Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 100

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    High-resolution peat volume change in a northern peatland: Spatial variability, main drivers, and impact on ecohydrology
    Nijp, Jelmer J. ; Metselaar, Klaas ; Limpens, Juul ; Bartholomeus, Harm M. ; Nilsson, Mats B. ; Berendse, Frank ; Zee, Sjoerd E.A.T.M. van der - \ 2019
    Ecohydrology 12 (2019)6. - ISSN 1936-0584
    compression - ecohydrology - geostatistics - groundwater - peat volume change - peatlands - photogrammetry - spatial patterns

    The depth of the groundwater table below the surface and its spatiotemporal variability are major controls on all major biogeophysical processes in northern peatlands, including ecohydrology, carbon balance, and greenhouse gas exchange. In these ecosystems, water table fluctuations are buffered by compression and expansion of peat. Controls on peat volume change and its spatial variability, however, remain elusive, hampering accurate assessment of climate change impact on functioning of peatlands. We therefore (1) analysed patterning of seasonal surface elevation change at high spatial resolution (0.5 m); (2) assessed its relationship with vegetation, geohydrology, and position within the peatland; and (3) quantified the consequences for peatland surface topography and ecohydrology. Changes in surface elevation were monitored using digital close-range photogrammetry along a transect in a northern peatland from after snowmelt up to midgrowing season (May–July). Surface elevation change was substantial and varied spatially from −0.062 to +0.012 m over the measurement period. Spatial patterns of peat volume change were correlated up to 40.8 m. Spatial variation of peat volume change was mainly controlled by changes in water table, and to a lesser extent to vegetation, with peat volume change magnitude increasing from lawn < hollow < flark. Our observations suggest that patchiness and vertical variability of peatland surface topography are a function of the groundwater table. In dry conditions, the variability of surface elevation increases and more localized groundwater flows may develop. Consequently, spatially variable peat volume change may enhance peatland water retention and thereby sustain carbon uptake during drought.

    The Sphagnome Project : enabling ecological and evolutionary insights through a genus-level sequencing project
    Weston, David J. ; Turetsky, Merritt R. ; Johnson, Matthew G. ; Granath, Gustaf ; Lindo, Zoë ; Belyea, Lisa R. ; Rice, Steven K. ; Hanson, David T. ; Engelhardt, Katharina A.M. ; Schmutz, Jeremy ; Dorrepaal, Ellen ; Euskirchen, Eugénie S. ; Stenøien, Hans K. ; Szövényi, Péter ; Jackson, Michelle ; Piatkowski, Bryan T. ; Muchero, Wellington ; Norby, Richard J. ; Kostka, Joel E. ; Glass, Jennifer B. ; Rydin, Håkan ; Limpens, Juul ; Tuittila, Eeva Stiina ; Ullrich, Kristian K. ; Carrell, Alyssa ; Benscoter, Brian W. ; Chen, Jin Gui ; Oke, Tobi A. ; Nilsson, Mats B. ; Ranjan, Priya ; Jacobson, Daniel ; Lilleskov, Erik A. ; Clymo, R.S. ; Shaw, A.J. - \ 2018
    New Phytologist 217 (2018)1. - ISSN 0028-646X - p. 16 - 25.
    ecological genomics - ecosystem engineering - evolutionary genetics - genome sequencing - niche construction - peatlands - Sphagnome - Sphagnum
    Considerable progress has been made in ecological and evolutionary genetics with studies demonstrating how genes underlying plant and microbial traits can influence adaptation and even ‘extend’ to influence community structure and ecosystem level processes. Progress in this area is limited to model systems with deep genetic and genomic resources that often have negligible ecological impact or interest. Thus, important linkages between genetic adaptations and their consequences at organismal and ecological scales are often lacking. Here we introduce the Sphagnome Project, which incorporates genomics into a long-running history of Sphagnum research that has documented unparalleled contributions to peatland ecology, carbon sequestration, biogeochemistry, microbiome research, niche construction, and ecosystem engineering. The Sphagnome Project encompasses a genus-level sequencing effort that represents a new type of model system driven not only by genetic tractability, but by ecologically relevant questions and hypotheses.
