Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 26

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Onderzoek naar aanwezigheid van legionella in biologische luchtwassers bij stallen
    Melse, R.W. ; Schalk, J.A.C. ; Bartels, A.A. - \ 2015
    Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rapport 891) - 39
    legionella - on-farm research - luchtreinigers - huisvesting, dieren - luchtfilters - veehouderij - volksgezondheid - dierenwelzijn - legionella - on-farm research - air cleaners - animal housing - air filters - livestock farming - public health - animal welfare
    In an earlier study it was concluded, based on literature and interviews, that biotrickling filters might be responsible for airborne transmission of Legionella bacteria. Risk factors in this type of systems are recirculating of trickling water with a pH close to neutral and the use of spray nozzles and fans. Under the right conditions, temperatures supportive for Legionella growth might be found in the scrubbing water. In order to investigate this risk, measurements were done at 36 animal houses where biotrickling filters were operated for exhaust air treatment. The investigation was performed in August and September because in several years the number of reports of Legionnaires’ disease significantly increased during this period in the Netherlands; during summer warming up of the water by ambient temperature is likely. In none of the samples Legionella was found. In only a few biotrickling filters the measured temperature was at such a level that growth of Legionella would be possible. It is concluded that it is unlikely that biotrickling filters at animal houses are a source of Legionella transmission to the air.
    Ayurvedische kruiden bij Hollandse koeproblemen : een verslag van een praktijkproef in Overijssel
    Groot, M.J. ; Raeijmaeckers, L. ; Thybaut, R. ; Nij Bijvank, H. ; Vreriks, M. ; Hooft, K. van 't - \ 2015
    Wageningen : RIKILT Wageningen UR (RIKILT rapport 2015.001) - 35
    rundvee - melkveehouderij - rundermastitis - antibiotica - overijssel - india - medisch onderzoek - on-farm research - proefprojecten - diergezondheid - geneeskrachtige kruiden - cattle - dairy farming - bovine mastitis - antibiotics - overijssel - india - medical research - on-farm research - pilot projects - animal health - herbal drugs
    Dit rapport beschrijft een proef met een Ayurvedisch recept tegen mastitis bij Nederlandse koeien met hoog celgetal. De proef is opgezet naar aanleiding van een werkbezoek aan India van een groep dierenartsen en boeren uit Overijssel in april 2014, in het kader van een uitwisselingsproject van Oxfam Novib over reductie van antibiotica in de melkveehouderij. In het kader van de reductie van het antibioticagebruik, de verhoging van de diergezondheid en het dierwelzijn is een pilotproef opgezet bij boeren in Overijssel om te onderzoeken of deze middelen ook onder Nederlandse omstandigheden werkzaam zijn.
    Verwarming biggennest
    Ellen, H.H. ; Verstappen-Boerekamp, J.A.M. ; Timmerman, M. - \ 2010
    Wageningen UR Livestock Research
    varkens - varkenshouderij - varkensstallen - varkensmest - mestvergisting - biogas - warmteterugwinning - on-farm research - proefbedrijven - pigs - pig farming - pig housing - pig manure - manure fermentation - biogas - heat recovery - on-farm research - pilot farms
    Varkensproefbedrijf Sterksel is een multifunctioneel onderzoekcentrum voor de moderne, innovatieve en duurzame varkenshouderij. Het varkenshouderijbedrijf heeft een gemiddelde grootte van 300 zeugen en 2400 vleesvarkens. Er is een moderne biogasinstallatie van 690 kWe, waarmee voor ruim 1500 huishoudens stroom wordt opgewekt. Varkensproefbedrijf Sterksel is de onderzoek- en innovatieaccommodatie en kennisleverancier voor de varkenshouderij. Varkensproefbedrijf Sterksel is als eerste in Nederland in de varkenshouderij gestart met innovatie op het gebied van mestvergisting op boerderijschaal. Ook het besparen op energie bij verlichting (LED-verlichting) en het voorkomen van hittestress in de zomer zijn innovaties die men daar in praktijk brengt.
    Teelt van Aster op substraat
    Labrie, Caroline - \ 2010
    floriculture - asteraceae - aster - cropping systems - all-year-round production - crop yield - crop quality - trials - on-farm research
    Puntbelastingen in de open teelten - kwantificeren van restwaterstromen en oplossingsrichtingen
    Wenneker, M. ; Beltman, W.H.J. ; Clevering, O.A. ; Zeeland, M.G. van; Weide, R.Y. van der; Werd, H.A.E. de - \ 2009
