Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 26

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Gomphrena claussenii, a Zn and Cd hyperbioindicator species
    Tomaz Villafort Carvalho, M. - \ 2016
    Wageningen University. Promotor(en): Maarten Koornneef, co-promotor(en): Mark Aarts. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462576360 - 196
    gomphrena - indicator plants - zinc - cadmium - indicator species - metal tolerance - gene expression - gomphrena - indicatorplanten - zink - cadmium - indicatorsoorten - metaaltolerantie - genexpressie
    Gomphrena claussenii, a Zn and Cd hyperbioindicator species

    A small group of plant species called metallophytes have evolved the ability to grow in highly metal-enriched soils that are toxic to other plants. Some of these metal-tolerant species have evolved the ability to accumulate high levels of metals or metalloids, such as nickel (Ni), zinc (Zn), arsenic (As), cadmium (Cd) and lead (Pb). Important progress towards understanding the physiological and molecular basis of metal and metalloid homeostasis in plants has been made by studying these metal hyperaccumulator species, which may also be useful for as the basis of phytoremediation technologies in which plants are used to stabilize or extract metals from soil. Gomphrena claussenii Moq. (Amaranthaceae), is a previously uncharacterized plant species which grows in the metal‑rich soils of a Zn mining area in the state of Minas Gerais, Brazil. This thesis describes the investigation of G. claussenii to determine the molecular basis of its ability to tolerate and accumulate Zn and Cd.

    Chapter 2 presents a detailed comparative investigation of the physiological impact of Zn and Cd exposure on G. claussenii and the closely-related non-tolerant species G. elegans Mart. growing in soil or in hydroponic conditions. The impact of Zn/Cd in each species was determined by measuring growth characteristics such as biomass and root elongation. It was found that G. claussenii plants growing in the field in the Zn mining area accumulated up to 10434 µg Zn and 96 µg Cd per gram of shoot dry weight. Under hydroponic conditions, G. claussenii tolerated up to 3000 µM Zn and up to 100 µM Cd, showing only slight metal toxicity symptoms at the highest concentrations and no significant decrease in biomass or root length. In contrast, G. elegans showed significant toxicity symptoms at 100 µM Zn and 5 µM Cd. It was also found that both species accumulated more Zn and Cd in roots than shoots and that metal accumulation in G. claussenii showed a bioindicator-like response. Finally, the concentrations of other minerals such as Fe and Mn were not affected by Zn/Cd in G. claussenii shoots but declined dramatically in G. elegans in the presence of Zn/Cd. Taken together, these results indicated that G. claussenii is extremely tolerant to Zn and Cd and accumulates high levels of these metals in shoots, making it potentially valuable for phytoremediation applications.

    Chapter 3 addresses the distribution of Zn/Cd in G. claussenii stem and leaf tissues, and metabolic profiles were used to investigate the involvement of metabolites in the sequestration of Zn/Cd. G. claussenii plants were exposed to high concentrations of Zn/Cd and analysed by scanning electron microscopy using energy dispersive X-ray (SEM-EDX) and micro-proton-induced X‑ray emission (micro-PIXE) technologies. We also investigated the dynamic profiles of primary metabolites in roots and shoots exposed to high levels of Zn/Cd to identify potential ligands for these metals. We observed the presence of abundant calcium oxalate (CaOx) crystals in the stem and leaf tissues of G. claussenii plants exposed to control and high levels of Cd, but intriguingly the number of crystals declined in the presence of Zn. Cd was shown to co‑localize with calcium (Ca) in the CaOx crystals, indicating that Cd sequestration in vacuolar CaOx crystals in G. claussenii is part of a tolerance mechanism to deal with excess Cd accumulation. Furthermore, citrate, malate and oxalate levels all increased in the shoots of G. claussenii exposed to Zn/Cd suggesting these organic acids are involved in metal chelation and contribute to metal tolerance.

    Chapter 4 focuses on the molecular genetic aspects of hypertolerance in G. claussenii. The comparative transcriptomics analysis of G. claussenii and G. elegans was used to identify genes potentially responsible for the adaptation of G. claussenii to high Zn/Cd exposure. The transcriptional response of both species to high Zn/Cd concentrations was investigated by RNA-Seq analysis. Transcript sequences were annotated, and differential expression induced by Zn/Cd exposure was analysed in G. claussenii and G. elegans roots and shoots. Orthologous transcript pairs were identified between both species, allowing the direct comparison of gene expression profiles. G. elegans showed a stronger transcriptional response to metal exposure than G. claussenii, featuring the significant modulation of 10–20 times as many genes. Many of these transcripts encode proteins involved in metal homeostasis or stress responses. Metal hypertolerance in G. claussenii therefore appears to be a constitutive expression trait, based on adaptations in the metal homeostasis and general stress response.

