Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 353

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==phosphates
Check title to add to marked list
Perspectieven voor de afzet van (fosfaat-verarmd) zuiveringsslib naar de landbouw
Regelink, Inge ; Ehlert, Phillip ; Römkens, Paul - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2819) - 75
afvalwater - rioolslib - besmetters - zware metalen - mest - fosfaten - landbouw - afvalhergebruik - waste water - sewage sludge - contaminants - heavy metals - manures - phosphates - agriculture - waste utilization
Het project heeft als doel om nieuwe afzetroutes te formuleren waarbij zuiveringsslib op een duurzame wijze wordt verwerkt tot meststoffen en bodemverbeteraars zodat waardevolle nutriënten en organische stof worden hergebruikt.
Ex-ante-evaluatie van de mestmarkt en milieukwaliteit : evaluatie van de meststoffenwet 2016
Schoumans, O.F. ; Blokland, P.W. ; Cleij, P. ; Groenendijk, P. ; Koeijer, T.J. de; Luesink, H.H. ; Renaud, L.V. ; Roovaart, J. van den - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2785) - 93
kunstmeststoffen - wetgeving - mest - mestbeleid - nitraten - waterkwaliteit - oppervlaktewaterkwaliteit - fosfaten - uitspoelen - bemesting - fertilizers - legislation - manures - manure policy - nitrates - water quality - surface water quality - phosphates - leaching - fertilizer application
Voor de ex-ante-evaluatie van de meststoffenwet in 2016 is een analyse uitgevoerd van de gevolgen van drie mestbeleidscenario's voor de meststromen in de landbouw en van de milieukwaliteit.
Fosfaatonderzoek Noorderpark 2016 : bodemonderzoek t.b.v. realisatie soortenrijke schraallanden, uitbreiding bij onderzoek uit 2013
Delft, S.P.J. ; Brouwer, F. - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2775) - 51
bodem - fosfaten - bodemonderzoek - natuurontwikkeling - graslanden - eutrofiëring - soortenrijkdom - utrecht - soil - phosphates - soil testing - nature development - grasslands - eutrophication - species richness
In het noordwestelijk deel van het Noorderpark is onderzoek gedaan naar de abiotische geschiktheid voor soortenrijke graslanden. Hierbij zijn de nutriëntentoestand en de zuurbuffer beoordeeld. Met profielbeschrijvingen is de veraardingsgraad van veenlagen vastgesteld. Er zijn 36 boringen gedaan waarbij twee lagen bemonsterd zijn. Van drie boringen is een derde laag bemonsterd. De bodemmonsters zijn voor analyse samengevoegd tot 25 mengmonsters waaraan de analyses zijn uitgevoerd. Voor het plannen van de bemonstering en het samenstellen van de mengmonsters is een stratificatie uitgevoerd op basis van de Landschapsleutel. De nutriëntentoestand is beoordeeld op basis van de fosfaattoestand en de kans op het vrijkomen van nutriënten door mineralisatie en interne eutrofiëring. Bij de beoordeling van de fosfaattoestand is ook beoordeeld in hoeverre deze verbeterd kan worden door verschralingsbeheer of door afgraven van een deel van de bovengrond. Afhankelijk van de realisatiekans voor natuurdoelen bij verschillende maatregelen is per deelperceel een inrichtingsadvies opgesteld.
