Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 22

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Natural foreshores as an alternative to traditional dike re-enforcements: a field pilot in the large shallow lake Markermeer, The Netherlands
    Penning, W.E. ; Steetzel, H.J. ; Santen, R. van; Fiselier, J. ; Lange, H.J. de; Vuik, V. ; Ouwerkerk, S. ; Thiel de Vries, J.S.M. van - \ 2015
    In: E-proceedings of the 36th IAHR World Congress. - 2015 : - 4
    nature development - flood control - dykes - riparian vegetation - coasts - hydrodynamics - natuurontwikkeling - hoogwaterbeheersing - dijken - oevervegetatie - kusten - hydrodynamica
    Natural foreshores are shallow zones and beaches with a gradual slope and a (near-)natural vegetation that can be used
    as an additional protection against flooding by reducing the wave attack on existing dikes, or can even completely
    replace an existing dike system. In order to test the applicability of this concept a 500 m long pilot section of a sandy
    foreshore was constructed along an already existing dike in the large shallow lake Markermeer, the Netherlands. The
    pilot was equipped with permanent monitoring equipment for hydrodynamics and meteorological conditions and monthly
    surveys of the morphology of the pilot section. These measurements will be carried out for the coming four years. This
    paper presents the first results after the construction and the first winter season with the pilot in place.
    The ecology and psychology of agri-environment schemes
    Dijk, W.F.A. van - \ 2014
    Wageningen University. Promotor(en): Geert de Snoo; Frank Berendse, co-promotor(en): Anne Marike Lokhorst; Jasper van Ruijven. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462570078 - 110
    slootkanten - oevervegetatie - vegetatiebeheer - soortenrijkdom - agrarisch natuurbeheer - subsidies - houding van boeren - ecologie - psychologie - ditch banks - riparian vegetation - vegetation management - species richness - agri-environment schemes - subsidies - farmers' attitudes - ecology - psychology
    Het agrarisch natuurbeheer in slootkanten staat centraal, met als doel de diversiteit aan plantensoorten langs slootkanten toe te laten nemen. De afgelopen tien jaar hebben namelijk verschillende onderzoeken aangetoond dat tot nu toe de effectiviteit van agrarisch natuurbeheer beperkt is geweest. In dit proefschrift is zowel vanuit ecologisch als psychologisch perspectief onderzocht welke factoren het resultaat van het agrarisch natuurbeheer hebben beperkt.
    Morphological processes in lowland streams : implications for stream restoration
    Eekhout, J.P.C. - \ 2014
    Wageningen University. Promotor(en): Remko Uijlenhoet; Piet Verdonschot, co-promotor(en): Ton Hoitink. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789461739117 - 168
    waterlopen - hydrologie - laaglandgebieden - waterbeheer - herstelbeheer - oevervegetatie - streams - hydrology - lowland areas - water management - restoration management - riparian vegetation
    Waterschappen in Nederland zijn constant op zoek naar kostenefficiënte alternatieven voor beekherstel. Eén van deze methoden is het verwijderen van oeverbeschoeiing, vervolgens zouden autogene morfologische processen een kronkelende loop moeten vormen. In een grootschalig veldexperiment (Hooge Raam) zijn deze morfologische processen onderzocht. De invloed van exogene processen op de initiatie van meandering zijn in detail bestudeerd in het Gelderns-Nierskanaal. In de Lunterse beek speelden stuweffecten een subtstantiële rol in de morfologische ontwikkelingen die uiteindelijk tot een bochtafsnijding hebben geleid. De term ’hermeandering´ is misleidend, vanwege de suggestie dat laaglandbeken de kenmerken zouden hebben van actief meanderende rivieren. Dit onderzoek heeft zich met name gericht op korte morfologische tijdschalen vanwege de relevantie voor het Nederlandse waterbeheer.
    Mitigatie van effecten van uitheemse grondels: kansen voor natuurvriendelijke oevers en uitgekiende kunstwerken
    Kessel, N. van; Kranenbarg, J. ; Dorenbosch, M. ; Bruin, A. de; Nagelkerke, L.A.J. ; Velde, G. van der; Leuven, R.S.E.W. - \ 2013
    Nijmegen : Instituut voor Water en Wetland Research, Radboud Universiteit (Verslagen Milieukunde 436) - 88
    invasieve soorten - gobio gobio - fauna - vissen - habitats - oevervegetatie - aquatische ecologie - invasive species - gobio gobio - fauna - fishes - habitats - riparian vegetation - aquatic ecology
