Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 139

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Praktijkexperiment ontvochtigen met zouten: Gebruik en regeneratie van hygroscopisch zout in een kasproef bij Lans Zeeland
    Raaphorst, M.G.M. - \ 2013
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten GTB 1228) - 30
    glastuinbouw - kasproeven - hygroscopische materialen - zouten - ontvochtiging - lucht - warmteterugwinning - energiebesparing - nederland - teelt onder bescherming - greenhouse horticulture - greenhouse experiments - hygroscopic materials - salts - dehumidification - air - heat recovery - energy saving - netherlands - protected cultivation
    Door kaslucht langs een geconcentreerde zoutoplossing te blazen wordt vocht uit de kaslucht onttrokken. Bij dit proces komt warmte vrij dat direct aan de (gedroogde) kaslucht kan worden afgegeven. Met dit principe kan in theorie 50% energie worden bespaard omdat de latente warmte (verdampingswarmte van water) die normaliter wordt afgelucht, nu kan worden gebruikt om de kaslucht te verwarmen. Deze energiebesparing past bij de doelen van het programma Kas als Energiebron, die daarom onderzoek hierover financieel ondersteunt. Bij de gesloten kas van Lans Zeeland is een proefinstallatie van een tralie breed, gedurende een jaar getest door de lucht in de kas te blazen via een padwall met een continu stromende zoutoplossing. Bij dit systeem is de zoutoplossing geregenereerd (gedroogd) door middel van een vacuümverdamper en een warmtepomp, waarbij het uitgedampte water en de daarbij vrijkomende energie weer wordt teruggewonnen.
    Air handling units and forced ventilation
    Nederhoff, E.M. ; Weel, P.A. van - \ 2012
    Practical Hydroponics & Greenhouses 2012 (2012)125. - ISSN 1321-8727 - p. 24 - 29.
    kastechniek - lucht - bewerking - ontvochtiging - kunstmatige ventilatie - kassen - greenhouse technology - air - handling - dehumidification - artificial ventilation - greenhouses
    Air Handling Units (AHUs) generate forced ventilation and assist in drying, warming, humidifying and potentially cooling of a greenhouse.
    Algenkweek op stallucht = Cultivation of algae on ventilation air from animal houses
    Buisonjé, F.E. de; Aarnink, A.J.A. - \ 2011
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 451) - 17
    algenteelt - teeltsystemen - varkensstallen - lucht - ammoniak - kooldioxide - kosten-batenanalyse - algae culture - cropping systems - pig housing - air - ammonia - carbon dioxide - cost benefit analysis
    The feasibility was studied of producing algae on compounds in the exhaust air of pig houses. The application of ventilation air in algae growing systems will not lead to a significant decrease of production costs of algae.
    Maatregelen ter vermindering van fijnstofemissie uit pluimveehouderij; oriënterend onderzoek naar stofafvang door een waterwasser = Measures to reduce fine dust emissions from poultry housings; indicative research into dust removal by a water scrubber
    Hol, J.M.G. ; Groenestein, C.M. ; Dousma, F. ; Melse, R.W. ; Ogink, N. - \ 2010
    Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 354) - 13
    pluimveehouderij - lucht - wassen (activiteit) - luchtreinigers - emissie - luchtkwaliteit - fijn stof - poultry farming - air - washing - air cleaners - emission - air quality - particulate matter
    This report describes indicative research into the fine dust removal of a water scrubber treating ventilation air of a poultry house with young layers. Mean removal of fine dust, PM10 and PM2.5 amounted 62% and 9% respectively.
    State-of-the-Art 2009 : Circulatienorm bij tulp
    Wildschut, J. ; Kok, M. - \ 2010
    omloop - lucht - luchtkwaliteit - luchtstroming - luchtdroging - bloembollen - tulpen - opslag - circulation - air - air quality - air flow - air drying - ornamental bulbs - tulips - storage
    Poster over circulatienorm bij tulp. Geconcludeerd wordt dat om temperatuurs- en RV-verschillen tussen kisten te minimaliseren is een veel lagere circulatienorm voldoende.
