Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 19 / 19

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Nieuwe bedrijfstypering : gevolgen voor de aantallen bedrijven in het LMM
    Leeuwen, T.C. van - \ 2012
    LMM e-nieuws 2012 (2012)april.
    mestbeleid - bedrijfssystemen - melkveebedrijven - akkerbouw- en tuinbouwbedrijven - intensieve dierhouderij - agrarische bedrijfsvoering - waterkwaliteit - nutriëntenuitspoeling - manure policy - farming systems - dairy farms - crop enterprises - intensive husbandry - farm management - water quality - nutrient leaching
    Door de nieuwe bedrijfstypering kunnen bedrijven van hoofdbedrijfstype veranderen en daarmee soms ook van Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) categorie. De tabel verdeelt het aantal LMM bedrijven naar bedrijfstype volgens de ‘oude’ typering. Het getal tussen haakjes laat zien bij welke types er sprake is van netto-groei (positieve getallen) van het aantal bedrijven door de nieuwe typering. Bij negatieve waarden is sprake van krimp van het aantal bedrijven. De belangrijkste veranderingen per regio worden beschreven.
    Doing things with varkens and words : discursieve technieken in de strijd om transitie van de grootschalige veehouderij
    Duineveld, M. - \ 2012
    Wageningen : WUR (Zo doen wij dat hier! 2) - 64
    intensieve dierhouderij - communicatie - communicatievaardigheden - discussie - dierenwelzijn - intensive husbandry - communication - communication skills - discussion - animal welfare
    Dit deel 2 richt zich op de woordenstrijd tussen de voor- en tegenstanders van industrialisatie in de dierhouderij. De uitgave maakt inzichtelijk hoe macht en machtsrelaties zich manifesteren in het gesproken en geschreven woord. Het beschrijft diverse machtsmechanismen en -technieken met voorbeelden, zoals imagostrijd, het scheppen van onduidelijkheid in verantwoordelijkheden en het diskwalificeren en marginaliseren van de tegenstander. De onderzoekers laten zien dat in een woordentwist vaak geen sprake is van werkelijk reageren op elkaars argumenten.
    Ongerief bij rundvee, varkens, pluimvee, nertsen en paarden: eerste herhaling = Discomfort among cattle, pigs, poultry, mink and horses: first repetition
    Leenstra, F.R. ; Neijenhuis, F. ; Bosma, A.J.J. ; Ruis, M.A.W. ; Smolders, E.A.A. ; Visser, E.K. - \ 2011
    Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 456) - 83
    rundveehouderij - varkenshouderij - pluimveehouderij - paarden - nerts - dierenwelzijn - inventarisaties - intensieve dierhouderij - dierlijke productie - melkvee - varkens - pluimvee - cattle husbandry - pig farming - poultry farming - horses - mink - animal welfare - inventories - intensive husbandry - animal production - dairy cattle - pigs - poultry
    An inventory of discomfort experienced by cattle, pigs, poultry, mink and horses in The Netherlands is carried out and compared with a similar inventory in 2007. In general, discomfort is reduced, but compared to the overall level of discomfort not to a large extent.
    Tot slot: een betere toekomst voor ons allemaal
    Dijkhuizen, A.A. - \ 2010
    In: Over zorgvuldige veehouderij. Veel instrumenten, één concert / Eijsackers, H., Scholten, M., Wageningen : Wageningen UR (Essaybundel 2010 ) - ISBN 9789085858959 - p. 288 - 291.
    opinies - publiek - dierenwelzijn - dierhouderij - intensieve dierhouderij - innovaties - Nederland - opinions - audiences - animal welfare - animal husbandry - intensive husbandry - innovations - Netherlands
    Interview met Dr. ir Aalt Dijkhuizen, voorzitter Raad van Bestuur, over de toekomst van de dierhouderij in Nederland
    Zorgen over de intensieve veehouderij
    Gremmen, H.G.J. ; Scholten, M.C.T. - \ 2010
    In: Over zorgvuldige veehouderij. Veel instrumenten, één concert / Eijsackers, H., Scholten, M., Wageningen : Wageningen UR (Essaybundel 2010 ) - ISBN 9789085858959 - p. 26 - 33.
