Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 35

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Vakkundig zaaien vanggewas op maisland loont
    Hilhorst, G.J. ; Verloop, J. - \ 2014
    V-focus 11 (2014)6. - ISSN 1574-1575 - p. 29 - 31.
    melkveehouderij - zea mays - akkerbouw - ondergewassen - teeltsystemen - ruwvoer (roughage) - zaaien - dairy farming - zea mays - arable farming - catch crops - cropping systems - roughage - sowing
    In de afgelopen twee jaar heeft ‘Koeien & Kansen’ aandacht besteed aan de verbetering van de teelt van een vanggewas na de oogst van mais, een belangrijk aspect van de ruwvoerteelt op melkveebedrijven. Er is geëxperimenteerd met tegelijkzaai, onderzaai en nazaai. Dit artikel geeft een overzicht van de voor- en nadelen van de verschillende werkwijzes.
    Maisteelt kent grote en kleine zorgen
    Have, H. ten; Kroonen-Backbier, B.M.A. - \ 2014
    V-focus 11 (2014)2. - ISSN 1574-1575 - p. 34 - 35.
    melkveehouderij - zea mays - voedergewassen - bemesting - mestbeleid - groenbemesters - ondergewassen - nitraten - uitspoelen - herbiciden - dairy farming - zea mays - fodder crops - fertilizer application - manure policy - green manures - catch crops - nitrates - leaching - herbicides
    De maisteelt in Nederland kent grote en kleine zorgen. Dat zei Brigitte Kroonen van Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) van Wageningen UR op de themadag ‘Van Beslisboom Snijmais naar een Ruwvoerplatform’ in Hengelo, Gelderland. Eén van de grote zorgen is de mestwetgeving: bemesting van mais op zand- en lössgrond in Zuid(oost)-Nederland wordt lastig.
    Eerste ervaringen uit demo Tijd voor Onderzaai
    Verloop, K. ; Hilhorst, G.J. - \ 2013
    Nieuwsbrief Koeien & Kansen 2013 (2013)39.
    zea mays - grassen - ondergewassen - festuca arundinacea - lolium multiflorum - zaaien - bodemkwaliteit - demonstraties (vertoning) - akkerbouw - zea mays - grasses - catch crops - festuca arundinacea - lolium multiflorum - sowing - soil quality - demonstrations - arable farming
    Om uitspoeling van nutriënten na oogst van de snijmaïs te beperken en de bodemkwaliteit op peil te houden is een goed vanggewas nodig. Veelal wordt een vanggewas gezaaid na de maïsoogst. Dat is eigenlijk te laat omdat er dan weinig groeizame dagen zijn, waardoor er nauwelijks groene bodembedekking ontstaat
    Stikstofwerking van mest op bouwland : informatieblad 46
    Schröder, J.J. - \ 2012
    bouwland - bemesting - dierlijke meststoffen - nitraatuitspoeling - voedingsstoffenbeschikbaarheid - stikstof - veldproeven - ondergewassen - akkerbouw - arable land - fertilizer application - animal manures - nitrate leaching - nutrient availability - nitrogen - field tests - catch crops - arable farming
    Informatieblad Mest, Milieu en Klimaat over een proef naar de stikstofwerking van dierlijke mest. De conclusie van deze proef is dat als aan dierlijke mest een juiste N-werking wordt toegekend, de uitspoeling van N uit mest op korte termijn niet hoger is dan bij gebruik van kunstmest-N. Voor zover uitspoeling dreigt op te treden, kunnen tijdig gezaaide vanggewassen de N-uitspoeling verlagen en de N-beschikbaarheid voor een volgteelt verhogen.