    Landscapes in transition : an analysis of sustainable policy initiatives and emerging corporate commitments in the palm oil industry
    Padfield, Rory ; Drew, Simon ; Syayuti, Khadijah ; Page, Susan ; Evers, Stephanie ; Campos-Arceiz, Ahimsa ; Kangayatkarasu, Nagulendran ; Sayok, Alex ; Hansen, Sune ; Schouten, Greetje ; Maulidia, Martha ; Papargyropoulou, Effie ; Tham, Mun Hou - \ 2016
    Landscape Research 41 (2016)7. - ISSN 0142-6397 - p. 744 - 756.
    corporations - deforestation - diffusion of innovation theory - environmental policy - Indonesia - Malaysia - Palm oil - peatlands

    The recent Southeast Asian haze crisis has generated intense public scrutiny over the rate, methods and types of landscape change in the tropics. Debate has centred on the environmental impacts of large-scale agricultural expansion, particularly the associated loss of high carbon stock forest and forests of high conservation value. Focusing on palm oil—a versatile food crop and source of bioenergy—this paper analyses national, international and corporate policy initiatives in order to clarify the current and future direction of oil palm expansion in Malaysia and Indonesia. The policies of ‘zero burn’, ‘no deforestation’ and ‘no planting on peatlands’ are given particular emphasis in the paper. The landscape implications of corporate commitments are analysed to determine the amount of land, land types and geographies that could be affected in the future. The paper concludes by identifying key questions related to the further study of sustainable land use policy and practice.

    Het legendarische gat van Wormer: de oorsprong : Geen mysterie, raketinslag, waterput of daliegat, maar ontstaan door droogte en scheurvorming in een verland petgat
    Dekker, L.W. ; Wesseling, J.G. - \ 2015
    Stromingen : vakblad voor hydrologen 24 (2015)4. - ISSN 1382-6069 - p. 73 - 86.
    veengebieden - graslanden - hydrologie - geohydrologie - verdroging (milieu) - scheurvorming - grondwater - peatlands - grasslands - hydrology - geohydrology - groundwater depletion - cracking - groundwater
    Op 17 september 1959 werd de rust in Wormer ruw verstoord door de vondst van een eigenaardig gat met een diameter van circa 60 centimeter in het weiland van veehouder J. Jongert. Ofschoon er steeds is gesproken over 'het Gat van Wormer' gaat het eigenlijk om drie gaten. Het eerste, in het veengrasland van R. Grevers, was al eerder ontdekt, namelijk op 4 juli van hetzelfde jaar. Grevers had het gat echter snel gedempt omdat het een gevaar vormde voor de koeien op zijn land. Het gat van Jongert werd groot nieuws en trok zelfs filmploegen uit Amerika, Canada en tal van Europese landen naar Wormer. De inslag van een projectiel van onbekende makelij leek de meest voor de hand liggende gedachte. En dus verscheen Defensie ten tonele. Onder leiding van kapitein J.J. Blommaart van de Explosieven Opruimingsdienst in Culemborg werd een poging gedaan om met zwaar materieel de boel uit te graven. Blommaart zocht de oorzaak in de inslag van een raket, mogelijk een Russische raket of een trap van een Spoetnik. Het onderzoek in en rondom het gat leverde echter niets op en werd daarom gestaakt. Op 19 augustus 1975 werd opnieuw een gat ontdekt in het een grasland van W. Dokter op geringe afstand van de weilanden waarin in 1959
    de gaten werden gevonden. De gemeente schakelde de Rijks Geologische Dienst in, die concludeerde dat het gat het gevolg was van eerder menselijk ingrijpen. De gaten zouden ontstaan zijn op plekken waar in de middeleeuwen kalkrijke klei uit de ondergrond was gewonnen voor bemestingsdoeleinden. In dit artikel zullen we echter aantonen dat de Wormer gaten het gevolg zijn van een hydrologisch verschijnsel. Ze zijn namelijk ontstaan door uitdroging en scheurvorming van de bovengrond in verlande trekgaten, waaruit vroeger turf is gewonnen.
