Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 29

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Overzichtsdocument: 7 jaar Chrysant op water
    Vermeulen, Tycho ; Blok, Chris ; Eveleens, Barbara - \ 2017
    Bleiswijk : Wageningen University & Research, BU Glastuinbouw (Rapport GTB 1430) - 22
    greenhouse crops - greenhouse horticulture - greenhouses - chrysanthemum - hydroponics - water systems - microbial contamination - inoculation - kasgewassen - glastuinbouw - kassen - chrysanthemum - hydrocultuur - watersystemen - microbiële besmetting - inoculatie
    Over a period of seven years (2009-2016) hydroponic chyrsanthemum cultivation has been developed and
    tested in practice. Where the system delivered up to 25% higher yields at smaller scale, the larger systems of
    250-300 m2 turned out very sensitive to root infection. Research then focussed to understanding the key factors
    that caused the plants to become sensitive. However, where the larger system showed much disease incidence
    every summer for three years in a row, at smaller scale the symptoms could not be induced despite application
    of extreme cultivation measures.
    The studies were the first to apply next generation sequencing to microbial populations in cultivation systems.
    The results gave evidence for shifting population dynamics due to inoculation and water temperature. Also the
    inoculation with beneficial microbes was found to have a positive effect on recovery of the roots upon infection.
    This effect, however, was only found in the research-facility. At larger scale potential beneficial effect could not
    prevent significant yield loss.
    Effect of maternal antibiotic intervention in sows on gut development and microbiota in offspring : report of Feed4Foodure, VDI-2: 2013/2014
    Greeff, A. de; Schokker, D. ; Roubos, P. ; Ramaekers, P. ; Peet-Schwering, C.M.C. van der; Bikker, P. ; Vastenhouw, S.A. ; Bree, F.M. de; Bossers, A. ; Harders, F.L. ; Smits, M.A. ; Rebel, J.M.J. - \ 2015
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research report 892) - 48
    zeugen - antibiotica - microbiële besmetting - biggen - maatregel op voedingsgebied - varkenshouderij - diergezondheid - dierenwelzijn - veehouderij - sows - antibiotics - microbial contamination - piglets - nutritional intervention - pig farming - animal health - animal welfare - livestock farming
    A significant contribution to microbial colonization of piglets comes from the sow: via vertical transmission of vaginal flora during birth and transmission of mucosal immune memory and flora by feaces, colostrum and milk. In this study we determine the effect of an maternal nutritional intervention with an antibiotic on early microbial colonization of piglets. We used antibiotic treatment as a harsh intervention to investigate the hypothesis that the microbial composition in sows, may have an effect on the early microbial colonization of piglets.
    Bacterieziekten in de bloemisterij
    Slootweg, G. ; Dijkema, M.H.G.E. ; Wolf, J.M. van der; Meekes, E. ; Westerhof, J. - \ 2015
    Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF - 59
    sierteelt - plantenziekteverwekkende bacteriën - microbiële besmetting - vermeerderingsmateriaal - bedrijfshygiëne - maatregelen - bestrijdingsmethoden - elicitoren - bacterieziekten - ornamental horticulture - plant pathogenic bacteria - microbial contamination - propagation materials - industrial hygiene - measures - control methods - elicitors - bacterial diseases
