Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 59

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Pilot SWAP berekening droogteschade : vergelijking droogteschadeberekening volgens SWAP met de TCGB-tabel voor de waterwinning Vierlingsbeek
    Massop, H.T.L. ; Kroes, J.G. ; Vroon, H.R.J. ; Mulder, H.M. - \ 2014
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2600) - 65
    grondwaterwinning - grondwaterstand - oogstverliezen - droogte - modellen - noord-limburg - groundwater extraction - groundwater level - yield losses - drought - models - noord-limburg
    Sinds de jaren tachtig gebruikt de Advies Commissie Schade Grondwater (ACSG) zogenaamde TCGB tabellen om opbrengstdepressies als gevolg van drinkwaterwinning te berekenen. In deze studie wordt de mogelijkheid verkend van een modernisering van de methodiek door daarvoor het model SWAP in te zetten. Oude en nieuwe methodiek zijn toegepast in de pilot Vierlingsbeek. Resultaten zijn vergeleken en daarbij bleek dat, voor deze pilot, de nieuwe methodiek zowel hogere als lagere droogteschades kan berekenen dan de TCGB-tabel aangeeft. De droogteschades als gevolg van de winning vallen voor dit gebied lager uit. De conclusies uit deze pilotstudie kunnen in andere gebieden anders uitvallen omdat er mogelijk andere randvoorwaarden gelden. De nieuwe methodiek is dynamischer en biedt meer mogelijkheden voor aansluiting bij realistischere randvoorwaarden.
    Video Kennis-As Limburg - in opdracht Provincie; interview B. Kroonen
    Kroonen-Backbier, Brigitte - \ 2013
    regional development - educational institutions - cooperation - public-private cooperation - knowledge transfer - lifelong learning - innovations - noord-limburg - regional atelier - limburg - Netherlands
    Greenport Venlo vraagt om grote verhalen en kleine vernieuwingen
    During, R. - \ 2013
    Syscope Magazine 2013 (2013)31. - p. 10 - 13.
    regionale ontwikkeling - regionale planning - noord-limburg - agro-industriële sector - innovaties - verandering - kennisoverdracht - levenslang leren - regional development - regional planning - noord-limburg - agroindustrial sector - innovations - change - knowledge transfer - lifelong learning
    Noord-Limburg met Venlo is een voorbeeld van een regio die goed in weet te spelen op het Europese en nationale beleid voor regionale ontwikkeling. De ambities zijn hoog. Greenport Venlo wil de toegevoegde waarde van de agribusiness verdubbelen van 1 naar 2 miljard euro. Dat roept de vraag op hoe de veranderingen precies verlopen. Of ze het gevolg zijn van een vooraf bepaalde beleidsmatige aanpak of dat er andere mechanismen spelen. Het kennisbasisproject Regionale Transities probeert daar een beeld van te krijgen.
    Verspreiding van de Bittervoorn langs de Maas in Noord-Limburg: Incidaties voor een regionale metapopulatiestructuur.
    Pollux, B.J.A. ; Korosi, A. ; Pollux, P.M.J. - \ 2012
    Natuurhistorisch Maandblad 101 (2012). - ISSN 0028-1107 - p. 116 - 121.
    vissen - plassen - uiterwaarden - inventarisaties - noord-limburg - fishes - ponds - river forelands - inventories - noord-limburg
    In dit artikel wordt de verspreiding van de Bittervoorn (Rhodeus sericeus amarus Bloch 1782) in 15 uiterwaardplassen langs de Maas in Noord-Limburg beschreven. Deze werden gedurende de jaren 2010 en 2011 vijfmaal bemonsterd. De Bittervoorn is in tien van de 15 plassen aangetroffen. In negen ervan zijn tijdens schepnetbemonsteringen ook grote zoetwatermosselen opgeschept, wat doet vermoeden dat deze algemeen in de uiterwaarden voorkomen. De aanwezigheid van zoetwatermosselen is, door de unieke paarsymbiose tussen beide soorten, een voorwaarde voor succesvolle voortplanting van de Bittervoorn. Op basis van vangsten van kleine pas uit het ei gekomen vissen blijkt dat de Bittervoorn zich in 2011 in vijf uiterwaardplassen heeft voortgeplant. Tot slot wordt inzichtelijk gemaakt dat de Bittervoornpopulaties in de uiterwaarden een aantal kenmerken vertonen die karakteristiek zijn voor een metapopulatie.