    dierenwelzijn - intensieve dierhouderij - maatschappelijk verantwoord ondernemen - maatschappelijk draagvlak - landbouw en milieu - dierziekten - emoties - dierlijke productie - animal welfare - intensive husbandry - corporate social responsibility - public support - agriculture and environment - animal diseases - emotions - animal production
    In Nederland worden al een paar duizend jaren dieren gehouden. Dierlijke producten werden vroeger geproduceerd op kleinschalige, gemengde bedrijven. Een groot deel van de bevolking werkte toen op deze bedrijven en consumeerde wat ze produceerden. Na de Tweede Wereldoorlog is een verschuiving opgetreden van extensieve naar steeds intensievere veehouderij. ‘Zo veel mogelijk efficiënt produceren voor zo weinig mogelijk geld’, dicteerde de Mansholt-doctrine. Dit had vele gevolgen, zoals de verschuiving van de aandacht van het individuele dier naar de veehouderij als systeem en de professionalisering van de veehouders; maar er zijn ook milieuproblemen opgetreden en de afgelopen jaren een aantal spraakmakende uitbraken van dierziekten
    'Welzijnsvloer verdient zich op den duur terug'; van den Berg beproeft de groene vlag roostervloer
    Anoniem, - \ 2010
    De kalverhouder 30 (2010)6. - ISSN 1389-3386 - p. 26 - 27.
    dierenwelzijn - stallen - vloeren - doorlaatbare vloeren - welzijnsvoorzieningen - kalveren - intensieve dierhouderij - animal welfare - stalls - floors - permeable floors - welfare services - calves - intensive husbandry
    Het onderzoek van Wageningen UR naar de welzijnsvloeren is nog in volle gang. Maar vleeskalverhouder Wijnand van den Berg uit Kootwijkerbroek heeft op eigen initiatief al een welzijnsrooster in zijn stal op proef
    Botsende beelden; innoveren bij maatschappelijke tegenwind, een vertooganalyse van het Gemend Bedrijf
    Horlings, L.G. ; Hinssen, J. ; Hermans, F. - \ 2010
    Tilburg : Telos en TransForum - 93
    intensieve dierhouderij - agro-industriële complexen - clustering - innovaties - regionale voedselketens - recycling - reconstructie - midden-limburg - besluitvorming - intensive husbandry - agroindustrial complexes - clustering - innovations - regional food chains - recycling - reconstruction - midden-limburg - decision making
    Het Nieuw Gemengd Bedrijf is een initiatief van vier ondernemers die samen met kennisinstellingen werken aan een samenwerkingsverband van plantaardige en dierlijke productiebedrijven die hun afval- en grondstofstromen koppelen. Het Nieuw Gemengd Bedrijf is gepland in het landbouwontwikkelingsgebied aan de Witveldweg in Horst aan de Maas - buitengebied kern Grubbenvorst - en omvat een concreet voorstel voor een agropark met intensieve veehouderij. Het landbouwont-wikkelingsgebied (LOG) Witveldweg is 211 hectare groot. In de nabije omgeving liggen de kernen Melderslo, Horst, Lottum, Lomm en Grubbenvorst. Het initiatief Nieuw Gemengd Bedrijf in Horst aan de Maas vindt plaats in de context van een Nederlandse landbouw in een metropolitane omgeving. De beleidsinzet vanuit het ministerie van LNV is om tot duurzamere agrarische productie te komen (LNV, Strategische Verkenning 2009-2019).