    In de bloemisterij kunnen een flink aantal bacterieziekten voorkomen, veroorzaakt door verschillende bacteriën. Ziekteverwekkende bacteriën kunnen een grote variatie aan symptomen laten zien, waaronder natrot, kankers, bladvlekken en dwerggroei. Uit bronnenonderzoek blijkt dat in de kasteelt van paprika bacteriën (Pectobacterium carotovorum subsp. carotovorum) in al het water op de kwekerij aanwezig kunnen zijn en ook goed kunnen overleven in grond en op oppervlakten. Daarnaast is deze bacterie aangetoond op fruitvliegjes in het gewas. In de buitenteelt van Prunus zijn ziekteverwekkende bacteriën (Xanthomonas arboricola pv. pruni en Pseudomonas syringae pv. morsprunorum) aangetoond op onkruidspuitkappen, laarzen, snoeischaren, het doek van het containerveld en buiten- én binnenzijde van beregeningsystemen. Ook op vliegen op vangplaten tussen besmette Prunusplanten zijn deze bacteriën gevonden. Visuele diagnostiek van bacterieziekten is erg lastig. De symptomen lijken erg op elkaar en kunnen snel worden verward met bladvlekkenziekten veroorzaakt door schimmels. In de meeste gevallen wordt de bacterie uit het aangetaste weefsel geïsoleerd. Voor het op naam brengen wordt altijd een serologische (ELISA) of PCR (DNA-)techniek gebruikt. Het is daarvoor echter wel noodzakelijk dat men beschikt over een positieve controle van de op naam te brengen soort. Als men niet weet om welke soort het zou kunnen gaan wordt DNA-sequencing toegepast, om de bacterie op naam te brengen. Bovengenoemde technieken worden zowel bij Naktuinbouw als bij Wageningen UR toegepast. In Sedum is onderzocht of latente besmettingen met Erwinia betrouwbaar zijn aan te tonen. Hiervoor is, onder andere, gebruikt gemaakt van een door PRI ontwikkelde methode waarmee het plantmateriaal onder vacuüm wordt gebracht. Erwinia’s vermeerderen wel goed uit bij een lage zuurstofconcentratie terwijl veel andere bacteriën dan afsterven. Uit dit onderzoek blijkt dat er bij de vacuümmethode niet meer infecties aangetoond worden dan bij (‘klassieke’) verrijking van plantenextracten in een groeimedium. Bij Sedum en Phlox is het effect van een warmwaterbehandeling om plantmateriaal vrij te maken van bacteriebesmetting onderzocht. Het onderzoek is uitgevoerd met stekken van Sedum, waarvan onbekend was of de stekken besmet waren met Dickeya dianthicola en/of Pectobacterium spp. En planten van Phlox, die besmet waren met woekerziek. Na twee dagen voorwarmte zijn twee warmwaterbehandelingen uitgevoerd (30 minuten bij 47°C en 15 min. Bij 50°C. De sedumplanten in de proef waren niet of nauwelijks besmet met Dickeya dianthicola en Pectobacterium spp. waardoor er geen conclusies getrokken kunnen worden over de effectiviteit van de geteste warmwaterbehandelingen. De warmwaterbehandelingen veroorzaakten aan het begin van de groei lichte schade (bladschade, groeivertraging). Al snel waren deze effecten in het gewas niet meer zichtbaar. Bij Phlox bleken beide warmwaterbehandelingen niet effectief tegen woekerziek en gaven veel schade (uitval en afname aantal stelen per plant). Er zijn verschillende stoffen bekend die het afweermechanisme van de plant stimuleren waardoor de plant weerbaarder wordt tegen ziekten en plagen (elicitors). Elicitors zijn met name voor beheersing van bacterieziekten interessant, omdat antibiotica (bacteriedodende middelen) geen toelating kennen voor gewassen. Deze geïnduceerde weerstand is niet specifiek en kan een effect hebben op zowel schimmels, bacteriën en virussen. Elicitors hebben geen direct effect op de bacterie, waardoor geen resistentie kan ontstaan. Het tijdstip van toediening is echter vaak kritischer dan bij toepassing van gangbare (chemische) gewasbeschermingsmiddelen, en bescherming wordt vaak pas enige tijd na toediening verkregen. Voor de beheersing van bacterieziekten op de bedrijven is een lijst met hygiënemaatregelen opgesteld. Deze maatregelen zijn ook kort samengevat in 10 geboden.