Opname van struviet als categorie in het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet : advies
Ehlert, P.A.I. ; Dijk, T.A. van; Oenema, O. - \ 2016
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 69) - 92
magnesiumammoniumfosfaat - kunstmeststoffen - wetgeving - afvalwater - fosfaten - besmetters - afvalwaterbehandelingsinstallaties - magnesium ammonium phosphate - fertilizers - legislation - waste water - phosphates - contaminants - waste water treatment plants
Only products, wastes and by-products designated by the Fertiliser Act can be freely traded as fertiliser in theNetherlands. Permitted fertilisers are listed in Regulation (EC) No 2003/2003 and wastes and by-products that canbe traded as fertiliser or as secondary raw material for fertiliser production are listed in Annex Aa of the implementingregulation of the Fertiliser Act. Wastes and by-products can be used as a fertiliser or a secondary raw materialif the criteria given in the Protocol for assessing the value and risks of waste used as fertiliser are met. Struvite is amagnesium ammonium phosphate (NH4MgPO4.6H2O) and is one of the forms in which phosphate can be recoveredfrom wastewater or process water. This origin means that struvite is classified as a waste, and as it is not listed inAnnex Aa the Fertiliser Act prohibits its use as a fertiliser. This publication reports on a study to formulate criteriafor lifting this waste status in accordance with the protocol. Depending on its quality, struvite acts as a fast-releaseor slow-release fertiliser. Due to the different techniques that are available for struvite formation, the differentwaste streams – municipal wastewater, effluent from manure processing, process water from the food manufacturingindustry – and different chemical polishing treatment processes, struvite can come in a range of qualities withdifferent concentrations of contaminants and may possibly contain pathogens. For the Ministry of Economic Affairs,the Scientific Committee on the Nutrient Management Policy has prepared an advice on including struvite in theFertiliser Act, with criteria. The study was based on literature research and consultation with stakeholders. Struviteis often co-precipitated with other phosphate minerals, such as phosphates of calcium, magnesium and iron, and anumber of these phosphates are present in struvite products. The advice covers this range of recovered phosphates
Slinkende wereldvoorraad fosfaat dwingt tot kritische kijk op gebruik : fosfaatbemesting via regenleiding vaak overbodig
Voogt, Wim - \ 2016
horticulture - greenhouse horticulture - chrysanthemum - fertilizer application - phosphates - sampling - organic farming - agricultural research - cultural methods - pot plants
Landbouw en de KRW-opgave voor nutriënten in regionale wateren : het aandeel van landbouw in de KRW-opgave, de kosten van enkele maatregelen en de effecten ervan op de uit- en afspoeling uit landbouwgronden
Groenendijk, Piet ; Boekel, Erwin van; Renaud, Leo ; Greijdanus, Auke ; Michels, Rolf ; Koeijer, Tanja de - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2749) - 149
kaderrichtlijn water - voedingsstoffen - oppervlaktewater - oppervlaktewaterkwaliteit - stikstof - fosfaten - uitspoelen - landbouw - oppervlakkige afvoer - water framework directive - nutrients - surface water - surface water quality - nitrogen - phosphates - leaching - agriculture - runoff
Het doel van de Europese Kaderrichtlijn Water is duurzame bescherming van ecosystemen en watervoorraden. Een deel van de regionale waterlichamen voldoet nog niet aan de normen voor stikstof- en fosforconcentraties die behoren bij een goede ecologische toestand. Om af te wegen welke maatregelen kunnen bijdragen aan het realiseren van de KRW-doelen, is inzicht nodig in de herkomst van stikstof en fosfor in het oppervlaktewater. In dit onderzoek is het aandeel van de landbouw in de overschrijding van de normen voor de stikstof- en de fosforconcentratie in regionale waterlichamen berekend met modellen. In deze analyse zijn verschillende brontermen onderscheiden die niet afzonderlijk te meten zijn (kwel, nalevering bodem, na-ijling uit overschotten in het verleden) en alleen met modellen zijn te berekenen. Vervolgens zijn van een viertal maatregelen (vervanging uitspoelingsgevoelige gewassen in het zuidelijke zandgebied, bodemverbetering, verbetering nutriëntenbenutting en drainage) de effecten op de uit- en afspoeling van stikstof en fosfor geschat. Ook zijn gevolgen voor het gebiedsgemiddelde financieel saldo geschat. Om te voldoen aan de normen voor stikstof- en fosforconcentraties in regionale waterlichamen, moet de uit- en afspoeling uit landbouwgronden landelijk gemiddeld met respectievelijk 12─17% en 12–38% worden verminderd, afhankelijk van de wijze waarop de uit- en afspoeling wordt vertaald naar een aandeel in de overschrijding van de concentratienormen. Tussen regio’s doen zich grote verschillen voor. Door een combinatie van de doorgerekende maatregelen lijkt in de zandgebieden een groot deel van de opgave voor reductie van de stikstofuitspoeling gerealiseerd te kunnen worden, terwijl de opgave voor het reduceren van de uit- en afspoeling van fosfor slechts voor een klein deel gerealiseerd kan worden met deze maatregelen. Voor fosfor zijn andere en/of aanvullende maatregelen nodig die voorkomen dat de opgehoopte voorraad fosfaat in de bovengrond kan uitspoelen naar het oppervlaktewater en/of maatregelen met een zuiverende werking in het oppervlaktewater.