    Chapter 5 summarizes and evaluates the knowledge gained by the investigation set out in this thesis, focusing on the relevance of the information obtained from G. claussenii and its contribution to our current understanding of metal hypertolerance. It is also discussed the benefits of G. claussenii for phytoremediation applications, as well as its potential for future research activities.

    Nationale monitoring en evaluatie van de vergroening van het GLB : systematiek en nulmeting
    Doorn, A.M. van; Vullings, L.A.E. ; Smidt, R.A. - \ 2015
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2606) - 37
    gemeenschappelijk landbouwbeleid - agrarisch natuurbeheer - akkerranden - indicatorsoorten - beleidsevaluatie - cap - agri-environment schemes - field margins - indicator species - policy evaluation
    In 2015 is de vergroening van het GLB geeffectueerd. Effecten en resultaten worden op EU niveau gemonitord. Voorliggend rapport stelt een systematiek voor monitoring en evaluatie voor die op nationaal niveau betekenisvol is. Met het toepassen van de voorgestelde systematiek en de resultaten van de nul meting kan de voortgang en effectiviteit van de vergroening geanalyseerd worden en biedt een basis om te kijken in hoeverre de vergroeningsmaatregelen van het GLB doeltreffend zijn. De resultaten kunnen gebruikt worden voor de EU mid-term review van het GLB in 2017.
    Oude bossen en oude bosgroeiplaatsen : een referentie voor het karteren van de habitattypen beuken-eikenbossen met hulst en oude eikenbossen
    Bijlsma, R.J. ; Dorland, G.J. van; Bal, D. ; Janssen, J.A.M. - \ 2010
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1967) - 43
    bosecologie - bossen - quercus - fagus - habitats - cartografie - bosinventarisaties - indicatorsoorten - nederland - databanken - natura 2000 - historische ecologie - forest ecology - forests - quercus - fagus - habitats - mapping - forest inventories - indicator species - netherlands - databases - natura 2000 - historical ecology
    Dit rapport beschrijft een referentiebestand waarmee wordt beoogd een standaard hulpmiddel aan te bieden om bij het karteren van deze habitattypen de beperkende criteria goed toe te passen. Dit referentiebestand bestaat uit twee GIS-bestanden. Het GIS-bestand 'n2tmkbos' geeft invulling aan het criterium 'oude bosgroeiplaats' door voor alle Natura 2000-gebieden op de Hogere zandgronden en in het Heuvelland zo exact mogelijk de locaties weer te geven waar in 1850 bos aanwezig was. Rond deze tijd kwam de eerste landsdekkende topografische kaart beschikbaar: de Topografische en Militaire Kaart van het Koninkrijk der Nederlanden (TMK). De oude bosgroeiplaatsen zijn overlegd met de digitale bodemkaart van Nederland 1:50.000 waarbij voor alle bodemcodes is aangegeven of ze voldoen aan het bodemkundig criterium voor habitattype Oude eikenbossen. Het GIS-bestand 'n2bosstat4' helpt bij de toepassing van het criterium 'honderdjarige bosopstand': het is een uitsnede van de Vierde bosstatistiek voor alle Natura 2000-gebieden op de Hogere zandgronden en in het Heuvelland. De bestanden zelf zijn als ESRI-shapefile beschikbaar.