    Ontwikkeling en introductie van duurzame landschapsmaïstypen en -teeltsystemen : eindrapportage onderzoek 2007-2011
    Timmer, R.D. ; Groten, J.A.M. ; Raaphorst, M.C.M. - \ 2012
    Lelystad : PPO AGV - 78
    zea mays - maïs - maïsstoppel - rassen (planten) - teeltsystemen - ondergewassen - nederland - zea mays - maize - maize stover - varieties - cropping systems - catch crops - netherlands
    In 2008 is in Friesland het project van start gegaan rondom de optimalisatie en de introductie van de teelt van “Landschapsmaïs”. Landschapsmaïs is de naam die is gekozen voor een kort type maïs (maximaal 1.80-2.00m) dat tevens een kort groeiseizoen heeft. Ten opzichte van de meer massale gangbare snijmaïsrassen heeft landschapsmaïs door deze specifieke eigenschappen enkele grote voordelen. De kortere plantlengte zorgt voor een meer open landschap, wat zeker in het Friese open weidegebied landschappelijk zijn waarde heeft. Maar ook elders in Nederland kan dit in specifieke gevallen zijn waarde hebben. Daarnaast heeft kortere maïs over het algemeen een hogere voederwaarde. Wat tot uitdrukking komt in een hoger drogestofgehalte, een hogere VEM/kgdrogestof en een hoger zetmeelgehalte. Het kortere groeiseizoen zorgt er voor dat dit type maïs later gezaaid of vroeger geoogst kan worden, waardoor er mogelijkheden ontstaan voor een meer duurzame maïsteelt. Een betere ecologische duurzaamheid zal zich uiteindelijk vertalen in een betere bodemkwaliteit en minder verliezen naar de omgeving. Met de aangescherpte gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat en de achteruitgang in bodemkwaliteit is dit ook van belang voor de economische duurzaamheid van de maïsteelt in Nederland. Tegenover de voordelen staat echter ook een groot nadeel. De kortere, minder massale maïs met een korter groeiseizoen blijft in opbrengst achter bij de gangbare maïstypen. Door optimalisatie van de teeltwijze van landschapsmaïs is het echter mogelijk het opbrengstverschil te verkleinen. Belangrijke factoren hierbij zijn het ras, het plantaantal en de plantverdeling. Daarnaast biedt het kortere groeiseizoen de mogelijkheid van een vóór- of nateelt, waarvan ook een opbrengst verkregen kan worden. Tot slot biedt de kortere plantlengte meer mogelijkheden voor het telen van maïs in mengteelt met andere gewassen.
    Inwerktijdstip winterharde vanggewassen voor maïs
    Geel, W.C.A. van; Verstegen, H.A.G. ; Verhoeven, J.T.W. - \ 2012
    Lelystad : PPO AGV
    groenbemesters - ondergewassen - stikstof - nitraatuitspoeling - cultuurmethoden - stikstofgehalte - maïs - akkerbouw - green manures - catch crops - nitrogen - nitrate leaching - cultural methods - nitrogen content - maize - arable farming
    Het precieze, optimale inwerkmoment hangt (naast de weersinvloed) verder af van de C/N!verhouding van het vanggewas. Bij een lage C/N!verhouding komt de stikstof na inwerken sneller vrij dan bij een hoge C/N- verhouding. De veronderstelling is dat dan beter iets later kan worden ingewerkt om het risico van N-verlies voordat het volggewas het kan opnemen, te minimaliseren. Bij hoge C/N!verhouding komt de stikstof langzamer vrij en kan wellicht beter wat eerder worden ingewerkt om ervoor te zorgen dat er zoveel mogelijk stikstof vrijkomt die nog door het volggewas maïs kan worden benut. Om deze veronderstelling te toetsen, is in 2010-2011 een veldproef uitgevoerd op zuidoostelijk zandgrond met als doel de relatie tussen optimaal inwerktijdstip in het voorjaar en C/N-verhouding nader te onderzoeken en om na te gaan of de C/N-verhouding zou kunnen worden gerelateerd aan uiterlijke kenmerken van het vanggewas.
    Vanggewassen en nitraatuitspoeling, thema: duurzame mineralen BO-12.03-002.003
    Schroder, J.J. - \ 2011
    S.n.
    uitspoelen - stikstof - maïs - akkerbouw - ondergewassen - leaching - nitrogen - maize - arable farming - catch crops
    Uitspoeling van stikstof (N) leidt tot te hoge nitraatconcentraties in het grondwater van zandgronden, vooral na de teelt van maïs. De teelt van een geslaagd vanggewas kan dit probleem beperken
    Betere benutting van stikstof uit vanggewassen, thema: duurzame mineralen BO-12.03-002-002
    Verhoeven, J.T.W. ; Geel, W.C.A. van; Schooten, H.A. van - \ 2011
    S.n.
    ondergewassen - zandgronden - veldproeven - stikstof - mineralisatie - catch crops - sandy soils - field tests - nitrogen - mineralization
    Poster met onderzoeksinformatie. Doel van het onderzoek is om het juiste inwerkmoment in het voorjaar op zandgrond vast te stellen, om het vrijkomen van stikstof uit een winterhard vanggewas aan te laten sluiten bij het opnamepatroon van het volggewas snijmaïs.
