Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 604

    • help
    • print

      Print search results

    • export
      A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
    Check title to add to marked list
    Analysis of land change with parameterised multi-level class sets : exploring the semantic dimension
    Jansen, L.J.M. - \ 2010
    Wageningen University. Promotor(en): Tom Veldkamp. - [S.l. : S.n. - ISBN 9789085858287 - 229
    landclassificatie - landdegradatie - landevaluatie - landgebruik - landhervorming - remote sensing - dynamiek van het ruimtegebruik - dynamisch modelleren - land classification - land degradation - land evaluation - land use - land reform - remote sensing - land use dynamics - dynamic modeling
    Een veelvoorkomend probleem in de landdynamiek is dat na verloop van tijd kennis vordert, technologie ontwikkelt en beleidsdoelstellingen veranderen. Dit betekent dat met elke kartering die wordt uitgevoerd, met een voor dat doel specifiek ontworpen classificatie, een nieuwe basis dataset wordt gemaakt in plaats van een continue gegevensreeks. Verschillen in de naamgeving van klassen, veranderingen in de definitie van de klasse, en de toevoeging of verwijdering van de klassen in de datasets over hetzelfde gebied in verschillende periodes leveren problemen op in de scheiding van de feitelijke veranderingen in de tijd van klaarblijkelijke veranderingen in de definities van categorieën. In de praktijk zullen de resultaten van verschillende onderzoeken echter moeten worden geharmoniseerd in tijd en ruimte.
    Thirty years of systematic land evaluation in the Netherlands
    Sonneveld, M.P.W. ; Hack-ten Broeke, M.J.D. ; Diepen, C.A. van; Boogaard, H.L. - \ 2010
    Geoderma 156 (2010)3-4. - ISSN 0016-7061 - p. 84 - 92.
    landevaluatie - bodem - kaarten - cartografie - nederland - land evaluation - soil - maps - mapping - netherlands - moisture supply capacity - soil survey - use history - science - simulation - management - communities
    Thirty years ago, the third version of the land evaluation procedure by the Dutch Working Group for the Interpretation of Soil Maps (WIB-C) was published. This allowed for the first time a systematic approach for the evaluation of land units. Previous procedures in The Netherlands were dependent on empirical knowledge and were not flexible. The WIB-C procedure was developed for planning purposes on a regional level and resembled the qualitative physical approach of the FAO land evaluation framework. This paper documents the main elements of the WIB-C procedure and describes its continued use and development over the past three decades. In time, serious questions about the procedure were being raised. Specifically, it appeared that: i) there was an increasing need for more quantitative approaches in combination with simulation models, ii) there was a need to differentiate between scales, iii) environmental aspects needed to be taken into account and iv) the dynamic nature of soils in relation to land use required more dynamic representations of soil processes. The conversion of the WIB-C procedure into an automated GIS environment greatly enhanced the flexibility of the procedure and allowed stakeholders to provide input into the procedure. Currently, parts of the procedure are still successfully being implemented in studies at sub-regional and regional level. At national and European level, approaches similar to WIB-C are useful for ranking soils and identifying areas that are at risk for a certain threat to the soil. New definitions of multifunctional land utilization types where different spatial functions are jointly evaluated have not yet been fully developed but will be needed in the future because of their role in current national and European policies. This also relates to the EU Soil Protection Strategy where a new array of soil functions is being distinguished. The application domain of land evaluation procedures has nowadays been broadened from land use and land allocation to optimum sustainable resource use, and from land use planning to environmental impact assessments and risk assessments, from one-time assessments to continuous monitoring of environmental changes, and to analysis of past trends and future projections, as in scenario studies. It is in this whole new field of interdisciplinary applications that the kind of interpretation procedures as developed originally for land evaluation can make a contribution.
    Bodemkundig-hydrologisch onderzoek in het landinrichtingsgebied Schinveldse Es : bodemgesteldheid en bodemgeschiktheid
    Brouwer, F. ; Kiestra, E. ; Stoffelsen, G.H. ; Werff, M.M. van der - \ 2009
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1796) - 95
    bodemkarteringen - grondwaterspiegel - landinrichting - bodemgeschiktheid - landevaluatie - kaarten - nederland - zuid-limburg - soil surveys - water table - land development - soil suitability - land evaluation - maps - netherlands - zuid-limburg