    Veen kan tegen een klimaatstootje
    Kleis, Roelof ; Nijp, J.J. - \ 2015
    Resource: weekblad voor Wageningen UR 10 (2015)9. - ISSN 1874-3625 - p. 9 - 9.
    klimaatverandering - koolstofvastlegging - koolstofcyclus - veengebieden - climatic change - carbon sequestration - carbon cycle - peatlands
    Venen spelen een belangrijke rol in de koolstofcyclus. Een vijfde deel van alle koolstof in de bodem zit in veen. Venen zijn daarmee belangrijke koolstofmagazijnen. Maar blijft die opslagfunctie in stand als het klimaat verandert? Jelmer Nijp promoveerde vorige week op een studie naar het effect van veranderde regenval op venen.
    Fine scale ecohydrological processes in northern peatlands and their relevance for the carbon cycle
    Nijp, J.J. - \ 2015
    Wageningen University. Promotor(en): Frank Berendse; Sjoerd van der Zee, co-promotor(en): Juul Limpens; Klaas Metselaar. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462575837 - 202
    ecohydrologie - veengebieden - koolstofcyclus - koolstof - klimaat - neerslag - droogte - bodem - ecohydrology - peatlands - carbon cycle - carbon - climate - precipitation - drought - soil
    The uncertain climate footprint of wetlands under human pressure
    Petrescu, A.J. ; Lohila, A. ; Tuovinen, J.P. ; Baldocchi, D.D. ; Desai, A.R. ; Veenendaal, E.M. ; Schrier-Uijl, A. - \ 2015
    Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 112 (2015)15. - ISSN 0027-8424 - p. 4594 - 4599.
    methane emissions - carbon-dioxide - peatlands - ecosystem - fluxes - variability - dynamics - drainage - balance - cycle
    Significant climate risks are associated with a positive carbon–temperature feedback in northern latitude carbon-rich ecosystems, making an accurate analysis of human impacts on the net greenhouse gas balance of wetlands a priority. Here, we provide a coherent assessment of the climate footprint of a network of wetland sites based on simultaneous and quasi-continuous ecosystem observations of CO2 and CH4 fluxes. Experimental areas are located both in natural and in managed wetlands and cover a wide range of climatic regions, ecosystem types, and management practices. Based on direct observations we predict that sustained CH4 emissions in natural ecosystems are in the long term (i.e., several centuries) typically offset by CO2 uptake, although with large spatiotemporal variability. Using a space-for-time analogy across ecological and climatic gradients, we represent the chronosequence from natural to managed conditions to quantify the “cost” of CH4 emissions for the benefit of net carbon sequestration. With a sustained pulse–response radiative forcing model, we found a significant increase in atmospheric forcing due to land management, in particular for wetland converted to cropland. Our results quantify the role of human activities on the climate footprint of northern wetlands and call for development of active mitigation strategies for managed wetlands and new guidelines of the Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) accounting for both sustained CH4 emissions and cumulative CO2 exchange.
    MCA Verondiepen: multicriteria-instrument voor locatiekeuze en inrichting bij het verondiepen van diepe plassen
    Lange, H.J. de; Gylstra, R. ; Huijsmans, T. ; Nusselein, T. ; Verbeek, S. - \ 2014
    veengebieden - plassen - stort - grondverzet - baggerspeciedepots - beslissingsondersteunende systemen - peatlands - ponds - spoil - earth moving - spoil banks - decision support systems
    Het nuttig toepassen van grond of baggerspecie kan als kans worden gezien in gebiedsontwikkeling of natuurontwikkeling in en rond een diepe plas. Om een optimale keuze voor inrichting en functie te kunnen maken, moeten verschillende aspecten worden afgewogen. Hiervoor is de MCA Verondiepen ontwikkeld, een multicriteria-instrument om stakeholders op een gestructureerde wijze mee te laten denken over de huidige functie en kwaliteit, impact van herinrichting, en mogelijke nieuwe functie en kwaliteit. De toepassing van de MCA Verondiepen wordt geïllustreerd aan de hand van vijf praktijkvoorbeelden.