    Oppervlakkige afspoeling op landbouwgronden : metingen op zandgrond in Limburg
    Massop, H.T.L. ; Noij, I.G.A.M. ; Appels, W.M. ; Toorn, A. van den - \ 2012
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2270) - 104
    oppervlakkige afvoer - landbouwgrond - vochtmeters - waterverontreiniging - stikstof - fosfor - zandgronden - noord-limburg - runoff - agricultural land - moisture meters - water pollution - nitrogen - phosphorus - sandy soils - noord-limburg
    Er is relatief weinig kennis beschikbaar over het fenomeen oppervlakkige afstroming van water en de bijdrage aan de belasting van het oppervlaktewater. Daarom zijn drie proeflocaties ingericht op zandgrond in Noord-Limburg om te kunnen meten aan hoeveelheden, kwaliteit en frequentie van het voorkomen van oppervlakkige afvoer. De metingen zijn uitgevoerd in de periode december 2007 - juni 2011. Aanvullend op de genoemde metingen zijn gedetailleerde hoogtekaarten gemaakt van de afspoelingsplekken, zijn infiltratiemetingen gedaan binnen de afspoelingsplekken, is het bodemprofiel beschreven en zijn bodem-chemische parameters van de toplaag vastgesteld. De frequentie van afspoelingsevents is vergeleken met frequentie van hoge dag- en uur-neerslagen. Verder is nagegaan of deze locatie representatief is voor zandgronden in Nederland vanuit het oogpunt van neerslag. Uit dit onderzoek blijkt dat oppervlakkige afspoeling vooral in de periode januari tot en maart optreedt en dat het afspoelingswater hoge gehalten aan P en N bevat.
    Gebiedsanalyse waterkwaliteit Peel & Maasvallei
    Wal, E. van der; Moonen, V. ; Bolt, F.J.E. van der - \ 2011
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 44 (2011)5. - ISSN 0166-8439 - p. 58 - 61.
    oppervlaktewater - oppervlaktewaterkwaliteit - landbouw en milieu - gewasbescherming - pesticidenresiduen - waterschappen - noord-limburg - midden-limburg - surface water - surface water quality - agriculture and environment - plant protection - pesticide residues - polder boards - noord-limburg - midden-limburg
    Waterschap Peel en Maasvallei heeft een gebiedsanalyse laten uitvoeren voor stoffen, die een slechte waterkwaliteit veroorzaken en waarvan de landbouw een relevante bron kan zijn. CLM Onderzoek & Advies en Alterra hebben de meetgegevens van het waterschap voor deze stoffen (nutriënten, zware metalen en gewasbeschermingsmiddelen) in samenhang met gebiedskenmerken en de landbouwpraktijk geanalyseerd. Deze analyse dient als basis voor gesprekken met agrariërs en vor het opstellen van een plan van aanpak voor een betere waterkwaliteit.
    ‘Because of this network we really are involved in energy saving’
    Verkerke, W. - \ 2011
    Syscope Magazine 2011 (2011)summer. - p. 22 - 23.
    kennisoverdracht - netwerken - glastuinbouw - energiebesparing - noord-limburg - knowledge transfer - networks - greenhouse horticulture - energy saving - noord-limburg
    Talking in crop specific terms about tomatoes and trusses, for example, has become passé. Now it’s all about dry matter and stomatal apertures. This change was necessary because otherwise the growers in the greenhouse Innovation network Nieuwe Energie Systemen (INES) [New Energy Systems] in North Limburg could never have learned from each other. This is because the growers in this network are not organised into crop sectors anymore, but form a mixed group representing various crop sectors together. This is one of the conditions for fruitful sharing of experiences in cultivation using new energy systems. The approach works.