    Bodemkundige beschrijving van het herverkavelingsgebied gelegen binnen de gemeente Onderbanken, ca 725 ha groot. Hiervan bestaat ca 235 ha uit cultuurgronden en ca 490 ha uit bosgebied en bestaande natuur (EHS). De cultuurgronnden zijn opnieuw gekarteerd; bos en natuur zijn beoordeeld aan de hand van de bestaande bodemkaart (Broek, Breteler, 1959)
    Geschikte of vruchtbare landbouwgronden in Nederland en Europa : een overzicht en synthese van bestaande informatie
    Hack-ten Broeke, M.J.D. ; Rietra, R.P.J.J. ; Romkens, P.F.A.M. ; Vries, F. de - \ 2008
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1693) - 63
    bodemvruchtbaarheid - landbouwgronden - bescherming - landevaluatie - landgebruik - inventarisaties - bodemkarteringen - nederland - kaarten - soil fertility - agricultural soils - protection - land evaluation - land use - inventories - soil surveys - netherlands - maps
    Het ministerie van LNV onderzoekt of er argumenten zijn om vruchtbare landbouwgronden te beschermen. In dit rapport is informatie verzameld om vruchtbare landbouwgronden te definiëren op basis van fysische, chemische en biologische eigenschappen waarbij het gaat om een optimale opbrengst met een minimale belasting van het milieu. Verzameld zijn kaarten van landgebruik en de landbouwkundige geschiktheid in Nederland en Europa, en van de gehalten of uitspoeling aan fosfaat, nitraat, koper en zink in Nederland. Gecombineerde kaarten met landbouwkundige geschiktheid en milieubelasting in Nederland geven aan dat het mogelijk is om op een bepaald schaalniveau vruchtbare landbouwgronden aan te wijzen.
    Buurmans land is maar een keer te koop
    Cotteleer, G. ; Luijt, J. - \ 2007
    Agri-monitor 13 (2007)1. - ISSN 1383-6455 - p. 5 - 6.
    overdrachten van grond - grondprijzen - grondbeheer - grondeigendom - landeigenaren - landevaluatie - landtypen - landgebruik - terrein - ruimtelijke ordening - land transfers - land prices - land management - land ownership - landowners - land evaluation - land types - land use - terrain - physical planning
    De agrarische grondprijs in verstedelijkte gebieden wordt gedomineerd door de mate van stedelijke druk. In de meer afgelegen landbouwgebieden wordt de hoogte van diezelfde agrarische grondprijs in belangrijke mate bepaald door de verhouding tussen het aantal kopers en verkopers op lokale agrarische grondmarkten. Dit blijkt uit een recente studie van het LEI en de Leerstoelgroep Agrarische Economie en Plattelandsbeleid van Wageningen Universiteit.
    Buurmans land is maar een keer te koop
    Luijt, J. ; Cotteleer, G. - \ 2007
    De Landeigenaar 53 (2007)1. - ISSN 0166-5839 - p. 3 - 4.
    overdrachten van grond - grondprijzen - grondbeheer - grondeigendom - landeigenaren - landevaluatie - landtypen - landgebruik - terrein - ruimtelijke ordening - land transfers - land prices - land management - land ownership - landowners - land evaluation - land types - land use - terrain - physical planning
    De agrarische grondprijs in verstedelijkte gebieden wordt voornamelijk bepaald door de mate van stedelijke druk en in mindere mate door ontwikkelingen in de landbouw. Daartegenover staat dat de hoogte van diezelfde agrarische grondprijs buiten de stedelijke invloedsfeer, dus in de meer afgelegen rurale gebieden, in belangrijke mate bepaald wordt door de verhouding tussen het aantal kopers en verkopers op lokale agrarische grondmarkten. Dit blijkt uit een recente studie die het LEI en de WUR onlangs samen hebben uitgevoerd
    Spatial data quality: from description to application
    Oort, P.A.J. van - \ 2006
    Wageningen University. Promotor(en): Arnold Bregt, co-promotor(en): Sytze de Bruin. - Wageningen : Wageningen Universiteit - ISBN 9789085043393 - 125
    geografische informatiesystemen - gegevensanalyse - gegevensverwerking - kwaliteit - landevaluatie - verandering - schatting - gebruiksefficiëntie - geographical information systems - data analysis - data processing - quality - land evaluation - change - estimation - use efficiency
    The growing availability of spatial data along with growing ease to use the spatial data (thanks to wide-scale adoption of GIS) have made it possible to use spatial data in applications inappropriate considering the quality of the data. As a result, concerns about spatial data quality have increased. To deal with these concerns, it is necessary to (1) formalise and standardise descriptions of spatial data quality and (2) to apply these descriptions in assessing the suitability (fitness for use) of spatial data, before using the data. The aim of this thesis was twofold: (1) to enhance the description of spatial data quality and (2) to improve our understanding of the implications of spatial data quality.