    Carbon accumulation in peat deposits from northern Sweden to northern Germany during the last millennium
    Linden, M. van der; Heijmans, M.M.P.D. ; Geel, B. van - \ 2014
    Holocene 24 (2014)9. - ISSN 0959-6836 - p. 1117 - 1125.
    climate-change - human impact - bog - sphagnum - temperature - rates - vegetation - peatlands - growth - ams
    Historic carbon accumulation rates in four bogs on a north to south transect from Sweden to Germany were calculated by using the bulk densities and carbon concentrations of 1-cm peat layers and a fine-resolution radiocarbon chronology. Carbon accumulation rates were compared to environmental data to explore the effects of climatic factors. Carbon accumulation rates in a period without clear human impact on the bog ecosystems (c.ad 1700–ad 1800) ranged from 25 g C/m2/yr in the most northern site to 50 g C/m2/yr in the southernmost site, which coincided with increasing annual temperatures from north to south. This suggests that temperature or growing season length is a major factor influencing carbon accumulation rates at different geographical sites. The temporal variations in carbon accumulation rates within the sites tentatively suggest that carbon accumulation rates may still increase with further warming in northern peat bogs, but decrease in southern peat bogs.
    Goed bodembeheer op veen boert beter : maatregelen voor duurzaam bodembeheer voor melkveehouders op veen
    Eekeren, N.J.M. van; Philipsen, A.P. - \ 2014
    Driebergen : Louis Bolk Instituut - 17
    veehouderij - veengebieden - graslandbeheer - bodemkwaliteit - bemesting - bodemfumigatie - controlelijsten - livestock farming - peatlands - grassland management - soil quality - fertilizer application - soil fumigation - checklists
    Deze brochure is een product van het praktijknetwerk Goed Bodembeheer op Veen Boert Beter. Veehouders in het veenweidegebied hadden het gevoel, dat er ten opzichte van zand en klei te weinig aandacht is voor onderzoek naar de bodemkwaliteit op veen. De aanleiding van dit netwerk was om de kennis over bodemkwaliteit in het algemeen en specifiek over veenbodems te ontsluiten. Veehouders wilden in het netwerk meer grip krijgen op het effect van bodemkwaliteit en –beheer op grasproductie. Gewerkt is aan een soort checklist om bodemkwaliteit te beoordelen en maatregelen te formuleren vanuit 6 elementen: organische stof, bodemchemie, bodemleven, bodemstructuur, waterhuishouding en beworteling.
    Do plant traits explain tree seedling survival in bogs?
    Limpens, J. ; Egmond, E. van; Li, B. ; Holmgren, M. - \ 2014
    Functional Ecology 28 (2014)1. - ISSN 0269-8463 - p. 283 - 290.
    sphagnum mosses - picea-mariana - water-table - scots pine - boreal - growth - peatlands - recruitment - establishment - carbon
    1.Moss-dominated peat bogs store approximately 30% of global soil carbon. A climate induced shift from current moss-dominated conditions to tree-dominated states is expected to strongly affect their functioning and carbon sequestration capacity. Consequently, unraveling the mechanisms that may explain successful tree seedling establishment in these ecosystems is highly relevant. 2.To assess the role of drought on early tree seedling establishment and the relative importance of plant traits in tree seedling survival, we conducted a factorial glasshouse experiment with seven conifer species. 3.Our results show that drought inhibits moss growth, thereby increasing survival of tree seedlings. Survival success was higher in Pinus than in Picea species, ranking Pinus banksiana > Pinus sylvestris > Pinus nigra > Picea mariana > Picea glauca, Picea sitchensis > Picea rubens. We found that those species most successful under dry and wet conditions combined a fast shoot growth with high seed mass. 4.We conclude that plant traits contribute to explaining successful early tree seedling establishment in bogs
    Do plant traits explain tree seedling survival in bogs?
    Limpens, J. ; Egmond, E. van; Li, B. ; Holmgren, M. - \ 2013
    Wageningen UR
    bogs - drought - mires - peatlands - seedlings - traits - trees - tree encroachment
    Moss-dominated peat bogs store approximately 30% of global soil carbon. A climate induced shift from current moss-dominated conditions to tree-dominated states is expected to strongly affect their functioning and carbon sequestration capacity. Consequently, unraveling the mechanisms that may explain successful tree seedling establishment in these ecosystems is highly relevant. To assess the role of drought on early tree seedling establishment and the relative importance of plant traits in tree seedling survival, we conducted a factorial glasshouse experiment with seven conifer species. Our results show that drought inhibits moss growth, thereby increasing survival of tree seedlings. Survival success was higher in Pinus than in Picea species, ranking Pinus banksiana > Pinus sylvestris > Pinus nigra > Picea mariana > Picea glauca, Picea sitchensis > Picea rubens. We found that those species most successful under dry and wet conditions combined a fast shoot growth with high seed mass. We conclude that plant traits contribute to explaining successful early tree seedling establishment in bogs.
