Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 44

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Utilization of complete chloroplast genomes for phylogenetic studies
    Ramlee, Shairul Izan Binti - \ 2016
    Wageningen University. Promotor(en): Richard Visser, co-promotor(en): Rene Smulders; Theo Borm. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462579354 - 186
    phylogenetics - genomes - chloroplasts - models - solanum - orchidaceae - phylogenomics - dna sequencing - fylogenetica - genomen - chloroplasten - modellen - solanum - orchidaceae - phylogenomica - dna-sequencing

    Chloroplast DNA sequence polymorphisms are a primary source of data in many plant phylogenetic studies. The chloroplast genome is relatively conserved in its evolution making it an ideal molecule to retain phylogenetic signals. The chloroplast genome is also largely, but not completely, free from other evolutionary processes such as gene duplication, concerted evolution, pseudogene formation and genome rearrangements. The conservation of the chloroplast genome sequence allows designing primers targeting regions conserved well beyond species boundaries, and amplification of these targets.

    The small size together with their high copy number in leaf cells greatly facilitates chloroplast genome sequencing. In this thesis, chloroplast phylogenomics was conducted using complete chloroplast DNA genomes obtained by a newly developed method of de novo assembly. The method was not only cost-effective but also has the potential to extract a wealth of useful information of thousands of chloroplast genomes from Whole Genome Shotgun (WGS) data. We used k-mer frequency tables to identify and extract the chloroplast reads from the WGS reads and assemble these using a highly integrated and automated custom pipeline. This pipeline includes steps aimed at optimizing assemblies and filling gaps that are left due to coverage variation in the WGS dataset. The pipeline enabled successful de novo assembly across a range of nuclear genome sizes, from Solanum lycopersicon (tomato, 0.9 Gb) to Paphiopedilum heryanum (slipper orchid, 35 Gb).

    The pipeline is suitable for studying structural variation in the chloroplast genome, as opposed to the common procedure of read mapping against a reference genome. To support the putative rearrangements, a flexible assembly quality comparison tool was created that combines and visualizes read mapping and alignment results in a two-dimensional plot. We have evaluated the ability of this tool using the de novo assemblies of S. lycopersicon and P. henryanum chloroplasts. The results show that not only we can immediately select the best of two options, but also determine the location of specific artefacts.

    In order to explore and evaluate the utility of complete chloroplast phylogenomics, tomato and Paphiopedilum spp were used to conduct phylogenetic inferences based on the complete chloroplast genome. In total 84 tomato chloroplast genomes within the section Lycopersicon were assembled and phylogenetic trees produced. The analyses revealed that next to the chloroplast regions and spacers traditionally used for phylogenetics, additional regions of protein coding and non-coding DNA may be exploited for intraspecific phylogenetic studies. In particular, more than 50% of all phylogenetically relevant information could be included by just using four genes (ycf1, ndhF, ndhA, and ndhH), of which 34% in ycf1 alone. The topology of the phylogenetic tree inferred from ycf1 was the same as that of trees based on all other protein coding genes, although with lower bootstrap values. The phylogenetic analyses based on 32 complete Paphiopedilum spp. chloroplast genomes confirmed the division of the genus into three subgenera Parvisepalum, Brachypetalum and Paphiopedilum. The division of five sections of subgenus Paphiopedilum was also recovered. The de novo assemblies revealed several structural rearrangements including gene loss and inversion. In addition, the chloroplast genome of Paphiopedilum has experienced extreme IR expansion that has included part of or the entire SSC region, resulting in larger IR regions than commonly observed among monocots.

    In conclusion, WGS data offer opportunities to generate partial or entire chloroplast genomes for phylogenetic studies. Species discrimination can be achieved already with partial data (subsets of genes), but evolutionarily young lineages may require more informative characters. Therefore, it is expected that many complete chloroplast genomes will be produced in the years to come. While generating these genomes, the urge for de novo assembly of chloroplast genomes rather than mapping against reference genomes is adamant in order to also uncover structural rearrangements in chloroplast genome.

