Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 23

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Verkenning naar een grondgebonden melkveehouderij : minder koeien om binnen milieugrenzen te komen
    Wit, Jan de; Veluw, Kees van - \ 2017
    Driebergen : Louis Bolk Instituut (Publicatie / Louis Bolk Instituut nummer: 2017-015 VG) - 26
    melkveehouderij - milieueffect - agrarische bedrijfsvoering - melkveestapel - duurzame veehouderij - melkproductie - emissiereductie - biologische landbouw - dairy farming - environmental impact - farm management - dairy herds - sustainable animal husbandry - milk production - emission reduction - organic farming
    De Nederlandse melkveehouderij staat voor een enorme transitie. Met het beëindigen van de melkquotering is een grote dynamiek ontstaan die de intensivering, specialisatie en groei van de sector verder heeft versterkt. In voorliggende studie wordt duidelijk dat niet alleen vanwege waterkwaliteitsdoelstellingen maar ook voor ammoniak- en klimaat-doelstellingen een ombuiging van deze dynamiek noodzakelijk is. In deze studie is berekend hoe groot de melkveestapel moet zijn om aan deze doelen te voldoen en wat dit voor gevolgen heeft voor economie en externe maatschappelijke kosten. Rekening houdend met redelijke efficiëntieverbeteringen wordt ingeschat dat de Nederlandse melkveestapel van 1,6 miljoen melkkoeien in 2015 terug zal moeten gaan naar ongeveer 1,4 miljoen (vanwege de ammoniak-doelstelling voor 2030). Vanwege klimaat-doelstellingen zou de melkveestapel verder terug moeten (naar ongeveer 1,1 miljoen) maar de onzekerheden, over zowel de verwachte emissie per kg melk als de doelstelling, zijn te groot om hierover stellige uitspraken te doen. Met het dalend aantal dieren zullen de externe maatschappelijke kosten dalen, met circa €300-800 miljoen per jaar. Tegelijkertijd zal het een forse verlaging geven van de Netto Toegevoegde Waarde (jaarlijkse beloning voor arbeid en kapitaal), en daarmee de inkomens op de melkveebedrijven en zuivelverwerking, van €250 miljoen. Naar grove schatting kan de reductie van het aantal dieren middels opkoop tot 2030 jaarlijks maximaal €65 miljoen kosten. Aantrekkelijker lijkt het, indien mogelijk, om een harde sanering te voorkomen en tegelijkertijd het produceren binnen strenge milieugrenzen (via het verkleinen van de veestapel of anderszins) te waarderen door: Het stimuleren van brede duurzame zuivel-concepten, zoals biologische zuivel. Het stimuleren en faciliteren van alternatieve inkomstenbronnen (verbrede landbouw). Directe ondersteuning van bedrijven die binnen de milieugrenzen produceren, gefinancierd. Door bijvoorbeeld een CO2-equivalenten-belasting op (rund-)vlees en melk (waardoor tegelijkertijd het gebruik/consumptie wordt verminderd) en/of via het toestaan van ‘offsets’ in de agrarische sector bij verwerving van broeikasgasemissie-rechten binnen het ETS.