    Bacteriën in de Bloemisterij
    Slootweg, G. - \ 2015
    Wageningen UR
    sierteelt - vollegrondsteelt - vermeerderingsmateriaal - microbiële besmetting - plantenziekteverwekkende bacteriën - bedrijfshygiëne - maatregelen - bestrijdingsmethoden - ornamental horticulture - outdoor cropping - propagation materials - microbial contamination - plant pathogenic bacteria - industrial hygiene - measures - control methods
    Bacterieziekten zijn een toenemend probleem in de bloemisterij. Ze zijn erg besmettelijk en nauwelijks te bestrijden. Beheersmaatregelen zijn het belangrijkste wapen. Waar komen bacteriën vandaan, hoe beheers je ze en welk onderzoek is er gedaan om besmetting tegen te gaan.
    Actieve biologische Monitoring Zoete Rijkswateren: microverontreinigingen in zoetwatermosselen - 2015
    Kotterman, M.J.J. - \ 2014
    IJmuiden : IMARES (IMARES / Rapport C085/15) - 37
    monitoring - waterbeheer - waterbeleid - watersystemen - mytilidae - chemicaliën - biologische monitoring - microbiële besmetting - waterverontreiniging - mossels - binnenwateren - monitoring - water management - water policy - water systems - mytilidae - chemicals - biomonitoring - microbial contamination - water pollution - mussels - inland waters
    Rijkswaterstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is in 1992 gestart met de uitvoering van het monitoringprogramma “Monitoring Zoete Rijkswateren”. Dit vormt een onderdeel van de “Monitoring van de Waterstaatkundige Toestand des Lands” (MWTL). Doelstellingen van de metingen zijn: - het signaleren van langjarige ontwikkelingen in de biologische toestand van watersystemen (trend). - periodieke toetsing van de toestand aan criteria die voortvloeien uit de toegekende functies van wateren (controle). De opdracht is gebaseerd op het werkdocument “Actieve monitoring chemische stoffen zoetwatermosselen, projectplan chemisch meetnet MWTL 2014”, van 28 augustus 2014 en is uitgevoerd door IMARES. De uit te voeren werkzaamheden betroffen het bemonsteren van zoetwatermosselen en het analyseren van microverontreinigingen daarin. Dit rapport bevat zowel de analyseresultaten van quaggamosselen uit het oorspronkelijke onderzoek in 2014, als ook de resultaten van het aanvullende onderzoek betreffende driehoeksmosselen en quagga’s uit het Spaarne; op tijdstip 0 (niet uitgehangen) en tijdstip 1 (na uithangen, alleen locatie Keizersveer).
    Nieuwe game rond een reëel probleem
    Os, G.J. van; Janssen, H. - \ 2014
    Gewasbescherming 45 (2014)2. - ISSN 0166-6495 - p. 63 - 64.
    tomaten - microbiële besmetting - bedrijfshygiëne - workshops (programma's) - educatieve spellen - middelbaar beroepsonderwijs - gewasbescherming - onderwijsmethoden - tomatoes - microbial contamination - industrial hygiene - workshops (programs) - educational games - intermediate vocational training - plant protection - teaching methods
    Het management van een tomatenbedrijf moet snel besluiten welke maatregelen ze gaat treffen om een gevaarlijke bacteriebesmetting op hun tomaten op te sporen, te bestrijden en om nieuwe besmettingen te voorkomen. Doen ze dit niet, dan kan het bedrijf failliet gaan. Deze opdracht kregen docenten en bestuurders van agrarische MBO-scholen voorgelegd in een game die onderdeel wordt van een nieuwe lesmodule. Tijdens een workshop op 24 januari 2014 werd proefgedraaid met de game.