    Plants4Cosmetics : perspectives for plant ingredients in cosmetics
    Boeriu, C.G. - \ 2015
    Wageningen : Wageningen UR - Food & Biobased Research (Report / Wageningen UR Food & Biobased Research 1603) - 38
    cosmetics - plants - flavonoids - phenols - pigments - plant pigments - polysaccharides - geranium - hyacinthus - chrysanthemum - orchidaceae - skin - hair - oil plants - medicinal plants - natural products - biobased chemicals - biobased economy - cosmetica - planten - flavonoïden - fenolen - pigmenten - plantenpigmenten - polysacchariden - geranium - hyacinthus - chrysanthemum - orchidaceae - huid - haar - olieleverende planten - medicinale planten - natuurlijke producten - chemicaliën uit biologische grondstoffen - biobased economy
    In opdracht van Bio Base Westland en de TKI Tuinbouw Koepel PPS Plantenstoffen, heeft Wageningen UR – Food & Biobased Research een exploratieve desktop studie uitgevoerd gericht op de identificatie van veelbelovende routes voor de valorisatie van plantinhoudstoffen - waaronder ook reststromen uit de tuinbouw - voor de cosmetische industrie. Een uitgebreide analyse van de beschikbare informatie werd uitgevoerd om de mogelijkheden voor de Nederlandse tuinbouwsector te bepalen. Er is gekeken naar marktkansen in de cosmetische industrie met inbegrip van natuurlijke en biologische ingrediënten.
    Orchideeënteelt moet nog wennen aan hergebruik gietwater : zoektocht naar teeltkundige grenzen
    Staalduinen, J. van; Kromwijk, J.A.M. - \ 2015
    Onder Glas 2015 (2015)1. - p. 9 - 11.
    glastuinbouw - potplanten - orchidaceae - hergebruik van water - afvalhergebruik - drainagewater - emissie - normen - irrigatie - greenhouse horticulture - pot plants - orchidaceae - water reuse - waste utilization - drainage water - emission - standards - irrigation
    Tot voor kort was hergebruik van gietwater in de teelt van potorchideeën niet aan de orde. Bedrijfshygiëne en de vrees voor teruglopende waterkwaliteit hield verduurzaming van de teelt op dit punt lang tegen. Strengere emissienormen dwingen ook deze gewasgroep om te investeren in waterontsmetting en hergebruik. Dankzij kennisopbouw door een praktijknetwerk en concreet onderzoek koerst de sector naar verduurzaming. Het ‘laaghangende fruit’ is eenvoudig te plukken, maar er moet nog veel gebeuren om aan de normen voor 2015 en 2016 te kunnen voldoen.
    Efficiëntere bemestingsstrategie mogelijke opslossing Lyprauta in potorchidee : gezonde plant toont minder schade van potworm
    Rodenburg, J. ; Kruidhof, H.M. - \ 2015
    Onder Glas 12 (2015)2. - p. 29 - 31.
    orchidaceae - phalaenopsis - plantenplagen - potplanten - insectenplagen - effecten - bemesting - landbouwkundig onderzoek - mestgiften - glastuinbouw - orchidaceae - phalaenopsis - plant pests - pot plants - insect pests - effects - fertilizer application - agricultural research - dressings - greenhouse horticulture
    Zijn potwormen in orchidee misschien minder schadelijk dan altijd werd gedacht? Adviseur René ‘t Hoen denkt van wel. Hij claimt dat ondanks de aanwezigheid van potwormen, een gezonde plant zonder problemen kan uitgroeien tot een prima verkoopbaar product. Dit zou betekenen dat de teeltstrategie belangrijker is dan bestrijding van de schadelijke muggenlarven. Tegelijkertijd vindt hij dat zijn waarnemingen moeten worden gestaafd door onderzoek. Er is namelijk nog zeer weinig bekend over de biologie van potwormen.
    Voeding en weerbaarheid bij Phalaenopsis
    Noort, F.R. van; Hofland-Zijlstra, J.D. ; Dueck, T.A. - \ 2014
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw ) - 35
    orchidaceae - phalaenopsis - cultivars - belichting - plantenvoeding - voedingsstoffen - gewasanalyse - behandeling - gewaskwaliteit - plantgezondheid - potplanten - bemesting - orchidaceae - phalaenopsis - cultivars - illumination - plant nutrition - nutrients - plant analysis - treatment - crop quality - plant health - pot plants - fertilizer application
    Gedurende de afgelopen jaren is de teelt van Phalaenopsis versneld door het toelaten van meer licht en met hogere vochtigheden tijdens de teelt. Hiermee staan ziekten en plagen zoals Fusarium, Pseudomonas, Erwinia of potworm op de loer waardoor de vraag naar weerbaarheid van het gewas groter wordt. Dit project beoogd antwoord te geven op de vraag of de weerbaarheid van Phalaenopsis verhoogd kan worden door een uitgebalanceerde voeding.