    Indicatieve plantensoorten voor habitattypen : rapport in het kader van het WOT programma Informatievoorziening Natuur i.o. (WOT IN)
    Aggenbach, C.J.S. ; Hunneman, H. ; Jalink, M.J. - \ 2008
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1707) - 37
    habitats - indicatorplanten - vegetatie - ecotypen - grondwater - indicatorsoorten - habitatrichtlijn - abiotiek - ecohydrologie - habitats - indicator plants - vegetation - ecotypes - groundwater - indicator species - habitats directive - abiotic conditions - ecohydrology
    In het kader van de Europese Habitatrichtlijn zijn de lidstaten verplicht om periodiek te rapporteren over de Staat van Instandhouding van Habitatgebieden. Een van de aspecten waarover gerapporteerd dient te worden is 'Structuur en Functie'. Dit aspect bestaat uit verschillende onderdelen, waarvan abiotische condities er één is. Abiotische condities kunnen direct gemeten worden, maar in sommige gevallen is het efficiënter die condities te schatten via indicatorsoorten. Dit rapport geeft een overzicht van de soorten die daarvoor gebruikt kunnen worden, en de condities die zij indiceren in relatie tot de per Habitattype gewenste condities. Deze analyse heeft plaatsgevonden voor een selectie van kritische (meest aan grondwater gebonden) Habitattypen, en bouwt voort op eerder door KIWA verrichte analyses op dit gebied.
    Bloeiende planten waarschuwen kwekers voor plaaginsecten
    Elberse, I.A.M. ; Reijers, N. ; Blok, J.J. de - \ 2008
    De Boomkwekerij 2008 (2008)3. - ISSN 0923-2443 - p. 10 - 11.
    boomkwekerijen - insectenplagen - indicatorplanten - indicatorsoorten - bloeidatum - bestrijdingsmethoden - gewasbescherming - bloeiende planten - forest nurseries - insect pests - indicator plants - indicator species - flowering date - control methods - plant protection - flowering plants
    Het blijkt dat de bloei van sommige gewassen vaak samen valt met de eerste vlucht van bepaalde plaaginsecten. PPO zocht dit soort indicatorplanten om de kweker te kunnen helpen bij een gerichtere bestrijding, want een goede waarnemingsmethode is van groot belang.
    Indicators for the 'Convention on biodiversity 2010". Influence of climate change on biodiversity
    Nijhof, B.S.J. ; Vos, C.C. ; Strien, A.J. van - \ 2007
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 53.7a) - 44
    biodiversiteit - indicatorsoorten - klimaatverandering - fenologie - biodiversiteitsbepaling - terrestrische ecosystemen - biologische monitoring - biodiversity - indicator species - climatic change - phenology - biodiversity assessment - terrestrial ecosystems - biomonitoring
    This report takes the first steps for the development of a climate change indicator system, based on the different responses of species to climate change. The usefulness of several climate change indicators is tested, by analyzing the relation between indicators and population trends of target species. The study is restricted to terrestrial ecosystems. Also a reference list for cold, warmth and neutral preferent indicator groups is provided. An inventory of CBS and Alterra
    Indicators for the 'Convention on biodiversity 2010'. National Capital Index version 2.0 : 1. Trends in extent of selected biomes, ecosystems and habitats : 2. Trends in abundance and distribution of selected species : fact sheet
    Reijnen, M.J.S.M. - \ 2007
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 53.1) - 20
    biodiversiteit - ecosystemen - degradatie - milieuafbraak - indicatorsoorten - soorten - soortenrijkdom - habitats - aquatische ecosystemen - terrestrische ecosystemen - natuur - biodiversity - ecosystems - degradation - environmental degradation - indicator species - species - species richness - habitats - aquatic ecosystems - terrestrial ecosystems - nature
    Recreatief medegebruik van EVZ, HEN, en SED in Waterschap Rijn en IJssel : ecologische effecten en inpassingsbeoordeling
    Henkens, R.J.H.G. ; Molenaar, J.G. de; Ottburg, F.G.W.A. - \ 2007
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1514) - 76
    openluchtrecreatie - indicatorsoorten - indicatorplanten - ecologie - landschapsecologie - nederland - vegetatie - kennis - ecologische hoofdstructuur - waterschappen - outdoor recreation - indicator species - indicator plants - ecology - landscape ecology - netherlands - vegetation - knowledge - ecological network - polder boards
    Het Waterschap Rijn en IJssel besteedt veel energie en geld in het herstel, de ontwikkeling en het behoud van natuurwaarden in zogenaamde beektypes van het Hoogste Ecologische Niveau (HEN), beektypes met een Specifiek Ecologische Doelstelling (SED) en Ecologische VerbindingsZones (EVZ’s). Het waterschap wil graag recreatief medegebruik langs deze beektypes toestaan, maar dit mag niet ten koste gaan van de ecologische doelstellingen. Daarom is behoefte aan een methodiek waarmee het recreatieve medegebruik kan worden afgewogen en waar mogelijk worden ingepast. Hiertoe is een stappenplan opgesteld en is er een overzicht van sturingsmaatregelen gegeven die aan deze problematiek tegemoet komt
    Bayesian classification of vegetation types with Gaussian mixture density fitting to indicator values
    Witte, J.P.M. ; Wójcik, R. ; Torfs, P.J.J.F. ; Haan, M.W.H. ; Hennekens, S.M. - \ 2007
    Journal of Vegetation Science 18 (2007)4. - ISSN 1100-9233 - p. 605 - 612.