    Microbïele risico's bij hergebruik van drankenkartons : rapportage naar aanleiding van een vergadering gehouden op 24 februari 2014 in aanwezigheid van experts op het gebied van microbiologie
    Bokhorst-van de Veen, H. van; Brouwer, M.T. - \ 2014
    Wageningen : Wageningen UR - Food & Biobased Research (Rapport / Wageningen UR Food & Biobased Research nr. 1472) - ISBN 9789461739919 - 20
    flessen - verpakkingsmaterialen - risicoschatting - microbiële besmetting - bordpapier - bottles - packaging materials - risk assessment - microbial contamination - cardboard
    The limits of testing for microbiological food safety
    Joosten, H.M.L.J. - \ 2014
    Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789461737939 - 24
    voedselveiligheid - voedselmicrobiologie - microbiële besmetting - voedselanalyse - kwaliteitscontroles - food safety - food microbiology - microbial contamination - food analysis - quality controls
    Ziek en Zeer : Een gevaarlijke bacterieziekte in gladiool
    Vink, P. - \ 2011
    BloembollenVisie 2011 (2011)220. - ISSN 1571-5558 - p. 29 - 29.
    plantenziekten - gladiolus - burkholderia gladioli - fungiciden - microbiële besmetting - plant diseases - gladiolus - burkholderia gladioli - fungicides - microbial contamination
    In dit eerste artikel in de serie Ziek en zeer een verslag van het onderzoek aan een bijzondere ziekte in gladiolen die wordt veroorzaakt door de bacterie Burkholderia gladioli. Deze bacterie was al bekend als veroorzaker van scab onder de naam Pseudomonas gladioli. De bacterie kan echter ook het bovengrondse gwwas van gladiolen aantasten.
    Komkommerbontvirus in komkommer
    Stijger, I. ; Hamelink, R. ; Ludeking, D.J.W. - \ 2011
    komkommerbontvirus - besmetting - microbiële besmetting - komkommers - virussen - persistentie - gewasbescherming - cucumber green mottle mosaic virus - contamination - microbial contamination - cucumbers - viruses - persistence - plant protection
    Informatieposter getiteld "Komkommerbontvirus in komkommer". Omdat chemische en biologische middelen het virus niet kunnen bestrijden, is komkommerbontvirus een terugkerend probleem
    Detection, occurence, growth and inactivation of Cronobacter spp. (Enterobacter sakazakii)
    Kandhai, M.C. - \ 2010
    Wageningen University. Promotor(en): Leon Gorris; Marcel Zwietering, co-promotor(en): Martine Reij. - [S.l. : S.n. - ISBN 9789085855569 - 240
    enterobacter sakazakii - flesvoedingsamenstelling - detectie - groeianalyse - groeimodellen - inactivatie - risicoschatting - voedselveiligheid - microbiële besmetting - blootstellingsbepaling - enterobacter sakazakii - infant formulae - detection - growth analysis - growth models - inactivation - risk assessment - food safety - microbial contamination - exposure assessment
    The genus Cronobacter consists of Gram-negative, motile, non-spore forming, facultative anaerobic bacteria, and was originally defined as one species “Enterobacter sakazakii” within the genus Enterobacter in 1980. Cronobacter spp. have been documented as a rare cause of outbreaks and sporadic cases of neonatal meningitis, necrotizing enterocolitis, and sepsis in infants with a high mortality. Among these infants, those at greatest risk are infants less than 2 months of age, particularly pre-term infants, low birth weight (LBW) infants (< 2500 g), and immuno-compromised infants.
    At the onset of the work for this thesis, Cronobacter spp. had been isolated from milk-based powdered formulae which have a direct link to the sub-population at greatest risk. However, there was a need to more closely investigate whether and where Cronobacter spp. occurs in environments in which these powdered are manufactured and packed but also to investigate other sources which could lead to exposure of vulnerable sub-populations. The main objective of this study was to develop isolation and detection methods that would allow quick and reliable investigation into the occurrence of the micro-organism in potential sources. Furthermore, more insight into the growth behavior of Cronobacter spp. in reconstituted infant formula was necessary in order to provide data to be used in Microbiological Risk Assessment (MRA) dedicated to this particular food product.
