Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 30

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Gunstige referentiewaarden voor populatieomvang en verspreidingsgebied van soorten van bijlage II, IV en V van de Habitatrichtlijn
    Ottburg, F.G.W.A. ; Swaay, C.A.M. van - \ 2014
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, Wageningen UR (WOt-rapport 124)
    amphibia - lepidoptera - vissen - zoogdieren - ongewervelde dieren - mossen - korstmossen - reptielen - populatiebiologie - habitatrichtlijn - amphibia - lepidoptera - fishes - mammals - invertebrates - mosses - lichens - reptiles - population biology - habitats directive
    This report presents the Favourable Reference Values for population size and range for the species listed in Annexes II, IV and V of the EU Habitats Directive. These reference values are used to assess the conservation status of species as required by Article 17 of the Habitats Directive. They were determined according to a protocol (checklist) and based on scientific information. Where the required scientific information was not readily available, expert judgement was used to fill the gaps. When determining the reference values, experts on each of the species groups were enlisted from the various voluntary conservation organisations, IMARES Wageningen UR (Texel and IJmuiden) and Alterra Wageningen UR. In addition, two extra questions were answered on how these reference values can be maintained or achieved, and the potential influence of climate warming.
    Unsaturated hydraulic properties of xerophilous mosses: towards implementation of moss covered soils in hydrological models
    Voortman, B.R. ; Bartholomeus, R.P. ; Bodegom, P.M. van; Gooren, H.P.A. ; Zee, S.E.A.T.M. van der; Witte, J.P.M. - \ 2014
    Hydrological Processes 28 (2014)26. - ISSN 0885-6087 - p. 6251 - 6264.
    evaporatie - bryophyta - hydraulisch geleidingsvermogen - korstmossen - mossen - hydrologie - waterbalans - bodemwaterretentie - modelleren - evaporation - bryophyta - hydraulic conductivity - lichens - mosses - hydrology - water balance - soil water retention - modeling - sphagnum moss - water - conductivity - bryophytes - desiccation - ecosystems - tolerance
    Evaporation from mosses and lichens can form a major component of the water balance, especially in ecosystems where mosses and lichens often grow abundantly, such as tundra, deserts and bogs. To facilitate moss representation in hydrological models, we parameterized the unsaturated hydraulic properties of mosses and lichens such that the capillary water flow through moss and lichen material during evaporation could be assessed. We derived the Mualem-van Genuchten parameters of the drying retention and the hydraulic conductivity functions of four xerophilous moss species and one lichen species. The shape parameters of the retention functions (2.17¿
    Healing war wounds and perfuming exile: the use of vegetal, animal, and mineral products for perfumes, cosmetics, and skin healing among Sahrawi refugees of Western Sahara
    Volpato, G. ; Kourkova, P. ; Zeleny, V. - \ 2012
    Journal of Ethnobiology and Ethnomedicine 8 (2012). - ISSN 1746-4269
    medicinal-plants - moroccan pharmacopeia - ethnobotany - lichens - phytotherapy - china
    Background: Over the past decade, there has been growing interest within ethnobiology in the knowledge and practices of migrating people. Within this, scholars have given relatively less attention to displaced people and refugees: to the loss, maintenance, and adaptation of refugees' ethnobiological knowledge, and to its significance for refugees' wellbeing. This study focuses on cosmetics and remedies used to heal skin afflictions that are traditionally used by Sahrawi refugees displaced in South Western Algerian refugee camps. Methods: The research methods included a structured survey carried out with 37 refugee households, semi-structured interviews with 77 refugees, 24 retrospective interviews with refugees and other knowledgeable informants, and a voucher specimen collection of the plants and products cited. Results: We recorded the use of 55 plant species, nine animal species, and six mineral products used within the three main use categories discussed in this paper: 1) Remedies for health issues that are typical of the desert environment where the Sahrawi once lived as nomads and now live as refugees (e.g. eye afflictions); 2) Remedies for wounds that are influenced by the Sahrawi's recent history of guerrilla warfare; and 3) Cosmetics and products used for body care, decoration and perfuming (e.g. hair care, teeth cleansing, henna use) and for aromatizing the air inside of tents and which are widely used in everyday life and social practices. Conclusions: We discuss the changes that have occurred in the patterns of use and procurement of these products with exile and sedentarization in refugee camps, and conclude that refugees are not simply passive recipients of national and international aid, but rather struggle to maintain and recover their traditional ethnobiological practices in exile. Finally, we suggest further research into the ethnobiological practices and knowledge of displaced populations.