    vegetatietypen - indicatorsoorten - bayesiaanse theorie - vegetation types - indicator species - bayesian theory - functional traits - moisture - ecology - tool
    Question: Is it possible to mathematically classify relevés into vegetation types on the basis of their average indicator values, including the uncertainty of the classification? Location: The Netherlands. Method: A large relevé database was used to develop a method for predicting vegetation types based on indicator values. First, each relevé was classified into a phytosociological association on the basis of its species composition. Additionally, mean indicator values for moisture, nutrients and acidity were computed for each relevé. Thus, the position of each classified relevé was obtained in a three-dimensional space of indicator values. Fitting the data to so called Gaussian Mixture Models yielded densities of associations as a function of indicator values. Finally, these density functions were used to predict the Bayesian occurrence probabilities of associations for known indicator values. Validation of predictions was performed by using a randomly chosen half of the database for the calibration of densities and the other half for the validation of predicted associations. Results and Conclusions: With indicator values, most relevés were classified correctly into vegetation types at the association level. This was shown using confusion matrices that relate (1) the number of relevés classified into associations based on species composition to (2) those based on indicator values. Misclassified relevés belonged to ecologically similar associations. The method seems very suitable for predictive vegetation models.
    Verspreiding van rivierprik-larven in het Drentsche Aa stroomgebied
    Winter, H.V. ; Griffioen, A. - \ 2007
    IJmuiden [etc.] : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES nr. C015/07) - 23
    sloten - bagger - prikvissen - habitats - larven - indicatorsoorten - waterlopen - aquatische ecologie - waterbodems - drenthe - ditches - dredgings - lampreys - habitats - larvae - indicator species - streams - aquatic ecology - water bottoms - drenthe
    Het volledig plantenvrij maken van beken met een maaiboot is waarschijnlijk nadelig voor opgroeiende larven van de rivierprik, een belangrijke indicatorsoort voor de Kader- en Habitatrichtlijn. Dat blijkt uit onderzoek van Wageningen IMARES naar het verspreidingspatroon van rivierpriklarven in de Drentsche Aa. Als opgroeihabitat verkiezen de priklarven slibrijke bodems met een geringe waterstroming en enige plantendekking. De rivierprik is een primitieve vissoort, die van zoet naar zout water trekt en hoge eisen stelt aan de bijbehorende habitats. De verspreiding van de larven vanuit de paaiplaatsen in de eerste vier levensjaren lijkt zeer gering.
    Graadmeters aquatische natuur; fase 1: vergelijking van de graadmeter natuurwaarde met de natuurdoeltypen en KRW-maatlatten
    Verdonschot, P.F.M. ; Evers, C.H.M. ; Nijboer, R.C. ; Didderen, K. - \ 2005
    Wageningen : WOT Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 14) - 108
    oppervlaktewater - zoetwaterecologie - kwaliteit - indicatorsoorten - monitoring - referentienormen - richtlijnen (directives) - nederland - aquatische ecosystemen - surface water - freshwater ecology - quality - indicator species - monitoring - reference standards - directives - netherlands - aquatic ecosystems
    Op verzoek van Milieu- en Natuurplanbureau zijn voor aquatische ecosystemen graadmeters ontwikkeld voor een aantal waterlopen
    Technical review of the potential use of benthic macroinvertebrate biomonitoring, using the reference condition approach in the setting, monitoring and assessment of agri-environmental performance standards
    Brink, P.J. van den; Baird, D.J. ; Peeters, E.T.H.M. - \ 2005
    Wageningen : Alterra (Alterra-report 1207) - 32
    waterkwaliteit - biologische technieken - monitoring - waterdieren - aquatisch milieu - indicatorsoorten - landbouw - nederland - benthos - referentienormen - biologische monitoring - macrofauna - rijn - maas - water quality - biological techniques - monitoring - aquatic animals - aquatic environment - indicator species - agriculture - netherlands - benthos - reference standards - biomonitoring - macrofauna - river rhine - river meuse
    The Reference Condition Approach is increasingly used to assess the ecological status of inland waters. In this report the advantages and disadvantages of this approach are discussed and a new methodology is presented. The advantage of this new approach is that it is flexible, dynamic, allows the inclusion of more data and can easily be combined with other approaches. The report concludes with a description of the multivariate Principal Response Curves technique and its use to detect trends in biological data. In the closing discussion a case is made for the adoption of species traits rather than species taxonomy in ecological quality assessment