    Chapter 1 sets the scene with a discussion on uncertainty and an explanation of why concerns about spatial data quality exist. Knowledge gaps are identified and the chapter concludes with six research questions.

    Chapter 2 presents an overview of definitions of spatial data quality. Overall, I found a strong agreement on which elements together define spatial data quality. Definitions appear to differ in two aspects: (1) the location within the meta-data report: some elements occur not in the spatial data quality section but in another section of the meta-data report; and (2) the explicitness with which elements are recognised as individual elements. For example, the European pre-standard explicitly recognises theelement'homogeneity'. Other standards recognise the importance of documenting the variation in quality, without naming it explicitly as an individual element.

    In chapter 3 we quantified the spatial variability in classification accuracy for the agricultural crops in the Dutch national land cover database (LGN). Classification accuracy was significantly correlated with: (1) the crop present according to LGN, (2) the homogeneity of the 8-cell neighbourhood around each cell, (3) the size of the patch in which a cell is located, and (4) the heterogeneity of the landscape in which a cell is located.

    In chapter 4 I present methods that use error matrices and change detection error matrices as input to make more accurate land cover change estimates. It was shown that temporal correlation in classification errors has a significant impact and must be taken into account. Producers of time series land cover data are recommended not only to report error matrices, but also change detection error matrices.

    Chapter 5 focuses on positional accuracy and area estimates. From the positional accuracy of vertices delineating polygons, the variance and covariance in area can be derived. Earlier studies derived equations for thevariance,this chapter presents a covariance equation. The variance and covariance equation were implemented in a model and applied in a case-study. The case-study consisted of 97 polygons with a small subsidy value (in euros per hectare) assigned to each polygon. With the model we could calculate the uncertainty in the total subsidy value (in euros) of the complete set of polygons as a consequence of uncertainty in the position of vertices.

    Chapter 6 explores the relationship between completeness of spatial data and risk in digging activities around underground cables and pipelines. A model is presented for calculating the economic implications of over- and incompleteness. An important element of this model is therelationship between detection time and costs. The model can be used to calculate the optimal detection time, i.e. the time at which expected costs are at their minimum.

    Chapter 7 addresses the question why risk analysis (RA) is so rarely applied to assess the suitability of spatial data prior to using the data. In theory, the use of RA is beneficial because it allows the user to judge if the use of certain spatial data does not produce unacceptable risks. Frequently proposed hypotheses explaining the scarce adoption of RA are all technical and educational. In chapter 7 we propose a new group of hypotheses, based on decision theory. We found that the willingness to spend resources on RA depends (1) on the presence of feedback mechanisms in the decision-making process, (2) on how much is at stake and (3) to a minor extent on how well the decision-making process can be modelled.

    Chapter 8 presents conclusions on the six research questions (chapters 2-7) and lists recommendations for users, producers and researchers of spatial data. With regard to the description, four recommendations are given. Firstly, spend more effort on documenting the lineage of reference data. Secondly, quantify and report correlation of quality between related data sets. Thirdly, investigate the integration of different forms of uncertainty (error, vagueness, ambiguity). Fourthly, study the implementation and use of spatial data quality standards. With regard to the application of spatial data quality descriptions, I have two main recommendations. Firstly, to continue the line of research followed in this thesis: quantification of implications of spatial data quality, through development of theory along with tangible illustrations in case-studies. Secondly, there is a need for more empirical research into how users cope with spatial data quality.