    Een aangepaste indeling in fysisch-geografische gebieden als basiskaart voor de landelijke verspreiding van soorten
    Siebel, H.N. ; Bijlsma, R.J. - \ 2010
    Buxbaumiella 87 (2010). - ISSN 0166-5405 - p. 35 - 40.
    korstmossen - mossen - verspreiding - fysische geografie - vegetatiekartering - lichens - mosses - dispersal - physical geography - vegetation mapping
    Geografische eenheden (districten, regio’s) worden veel gebruikt als kaartondergrond of bij de karakterisering van de verspreiding van mos- en korstmossoorten. De eigen kenmerken van de eenheden helpen de verspreiding te verklaren. Hierbij is tot nu toe veelal gebruik gemaakt van floradistricten die voor vaatplanten zijn opgesteld. De indeling in floradistricten is ten dele onbevredigend omdat het onderscheiden van sommige districten weinig zinvol is en de ligging van een aantal districten niet goed correspondeert met de verspreidingspatronen van veel mossoorten. Daarom is er gezocht naar een alternatieve simpele indeling, die verschillen in de verspreiding van (korst)mossen beter verklaart.
    Reconstructie van kalkgrasland en de noodzaak bestanden te koppelen
    Weeda, E.J. - \ 2010
    Buxbaumiella 86 (2010). - ISSN 0166-5405 - p. 45 - 54.
    kalkgraslanden - vegetatiekartering - mossen - korstmossen - zuid-limburg - chalk grasslands - vegetation mapping - mosses - lichens - zuid-limburg
    Om kalkgrasland te herstellen moet je weten hoe het eruit heeft gezien. Een belangrijk element in de diversiteit van kalkgraslanden vormt de mos- en korstmosflora. Onze voornaamste kennis van de kalkgraslandvegetatie in het midden van de vorige eeuw vormen de opnamen van Diemont & Van de Ven (1953) en Barkman (1953). In de Landelijke Vegetatie Databank waren de meeste van deze opnamekoppels inderdaad verenigd, waarbij echter de addenda op de mossenopnamen (Barkman 1953, p. 28-29) over het hoofd waren gezien. Ook vroegen een paar systematische determinatiefouten in Barkmans tabel om correctie.
    Preadvies mossen en korstmossen.
    Bijlsma, R.J. ; Aptroot, A. ; Dort, K.W. van; Haveman, R. ; Herk, C.M. van; Kooijman, A.M. ; Sparrius, L.B. ; Weeda, E.J. - \ 2009
    Ede : Directie Kennis, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Rapport DK nr. 2009/dk104-O ) - 255
    mossen - bryophyta - korstmossen - soorten - bedreigde soorten - landschap - milieubeheer - nederland - natuurbeheer - natura 2000 - mosses - bryophyta - lichens - species - endangered species - landscape - environmental management - netherlands - nature management - natura 2000
    Binnen het in OBN-kader uitgevoerd onderzoek was tot nu toe vaak aandacht voor de ruim 580 soorten mossen (inclusief variëteiten) en 800 soorten korstmossen die in Nederland voorkomen. Uit de Rode Lijsten blijkt dat er alle aanleiding is om meer aandacht te geven aan deze groepen. De achteruitgang van mossen en korstmossen speelt landelijk en in alle landschappen. Het Deskundigenteam Heuvellandschap heeft het preadvies begeleid namens alle deskundigenteams (droog zandlandschap, nat zandlandschap en beekdallandschap; rivierenlandschap; laagveenlandschap; zeekleilandschap; duin- en kustlandschap). Bij dit onderwerp zijn betrokken geweest: Universiteit Utrecht, Universiteit van Amsterdam, B ware (Radboud Universiteit), BLWG, Forestfun ecologisch advies en onderzoek, Alterra
    Rapportage onderzoek aantasting van de bast bij laanbomen
