Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 131

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==polychloorbifenylen
Check title to add to marked list
Overdracht van contaminanten van moeder naar jong en chemische profielen in bruinvissen gestrand langs de Nederlandse kust
Heuvel-Greve, M.J. van den; Kwadijk, C.J.A.F. ; Kotterman, M.J.J. - \ 2016
Wageningen Marine Research (Rapport / Wageningen Marine Research C096/16) - 30 p.
phocoena - besmetters - overdracht - pasgeboren dieren - polychloorbifenylen - toxische stoffen - toxicologie - contaminants - transfer - newborn animals - polychlorinated biphenyls - toxic substances - toxicology
Nederland heeft ten aanzien van de bruinvis een beschermingsplicht onder de Natuurbeschermingswet 1998. Om deze plicht goed te kunnen invullen is in 2011 het Bruinvisbeschermingsplan opgesteld. Dit beschermingsplan laat een aantal kennisleemten zien, o.a. ten aanzien van de rol die verontreinigingen spelen in de sterfte onder bruinvissen. In de afgelopen decennia is het aantal bruinvissen dat aanspoelt langs de Nederlandse kust toegenomen. Om te bepalen of aanwezigheid en gehalten van contaminanten in aangespoelde bruinvissen mogelijke effecten hebben gehad op hun gezondheid, zijn een aantal specifieke kennisvragen opgesteld die in dit rapport worden beantwoord. Er is in dit onderzoek gebruik gemaakt van monsters van aangespoelde bruinvissen gevonden in zowel Nederland als Denemarken.
Dioxines, dioxineachtige- en niet dioxineachtige PCB’s in rode aal uit Nederlandse binnenwateren : resultaten van 2016
Leeuwen, S.P.J. van; Hoogenboom, L.A.P. ; Kotterman, M.J.J. - \ 2016
Wageningen : RIKILT Wageningen University & Research (RIKILT-rapport 2016.016) - 33
palingen - osteichthyes - monitoring - dioxinen - polychloorbifenylen - binnenwateren - besmetting - nederland - eels - dioxins - polychlorinated biphenyls - inland waters - contamination - netherlands
In 2016 zijn in het kader van het monitoringsprogramma “Monitoring contaminanten ten behoeve van de Nederlandse sportvisserij” 14 zoetwaterlocaties en één zoutwater locatie bemonsterd. Hiervan liggen twaalf locaties binnen het voor aalvisserij gesloten gebied en voor de overige 3 locaties is de aalvisserij toegestaan. Alle locaties zijn in voorgaande jaren al bemonsterd, behalve de Weespertrekvaart, die voor het eerst is bemonsterd in 2016. Dit jaar is voor de bemonstering van grote alen rekening gehouden met het zwaartepunt van de beroepsmatige vangst, waardoor meestal iets grotere aal is bemonsterd (>53 cm) dan in voorgaande jaren (was >45 cm).
Dioxines, dioxineachtige- en niet dioxineachtige PCB's in rode aal uit Nederlandse binnenwateren 2015
Kotterman, M.J.J. ; Dam, G. ten; Hoogenboom, L.A.P. ; Leeuwen, Stefan van - \ 2016
IMARES (Rapport / IMARES C016/16) - 28 p.
palingen - osteichthyes - monitoring - dioxinen - polychloorbifenylen - binnenwateren - besmetting - nederland - eels - dioxins - polychlorinated biphenyls - inland waters - contamination - netherlands
In 2015 zijn in het kader van het monitoringsprogramma “Monitoring contaminanten ten behoeve van de Nederlandse sportvisserij” 15 zoetwaterlocaties en één zoutwater locatie in Nederland bemonsterd. Elf locaties liggen binnen het voor aalvisserij gesloten gebied, op de andere vijf locaties is de aalvisserij toegestaan. Van de gevangen rode alen zijn mengmonsters samengesteld voor de lengteklassen 30-40 cm en >45 cm en geanalyseerd op de aanwezigheid van dioxines, dioxineachtige-PCBs (dl-PCB’s) en niet-dioxineachtige PCB’s (ndl-PCB’s).