    Recirculatie potorchidee 3. Uitvloeiers
    Blok, C. ; Kromwijk, J.A.M. - \ 2014
    potplanten - orchidaceae - groeimedia - hulpstoffen - hergebruik van water - effecten - substraten - irrigatiewater - pot plants - orchidaceae - growing media - adjuvants - water reuse - effects - substrates - irrigation water
    Bij potorchidee worden soms uitvloeiers toegevoegd aan het gietwater om het gewas na een gietbeurt sneller op te laten drogen (m.n. bij open bloemen). Het is nog niet bekend wat het effect van uitvloeiers is bij de overgang naar recirculatie. Deze flyer geeft inzicht in de werking van uitvloeiers als deze in het substraat komen.
    Biologische en chemische bestrijding van Lyprauta spp. in Phalaenopsis
    Pijnakker, J. ; Leman, A. - \ 2013
    Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinouw 1236) - 22
    orchidaceae - phalaenopsis - plantenplagen - insectenplagen - organismen ingezet bij biologische bestrijding - potplanten - roofmijten - pesticiden - landbouwkundig onderzoek - orchidaceae - phalaenopsis - plant pests - insect pests - biological control agents - pot plants - predatory mites - pesticides - agricultural research
    In de sierteelt treden de laatste tien jaren problemen op met muggenlarven van het geslacht Lyprauta, die men in de wandelgangen“potworm”heeft gedoopt. Deze muggen worden tot de familie van de langhoornmuggen gerekend. Veel onderzoekers beschouwen de larven van Lyprauta spp. als predatoren van rouwmuggen. Hun larven veroorzaken desondanks problemen in potorchideeën. In anthurium, gerbera en andere groene potplanten veroorzaken ze geen schade. In Phalaenopsis en Cambria worden ze er van verdacht aan jonge wortels en zacht plantmateriaal te eten en zo schade te veroorzaken: De planten produceren minder takken (een minder dan gezonde planten), ze worden vegetatief en lichter en de teeltduur wordt verlengd. De door Lyprauta spp. veroorzaakte schadepost wordt geschat op 17% van de omzet. De natuurlijke vijanden Hypoaspis miles, Hypoapsis aculeifer, Macrocheles robustulus, Steinernema feltiae, Heterorhabditis bacteriophora, Atheta coriaria en selectieve middelen werden getest. De roofmijten H. miles en H. aculeifer konden zich het beste handhaven, maar bleken niet effectief genoeg als ze maar een keer werden geïntroduceerd. Atheta coriaria en Macrocheles robustulus waren verdwenen respectievelijk na 6 en 12 weken. Er werden geen selectieve middel gevonden die de plaag kon uitroeien. Trigard en Spruzit bleken de beste resultaten te geven, maar de verschillen tussen de behandelingen waren niet significant. Geadviseerd wordt 50 lichtvallen per ha te hangen om de plaagontwikkeling te volgen en bij toenemende aantasting Spruzit toe te passen tegen de larven en Decis te foggen tegen de volwassenen. Problems with larvae of the genus Lyprauta are occurring the last ten years in greenhouse horticulture. Growers have baptized them wrongly “potworms”. These gnats belong to the family Keroplatidae and are often called predatory fungus gnats by scientists. Even if they are mostly seen as predators of other insects, their larvae seem to cause particular problems in potted orchids. Their presence is also reported in Anthurium, gerberas and in some green potted plants where they are not harmful to the plants. In Phalaenopsis and Cambria, they are suspected to cause damage to young roots. Infested plants are producing less stems (one less than healthy plants) and are becoming vegetative and lighter. The cultivation period is then often extended. The loss induced by Lyprauta spp is estimated at 17% of the sales. Several natural enemies (Hypoaspis miles, Hypoapsis aculeifer, Macrocheles robustulus, Steinernema feltiae, Heterorhabditis bacteriophora and Atheta coriaria) and selective insecticides have been tested, but we still didn’t find any suitable solutions to control the pest. The plants sprayed with Trigard and Spruzit contained at the end of the experiment less larvae of Lyprauta than in other treatments, but the differences were not significant. Growers should hang 50 light traps per ha to follow the increase of the pest. At high pest pressure, it is advised to spray Spruzit against the larvae en fogging Decis against the adults.