    Antibioticagebruik in de veehouderij : het moet minder
    Mevius, Dik - \ 2010
    intensive husbandry - antibiotics - animal health - livestock farming - animal disease prevention
    Banning antibiotics, reducing resistance, preventing and fighting infections : White paper on research enabling an 'antibiotic-free' animal husbandry
    Kimman, T.G. ; Smits, M.A. ; Kemp, B. ; Wever, P. ; Verheijden, J. - \ 2010
    Wageningen [etc.] : Wageningen UR etc. - 72
    dierhouderij - intensieve dierhouderij - antibiotica - diergezondheid - volksgezondheid - varkenshouderij - rundveehouderij - pluimveehouderij - animal husbandry - intensive husbandry - antibiotics - animal health - public health - pig farming - cattle husbandry - poultry farming
    Resistance of bacteria to antibiotics in animal husbandry is increasing and a point of growing concern. The large use of antibiotics in agriculture undoubtedly leads to the development of antibiotic resistance. This has resulted in a growing public concern on the rise of antibiotic resistance, and in particular on the transmission of resistant bacteria and resistance markers from animals to humans. Large antibiotic use in animal husbandry and antibiotic resistance threatens the health and well being of man and animal through a diminished effectiveness of antibiotic treatments. It causes high costs of – unnecessary or ineffective – antibiotic treatments of animals, and it impairs the image and legitimacy of the intensive livestock sector resulting in a further decline of its societal support and the consumer’s demand for its products. Therefore, politicians and industry will have to make forward looking choices. In this White Paper we present work packages for research lines aimed at eliminating the systematic use of antibiotics in the animal production sector and therewith the emergence of, and selection for, antibiotic resistance. We consider it urgent that the animal husbandry will start producing antibiotic-free wherever and as much as possible. Such a development requires large changes in day-to-day practices, attitudes, and behaviour of all participating stakeholders in animal husbandry. Changes may be enabled by new technical solutions and a design of animal husbandry aimed at optimal disease prevention. It is an illusion that a simple solution will suffice to reduce antibiotic use in animal husbandry. Integrated, multidisciplinary and comprehensive approaches will be absolutely required to make progress. A “search-anddestroy” policy may further be necessary to combat remaining resistant bacteria after the use of antibacterials as selective force has been diminished.
    Op eieren lopen? De grillige dynamiek van de maatschappelijke aandacht voor innovatieve veehouderijsystemen in kaart gebracht
    Pot, W.D. ; Termeer, C.J.A.M. - \ 2010
    Wageningen : Wageningen University - 89
    intensieve veehouderij - duurzaamheid (sustainability) - dierenwelzijn - dierhouderij - intensieve dierhouderij - agrarische bedrijfsvoering - innovaties - maatschappelijk draagvlak - dierlijke productie - dierethiek - intensive livestock farming - sustainability - animal welfare - animal husbandry - intensive husbandry - farm management - innovations - public support - animal production - animal ethics
    De intensieve veehouderij is geregeld onderwerp van heftige discussies in de Nederlandse samenleving. In het debat rondom de intensieve veehouderij spelen vele waarden, opvattingen en feiten. Veel burgers geven bijvoorbeeld aan dat ze dierenwelzijn en duurzaamheid belangrijk vinden en weren intensieve veehouderijen uit hun achtertuin. Tegelijkertijd stellen consumenten het belang van goedkoop voedsel voorop, en gaan boeren in de eerste plaats voor rendabiliteit. De beleidsmakers, tot slot, proberen de verschillen die er bestaan tussen burger, boer en consument te overbruggen. Tegen deze achtergrond wordt gezocht naar duurzame, diervriendelijke houderijsystemen die rendabiliteit en maatschappelijk draagvlak weten te combineren. Het Rondeel is een voorbeeld van een dergelijk duurzaam houderijsysteem.
    Tussenrapportage kooibodemonderzoek: zijn er verschillen in voetzoolbeschadigingen tussen 'oude' 2mm bodems en 'nieuwe' 3mm bodems?
    Jong, I.C. de; Reimert, H.G.M. - \ 2008
    Kontaktblad N.O.K. / Nederlandse Organisatie van Konijnenhouders 26 (2008)1. - p. 6, 9, 11 - 12.