    Lammeren, A.A.M. van; Ruiter, N.C.A. ; Kieft, H. - \ 2009
    Wageningen : Wageningen UR, Leerstoelgroep Plantencelbiologie
    straatbomen - afwijkingen, planten - deformiteiten - knobbelvorming - schors - korstmossen - schimmels - landbouwkundig onderzoek - boomverzorging - openbaar groen - street trees - plant disorders - deformities - nodulation - cortex - lichens - fungi - agricultural research - tree care - public green areas
    In dit verslag zijn aantastingen op de stam onderzocht van Carpinus betulus ‘Frans Fontaine’, Fagus sylvatica “ Atropurpurea”, Fraxinus excelsior ‘Atlas’, Quercus palustris, Quercus robur, Sorbus latifolia “Henk Vink” en Ulmus ‘Clusius’ Daarbij is aandacht besteed aan het voorkomen en de aard en ontwikkeling van bastknobbels, baststrepen, bastscheuren, verkleuringen en het effect van epifyten zoals schimmels en korstmossen
    Rapportage onderzoek aan bastknobbels en aantasting van bast door korstmossen aantasting van bast door korstmossen
    Lammeren, A.A.M. van; Kieft, H. ; Donkers, J. - \ 2008
    Wageningen : Wageningen Universiteit en Research Centrum
    bomen - fraxinus - afwijkingen - deformiteiten - korstmossen - knobbelvorming - schors, bomen - cedrus - straatbomen - landbouwkundig onderzoek - boomkwekerijen - gemeenten - openbaar groen - trees - fraxinus - abnormalities - deformities - lichens - nodulation - bark - cedrus - street trees - agricultural research - forest nurseries - municipalities - public green areas
    In het hier beschreven onderzoek is nagegaan wat de aard en oorzaak is van het pokdalig uiterlijk van de stam van de es, wat het effect is van korstmosbegroeiing op de essenbast en hoe de reeds eerder beschreven bastknobbels ontstaan. Het is een voortgangsrapportage van een grotere studie naar oorzaak en gevolg van boomaantastingen. Hier worden verschijnselen beschreven maar er is vooralsnog geen uitspraak over hoe de aantastingen zoals bastknobbels zijn veroorzaakt
    Ramalina subfarinacea (Melig kusttakmos) en andere nieuwe korstmossen en mossen op Rottumerplaat
    Dort, K.W. van; Haveman, R. ; Kers, A.S. ; Spier, J.L. - \ 2007
    Buxbaumiella 79 (2007). - ISSN 0166-5405 - p. 58 - 61.
    korstmossen - mossen - nederlandse waddeneilanden - inventarisaties - groningen - lichens - mosses - dutch wadden islands - inventories - groningen
    Op 6 september 2007 verbleven de drie eerstgenoemde auteurs een aantal dagen op Rottumerplaat in verband met een vegetatieonderzoek. En passant werden enige korstmossen en mossen verzameld. De (korst)- mosflora van de grote Waddeneilanden is goed bekend (voor een mossenoverzicht, zie Van Tooren 2004). Mossen en korstmossen van het onbewoonde eiland Rottumerplaat bleven echter lang buiten beeld. En dat is niet verwonderlijk: Rottumerplaat is een belangrijk rustgebied voor vogels en zeehonden en niet vrij toegankelijk.
    Notitie over het uitplanten van korstmossen
    Geraerdts, W.H.J.M. ; Ketner-Oostra, H.G.M. - \ 2006
    Buxbaumiella 75 (2006). - ISSN 0166-5405 - p. 6 - 8.
    korstmossen - habitats - tuinen - lichens - habitats - gardens
    In de voormalige tuin van Wim Geraedts (Wijchen, Gelderland) blijkt het uitplanten van korstmossen een sukses te zijn. Het gaat om enkele Cladonia-soorten, een Cladina- en twee Peltigera-soorten. Het biotoop waarin ze uitgezet zijn, ligt op een wal van heideplaggen om een kunstmatig hoogveentje met een vennetje.