Klassenindelingen voor de fosfaattoestand van de bodem, ten behoeve van de afleiding van fosfaatgebruiksnormen
Oenema, O. ; Mol, J.P. ; Voogd, J.C.H. ; Ehlert, P.A.I. ; Velthof, G.L. - \ 2016
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2743) - 39 p.
bodem - fosfaten - graslanden - bouwland - akkergronden - graslandgronden - soil - phosphates - grasslands - arable land - arable soils - grassland soils
In 2006 is het stelsel van gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat ingevoerd in de Nederlandse landbouw om de uit- en afspoeling van stikstof en fosfaat vanuit de landbouw naar grondwater en oppervlaktewater te verminderen. In 2010 zijn de gebruiksnormen voor fosfaat gedifferentieerd naar de fosfaattoestand van de bodem. Daarbij worden vier klassen voor de fosfaattoestand van de bodem onderscheiden, namelijk arm, laag, neutraal en hoog. De grenzen tussen de klassen worden bepaald via een bepaling van het Pw-getal (voor bouwland) en het P-AL-getal (voor grasland). In 2015 heeft de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) voorgesteld om de fosfaattoestand te bepalen op basis van een gecombineerde indicator, namelijk P-CaCl2 en het P-AL-getal, omdat een gecombineerde indicator in theorie een betere voorspelling geeft van de fosfaattoestand, en de gecombineerde indicator reeds in de praktijk en voor de bemestingsadviezen van grasland en maisland wordt toegepast. Ook speelt een rol dat het Pw-getal door verschillende analyselaboratoria niet meer wordt bepaald. In onderhavig rapport worden voor de gecombineerde indicator klassengrenzen afgeleid voor de fosfaattoestand van de bodem. Daarbij is gebruikgemaakt van een grote database (ruim 55.000 monsters) en van statistische analyses om een klassenindeling gebaseerd op het Pw-getal voor bouwland en op het P-AL-getal voor grasland om te rekenen naar een klassenindeling voor de gecombineerde indicator P-CaCl2 en het P-AL-getal. Verschillende varianten zijn voorgesteld. Effecten van de varianten op fosfaatplaatsingsruimte zijn verkend.
Advies 'Mestverwerkingspercentages 2017'
Oenema, O. - \ 2015
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 76) - 68
dierlijke meststoffen - mestverwerking - mest - fosfaten - mestbeleid - milieubeleid - animal manures - manure treatment - manures - phosphates - manure policy - environmental policy
On 1 January a system of compulsory manure treatment was introduced in the Netherlands. All livestock farmerswith a manure surplus (expressed in kg phosphate) are required to have part of this manure surplus treated. Eachyear the State Secretary for Economic Affairs determines the official manure treatment percentages per region inconsultation with the agricultural organisations. These percentages are based on the results of an analysis by theScientific Committee on the Nutrient Management Policy (CDM), which is carried out in accordance with a protocolagreed with the ministry. This report presents the results of the analysis of the calculated manure treatmentpercentages per region for 2017, under different assumptions. These percentages are based on an empiricalanalysis of the manure production per region in 2015 and an analysis of the maximum permitted manure allocation(in kg phosphate) and expected actual manure input per region in 2017. The analyses take account of the effects ofredistribution of manure between farms within and between regions, and of exemptions from the compulsorymanure treatment regulation. The total amount of manure to be treated in 2017 is 45±5 kg phosphate. The manuretreatment percentages in the ‘baseline’ variant are 10% for the region ‘Other’ (minimum manure treatmentpercentage), 55% for the region ‘East’, 60% the region ‘South’, and 45% for the whole of the Netherlands. Changesin the assumptions about manure production and the manure input ratio (the ratio of actual manure input, in kgphosphate, to the average total permitted phosphate input) have a large effect on the manure treatmentpercentages for region East (34–75%), region South (39–82%) and for the Netherlands as a whole (30–60%).Implementation of the Responsible Growth of Dairy Farming Act (Wet verantwoorde groei melkveehouderij) incombination with the Order in Council on ‘land-based growth of dairy farming’ leads to figure for the total amount ofdairy farm manure (in kg phosphate) to be treated of 3.7 million kg phosphate