    emissie - pesticiden - oppervlaktewater - kwaliteitsnormen - agrarische bedrijfsvoering - landbouwkundig onderzoek - akkerbouw- en tuinbouwbedrijven - bloembollen - on-farm research - emission - pesticides - surface water - quality standards - farm management - agricultural research - crop enterprises - ornamental bulbs - on-farm research
    Doel van het onderzoek is het in kaart brengen van bijdragen van puntemissies aan de overschrijding van oppervlaktewaternormen en het aandragen van oplossingsrichtingen die op draagvlak kunnen rekenen
    Dynamisch voeren belooft veel goed, maar... er valt nog wat te sleutelen!
    Harn, J. van; Veldkamp, T. - \ 2005
    De Pluimveehouderij 35 (2005)8. - ISSN 0166-8250 - p. 14 - 15.
    pluimveehouderij - diervoedering - voedingsrantsoenen - voederconversie - mestresultaten - dierenwelzijn - diergezondheid - economische analyse - on-farm research - poultry farming - animal feeding - feed rations - feed conversion - fattening performance - animal welfare - animal health - economic analysis - on-farm research
    Minder voetzoolproblemen bij vleeskuikens: dat was een doel van twee experimenten van Praktijkonderzoek, eind vorig jaar. Een van de experimenten betrof 'dynamisch voeren', waarmee in de praktijk op voerkosten is bespaard en strooiselkwaliteit verbeterde. Reden om het op Het Spelderholt in Lelystad te beproeven
    Verocytotoxin producing E. Coli O157 on farms : prevalences, risk factors and transmission
    Schouten, J.M. - \ 2005
    Wageningen University. Promotor(en): Mart de Jong, co-promotor(en): Lisette Graat; A.W. van de Giessen. - Wageningen, The Netherlands : Wageningen University - ISBN 9789085042778 - 150
    escherichia coli - vee - escherichia infecties - bacteriële toxinen - ziekteprevalentie - risicofactoren - ziekteoverdracht - epidemiologie - nederland - on-farm research - veterinaire microbiologie - escherichia coli - livestock - escherichia infections - bacterial toxins - disease prevalence - risk factors - disease transmission - epidemiology - netherlands - on-farm research - veterinary microbiology
    Infection with verocytotoxin producing Escherichia coli (VTEC) O157 in humans can lead to mild or bloody diarrhoea, with e.g. the haemolytic uraemic syndrome (HUS) as possible complication. Cattle appear to be important reservoirs of O157 VTEC. The main objectives of research described in this thesis are investigating prevalences, risk factors, and transmission of O157 VTEC to understand the dynamics of O157 VTEC in Dutch cattle. Data from a monitoring program in Dutch animal herds indicated that O157 VTEC is endemic in The Netherlands, with higher prevalences during summer and early fall. Risk factors for infection were identified. Within-herd prevalence, potential environmental reservoirs, intermediate hosts and DNA types of O157 VTEC isolates were determined in a longitudinal study of a positive dairy farm. DNA clusters indicated persistence on the farm during winter and spring. Quantification of transmission using data from this dairy herd and from an experiment with calves showed that transmission was higher in calves. Transmission of O157 VTEC during summer might differ from transmission during winter. Two other experiments indicated that both previously infected heifers and previously contaminated pastures did not function as reservoir of O157 VTEC between shedding seasons. A retrospective cohort study established that positive farms from the Dutch monitoring program were only slightly more likely to be found positive in a next shedding season than previously negative farms, so between-herd transmission seems to occur. Factors associated with a positive test at second sampling implied (re-)introduction rather than long-term persistence of infection. Results of this thesis suggest that several types of O157 VTEC might persist on a farm for some time, with possibly different strains as the most prevailing types in subsequent shedding seasons. Ultimately, the within-herd infection might become extinct due to limiting numbers of susceptible cattle. Between-herd transmission of O157 VTEC can lead to persistence in a larger region, e.g. The Netherlands, maintaining the endemic status in Dutch cattle populations. Because of this, exposure of humans to O157 VTEC cannot be ruled out in The Netherlands. Humans might become infected through food- and waterborne transmission and by transmission directly from animals to humans. When aiming at reducing risks for humans by interventions at farm-level, it is of importance to reduce the number of positive animals and farms. For this, more specific research for the effect of intervention measures on introduction, transmission and survival of O157 VTEC on farms, and economic (cost-benefit) analysis, should be performed.