    Keylinks: ecologische processen in sloten en beken; II de relatie tussen afvoerdynamiek, temperatuur en de populatiegroei van Agapetus fuscipes
    Nijboer, R.C. ; Hoorn, M.W. van den; Hoek, T.H. van den; Wiggers, R. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2005
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1069) - 175
    indicatorsoorten - hydrologie - afvoer - habitats - waterlopen - temperatuur - ecologie - waterkwaliteit - populatiedynamica - nederland - aquatische ecosystemen - indicator species - hydrology - discharge - habitats - streams - temperature - ecology - water quality - population dynamics - netherlands - aquatic ecosystems
    In dit onderzoek zijn de effecten van de sleutelfactoren afvoer, temperatuur en habitat op de populatiedichtheid en groei van de kokerjuffer Agapetus fuscipes onderzocht. Deze soort is een goede indicator voor relatief stabiele hydrologische omstandigheden in beken. De resultaten hebben laten zien dat hoge afvoerpieken een sterke daling van de populatiedichtheid van deze soort als gevolg hebben. Ook het habitat verandert sterk. Het habitat kan zich echter snel herstellen als de stroomsnelheid hoog is. De populatie herstelt zich echter pas een jaar later als een nieuwe generatie zich ontwikkelt. Als ieder jaar hoge afvoerpieken optreden zal de populatie op den duur verdwijnen. De watertemperatuur in de beken blijkt invloed te hebben op de groei en ontwikkeling. Bij hogere temperaturen verpoppen de dieren zich eerder in het seizoen. Dit kan van belang zijn, omdat het effect van afvoerpieken het grootste is als er veel immobiele poppen aanwezig zijn. De periode waarin een afvoerpiek optreedt is daarom bepalend voor het effect op de populatie. Tijdens een afvoerpiek treedt een kortstondige stijging van de watertemperatuur op. Dit heeft op A. fuscipes waarschijnlijk geen effect maar voor koud-stenotherme soorten kan dit desastreus zijn. Het beheer van beken moet zich richten op het voorkomen van grote afvoerpieken (meer dan acht keer de basisafvoer)
    Ecologische duurzaamheid van gebiedsplannen moet beter
    Termorshuizen, J.W. ; Opdam, P.F.M. - \ 2005
    Landwerk 2005 (2005)2. - ISSN 1567-1844 - p. 14 - 17.
    regionale planning - ecosystemen - indicatorsoorten - regional planning - ecosystems - indicator species
    Het is slecht gesteld met de ecologische duurzaamheid van gebiedsplannen. Het belang van voldoende ruimtelijke samenhang is bij veel opdrachtgevers en ontwerpers bekend. Toch zijn de natuurdoelen vaak niet goed uitgewerkt. Alterra onderzocht op dit punt 38 recente gebiedsplannen van gemeenten, provincies, adviesbureaus en DLG. Als basis voor toetsing van ecologische aspecten dient een theoretisch besluitvormingsmodel
    Biologische Monitoring Zoete Rijkswateren: microverontreinigingen in driehoeksmosselen - 2003
    Pieters, H. ; Kotterman, M.J.J. - \ 2004
    IJmuiden : RIVO (RIVO rapport C026/04) - 38
    aquatisch milieu - waterorganismen - waterverontreiniging - biologische indicatoren - indicatorsoorten - mossels - ecotoxicologie - aquatische toxicologie - aquatic environment - aquatic organisms - water pollution - biological indicators - indicator species - mussels - ecotoxicology - aquatic toxicology
    In het kader van de Biologische Monitoring Zoete Rijkswateren is in 2003 een actieve biologische monitoring (ABM) onderzoek uitgevoerd met driehoeksmosselen (Dreissena polymorpha) in een aantal zoete rijkswateren. Het betreft een uitvoering van het deelproject "Microverontreinigingen in driehoeksmosselen dat in opdracht van RIZA Lelystad wordt uitgevoerd door het RIVO te IJmuiden.In het kader van een actieve biologische monitoring worden driehoeksmosselen afkomstig van een relatief schone locatie gedurende een bepaalde periode uitgezet in een oppervlaktewater, waarvan men een aantal parameters met betrekking tot de waterkwaliteit wil bepalen. Het gehalte aan microverontreinigingen in het oppervlaktewater is te laag om rechtstreeks te kunnen bepalen. Daarom wordt het concentratieniveau in biota bepaald, dat een nauw omschreven relatie met het gehalte in de waterkolom heeft. Het gehalte in driehoeksmosselen geeft direct een actueel beeld van de biologische beschikbaarheid van microverontreinigingen in het desbetreffende watersysteem. In alle gevallen was de concentratie van de onderzochte contaminanten na zes weken expositie toegenomen in de uitgehangen mosselen in vergelijking met het uitgangsmateriaal (Zeughoek, IJsselmeer), behalve voor cadmium in de Hollandse IJssel (licht gedaald).