    A selective enrichment method was developed for the rapid and reliable enrichment and detection of Cronobacter spp. in environmental samples. The detection method which was developed is based on two features of Cronobacter spp. combined: their yellow pigmented colonies when grown on tryptone soy agar and their constitutive -glucosidase, which can be detected in a 4-h colorimetric assay. The initially developed method and refinements thereof were applied for routine screening for the presence of Cronobacter spp. in environmental samples and a variety of food products manufactured or marketed in The Netherlands. The detection method described in this thesis has been the basis for a series of media for Cronobacter spp. that have recently been commercialized.
    Quantitative data on product contamination at manufacture, during preparation, and also growth after reconstitution are required in order to assess the risk associated with Cronobacter spp. exposure. Next to that, tools are needed to asses the micro-organisms growth potential as well as its inactivation (thus, its survival) due to specific control measures applied. In this thesis, predictive growth models were developed that capture key growth parameters. Minimum– and maximum temperatures estimated with the Secondary Rosso equation were 3.6 ºC and 47.6 ºC, respectively. The estimated lag time of the micro-organisms was found to vary from 83.3 ± 18.7 h at 10 ºC to 1.73 ± 0.43 h at 37 ºC and could be described with the hyperbolic model and reciprocal square root relation. The models for growth rates and lag times as a function of temperatures obtained during this study allow estimating the potential growth of Cronobacter spp. in reconstituted infant formula stored at any temperature below 47 C.
    As growth rates of Cronobacter at refrigeration temperatures are relatively small, caregivers are advised to store reconstituted infant at low temperature as a control measure to prevent microbial growth. It is evident that storage of reconstituted formula in a refrigerator may require a significant amount of the time before the formula reach the targeted refrigeration temperature. Therefore, a mathematical model was built to predict the temperature profile and the resulting growth of Cronobacter spp. during cooling, i.e. under dynamic temperature conditions. Predictions showed that proliferation of Cronobacter spp. during cooling strongly depends on the size of the container used for storage and that it may be prevented by limiting the volume to be cooled to portion-size only or by reconstituting at temperatures of 25 °C or lower.
    The survival of two Cronobacter strains in dry powdered infant formula (PIF) was tested and compared to the survival of six other bacterial strains after inoculation and storage at several temperatures between 7 and 42 ºC. The effect of temperature on survival in PIF, was described using both the Weibull distribution model and the log-linear model. Differences were found in the rate of survival that can be due to difference in the resistance to inactivation in dry environments between Cronobacter species, which could be relevant to consider when establishing quantitative risk assessments on consumer risks related to PIF.
    The research described in this thesis contributes to the existing knowledge on the natural habitat of Cronobacter spp. and its occurrence and behavior in PIF. The models developed for quantifying the growth of Cronobacter spp. in reconstituted formulae under various conditions can be applied in risk assessments set-up to estimate the probability of vulnerable sub-populations becoming ill after consuming infant formulae. International and national governmental bodies may use these predictive models in risk assessments and to establish guidelines for health care professionals to provide effective hygiene training to parents and professional caregivers to ensure that PIF is prepared handled and stored appropriately.