    Nog geen oplossing tegen larven van lyprauta : vooral lastig probleem bij phalaenopsis
    Pijnakker, J. ; Leman, A. ; Arkesteijn, M. - \ 2013
    Onder Glas 10 (2013)6/7. - p. 25 - 25.
    orchidaceae - phalaenopsis - plantenplagen - potplanten - insectenplagen - larven - organismen ingezet bij biologische bestrijding - roofmijten - glastuinbouw - orchidaceae - phalaenopsis - plant pests - pot plants - insect pests - larvae - biological control agents - predatory mites - greenhouse horticulture
    In potgrond en andere teeltsubstraten komen allerlei muggenlarven voor. Het meest talrijk zijn rouwmuglarven. In phalaenopsis en andere potorchideeën treden de laatste tien jaar problemen op met een andere type muggenlarven van het geslacht Lyprauta, die men in de wandelgangen ‘potwormen’ noemt. De schade in phalaenopsis door deze muggenlarven bedraagt naar schatting 17% van de omzet.
    Biologische bestrijding van de glimslak (Zonitoides arboreus) in potorchidee
    Staaij, M. van der; Linden, A. van der; Grosman, A.H. - \ 2012
    Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1288) - 20
    orchidaceae - potplanten - zonitoides arboreus - organismen ingezet bij biologische bestrijding - plaagbestrijding met predatoren - tests - efficiëntie - inventarisaties - gewasbescherming - huisjesslakken - orchidaceae - pot plants - zonitoides arboreus - biological control agents - predator augmentation - tests - efficiency - inventories - plant protection - snails
    De glimslak Zonitoides arboreus veroorzaakt schade in de teelt van potorchidee in Nederland en is al ruim 10 jaar een bekende plaag van hetzelfde gewas in Hawaï. Literatuur en contacten (o.a. Naturalis) in binnen- en buitenland zijn geraadpleegd om kandidaat bestrijders te identificeren. Deze geven aan dat biologische bestrijding van de glimslak Zonitoides arboreus mogelijk is met bodemroofmijten, loopkevers, bodemroofwantsen, duizendpoten en glimwormen. Experts op het gebied van roofvliegen (Jean-Claude Vala en Lloyd Vernon Knutson) geven in hun standaard werk “Biology of snail-killing Sciomyzidae flies” aan dat in Noord Europa (Nederland) slakkendodende vliegen in de natuur voorkomen die glimslakken als prooi hebben. In het voorjaar, de zomer en het najaar van 2013 zijn geen natuurlijke vijanden aangetroffen in kweken van glimslakken die op twee verschillende plaatsen in Nederland in de natuur zijn gezet. Geen van de commercieel beschikbare bodemroofmijten (Macrocheles, Hypoaspis) en de larven en adulten van de roofkevers Atheata en Aleochara had een effect op het uitkomen van de eieren van de glimslak in predatietesten onder laboratoriumomstandigheden. Ook de aanwezige mijten, pseudoschorpioenen, spinnen en duizendpoten, in het materiaal verzameld bij telers, hadden geen effect op de ontwikkeling van de populatie glimslakken. The small snail Zonitiodes arboreus causes damage in orchids in The Netherlands and is for almost a decade a well-known pest in orchids in Hawaii. Literature and contacts in The Netherlands and abroad have been contacted to identify candidate natural enemies of Zonitoides arboreus. Biological control is possible with all sorts of soil dwelling predators (mites, beetles, bugs, centipedes and larvae of fire flies). Experts in the field of snail-killing flies, Jean-Claude Vala en Lloyd Vernon Knutson, present in their standard work “Biology of snail-killing Sciomyzidae flies” species which can be found in Northern Europe in nature. In spring, summer and autumn of 2013 pots with Zonitoides arboreus were placed in nature in two different regions of The Netherlands, but no natural enemies were found in that year. Commercially available soil dwelling predatory mites (Macrochelis and Hypoaspis) and larvae and adults of Atheata and Aleochara had no effect on eggs of Zonitoides arboreus. In the samples of the snails collected in orchids from different growers mites, spiders, pseudo scorpions and centipedes were found. None of them had an effect on the development of the snail population.