    konijnen - dierhouderij - intensieve dierhouderij - konijnenhokken - kooien - doorlaatbare vloeren - huidziekten - benen - dierenwelzijn - rabbits - animal husbandry - intensive husbandry - rabbit housing - cages - permeable floors - skin diseases - legs - animal welfare
    Bij 3 praktijkbedrijven met nieuwe en oude bodems werden de voetzoolbeschadigingen van voedsters vergeleken
    Meetmethode voor ammoniakemissiemetingen uit stallen met uitloop = Measurement method for ammonia emissions from animal houses with an outdoor yard
    Mosquera, J. ; Hol, J.M.G. ; Huis in 't Veld, J.W.H. - \ 2008
    Wageningen : Animal Sciences Group (Rapport / Animal Sciences Group 100) - 21
    dierhouderij - intensieve dierhouderij - huisvesting, dieren - stallen - mest - meting - methodologie - ammoniakemissie - animal husbandry - intensive husbandry - animal housing - stalls - manures - measurement - methodology - ammonia emission
    De bepaling van de emissie uit stallen met uitloop is meettechnisch een complex gebied door de nabijheid van de stal als bron, het onregelmatig bemesten van het veld en de obstakelstroming rond de stal. In dit rapport worden resultaten gepresenteerd van emissiemetingen die uitgevoerd waren om te onderzoeken welke methoden toegepast zou kunnen worden om de ammoniakemissie van stallen met buitenuitloop nauwkeurig te kunnen meten
    Fish waste management by conversion into heterotrophic bacteria biomass
    Schneider, O. - \ 2006
    Wageningen University. Promotor(en): Johan Verreth, co-promotor(en): V. Sereti. - [S.l. ] : S.n. - ISBN 9789085044130 - 160
    vismest - dierlijk afval - bacteriën - heterotrofe micro-organismen - biomassa productie - conversie - voer - aquacultuur - intensieve dierhouderij - geïntegreerde systemen - duurzaamheid (sustainability) - fish manure - animal wastes - bacteria - heterotrophic microorganisms - biomass production - conversion - feeds - aquaculture - intensive husbandry - integrated systems - sustainability

    Just as all other types of animal production, aquaculture produces waste. This waste can be managed outside the production system, comparable to terrestrial husbandry systems. However, particularly recirculation aquaculture systems (RAS) are suited to manage waste within the system. In this case, processes have to be selected to convert the waste into a re-usable product. Dissolved and solid waste conversion by heterotrophic bacteria is one of these processes. In the present study, the potential of the latter process was investigated. An operational scheme was followed, which contained five steps: (1) to evaluate nutrient flows in integrated aquaculture systems, (2) to select and to investigate a conversion process, (3) to improve the process and analyze its sensitivity, (4) to evaluate the product suitability, (5) to derive the kinetics, reactor design, and to determine the integration possibilities into RAS.

    In chapter 2 nutrient flows, conversions and waste management were evaluated, which are taking place in integrated intensive aquaculture systems. In these systems, fish is cultured next to other organisms, which are converting nutrients, which would be otherwise discharged. These conversions were evaluated based on nitrogen (N) and phosphorous (P) balances using a mass balance approach. In the reviewed examples, fish culture alone retained 20-50% feed N and 15-65% feed P. The combination of fish culture with phototrophic conversion increased nutrient retention of feed N by 15-50% and of feed P by up to 53%. If in addition herbivore consumption was included, then the gained nutrient retention decreased by 60-85% feed N and 50-90% feed P. The conversion of nutrients into bacteria and detrivorous worm biomass contributed only to a smaller extent (e.g. 7% feed N and 6% feed P and 0.06% feed N 0.03xl0"3% feed P, respectively). AIl integrated modules had their specific limitations, which were related to uptake kinetics, nutrient preference, unwanted conversion processes and abiotic factors and implications.

    Chapters 3 to 5 focused on the experimental production of heterotrophic bacteria biomass on carbon (C) supplemented fish waste under different operational conditions. The results covered step two and three in the operational scheme.

    In chapter 3, the drum filter effluent from a RAS was used as substrate to produce heterotrophic bacteria in suspended growth reactors. Effects of organic C supplementation (0, 0.9, 1.7, 2.5gC/l as sodium acetate) and of hydraulic retention times (HRT: 1 l-lh) on bacteria biomass production and nutrient conversion were investigated. Bacteria production, expressed as VSS (volatile suspended solids) was enhanced by organic C supplementation, resulting in a production of 55-125gVSS/kg fish feed (0.2-0.5gVSS/gC). Maximum observed crude protein production was ~100g protein/kg fish feed. The metabolic maintenance costs were 0.08Cmol/Cmol h"', and the maximum growth rate was 0.25-0.5h"'. Approximately, 90% of the inorganic nitrogen and 80% of ortho-phosphate-phosphorus were converted.