    Testing of modifications in the land surface scheme HTESSEL
    Wipfler, E.L. ; Metselaar, K. ; Dam, J.C. van; Feddes, R.A. ; Meijgaard, E. van; Hurk, B.J.J.M. van den; Zwart, S.J. ; Bastiaansen, W.G.M. - \ 2008
    klimaat - modellen - verandering - vochtigheid - bodem - lucht - aardoppervlak - climate - models - change - humidity - soil - air - land surface
    The land surface scheme HTESSEL has been revised including flexible numerical discretization, a soil depth according to the FAO soil map, a modification of root water uptake parameters, and the effect of shallow groundwater
    Aanzienlijke emissiereductie bij grove druppel plus eenzijdig spuiten
    Wenneker, M. ; Heijne, B. - \ 2004
    De Fruitteelt 94 (2004)19. - ISSN 0016-2302 - p. 10 - 11.
    gewasbescherming - emissie - fruitteelt - pneumatische kracht - lucht - oppervlaktewater - landbouwtechniek - toedieningswijzen - plant protection - emission - fruit growing - pneumatic power - air - surface water - agricultural engineering - application methods
    Gegevens in bijgaande tabel: emissiereductie op het midden van de sloot bij verschillende doppen, tweezijdig of eenzijdig spuiten, en met verschillende mate van luchtondersteuning. Gegevens in bijgaande figuren: 1) Gemiddeld percentage emissie vòòr 1 mei bij eenzijdig of tweezijdig spuiten met de Albuz- en Lechlerdop (ventilator in voorjaarsstand); 2) Gemiddeld percentage emissie na 1 mei bij eenzijdig of tweezijdig spuiten met de Albuz- en Lechlerdop (ventilator in zomerstand)
    Pneumat blaast onkruid weg
    Wijnker, J.P.M. ; Bleeker, P.O. - \ 2004
    BloembollenVisie 2004 (2004)52. - ISSN 1571-5558 - p. 26 - 26.
    onkruidbestrijding - mechanische methoden - bloembollen - wiedmachines - pneumatische kracht - lucht - druk - tests - biologische landbouw - weed control - mechanical methods - ornamental bulbs - rod weeders - pneumatic power - air - pressure - organic farming
    Mechanische onkruidbestrijding in de bollenteelt is altijd moeilijk uit te voeren geweest. Dit komt vooral door de brede plantregels en weinig ruimte tussen de plantregels voor grondbewerking. Deze heeft veel minder ruimte tussen de regels nodig dan bijvoorbeeld een vingerwieder. Onderzoek dat afgelopen jaar is uitgevoerd door PPO in tulp toonde een goede onkruidbestrijding zonder neveneffecten op de opbrengst
    Effects of capillarity and heterogeneity on flow of organic liquid in soil
    Wipfler, E.L. - \ 2003
    Wageningen University. Promotor(en): Sjoerd van der Zee. - Wageningen : Wageningen Universiteit - ISBN 9789058088468 - 147
    bodem - water - oliën - lucht - stroming - waterstroming - luchtstroming - capillaire opstijging - vloeistoffen (fluids) - vloeistoffen (liquids) - modellen - drainage - bodemverontreiniging - soil - water - oils - air - flow - water flow - air flow - capillary rise - fluids - liquids - models - drainage - soil pollution

    Contamination of groundwater by organic liquids, such as gasoline, fuel oils and chlorinated hydrocarbons, forms a serious treat to subsurface water resources. These liquids have a low miscibility with water and move as a discrete liquid phase. A small part of the liquid may dissolve in water and small concentrations can be hazardous for humans. These organic liquids that are also referred to as Non-Aqueous Phase Liquids (NAPLs), may enter the subsurface from a surface spill or a leaking underground pipe or tank. Following a release of sufficient NAPL into the subsurface, NAPL moves through the pores of the soil due to gravitational and capillary forces.