    Sturen met kennis in Greenport Venlo : het ontstaan van een lerende regio
    Kranendonk, R.P. ; Kersten, P.H. - \ 2011
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 1815) - 69
    regionale ontwikkeling - communities of practice - kennis - samenwerking - levenslang leren - noord-limburg - gebiedsgericht beleid - kennisoverdracht - managementbenaderingen - regioleren - regional development - communities of practice - knowledge - cooperation - lifelong learning - noord-limburg - integrated spatial planning policy - knowledge transfer - management philosophies - regional atelier
    Greenport Venlo is een regionale ontwikkelingsstrategie en een netwerk van overheid, ondernemers, onderzoek, onderwijs en omgeving. In de aanpak worden nieuwe technieken en instrumenten van sturing en regionale ontwikkeling toegepast, waarbij de rol van kennis en leren centraal staat. Vanuit de analyse van de fasen van sturingsstijlen en regionale ontwikkelingsstrategieën ontstaat een nieuw concept voor ontwikkeling dat handvaten biedt om om te gaan met nieuwe complexe regionale vraagstukken: de Lerende Regio. Dit geeft aanknopingspunten voor analyse van regionale ontwikkeling en voor planning en ontwerp. Vanuit de praktijk van Greenport Venlo valt op te maken dat men op weg is een Lerende Regio te vormen. Het concept van de lerende regio kan worden benut om de vervolgstappen voor de ontwikkeling van Greenport Venlo te benoemen. Het concept betekent voor betrokken partijen en personen een nieuwe wijze van samenwerken en kennisontwikkeling binnen regionale ontwikkelingsprocessen.
    Oude en nieuwe pioniersmossen in het Nieuwe Heerenven
    Weeda, E.J. ; Melick, H.M.H. van - \ 2010
    Natuurhistorisch Maandblad 99 (2010)11. - ISSN 0028-1107 - p. 241 - 248.
    flora - plantengemeenschappen - mossen - noord-limburg - flora - plant communities - mosses - noord-limburg
    Dit jubileumartikel is gewijd aan de pioniermossen die na het uitgraven van het Nieuwe Heerenven tevoorschijn zijn gekomen. Daarbij staat de vraag centraal welke soorten reeds bekend waren aan Garjeanne of latere onderzoekers. Garjeanne was de eerste die aan het begin van de vorige eeuw zijn aandacht richtte op de mossen van deze omgeving. Uit een vergelijking met historische gegevens blijkt dat veel soorten tot dusver slechts op hooguit een enkele plek in de regio bekend waren. Het Nieuwe Heerenven blijkt nu voor zowel oude als nieuwe leden van de Noord-Limburgse mosflora veel kansen te bieden.
    Venture Lab: de motor voor regionale innovaties, Welke kansen bieden ze voor Greenport Venlo?
    Fontein, R.J. ; Kranendonk, R.P. - \ 2010
    Wageningen : Alterra - 23
    agro-industriële sector - innovaties - duurzaamheid (sustainability) - kennis - cradle to cradle - logistiek - onderwijsprogramma's - noord-limburg - regionale ontwikkeling - publiek-private samenwerking - regioleren - Nederland - agroindustrial sector - innovations - sustainability - knowledge - cradle to cradle - logistics - education programmes - noord-limburg - regional development - public-private cooperation - regional atelier - Netherlands
    Helpdeskvraag om een quick scan uit te voeren naar het concept Venture Labs en hoe dit gebruikt kan worden om regionale innovaties op het gebied van agribusiness, logisitiek, C2C en kwaliteit leefomgeving in Greenport Venlo te bewerkstelligen. Een Venture Lab is over het algemeen een technologisch centrum dat ondersteuning biedt aan startende ondernemers, wetenschappers, PhD’s en studenten die een patent of techniek willen commercialiseren in een onderneming. Een Venture Lab is te omschrijven als een gebouw, maar het is meer dan dat. Het is tevens een onderwijsprogramma, waarin op een gestructureerde manier een onderneming opgezet kan worden. Deelnemers aan het Venture Lab programma hebben meestal een eigen idee en willen dat graag vermarkten. Het hebben van een idee is echter meestal niet noodzakelijk.