    Species richness and distribution of understorey bryophytes in different forest types in Colombian Amazonia
    Benavides, J.C. ; Duque, A.J. ; Duivenvoorden, J.F. ; Cleef, A.M. - \ 2006
    Journal of Bryology 28 (2006)3. - ISSN 0373-6687 - p. 182 - 189.
    altitudinal zonation - epiphytic bryophytes - rain-forests - diversity - lichens - patterns - gradient - ecology
    The first bryophyte survey results from Colombian Amazonia are presented. Bryophyte species, differentiated into mosses and liverworts, and further into four life-form classes, were sampled in 0.1-ha plots. These plots were distributed over four landscape units in the middle Caquetá area: floodplains, swamps, terra firme forests and white-sand areas. The total numbers of bryophyte species in the units were 50, 45, 45 and 32, respectively. The plots in floodplains and swamps were richer in moss species than the terra firme and white-sand plots, suggesting that coexistence of many moss species is favoured by high humidity. Moss species with fan life-forms preferred floodplains. On the other hand, liverwort species richness was highest in white-sand plots, which suggests that light incidence controls liverwort species-richness, perhaps more than humidity. All plots from the floodplain of the Caquetá River differed remarkably in species composition (of both mosses and liverworts) from the other landscape units. This may be due to the unique properties of this varzea system where, during yearly flooding events, soil, dead logs and stems are covered with a fresh layer of nutrient-rich fine silt, enhancing the surface for colonization and improving the conditions for productive bryophyte growth compared with elsewhere in the middle Caquetá area
    Mossen en korstmossen zeggen waar het op staat
    Sparrius, L.B. ; Bijlsma, R.J. ; Bruijn, J. de; Herk, C.M. van - \ 2006
    De Levende Natuur 107 (2006)6. - ISSN 0024-1520 - p. 233 - 236.
    mossen - bryophyta - korstmossen - inventarisaties - plantengeografie - biologische indicatoren - mosses - bryophyta - lichens - inventories - phytogeography - biological indicators
    Door de directe afhankelijkheid van het substraat waarop ze groeien, zijn mossen en korstmossen goede indicatoren voor luchtkwaliteit en klimaatverandering
    Lichen-rich coastal and inland sand dunes (Corynephorion) in the Netherlands: vegetation dynamics and nature management
    Ketner-Oostra, H.G.M. - \ 2006
    Wageningen University. Promotor(en): Karle Sykora. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085045144 - 202
    corynephorus canescens - cladonia - duinen - duingraslanden - korstmossen - plantenecologie - vegetatiebeheer - natuurbescherming - hulpbronnenbeheer - nederland - natuurgebieden - corynephorus canescens - cladonia - dunes - dune grasslands - lichens - plant ecology - vegetation management - nature conservation - resource management - netherlands - natural areas
    Keywords: Acidification; Ammophila arenaria ; Campylopus introflexus ; Carex arenaria ; Cladonia ; Invasive species; Management; Nitrogen deposition; Species diversity; Spergulo-Corynephoretum; Succession; Violo-Corynephoretum; wildfire.

    The objective of this thesis was to describe long-term changes in the lichen-rich dry grassland communities in calcium-poor coastal dunes (on Terschelling) and inland dunes (of the Kootwijkerzand) in theNetherlands. Some of the changes that have occurred since the 1970s are due to natural succession. Others are caused by human-induced eutrophication and acidification through increased aerial inputs of nitrogen (mainly ammonia) since the 1970s. These effects of grass and moss encroachment on lichens were studied by comparing vegetation relevés from before the 1970s with the relevés made from 1990 onwards.

    In the calcium-poor coastal dunes,newsuccession stages have occurred in theViolo-Corynephoretum(V.-C.) where the short grass Corynephorus canescens has been replaced by tall graminoids like Ammophila arenara and Carex arenaria . In theSpergulo-Corynephoretum(S.-C.)of the non-calcareousdunesinland, it was foundthat Corynephoruscanescens was more vital, while Festuca ovina s.l. and Agrostis vinealis had increased. In addition, the moss Campylopus introflexus , an alien species from the southern hemisphere and adapted to acid open sand, invaded the dunes in both areas, outgrowing not only the rare lichens from the pioneer stages but also the more common pioneer species of decalcified sand. However, where this moss is less vital as a result of desiccation or being blown over by sand, common humicolous lichens and some pioneer species may act as secondary pioneers on these withered moss carpets.