    Snijmaïsteelt op veengrond bij dynamisch slootpeilbeheer
    Hoving, I.E. ; Schooten, H.A. van; Pleijter, M. - \ 2013
    Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 720) - 20
    veengronden - waterstand - maïs - proefvelden - drainage - agrarische bedrijfsvoering - veengebieden - veehouderij - peat soils - water level - maize - experimental plots - drainage - farm management - peatlands - livestock farming
    Gedurende twee jaar is in een experimentele pilot snijmaïs geteeld op veengrond bij een hoog slootpeil en minimale grondbewerking om maaivelddaling te beperken. In het voorjaar verdampte maïs aanmerkelijk minder water dan gras waardoor de grondwaterstanden minder daalden. Onderwaterdrains versterkten dit effect. Dit vermindert in potentie de maaivelddaling.
    Geboeid door het verleden. Beschouwingen over historische ecologie
    Schaminee, J.H.J. ; Janssen, J.A.M. - \ 2012
    Zeist : KNNV uitgeverij - ISBN 9789050114493 - 184
    historische ecologie - veengebieden - heidegebieden - prunus serotina - ecologisch herstel - nederland - zuid-afrika - natuurbeheer - historical ecology - peatlands - heathlands - prunus serotina - ecological restoration - netherlands - south africa - nature management
    Geboeid door het verleden heeft de historische ecologie tot onderwerp, een vakgebied waaraan je steeds meer verslingerd raakt naarmate je dieper in de verhalen doordringt. De geschiedenis van natuur en landschap vormt de bakermat voor het bestaan en de identiteit van ieder mens, zo verwoordde Theo Spek (Rijksuniversiteit Groningen) onlangs in zijn inaugurele rede. In een achttal beschouwingen komt een geweldige verscheidenheid aan thema’s aan bod, vaak met verrassende inzichten en conclusies. Ieder hoofdstuk is geschreven door een student samen met een gerenommeerde vakge­noot. Hoe zag het Nederlandse landschap er uit aan het eind van de Middeleeuwen? Wat is de toekomst van de heiden in ons land? Hoe ontstonden onze vennen, de pelen op de grens van Brabant en Limburg, onze beemden in de uiterwaarden? In hoeverre is de natuur ons land eigenlijk wel maakbaar, en hoe kunnen we het beste omgaan om invasieve struiken in onze bossen. Allemaal vragen waarop getracht wordt een antwoord te vinden.
    Glasshouse vs field experiments: do they yield ecologically similar results for assessing N impacts on peat mosses
    Limpens, J. ; Granath, G. ; Gunnarsson, U. ; Rydin, H. ; Aerts, R. ; Heijmans, M.M.P.D. ; Hoosbeek, M.R. ; Paulissen, M.P.C.P. ; Breeuwer, A.J.G. - \ 2012
    New Phytologist 195 (2012)2. - ISSN 0028-646X - p. 408 - 418.
    nitrogen deposition - sphagnum mosses - metaanalysis - peatlands - carbon - scale - responses - ecology - cycle
    • Peat bogs have accumulated more atmospheric carbon (C) than any other terrestrial ecosystem today. Most of this C is associated with peat moss (Sphagnum) litter. Atmospheric nitrogen (N) deposition can decrease Sphagnum production, compromising the C sequestration capacity of peat bogs. The mechanisms underlying the reduced production are uncertain, necessitating multifactorial experiments. • We investigated whether glasshouse experiments are reliable proxies for field experiments for assessing interactions between N deposition and environment as controls on Sphagnum N concentration and production. We performed a meta-analysis over 115 glasshouse experiments and 107 field experiments. • We found that glasshouse and field experiments gave similar qualitative and quantitative estimates of changes in Sphagnum N concentration in response to N application. However, glasshouse-based estimates of changes in production – even qualitative assessments – diverged from field experiments owing to a stronger N effect on production response in absence of vascular plants in the glasshouse, and a weaker N effect on production response in presence of vascular plants compared to field experiments. • Thus, although we need glasshouse experiments to study how interacting environmental factors affect the response of Sphagnum to increased N deposition, we need field experiments to properly quantify these effects.