    An enhanced understanding of NAPL flow in the subsurface is needed to identify the critical processes and to determine key parameters in the context of remediation strategies at the field scale. In this thesis we study the behavior of NAPL in soil experimentally and numerically. we focus on the physical aspects of this behavior in the unsaturated part of the soil. This implies that we study the movement, interaction and (re-)distribution in a porous medium (soil) of three fluid phases: water, NAPL and air. The porous medium is water-wet, i.e. water is the wetting fluid, NAPL is the intermediate wetting fluid and air is the non-wetting fluid. This leads to typical three-phase flow behavior. We focus on two problems that are both related to NAPL redistribution into unsaturated soil after a spill: (1) non-drainable residual NAPL and (2) the effect of soil layers on the redistribution of NAPL after a spill. In addition to the introduction, the thesis contains 4 chapters which can be read as self-contained papers.

    Non-drainable residual NAPL is considered to be the NAPL that remains in the capillaries of a porous medium after (gravity) drainage and displacement by air in the presence of residual water in a water-wet soil. Although for remediation strategies it is important to consider this residual NAPL, until now it has not been incorporated into multi phase flow models. In Chapter 2 we develop a constitutive set of saturation-capillary pressure ( Pc-S ) relationships that accounts for non-drainable residual NAPL and that can be used by multi-phase flow models. These relationships are derived from a conceptual pore scale model of which the soil is represented by packed spheres. According to the model, NAPL becomes immobilized (residual) below a certain critical total liquid saturation, S tc. This critical total liquid saturation is porous medium and fluid dependent. Next, the non-drainable residual NAPL saturation increases, when the spreading coefficient of a NAPL decreases. Furthermore, a higher water saturation results in a lower non-drainable residual saturation. Although the model adequately simulated one individual experimental non-drainable residual NAPL data set, this agreement is a shallow basis for assessing whether the model assumptions are valid.

    For this purpose we developed an experiment especially designed to measure three-phase Pc-S relationships and non-drainable residual saturation including independent measurement of the water saturation and pressure. We performed four experiments. We used the fluids water, non-spreading dodecane and air, and sand as the porous medium. The measured non-drainable residual saturation was at most 0.081. From the experimental results no correlation could be observed between the water saturation and the residual NAPL saturation. This might indicate that other mechanisms are involved that are not captured by the constitutive model. In advance of the development of the experimental set up, we searched in the literature for available macroscale experimental data that could provide us with non-drainable residual saturation data that are related to porous medium properties, fluid properties and fluid saturations. After a careful selection we obtained 26 non-drainable residual NAPL data from 9 references. Measured values of non-drainable residual saturation varied between 0.001 and 023. From these data only a relationship between the spreading coefficient Cs , and the residual saturation S or , could be assessed. The value of S or decreases as Cs becomes less negative. It would require a much more comparable description of the different porous media, and a systematic data acquisition for S or as a function of macroscale properties to assess which other factor than the spreading coefficient might be hidden in the data. Changes of porous medium properties such as permeability and porosity across an interface between two soil layers might change the redistribution of NAPL. The mobility may decrease or increase across the interface, which is dependent on the permeability of the layers, the capillarity of the layers and the wetting role that is played by the NAPL with respect to water and air. The effect of these changes have been studied in Chapter 4 and 5.

    In Chapter 4 we focused on the effect of an inclined soil layer with respect to the watertable. Two experiments were performed using a sand filled transparent chamber. The first experiment consisted of Light-NAPL infiltration into a fine sand matrix containing a coarse sand layer and the second experiment consisted of LNAPL infiltration into a coarse sand matrix containing a fine sand layer. The sand was partially saturated with water. We modeled the experiments numerically. The observed LNAPL behavior can be understood by considering that LNAPL might encounter two types of barriers. On the one hand, it may accumulate and spread above a coarse sand layer, that has a low water saturation and, that acts as a capillary barrier for the LNAPL before it may infiltrate into the layer. An on the other hand, it may accumulate and spread above a water saturated fine sand layer that has a high entry pressure for the infiltrating LNAPL. Sensitivity analysis performed with the numerical model shows that the qualitative LNAPL redistribution, in case of inclined layers, is mainly subject to the capillarity contrast between sands.