    Het afgelopen decennium zijn de Nederlandse rivieren in hoog tempo gekoloniseerd door vier Ponto-Kaspische grondelsoorten, namelijk de marmergrondel (Proterorhinus semilunaris), zwartbekgrondel (Neogobius melanostomus), Kesslers grondel (Ponticola kessleri) en Pontische stroomgrondel (Neogobius fluviatilis). Deze uitheemse grondels zijn invasieve vissen met een bodemgebonden levenswijze en kunnen plaatselijk in hoge dichtheden voorkomen. Hoewel de verspreidingpatronen van invasieve grondels in Nederland tot op heden grofweg bekend zijn, bestaat geen duidelijk inzicht in de verspreidingprocessen en dichtheden van de grondels in verschillende watertypen, hun (ecologische) effecten en kansrijke mogelijkheden om ongewenste effecten te beperken.
    Effectiviteit KRW herstelmaatregelen in de rijkswateren. Analyserapport meestromende nevengeulen en eenzijdig aangetakte strangen
    Kouwen, L. van; Dionisio Pires, M. ; Geest, G. van; Riel, M.C. van - \ 2011
    Delft : Deltares (1204157-001 ) - 89
    oevervegetatie - oeverecologie - hydrologie van stroomgebieden - morfologie - literatuuroverzichten - oeverbescherming van rivieren - onderhoud - natuurontwikkeling - riparian vegetation - riparian ecology - catchment hydrology - morphology - literature reviews - riverbank protection - maintenance - nature development
    Met de komst van de KRW (EP 2000) en stroomgebiedbeheersplannen met bijbehorende maatregelpakketten is er veel aandacht voor de wijze waarop maatregelen uitgevoerd kunnen worden. Vragen die hierbij centraal staan zijn: welke inrichting levert het hoogste ecologische rendement en hoe kunnen beheer en onderhoud tot een minimum beperkt worden? In opdracht van Rijkswaterstaat voert Deltares daarom studies uit die gericht zijn op de ontwikkeling en montage van kennis over de ecologische effectiviteit van maatregelen in Rijkswateren, in samenhang met hydromorfologische stuurvariabelen. De hier besproken studie wordt in 3 delen opgesplitst: - een oevertypologie aan de hand van bestaande natuurvriendelijke oeverconstructies; - een literatuuronderzoek naar de huidige kennis met betrekking tot (ecologisch effectieve) inrichting van natuurvriendelijke oevers; - een literatuuronderzoek naar de huidige kennis met betrekking tot beheer en onderhoud.
    Van griend naar hoog kwalitatief ooibos : verslag veldwerkplaats rivierenlandschap, Hank, 27 april 2010
    Weeda, E.J. ; Sluiter, H. - \ 2010
    [S.l.] : S.n. - 4
    oevervegetatie - bossen - zachthout - vegetatiebeheer - natuurbeheer - uiterwaarden - riparian vegetation - forests - softwoods - vegetation management - nature management - river forelands
    De veldwerkplaats heeft een wat andere opzet dan gebruikelijk. De inleidingen vinden pas plaats in het veld zelf, op de boot om precies te zijn. Excursieleider Weeda wil namelijk vooral ter plaatse laten zien wat een zachthoutooibos is. Hij wil in het veld laten zien hoe een ontwikkeld ooibos er uit kan zien en welke stadia je vanuit de nulsituatie zult doorlopen om uiteindelijk dat mooie ooibos te krijgen.
    Visstandbeheer : verslag veldwerkplaats laagveen- en zeekleilandschap en rivierenlandschap Wieden, 28 augustus 2008
    Haan, B. de; Ottburg, F.G.W.A. ; Klinge, M. - \ 2008
    [S.l. : S.n. - 5
    waterkwaliteit - visbestand - doelstellingen - oevervegetatie - visstand - natuurbeheer - water quality - fishery resources - objectives - riparian vegetation - fish stocks - nature management
    De visstand heeft mede door de Kaderrichtlijn Water (KRW) en Natura 2000 de afgelopen jaren meer belangstelling gekregen. Sommigen vissoorten zijn doelsoort, maar daarnaast is er een belangrijk verband tussen de visstand en waterkwaliteit.
    Tjeukemeer en Huitebuursterbuitenpolder
    Weeda, E.J. - \ 2008
    In: Excursieverslagen 2002 Wageningen : Plantensociologische Kring Nederland (Excursieverslagen Plantensociologische Kring Nederland 2008) - p. 12 - 15.
    oevervegetatie - plantengemeenschappen - vegetatie - friesland - riparian vegetation - plant communities - vegetation
    Habitat variation and life history strategies of benthic invertebrates
    Franken, R.J.M. - \ 2008
    Wageningen University. Promotor(en): Marten Scheffer, co-promotor(en): Edwin Peeters. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085048688 - 158
    waterinvertebraten - benthos - waterlopen - milieufactoren - zoetwaterecologie - habitats - levensgeschiedenis - snelheid - substraten - gammarus pulex - plecoptera - oevervegetatie - aquatic invertebrates - benthos - streams - environmental factors - freshwater ecology - habitats - life history - velocity - substrates - gammarus pulex - plecoptera - riparian vegetation