    How to house a hen : assessing sustainable development of egg production systems
    Mollenhorst, H. - \ 2005
    Wageningen University. Promotor(en): Akke van der Zijpp, co-promotor(en): Imke de Boer. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085042532 - 136
    hennen - eierproductie - pluimveehokken - duurzaamheid (sustainability) - beoordeling - dierenwelzijn - salmonella enteritidis - risicofactoren - indicatoren - on-farm research - agrarische productiesystemen - hens - egg production - poultry housing - sustainability - assessment - animal welfare - salmonella enteritidis - risk factors - indicators - on-farm research - agricultural production systems
    The objective of this study was to further develop and apply a methodology to assess the contribution of animal production systems to sustainable development (SusD). The practical use of the methodology is tested in a case study on egg production systems, because of the upcoming ban on the battery-cage system in 2012. This ban forces farmers to change to an alternative, more animal-friendly production system in the near future. Due to the general use of the term SusD, it is necessary to first define SusD in broad terms, before one can come to a more precise and context specific definition. In order to define SusD, two core elements have been identified. The first element is that SusD is not a fixed state of harmony, but rather a process of change, consistent with future as well as with present needs. The second element is that SusD relates to economic, ecological, and societal (EES) issues. Assessment of the contribution of animal production systems to SusD implies four steps: (1) description of the situation; (2) identification and definition of relevant EES issues; (3) selection and quantification of suitable sustainability indicators (SI); and (4) final assessment of the contribution to SusD. Selected EES issues included animal health and welfare, environment, egg quality, ergonomics, economics, consumer concerns, and knowledge and innovation. We compared four egg production systems, characterized by different housing systems, which were most common in the Netherlands: the battery-cage system, the deep-litter system with and without outdoor run, and the aviary system with outdoor run. We showed that on-farm quantification of SI was an appropriate method to identify strengths and weaknesses of different systems, and the variation within these systems as well. From this analysis it appeared that, within the boundaries of this study, the aviary system with outdoor run was the best alternative for the battery-cage system. The aviary system performed better on animal welfare and economics, but worse on environmental impact. No significant differences were found for other SI. Deep litter with and without outdoor run performed equally or worse than aviary with outdoor run on all SI. Many decisions during the four-step methodology, e.g., decisions on which stakeholders to involve, which reference values to choose, or how to aggregate information, are based on implicit value judgements. These value judgements influence the final results of the assessment, which makes it important to elucidate them when applying this methodology. Different users require a different level of aggregation and there is not a generally accepted way to aggregate SI results into a final index of SusD. The feature of SusD that it is context specific with regard to time and space, also contributes to the diversity of possible results. When presenting final results, therefore, the whole process has to be taken into account, which means that all choices have to be explicated.
    De beste opvolger : huisvesting na de legbatterij
    Mollenhorst, H. - \ 2005
    De Pluimveehouderij 35 (2005)42. - ISSN 0166-8250 - p. 12 - 13.
    hennen - eierproductie - pluimveehokken - duurzaamheid (sustainability) - beoordeling - dierenwelzijn - salmonella enteritidis - risicofactoren - indicatoren - on-farm research - agrarische productiesystemen - hens - egg production - poultry housing - sustainability - assessment - animal welfare - risk factors - indicators - agricultural production systems
    Het verbod per 1 januari 2012 op het huisvesten van legkippen in legbatterijen veroorzaakte in de afgelopen jarne geregeld discussie over de verschillende alternatieve huisvestingssystemen. In een promotie-onderzoek heeft Erwin Mollenhorst gekeken naar de voor- en nadelen van verschillende alternatieve huisvestingssystemen