    In Chapter 5 we considered Dense-NAPL infiltration into a water unsaturated porous medium that consists of two horizontal layers, of which the top layer has a lower intrinsic permeability than the bottom layer. The layer interface forms a barrier to DNAPL flow, which causes the DNAPL to spread out horizontally just above the interface. We have developed an analytical approximation to estimate the DNAPL pressure and saturation and the horizontal extension of the DNAPL plume just above the layer interface at steady state for low water saturations. The analytical approximation shows that the steady state DNAPL infiltration is determined by five dimensionless numbers: the heterogeneity factorg, the Brooks and Corey capillary pressure parameterl, the gravity number Ng , the ratio of the capillary and gravity numbers Nc/Ng , and the critical DNAPL pressure P oc, which indicates the effect of the water saturation on the flow of DNAPL. We compared its predictions with the results of a numerical three-phase flow simulator for a number of parameter combinations. For most of these combinations the analytical approximation predicts the DNAPL pressure and saturation profiles at the interface adequately, although it slightly underestimates the horizontal spreading of the plume at the interface. Using the analytical approximation, we carried out a sensitivity study with respect to the maximum horizontal extension of the plume. The extension of the plumes appears to be highly sensitive to variation of the dimensionless numbers P oc,landg. The extension increases for increasing values oflandgand for decreasing values of P oc.

    Nieuwe meettechniek toont grote variatie in luchtsnelheid
    Wagenberg, V. van; Leeuw, M. de - \ 2002
    Praktijkkompas. Varkens 16 (2002)3. - ISSN 1570-8578 - p. 7 - 9.
    varkens - varkensstallen - ventilatie - luchtstroming - snelheid - lucht - sensors - instrumenten (meters) - meetapparatuur - binnenklimaat - pigs - pig housing - ventilation - air flow - velocity - air - sensors - instruments - meters - indoor climate
    Na een ontwikkelingsfase is een nieuwe meetmethode beschikbaar om luchtsnelheid in een hok te meten. De eerste resultaten geven aan dat de luchtsnelheid in verschillende hokken binnen één afdeling voor gespeende biggen enorm kunnen verschillen.
    Beschrijving van de emissie van bestrijdingsmiddelen naar lucht bij bespuiting van bodem of gewas in ISBEST 3.0
    Smidt, R.A. ; Smit, M.F.R. ; Berg, F. van den; Denneboom, J. ; Zande, J.C. van de; Holterman, H.J. ; Huijsmans, J.F.M. - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Reeks Mileuplanbureau / Alterra-rapport 207) - 62
    pesticiden - emissie - lucht - vervluchtiging - bodem - depositie - gewassen - toedieningswijzen - kassen - nederland - pesticides - emission - air - volatilization - soil - deposition - crops - application methods - greenhouses - netherlands
    Voor landsdekkende berekeningen van de emissie van bestrijdingsmiddelen naar de lucht is het informatiesysteem bestrijdingsmiddelen (ISBEST) verbeterd. Hierbij is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande methoden en kennis. Tabellen met de emissiefactor vanaf bodem en gewas en vanuit de kas voor circa 250 bestrijdingsmiddelen en tabellen met de mate van bodemdepositie en gewasinterceptie van een bestrijdingsmiddel als functie van het gewasontwikkelingsstadium zijn gecombineerd met de gegevens over het verbruik van bestrijdingsmiddelen in Nederland in de database ISBEST versie 3.0. Verdere verbetering van het instrumentarium kan onder meer worden bereikt door het ontwikkelen en inbouwen van een methode voor de emissie tijdens de toepassing en dekoppeling met het consensusmodel PEARL voor uitspoeling. Daarbij dient een verbeterd concept voor de vervluchtiging van bestrijdingsmiddel vanaf onbegroeide bodem in PEARL ingebouwd te worden
    Driftreductie door: druppelgroottespectrum van spuitdoppen en luchtondersteuning
    Michielsen, J.M.G.P. ; Stallinga, H. ; Zande, J.C. van de - \ 2001
    Landbouwmechanisatie 52 (2001)4. - ISSN 0023-7795 - p. 16 - 17.