    Another topic covered in this thesis is evaluation of small- and large-scale management measures aiming at restoring the former sand dune landscape with its high biodiversity. Small-scale management included cutting self-sown trees, and removing the canopy has positively influenced lichen-diversity in the inland dunes. The effect of a wildfire as possible management tool in both coastal and inland sand dune vegetation was not effectfull and grass- and moss-encraochment took over.

    Large-scale EGM restoration management (Effect-oriented measures against acidification and eutrophication) in both the nutrient-poor coastal and inland dunes in the early 1990s is evaluated using the data presented in this thesis and the recent end-evaluation of several long-term monitoring programmes.

    Recommendations for future restoration management to maintain or regain biodiversity in coastal and inland dunes are given. Additional measures to destroy the algal crust and the other vegetation by means of tillage techniques in a scheduled maintenance traject are recommended when large scale EGM restoration is applied. This seems necessary given that the current high N emission still exceeds the critical deposition values for the coastal V.-C.andthe inland S.-C. A further reduction of N emission from livestock farming should be pursued, so that the remaining biodiversity in the coastal and inland sand dune ecotope could be a source for more dispersion. This is essential not only for the lichen diversity, but also for all existing flora and fauna elements.

    Lichenrijke stuifzanden in Noord-Limburg : verleden, heden en toekomst
    Ketner-Oostra, H.G.M. ; Douma, B.E. ; Ancker, H. van den; Jungerius, P.D. - \ 2005
    Natuurhistorisch Maandblad 94 (2005)6. - ISSN 0028-1107 - p. 109 - 116.
    geomorfologie - geologie - landschapsecologie - vegetatie - eolisch zand - korstmossen - plantengeografie - noord-limburg - geomorphology - geology - landscape ecology - vegetation - aeolian sands - lichens - phytogeography - noord-limburg
    Tijdens een vooronderzoek over mogelijk herstel van stuifzandvegetatie in de gemeente Bergen zijn vier natuurterreinen onderzocht waarvan de gegevens terug te vinden waren bij eerder onderzoek (Cleef en Kers, 1968). Een vergelijking is gemaakt met recent uitgevoerd onderzoek (Van den Acker, 2002). Het betreft een 90 ha groot verstuivingslandschap binnen Nationaal Park de Maasduinen
    De lichenenrijke stuifzandvegetatie met IJslands mos aan de voet van de Lemelerberg (Ov.) in de periode 1965-2005
    Ketner-Oostra, H.G.M. ; Tweel-Groot, L. van; Sparrius, L.B. - \ 2005
    Buxbaumiella 72 (2005). - ISSN 0166-5405 - p. 48 - 59.
    korstmossen - bodem-plant relaties - vegetatiebeheer - herstelbeheer - natuurreservaten - monitoring - salland - lichens - soil plant relationships - vegetation management - restoration management - nature reserves - monitoring - salland
    Aan de voet van de Lemelerberg ligt een zandverstuiving, een natuurreservaat dat beheerd wordt door Landschap Overijssel. In 2004 vond hier een vooronderzoek plaats om herstelmaatregelen te onderbouwen die tot doel hebben hier het stuifzandlandschap en de daarbij behorende biodiversiteit voor de toekomst veilig te stellen (Van den Ancker e.a., 2004). De lichenenrijkdom van dit gebied is al sedert 1965 bekend - met veel zeldzame en bedreigde licheensoorten waaronder een van de laatste vindplaatsen van IJslands mos (Cetraria islandica) in Nederland (Aptroot e.a., 1998). Thans ligt in dit terrein een meetpunt van het Landelijk Meetnet Korstmossen (Sparrius e.a., 2000). In genoemd vooronderzoek was literatuuronderzoek over de ontwikkeling van die lichenenrijkdom sedert 1965 een onderdeel van het vegetatie-onderzoek - en wordt hierbij gepresenteerd.