    Mobiel voer- en drinksysteem werkt goed, maar.... Even geduld nog, praktijk!
    Harn, J. van; Veldkamp, T. - \ 2005
    De Pluimveehouderij 35 (2005)8. - ISSN 0166-8250 - p. 12 - 13.
    pluimveehouderij - pluimveehokken - huisvesting van kippen - vleeskuikens - voetzolen - voerverdelers - mobiele apparaten - afwijkingen - technische informatie - on-farm research - poultry farming - poultry housing - chicken housing - broilers - footpads - feed dispensers - mobile units - abnormalities - technical information - on-farm research
    Het Praktijkonderzoek heeft een mobiel voer- en drinksysteem voor vleeskuikens beproefd. Technisch functioneerde het systeem prima, de strooiselkwaliteit was beter en het aantal en de ernst van de voetzool- aandoeningen was minder. Alleen de technische resultaten van de kuikens bleven achter. De oorzaak hiervan lijkt duidelijk; te weinig vreetplaatsen aan het eind van de ronde. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of de technische resultaten na aanpassing verbeteren
    Mulder heeft zendingsdrang
    Hulst, M.T. van der; Livestock Research, - \ 2004
    Oogstplus. Veehouderij 17 (2004)15. - p. 17 - 17.
    melkveehouderij - melkveebedrijven - biologische landbouw - agrarische bedrijfsvoering - landbouwkundig onderzoek - extensieve veehouderij - extensieve dierhouderij - on-farm research - overijssel - dairy farming - dairy farms - organic farming - farm management - agricultural research - extensive livestock farming - extensive husbandry - on-farm research - overijssel
    Aandacht voor de bedrijfsvoering op het biologische melkveebedrijf van André en Tonny Mulder in Wijthmen (O), en de ervaringen van het bedrijf in het project Bioveem, waarin kennis gedeeld wordt met andere bedrijven. Het bedrijf probeert op zo veel mogelijk vlakken onafhankelijk te zijn. Zo is er huisverkoop van vlees, een eigen stier, en is de voederteelt (veel gras-klaver en voederbieten) erop gericht om voeraankopen tot een minimum te beperken
    Het cliché: Homeopathie is kwakzalverij!
    Baars, T. ; Ellinger, L. ; Livestock Research, - \ 2004
    Ekoland 2004 (2004)9. - ISSN 0926-9142 - p. 14 - 15.
    biologische landbouw - melkveehouderij - homeopathie - diergeneeskunde - veeartsenijkunde - ziektebestrijding - diergezondheid - onderzoek - landbouwkundig onderzoek - on-farm research - organic farming - dairy farming - homeopathy - veterinary science - veterinary medicine - disease control - animal health - research - agricultural research - on-farm research
    In het project Bioveem (gericht op de biologische melkveehouderij) wordt o.a. gewerkt aan het verkrijgen van een beter inzicht in de homeopathie. Er is een deskstudie geschreven waarin wordt aangegeven waarom de toepassing van homeopathie zo moeilijk geaccepteerd wordt (de discussie rondom het ontologisch holisme). Daarna zijn de volgende stappen voorgesteld (en deels al uitgevoerd): zorgen voor ervaringen met homeopathie; evalueren van ervaringen van veehouders; uitvoeren van gecontroleerde onderzoeken; met ervaringsdeskundigen werken aan de beoordeling van symptomen en ziektebeelden; inbreng van ervaringen van mensen met de niet-stoffelijke kant van het onderzoek. Op basis van de ervaringsevaluaties zijn er meer dan voldoende aanwijzingen dat homeopathie werkzaam is; ook de eerste kleine gecontroleerde onderzoeken rondom aflammeren en kalverdiarree geven positieve resultaten
    Gesleutel aan best practices : milieuvriendelijk telen met risico
    Lee, H. ; Haan, J.J. de - \ 2004
    Oogst : weekblad voor de agrarische ondernemer. Landbouw 17 (2004)49. - ISSN 1566-2616 - p. 56 - 57.
    teelt - teeltsystemen - gewasbescherming - milieubescherming - verontreinigingsbeheersing - cultuurmethoden - geïntegreerde bestrijding - landbouwkundig onderzoek - voorlichting - on-farm research - landbouwvoorlichting - cultivation - cropping systems - plant protection - environmental protection - pollution control - cultural methods - integrated control - agricultural research - extension - on-farm research - agricultural extension
    In het kader van het convenant gewasbescherming zijn voor een groot aantal gewassen en teelten maatregelen opgesteld, de zogenaamde Best practices, die verder gaan dan alleen geïntegreerde gewasbescherming en tot doel hebben om aan de toekomstige strenge milieunormen te voldoen. Telers uit het Praktijknetwerk Telen met Toekomst gaan met de maatregelen aan de slag om knelpunten en belemmeringen op te sporen. Via het internet moet alle vergaarde kennis beschikbaar komen voor de telers