Advies 'Mestverwerkingspercentages 2016'
Commissie Deskundigen Meststoffenwet, - \ 2015
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 43) - 60
mestbeleid - mestverwerking - veehouderij - fosfaten - milieubeleid - dierlijke meststoffen - manure policy - manure treatment - livestock farming - phosphates - environmental policy - animal manures
Op 1 januari 2014 is in Nederland het stelsel van ‘verplichte mestverwerking’ ingevoerd. Deze verplichting houdt in dat alle veehouders met een ‘bedrijfsoverschot’ (mestoverschot, uitgedrukt in kg fosfaat) een deel van dat overschot verplicht moeten laten verwerken. In opdracht van het ministerie van Economische Zaken geeft de Commissie Deskundigen Meststoffenwet jaarlijks een wetenschappelijk advies over de hoogte van de mestverwerkingspercentages per regio, op basis van een door het ministerie geaccordeerd protocol. Dit rapport geeft een analyse van de mogelijke mestverwerkingspercentages per regio voor het jaar 2016. De mestverwerkingspercentages zijn gebaseerd op een empirische analyse van de mestproductie per regio voor het jaar 2014, en een analyse van de mestplaatsingsruimte en de verwachte mestplaatsingsgraden per regio, en van de mestdistributie tussen regio’s, voor het jaar 2016. Resultaten van gevoeligheidsanalyses tonen het effect van mogelijke veranderingen in mestproductie, mestplaatsing en vrijstellingen van de mestverwerkingsplicht op de mestverwerkingspercentages. Afhankelijk van de aannames variëren de mestverwerkingspercentages voor regio ‘Oost’ van 32 tot 78%, voor regio ‘Zuid’ van 46 tot 88%, voor regio ‘Overig’ van 2 tot 15%, en voor heel Nederland van 24 tot 62%. De staatsecretaris van EZ stelt in overleg met de landbouworganisaties de mestverwerkingspercentages per regio uiteindelijk vast. Trefwoorden: dierlijke mest, fosfaat, mestverwerking, mestproductie, mestplaatsing, mestmarkt.
Actualisering methodiek en protocol om de fosfaattoestand van de bodem vast te stellen
Ehlert, P.A.I. ; Geel, W.C.A. van; Koopmans, G.F. ; Curth-van Middelkoop, J.C. ; Römkens, P.F.A.M. ; Verloop, J. - \ 2015
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 39) - 68
landbouwgronden - bodemchemie - fosfaten - grondanalyse - mestbeleid - agricultural soils - soil chemistry - phosphates - soil analysis - manure policy
De gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat voor landbouwgronden zijn een belangrijke pijler van het Nederlandse mest- en ammoniakbeleid. Een goede bepaling en duiding van de fosfaattoestand van de bodem is daarbij van groot belang. Op verzoek van het ministerie van Economische Zaken heeft de CDM de methoden voor de bepaling van de fosfaattoestand van de bodem beoordeeld, en een advies opgesteld over de meest geschikte methoden voor de bemonstering van de bodem en de fosfaattoestand te bepalen
Nitraat en N- en P-uitspoeling bij de gebruiksnormen van het 5de NAP : modelberekeningen met MAMBO en STONE
Groenendijk, P. ; Renaud, L.V. ; Salm, C. van der; Luesink, H.H. ; Blokland, P.W. ; Koeijer, T.J. de - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2647) - 54
waterkwaliteit - nitraten - fosfaten - bodemtypen - fosfaatuitspoeling - nitraatuitspoeling - berekening - modellen - milieubeleid - water quality - nitrates - phosphates - soil types - phosphate leaching - nitrate leaching - calculation - models - environmental policy
De aanscherping van de mestnormen leidt tot een geringe verandering van het gebruik van dierlijke mest en kunstmest in de Nederlandse landbouw. De grootste verandering wordt berekend voor landbouw op zand- en lössgronden in de zuidelijke provincies, waar het gebruik van stikstof met dierlijke mestgiften gemiddeld 12 kg stikstof ha-1 jr-1 afneemt. In de komende 15 jaar zullen de nitraatconcentraties in geringe mate dalen, gedeeltelijk veroorzaakt door de aanscherping van de mestnormen in het 5de Actieprogramma. Op termijn wordt op de zanden lössgronden gemiddeld aan de nitraatnorm van 50 mg L-1 voldaan, maar in de zuidelijke provincies zal de nitraatnorm nog ruim worden overschreden. Het effect op de stikstofvracht naar het oppervlaktewater is beperkt. De grootste effecten treden op in de zuidelijke provincies. Voor de fosfaatvracht naar het oppervlaktewater worden geen of slechts geringe effecten berekend.