Monitoring van ecologische risico’s bij actief bodembeheer van slootdempingen in de Krimpenerwaard : afrondende rapportage T1-monitoring Ecologie
Lange, H.J. de; Hout, A. van der; Faber, J.H. - \ 2016
Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2703) - 61 p.
bodemverontreiniging - zware metalen - polychloorbifenylen - bodemsanering - ecologische risicoschatting - risico - aardwormen - talpidae - krimpenerwaard - zuid-holland - soil pollution - heavy metals - polychlorinated biphenyls - soil remediation - ecological risk assessment - risk - earthworms
In de Krimpenerwaard liggen circa 6500 slootdempingen en vuilstorten. Het dempingsmateriaal bevat
regelmatig verontreinigingen, zodat voor de hele regio sprake is van een geval van ernstige
bodemverontreiniging. Het gebiedsgericht bodembeheerplan voorziet in het afdekken van de
verontreinigde slootdempingen met gebiedseigen schone grond. De effectiviteit van de sanering wordt
geëvalueerd op basis van monitoring van ecologische risico’s. Dit rapport beschrijft de resultaten van
de T1-monitoring, waarin in een relatief korte tijd na afdekken (twee tot vier jaar) de effectiviteit van
de maatregel wordt beoordeeld. De saneringsmaatregel blijkt de meeste nadelige effecten van de
slootdemping op soortensamenstelling en aantallen regenwormen te hebben weggenomen. De
gehalten zware metalen in twee onderzochte regenwormsoorten zijn na sanering over het algemeen
lager dan de gebiedseigen referentie in de T0-monitoring. De saneringsmaatregel is dus op de korte
termijn effectief om de risico’s voor doorvergiftiging van zware metalen terug te brengen tot
gebiedseigen niveau. De PCB-gehalten in de twee soorten regenwormen vertonen veel variatie tussen
de jaren. De tendens is dat de gehalten in dempingmonsters lager zijn dan in referentiemonsters.
Vanwege de grote variatie en het beperkt aantal onderzochte locaties zijn deze conclusies alleen met
voorzichtigheid te trekken. Het PCB-gehalte in mollen bleek ook sterk variabel, in ruimte en in tijd.
Mollen die in de T1-monitoring gevangen zijn op afgedekte Shredder en Huishoudelijk afval
dempingen hebben significant hogere PCB-gehalten dan de dieren op de referentiepercelen. Het
afdekken van de demping heeft voor deze dempingcategorieën de ecologische risico’s onvoldoende
weggenomen. De effectiviteit op langere termijn met betrekking tot het al dan niet optreden van
herverontreiniging als gevolg van bioturbatie en capillaire opstijging werd niet onderzocht
Dioxines en PCB's in Chinese wolhandkrab; invloed van grootte en variatie door het seizoen
Kotterman, M.J.J. ; Vries, P. de; Leeuwen, S.P.J. van; Hoogenboom, L.A.P. - \ 2015
IMARES Wageningen UR (Rapport / IMARES ) - 43 p.
krabben (schaaldieren) - decapoda - schaaldieren - dioxinen - polychloorbifenylen - rivieren - meren - nederland - crabs - shellfish - dioxins - polychlorinated biphenyls - rivers - lakes - netherlands
De monitoringsstudies naar de vervuilingsgraad van Chinese Wolhandkrab (WHK) die vanaf 2010 in Nederlandse wateren worden uitgevoerd tonen aan dat de WHK sterk vervuild kan zijn met polychloordibenzo-p-dioxines en -furanen (PCDD/F's, verderop aangeduid als 'dioxines'), met dioxine-achtige polychloorbifenylen (dl-PCB's) en met niet-dioxine achtige PCB’s (ndl-PCB’s). Deze contaminanten bevinden zich vooral in het vlees met hoge vetgehalten, de hepatopancreas (= middendarmklier) en gonaden (= geslachtsklier), vaak aangeduid met het 'bruine vlees' uit het lijf. Het witte spiervlees, uit poten, scharen en ook uit het lichaam, is vetarm en de concentraties dioxines en PCB’s zijn laag. Uit de voorgaande onderzoeken blijkt dat er een sterk geografische invloed is op de concentraties contaminanten in WHK; bijvoorbeeld WHK gevangen in de grote rivieren zijn sterker vervuild dan WHK uit het IJsselmeer. Over een eventuele tijdsafhankelijke variatie waardoor bijvoorbeeld gedurende het trekseizoen de concentraties contaminanten in de WHK sterk wisselen op een bepaalde locatie, is nog niets bekend. Er is wel reden om dat aan te nemen. WHK leggen in het trekseizoen grote afstanden af. De kans is daarom reëel dat de WHK die in een bepaald gebied worden gevangen van verschillende locaties afkomstig zijn, waardoor de concentraties contaminanten tussen individuele WHK kunnen verschillen.
Bodembescherming bij doorgangsdepots voor baggerspecie : Verwaarloosbaar bodemrisico met een geochemische barrière
Zoest, R. van; Harmsen, J. ; Groenenberg, B.J. ; Rietra, R.P.J.J. - \ 2015
Bodem 2015 (2015)4. - ISSN 0925-1650 - p. 15 - 17.
baggerspeciedepots - bagger - bodembescherming - landgebruik - risicoanalyse - geochemie - polychloorbifenylen - spoil banks - dredgings - soil conservation - land use - risk analysis - geochemistry - polychlorinated biphenyls
Bij het ontwateren en rijpen van nuttig toepasbare baggerspecie wordt veelvuldig gebruikt gemaakt van doorgangsdepots. Op initiatief van de waterschappen is een alternatief ontwikkeld voor de bodembescherming met behulp van een folie. Met een minerale bodembeschermingslaag kan eveneens een verwaarloosbaar bodemrisico bereikt worden. Een generieke regeling bleek vooralsnog niet haalbaar.