    Ecosysteemdiensten in de westelijke veenweiden
    Smit, A. ; Vogelzang, T.A. ; Lenssinck, F.A.J. ; Westerhof, R. ; Oude Boerrigter, P. ; Jansen, E. ; Jansen, P.C. ; Hack-ten Broeke, M.J.D. ; Blaeij, A.T. de - \ 2012
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2286) - 62
    gebiedsontwikkeling - ecosysteemdiensten - veenweiden - gebiedsgericht beleid - phragmites - riet en rotan - veengebieden - groene hart - utrecht - noord-holland - zuid-holland - area development - ecosystem services - peat grasslands - integrated spatial planning policy - phragmites - canes and rattans - peatlands - groene hart - utrecht - noord-holland - zuid-holland
    Aan de hand van de Triple-O benadering, die een goede en duurzame benutting van ecosysteemdiensten als startpunt voor gebiedsontwikkeling neemt, is het gebied onder de loep genomen. Doel was het aanreiken van nieuwe ideëen en concepten voor de inrichting van het westelijke veenweidegebied en het testen van de benadering. Hierbij zijn de stappen Ontdekken, Overeenkomen en Ontwikkelen gevolgd. De ervaringen met het toepassen van de Triple-O benadering zijn over het algemeen positief. Het heeft geleid tot andere ideëen en nieuwe inzichten, vooral bij de uitwerkingen van de twee business cases 'Waterboeren' en 'Rietteelt'. Het ruimtelijk verbinden van de diensten die het gebied kan leveren en de benutting ervan was ingewikkelder dan gedacht. Dit had veel te maken met het feit dat de schaal waarop ecosysteemdiensten worden geleverd per dienst verschilt en vaak anders is dan het schaalniveau waarop deze worden benut. De ecosysteemdienstenbenadering binnen het Triple-O concept lijkt zeker toepasbaar om beslissers bewust te maken van de potenties van het gebied en te helpen onderzoeken in hoeverre die potentie wordt benut. Het opschalen van de resultaten naar andere kansrijke gebieden lijkt niet zinvol. De ervaring is dat er juist zoveel meerwaarde te halen valt uit de lokale situatie en de verwachting is dat uitwerking van bedrijfssystemen met rietteelt of met water juist erg afhankelijk is van de lokale actoren (ondernemers, overheden). De uitwerkingen zijn daarom niet zo gemakkelijk naar elders de kopieren, de toepassing van de Triple-O benadering wel.
    Veenmossen in het Haaksbergerveen
    Weeda, E.J. - \ 2011
    In: Excursieverslagen 2006 / van Dort, K., Haveman, R., Janssen, J.A.M., Wageningen : Plantensociologische Kring Nederland - p. 104 - 112.
    sphagnum - plantengeografie - vegetatietypen - veengebieden - natura 2000 - twente - overijssel - phytogeography - vegetation types - peatlands
    Het Natura 2000-gebied Haaksbergerveen in Zuid-Twente was in 2006 uitgekozen als terrein voor de jaarlijkse veenmosexcursie. De verscheidenheid aan veenmossen is onder meer te danken aan de invloed van grondwater die op veel plaatsen in het veen speurbaar is. Niet alle genoemde soorten zijn tijdens de excursie waargenomen. De zeldzaamste, S. subsecundum, is alleen in 1980 en 1982 verzameld en werd bij de veenmosrevisie door Gerard Dirkse gewaarmerkt
    Natuur in Nederland
    Berendse, F. - \ 2011
    Zeist : KNNV - ISBN 9789050113762 - 304
    natuur - landschap - planten - dieren - beekdalen - veengebieden - polders - kustgebieden - steden - nederland - nature - landscape - plants - animals - brook valleys - peatlands - coastal areas - towns - netherlands
    Dit boek presenteert in één uitgave alles wat je wilt weten over de Nederlandse natuur: planten, dieren en landschappen, samenhang en ontstaansgeschiedenis, landgebruik en wandelmogelijkheden. De auteur schreef dit boek in de traditie van de klassieker Wilde Planten. Ook hij behandelt de natuur per landschapstype. Maar hij richt zich zowel op planten als op vogels, vlinders en paddenstoelen. Er wordt een beschrijving gegeven van tien Nederlandse landschappen, van de Drentse hoogvenen tot de duinen, van de Gelderse beekdalen tot de polders en van het rivierenland tot de Limburgse heuvels. Ook de steden passeren de revue.