    Greening of Ethiopian Dairy Value Chains: evaluation of environmental impacts and identification of interventions for sustainable intensification of dairy value chains
    Vries, Marion de; Yigrem, Sintayehu ; Vellinga, Theun - \ 2016
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research report 948) - 69
    dairy herds - dairy performance - improvement - dairy industry - sustainability - nutrient use efficiency - environmental impact - intensification - ethiopia - melkveestapel - melkresultaten - verbetering - zuivelindustrie - duurzaamheid (sustainability) - nutriëntengebruiksefficiëntie - milieueffect - intensivering - ethiopië
    Documentatierapport Koemodel : de werking van het koemodel samengevat
    Zom, R.L.G. - \ 2016
    Wageningen : Wageningen Livestock Research (Livestock Research rapport 1005) - 9
    rundvee - melkveehouderij - voeropname - melkproductie - diermodellen - leeftijdsstructuur - melkveestapel - cattle - dairy farming - feed intake - milk production - animal models - age structure - dairy herds
    Assuring dairy cattle welfare : towards efficient assessment and improvement
    Vries, M. de - \ 2013
    Wageningen University. Promotor(en): Imke de Boer; Eddy Bokkers; T. Dijkstra. - [S.l.] : s.n. - ISBN 9789461735669 - 130
    melkkoeien - melkvee - dierenwelzijn - verbetering - beoordeling - indicatoren - kwaliteit - evaluatie - modellen - melkveestapel - huisvesting van koeien - rundveehouderij - melkveehouderij - dairy cows - dairy cattle - animal welfare - improvement - assessment - indicators - quality - evaluation - models - dairy herds - cow housing - cattle husbandry - dairy farming

    In many countries, there is an increasing interest to assure the welfare of production animals. On-farm assessment of dairy cattle welfare, however, is time-consuming and, therefore, expensive. Besides this, effects of housing and management interventions that are aimed at improving welfare can be conflicting for different indicators of dairy cattle welfare. The research described in this thesis aimed to contribute to assurance of dairy cattle welfare by evaluating strategies to improve time-efficiency of welfare assessment and by identifying housing and management interventions for welfare improvement. Results presented are based on an observational study among 194 selected Dutch dairy herds. From these herds, data relating to housing, management, and indicators of the Welfare Quality (WQ) protocol for dairy cattle was collected on-farm, and routine herd data (RHD), relating to demography, management, milk production, milk composition, and fertility, was extracted from several national databases. Because in many countries RHD are regularly collected from dairy farms, it was hypothesized that RHD could be used to identify herds with potentially poor animal welfare and, therefore, reduce the number of on-farm assessments that are needed to identify these herds. Results of the literature review showed that variables of RHD have been associated with almost half of the welfare indicators in the WQ protocol for dairy cattle. When RHD and welfare data collected in the observational study were used to evaluate the value of RHD for predicting dairy cattle welfare at the herd level, predictions based on RHD for welfare indicators varied from less to highly accurate. For most welfare indicators, therefore, RHD can serve as a pre-screening test for detecting herds with poor welfare and reduce the number of on-farm assessments. In order to decide whether a herd should be visited following a pre-screening, however, value judgments about the overall welfare of herds need to be made. This requires combining welfare indicators in an overall score that reflects the multidimensional nature of welfare and the relative importance of indicators. The relative importance of indicators was evaluated for welfare classification of our study herds based on the WQ multicriteria evaluation model. Results showed that a limited number of indicators had a strong influence on classification of herds, and classification was not very sensitive to indicators of good health, such as prevalence of severely lame cows. As a different strategy for improving time-efficiency of welfare assessment, reduction of the time per on-farm assessment of the WQ protocol for dairy cattle was explored. Reduction of on-farm assessment time was simulated by omitting welfare indicators from the WQ protocol, and replacing observed values of omitted indicators by predictions based on remaining welfare indicators in the protocol. Because results showed that agreement between predicted and observed values of indicators was poor to moderate, it was concluded that this strategy has little potential to reduce on-farm assessment time. To contribute to knowledge of housing and management interventions that may lead to improvement of dairy cattle welfare, housing and management factors associated with various indicators in the WQ protocol were identified and compared. Surface of the lying area and pasturing in summer were commonly associated with the prevalence of lameness, lesions or swellings, and dirty hindquarters, but no common risk factors were identified for the average frequency of displacements and other welfare indictors. In conclusion, the present work shows that routine herd data can be used to improve time-efficiency of welfare assessment, whereas replacing welfare indicators by predictions based on other welfare indicators cannot. The WQ multicriteria evaluation model for classification of dairy cattle welfare has limitations in its current form. A softer surface of the lying area and pasturing in summer can enhance simultaneous improvement of multiple welfare indicators.

    Familiekuddes : Paul Galama over stalontwerpen
    Livestock Research, - \ 2012
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research
    melkveehouderij - dierenwelzijn - huisvesting, dieren - stallen - diergezondheid - dierlijke productie - melkvee - loopstallen - stalinrichting - ontwerp - kuddes (herds) - melkveestapel - diergedrag - duurzame veehouderij - biologische landbouw - dairy farming - animal welfare - animal housing - stalls - animal health - animal production - dairy cattle - loose housing - animal housing design - design - herds - dairy herds - animal behaviour - sustainable animal husbandry - organic farming
    Dierenwelzijn vraagt om veel ruimte op een zachte bodem met grip. Een vrijloopstal lijkt bij uitstek geschikt voor een familiekudde, want door het ontbreken van ligboxen is er veel bewegingsruimte. Een dergelijke stal kan rechthoekig of rond zijn. Uitgaande van maximale beweiding is voor de winterperiode minimale beschutting voldoende.