    Kussenvormers en dwergbiezen in het Nieuwe Heerenven
    Weeda, E.J. - \ 2010
    Natuurhistorisch Maandblad 99 (2010)10. - ISSN 0028-1107 - p. 226 - 232.
    vegetatie - stilstaand water - habitats - herstelbeheer - noord-limburg - vegetation - standing water - habitats - restoration management - noord-limburg
    Als resultaat van een omvangrijk herstelproject rond het Heerenven ontstaat momenteel het grootste vennencomplex van Limburg en in botanisch opzicht meest verrassende water van Nederland. De verrassing bestaat uit een unieke collectie kortlevende vaatplanten en mossen. Zo heeft het uitgraven van het Nieuwe Heerenven bijgedragen aan het verschijnen van een groot aantal nieuwe mossen en aan vaatplanten zoals Gevleugeld sterrenkroos, Slijkgroen, Klein en Gesteeld glaskroos. Hoelang het Nieuwe Heerenven aan zijn fraaie collectie pioniermossen, kussenvormers en dwergbiezen onderdak zal bieden, is nu nog een open vraag.
    Hulpmeststoffen: eigenschappen en innovaties
    Anonymous, ; Cuijpers, W.J.M. - \ 2010
    manures - innovations - soil fertility - compound fertilizers - use value - fertilizer application - soil fertility management - noord-limburg
    Beleidskader fosfaat voor Noord- en Midden-Limburg : wetenschappelijke onderbouwing
    Noij, I.G.A.M. ; Salm, C. van der; Massop, H.T.L. ; Boekel, E.M.P.M. ; Schuiling, C. ; Pleijter, M. ; Clevering, O.A. ; Bakel, P.J.T. van; Chardon, W.J. ; Walvoort, D.J.J. - \ 2009
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1894) - 144
    bodemchemie - fosfaat - uitspoelen - modellen - drainage - eutrofiëring - stroomgebieden - verontreinigingsbeheersing - kosten - nederland - oppervlaktewaterkwaliteit - gebiedsgericht beleid - midden-limburg - noord-limburg - soil chemistry - phosphate - leaching - models - drainage - eutrophication - watersheds - pollution control - costs - netherlands - surface water quality - integrated spatial planning policy - midden-limburg - noord-limburg
    Voor het beleidskader fosfaat van de Provincie Limburg zijn kaarten geproduceerd van Noord- en Midden-Limburg met de stroomgebieden, die prioriteit verdienen bij de aanpak van de fosfaatproblematiek op basis van de criteria oppervlaktewaterkwaliteit, natuur en verdroging, en risico van overstroming van daarvoor kwetsbare natuur. Van deze stroomgebieden is vervolgens van alle geregistreerde landbouwpercelen het risico op fosfaatuitspoeling naar het oppervlaktewater op basis van hydrologie in kaart gebracht. Deze kaarten zijn vertaald naar de (kosten)effectiviteit van de maatregelen blokkeren van oppervlakkige afvoer, conventionele drainage, diepe samengestelde peilgestuurde drainage en uitmijnen, op basis van modelberekeningen die rekening houden met de fosfaattoestand van de bodem. Ten slotte is per stroomgebied de verwachte (kosten)effectiviteit van vloeivelden in kaart gebracht. Deze kaarten kunnen worden gebruikt om te beoordelen of maatregelen op landbouwpercelen of in een stroomgebied kosteneffectief zijn voor de oppervlaktewaterkwaliteit
    The making of Greenport Venlo : eindrapportage Streamlining Greenport Venlo
    Laurentzen, M. ; Kranendonk, R.P. ; Regeer, B. - \ 2009
    Wageningen [etc.] : Alterra [etc.] - ISBN 9789032703783 - 52