Alternatieve fosfaat-arme organische materialen voor de bollenteelt : Effect op organisch stof gehalte en bodemvrucht
Os, G.J. van; Lans, A.M. van der; Bent, J. van der - \ 2015
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF - 37
bodem - organische stof - bodemkwaliteit - bloembollen - fosfaten - bodemvruchtbaarheid - duingebieden - bodemwater - soil - organic matter - soil quality - ornamental bulbs - phosphates - soil fertility - duneland - soil water
Een voldoende hoog organisch stofgehalte in de bodem is nodig voor een goede bodem- en waterkwaliteit en een optimale teelt. Dit rapport beschrijft de resultaten van een tweejarige veldproef op duinzandgrond naar de effecten van fosfaat-arme alternatieven voor huidige organische meststoffen, waarmee telers het bodem organische stofgehalte op peil kunnen houden. In de bollenteelt op duinzandgrond worden stalmest, GFT-compost en groenbemesters toegepast voor het organisch stof management. Dit is een lastige opgave binnen de aangescherpte gebruiksnormen in de mest- en mineralen wetgeving. De aanvoernorm voor fosfaat is de eerste waar telers tegenaan lopen. Op basis van een inventarisatie, uitgevoerd door CLM en PPO (Van Os et al., 2012), heeft het MilieuPlatform een drietal materialen geselecteerd met een gunstiger organische stof/fosfaat verhouding dan die van stalmest en GFT-compost: cacaodoppen, kokosvezels en Biochar. De resultaten uit het onderzoek geven een indicatie van de mate van geschiktheid van deze materialen voor toepassing in de bollenteelt. De beoordeling van de organische materialen heeft plaatsgevonden op basis van de volgende criteria: goede verwerkbaarheid, effecten op vochtvasthoudend vermogen van de grond, de beschikbaarheid van nutriënten N en P, de bolopbrengst, het organische stof gehalte in de bodem en op de bodemweerbaarheid. In de veldproef zijn twee doseringen toegediend van cacaodoppen, kokosvezels en biochar en vergeleken met GFT-compost. Alle materialen waren goed verwerkbaar, maar elk had z’n eigen voor- en nadelen bij de overige criteria. Toediening heeft geleid tot: • Significante verhoging van het organisch stof gehalte in de bodem bij de hoge dosering van cacaodoppen en biochar • Verhoging van het vochtvasthoudend vermogen bij alle organische materialen • Verhoging van de bolopbrengst alleen bij compost en de hoge dosering kokosvezels • Kans op stikstofimmobilisatie bij de hoge dosering van kokosvezels en biochar; hiermee moet rekening worden gehouden bij de bemesting. • Verhoging van NPK-gehaltes in de bol bij hoge dosering van cacaodoppen • Verhoging van de bodemweerbaarheid tegen Pythium, Rhizoctonia solani (bolaantasting) en Meloïdogyne hapla (noordelijk wortelknobbelaaltje) via biologische èn fysisch-chemische mechanismen. Op basis van de gemeten waarden kan het volgende worden afgeleid: • De afbraaksnelheid van de materialen neemt toe in de volgorde: biochar (meest persistent), cacaodoppen, compost, kokosvezels (relatief makkelijk afbreekbaar) • De potentiële verhoging van het bodem organisch stof gehalte bij de maximaal toegestane dosering (op basis van fosfaat-aanvoernorm) neemt toe in de volgorde: cacaodoppen (minste verhoging), Biochar/compost, kokosvezels (grootste verhoging) • Met kokosvezels kan (in theorie) het organisch stof gehalte in de bodem het meest efficiënt worden verhoogd binnen de aanvoernorm, vanwege het extreem lage fosfaatgehalte. Bij gelijke hoeveelheid organische stof is de kostprijs van de geteste materialen (gebaseerd op de huidige leveringshoeveelheden) in alle gevallen aanzienlijk hoger dan die van GFT-compost. Volledige vervanging van compost en stalmest door een van de alternatieve producten lijkt, vanwege de diverse nadelen, niet reëel. Een optimale toediening van organische materialen zal daarom in de praktijk neerkomen op een slimme combinatie van verschillende producten, die gezamenlijk alle gewenste functies van organische stof in de bodem vervullen. Organische stof management is een proces van de lange adem, waarbij de samenstelling van (het mengsel van) de organische producten is belangrijk is. Bij regelmatige toediening van grote hoeveelheden zijn de effecten onbekend. Hiervoor is langjarig onderzoek nodig.