    spuiten - gewasbescherming - dosering - spuitvloeistoffen - druppelgrootte - spuitdoppen - lucht - aardappelen - drift - spraying - plant protection - dosage - sprays - droplet size - fan nozzles - air - potatoes - drift
    Gedurende twee jaar is door het IMAG het effect van driftarme spuitdoppen en luchtondersteuning onderzocht op de drift bij bespuitingen in aardappelen met spuitvolumes van 300 l/ha en 150 l/ha
    Melkend energie besparen
    Klungel, G. ; Koning, K. de - \ 1999
    Praktijkonderzoek Rundvee, Schapen en Paarden. Praktijkonderzoek 12 (1999)6. - ISSN 1386-8470 - p. 9 - 11.
    melkmachines - componenten - lucht - vacuümpompen - energiebehoud - pompen - vacuüm - gassen - verdunning - regulatie - milking machines - components - air - vacuum pumps - energy conservation - pumps - vacuum - gases - dilution - regulation
    De vacuümregulateur zorgt ervoor dat het vacuüm in de melkinstallatie stabiel blijft. Omdat de meeste vacuümpompen altijd op vol vermogen draaien, wordt voortdurend onnodig veel lucht door de regulateur ingelaten. Het afstemmen van de pompcapaciteit op het luchtverbruik van de installatie betekent besparing van energie.
    Energieverbruik en technische resultaten van zeugen en biggen bij verlagen van de instelling van de ruimtetemperatuur in kraamafdelingen
    Geurts, P.J.W.M. ; Binnendijk, G.P. ; Huijben, J.J.H. ; Swinkels, J.W.G.M. - \ 1998
    Rosmalen : Praktijkonderzoek varkenshouderij (Proefverslag / Praktijkonderzoek Varkenshouderij P1.202) - 40
    varkens - kraamstallen - energie - efficiëntie - energiegebruik - brandstofverbruik - zeugen - biggen - luchttemperatuur - lucht - koelen - verwarming - regulatie - pigs - farrowing houses - energy - efficiency - energy consumption - fuel consumption - sows - piglets - air temperature - air - cooling - heating - regulation
    Emissiearme huisvestingssystemen bij vleeskuikenouderdieren (vijfde onderzoeksronde)
    Haar, J.W. van der; Meijerhof, R. ; Middelkoop, J.H. van; Ellen, H.H. - \ 1998
    Beekbergen : Praktijkonderzoek Pluimveehouderij (PP uitgave : praktijkonderzoek pluimveehouderij 72) - 48
    pluimveehokken - vleeskuikens - lucht - hygiëne - luchtverontreiniging - ammoniak - emissie - vervluchtiging - nederland - vleeskuikenouderdieren - poultry housing - broilers - air - hygiene - air pollution - ammonia - emission - volatilization - netherlands - broiler breeders
    Het Praktijkonderzoek Pluimveehouderij 'Het Spelderholt' (PP) doet sinds 1992 onderzoek naar emissiearme huisvestingssystemen bij vleeskuikenouderdieren. Bij het grondhuisvestingssysteem zijn verschillende mogelijkheden onderzocht om de ammoniakemissie te verminderen. Ook vond onderzoek plaats naar nieuwe huisvestingssystemen, zoals de voliOresystemen Laco Boleg en Voletage en het groepskooiensysteem Veranda.