    The thesis considers two key aspects of lotic freshwater ecosystems, the physical microhabitat and organic matter dynamics. The first part focuses on the indirect effects of light and riparian canopy cover on shredder growth and productivity through the effect on the nutritional quality of the food source. The second part addresses the nature of differences in response to physical habitat structure and current velocity in common species of shredders. Three invertebrate shredder-detritivore species were selected as study organisms: the freshwater shrimp Gammarus pulex, the freshwater louse Asellus aquaticus and the stonefly Nemoura cinerea
    Veiligheid en beheer van natuurgebieden in 'Ruimte voor de Rivier'
    Makaske, B. ; Maas, G.J. - \ 2007
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1624) - 36
    rivieren - inundatie - waterbeheer - waterbouwkunde - hoogwaterbeheersing - natuurbescherming - geologische sedimentatie - oevervegetatie - vegetatie - plantensuccessie - kosten - economische analyse - natuurtechniek - uiterwaarden - rivers - flooding - water management - hydraulic engineering - flood control - nature conservation - geological sedimentation - riparian vegetation - vegetation - plant succession - costs - economic analysis - ecological engineering - river forelands
    Om de veiligheid tegen overstromingen in het rivierengebied te waarborgen is een goede doorstroomcapaciteit van het winterbed van belang. Maatregelen, zoals uiterwaardverlaging en het graven van een nevengeul, kunnen de doorstroomcapaciteit verbeteren. In deze studie is, middels een scenariostudie, de hydraulische effectiviteit van deze maatregelen op de lange termijn verkend bij verschillende natuurbeheersvormen, waarbij natuurlijke processen die de ontwikkeling van de doorstroomcapaciteit beïnvloeden, sedimentatie en vegetatiesuccessie, in de analyse zijn betrokken. Ook de ontwikkeling van natuurbeheerskosten op de lange termijn is doorgerekend. De resultaten laten zien met welke combinatie van maatregelen en beheer veiligheid en natuur op kosteneffectieve en duurzame wijze samen kunnen gaan in de bestudeerde (fictieve) situatie.
    Onderzoek naar het ecologisch functioneren van Nederlandse sloten
    Peeters, E.T.H.M. ; Klein, J.J.M. de; Scheffer, M. - \ 2007
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 40 (2007)6. - ISSN 0166-8439 - p. 30 - 31.
    zoetwaterecologie - sloten - slootkanten - bedrijfsvoering - oevervegetatie - waterplanten - waterkwaliteit - eutrofiëring - biodiversiteit - functionele biodiversiteit - agrobiodiversiteit - freshwater ecology - ditches - ditch banks - management - riparian vegetation - aquatic plants - water quality - eutrophication - biodiversity - functional biodiversity - agro-biodiversity
    De leerstoelgroep Aquatische Ecologie en Waterkwaliteitsbeheer van Wageningen Universiteit gaat de komende vier jaar vernieuwend onderzoek uitvoeren in sloten. Het onderzoek wordt gefinancierd door STOWA en de direct betrokken waterbeheerders. Enerzijds zal het onderzoek zich richten op het verkrijgen van meer inzicht in de fundamentele processen achter het zelfreinigend vermogen (het verwijderen van nutriënten) van slootsystemen en daarnaast probeert het verdergaand inzicht te krijgen in de manier waarop het onderhoud (met name schonen en baggeren) de ecologische kwaliteit van sloten kan verhogen. Uiteindelijk moet het onderzoek leiden tot meer inzicht in de fundamentele processen en mechanismen die een rol spelen bij het functioneren van sloten. De resultaten zullen ook handreikingen opleveren voor een beter uitgebalanceerd beheer
    Alternerend maaibeheer kavelsloten, verwerking rietmaaisel en effecten op onkruiddruk
    Holshof, G. ; Boekhoff, M. - \ 2006
    Lelystad : Animal Sciences Group / Praktijkonderzoek (PraktijkRapport / Animal Sciences Group, Praktijkonderzoek : Rundvee ) - 27
    graslanden - vegetatiebeheer - oevervegetatie - maaien - agrarische bedrijfsvoering - slootkanten - agrarisch natuurbeheer - natuurontwikkeling - grasslands - vegetation management - riparian vegetation - mowing - farm management - ditch banks - agri-environment schemes - nature development
    Door in het najaar slechts één slootzijde + slootbodem te maaien en het product af te voeren, wordt de natuurwaarde van deze sloot vergroot. Dit alternerend maaibeheer leidt niet tot veronkruiding van het aangrenzende perceel. Door het rietmaaisel een jaar op te slaan, kan het vervolgens zonder problemen worden uitgereden op maïsland op zeeklei. Het uitrijden van rietmaaisel leidt niet tot een verhoogde onkruiddruk of opbrengstdaling.