    Familiekuddes : Gidi Smolders over diergezondheid
    Livestock Research, - \ 2012
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research
    melkveehouderij - dierenwelzijn - diergezondheid - melkvee - melkveestapel - kuddes (herds) - huisvesting, dieren - dierlijke productie - biologische landbouw - diergedrag - stallen - duurzame veehouderij - dairy farming - animal welfare - animal health - dairy cattle - dairy herds - herds - animal housing - animal production - organic farming - animal behaviour - stalls - sustainable animal husbandry
    De gangbare melkveehouderij is doorgeschoten in het controleren en beheersen van ziektes. Het is gericht op het vermijden van contactbesmettingen door elke leeftijd in een aparte groep te huisvesten. We moeten meer vertrouwen op de kracht van de koe en dieren op een natuurlijke wijze gaan houden. Niet de maximale productie per koe moet voorop staan maar maximale aandacht voor de dieren. En bij een familiekudde is dat het geval. Meer over de familiekudde op: http://www.familiekuddes.nl
    Familiekuddes : Judith Poelarends over de jong volwassen kudde
    Livestock Research, - \ 2012
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research
    melkveehouderij - dierenwelzijn - melkvee - dierlijke productie - diergezondheid - diergedrag - melkveestapel - kuddes (herds) - vaarzen - huisvesting, dieren - lactatie - stallen - duurzame veehouderij - biologische landbouw - dairy farming - animal welfare - dairy cattle - animal production - animal health - animal behaviour - dairy herds - herds - heifers - animal housing - lactation - stalls - sustainable animal husbandry - organic farming
    In de huidige melkveehouderij ervaren de vaarzen behoorlijk veel stress als ze in de koppel worden geïntroduceerd na het afkalven. Een groot deel van de dieren begint niet eens aan een tweede lactatie en verlaten het bedrijf omdat ze tegenvallen. We denken dat een 'jong volwassen kudde', waarbij vaarzen al veel eerder voor het afkalven in de kudde worden geïntroduceerd (bijvoorbeeld al na dekking of inseminatie of 2 tot 3 maanden voor afkalven) een positieve invloed heeft op deze groep dieren. Ze maken immers onderdeel uit van de kudde en de rangorde en raken gewend aan het management. Meer over de familiekudde op: http://www.familiekuddes.nl
    Familiekuddes : Cynthia Verwer over kalf bij de koe
    Livestock Research, - \ 2012
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research
    dierenwelzijn - melkveehouderij - diergezondheid - dierlijke productie - melkvee - melkveestapel - kuddes (herds) - huisvesting, dieren - kalveren - biologische landbouw - zoogkoeienkuddes - stallen - diergedrag - duurzame veehouderij - animal welfare - dairy farming - animal health - animal production - dairy cattle - dairy herds - herds - animal housing - calves - organic farming - suckler herds - stalls - animal behaviour - sustainable animal husbandry
    Met name op biologische bedrijven is er al veel ervaring met 'kalf bij koe'. Maar ook op gangbare bedrijven wordt het steeds vaker toegepast . De kalveren groeien goed en de koeien zijn gezond met minder antibiotica. En het is mogelijk om de kalveren te spenen zonder stress. Daar zijn verschillende oplossingen voor. Meer over de familiekudde op: http://www.familiekuddes.nl
    Familiekuddes : Ingrid Dixhoorn over de voordelen
    Livestock Research, - \ 2012
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research
    melkveehouderij - dierenwelzijn - diergezondheid - huisvesting, dieren - melkveestapel - kuddes (herds) - dierlijke productie - melkvee - stallen - diergedrag - duurzame veehouderij - biologische landbouw - dairy farming - animal welfare - animal health - animal housing - dairy herds - herds - animal production - dairy cattle - stalls - animal behaviour - sustainable animal husbandry - organic farming
    De familiekudde speelt in op de wensen van de koe en de maatschappij. Er zijn verschillende kuddes mogelijk. Je kunt alleen het kalf bij de koe houden maar ook alle jongvee tussen de melkkoeien laten lopen. Het doel van de familiekudde is rust in de veestapel. Daardoor is er minder stress. Door een lage infectiedruk is de weerstand beter en de kans bestaat dat de dieren zelfs minder ziektekiemen uitscheiden. Zo kunnen de dieren op een gezonde manier oud worden.