    Agriculture, climate and future land use patters: potential for a simulation-based exploration
    Verburg, P.H. ; Lesschen, J.P. - \ 2006
    In: Agriculture and Climate Beyond 2015 / Brouwer, F., McCarl, B.A., Dordrecht : Springer (Environment & policy 46) - ISBN 9781402040634 - p. 5 - 32.
    landbouw - landgebruik - landevaluatie - klimaatverandering - agriculture - land use - land evaluation - climatic change
    Duurzame landbouw in Nederland : verkenning van het ruimtelijk perspectief
    Bosch, G.F. van den; Hermans, C.M.L. ; Agricola, H.J. ; Olde Loohuis, R.J.W. - \ 2005
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1120)
    landbouw - duurzaamheid (sustainability) - indicatoren - nederland - landgebruik - landevaluatie - agriculture - sustainability - indicators - netherlands - land use - land evaluation
    Duurzame landbouw in Nederland bouwt voort op 'Een routekaart naar duurzame landbouw' (Alterra-rapport 824). Het geeft een verdieping en uitwerking van onderdelen van de routekaart, met name de waarom, de wat en de waar-vragen: waarom of wat zijn de problemen, wat is duurzame landbouw en waar, voor welke gebieden in Nederland geldt dit. Het resultaat zijn beelden van de duurzaamheid van de landbouw op gemeentelijk niveau, op grond van economische en ecologische factoren. In de aanbevelingen wordt geconstateerd dat deze resultaten gezien moeten worden in het perspectief van Europese ontwikkelingen en dat voor een invulling op regionaal niveau de sociale aspecten belangrijk zijn.
    Kwel in beeld : Inventarisatie van kwelkwaliteit ten behoeve van natuurgerichte landevaluatiesysteem NATLES
    Jansen, P.C. - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 904) - 56
    kwel - bodemwaterbeweging - inventarisaties - landevaluatie - cartografie - natuurbescherming - utrechtse heuvelrug - seepage - soil water movement - inventories - land evaluation - mapping - nature conservation - utrechtse heuvelrug
    De zuurkaart die het model NATLES als één van de basiskaarten voor natuurevaluatie gebruikt wordt samengesteld op basis van onder andere de hardheid van het grondwater. De hardheid is in maximaal 3 klassen onderscheiden: hard, matig hard en zacht grondwater. De volgende stap in de ontwikkeling van NATLES is gericht op een uitbreiding met een extra, matig zacht, watertype. Niet allen het model zelf, maar ook op de verspreidingskaart waarop de watertypen staan aangegeven moet hiervoor worden aangepast. In een proefgebied aan de zuidflank van de Utrechtse Heuvelrug is een methode ontwikkeld om de verspreiding van (kwel)watertypen in kaart te brengen. Met de hieruit afgeleide kweltypenkaart zijn met NATLES voor 2 hydrologische scenario’s de gevolgen voor zuurgraad berekend.
    Validatie Natuurgericht Landevaluatiesysteem NATLES; toetsing van de voorspelling van ecotooptypen aan veldgegevens in proefgebieden Beerze-Reusel
    Delft, S.P.J. van - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 947) - 113
    landevaluatie - natuurbescherming - ecosystemen - ecologie - vegetatie - voorspelling - simulatiemodellen - nederland - natuur - ecohydrologie - natuurtechniek - land evaluation - nature conservation - ecosystems - ecology - vegetation - prediction - simulation models - netherlands - nature - ecohydrology - ecological engineering
    Om de betrouwbaarheid van het NATuurgericht LandEvaluatieSysteem (NATLES) te kunnen beoordelen is in het stroomgebied van de Beerze en Reusel een validatie van dit model uitgevoerd. Ecotooptypen die voorspeld zijn op basis van een hydrologisch model (SIMGRO) en de bodemkaart zijn vergeleken met ecotooptypen die door vegetatieopnamen worden geïndiceerd. Het blijkt dat de voorspelling van de ecotooptypen door NATLES vrij goed is, mits de gebruikte basisgegevens voldoende betrouwbaar en gedetailleerd zijn. Het hydrologisch model bleek in natuurgebieden te diepe grondwaterstanden te voorspellen en gebruikte bodemkaart (schaal 1 : 50 000) geeft o.a. de dikte van kleiafzettingen in beekdalen niet goed weer, waardoor systematische afwijkingen ontstaan in de voorspelde ecotooptypen. De voorspellingen door NATLES kunnen met name verbeterd worden voor de bepaling van de vochttoestand bij natte en zeer vochtige standplaatsen en voor de zuurgraad bij moerige gronden.
    Landscape-indicator development: steps towards a European approach
    Wascher, D.M. - \ 2004
    In: The new dimensions of the European landscape. - Dordrecht : Springer - ISBN 9781402029097 - p. 237 - 252.