    Een onderzoeksagenda naar de relatie tussen voedselrisico en consumentengedrag
    Wagenberg, C.P.A. van; Winter, M.A. de; Asselt, E.D. van; Fischer, A.R.H. - \ 2009
    Den Haag : LEI Wageningen UR (Nota / LEI : Werkveld 3, Consumenten en ketens ) - 29
    voedselbesmetting - microbiële besmetting - voedselveiligheid - voedselbereiding - houding van consumenten - gedragsveranderingen - risicovermindering - voeding en gezondheid - food contamination - microbial contamination - food safety - food preparation - consumer attitudes - behavioural changes - risk reduction - nutrition and health
    Current government policy is striving to reduce the microbial contamination of foods to zero level. However, it is possible that consumers who perceive lower risks of contracting foodborne diseases will take less care of foods. A literature study was carried out to review scientific knowledge about the consequences of the reduction of foodborne infections to a zero level for consumer cooking behaviour. A workshop was then organised to determine the research agenda for this subject
    Grondbesmetting gekoppeld aan teeltfrequentie
    Lamers, J.G. - \ 2007
    BioKennis bericht Akkerbouw & vollegrondsgroenten 2 (2007). - 4
    aardappelen - thanatephorus cucumeris - besmetting - microbiële besmetting - bodem - vermeerderingsmateriaal - controle - antagonisten - akkerbouw - maatregelen - potatoes - thanatephorus cucumeris - contamination - microbial contamination - soil - propagation materials - control - antagonists - arable farming - measures
    Rhizoctonia in de aardappel kan veel schade veroorzaken. Schade zowel door opbrengstverlaging als door kwaliteitsverlies. Om schade te beperken zijn er verschillende beheersmaatregelen mogelijk. Met behulp van het puntensysteem van Lamers kan eenvoudig bepaald worden hoe groot het risico op schade is. Ook is daarmee snel te zien welke maatregelen getroffen kunnen worden om het risico op schade te verminderen.
    Kan voorlichting aantal zieken door Campylobacter omlaag brengen?
    Nauta, M. ; Jonge, R. de; Fischer, A.R.H. - \ 2007
    Voeding Nu 9 (2007)6. - ISSN 1389-7608 - p. 20 - 22.
    campylobacter - kippenvlees - hygiëne - microbiële besmetting - voedselbesmetting - voorlichting - consumenteninformatie - methodologie - campylobacter - chicken meat - hygiene - microbial contamination - food contamination - extension - consumer information - methodology
    Campylobacter en kip: het blijft een gevreesde combinatie. Toch kan goede hygiëne in de keuken bij consumenten thuis infectie met deze bacterie voorkomen. Om mensen zover te krijgen lijkt voorlichting nodig, die erop gericht is om kruisbesmetting van rauw kippenvlees naar ander voedsel te voorkomen. Maar werkt die eigenlijk wel? Recent onderzoek van het RIVM en Wageningen Universiteit laat zien dat er mogelijkheden zijn
    Modeling to control spores in raw milk
    Vissers, M. - \ 2007
    Wageningen University. Promotor(en): J.M.G. Lankveld, co-promotor(en): M.C. te Giffel; P. de Jong. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085046738 - 143
    rauwe melk - bacteriële sporen - boterzuurbacteriën - bacillus cereus - voedselbesmetting - microbiële besmetting - melkhygiëne - zuivelhygiëne - simulatiemodellen - raw milk - bacterial spores - butyric acid bacteria - bacillus cereus - food contamination - microbial contamination - milk hygiene - dairy hygiene - simulation models
    A modeling approach was used to identify measures at the farm that reduce transmission of microorganisms to raw milk. Butyric acid bacteria (BAB) and Bacillus cereus were used as case-studies. Minimizing the concentration of BAB spores in raw milk is important to prevent late-blowing of Gouda-type cheeses. Reducing the concentration of B. cereus spores in raw milk increases the shelf life of refrigerated pasteurized dairy products.

    First, predictive models were developed based on a translation of contamination pathways into chains of unit-operations. Via simulations, strategies were identified to control spore concentrations in farm tank milk (FTM)below 1,000 spores/L.Subsequently, the identified strategies were validated using data from a year-long field survey held at 24 Dutch farms.

    The results of this study show that mathematical modeling is very useful to identify effective measures to reduce the contamination of FTM with spores. The control strategies derived using model simulations were in agreement with results from the field survey. The following general conclusions were drawn:

    ·       To minimize the concentration of BAB spores in FTM, it is by far most important to prevent growth of BAB in grass- and corn-silage. Farmers should aim for a concentration in grass- and corn-silage fed to cowsbelow 1,000 spores/g. To achieve this, it is essential to prevent oxygen penetration into the silage silo and to remove molded and deteriorated silage from the ration fed to the cows. Measures aimed at other parts of the contamination pathway, such as teat cleaning prior to milking, are much less effective.