    Korstmossen op de Waalsdorpervlakte
    Hagen, H.G.J.M. van der; Weeda, E.J. ; Sparrius, L.B. - \ 2005
    Holland's Duinen 2005 (2005)47. - ISSN 1389-7373 - p. 9 - 12.
    plantengemeenschappen - korstmossen - inventarisaties - habitats - zuid-holland - plant communities - lichens - inventories - habitats - zuid-holland
    De mogelijke aanleg van een provinciaal fietspad op de Waalsdorpervlakte was aanleiding tot een vegetatie-onderzoek. Ter aanvulling op wat al bekend was (Klerkx 1976 en Breuer 1980). Aangezien in dit gebied vooral korstmossen een belangrijke vegetatie vormen, is dit veldonderzoek hiertoe beperkt
    Twee bijzondere korstmossen in de Meeuwenhoek
    Weeda, E.J. - \ 2004
    Holland's Duinen (2004)44. - ISSN 1389-7373 - p. 24 - 39.
    lichens - plant ecology - habitats - duneland - zuid-holland
    Omdat de gegevens over Usnea articulata nogal verspreid en voor een deel moeilijk te vinden zijn, worden ze in dit artikel nog eens op een rij gezet. Vervolgens wordt de speciale betekenis van de groeiplaats van Evernia prunastri in de Meeuwenhoek aan de orde gesteld. Van beide soorten komt de plantensociologische positie ter sprake aan de hand van vegetatie-opnamen.
    De mossen van Vlieland
    Tooren, B.F. van; Smulders, M. ; Bijlsma, R.J. - \ 2004
    Buxbaumiella 67 (2004). - ISSN 0166-5405 - p. 2 - 9.
    mossen - korstmossen - nederlandse waddeneilanden - inventarisaties - vegetatiemonitoring - bedreigde soorten - landtypen - mosses - lichens - dutch wadden islands - inventories - vegetation monitoring - endangered species - land types
    The bryophyte flora of Vlieland was investigated during a weekend of the Society in 2002 and by the authors in 2003. A total number of 98 mosses and 21 liverworts was recorded. Most remarkable founds were Micromitrium tenerum, Acaulon muticum and Pseudocalliergon lycopodioides. The present investigations are compared with data from literature. Especially many rare species of calcareous dune slacks and rare species of the phytosociological entity Nanocyperion flavescentis could not be found any more on the island. On the other hand the number of species in the woodlands is increasing. In total 168 bryophyte species are known from Vlieland. 43 of these are not found recently, among which 16 of the 30 Red Data List species which are known of the island.
    Veranderingen van de mos- en licheenvegetatie in de droge duinen van Terschelling sinds 1970
    Ketner-Oostra, H.G.M. - \ 2004
    Buxbaumiella 68 (2004). - ISSN 0166-5405 - p. 2 - 6.
    duingebieden - nederlandse waddeneilanden - mossen - korstmossen - inventarisaties - bodem-plant relaties - duneland - dutch wadden islands - mosses - lichens - inventories - soil plant relationships
    Hierbij volgen enkele aanvullingen over wat er de laatste decennia in de van oorsprong kalkarme duinen van Terschelling is veranderd. Dit in aanvulling op het artikel 'Mossen van Terschelling', dat verscheen in dit blad na een mossen-weekend eind 2000 en na een intensieve inventarisatie in de periode 2000-2001 (Van Tooren et al. 2002).
    Veranderingen in de korstmos-vegetatie van het Wekeromse Zand (II): een vergelijking tussen 1994 en 2004
    Ketner-Oostra, H.G.M. - \ 2004
    Buxbaumiella 67 (2004). - ISSN 0166-5405 - p. 49 - 56.
    korstmossen - achteruitgang (deterioration) - vegetatiekartering - bodem-plant relaties - eolisch zand - veluwe - lichens - deterioration - vegetation mapping - soil plant relationships - aeolian sands - veluwe
    In the previous review (period 1984-1994) the subject of discussion was a decrease of the quantity of lichens in the nature reserve of 190 ha inland sand-dune landscape in the Veluwe region of Gelderland, while the species diversity remained high. In 1992- 1993 management measures in this reserve, such as the cutting and removing of 35 ha pine-trees and sod-cutting, were implemented in order to regain an open inland sand-dune landscape. In 2003 it became apparent that too much erosion had harmed the lichen-steppe in the northern part, which had changed into a pioneer vegetation with the moss Polytrichum piliferum. In the southern part with fewer dynamics, the influence was visible of the aerial nitrogen deposition. For the reserve as a whole the lichen diversity remained high, but since 1994 the quantity has decreased even more.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.