    landschap - landevaluatie - platteland - indicatoren - europa - landschapsecologie - landscape - landscape ecology - land evaluation - rural areas - indicators - europe
    The large diversity of landscapes characteristic for specific regions is one of the key cultural-heritage elements of Europe, although there is a tendency for regional differences to disappear. In view of the increasing interest in landscape-related concepts expressed by policy institutes such as the European Commission, the European Environment Agency (EEA), the Council of Europe and the OECD, national activities in the field of landscape indicators are becoming an important reference when developing European-wide assessments. Being strongly rooted in earth sciences (soil, water, land use, biodiversity) as well as social sciences, landscape indicators can play an essential role when assessing the sustainability of Europe¿s rural and peri-urban land. After reviewing recent international approaches to landscape-indicator development on the basis of a conceptual framework that integrates landscape functions in the context of DPSIR, this paper explores national approaches to `Landscape Character Assessment¿ as references for the practical application of indicators. Finally, a set of conclusions and recommendations addressing scientists and policymakers are given.
    Bodemkundig-hydrologisch onderzoek voor de waardebepaling van de gronden in het landinrichtingsgebied Odoorn
    Stoffelsen, G.H. - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 814) - 127
    landevaluatie - bodemkarteringen - landinrichting - bodemwater - grondwaterspiegel - kaarten - drenthe - land evaluation - soil surveys - land development - soil water - water table - maps - drenthe
    Het landinrichtingsgebied Odoorn bestaat uit afzettingen die dateren uit zowel het Pleistoceen als het Holoceen. De afzettingen uit het Pleistoceen, die aan of nabij het oppervlak (binnen boorbereik) voorkomen, bestaan voor een deel uit dekzand en fluvioperiglaciaal zand, en worden tot de Formatie van Twente gerekend. Verder worden ook keileem en keizand (Formatie van Drenthe) aangetroffen. De stuifzandgronden (Formatie van Kootwijk) en de veen- en beekdalgronden (Formatie van Griendtsveen en Formatie van Singraven) dateren uit het Holoceen. In de Exloosche Landen (Hunzedal) hebben we vooral te maken met ontgonnen veengronden, in het veenkoloniale gedeelte rond de Odoorner Zijtak is het meeste veen door afgraving verdwenen. Tijdens het (weer) in cultuur brengen van de afgeveende gronden zijn vaak diepe grondbewerkingen toegepast. We hebben de gronden ingedeeld volgens het Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. In het gebied komen zandgronden, veengronden en moerige gronden en oude kleigronden voor. Op het ¿Hondsruggedeelte¿ treffen we vooral zandgronden aan. Binnen de zandgronden zijn de podzol-gronden, de eerdgronden en de vaaggronden onderscheiden. De veengronden komen voornamelijk voor in het noordelijk deel van het landinrichtingsgebied (Exloosche Landen). Naar de aard van de bovengrond hebben we madeveengronden en meerveengronden onderscheiden. De moerige gronden komen voor in het noordoosten, in het zuidwesten (Oringerweide ) en het zuidoostelijk deel van het gebied (Kampervenen). Veel moerige gronden hebben als gevolg van diepe grondbewerking en/of bezanding een zanddek. De oude kleigronden in dit gebied bestaan alleen uit keileemgronden. We treffen ze aan op de hogere plateaus en de ruggen op de Hondsrug. De waterbeheersing in dit gebied varieert van onvoldoende tot goed. De gronden met grondwatertrap (Gt) IIa, IIIa, Vao en Vad hebben een gebrekkige ontwatering in de winter en voorjaarsperiode. De gronden die gekarakteriseerd zijn met Gt IIb, Gt IIIb, Gt Vbo en Gt Vbd kunnen getypeerd worden als gronden met een redelijke ontwatering. Uit landbouwkundig oogpunt zijn de gronden met Gt IVu qua vochtvoorziening en ontwatering optimaal; ze zijn onder normale omstandigheden niet te nat en niet te droog. We hebben ze voornamelijk aangetroffen in de Exloosche Landen en in het veenkoloniale gebied ten noorden van de Odoorner Zijtak. Goed tot zeer goed ontwaterde gronden zijn die welke getypeerd zijn met Gt VIo, Gt VId, Gt VIIo, Gt VIId en Gt VIIId. De gewassen op de gronden met de grondwatertrappen VIId en VIIId hebben in een gemiddeld jaar of droger te kampen met een opbrengstdepressie door vochttekort. De resultaten van het veldbodemkundig onderzoek zijn weergegeven op een bodem- en grondwatertrappenkaart (schaal 1 : 10 000). Voorts zijn de verzamelde bodemkundige en hydrologische gegevens (boorgegevens en vlakgegevens) opgeslagen in digitale bestanden. De resultaten van het onderzoek worden ondermeer gebruikt voor het vaststellen van de ruilwaarde van de gronden. Met behulp van de semi-geautomatiseerde bodemgeschiktheidsapplicatie `BODEGA¿ is het mogelijk de bodem- en grondwatertrappenkaart te vertalen naar een gebiedsdekkende ruilwaardenkaart.