    Electronische oormerken nog niet praktijkrijp
    Schuiling, H.J. ; Verkaik, J.C. - \ 2004
    Het Schaap (2004)6/7. - ISSN 0165-3156 - p. 34 - 35.
    schapenhouderij - geitenhouderij - schapen - geiten - oormerken - elektronica - elektronisch scannen - transponders - identificatie - registratie - gebruikswaarde - tests - testen - landbouwkundig onderzoek - dierenwelzijn - merken - wonden - genezing - verliezen - on-farm research - sheep farming - goat keeping - sheep - goats - ear tags - electronics - electronic scanning - transponders - identification - registration - use value - tests - testing - agricultural research - animal welfare - marking - wounds - healing - losses - on-farm research
    In een grote praktijkproef op 10 geiten- en 11 schapenbedrijven onderzocht het Praktijkonderzoek vier typen elektronische oormerken met transponder op hun gebruikswaarde. Daaruit bleek dat elektronische oormerken nog niet goed inzetbaar zijn in de praktijk: het wondherstel verliep te traag, het fysieke en functionele verlies was te hoog, en de uitleesbaarheid van de transponder in een systeem met doorloopherkenning was onvoldoende. Wel was de afleesbaarheid met een handreader en de visuele afleesbaarheid voldoende. Falende randapparatuur heeft in het project tot veel ergernis geleid. Daarom moeten verbeterde oormerken en randapparatuur eerst getest worden voordat ze op de markt komen. Dat voorkomt onnodig dierenleed en bevordert de invoering van een goed systeem van dierherkenning
    Even kennismaken, ervaringen één jaar BIOM
    Sukkel, W. ; Brinks, H. - \ 2003
    Lelystad/Wageningen : PPO/DLV - 15
    biologische landbouw - conversie - innovaties - on-farm research - organic farming - conversion - innovations - on-farm research
    Deze brochure bevat de indrukken van zeven deelnemende praktijkbedrijven over het eerste jaar van het project BIOM. Deze indrukken zijn aangevuld met enkele voorbeelden van onderzoek en communicatie binnen BIOM.
    Onderzoeksvisie Varkenshouderij 2003-2010
    Verdoes, N. ; Swinkels, J.W.G.M. - \ 2003
    Lelystad : Praktijkonderzoek Veehouderij (Praktijkboek / Praktijkonderzoek Veehouderij : Varkens 27) - 17
    varkenshouderij - dierhouderij - bedrijfsontwikkeling in de landbouw - landbouwkundig onderzoek - nederland - on-farm research - pig farming - animal husbandry - farm development - agricultural research - netherlands - on-farm research
    In dit PraktijkBoek wordt in opdracht van de Commissie Varkenshouderij van het PVV een inventarisatie gemaakt van de strategische thema's voor het praktijkonderzoek. Als eerste is hiervoor een schets gemaakt van een ondernemend varkensbedrijf anno 2010. In deze schets houden we nadrukkelijk rekening met de ontwikkelingen in de markt en maatschappij zoals beschreven in de inleiding. Daarna volgt een beschrijving van de huidige situatie van de varkenshouderij. Uitgaande van de toekomstschets en de huidige situatie wordt een analyse gemaakt van knelpunten die de invulling en toepassing van de gewenste bedrijfsontwikkeling kunnen belemmeren. Het Praktijkonderzoek Veehouderij geeft vervolgens aan welke oplossingsmogelijkheden kunnen worden geboden ter ondersteuning van de varkenshouders. Deze mogelijkheden vormen de leidraad voor de meerjarige projecten die in opdracht van het Productschap voor Vee en Vlees worden uitgevoerd.
    Diversity makes a difference: Farmers managing inter- and intra-specific tree species diversity in Meru Kenya
    Lengkeek, A.G. - \ 2003
    Wageningen University. Promotor(en): Jos van der Maesen. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789058089366 - 171
    trees - agroforestry - vitex - plant genetic resources - domestication - medicinal plants - biodiversity - kenya - east africa - on-farm research - bomen - agroforestry - genetische bronnen van plantensoorten - domesticatie - medicinale planten - biodiversiteit - kenya - oost-afrika - vitex - on-farm research
    Farmers plant trees in pursuit of their livelihood goals of income generation, risk management, household food security and optimum use of available land, labour and capital. Trees also play a crucial role in the cultural life of people. The many products, services and roles needed by people to be fulfilled by trees cannot be provided by only a few species. This research project was conceived to address the problem of Meru farmers in centralKenyarelying heavily on a single tree species, Grevillea robustaA. Cunn.(Proteaceae).This Australian species is used mainly for construction, firewood and as a boundary marker.