    Familiekuddes : Anita Jongman streeft naar ultieme familiekudde
    Livestock Research, - \ 2012
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research
    melkveehouderij - dierenwelzijn - dierlijke productie - melkvee - melkveestapel - kuddes (herds) - huisvesting, dieren - diergedrag - diergezondheid - biologische landbouw - stallen - duurzame veehouderij - dairy farming - animal welfare - animal production - dairy cattle - dairy herds - herds - animal housing - animal behaviour - animal health - organic farming - stalls - sustainable animal husbandry
    Melkveehouder Anita Jongman heeft samen met haar kinderen een melkveebedrijf in Groningen. Jongman wil kalveren, pinken en vaarzen tussen de melkkoeien laten lopen. Consequentie is wel dat ze binnenkort een nieuwe stal met bouwen.
    Familiekuddes : Cor den Hartog houdt kalf bij de koe
    Livestock Research, - \ 2012
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research
    melkveehouderij - dierenwelzijn - biologische landbouw - melkvee - dierlijke productie - melkveestapel - kuddes (herds) - diergezondheid - diergedrag - huisvesting, dieren - kalveren - melkkoeien - stallen - duurzame veehouderij - dairy farming - animal welfare - organic farming - dairy cattle - animal production - dairy herds - herds - animal health - animal behaviour - animal housing - calves - dairy cows - stalls - sustainable animal husbandry
    Melkveehouder Cor den Hartog neemt deel aan het project Familiekudde. Den Hartog laat zijn kalveren tussen de melkkoeien door lopen zodat ze melk bij de moeder of bij een pleegmoeder kunnen drinken.
    Familiekuddes : zoals de koe het zou willen
    Livestock Research, - \ 2012
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research
    melkveehouderij - dierenwelzijn - diergezondheid - dierlijke productie - melkvee - huisvesting, dieren - kuddes (herds) - melkveestapel - stallen - diergedrag - duurzame veehouderij - biologische landbouw - dairy farming - animal welfare - animal health - animal production - dairy cattle - animal housing - herds - dairy herds - stalls - animal behaviour - sustainable animal husbandry - organic farming
    In het project Familiekudde, opgezet door Wageningen UR Livestock Research, proberen boeren en onderzoekers melkkoeien, vaarzen, pinken en kalveren in een grote groep te houden. Net zoals in de natuur het geval is. Door het houden van dieren in een kudde, zijn vaarzen al gewend aan de stal, aan de kuddegenoten, de rangorde en de bedrijfsvoering. Dat moet er voor zorgen dat alles na het afkalven veel gemakkelijker gaat. Doordat de koeien minder stress hebben, zijn ze ook gezonder.
    Duurzame melkstapel goed voor milieu
    Haan, M.H.A. de; Huijps, K. ; Hoog, J. de - \ 2012
    Nieuwsbrief Koeien & Kansen 2012 (2012)36. - p. 2 - 2.
    melkveehouderij - duurzaamheid (sustainability) - duurzame veehouderij - milieueffect - diergezondheid - melkveestapel - dairy farming - sustainability - sustainable animal husbandry - environmental impact - animal health - dairy herds
    Koeien & Kansen-veehouders doen hun best om goede milieuprestaties te leveren. Het projectdoel is dan ook om voor te lopen op de milieuwetgeving. Met bovengemiddelde milieuprestaties lijkt dit aardig te lukken. Maar hoe zit het met de veeprestaties? Krijgt dat dan minder aandacht? Is dat juist onder gemiddeld? Nou, niet dus. Gemiddeld hebben de veestapels van de Koeien & Kansen-bedrijven zelfs een hoger Netto Dag Rendement (NDR) dan het gemiddelde van de Nederlandse bedrijven. Dit is te zien in de figuur. Het gemiddelde NDR en het NDR van de 5% laagst scorende veestapels van Koeien & Kansen ligt beduidend hoger dan die van Nederland.