    Naar een monitor landschap voor de provincie Noord-Holland; een inventarisatie van wensen en eisen
    Koomen, A.J.M. ; Maat, T.N.M. van der - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 779) - 61
    landschap - landevaluatie - monitoring - nederland - noord-holland - landscape - land evaluation - monitoring - netherlands - noord-holland
    De provincie Noord-Holland (Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten) heeft in 2000 besloten tot de ontwikkeling van een monitor voor natuur en landschap. In deze studie is onderzoek verricht naar de wensen en eisen van medewerkers van de provincie met betrekking tot een monitor voor landschap. In een serie interviews en een workshop is veel informatie verzameld hetgeen heeft geleid tot een aantal opties voor een monitor landschap.
    Het bodemschap voor effectief milieubeheer ; orakel
    Veldkamp, A. - \ 2003
    Landschap : tijdschrift voor landschapsecologie en milieukunde 20 (2003)4. - ISSN 0169-6300 - p. 215 - 215.
    landevaluatie - bodem - bodemkwaliteit - openbare redes - soil - land evaluation - soil quality - public speeches
    Deze orakel is gebaseerd op de rede "Landschap, bodemschat, vakmanschap: dynamiek in ruimte en tijd" bij aanvang van de leerstoel Bodeminventarisatie en landevaluatie (Wageningen Universiteit). De rede bevat een pleidooi voor het instellen van een bodemschap, een bestuurlijke beheersvorm, analoog aan het waterschap
    Randvoorwaarden natuurontwikkeling Onderlaatse Laak; bodemkundige en hydrologische kansen en beperkingen voor de realisatie van natuurdoelen
    Delft, S.P.J. van; Jansen, P.C. - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 799) - 94
    natuurbescherming - hydrologie - bodemtypen (ecologisch) - bodemkarteringen - landevaluatie - nederland - kaarten - natuurontwikkeling - ecohydrologie - achterhoek - gelderland - beekdalen - nature conservation - hydrology - soil types (ecological) - soil surveys - phosphates - land evaluation - netherlands - nature development - ecohydrology - achterhoek - gelderland - brook valleys
    Voor het dal van de Onderlaatse Laak zijn de abiotische randvoorwaarden voor natuurontwikkeling onderzocht. In het beekdal komen kwelgevoede zandgronden en jonge kleigronden voor, en op de flanken regenwatergevoede zandgronden. Vanwege de hoge ijzergehalten in de kwelgevoede zandgronden en jonge kleigronden is de beschikbaarheid van fosfaat (fosfaatverzadiging) laag. Afgraven van deze gronden wordt ontraden omdat daarmee het buffersysteem voor fosfaat en zuur wordt aangetast. De meeste gronden zijn te droog voor de natte natuurdoelen die er worden nagestreefd. Met behulp van het natuurgericht landevaluatie systeem NATLES voor enkele vernattingsscenario's het effect op de realiseerbaarheid van natuurdoelen bepaald. Bij vernatting kan een verbetering bereikt worden van de doelrealisatie voor bloemrijk grasland zuur en natte heide.
    Demand-driven land evaluation; with case studies in Santa Catarina-Brazil
    Bacic, I.L.Z. - \ 2003
    Wageningen University. Promotor(en): Arnold Bregt, co-promotor(en): D.G. Rossiter. - Enschede : ITC - ISBN 9789058089021 - 159
    landevaluatie - vraag - gegevens verzamelen - besluitvorming - informatie - rapporten - kaarten - brazilië - land evaluation - demand - data collection - decision making - information - reports - maps - brazil
    The main objective of this thesis is to improve use and usefulness of information for rural land use decisions based on an operational demand-driven approach for land evaluation with case studies in Santa Catarina State, Brazil. To achieve this objective, the following research questions were formulated: (1) Are the existing land evaluation reports useful to rural decision makers?; (2) What interpreted information is necessary for rural decision-making?; (3) What are the implications of the planning environment for land evaluation?; (4) What primary information are necessary and feasible to collect or generate?; (5) What models and research methods can be used and which adaptations are necessary considering local conditions?; and (6) How do decision makers evaluate methods, tools and the new information? Is it worth to invest time and resources to further improve information?