Afvangen van fosfaat uit bloembollensector met ijzerzand : Test van maatregelen die fosforemissie verminderen
Chardon, W.J. ; Groenenberg, J.E. ; Jansen, S. ; Buijert, A. ; Talens, R. ; Krol, A.F. - \ 2014
Bodem 24 (2014)6. - ISSN 0925-1650 - p. 20 - 22.
vollegrondsteelt - bloembollen - bodemchemie - emissiereductie - fosfaten - adsorptie - ijzer - bollenstreek - outdoor cropping - ornamental bulbs - soil chemistry - emission reduction - phosphates - adsorption - iron
In het oppervlaktewater van de Bollenstreek is de fosfaatconcentratie veel hoger dan de norm van de Europese Kaderrichtlijn Water. Met ijzerzand, een nevenproduct van drinkwaterproductie, kan fosfaat worden afgevangen. Het hoogheemraadschap van Rijnland heeft drie maatregelen op basis van ijzerzand laten onderzoeken op hun effectiviteit. Welke was de beste?
Humic substances interfere with phosphate removal by lanthanum modified clay in controlling eutrophication
Lurling, M.F.L.L.W. ; Waaijenberg, G.W.A.M. ; Oosterhout, J.F.X. - \ 2014
Water Research 54 (2014). - ISSN 0043-1354 - p. 78 - 88.
waterbodems - fosfaten - eutrofiëring - bioremediëring - laboratoriumproeven - water bottoms - phosphates - eutrophication - bioremediation - laboratory tests - rare-earth-elements - phosphorus-binding clay - organic-matter removal - modified bentonite clay - natural-waters - cyanobacterial toxins - polyaluminum chloride - cation binding - ion-binding - fresh-water
The lanthanum (La) modified bentonite Phoslock® has been proposed as dephosphatisation technique aiming at removing Filterable Reactive Phosphorus (FRP) from the water and blocking the release of FRP from the sediment. In the modified clay La is expected the active ingredient. We conducted controlled laboratory experiments to measure the FRP removal by Phoslock® in the presence and absence of humic substances, as La complexation with humic substances might lower the effectiveness of La (Phoslock®) to bind FRP. The results of our study support the hypothesis that the presence of humic substances can interfere with the FRP removal by the La-modified bentonite. Both a short-term (1 d) and long-term (42 d) experiment were in agreement with predictions derived from chemical equilibrium modelling and showed lower FRP removal in presence of humic substances. This implies that in DOC-rich inland waters the applicability of exclusively Phoslock® as FRP binder should be met critically. In addition, we observed a strong increase of filterable La in presence of humic substances reaching in a week more than 270 µg La l-1 that would infer a violation of the Dutch La standard for surface water, which is 10.1 µg La l-1. Hence, humic substances are an important factor that should be given attention when considering chemical FRP inactivation as they might play a substantial role in lowering the efficacy of metal-based FRP-sorbents, which makes measurements of humic substances (DOC) as well as controlled experiments vital.
De schoonheid van een duurzaam beheerde bodem - leidt biologische landbouw tot een gezondere bodem?
