenschapswinkel van Wageningen UR gevraagd om te zoeken naar een maatschappelijk, cultuurhistorisch en ecologisch duurzame functieverandering voor het park van het Montfortanenklooster in Oirschot.
Teruggetrokken kloosterleven in verstilde eenvoud; Kloostertuin bij Oosterbeek
Brinkhuijsen, M. - \ 2009
Blauwe Kamer 2009 (2009)5. - ISSN 1389-742X - p. 58 - 63.
landschapsarchitectuur - gebouwen - tuinen - religieuze orden - veluwe - landscape architecture - buildings - gardens - religious orders
Aandacht voor het ontwerp en uitvoering van de binnenhoven en park van de abdij Koningsoord, Oosterbeek. Begin mei 2009 werd het klooster betrokken door de Cisterciënzer orde, afkomstig uit Berkel Enschot
Exergy Planning at the Regional Scale: case-study South Limburg
Leduc, W.R.W.A. ; Stremke, S. - \ 2009
In: The Future for Sustainable Built Environments: integrating the low exergy approach, Conference 21-4-2009, Heerlen, The Netherlands. - Kassel : Fraunhofer Institute for Building Physics - p. 196 - 196.
energiebronnen - energiebeleid - gebouwen - duurzaamheid (sustainability) - energie - energiebesparing - duurzame energie - energy sources - energy policy - buildings - sustainability - energy - energy saving - sustainable energy
Biodiversity conservation at business sites : options and opportunities
Snep, R.P.H. - \ 2009
Wageningen University. Promotor(en): Paul Opdam; Ekko van Ierland. - S.l. : S.n. - ISBN 9789085853053 - 192
biodiversiteit - natuurbescherming - industrieterreinen - stedelijke gebieden - ecosystemen - lepidoptera - vogels - verspreiding - havens - bufo - gebouwen - belgië - nederland - habitats - ecologische hoofdstructuur - stedelijke ecologie - metapopulaties - ecosysteemdiensten - biodiversity - nature conservation - industrial sites - urban areas - ecosystems - lepidoptera - birds - dispersal - harbours - bufo - buildings - belgium - netherlands - habitats - ecological network - urban ecology - metapopulations - ecosystem services
Bedrijventerreinen kunnen een belangrijke rol spelen bij het behoud van natuur en biodiversiteit, juist vanwege hun ligging en landgebruik
Ruimte voor bouwen in het buitengebied : de uitvoering van de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) in de praktijk
Nieuwenhuizen, W. ; Pleijte, M. ; Kranendonk, R.P. ; Regt, W.J. de - \ 2008
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-rapport 32) - 82
platteland - landgebruik - gebouwen - inventarisaties - bedrijventerreinen - noord-brabant - rural areas - land use - buildings - inventories - business parks
De processen achter de verstening van het buitengebied zijn in beeld gebracht door een combinatie van interviews, archiefonderzoek en geografische informatie. Het studiegebied bestaat uit de gemeenten Boxtel, Schijndel en Sint-Oedenrode. Bebouwing is vooral mogelijk door de ruimte die bestemmingsplannen biedt volledige te gebruiken. Ook wordt er voor economische belangen afgeweken van bestemmingsplannen met instemming van gemeenten en provincie. Toch wordt er vooral gebouwd op bestaande bouwblokken in het buitengebied en ontstaan er relatief weinig nieuwe bouwblokken. Trefwoorden: landschap, verstening, verspreide bebouwing, oude WRO, bouwvergunning, handhaving, Groene Woud
De beleving van grote wateren : de invloed van een aaantal man-made elementen onderzocht
Vries, S. de; Boer, T.A. de; Goossen, C.M. ; Wulp, N.Y. van der - \ 2008
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-rapport 64) - 98
mariene gebieden - meren - perceptie - gebouwen - jachthavens - turbines - cyanobacteriën - kustgebieden - omgevingspsychologie - menselijke invloed - marine areas - lakes - perception - buildings - marinas - cyanobacteria - coastal areas - environmental psychology - human impact