    Aaltjesmanagement in de akkerbouw : achtergronden beheersing en bestrijding aaltjes
    Aasman, B. ; Beers, T.G. van; Wolfs, A. - \ 2010
    Kennisakker.nl 2010 (2010)10 aug.
    akkerbouw - nematodenbestrijding - plantenparasitaire nematoden - nematoda - groenbemesters - grondsterilisatie - ondergewassen - arable farming - nematode control - plant parasitic nematodes - nematoda - green manures - soil sterilization - catch crops
    In dit deel van de handleiding worden de achtergronden van aaltjesbeheersing uitgewerkt. Er wordt ingegaan op rassenkeuze, groenbemesters en aanvullende maatregelen (natte grondontsmetting, grondbehandeling met granulaten, biologische grondontsmetting, biofumigatie, vanggewassen, compost en andere organische toevoegingen).
    Inwerktijdstip van winterharde vanggewassen : deskstudie
    Geel, W.C.A. van; Schooten, H.A. van; Verhoeven, J.T.W. - \ 2010
    Lelystad : PPO AGV - 31
    groenbemesters - ondergewassen - mineralisatie - verhoudingen - koolstof - stikstof - green manures - catch crops - mineralization - ratios - carbon - nitrogen
    Het telen van een onbemeste groenbemester als stikstofvanggewas na de hoofdteelt, is een na-oogst-maatregel die de nitraatuitspoeling kan verminderen. Het vanggewas neemt de reststikstof op uit de bodem, die is achtergelaten door het hoofdgewas en de stikstof die in de nazomer en herfst mineraliseert. Het optimale inwerktijdstip in het voorjaar hangt (naast weersinvloed) mede af van het N-gehalte in de droge stof c.q. de C/N-verhouding. Bij een hoog N-gehalte (lage C/N-verhouding) mineraliseert de stikstof na inwerken sneller dan bij een laag N-gehalte (hoge C/N-verhouding) en ligt het optimale inwerktijdstip waarschijnlijk later. Het verdient aanbeveling om de relatie tussen optimaal inwerktijdstip in het voorjaar en C/N-verhouding nader te bestuderen in het uit te voeren veldonderzoek
    Onkruidbeheersing door een groene, levende bodembedekking
    Pronk, A.A. ; Groeneveld, R.M.W. - \ 2010
    Ekoland 30 (2010)4. - ISSN 0926-9142 - p. 11 - 11.
    boomteelt - biologische landbouw - onkruidbestrijding - biologische bestrijding - bodembedekkende planten - ondergewassen - boomkwekerijen - arboriculture - organic farming - weed control - biological control - ground cover plants - catch crops - forest nurseries
    In de biologische boomteelt is onkruidbeheersing een kostbare zaak. Een levende en geslaagde groene grondbedekking verdringt het onkruid, levert stikstof en vergroot de overlevingskans van natuurlijke vijanden. In een proef met najaarszaai in bos- en haagplantsoen zijn enkele varianten getoetst.
    Kiezen voor groenbemesters
    Balen, D.J.M. van - \ 2010
    Ekoland 30 (2010)5. - ISSN 0926-9142 - p. 12 - 14.
    groenbemesters - stikstof - biologische landbouw - bodemstructuur - ondergewassen - beworteling - biodiversiteit - bemesting - green manures - nitrogen - organic farming - soil structure - catch crops - rooting - biodiversity - fertilizer application
    Door de aanscherping van bemestingswetgeving en richtlijnen voor biologische landbouw in Nederland worden groenbemesters steeds belangrijker. Bijvoorbeeld als vanggewas voor stikstof gedurende het groeiseizoen en in het najaar. Maar ook de voordelen ten aanzien van structuurbehoud van boven- en ondergrond worden steeds meer erkend. In het buitenland zet men groenbemesters ook in als 'game crop': een schuilplaats voor wild.