    ·       The concentration of B. cereus spores in FTM isnormally below 1,000 spores/L.During housing and pasturing spores of B. cereus in FTM originate from feeds. Two critical factors could lead to concentrations above 1,000 spores/L. Firstly, the contamination teats with soil is a high risk because soil can contain high concentrations of B. cereus spores. Secondly, build-up of B. cereus in improperly cleaned milking equipment could lead to high spore concentrations in FTM.

    ·       Implementation of the measures identified in this study could make late-blowing of Gouda-type cheeses a rare incident and prolong the shelf life of refrigerated pasteurized consumer milk by approximately 10%.


    A modeling approach was used to identify measures at the farm that reduce transmission of microorganisms to raw milk. Spores of butyric acid bacteria (BAB) and Bacillus cereus were used as case-studies because of their relevance for the Dutch dairy industry..The following general conclusions were drawn:

    ·       To minimize the concentration of BAB spores in FTM, it is by far most important to prevent growth of BAB in grass- and corn-silage. Farmers should aim for a concentration in grass- and corn-silage fed to cowsbelow 1,000 spores/g. To achieve this, it is essential to prevent oxygen penetration into the silage silo and to remove molded and deteriorated silage from the ration fed to the cows. Measures aimed at other parts of the contamination pathway, such as teat cleaning prior to milking, are much less effective.

    ·       The concentration of B. cereus spores in FTM isnormally below 1,000 spores/L.During housing and pasturing spores of B. cereus in FTM originate from feeds. Two critical factors could lead to concentrations above 1,000 spores/L. Firstly, the contamination teats with soil is a high risk because soil can contain high concentrations of B. cereus spores. Secondly, build-up of B. cereus in improperly cleaned milking equipment could lead to high spore concentrations in FTM.

    ·       Implementation of the measures identified in this study could make late-blowing of Gouda-type cheeses a rare incident and prolong the shelf life of refrigerated pasteurized consumer milk by approximately 10%.

    Evaluation of Modelling Techniques and Approaches for Pre-harvest Microbial Risk Assessment
    Wong, D. ; Boven, R.M. van; Clough, H. ; Evers, E.G. ; Greiner, M. ; Havelaar, A. ; Little, Ch. ; Nöremark, M. ; Snary, E. - \ 2006
    Soborg - Denemarken : Med Vet Net (Report / Med Vet Net no. 06-004) - 69
    microbiële besmetting - risicoschatting - diergezondheid - ziektemodellen - voedselveiligheid - zoönosen - ziekten overgebracht door voedsel - volksgezondheid - epidemiologie - microbial contamination - risk assessment - animal health - disease models - food safety - zoonoses - foodborne diseases - public health - epidemiology
    Voedselpathogenen, niets menselijks is ze vreemd
    Abee, T. - \ 2006
    Wageningen : Wageningen Universiteit - 33
    voedsel - pathogenen - microbiële besmetting - voedselbesmetting - voedselveiligheid - overleving - biofilms - food - pathogens - microbial contamination - food contamination - food safety - survival - biofilms
    Jaarlijks zijn er ongeveer een miljoen gevallen van voedselinfectie in Nederland. Salmonella, Campylobacter, E.coli en andere micro-organismen en virussen besmetten voedingsmiddelen en maken honderden slachtoffers tegelijk, soms met ernstige complicaties. De verantwoordelijke bacteriën blijken moeilijk te bestrijden doordat ze samenwerken en zo een voedselproductieketen chronisch kunnen besmetten.