    Aantrekkelijk en fleurig zonder areaalverlies : Attractieve oeverinrichting : onderzoek natuurontwikkeling
    Balkenende, P. ; Reijers, N. - \ 2005
    BloembollenVisie (2005)63. - ISSN 1571-5558 - p. 22 - 23.
    oevervegetatie - sloten - kanaaloeverbeplantingen - bloembollen - landschapsecologie - natuurtechniek - natuurlandschap - bollenstreek - akkerranden - riparian vegetation - ditches - canal plantations - ornamental bulbs - landscape ecology - ecological engineering - natural landscape - bollenstreek - field margins
    De druk op de ruimte in de Duin- en Bollenstreek is groot. Mede hierdoor vindt natuurontwikkeling maar sporadisch plaats. PPO Bloembollen onderzoekt komende jaren de mogelijkheden van het gebruik van oeverbeplantingen langs sloten van bollenpercelen. Verschillende inrichtingsvarianten worden zo aangelegd dat er geen areaalverlies optreedt maar wel een fleurige en aantrekkelijke slootkant ontstaat. Het bollenlandschap wordt daardoor jaarrond attractief voor telers, burgers, toeristen en recreanten
    Monitoring natuurdoelen rivierengebied; kwetsbaarheid en kansrijkdom van natuurdoelen op verontreinigde bodems
    Faber, J.H. ; Leemkule, M.A. van de; Ruiter, H.R.G. de - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 907) - 55
    rivieren - oevervegetatie - rivieroeverbeplantingen - flora - biologische indicatoren - bodemverontreiniging - bodemfauna - fauna - natuurbescherming - monitoring - nederland - natuurtechniek - rivers - riparian vegetation - riverside plantations - flora - biological indicators - soil pollution - soil fauna - fauna - nature conservation - monitoring - netherlands - ecological engineering
    Bij herinrichtingsprojecten ten behoeve van natuurontwikkeling is er een grote vraag naar inzicht in geschikte monitoringsparameters. Voor natuurdoelen op de natte en droge delen langs de rivieren in Nederland werd in het kader van het SKB-project `Kwetsbaarheid en kansrijkdom van natuurdoelen op verontreinigde bodems¿ een kwetsbaarheidanalyse uitgevoerd. De resultaten daarvan worden in dit rapport vertaald naar monitoringsparameters voor flora en (bodem-)fauna, die toepasbaar zijn bij monitoring van de ontwikkeling van natuurdoelen op verontreinigde bodems in het rivierengebied.
    Natuurvriendelijke oevers interessant voor gemeenten met water
    Schuring, W. ; Heikoop, L. ; Zijden, A. van der - \ 2003
    Tuin en Landschap 25 (2003)6. - ISSN 0165-3350 - p. 50 - 51.
    oevervegetatie - oeverbescherming van rivieren - kanaaloevers - slootkanten - sloten - natuurbescherming - vegetatie - plantensuccessie - plantenkolonisatie - wilde planten - soortendiversiteit - odonata - lepidoptera - ondatra zibethicus - biodiversiteit - oevers - natuurtechniek - riparian vegetation - riverbank protection - canal banks - ditch banks - ditches - nature conservation - vegetation - plant succession - plant colonization - wild plants - species diversity - odonata - lepidoptera - ondatra zibethicus - biodiversity - shores - ecological engineering
    Langs de proefvelden van PPO Sector Bomen in Boskoop zijn in 2000 vijftien natuurvriendelijke oevertypen aangelegd, in eerste instantie bedoeld als oevers langs boomkwekerijen, maar ook interessant voor gemeenten, groenvoorzieners en landschapsarchitecten. Aandacht voor de natuurontwikkeling die heeft plaatsgevonden(planten; vlinders en libellen; muskusratten), soorten natuurvriendelijke oevers, kosten en onderhoud
    Ecological assessment of riparian forests in Benin
    Natta, A.K. - \ 2003
    Wageningen University. Promotor(en): Jos van der Maesen. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789058089540 - 215
    oeverbossen - oevervegetatie - bosecologie - plantenecologie - plantengeografie - diversiteit - verspreiding - natuurbescherming - benin - west-afrika - riparian forests - riparian vegetation - forest ecology - plant ecology - phytogeography - diversity - dispersal - nature conservation - benin - west africa
    The present research deals with the flora, phytosociology and ecology of riparian forests. The overall objective of this research is to contribute to a better knowledge of the flora, diversity and ecology of riparian forests inBenin. The specific objectives are to (a) compile a preliminary riparian forests plant species list, (b) assess plant species and ecosystem diversities, (c) investigate plant communities, (d) clarify the structural and floristic relationship of riparian forests with adjacent plant communities, and (e) assess the ecology of certain endangered tree species in riparian forests.