    Familiekuddes - zoals de koe het zou willen
    Animal Sciences Group (ASG), ; Louis Bolk, ; Dixhoorn, I.D.E. van; Verwer, C.M. ; Poelarends, J.J. ; Smolders, E.A.A. ; Galama, P.J. - \ 2012
    Lelystad : Livestock Research Wageningen UR
    melkveehouderij - kuddes (herds) - melkveestapel - stallen - huisvesting, dieren - dierenwelzijn - diergezondheid - diergedrag - duurzame veehouderij - biologische landbouw - dierlijke productie - melkvee - dairy farming - herds - dairy herds - stalls - animal housing - animal welfare - animal health - animal behaviour - sustainable animal husbandry - organic farming - animal production - dairy cattle
    Familiekuddes is een webboek. Een website in boekvorm waarin u door kunt klikken naar inspiraties en ervaringen uit de praktijk met de familiekudde. Verschillende vormen van familiekuddes zoals kalf bij koe en jong volwassen kudde worden toegelicht. Familiekuddes zijn gericht op een betere weerstand van het vee door een meer natuurlijke wijze van veehouderij. Dat betekent niet elke leeftijdsgroep apart huisvesten om contactbesmetting te voorkomen, maar vertrouwen op een betere weerstand en lagere ziektedruk door rust in de kudde en voldoende ruimte.
    Familiekudde : Melkveehouderijontwerpen vanuit de behoeften
    Janssen, A.P.H.M. - \ 2009
    Wageningen : Wageningen UR
    melkveehouderij - dierenwelzijn - melkveestapel - agrarische bedrijfsvoering - diergezondheid - huisvesting van koeien - dairy farming - animal welfare - dairy herds - farm management - animal health - cow housing
    In de brochure 'Melkveehouderijontwerpen vanuit de behoeften van de koe en de maatschappij' , staat informatie over de uitgangspunten, ontwerpen en de consequenties van het concept Familiekudde. De stalontwerpen zijn bedoel om te prikkelen en vormen het uitgangspunt voor een te bouwen stal. Melkveehouders in het netwerk Familiekudde passen het concept aan aan de omgeving en het managementtype van de veehouder in unieke bedrijfsplannen. Door te leren en te experimenteren met veehouders, toeleverende industrie, gemeenten, LNV, EU, dierenartsen en wetenschappers wordt het familiekuddesysteem praktijkrijp gemaakt
    Familiekudde verhoogt dierenwelzijn
    Luijmes, R. ; Livestock Research, - \ 2008
    Nieuwe oogst / LTO Noord. Editie Noord 4 (2008)19. - ISSN 1871-0875 - p. 4 - 4.
    melkveehouderij - melkkoeien - melkveestapel - dierenwelzijn - dairy farming - dairy cows - dairy herds - animal welfare
    Epidemiology, infection dynamics and effective control of Bovine Leukemia virus within dairy herds of Argentina: a quantitative approach
    Monti, G.E. - \ 2005
    Wageningen University. Promotor(en): Mart de Jong, co-promotor(en): Klaas Frankena. - Wageningen : S.n. - ISBN 9789085042341 - 164
    melkveestapel - runderleukemievirus - epidemiologie - simulatiemodellen - ziekteoverdracht - diagnostische technieken - ziektebestrijding - Argentinië - dairy herds - Bovine leukemia virus - epidemiology - simulation models - disease transmission - diagnostic techniques - disease control - Argentina
    Bovine Leukemia Virus (BLV) is a retrovirus that causes lymphomas (leucosis) and other disorders in cattle and it has a large economical impact on the livestock sector of many countries around the world. BovineLeukemia has been reported inArgentinafor the first time in 1968. Recently, a prevalence study in the whole country was performed showing an animal level prevalence of 33 % while 84 % of the sampled herds were positive.Given that the disease is more prevalent in dairy operations, the main objectives of this thesis were to providean analytical framework to quantify several aspects related with the epidemiology and control of BLV in dairy herds fromArgentina. Understanding and quantifying the transmission of BLV in dairy cattle is essential to the design of effective control strategies and BLV prevention in general.Two types of BLV isolates - Australian and Argentine - were present in dairy herds from different areas ofCentral Argentinaand thephylogeneticaltree clearly shows that Argentine isolates represent a separate and homogeneous group compared to other clusters. The low rate of non-synonymous substitutions compared to synonymous