De invloed van boorplatforms, windturbines, hoogbouw aan de kust, jachthavens en vooroevers op de beleving van grote wateren is onderzocht. Als enige niet man-made element is blauwalg meegenomen. De beleving beperkt zich hier tot de waardering voor de visuele component. Door middel van (gemonteerde) foto’s kreeg de ene groep de situatie met het element voorgelegd, een andere zonder. Ongeveer 2300 leden van een consumentenpanel, verdeeld over vier groepen, namen via het internet deel aan het onderzoek. Elke groep beoordeelde 30 foto’s. Boorplatforms hebben de grootste negatieve impact, gevolgd door windturbines en daarna hoogbouw. Vooroevers hebben als enige gemiddeld een (licht) positieve impact. De negatieve impact bleek groter naarmate de situatie zonder element aantrekkelijker werd gevonden. Systematische variaties van de verschijningsvorm van een element lieten zien dat de ‘stap’ van niet naar wel aanwezig zijn het grootste effect opleverde: de negatieve impact nam slechts gering toe met de variabelen nabijheid, grootte en aantal van het element. Trefwoorden: belevingswaarde, grote wateren, boorplatforms, windturbines, hoogbouw, jachthavens, vooroevers, blauwalg
Verstening en verglazing in vijf landelijke gebieden : omvang, oorzaken en oordelen
Gies, T.J.A. ; Groenemeijer, L.M.G. ; Hoogduijn, R. ; Agricola, H.J. ; Salverda, I.E. ; Meulenkamp, W.J.H. ; Naeff, H.S.D. - \ 2007
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1588) - 70
gebouwen - landgebruik - verandering - platteland - nederland - overheidsbeleid - glastuinbouw - ruimtelijke analyse - landschapsanalyse - west-friesland - bommelerwaard - noord-holland - gelderland - buildings - land use - change - rural areas - netherlands - government policy - greenhouse horticulture - spatial analysis - landscape analysis - west-friesland - bommelerwaard - noord-holland - gelderland
De vijf studiegebieden betreft de streekplannen: Noord-Holland Noord 1994, Amsterdam - Noordzeekanaalgebied 1987 en Gooi en Vechtstreek 1998; Noord-Brabant 1992; Gelderland 1996. Rondetafelbijeenkomsten zijn in de studie betrokken voor: West-Friesland, Bommelerwaard en Brummen Bronckhorst. Onderzocht is in hoeverre in eerder onder¬zoek gemaakte schattingen van verstening en verglazing op nationaal en provinciaal niveau bij nader inzoomen correct blijken, welke veranderingen er qua wonen en werken optreden in het gebruik van het landelijk gebied, welk beleid er door rijk, provincies en gemeenten ten aanzien van de beschouwde gebieden in de onderzochte periode van toepassing was, in hoeverre ruimtelijke kwaliteit in besluitvormingsprocessen en beleidsdocumenten aan de orde is geweest en hoe lokaal de transformatieprocessen in het landelijk gebied beoordeeld worden.
Ontwerpsessies dierfaciliteiten 'de Born' september-november 2005 : proces en resultaat
Eijk, O.N.M. van - \ 2006
Lelystad : Animal Sciences Group (Rapport / Animal Sciences Group 14) - 48
agrarisch onderwijs - universiteiten - dieren - laboratoriumdieren - huisvesting, dieren - ontwerp - gebouwen - architectuur - voorzieningen - wetenschappelijk onderzoek - agricultural education - universities - animals - laboratory animals - animal housing - design - buildings - architecture - facilities - scientific research
De dierfaciliteiten van het departement dierwetenschappen Wageningen UR verhuizen. Het departement heeft dierfaciliteiten die zijn bestemd voor onderwijsgerelateerd onderzoek. Het meest bekend zijn de faciliteiten vis en de klimaat respiratiecellen. Ook zijn er faciliteiten voor varkens, kippen en rundvee en het centrum voor kleine proefdieren. De huidige faciliteiten voor onderwijs en onderzoek op de Haar (Zodiac) en de Ossekampen worden verplaatst naar de Born. Tegelijkertijd is door de verbreding van het onderwijs met gezelschapsdieren, de behoefte aan dierfaciliteiten verbreed. De verhuizing van het departement, met alle bijbehorende kansen en restricties, vraagt om een herziening van de faciliteiten. De groep transitiestudies van Animal Sciences Group van Wageningen UR in Lelystad is de opdracht verleend tot opzet en begeleiding van ontwerpsessies voor dierfaciliteiten ‘de Born. Tijdens een bijeenkomst werd het proces en de resultaten van de ontwerpsessies besproken en drie ontwerpen nader toegelicht
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.