    With the disappearance of natural forest aroundMeru,Kenya, this over-reliance increasingly poses economic and environmental risks. Building on earlier research, this project started in 1998. To ensure that farmers would benefit maximally, a research approach that was participatory and constructivist was chosen. Initial research questions therefore had to be both broad and flexible. How can tree species improve farmers' livelihood goals? As a secondary question, how can the use and conservation (in the face of continued natural deforestation) of tree species in the region be improved? Given an over-reliance on Grevillea robusta , my starting point was to undertake on farm tree species trials in Meru to identify a number of suitable species for diversification purposes.Additionally ageneral nursery survey in Meru was conducted to improve the understanding of nursery practices and delivery pathways of tree species to the farms.

    Chapter 1 showed that the project had a flexibility to learn of the continuous input from the farmers, extension workers and scientists thereby shaping a research activity. Starting as aspeciespreference trial, the research project developed into an analysis of the opportunities and constraints of domestication of the total tree component in the landscape of Meru district.

    In Chapter 2 the variousresearch activities that evolved in the process (Chapter 1) of carrying out the project are discussed. Results weretriangulated, givinga detailed analysis of the Meru farmers' perception of tree species diversity and tree diversity management in general. Concerns for losses of local knowledge and biodiversity (including genetic erosion) were observed.

    Chapter 3 showed that many findings of the Meru case study (Chapter 2) are supported by other case studies fromCameroon,Western KenyaandUganda. This larger data set allowed for more thorough statistical analyses and provides options for diversification.Again, concerns for genetic erosion were observed.

    Chapter 4 addressed some of the constraints identified in Chapters 2 and 3; with low densities and a limited amount of germplasm from outside the farming community, some species may be vulnerable for inbreeding and genetic erosion in the landscape.

    Chapter 5 surveyed the current practices and knowledge of on-farm nurseries in Meru. Nurseries are an important part of future on-farm tree cover. This study supported the results about knowledge losses and biodiversity losses, in particular the vulnerability for genetic erosion.

    Chapter 6 expanded on the results of Chapter 5 regarding seed collection practices. The research was extended by additional surveys fromArushainTanzania,NairobiinKenya,KabaleinUgandaandMukonoinUganda. These showed that current seed collection procedures practiced by nursery managers provide a clear bottleneck in delivering genetic diversity to farmers.