    The influence of nitrogenous waste on bacteria yields was investigated in chapter 4. RAS effluents are rich in nitrate and low in total ammonia nitrogen (TAN). This might result in 20% lower bacteria yields, because nitrate conversion into bacteria is less energy efficient than TAN conversion. In this chapter, the influence of TAN concentrations (1, 12, 98, 193, 257mgTAN/l) and stable nitrate-N concentrations (174+29mgfl) on bacteria yields and N conversions was investigated in a RAS under practical conditions. The effluent slurry was supplemented with 1.7gC71 sodium acetate, due to C deficiency, and was converted continuously in a suspended bacteria growth reactor (6h HRT). TAN utilization did not result in different yields compared to those for nitrate (0.24-0.32gVSS/gC, p=0.763). However, TAN was preferred compared to nitrate and was converted to nearly 100%, independently of TAN concentrations. TAN and nitrate conversion rates differed significantly for increasing TAN levels (p<0.000 and p=0.012), and were negatively correlated. It seems, therefore, equally possible to supply the nitrogenous substrate for bacteria conversion as nitrate or as TAN. Because in RAS, nitrate is the predominant N form in the waste, the bacteria reactor can safely be integrated into an existing RAS as end of pipe treatment.

    In chapter 5, sodium acetate, which was used in chapter 3 and 4 was replaced by molasses as organic C supplement. The effect of molasses as alternative C source on bacteria productions and yields was investigated. One bacteria reactor (3.5 1) was connected to the drum filter (filter mesh size 60???) outlet of a recirculation system in a continuous flow (HRT: 6h). The different supplementation levels of molasses were 0.0, 3.2, 5.8, 7.8, 9JgCfl/d. For the maximum flux, the VSS and crude protein production were about 168gVSS and 95g crude protein per kg feed. The maximum conversion of nitrate and ortho-phosphate was 24g NO3-N and 4gP/kg feed, a conversion of 90% of the inorganic nitrogenous waste and 98% of the ortho-phosphate-P. Furthermore the maximum substrate removal rate and the half saturation constant (K8) were determined (1.62gC/l^i and 0.097gC/l respectively). The maximum specific removal rate was 0.31gC/gVSS/h and the related K5 was 0.008gC/l. The observed growth rate reached a maximum for C fluxes higher than 8g/l/d.

    Chapter 6 and 7 were focusing on the fourth step of the operational scheme (product evaluation and determination of re-use potential).

    Because the produced bacteria biomass might contain pathogens, which could reduce its suitability as feed, it was important to characterize the obtained bacteria communities under different conditions (chapter 3 to 5, reported in chapter 6). The operation conditions were: 7h hydraulic retention time versus 2h, sodium acetate versus molasses (organic C supplement), and ammonia versus nitrate (N donor). Samples were analyzed by standard biochemical tests, by 16sRNA ribotyping and ribosomal RNA gene-targeted PCR-DGGE fingerprinting combined with clone library analysis. The community of the drum filter effluent was different from the communities found in the bacteria reactors. However, all major community components were present in both the drum filter effluent and reactor broths. HRTs (7h versus 2h) influenced bacteria community resulting in a more abundant fraction of alpha proteobacterium Bioluz/ Acinetobacter at 2h HRT compared to 7h HRT (Rhizobium! Mezorhizobium). The use of molasses instead of sodium acetate changed the bacteria community from Rhizobium/ Mesorhizobium to Aquaspirillum as major component. Providing TAN in addition to nitrate as nitrogenous substrate led to the occurrence of bacteria close to Sphaerotilus, Sphingobacterium and Jonesia. From those results, it was concluded that 6-7h HRT is recommended, and that the type of substrate (sodium acetate or molasses, TAN or nitrate) is less important, and results in communities with a comparable low pathogenic risk.