    Risicovolle pathways; Verbetering kosteneffectiviteit door fytosanitaire ketenmaatregelen
    Benninga, J. ; Hennen, W.H.G.J. - \ 2012
    Den Haag : LEI, onderdeel van Wageningen UR (LEI-rapport : Onderzoeksveld Markt & ketens ) - ISBN 9789086155972 - 58
    vermeerderingsmateriaal - orchidaceae - chrysanthemum - plantenziekten - quarantaine organismen - bedrijfshygiëne - methodologie - risicofactoren - import - plantenplagen - propagation materials - orchidaceae - chrysanthemum - plant diseases - quarantine organisms - industrial hygiene - methodology - risk factors - imports - plant pests
    De keten van primaire productie tot en met importeur wordt in fytosanitair jargon 'pathway' genoemd. Met een pathway kunnen allerlei ongewenste organismen een land binnenkomen, vandaar dat er inspecties plaatsvinden. De kosten van fytosanitaire importinspecties zijn de laatste jaren sterk toegenomen, onder meer door toenemende importen van consumptieve sierteeltproducten en uitgangsmateriaal uit derde landen. In dit verkennende onderzoek is een studie gedaan naar de mogelijkheden en de gevolgen van alternatieve maatregelen in diverse ketenschakels om de kosten van importinspecties te beperken. Daarbij zijn de gevolgen voor de infectiedruk van de zogenaamde quarantaineorganismen van groot belang. Er is vanuit meerdere invalshoeken getracht een beeld te krijgen van de meest risicovolle pathways. Voor de selectie van de meest risicovolle pathways is in dit onderzoek een methode ontwikkeld. In het tweede deel van dit onderzoek is van twee risicovolle pathways nagegaan wat het effect van te nemen fytosanitaire maatregelen is op de uiteindelijke ziektedruk op Nederland. Deze twee cases betreffen import van snijorchideeën uit Thailand en import van chrysantenstek uit Afrika.
    Wortelproblemen Miltonia
    Kromwijk, Arca - \ 2012
    orchidaceae - miltonia - cultural methods - substrates - roots - sphagnum - growing media - fungal diseases - pythium - irrigation
    Opkweek phalaenopsis kan bij lagere nachttemperatuur
    Kromwijk, J.A.M. - \ 2011
    Vakblad voor de Bloemisterij 66 (2011)48. - ISSN 0042-2223 - p. 42 - 43.
    phalaenopsis - orchidaceae - rassen (planten) - cultivars - lage-energie teelt - cultuurmethoden - nachttemperatuur - phalaenopsis - orchidaceae - varieties - cultivars - low energy cultivation - cultural methods - night temperature
    WUR Glastuinbouw onderzocht of bij de opkweek van phalaenopsis de nachttemperatuur omlaag kan. Bij een aantal cultivars valt er wel wat energie te besparen.
    Effect zomerklimaat bij Cymbidium - Resultaten t/m 25 oktober 2011
    Kromwijk, Arca - \ 2011
    cymbidium - orchidaceae - cultural methods - air conditioning - temperature - plant development - growth effects - agricultural research
    Invloed lagere nachttemperatuur tijdens opkweek Phalaenopsis
    Kromwijk, J.A.M. ; Campen, J.B. - \ 2011
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten GTB 1115) - 80
    phalaenopsis - hybriden - cultivars - luchttemperatuur - orchidaceae - bloei-inductie - teelt - energiebesparing - nederland - glastuinbouw - sierteelt - phalaenopsis - hybrids - cultivars - air temperature - orchidaceae - flower induction - cultivation - energy saving - netherlands - greenhouse horticulture - ornamental horticulture
    In Amerika bleven twee Phalaenopsiscultivars geteeld bij een hoge dag- en lage nachttemperatuur (29/23 oC en 29/17 oC) volledig vegetatief. In Nederlands onderzoek, gefinancierd door het ministerie van EL&I en het Productschap Tuinbouw in het kader van het programma Kas als Energiebron, bleek dat het tegenhouden van de bloei door middel van een dagtemperatuur van 29°C en een lage nachttemperatuur sterk afhankelijk is van de cultivar. Bij de cultivars ‘Boston’, ‘Bristol’ en ‘Lennestadt’ werd de bloemtakvorming gedurende de eerste 23 weken van de opkweek wel voldoende tegen gehouden, maar bij de andere 5 cultivars (‘Chalk Dust’, ‘Fire Fly’, ‘Liverpool’, ‘Precious’ en ‘Vivaldi’) werden al meer of minder snel voortakken gevormd. Ondanks het achterblijven van de bladafsplitsing en de weggeknipte voortakken na een opkweek bij een hoge dag- en lage nachttemperatuur, was het percentage meertakkers (=planten met minimaal 2 bloemtakken) in het veilingrijpe stadium maar 5 tot 8% lager dan na een gangbare opkweek bij een constante temperatuur van 28 oC. Voor toepassing van een lagere nachttemperatuur onder gangbare praktijkomstandigheden is een energiebesparing berekend van 8%.