    This thesis is a collection of papers, all dealing with case studies inSanta Catarina,Braziland related to demand-driven land evaluation, published or submitted to international peer-reviewed journals. The case studies presented in chapters 4, 5 and 6 were selected according to the main demands of users as identified in the previous chapters.

    Chapter 2describes and quantifies the use and usefulness of soil surveys and land evaluation reports to land use planners, observe the relation between latent demand and actual supply and suggest improvements on current methods. It is the basis for the thesis, indicating the main directions to be followed. The soil resource inventory and associated land evaluation had some utility, but were not in general used for their intended purpose, namely farm planning. This was mainly because they did not contain crucial information necessary to such planning in the actual context in which the farmer had to take decisions. The primary deficiencies were identified as: (1) no estimate of environmental degradation risk, (2) no financial analysis, (3) no social analysis of decision-makers' attitudes and preferences, (4) no risk assessment for weather, yields, profits and market, and (5) insufficiently-specific land use alternatives. These deficiencies could have been avoided with a demand-driven approach, evaluating and reporting according to the true needs and opportunities of the decision-makers.

    Chapter 3explains the farmers' decision environment in Santa Catarina state,Brazil, which is typical of many market-oriented but low-income economies, with respect to the actors, political, legal and social frameworks, interactions and dynamics, how these affect decision makers and implications for land evaluation. It shows that different groups of farmers have different needs for information and should be approached in different manner. Some farmers would welcome any information on improving their current farming systems, whilst others are also interested in innovative crops or agricultural processes. Yet another group might need motivation more than information. It suggests that if the land evaluation process is begun with a careful analysis of the decision environment of rural land users (farmers) and follows a demand-driven approach, the results will likely be more realistic and therefore more useful to both policy/planning institutions and direct land users. This should lead to more demand and a "virtuous cycle" where planning, land evaluation and clients' needs and possibilities are increasingly inter-linked.

    Chapter 4describes the applicability of a data-intensive watershed erosion and water quality model (AGNPS) in a relatively data-poor environment, reporting on the steps necessary to apply the model in a GIS setting, including data preparation, cell size selection, sensitivity analysis, model calibration and application to different management scenarios at small watershed scale in an area of intensive swine production. We calibrated the model by making a best guess for model parameters and performed a pragmatic sensitivity analysis using optimistic and pessimistic settings of these. It was not possible to calibrate over the entire rainfall range, which was thus divided into three (<25 mm, 25-60mm, >60 mm). Predicted sediment concentrations were consistently six to ten times higher than actual, probably because of sediment trapping by vegetated channel banks. Predicted N and P concentrations in stream water, adjusted by this empirical sediment concentration factor, ranged from just below to well above regulatory norms. The study shows that expert knowledge of the area, in addition to experience reported in literature, was able to compensate for poor calibration data. It was possible to apply the model for relative ranking of scenarios (actual, recommended, and excessive manure applications; point source pollution from pig farming) in comparative studies. Finally, we suggest that this methodology could also be useful as a starting point for calibration in a data rich environment.

    Chapter 5shows that visualization of scenarios with community participation was useful to increase participants' understanding of the water pollution problem, improve their perceptions, stimulate the search for solutions and generate new demands. This was the case even taking into account that rural decision makers are not well educated and not used to visualizing scenarios. In this, Santa Catarina is similar to many areas of the world. This study also addresses decision makers' opinions about the provided information.

    Chapter 6evaluates the potential of a participatory approach for integrating risk analysis into decision making for rural land use and decision makers' view of the supplied information. It particularly focuses on two of the main risk-oriented information demands in the region: (1) yield predictions for maize on different planting dates and (2) economic information for different land use options. It also investigates decision makers attitudes towards risk, and the degree to which these could be changed by objective information, in Santa Catarina State, Brazil, typical of transitional economies, where neither direct (farmers) nor indirect (extensionists) decision makers had been exposed to concepts of risk. Different groups had markedly different levels of knowledge, analytic capacity, economic conditions, perspectives and needs, and therefore should be approached differently and with group-specific information. Farmers were mostly moderately or extremely risk averse. However, at the end they declared themselves willing to take risks if they have adequate information. Despite their lack of previous exposure to these concepts, participants were able to understand the presented information. It finally suggests that a participatory approach, by gathering, presenting and periodically discussing demanded information with decision makers is certainly a practice to be further explored to effectively integrate risk assessment into rural decision making.