    In chapter 7, the produced bacteria biomass was fed to shrimps (Litopenaeus vannamei), In total three different diets were used in a variance of a T-maze test: a commercial shrimp feed, the bacteria biomass, which was produced in the suspended growth reactors on C supplemented fish waste under conditions, comparable to those reported in chapter 3, and slurry, which was anaerobicaliy produced in a denitrification reactor. If the bacteria products would be attractive as diet, the nutrient retention of the RAS would be improved, resulting in a system, combining fish, bacteria and shrimp. The diet preference was interpreted as an expression of diet attractiveness. As a first result, shrimp were moving from an equal distribution before feeding (+/-50%, -2min), towards the feeding places (>50%, 2, 5, and 10 minutes after feeding). It was, therefore, inferred, that all bacteria biomass and commercial feed combinations were basically attractive for the shrimp. This response was not instantaneous. After feeding (2min) more than 80% of the shrimp were present at the feeding places and showed a significant preference for the commercial feed compared to the aerobically produced bacteria slurry. For the other diet combinations no significant differences could be detected for 2min. For 5 and lOmin after feeding, shrimp behavior changed from the commercial feed to the aerobically and anaerobicaliy produced bacteria biomass segments. From this study it was conc!uded that although the commercial diet was preferred above the aerobic slurry, the bacteria slurries had also attracted the shrimps. There was no unambiguous conclusion to be made regarding the preference for aerobic or anaerobic produced slurry. In chapter 8, the design of a suspended bacteria growth reactor integrated in a lOOMT African catfish farm was determined. This study integrated results from the earlier chapters to calculate the bacteria kinetics (yield=0.537gVSS/gC; endogenous decay coefficienl=0.033h^'; maximum specific growth rate=0.217h^ ; half-velocity constant=0.025g/l; and maximum rate of substrate utilization-0.404gC/gVSS*h). As part of the study a model was developed and validated. This model was used to calculate the VSS production and nutrient conversion by heterotrophic bacteria conversion for a lOOMT African catfish farm. The VSS production was 187gVSSAcg feed and the inorganic nutrients (N and P) were removed with an efficiency of 85 and 95% for a C supplementation level of 3.5gC/l (455gC/kg feed). A reactor integrated in a lOOMT farming facility would have a volume of 11m , based on a minimum HRT of6h. The production and potential re-use of heterotrophic bacteria biomass is, therefore, a prospective tool to lower nutrient discharge and to increase nutrient retention and sustainability of RAS in the future.

    Windsingels beïnvloeden de verspreiding van ammoniak
    Dijk, C.J. van - \ 2004
    stankemissie - windsingels - intensieve dierhouderij - reductie - ammoniakemissie - odour emission - shelterbelts - intensive husbandry - reduction - ammonia emission
    In deze verkennende studie is de effectiviteit van een windsingel op de verspreiding van ammoniak in beeld gebracht door middel van een meetcampagne rond een bestaande varkenshouderij met een windsingel op korte afstand van de stallen. Met passieve samplers zijn de emissie- en immissieconcenraties gemeten
    Blaarkoppen bekeken
    Jong, G. ; Berentsen, P.B.M. - \ 2003
    Veeteelt 20 (2003)8. - ISSN 0168-7565 - p. 10 - 12.
    melkveehouderij - melkvee - zwartbont - zeldzame rassen - extensieve dierhouderij - intensieve dierhouderij - agrarische bedrijfsvoering - bedrijfsresultaten in de landbouw - bedrijfsvergelijking in de landbouw - dairy farming - dairy cattle - holstein-friesian - rare breeds - extensive husbandry - intensive husbandry - farm management - farm results - farm comparisons
    Voor extensieve melkveebedrijven is m.b.v. modelberekeningen een economische vergelijking gemaakt tussen blaarkoppen en HF-koeien
    Perspectiefvolle houderijsystemen van rosevlees tot jong rundvlees
    Heeres-van der Tol, J.J. - \ 2001
    Lelystad : Praktijkonderzoek Veehouderij (Rapport / Praktijkonderzoek Veehouderij 214) - 20
    vleeskalveren - vleesvee - kalfsvlees - vleesproductie - intensieve dierhouderij - slachtpremies - slachtgewicht - economische haalbaarheid - huisvesting van kalveren - regelingen - kalverproductie - toekomst - Nederland - veal calves - beef cattle - veal - meat production - intensive husbandry - slaughter premiums - slaughter weight - economic viability - calf housing - regulations - calf production - future - Netherlands
    Veel vleesveehouders zijn omgeschakeld naar de productie van rosévlees. Bij dit productiesysteem worden overwegend zwartbonte stierkalveren met een intensief rantsoen van krachtvoer, bijproducten en snijmaos gemest en op een leeftijd van circa 35 weken geslacht (karkasgewicht circa 185 kg).