    The ecological requirements of Agapetus fuscipes Curtis (Glossosomatidae), a characteristic species in unimpacted streams
    Nijboer, R.C. - \ 2004
    Limnologica 34 (2004)3. - ISSN 0075-9511 - p. 213 - 223.
    indicatorsoorten - trichoptera - waterkwaliteit - waterlopen - verontreiniging - ecologie - monitoring - levenscyclus - nederland - biologische monitoring - indicator species - trichoptera - water quality - streams - pollution - ecology - monitoring - life cycle - netherlands - biomonitoring - caddis larvae - life-cycle - fauna - substratum - vegetation - dispersal - growth - algae
    Agapetus fuscipes is a caddisfly that only seems to occur in unimpacted streams and therefore can be a suitable indicator species for natural conditions. The species has decreased in the Netherlands because of human activities which caused organic pollution and hydromorphological degradation. Literature was reviewed to study the autecology and life cycle of A. fuscipes in order to reveai the ecological requirements of this species. By taking Agapetus fuscipes as an example, it is shown that the autecology and life cycle of an indicator species can give important clues for its presence in unimpacted and absence in impacted streams
    Agapetus fuscipes is a caddisfly that only seems to occur in unimpacted streams and therefore can be a suitable indicator species for natural conditions. The species has decreased in the Netherlands because of human activities which caused organic pollution and hydromorphological degradation. Literature was reviewed to study the autecology and life cycle of A. fuscipes in order to reveal the ecological requirements of this species. By taking Agapetus fuscipes as an example, it is shown that the autecology and life cycle of an indicator species can give important clues for its presence in unimpacted and absence in impacted streams. A. fuscipes is very susceptible to organic pollution and to a lesser degree to discharge dynamics (dropping water level and discharge peaks). The species copes with dynamic discharge events by maintaining a high population density and recolonisation of disturbed habitats from refuges. However, the vulnerability of the species strongly depends on the life stage of the animals (e.g., the ability to migrate, the oxygen demand and the habitat requirements differ between instars). Although several adaptations to dynamic conditions, a high frequency of discharge peaks or a long period of drought can cause the population to decline. Once a population has totally disappeared from a stream it will take the species a long time to recolonise the stream because of its low dispersion capacity. To protect this species stream restoration should focus on water quality (avoid organic pollution and agricultural run off) and on stabilising the discharge by taking care of natural infiltration in the catchment area instead of fast removal of rain water by drainage systems.
    Het belang van groot dood beukenhout voor paddestoelen
    Veerkamp, M.T. - \ 2003
    Nederlands Bosbouwtijdschrift 75 (2003)5. - ISSN 0028-2057 - p. 10 - 14.