    Chapter 7:Demand driven land evaluation has been suggested by several authors as an attempt to make the information more relevant and useful to rural decision makers for land use planning. This research showed that this approach is possible in practice and should be further explored, but its effectiveness needs time to be definitely confirmed.

    Natuurgericht landevaluatiesysteem (NATLES) versie 2
    Runhaar, J. ; Kuijpers, H. ; Boogaard, H.L. ; Schouwenberg, E.P.A.G. ; Jansen, P.C. - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 550) - 149
    landevaluatie - modellen - natuurbescherming - voorspelling - vegetatie - habitats - ecologie - nederland - natuurtechniek - natuur - ecohydrologie - land evaluation - models - nature conservation - prediction - vegetation - habitats - ecology - netherlands - ecological engineering - nature - ecohydrology
    Het voorspellingsmodel NATLES is bedoeld voor natuurgerichte landevaluatie op een schaal van 1 : 50 000 tot 1 : 10 000. Op basis van informatie over bodem, hydrologie en landgebruik wordt aangegeven welke standplaatscondities verwacht kunnen worden. Potenties voor natuurontwikkeling worden weergegeven in de vorm van ecotooptypen, vegetatietypen of natuurdoeltypen. Het model is uitgewerkt als een uitbreiding op ArcView, een relatief simpel te bedienen GIS-pakket. Het model dat in dit rapport besprokenwordt, is een tweede versie. Ten opzichte van de eerste versie is een aantal veranderingen doorgevoerd, onder meer bij de bepaling van de kansrijkdom van vegetatie- en natuurdoeltypen, en bij de bepaling van de vochttoestand.
    Historisch grondgebruik Nederland: grondgebruik rond 1970 in 500 meter grids
    Kramer, H. ; Knol, W.C. - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 717.doc) - 29
    landgebruik - historische verslagen - geschiedenis - landevaluatie - landclassificatie - geografische informatiesystemen - nederland - kaarten - land use - historical records - history - land evaluation - land classification - geographical information systems - netherlands - maps
    Voor toepassing in landelijke modellen bij het Milieuplanbureau is voor de periode rond 1970 een GIS-bestand met grondgebruik ontwikkeld met een resolutie van 500-metergrids. De basisgegevens hiervoor zijn ontleend aan de topografische kaarten die rond 1970 zijn verschenen. Met een automatische classificatie zijn kaartkleuren omgezet naar tien legenda-eenheden. Onderscheiden zijn akker, gras, heide en hoogveen, bos, bebouwd gebied en wegen, zoet en zout water, kassen, vliegvelden en kale grond. Het resultaat is een landsdekkend bestand van Nederland met dominant grondgebruik rond 1970. Validatie laat zien dat de nauwkeurigheid van het bestand circa 98¿edraagt. Het bestand HGN 1970 sluit aan bij een reeks gegevensbestanden met historisch grondgebruik vanaf 1800 en een 50-meterresolutie.
    Het ABC van het landinrichtingsgebied Schouwen-West; een integraal bodemkundig-hydrologisch en cultuurhistorisch onderzoek
    Kekem, A.J. van - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 317) - 205
    landevaluatie - bodemkarteringen - bodemwater - hydrologie - nederland - kaarten - cultuurgeschiedenis - zeeuwse eilanden - zeeland - land evaluation - soil surveys - soil water - hydrology - netherlands - maps - cultural history - zeeuwse eilanden - zeeland
    Dit rapport is een integraal bodemkundig-hydrologisch en cultuurhistorisch (archeologisch en historisch-geografisch) onderzoek. Doel is om voormalige en tegenwoordige relaties tussen bodem, waterhuishouding, bodemarchief en nog zichtbare sporen van het historisch gegroeide landschap in beeld te brengen. Deze kennis dient voor het tot stand brengen van een doelmatig, wetenschappelijk onderbouwd en kwalitatief hoogwaardig inrichtingsplan voor het landinrichtingsgebied Schouwen-West. Integratie betekentdat de werkzaamheden bij de totstandkoming zo goed mogelijk op elkaar zijn afgestemd. Voorts komt de integratie tot uiting in de ABC-kaart, schaal 1 10 000, een integrale cultuurhistorischewaardekaart bestaande uit vijf landschapseenheden die op basis van ouderdom, stratigrafie en geomorfologische gesteldheid nader zijn onderverdeeld in deellandschappen. Aan deze regionale indeling is een archeologische verwachting gekoppeld.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.