    Psychoneuroimmunology in pigs can the immune system cope with intensive husbandry conditions
    Groot, J. de - \ 2001
    - 141
    varkens - muizen - immuunsysteem - immuniteit - immunologie - intensieve dierhouderij - stress - zenuwstelsel - dierziekten - beschadigingen - adaptatie - psychologische fysiologie - pigs - mice - immune system - immunity - immunology - intensive husbandry - stress - nervous system - animal diseases - injuries - adaptation - psychological physiology
    Effecten van kooivergroting op productieresultaten en gedrag van voedsters in de commerciele konijnenhouderij
    Rommers, J.M. ; Meijerhof, R. ; Someren, G. van - \ 1996
    Beekbergen : Praktijkonderzoek Pluimveehouderij (PP uitgave : praktijkonderzoek pluimveehouderij 54) - 41
    kooien - huisvesting, dieren - konijnenhokken - prestatieniveau - konijnen - vrouwelijke dieren - kooigrootte - diergedrag - intensieve dierhouderij - stallen - rabbits - cages - animal housing - rabbit housing - performance - female animals - cage size - animal behaviour - intensive husbandry - stalls
    De standaard kooigrootte werd vergeleken met een tweemaal zo grote kooi (100x 60 cm). Geobserveerd is of voedsters een voorkeur hebben voor een plaats in de kooi, die verder van de nestkast verwijderd is dan mogelijk is in de standaard kooi. Het bleekdat dit niet het geval was en dat de kooivergroting weinig invloed op de productie had. Voor de kooihoogte werd de standaard vergeleken met een 20 cm hogere kooi, waarbij geobserveerd is of voedsters zich vaker oprichten in een verhoogde kooi. In de verhoogde kooien richten de voedsters zich op, terwijl dit gedrag bij de standaardhoogte nauwelijks werd gezien. Het verhogen van de kooi had tevens een positieve invloed op de productie, waarbij het effect echter afhankelijk was van het type bodem. Op de alternatieve bodem waren de jongen zwaarder in de verhoogde kooien, terwijl dit op de gaasbodem niet werd gevonden.
    Toepassing van alternatieve kooibodems te voorkoming van voetzoolbeschadigingen bij voedsters in de commerciele konijnenhouderij
    Rommers, J.M. ; Meijerhof, R. ; Someren, G. van - \ 1996
    Beekbergen : Praktijkonderzoek Pluimveehouderij (PP uitgave : praktijkonderzoek pluimveehouderij 49) - 28
    konijnen - vrouwelijke dieren - huisvesting, dieren - kooien - vloeren - doorlaatbare vloeren - lattenvloeren - pododermatitis - prestatieniveau - konijnenhokken - intensieve dierhouderij - stallen - rabbits - female animals - animal housing - cages - floors - permeable floors - slatted floors - pododermatitis - performance - rabbit housing - intensive husbandry - stalls
    Onderzoek is verricht naar de toepassing van alternatieve kooibodems ter preventie van voetzoolbeschadigingen bij voedsters. Acht verschillende typen alternatieve kooibodems zijn onderzocht en vergeleken met de traditionele gaasbodem (controle). Zes typen alternatieve kooibodems waren afkomstig uit de commerciële konijnenhouderij (Igodt, 2 typen Materlap, kunststof latten, Chabeauti en Extrona). Twee typen bodems waren afkomstig uit de pluimveehouderij (Vencomatic) en de eendenhouderij (Red Rooster)
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.