Schouten, A.J. ; Goede, R.G.M. de; Eekeren, N.J.M. van; Rutgers, M. - \ 2014
Bodem 24 (2014)6. - ISSN 0925-1650 - p. 14 - 15.
bodemkwaliteit - bodemecologie - bodemchemie - bodemwater - fosfaten - hydrologie - ecosysteemdiensten - graslanden - biologische landbouw - melkveehouderij - soil quality - soil ecology - soil chemistry - soil water - phosphates - hydrology - ecosystem services - grasslands - organic farming - dairy farming
Grondgebonden landbouw is afhankelijk van de ecosysteemdiensten die het natuurlijk kapitaal van de bodem levert. Een gezonde bodem maakt voedingsstoffen vrij, geeft water door, heeft een goede bodemstructuur en het vermogen om ziekten en plagen te onderdrukken. Door gebruik te maken van deze diensten kunnen boeren een aanzienlijke agrarische productie realiseren van een goede kwaliteit. Het bodemleven vormt hierbij een belangrijke spil. We hebben gegevens van 137 melkveehouderijbedrijven onderzocht op de vraag hoe het is gesteld met de bodemgezondheid onder verschillende typen bedrijven.
Naar een betere benutting van bodemfosfor : Tussenrapportage Onderzoek in 2012-2013
Wijk, C.A.P. van; Rietberg, P.I. ; Timmermans, B. - \ 2014
Lelystad : PPO AGV (PPO Rapporten 626)
bemesting - bodemchemie - fosfaten - groenbemesters - akkerbouw - teeltsystemen - emissiereductie - organische stof - proefprojecten - flevoland - fertilizer application - soil chemistry - phosphates - green manures - arable farming - cropping systems - emission reduction - organic matter - pilot projects
Vanwege de eindigheid van de wereldvoorraad makkelijk winbaar fossiel fosfor en om fosforemissies uit (overbemeste) landbouwgronden naar grond- en oppervlaktewater te verminderen, is het Nederlandse landbouwbeleid gericht op het verlagen van fosforbemesting. Het doel van dit beleid is om de P-toestand in bodems met een hoge fosfortoestand te laten dalen, en bodems met een relatief lage toestand niet meer dan landbouwkundig noodzakelijk, te verhogen. Op termijn speelt de vraag hoe je bij lage fosforbemesting toch nog goed gewassen kunt telen? Het wordt steeds belangrijker om het fosfor dat in de bodem aanwezig is, te benutten. Dit project heeft als doel te onderzoeken hoe dit kan en hoe dit gekwantificeerd kan worden.
Regionale fosforkringlopen bij scenario's voor mestverwerking in Nederland
Dijk, W. van; Buck, A.J. de; Middelkoop, J.C. van; Reuler, H. van; Smit, A.L. - \ 2014
Lelystad : PPO AGV (PPO rapport 608) - 38
mestverwerking - mestbeleid - mestoverschotten - fosfaten - landbouwstatistieken - oppervlakte (areaal) - landbouwregio's - manure treatment - manure policy - manure surpluses - phosphates - agricultural statistics - acreage - agricultural regions
Een aanzienlijk deel van het nationale fosforoverschot in Nederland accumuleert in landbouwbodems. Dit vormt een verhoogd risico van uit- en afspoeling naar het grond- en oppervlaktewater. Om de accumulatie te verminderen worden via het mestbeleid steeds strengere normen gesteld aan de fosforbemesting op landbouwland. Hierdoor stijgt de hoeveelheid niet op landbouwgrond plaatsbare mestfosfor in Nederland. Om regionale aspecten goed in kaart te kunnen brengen is Nederland voor deze studie opgedeeld in de 14 landbouwregio’s, zoals deze worden onderscheiden door LEI/CBS. Per regio wordt de fosforproductie en de hoeveelheid plaatsbare fosfor op bouwland en grasland berekend.
The legacy of phosphorus: agriculture and future food security
Sattari, S.Z. - \ 2014
Wageningen University. Promotor(en): Martin van Ittersum; Lex Bouwman, co-promotor(en): Ken Giller. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462570948 - 210
fosfor - fosfaten - kringlopen - graslanden - veldgewassen - agro-ecosystemen - voedselzekerheid - phosphorus - phosphates - cycling - grasslands - field crops - agroecosystems - food security

Growing global demand for food leads to increased concern regarding phosphorus (P), a finite and dwindling resource. Debate focuses on current production and use of phosphate rock rather than on the amount of P required to feed the world in the future. While the time scale of P depletion is debatable, a critical question beyond the physical availability of P is whether P resource depletion can be managed by sustainable consumption of P.