    regionale ontwikkeling - landbouwontwikkeling - tuinbouw - tentoonstellingen - afzetorganisaties - samenwerking - innovaties - agro-industriële ketens - communities of practice - cradle to cradle - noord-limburg - regional development - agricultural development - horticulture - exhibitions - marketing boards - cooperation - innovations - agro-industrial chains - communities of practice - cradle to cradle - noord-limburg
    Het project Streamlining Greenport Venlo is uitgevoerd door een consortium van partijen, bestaande uit KnowHouse, Wageningen UR en de Vrije Universiteit Amsterdam. Het project is gestart in het najaar van 2005 en is zojuist afgerond onder meer met een rapportage in de vorm van een boekje met als titel “The making of Greenport Venlo”. Het doel hiervan is om verslag te doen van de leerervaringen van vier jaar Streamlining Greenport Venlo. Het is het product van diverse betrokken wetenschappers en mensen uit de praktijk van Greenport Venlo. De wetenschappers presenteren vanuit hun discipline en betrokkenheid de bijdrage die zij hebben geleverd aan de ontwikkeling door theorie, methoden en activiteiten te beschrijven. Naast iedere bijdrage van een wetenschapper is een verhaal geplaatst dat gemaakt is op basis van een interview met iemand uit de praktijk van Greenport Venlo. Er wordt geëxperimenteerd met ontwikkelingsplanologie en cradle to cradle-ontwerpprincipes
    Horizontalisering in de praktijk : Greenport Venlo als regionaal ontwikkelingsproces
    Regeer, B.J. ; Kranendonk, R.P. ; Beekman, V. ; Kersten, P.H. - \ 2008
    [S.l.] : S.n.
    regionale ontwikkeling - regionale planning - ruimtelijke ordening - glastuinbouw - agro-industriële complexen - agro-industriële sector - innovaties - noord-limburg - regional development - regional planning - physical planning - greenhouse horticulture - agroindustrial complexes - agroindustrial sector - innovations - noord-limburg
    In de ‘Nota Ruimte’ (Ministeries van VROM, LNV, VenW en EZ, 2006) is de regio Venlo aangewezen als Greenport. Het Rijk vindt het van belang dat het internationale tuinbouwcluster behouden blijft en versterkt wordt. Sindsdien, en voortbouwend op eerdere ontwikkelingen, heeft zich in de regio een innovatief proces voltrokken van betekenis en uitvoering geven aan Greenport. Hiermee is het Greenport begrip in de regio rondom Venlo opgerekt van implementatie van een glastuinbouwopgave naar een regionale ontwikkelingsopgave, waarin kwaliteit van leven, kennis en innovatie, duurzaamheid en samenwerken tussen verschillende actoren centraal staat. De verschillende actoren worden in de regio inmiddels aangeduid met de 5O’s: ondernemers, onderzoekers, overheden, onderwijs en omgeving. In het Greenport netwerk geven deze actoren samen vorm en inhoud aan het regionale ontwikkelingsproces.
    Planned regional development: the creation of learning regions
    Kersten, P.H. ; Kranendonk, R.P. ; Laurentzen, L. - \ 2008
    Wageningen : Wageningen UR - 4
    regionale ontwikkeling - ruimtelijke ordening - regionale planning - agro-industriële complexen - kennismanagement - informatiemanagement - sociaal leren - communities of practice - noord-limburg - regional development - physical planning - regional planning - agroindustrial complexes - knowledge management - information management - social learning - communities of practice - noord-limburg
    In this paper, new ways of working in business and management, regional development and governmental steering (phases, levels, changes and growth perspectives) will be identified and described using both theoretical and empirical evidence from the case of Greenport Venlo.