    Contaminanten en micro-organismen in biologische producten : vergelijking met gangbare producten
    Hoogenboom, L.A.P. ; Bokhorst, J.G. ; Northolt, M.D. ; Broex, N.J.G. ; Mevius, D.J. ; Meijs, J.A.C. ; Roest, J.G. van der - \ 2006
    Wageningen : RIKILT (Rapport / RIKILT 2006.002) - 52
    biologische productie - voedselbesmetting - microbiële besmetting - voedselveiligheid - kennis - biologische voedingsmiddelen - besmetters - pesticidenresiduen - micro-organismen - landbouwkundig onderzoek - gezondheid - biological production - food contamination - microbial contamination - food safety - knowledge - organic foods - contaminants - pesticide residues - microorganisms - agricultural research - health
    Voor dit rapport is een beperkt aantal contaminanten en micro-organismen in biologisch geproduceerde producten of productiewijzen bekeken. Resultaten zijn vervolgens vergeleken met die uit de gangbare landbouw. Aan de orde komen Mycotoxinen in tarwe; zware metalen en arseen in tarwe, sla, peen en aardappel, in varkensvlees en in eieren; nitraat in sla, peen en aardappel; residuen van pesticiden in tarwe, sla, peen en aardappel; microbiële besmetting van sla, varkens, melkvee, vleeskuikens en leghennen; residuen van antibiotica en coccidiostatica in varken, runderen en eieren en antibiotica-resistentie. Alhoewel een aantal resultaten wijst op verschillen tussen biologisch en gangbaar, betreft het hier een momentopname. In een aantal gevallen bevestigen de resultaten die van ander onderzoek, zoals de lagere nitraatgehaltes in biologische kropsla, geen verschillen in mycotoxine-gehaltes bij tarwe, minder Salmonella maar meer Campylobacter bij vleeskuikens en minder antibiotica-resistentie bij vleeskuikens. Voor nitraat in biologische peen zijn er aanwijzingen voor een trend naar verhoogde gehaltes. In andere gevallen moet vervolgonderzoek uitwijzen of er daadwerkelijk sprake is van een duidelijke trend, zoals bij de lagere incidentie van antibiotica-resistente bacteriën in biologische varkens en de lagere Salmonella- incidentie bij varkens van meer ervaren biologische bedrijven.
    Beoordeling expertiseverslag 'GAB Robins Takkenberg B.V.' inzake gistvorming in potten gemarineerde haring
    Aalberts, C.H.J. ; Brunner, K.K. - \ 2003
    IJmuiden : RIVO (Rapport / Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek C038/03) - 7
    voedselveiligheid - visproducten - voedselbesmetting - microbiële besmetting - voedselkwaliteit - food safety - fish products - food contamination - microbial contamination - food quality
    Op verzoek van 'Ouwehands Rederij en Visverwerking BV" in Katwijk werd door het RIVO een beoordeling uitgevoerd van een expertiseverslag van "GAB Robins Takkenberg BV" in Rotterdam. Het expertiseverslag was opgesteld naar aanleiding van toenemende consumentenklachten over gistvorming in potten gemarineerde haring.
    Hygiene is sleutel bij aanpak Salmonella
    Mul, M.F. ; Bokma-Bakker, M. ; Gaag, M. van der - \ 2002
    Praktijkkompas. Varkens 16 (2002)3. - ISSN 1570-8578 - p. 2 - 3.
    salmonella - besmetting - microbiële besmetting - varkens - varkenshouderij - agrarische bedrijfsvoering - hygiëne - risicoschatting - risicofactoren - risicovermindering - ziektepreventie - ziektebestrijding - bedrijfshygiëne - haccp - salmonella - contamination - microbial contamination - pigs - pig farming - farm management - hygiene - risk assessment - risk factors - risk reduction - disease prevention - disease control - industrial hygiene - haccp
    Onderzoek heeft de belangrijkste gevaren geodentificeerd die invloed hebben op de introductie en verspreiding van Salmonella op een vleesvarkensbedrijf.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.