We quantified P demand for cropland as well as grassland in 2050 at global scale. Methods employed included an extensive analysis of historical, long-term P application and agricultural production data and a modeling approach that considers major P flows in a soil-crop system. We applied a simple two-pool soil P (DPPS) model to reproduce historical crop and grass P uptake as a function of P inputs from fertilizer and manure and to estimate P requirements for crop and grass production in 2050. Accounting for legacy P in estimation of the required fertilizer in cropland leads to a reduced fertilizer requirement compared with other studies that did not account for residual soil P. In Europe, Asia, Latin America and Oceania, crop production can benefit from the residual P. In contrast, in Africa more than a five-fold increase in P application is needed to achieve the target P uptake in 2050.

I conclude that the future P requirements from fertilizer in cropland increase less than crop production increases, whereas in grassland the opposite is true. This is because much of the P in animal manure spread in cropland originates from grassland. The transfer of (manure) P from grassland to cropland is not compensated with the transfer of P in livestock feed from cropland to grassland – resulting in soil P depletion of grassland.

To achieve the target crop and grass production in the next four decades a global cumulative P input from mineral fertilizer and manure of ca. 1200 and 1215 Tg is needed in cropland and grassland, respectively. The amount of mineral fertilizer P needed in cropland and grassland systems in total is estimated to be 1380 Tg until 2050, corresponding to 10700 Tg phosphate rock. This amount of phosphate rock is about 16% of the total phosphate rock reserves currently thought to be available on the planet. Thus, we will not immediately run out of P, but mineral fertilizer prices may increase, which may pose a serious challenge to regions with low soil P stocks.

Finally, to provide an example of potential solutions to the global P scarcity, China as a key player in P consumption and production is studied and the feasibility of efficient use of P in China’s agriculture is discussed.

Phosphate and organic fertilizer recovery from black water
Tervahauta, T.H. - \ 2014
Wageningen University. Promotor(en): Cees Buisman; Grietje Zeeman, co-promotor(en): L. Hernandez Leal. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462570931 - 156
afvalwater - fosfaten - afvalwaterbehandeling - organische meststoffen - terugwinning - anaërobe behandeling - zware metalen - hergebruik van water - waste water - phosphates - waste water treatment - organic fertilizers - recovery - anaerobic treatment - heavy metals - water reuse
In this thesis the integration of treatment systems for black and grey water was investigated to improve resource recovery within source-separated sanitation concepts. Special focus was set on phosphate and organic fertilizer recovery from vacuum collected black water. Currently, the soil application of black water sludge is prohibited in the Netherlands due to elevated heavy metal concentrations.
Commissie van Deskundigen Meststoffenwet : taken en werkwijze, versie 2014
Velthof, G.L. ; Oenema, O. - \ 2014
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 5) - 48
intensieve veehouderij - mestbeleid - ammoniakemissie - bemesting - stikstof - fosfaten - milieubeleid - deskundigen - waterkwaliteit - luchtkwaliteit - intensive livestock farming - manure policy - ammonia emission - fertilizer application - nitrogen - phosphates - environmental policy - experts - water quality - air quality
De Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) is in het najaar van 2003 ingesteld op verzoek van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (het huidige ministerie van Economische Zaken; EZ). De taak van de CDM is om het ministerie van EZ te adviseren over de wetenschappelijke onderbouwing en werking van de Meststoffenwet. De CDM hangt als onafhankelijke wetenschappelijke Commissie onder de unit WOT Natuur & Milieu van Wageningen UR. De CDM adviseert het ministerie van EZ over het mest- en ammoniakbeleid in het algemeen en specifiek over gewenste aanpassingen van aannames, regels, normen, onderbouwingen en forfaits in de Meststoffenwet. In dit document wordt uitgelegd wat de CDM is, welke taken zij verricht en welke procedures daarbij worden gehanteerd. Tevens geeft dit document een overzicht van de adviezen en rapporten die het CDM in de periode 2005 tot 2014 heeft opgeleverd
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.