    'Landschapsmaïs meer als graan zaaien' (interview met Ruud Timmer)
    Reindsen, H. ; Timmer, R.D. - \ 2010
    Nieuwe oogst / Magazine gewas 6 (2010)2. - ISSN 1871-093X - p. 6 - 7.
    akkerbouw - biodiversiteit - graansoorten - maïs - ecologie - ondergewassen - groenbemesters - plantdichtheid - gewasproductie - agrobiodiversiteit - arable farming - biodiversity - cereals - maize - ecology - catch crops - green manures - plant density - crop production - agro-biodiversity
    PPO is verrast door de uitkomsten van het onderzoek naar landschapsmaïs. Door de 1.75 meter lange maïs meer als graan te zaaien en na vier maanden te oogsten, zijn mooie opbrengsten haalbaar. Het lijkt vooral interessant in combinatie met een groenbemester/vanggewas winterroggen en -erwten, goed voor een extra oogst eind mei
    Bemesting van maïsland heeft aandacht nodig
    Oenema, J. ; Verloop, J. - \ 2009
    Nieuwsbrief Koeien & Kansen 31 (2009). - p. 2 - 2.
    maïs - grassen - wisselbouw - rotaties - nitraat - stikstof - nitraatuitspoeling - ondergewassen - bemesting - maize - grasses - ley farming - rotations - nitrate - nitrogen - nitrate leaching - catch crops - fertilizer application
    Bij bemesting volgens de gebruiksnormen zijn de nitraatconcentraties onder maïsland nog vaak hoger dan de EU-norm van 50 mg per liter in grondwater. Vooral de eerste twee jaren na het ploegen van meerjarig grasland kan de nitraatuitspoeling onder maïsland hoog zijn. Vanggewassen zijn bedoeld om de nitraatuitspoeling te beperken. Maar dan moet je ze niet bemesten.
    Perspectieven van verschillende gewassen als stikstofvanggewas na de oogst van maïs
    Hoek, H. ; Paauw, J.G.M. - \ 2009
    Kennisakker.nl 2009 (2009)4 aug..
    akkerbouw - bodemvruchtbaarheid - ondergewassen - nematoda - graansoorten - maïs - nitraatuitspoeling - stikstofverliezen - arable farming - soil fertility - catch crops - nematoda - cereals - maize - nitrate leaching - nitrogen losses
    Vanaf 2006 is het verplicht om op zand- en lössgrond na maïs een stikstofvanggewas te telen. Op dit moment zijn winterrogge, bladrammenas, grassen en bladkool daarvoor toegelaten. Andere gewassen die misschien ook als stikstofvanggewas na maïs zouden kunnen dienen zijn wintertarwe, wintergerst, Triticale en Japanse haver. Voor een goede beoordeling van de huidige en van de potentiële stikstofvanggewassen, is nagegaan welke teeltkundige en nematologische informatie er van deze gewassen beschikbaar is en vervolgens zijn de gewassen op deze aspecten met elkaar vergeleken. Daarnaast is aangegeven welk onderzoek bij de verschillende gewassen nodig is om meer betrouwbare informatie te verkrijgen bij een teelt als stikstofvanggewas na maïs.
    Vergelijking luzerne en gras-klaver in het biologisch bedrijfssysteem op zuidoostelijk zand
    Geel, W.C.A. van; Haan, J.J. de; Visser, J.H.M. ; Verstegen, H.A.G. - \ 2009
    biologische landbouw - groenbemesters - luzerne - ondergewassen - grasklaver - organic farming - green manures - lucerne - catch crops - grass-clover swards
    Er is onderzocht welke vlinderbloemige het meest geschikt is als groenbemester in het biologisch systeem op proefboerderij Vredepeel
    Perspectieven van verschillende gewassen als stikstofvanggewas na de oogst van maïs
    Hoek, H. ; Paauw, J.G.M. - \ 2009
    Lelystad : PPO AGV - 37
    zandgronden - akkerbouw - maïs - nitraten - bodemvruchtbaarheid - ondergewassen - nematoda - graansoorten - nitraatuitspoeling - stikstofverliezen - sandy soils - arable farming - maize - nitrates - soil fertility - catch crops - nematoda - cereals - nitrate leaching - nitrogen losses