    Edelhert : kansrijk van Reichswald tot Meinweg = Rothirsch : chancen von Reichswald bis Meinweg
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Kurstjens, G. ; Petrak, M. ; Reyrink, L. - \ 2008
    Roermond : Openbaar Lichaam Duits-Nederlands Grenspark Maas-Swalm-Nette - 170
    edelherten - noordrijn-westfalen - habitats - grensgebieden - noord-limburg - midden-limburg - habitatverbindingszones - red deer - north rhine-westphalia - habitats - frontier areas - noord-limburg - midden-limburg - habitat corridors
    De aanwezigheid van edelherten in de vrije natuur is in Nordrhein-Westfalen gewoon. In Nederland daarentegen komen geen edelherten in het wild voor. In beide landen is het edelhert benoemd tot doelsoort voor functionerende ecologische verbindingen. Dat betekent dat gebieden worden nagestreefd waar edelherten duurzaam kunnen leven en daarmee tegelijkertijd ook aan vele andere planten- en diersoorten leefgebieden van voldoende kwaliteit bieden. Als grootste inheemse hoefdier van West-Europa maakt het hert ook deel uit van ons cultureel erfgoed. In de afgelopen decennia is hard gewerkt aan de kwaliteitsverbetering van natuur en landschap. Het Grenspark Maas-Swalm-Nette heeft daarbij samen met haar partners in de Euregio een belangrijke rol gespeeld en speelt deze nog steeds. Nu is gezamenlijk onderzocht in hoeverre het gebied van het Reichswald bij Kleve tot aan het Nationaal park De Meinweg ten oosten van Roermond als leefgebied voor edelherten kan dienen. Het onderzoek werd uitgevoerd door verschillende Nederlandse en Duitse overheden en de particuliere natuurbescherming. De belangrijkste conclusies luiden als volgt. De kwaliteit van natuur en landschap in het Grenspark Maas-Swalm-Nette is dusdanig dat er nu al een duurzame populatie edelherten kan leven. Vanwege het ontbreken van ecologische verbindingen naar de dichtstbijzijnde leefgebieden is spontane vestiging echter niet mogelijk. Dit betekent dat edelherten alleen door actieve herintroductie in deze gebieden kunnen komen
    Haalbaarheidsonderzoek gecombineerde verwerking van zuiveringsslib en mestvergisting in Limburg : een verkennend onderzoek
    Elbersen, H.W. ; Hoeksma, P. ; Man, A. de - \ 2007
    Wageningen : Agrotechnology and Food Sciences Group (Rapport / Agrotechnology and Food Sciences Group nr. 869) - 57
    afvalverwerking - slib - mest - rioolslib - biogasmest - intensieve veehouderij - haalbaarheidsstudies - mestverwerking - reconstructie - slibzuivering - zuiveringsinstallaties - noord-limburg - midden-limburg - waste treatment - sludges - manures - sewage sludge - biogas slurry - intensive livestock farming - feasibility studies - manure treatment - reconstruction - sludge treatment - purification plants - noord-limburg - midden-limburg
    De grote hoeveelheid intensieve veehouderij leidt tot een regionaal mest- en nutriëntenoverschot. Mest covergisting kan voor een aantal veehouderijbedrijven in het reconstructiegebied Noord- en Midden- Limburg een nieuwe economische activiteit worden. Hierbij is het belangrijk om direct het biogas of indirect de restwarmte op een efficiënte manier in te zetten. Het WBL (Waterschapsbedrijf Limburg) beheert 18 rioolwaterzuiveringsinstallaties. Op 3 plaatsen (Venlo, Hoensbroek en Susteren) wordt het geproduceerde slib gedroogd. De gedroogde slib wordt als brand- en bouwstof bij de ENCI afgezet. Het is onzeker of de ENCI na 2015 in bedrijf zal blijven. Het WBL voert momenteel een strategiestudie uit naar de mogelijkheden van slibverwerking in de toekomst. De studie wordt breed ingezet en gebruik van alternatieve brandstoffen of restwarmte krijgt de nodige aandacht. De Wageningen UR (Instituut AFSG i.s.m. ASG) heeft in opdracht van het WBL de mogelijkheden van gecombineerde verwerking zuiveringsslib en vergisting van mest en agro-residuen in kaart gebracht
    Community of Practice stimuleert gebiedsontwikkeling Greenport
    Dubbeldam, R. - \ 2007
    Syscope Magazine (2007)15. - p. 3 - 7.