    In chapter 1 (General introduction), the research background, objectives and approach for riparian forests biodiversity assessment, and the organisation of the thesis are presented.

    Chapter 2introduces the study area which covered about 70 % ofBenin, from 7°10' to 12°20' N. 

    Chapter 3presents an overview of riparian forests biodiversity, their importance and the threats they face making them endangered ecosystems. A definition of riparian forests (or gallery forests) is given in theBenincontext. The floristic characteristics of riparian forests in each phytogeographic district are presented. Issues related to legal protection and rehabilitation of the function and resources of riparian forests are documented: specifications and weaknesses of the forest law regarding riparian forests are presented; challenges for various stakeholders are discussed, and some improvements of the current forest law are proposed. 

    Chapter 4assesses plant species diversity, as well as species abundance models that best fit representative collections of plant species of riparian forests throughout the country. This study shows the richness and diversity of riparian forests inBenin, in comparison to other vegetation types in this country. They harbour about 1/3 of the estimated total number of plant species of the whole country in sample plots totalling 19 ha. This flora shares many features with riparian forests and dense forests worldwide: e.g. most abundant families, species richness/ha, trees species richness/ha,Shannonindex, equitability index of Pielou, and species abundance models. Endemism is very low compared to that in rain forests, what is not surprising in the Dahomey Gap. The main conclusion is thatrelatively large numbers of species are still maintained in small forest fragments along waterways. These remnants with theirspecific plant species composition can be used for the restoration of degraded forest stands.

    Chapter 5assesses the structure and ecological spectra of 19 ha of riparian forests through selected parameters (e.g. life form, geographic affinity, diameter class distribution, basal area, stem density, species dominance) that give a general picture of different vegetation types present. Figures obtained for these parameters show that riparian forests in Benin are on the one hand similar to many riparian forests in West Africa as well as in South and Central America, and on the other hand to many tropical upland forests. A brief description of the process of riparian forests degradation is also presented.

    Chapter 6deals with the phytosociological assessment of representative relevés of riparian forests ofBenin. Floristic ordination (DCA analysis) and classification (TWINSPAN) were derived from a comprehensive floristic inventory of a data set of 818 plant species and 180 relevés. This yielded 12 plant communities or associations, most of which had not yet been formally described:

    1 - Community of Isolona thonneri and Callichilia barteri (10 relevés) along streams. This community occurs at the lowest parts of the gallery forest with frequent inundation in the centre of Pénéssoulou protected forest.

    2 - Community of Motandra guineensis and Pararistolochia goldieana (24 relevés) along streams at the East and West parts of Pénéssoulou reserve forest. This community is mainly present on drained sites ( i.e . seldom inundated).