    Sinds 2006 heeft de overheid de teelt van groenbemesters na de oogst van maïs op zand- en lössgrond verplicht gesteld. De groenbemesters moeten geteeld worden als vanggewas voor stikstof, om de nitraatuitspoeling na de teelt van maïs te beperken. Momenteel zijn als stikstofvanggewas de volgende gewassen toegelaten: winterrogge, grassen, bladkool en bladrammenas. Vanuit de praktijk worden er veel vragen gesteld over andere gewassen die eventueel als stikstofvanggewas na maïs zouden kunnen dienen. Vooral wintertarwe, wintergerst en triticale worden in dit verband veelvuldig genoemd. Daarnaast is er veel behoefte aan informatie over de enkele jaren geleden in Nederland geïntroduceerde groenbemester Avena strigosa (ook wel bekend als “Japanse haver”). Avena strigosa vermeerdert wortellesieaaltjes niet en daarmee onderscheidt deze groenbemester zich gunstig van andere veel geteelde groenbemesters. Voor een goede beoordeling van de huidige en van de potentiële stikstofvanggewassen, is nagegaan welke teeltkundige en nematologische informatie er van deze gewassen beschikbaar is en vervolgens zijn de gewassen op deze aspecten met elkaar vergeleken. Daarnaast is aangegeven welk onderzoek bij de verschillende gewassen nodig is om meer betrouwbare informatie te verkrijgen bij een teelt als stikstofvanggewas na maïs
    Het beperken van insectenplagen in gewassen door het aanleggen van barrières rond of in het perceel: een literatuurstudie
    Meerburg, B.G. ; Elderson, J. ; Belder, E. den; Alebeek, F.A.N. van - \ 2009
    Tilbrug : ZLTO Projecten - 16
    geïntegreerde plagenbestrijding - netten - afschermingsmateriaal - barrières - ondergewassen - aphididae - thrips - broccoli - brassica oleracea var. italica - capsicum annuum - vicia faba - glycine max - lupinus - pootaardappelen - slasoorten - uien - functionele biodiversiteit - integrated pest management - nets - screens - barriers - catch crops - aphididae - thrips - broccoli - brassica oleracea var. italica - capsicum annuum - vicia faba - glycine max - lupinus - seed potatoes - lettuces - onions - functional biodiversity
    Veel landbouwgewassen zijn eenjarige teelten in een roulerend bouwplan. Insectenplagen moeten dus elk voorjaar opnieuw hun voorkeursgewassen opsporen en koloniseren. De meeste plaaginsecten bereiken vliegend de nieuwe percelen waar zij een gewas koloniseren. De keuze van plaaginsecten om in een bepaald gewas te landen wordt door een complex van factoren bepaald. In dit document wordt een overzicht gegeven van de literatuur over maatregelen om de verspreiding van plaaginsecten naar nieuwe gewassen of binnen bestaande teelten te beperken. Niet zozeer door landschapselementen, maar door fysieke barrières (biobarrières), het toepassen van vanggewassen, het combineren van twee gewassen. Bij het vaststellen van een effectief maatregelenpakket op het bedrijf zal steeds kritisch gekeken moeten worden naar de (economische en bedrijfsmatige) haalbaarheid van verschillende maatregelen
    Opbrengst vanggewas na maïs
    Hilhorst, G.J. ; Verloop, J. - \ 2009
    Lelystad : Animal Sciences Group (Rapport / Koeien & kansen nr. 51) - 21
    ondergewassen - maïs - stikstof - fosfaat - opbrengst - groei - catch crops - maize - nitrogen - phosphate - outturn - growth
    taliaans raaigras als onderzaai legt meer stikstof vast dan Italiaans raaigras en rogge toegepast als najaarszaai. Afhankelijk van het systeem, gewastype en bemestingsniveau van de maïs, kan de vastlegging echter aanzienlijk variëren. Italiaansraaigras als onderzaai legde 25 kg stikstof per ha vast. Bij de najaarszaai was dit 56 tot 80% minder. Dit blijkt uit onderzoek op Koeien & Kansen-bedrijven uitgevoerd in opdracht van het ministerie van LNV en productschap zuivel (PZ).
    Meer natuurlijke aanvallers voor maximale verdediging
    Vlaswinkel, M.E.T. ; Elderson, J. - \ 2008
    Groenten en Fruit. Algemeen 2008 (2008)13. - ISSN 0925-9694 - p. 44 - 45.
    landbouw - gewassen - koolsoorten - ondergewassen - populaties - diversiteit - insecten - natuurlijke vijanden - uitzettingstechnieken - gewasbescherming - agriculture - crops - cabbages - catch crops - populations - diversity - insects - natural enemies - release techniques - plant protection
    Functionele agrodiversiteit betekent omstandigheden creëren om de populatie van en verscheidenheid aan natuurlijke vijanden te vergroten. Die vijanden helpen mee om insecten te beheersen, bijvoorbeeld in spruitkool, onder het motto 'meer aanvallers voor een maximale verdediging'
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.