    tuinbouw - ruimtelijke ordening - regionale ontwikkeling - conversie - kennismanagement - strategisch management - noord-limburg - glastuinbouw - horticulture - physical planning - regional development - conversion - knowledge management - strategic management - noord-limburg - greenhouse horticulture
    Veelal ontstaan Communities of Practice rondom een complex technisch probleem of om nieuwe producten te ontwikkelen. Bij Streamlining Greenport Venlo draait het echter om regionale gebiedsontwikkeling. In Greenport Venlo wordt geëxperimenteerd met een nieuwe manier van regionaal bestuur om complexe ontwikkelingen beter op elkaar af te stemmen en in te passen. Ook ontstaat er een nieuw soort kennisinfrastructuur en een veelheid aan initiatieven, die verder reiken dan versterking van de tuinbouw.
    Fosfaatpilot Noord- en Midden-Limburg; plan van aanpak en monitoring
    Noij, I.G.A.M. ; Bakel, P.J.T. van; Smidt, R.A. ; Massop, H.T.L. ; Chardon, W.J. - \ 2006
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1255) - 127
    oppervlaktewater - waterverontreiniging - fosfaten - zandgronden - milieubescherming - drainage - monitoring - platteland - nederland - noord-limburg - reconstructie - midden-limburg - surface water - water pollution - phosphates - sandy soils - environmental protection - drainage - monitoring - rural areas - netherlands - reconstruction - noord-limburg - midden-limburg
    Dit plan van aanpak en monitoring van maatregelen tegen fosfaatbelasting van het oppervlaktewater in het landelijk gebied zal worden gebruikt voor het proefproject Fosfaatpilot Noord- en Midden- Limburg, dat de Dienst Landelijk Gebied uitvoert in het kader van de Reconstructie van de Zandgebieden. Een gebiedsdiagnose is ontwikkeld en uitgevoerd om de landbouwpercelen met de grootste risico¿s te identificeren, en om voor deze percelen de meest geschikte maatregelen te vinden: uitmijnen, samengestelde diepe drainage met niveauregeling of maatregelen tegen oppervlakkige afspoeling. Daarnaast zijn een drietal andere maatregelen beschouwd: een groot en een klein vloeiveld voor het zuiveren van oppervlaktewater uit landbouwgebied, de wasmachine voor het bewust uitspoelen van fosfaat uit voormalige landbouwgrond ter voorbereiding op natuurontwikkeling, en het omleiden van landbouwwater voor de verbetering van de waterkwaliteit van een herstelde beek. De gebiedsdiagnose was gericht op het perceelsniveau en bestond uit een hydrologische analyse van emissieroutes op basis van karteerbare kenmerken en een analyse van de verspreiding van fosfaatbronnen in het studiegebied door middel van een enquête en aanvullend grondonderzoek. Op de percelen die zijn aangewezen voor de maatregelen zullen metingen (P, N) aan bodem en water met en zonder maatregel worden uitgevoerd om uitspraken te kunnen doen over de effectiviteit van de maatregelen. Het monitoringplan is gericht op opschaling van de resultaten van de maatregelen naar grotere delen van Limburg
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.