substitutions found in the analysis supports the hypothesis of purifying selection ofenv, gag andpolgenes and several subunits; consequently, molecular evolution occurs under some functional constraint. It appears that for theTransmembraneHydrophobic Region within theenvgene - at least for the Argentine isolate - the host seems to drive the selective pressure andsubtle natural variation in the structure resulted from host-pathogen interactions; hence it is a site that might be a good potential candidate for future functional studies. Simulation modeling showed that after introduction of only one infectious animal (either a heifer or adult cow) in a naive herd there is a high probability that an outbreak will occur and most likely the infection will then become endemic. Hence, if farmers want to eradicate BLV from their herds or keep their herds free of BLV, they should be extremely cautious in the addition of new animals to their herds. It was shown that although in larger herds it is possible to eradicate BLV, it takes longer and it demands more efforts in comparison with smaller herds. Simulation further showed that the time to achieve eradication was not significantly affected by a sampling frequency being either 6 or 3 months, resulting in lower costs for the farmer. The decision to adopt a specific BLV eradication strategy (combination of control measures, sampling frequency and test) thatoptimisesthe probability to achieve eradication and the time till eradication has been achieved depends heavily on the herd size. Also, early detection of infected calves dramatically reduces the time needed to achieve eradication. Our estimation of the properties (Sensitivity and Specificity) of diagnostic tests commonly used and available for surveillance showed that they are sufficiently high for being used in eradication strategies as simulated. Although several types of ELISA recently have been officially approved for surveillance purposes it does not incorporate the ELISA 108 in milk which can be advantageously used for routine screening.
    Appraisal of the Epidemiology of Neospora caninum Infection in Costa Rican Dairy Cattle
    Romero Zúñiga, J.J. - \ 2005
    Wageningen University. Promotor(en): Mart de Jong, co-promotor(en): Klaas Frankena; E. Pérez Gutiérrez. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085042709 - 137
    melkkoeien - melkveestapel - neospora caninum - neosporose - melkresultaten - voortplanting - abortus - vaccins - epidemiologie - costa rica - dairy cows - dairy herds - neospora caninum - neosporosis - dairy performance - reproduction - abortion - vaccines - epidemiology - costa rica
    Costa Rica, milk production has increased gradually during the twentieth century, in which the activity developed from a non-technical to a technical activity. Together with the evolution of the dairy sector, the incidence of infectious and metabolic diseases increased, leading to increased economic losses. According to a VAMPP data base, the global percentage of abortion during the period between 1988 and 2003 varied between 7.5 and 12%; but at individual farms abortion rates close to 30% occurred in one or more years. Abortion is one of the most important economic disorders.Since the 90´sneosporosis( N.caninum ) has been associated with abortion andfoetallosses in cattle all over the world.In 1996, a study stated (for the first time) the presence ofneosporosisinCosta Ricaand N.caninum was diagnosed (Perez et al., 1998).The aim of this thesis is to describe the most important features ofneosporosisin Costa Rican dairy cattle in order to develop strategies for the prevention and control of the infection. The main results of this thesis are: 1)no significant effects ofNeosporaserostatuswere detected on (re)productive performance; 2) theassociation between management and environmental factors withserostatuswas found to be absent3) in the specific conditions of the dairy herds involved in this study, theserostatusof the cows should be not used as predictor of theserostatusof daughters due to the high probability of horizontal transmission, 4) the killed wholeNeosporacaninumtachyzoitepreparation reduced the abortion rate in Costa Rican dairy cattle.