    Cell-wall polysaccharides play an important role in decay resistance of Sphagnum and actively depressed decomposition in vitro
    Hajek, T. ; Ballance, S. ; Limpens, J. ; Verhoeven, J.T.A. ; Zijlstra, M.J. - \ 2011
    Biogeochemistry 103 (2011)1-3. - ISSN 0168-2563 - p. 45 - 57.
    mild acid-hydrolysis - carbon accumulation - oxidation-products - peat bogs - papillosum - holocellulose - bryophytes - peatlands - chemistry - residues
    Sphagnum-dominated peatlands head the list of ecosystems with the largest known reservoirs of organic carbon (C). The bulk of this C is stored in decomposition-resistant litter of one bryophyte genus: Sphagnum. Understanding how Sphagnum litter chemistry controls C mineralization is essential for understanding potential interactions between environmental changes and C mineralization in peatlands. We aimed to separate the effects of phenolics from structural polysaccharides on decay of Sphagnum. Wemeasured aerobic microbial respiration of different moss litter types in a lab. We used chemical treatments to step-wise remove the chemical compounds thought to be important in decay-resistance in three taxonomically distant moss genera. We also focused on the effect of Sphagnum-specific cell-wall pectin-like polysaccharides (sphagnan) on C and N mineralization. Removing polymeric lignin-like phenolics had only negligible effects on C mineralization of Sphagnum litter, but increased mineralization of two other bryophyte genera, suggesting a minor role of these phenolics in decay resistance of Sphagnum but a major role of cell-wall polysaccharides. Carboxyl groups of pectin-like polysaccharides represented a C-source in non-Sphagnum litters but resisted decay in Sphagnum. Finally, isolated sphagnan did not serve as C-source but inhibited C and N mineralization instead, reminiscent of the effects reported for phenolics in other ecosystems. Our results emphasize the role of polysaccharides in resistance to, and active inhibition of, microbial mineralization in Sphagnum-dominated litter. As the polysaccharides displayed decay-inhibiting properties hitherto associated with phenolics (lignin, polyphenols), it raises the question if polysaccharide- dominated litter also shares similar environmental controls on decomposition, such as temperature or nutrient and water availability
    Release of CO2 and CH4 from lakes and drainage ditches in temperate wetlands
    Schrier-Uijl, A.P. ; Veraart, A.J. ; Leffelaar, P.A. ; Berendse, F. ; Veenendaal, E.M. - \ 2011
    Biogeochemistry 102 (2011)1-3. - ISSN 0168-2563 - p. 265 - 279.
    veenweiden - biogeochemie - sloten - broeikasgassen - emissie - kooldioxide - peat grasslands - biogeochemistry - ditches - greenhouse gases - emission - carbon dioxide - aquatic ecosystems - methane oxidation - global estimate - carbon balance - boreal lakes - peat soils - eutrophication - peatlands
    Shallow fresh water bodies in peat areas are important contributors to greenhouse gas fluxes to the atmosphere. In this study we determined the magnitude of CH4 and CO2 fluxes from 12 water bodies in Dutch wetlands during the summer season and studied the factors that might regulate emissions of CH4 and CO2 from these lakes and ditches. The lakes and ditches acted as CO2 and CH4 sources of emissions to the atmosphere; the fluxes from the ditches were significantly larger than the fluxes from the lakes. The mean greenhouse gas flux from ditches and lakes amounted to 129.1 ± 8.2 (mean ± SE) and 61.5 ± 7.1 mg m-2 h-1 for CO2 and 33.7 ± 9.3 and 3.9 ± 1.6 mg m-2 h-1 for CH4, respectively. In most water bodies CH4 was the dominant greenhouse gas in terms of warming potential. Trophic status of the water and the sediment was an important factor regulating emissions. By using multiple linear regression 87% of the variation in CH4 could be explained by PO4 3- concentration in the sediment and Fe2+ concentration in the water, and 89% of the CO2 flux could be explained by depth, EC and pH of the water. Decreasing the nutrient loads and input of organic substrates to ditches and lakes by for example reducing application of fertilizers and manure within the catchments and decreasing upward seepage of nutrient rich water from the surrounding area will likely reduce summer emissions of CO2 and CH4 from these water bodies
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.