    Lagere nachttemperatuur tijdens opkweek Phalaenopsis
    Kromwijk, J.A.M. ; Campen, J.B. ; Mourik, N.M. van; Schrama, P.M.M. - \ 2010
    phalaenopsis - orchidaceae - cultivars - temperatuur - nachttemperatuur - lage-energie teelt - cultuurmethoden - effecten - plantenontwikkeling - energiebesparing - glastuinbouw - phalaenopsis - orchidaceae - cultivars - temperature - night temperature - low energy cultivation - cultural methods - effects - plant development - energy saving - greenhouse horticulture
    Resultaten van onderzoek bij 8 Phalaenopsiscultivars bij een lagere nachttemperatuur.
    Lopend orchideeënonderzoek en plannen voor de toekomst
    Kromwijk, Arca - \ 2010
    cymbidium - orchidaceae - plant development - temperature - crop production - flowering date - effects - spring and winter habit - agricultural research - greenhouse horticulture
    Phytophthora in snijcymbidium opsporen en bestrijden
    Paternotte, S.J. - \ 2010
    Vakblad voor de Bloemisterij 65 (2010)11. - ISSN 0042-2223 - p. 42 - 43.
    snijbloemen - phytophthora - plantmateriaal - cymbidium - orchidaceae - peronosporales - besmetting - plantenziekteverwekkende schimmels - schimmelbestrijding - aantasting - fungiciden - gewasbescherming - cut flowers - phytophthora - planting stock - cymbidium - orchidaceae - peronosporales - contamination - plant pathogenic fungi - fungus control - infestation - fungicides - plant protection
    Onderzoek heeft aangetoond dat phytophthora latent in het plantmateriaal van snijcimbidium aanwezig kan zijn en daarmee een grote besmettingsbron is. Het advies is om een aantasting te voorkomen en systematische fungiciden of een plantversterker toe te dienen aan gevoelige cultivars
    De voedingsopname van cymbidium
    Voogt, Wim - \ 2009
    greenhouse horticulture - cymbidium - orchidaceae - ornamental crops - water uptake - dry matter distribution
    Effect CO2 bij Cymbidium
    Kromwijk, Arca - \ 2009
    cymbidium - orchidaceae - carbon dioxide - carbon dioxide enrichment - plant development - pedicels - pot plants - cut flowers - experimental design
    Orchideeën heroveren het Zuid-Limburgse heuvelland
    Hommel, P.W.F.M. ; Kemmers, R.H. - \ 2009
    Nature Today 2009 (2009)22-5-2009.
    orchidaceae - vegetatie - soorten - zuid-limburg - herstelbeheer - orchidaceae - vegetation - species - zuid-limburg - restoration management
    Wie geluk heeft komt in Zuid Limburgse bossen nu een van de meest bijzondere orchideeën van Nederland tegen: de Purperorchis, alleen al door zijn formaat (tot 75 cm hoog!) een opvallende verschijning. Het is een van de bedreigde soorten die in de laatste decennia zo goed als verdwenen was uit Nederland. Dankzij succesrijk herstelbeheer is deze soort in sommige hellingbossen bij Oud-Valkenburg inmiddels niet zeldzaam meer.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.