    3 - Community of Chrysobalanus icaco subsp.atacoriensis and Pentadesma butyracea (22 relevés) along streams at hill feet in the Atacora mountain chain.

    4 - Community of Alchornea cordifolia and Ficus trichopoda (9 relevés) along streams on regularly inundated plateaus all over the country.

    5 - Community of Berlinia grandiflora and Khaya senegalensis (8 relevés) along streams on drained plateaus ( i.e . seldom inundated), mainly in the Sudanian region of the country.

    6 - Community of Raphia sudanica and Oxytenanthera abyssinica (8 relevés) along streams on drained plateaus, mainly in the Sudanian region.

    7 - Community of Cynometra megalophylla and Parinari congensis (31 relevés) along the Ouémé river in the Guinean region ofSouthern Benin.

    8 - Community of Capparis thonningii and Crateva adansonii (30 relevés) along the Ouémé river in the Sudano-Guinean region ofCentral Benin.

    9 - Community of Lepisanthes senegalensis and Drypetes floribunda (17 relevés) along the Ouémé river in the Sudano-Guinean region ofCentral Benin.

    10 - Community of Uapaca heudelotii and Irvingia smithii (8 relevés) along the Sota river in the Sudanian region of North East Benin.

    11 - Community of Garcinia livingstonei and Combretum acutum (12 relevés) along the Pendjari river in the Sudanian region of North West Benin.

    12 - Community of Mimosa pigra and Ficus asperifolia (20 relevés) widely distributed on sandy banks along rivers.

    Ordination proved invaluable in the exploration of environmental characteristics of the phytosociological groups. The environmental factors (waterways, relief, topography, latitude and longitude) helped in the grouping of floristic relevés in the above mentioned 12 plant communities. The distinguished plant communities were compared with syntaxonomic data in literature. Riparian forests inBeninbelong to the Mitragynetea Schmitz 1963, which is the phytosociological class of hygrophile fresh water forests of tropicalAfrica. Based on similarities of ecological conditions and floristic composition, the 12 plant communities can be classified into 3 orders that are Alchornetalia cordifoliae Lebrun 1947, Lanneo-Pseudospondietalia Lebrun & Gilbert 1954 and Pterygotetalia Lebrun & Gilbert 1954.

    Chapter 7presents the spatial distribution and ecological factors determining the occurrence of Pentadesma butyracea (Clusiaceae), a rain forest and multipurpose species found inBeninonly along certain streams. Among the 224 tree species found along waterways, Pentadesma is one of the least known, yet of great ecological and economic importance. Field survey reveals the presence of this rain forest species in four non-contiguous remnant riparian areas, some located far from its optimal ecological range. If urgent actions are not taken to protect the remaining fragmented and dispersed riparian habitats, current human-induced disturbance could result in the disappearance of this species inBenin.

    Chapter 8deals with the variation of the floristic composition, structural parameters (e.g. abundance, average height, basal area, tree richness) and spatial distribution of tree species at river edges across riparian forests. Horizontal and vertical structures of tree species exhibit complex patterns at riverside. On the one hand, tree stems are characterised by an uneven distribution across riparian forests, on the other hand height and basal area variations at riverside do not show any easily interpretable patterns. The numerical analysis confirms a gradual variation in the floristic composition across riparian forests and neighbouring plant communities. These results suggest a partitioning of riparian forests in three habitats ( i.e. river front, middle and riparian forest edge). An implication for diversity assessment is that plot size, shape and layout in the terrain should take into account the river front, the middle and the edge of riparian forest. Due to the non-coverage of the whole riparian forest width and unequal chance of species and stems to be sampled, circular and square plots are not suitable for structural parameters and phytodiversity assessment in riparian forests. Instead rectangular plots with varying length and width, and covering the whole cross section of riparian forest are the most suitable sampling units under the study area conditions, and probably for savanna regions too. The present study also provides scientific guidelines for an improvement of the forest law regarding the distance to be protected at riverside, and suggests 100 m instead of 25 m.

    In chapter 9 the floristic composition, species richness and structure of two riparian ecosystems inWest Africa(the Comoé inIvory Coastand the Ouémé inBenin), are compared. The overall physiognomy of the two gallery forest sites seems similar and they share the most prominent families. However, there are marked differences in terms of canopy density and height, herb layer density, number of individuals, tree richness and diversity ( H' ), and species composition. The phenomenon of single species dominance at both sites is documented from Cynometra megalophylla,an evergreen tree species, which was time and again the most frequent and dominant tree at both riversides and in the middle of the gallery forests. Only detailed comparison shows the difference and complexity of ecological processes between and within gallery forests sites.