    Epidemiologic and economic risk analysis of Johne's Disease control
    Groenendaal, H. - \ 2005
    Wageningen University. Promotor(en): Ruud Huirne; D.T. Galligan, co-promotor(en): M. Nielen. - Wageningen : Ponsen & Looijen BV - ISBN 9789085042136 - 160
    rundvee - paratuberculose - rundveestapel - melkveestapel - ziektebestrijding - epidemiologie - economische impact - monitoring - certificering - programma-evaluatie - simulatiemodellen - risicoschatting - agrarische economie - nederland - vs - dierziektepreventie - cattle - paratuberculosis - beef herds - dairy herds - disease control - epidemiology - economic impact - monitoring - certification - program evaluation - simulation models - risk assessment - agricultural economics - netherlands - usa - animal disease prevention
    Johne's disease or paratuberculosis in cattle is a chronic, progressive intestinal disease caused by infection with Mycobacterium avium subsp. paratuberculosis (Map). There is a growing concern about the apparent increase in the prevalence of Johne's disease and the resulting economic and possible trade implications. In addition, although there has not been any definitive proof, Johne's disease may be associated with some forms of Crohn's disease in humans. As a result, there is an increased need for effective and economically attractive control programs against Johne's disease. The main objective of the research described in this thesis was to support decision-making in the design and development of control and certification-and-monitoring programs for Johne's disease by providing insight into the epidemiologic and economic effects of different strategies. To meet this objective, a stochastic simulation model, the 'JohneSSim' model was developed and used to evaluate control and certification-and-monitoring strategies on Dutch and mid-size US cattle herds. According to the model when applied to Dutch dairy farms, test-and-cull strategies alone using the current tests available do not considerably reduce the prevalence of Johne's disease and are economically unattractive. As a consequence, the focus of policy-makers changed to management measures to prevent the spread of Map within herds. A new Dutch Johne's disease program was designed, called Paratuberculosis Program Netherlands (PPN), and evaluated with the JohneSSim model. It was found that under PPN, a low true prevalence could be reached within 20 years and that PPN was on average economically attractive. AIso, a number of certification-and-monitoring schemes for Johne's disease test-negative dairy herds were evaluated on their costs and effectiveness. Furthermore, control strategies on Dutch beef herds were evaluated, and it was concluded that under current practical circumstances no control strategy was economically attractive and realistic. For US mid-size dairy herds, similar results were obtained as for Dutch dairy herds. Vaccination was found to be economically attractive, but not able to reduce the prevalence. Measures to prevent spread of Map within herds and contract heifer rearing were found to be better control strategies that both decrease the prevalence and have economic benefits. Both in The Netherlands and in the US, this study greatly supported the decision making process in the development and improvement of Johne's disease control and certification-and-monitoring strategies.
    Automatic milking : a better understanding
    Meijering, A. ; Hogeveen, H. ; Koning, C.J.A.M. de - \ 2004
    Wageningen : Wageningen Academic Publishers - ISBN 9789076998381 - 544
    machinaal melken - automatisering - robots - melkveehouderij - melkveestapel - machine milking - automation - robots - dairy farming - dairy herds
    In 2000 the book Robotic Milking, reflecting the proceedings of an International Symposium which was held in The Netherlands came out. At that time, commercial introduction of automatic milking systems was no longer obstructed by technological inadequacies. Particularly in a few west-European countries, systems were being installed at an increasing rate. However, it was recognised that the changeover from “traditional” to automatic milking affected the farming operation, herd management and control of milk quality profoundly and that many of the implications were still unknown. So, new challenges in various fields of dairy farming and new research areas emerged. Since this previous International Symposium, much has happened. In general automatic milking has been adopted as a realistic alternative for milking in the “traditional” milking parlour. Systems have gradually been improved and, maybe even more importantly, farmers have become more familiar with their potential and limitations, both technically and in herd management. The number of farms milking with an automatic milking system has worldwide increased to more than 2.200 by the end of 2003 . From 2000 to now, the level of scientific knowledge on various aspects and consequences of automatic milking has increased largely as well because of research efforts all over the world. A significant share of these efforts has been made within the framework of a EU-granted project on the implications of the introduction of automatic milking on dairy farms. Some seven research institutes and six industrial companies from six countries joined their expertise and experience in order to facilitate a widespread adoption of automatic milking without undesirable side effects. This book reflects the knowledge on automatic milking generated all over the world in the last few years. Its contents can therefore be regarded as the present state of knowledge in the field of automatic milking, for a better understanding
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.