    Chapter 7 provides an in-depth case study of a single species ( Vitex fischeri ), in order to quantify the anthropogenic effect on the domestication process as identified in Chapters 2 to 6.

    Most research activities described in this book were conducted in Meru. The inclusion of data from other locations provided a greater quantitative basis to address the specific research questions highlighted (Chapters 3, 6 & 7). Another reason to include data from other locations was because the inventory and nursery survey were of different geographic scale.

    This study observed a limited access to species, a risk of losing knowledge and vulnerability for genetic erosion. These factors likely cause short-term productivity and long-term stability losses in agroforest ecosystems and hamper farmers from making decisions to optimise their livelihood goals. It also erodes the biodiversity on which farmers depend. The best option to prevent this degradation of agroforest ecosystems is to assist farmers in diversifying the farm in terms of species as well as species evenness through increasing the number of trees of rare species, or through a substitution of the more common species. Farmers, extension workers and scientists active in tree domestication could focus on improving access to germplasm of a wider range of species. Addressing access to germplasm and knowledge simultaneously will allow farmers to decide for themselves, instead of research and extension only concentrating on a few 'high priority' species.

    Tree species preferences are largely determined by knowledge and this may lead to a bias for common species. Therefore, species preference lists must be interpreted with great caution.

    Using two common species, Vitex fischeri and Prunus africana(not in this thesis),as examples, no indications were found that genetic erosion has as of yet occurred in the domestication process. The on-farm stands are still suitable as seed source and farmers can continue accessing their own germplasm. The species, although both classified as locally vulnerable on the CITES list, are conserved through their use.

    Because of the large number of species concerned, interventions in the genetic resource management of the species diversity on farm should be facilitating and training farmers in accessing their own germplasm, preferably from other farms not within the near vicinity. For indigenous species sources within the same agro-ecological zone are preferred to ensure productivity and conserve the genetic integrity of the local populations.

    An efficient means to support the use and conservation of tree biodiversity is through local interactions and including the poor.


    Bioveem: een onderzoeksplan per bedrijf
    Philipsen, B. ; Vries, C. de; Smolders, G. - \ 2002
    Praktijkkompas. Rundvee 16 (2002)3. - ISSN 1570-8586 - p. 11 - 11.
    melkveehouderij - melkveebedrijven - biologische landbouw - onderzoeksprojecten - bedrijfssystemenonderzoek - landbouwkundig onderzoek - agrarische bedrijfsvoering - proefbedrijven - proefprojecten - on-farm research - dairy farming - dairy farms - organic farming - research projects - farming systems research - agricultural research - farm management - pilot farms - pilot projects - on-farm research
    Naast enkele inspirerende inleidingen bestond het programma uit de presentatie van de 17 deelnemende biologische melkveehouders.
    Biologisch staat stevig in de schoenen
    Pinxterhuis, I. - \ 2002
    Praktijkkompas. Rundvee 16 (2002)3. - ISSN 1570-8586 - p. 2 - 3.
    melkveehouderij - biologische landbouw - bedrijfssystemenonderzoek - landbouwkundig onderzoek - agrarische bedrijfsvoering - proefbedrijven - demonstratiebedrijven, landbouw - organisatie van onderzoek - proefboerderijen - on-farm research - dairy farming - organic farming - farming systems research - agricultural research - farm management - pilot farms - demonstration farms - organization of research - experimental farms - on-farm research
    Juni 2002 is een belangrijke maand in dit biologisch traject: de start van het tweede deel van Bioveem en de opening van de nieuwe onderzoeksstal van Aver Heino.
    Some theory and practice of participatory variety selection and plant breeding : Community Biodiversity Development and Conservation Programme (CBDC)
    Elings, A. - \ 1999
    Wageningen : CPRO-CGN - 103
    participatie - genenbanken - genetische bronnen van plantensoorten - hulpbronnenbehoud - in-situ conservering - on-farm research - participation - gene banks - plant genetic resources - resource conservation - in situ conservation - on-farm research
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.