    Energiebesparing en vacuümstabiliteit
    Soede, H.J. - \ 1998
    Praktijkonderzoek Rundvee, Schapen en Paarden. Praktijkonderzoek 11 (1998)1. - ISSN 1386-8470 - p. 18 - 19.
    energiebehoud - melkmachines - componenten - lucht - gassen - verdunning - pompen - vacuümpompen - vacuüm - energy conservation - milking machines - components - air - gases - dilution - pumps - vacuum pumps - vacuum
    De vacuümregulateur in moderne melkinstallaties speelt een belangrijke rol in het stabiel houden van het vacuüm. Echter de lucht die door de regulateur wordt ingelaten, is grotendeels verspilling van energie. Het PR onderzocht de energiebesparingsmogelijkheden van een frequentieregelaar op de vacuümpomp. Uiteraard moet bij een dergelijke regeling het bedrijfsvacuüm stabiel blijven.
    Drift naar sloten bij spuittechnieken in de sierteelten in de regio Boskoop
    Smidt, R.A. ; Smelt, J.H. ; Looman, B.H.M. ; Boom, A.P.C. van den; Langedijk, R.P.J. - \ 1998
    Wageningen : DLO-Staring Centrum - 58
    houtachtige planten als sierplanten - gewasbescherming - pesticiden - pesticidenresiduen - persistentie - lucht - hygiëne - luchtverontreiniging - rivieren - waterlopen - kanalen - water - oppervlaktewater - waterverontreiniging - waterkwaliteit - nederland - zuid-holland - ornamental woody plants - plant protection - pesticides - pesticide residues - persistence - air - hygiene - air pollution - rivers - streams - canals - water - surface water - water pollution - water quality - netherlands - zuid-holland
    Exposure of non-target plants to pesticides: a review on atmospheric concentrations and no-effect levels with special attention for herbicide vapours
    Kempenaar, C. ; Tonneijk, A.E.G. ; Eerden, L.J. van der - \ 1998
    Wageningen : AB-DLO - 20
    gewasbescherming - pesticiden - herbiciden - lucht - hygiëne - luchtverontreiniging - neerslag - chemische eigenschappen - zuurgraad - zure regen - chemische samenstelling - planten - chemische analyse - plant protection - pesticides - herbicides - air - hygiene - air pollution - precipitation - chemical properties - acidity - acid rain - chemical composition - plants - chemical analysis
    Methane production as a function of anaerobic carbon mineralization: a process model.
    Segers, R. ; Kengen, S.W.M. - \ 1998
    Soil Biology and Biochemistry 30 (1998). - ISSN 0038-0717 - p. 1107 - 1117.
    lucht - hygiëne - luchtverontreiniging - methaan - mineralisatie - air - hygiene - air pollution - methane - mineralization
    Methane production and methane consumption: a review of processes underlying wetland methane fluxes.
    Segers, R. - \ 1998
    Biogeochemistry 41 (1998)1. - ISSN 0168-2563 - p. 23 - 51.
    lucht - hygiëne - luchtverontreiniging - methaan - broeikaseffect - opwarming van de aarde - bodembacteriën - moerasgronden - hoogveengronden - veengronden - wetlands - polders - air - hygiene - air pollution - methane - greenhouse effect - global warming - soil bacteria - swamp soils - bog soils - peat soils - wetlands - polders
    Potential rates of both methane production and methane consumption vary over three orders of magnitude and their distribution is skew. These rates are weakly correlated with ecosystem type, incubation temperature, in situ aeration, latitude, depth and distance to oxic/anoxic interface. Anaerobic carbon mineralisation is a major control of methane production. The large range in anaerobic CH_4:CO_2 production rates indicate that a large part of the anaerobically mineralised carbon is used for reduction of electron acceptors, and, hence, is not available for methanogenesis. Consequently, cycling of electron acceptors needs to be studied to understand methane production. Methane and oxygen half saturation constants for methane oxidation vary about one order of magnitude. Potential methane oxidation seems to be correlated with methanotrophic biomass. Therefore, variation in potential methane oxidation could be related to site characteristics with a model of methanotrophic biomass.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.