    fagus - fagus sylvatica - bossen - biodiversiteit - dood hout - dode bomen - verrot hout - verval - decompositie - paddestoelen - soortendiversiteit - distributie - frequentieverdeling - indicatorsoorten - schimmels - fagus - fagus sylvatica - forests - biodiversity - dead wood - dead trees - decayed wood - decay - decomposition - mushrooms - species diversity - distribution - frequency distribution - indicator species - fungi
    Derde artikel in een serie van drie over de rol van dood beukenhout voor de biodiversiteit. In Nederlandse beukenbossen op zowel zand- als kleigrond is onderzoek gedaan naar de paddestoelenflora op dode beukenstammen. Belangrijke factoren voor de soortensamenstelling blijken het verteringsstadium en de locatie (klei of zand) te zijn. In de verschillende verteringsstadia hebben telkens andere soorten hun optimum. De geringere soortenrijkdom op Nederlandse locaties in vergelijking met het buitenland kan verklaard worden door een geringere bodemvariatie en het nog ontbreken van voldoende groot dood hout voor het vormen van stabiele populaties. In een tabel een weergave van indicatorsoorten voor de geselecteerde Nederlandse locaties
    Schelpdierwaterkwaliteit in Nederlandse kustwatergebieden in september 2003 (fecale coliformen)
    Poelman, M. ; Gool, A.C.M. van - \ 2003
    IJmuiden : RIVO (RIVO-BV Rapport C052/03) - 11
    waterkwaliteit - schaal- en schelpdierenvisserij - schaal- en schelpdierenteelt - nederland - kustwateren - bemonsteren - micro-organismen - indicatorsoorten - fecale coliformen - water quality - shellfish fisheries - shellfish culture - netherlands - coastal water - sampling - microorganisms - indicator species - faecal coliforms
    In september van 2003 is onderzoek gedaan naar de (schelpdier)waterkwaliteit in de Kustwatergebieden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van indicator micro-organismen, namelijk fecale coliformen, om fecale verontreinigingen aan te tonen. De aanwezigheid van fecale coliformen werd getoetst in gebieden waar schelpdieren worden gekweekt, waar schelpdieren in het wild voorkomen en gebieden waar mogelijk schelpdieren in de toekomst in cultuur kunnen worden gebracht. Hiertoe zijn op 12 locaties in het Nederlandse kustwater namelijk de Waddenzee en de Zuidelijke Delta, vijf afzonderlijke schelpdiermonsters genomen en geanalyseerd. Op de onderzochte locaties waren de geconstateerde fecale coliform gehalten alle lager dan 300 fecale coliformen per 100 gram schelpdiervlees en –vocht en derhalve conform de Nederlandse regelgeving Kwaliteitsdoelstellingen en metingen oppervlaktewateren Stb. nr. 3-11-'83.
    Bodembiologische indicator 1999 : ecologische kwaliteit van graslanden op zandgrond bij drie categorieen melkveehouderijbedrijven
    Schouten, A.J. ; Bloem, J. ; Didden, W.A.M. ; Jagers op Akkerhuis, G.A.J.M. ; Keidel, H. ; Rutgers, M. - \ 2003
    Bilthoven : RIVM (RIVM rapport 607604003/2003) - 107
    bodembiologie - bodemfauna - bodemflora - soortendiversiteit - zandgronden - biologische indicatoren - indicatorsoorten - weiden - nederland - bodemkwaliteit - soil biology - soil fauna - soil flora - species diversity - sandy soils - biological indicators - indicator species - pastures - netherlands - soil quality
    Ecoprofielen voor soortanalyses van ruimtelijke samenhang met LARCH
    Pouwels, R. ; Reijnen, M.J.S.M. ; Kalkhoven, J.T.R. ; Dirksen, J. - \ 2002
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 493) - 54
    biodiversiteit - biologische indicatoren - indicatorsoorten - ecologie - populaties - natuurbescherming - fragmentatie - modellen - informatiesystemen - nederland - landschapsecologie - natuurbehoud - populatiebiologie - versnippering - biodiversity - biological indicators - indicator species - ecology - populations - nature conservation - fragmentation - models - information systems - netherlands
    Voor het Ministerie van LNV wordt het kennissysteem LARCH ontwikkeld. Het wordt met name gebruikt bij verkennende studies. Hierbij wordt voor enkele indicatorsoorten de ruimtelijke samenhang van een landschap in beeld gebracht. De keuze voor deze indicatorsoorten wordt vaak gedaan vanuit praktisch oogpunt en levert veel discussie op. Door soorten te koppelen aan een ecoprofiel worden de analyses met LARCH gestandaardiseerd en daardoor beter inzichtelijk. In dit rapport wordt ingegaan op de indeling van ecoprofielen en het koppelen van soorten aan een ecoprofiel. Het betreft de soorten die voor de Natuurverkenningen 2 geanalyseerd zijn.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.