    The research carried out in chapter 10 facilitates the choice between several sampling designs for the estimation of a population parameter for endangered species. This study was carried out in the Pénéssoulou forest, inCentral Benin. Stratified random sampling provided the lowest variance, coefficient of variation, standard error and sampling error. This method was taken as the most precise and reliable design over simple random and systematic samplings for the density estimation of Khayasenegalensis and K. grandifoliola trees. Results have confirmed empirical knowledge about the ecology of Khaya species and shown that the selection of the most precise sampling design, with regards to estimating a given parameter, can eventually be useful for the sustainable management of forest trees in the study area. A reliable density estimate for Khaya species within the given vegetation types facilitates the selection of areas to be protected and sustainably exploited.

    Chapter 11presents a general discussion on issues discussed in this thesis.

    Sustainable rehabilitation and restoration of riparian forests biodiversity inBeninare discussed in the general conclusion ( chapter 12 ).

    This study has provided detailed site-specific data on plant species that can serve for further scientific research, as well as for conservation management and planning. It fills a gap of knowledge on the flora ofBenin, and can contribute to better land-use planning and conservation of riparian forests.

    Natuurlijk groenbeheer in Leiden
    Koster, A. - \ 2003
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 681) - 79
    groene zones - stedelijke gebieden - openbare parken - fauna - vegetatie - water - graslanden - bedrijfsvoering - oevervegetatie - nederland - openbaar groen - oevers - zuid-holland - green belts - urban areas - public parks - fauna - vegetation - water - grasslands - management - riparian vegetation - netherlands - public green areas - shores - zuid-holland
    De gemeente Leiden wil zich meer op natuurontwikkling gaan richten. Dit rapport bevat richtlijnen voor een natuurvriendelijk beheer van grasland, oevers, water, ruigte, bosachtige beplantingen en stenige milieus.
    Onderzoek aan oeverplanten vooraf ingeplant op kokosfiltermatten toegepast tijdens het project "Herinrichting Westoever Vecht" van de gemeente Utrecht, bestek nr. 2000-4
    Molen, J.S. van der - \ 2002
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 444) - 34
    oevervegetatie - cocos - natuurtechniek - flora - utrecht - riparian vegetation - cocos - ecological engineering - flora - utrecht
    Dit rapport is een verslag van een veldonderzoek naar de oeverplanten op kokosfiltermatten, toegepast tijdens het project 'Herinrichting Westoever Vecht', gemeente Utrecht. Er wordt een vergelijking gemaakt met de bestekeisen van het project (besteknummer 2000-40). De criteria die zijn onderzocht, zijn de dichtheid en mate van ontwikkeling van de oeverplanten, het aantal plantensoorten, de samenstelling van het basismateriaal en de afwerking en bevestiging van de kokosfiltermatten op de oever. De resultaten geven aan, dat de toegepaste matten niet van minimaal gelijkwaardige kwaliteit zijn als de in het bestek voorgeschreven matten.
    Wilgenstruwelen langs Geul, Worm en Dinkel
    Weeda, E.J. - \ 2002
    Natuurhistorisch Maandblad 91 (2002)7. - ISSN 0028-1107 - p. 170 - 174.
    wilgen - rijshout - salix - salicaceae - struiken - rivieren - rivieroeverbeplantingen - oeverbossen - oevervegetatie - plantenecologie - wildernis - twente - beken - ecologie - ooibos - plantensociologie - struweel - vegetatie - Overijssel - Limburg - Dinkel - Geul - Worm - willows - osiers - salix - salicaceae - shrubs - rivers - riverside plantations - riparian forests - riparian vegetation - plant ecology - wilderness - twente - Worm
    Wilgenstruwelen langs kleine rivieren brengen een ongebreideld waterregime tot expressie en hiermee komen planten van allerlei ecologische preferenties bijeen
    Een rietkraag als emissiebeperkende maatregel in de fruitteelt
    Gildemacher, P.R. ; Heijne, B. ; Zande, J.C. van de - \ 2000
    Randwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Fruit - 26
    fruitteelt - sloten - phragmites - oevervegetatie - emissie - pesticiden - windsingels - fruit growing - ditches - riparian vegetation - emission - pesticides - shelterbelts
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.