Dioxines en PCB's in Chinese wolhandkrab
Kotterman, M.J.J. ; Leeuwen, S.P.J. van; Hoogenboom, L.A.P. - \ 2014
IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES C120/14) - 36
krabben (schaaldieren) - dioxinen - polychloorbifenylen - besmetting - toxinen - zeevisserij - crabs - dioxins - polychlorinated biphenyls - contamination - toxins - marine fisheries
Dioxines en PCB's in rivierkreeften uit Zuid-Holland en Utrecht
Leeuwen, S.P.J. van; Kotterman, M.J.J. ; Hoogenboom, L.A.P. ; Soest, D.M. van - \ 2014
Wageningen : RIKILT Wageningen UR (Rapport / RIKILT 2014.005) - 15
rivierkreeft - dioxinen - polychloorbifenylen - aquatische ecologie - voedselveiligheid - waterbeheer - natuurbeheer - utrecht - zuid-holland - crayfish - dioxins - polychlorinated biphenyls - aquatic ecology - food safety - water management - nature management
Drie mengmonsters rivierkreeft, afkomstig van drie watersystemen in Zuid-Holland en Utrecht zijn onderzocht op aanwezigheid van dioxines en polychloorbifenylen (PCB's).
Implications of nanoparticles in the aquatic environment
Velzeboer, I. - \ 2014
Wageningen University. Promotor(en): Bart Koelmans. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789461739506 - 253
microplastics - polychloorbifenylen - nanotechnologie - adsorptie - ecotoxicologie - aquatisch milieu - verontreinigde sedimenten - aquatische ecologie - microplastics - polychlorinated biphenyls - nanotechnology - adsorption - ecotoxicology - aquatic environment - contaminated sediments - aquatic ecology
De productie en het gebruik van synthetische nanodeeltjes (ENPs) nemen toe en veroorzaken toenemende emissies naar het milieu. Dit proefschrift richt zich op de implicaties van ENPs in het aquatisch milieu, met de nadruk op het sediment, omdat er wordt verwacht dat ENPs hoofdzakelijk in het aquatisch sediment terecht zullen komen. ENPs kunnen directe effecten veroorzaken op organismen in het aquatisch milieu, indirecte effecten op het levensgemeenschap niveau en/of voedselweb en kunnen effecten op het gedrag en de risico’s van andere contaminanten hebben. Om de risico’s van ENPs vast te stellen, is niet alleen informatie nodig over het gevaar, oftewel de kans op een effect, maar ook over de kans op blootstelling.
Occurence and trend analysis of organochlorine in animal feed
Adamse, P. ; Peters, R.J.B. ; Egmond, H.J. van; Jong, J. de - \ 2014
Wageningen : RIKILT Wageningen UR (RIKILT report 2013.009) - 41
diervoeding - organische chloorverbindingen - gechloreerde koolwaterstofpesticiden - voersamenstelling - polychloorbifenylen - voederkwaliteit - voederveiligheid - diergezondheid - animal nutrition - organochlorine compounds - organochlorine pesticides - feed formulation - polychlorinated biphenyls - forage quality - feed safety - animal health
In this report historical data are used to give insight into the trends in levels of organochlorine compounds in compound feeds and feeding materials for animals in the Netherlands. The main focus is on pesticides, but non-dioxin-like PCBs have been studied as well. The latter will be included in the trend analysis reports about dioxins and dioxin-like PCBs in the future. This analysis was performed on request of the NVWA (Netherlands Food and Consumer Product Safety Authority). The results of these analyses will enable the NVWA to develop a risk-directed sampling strategy for the National Feed Monitoring program. More than 5000 feed samples were analysed for organochlorine compounds in the period 2001-2011. The materials in these samples originate from all over the world, but were sampled in the Netherlands. Samples were taken by the NVWA for the Netherlands National Feed Monitoring program and by the feed industry.
Ex situ treatment of sediments with granular activated carbon : a novel remediation technology
Rakowska, M.I. - \ 2014
Wageningen University. Promotor(en): Huub Rijnaarts, co-promotor(en): Bart Koelmans; Tim Grotenhuis. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789461738981 - 240
polycyclische aromatische koolwaterstoffen - polychloorbifenylen - gechloreerde koolwaterstofpesticiden - verontreinigde sedimenten - remediatie - actieve kool - mariene sedimenten - rivieren - polycyclic aromatic hydrocarbons - polychlorinated biphenyls - organochlorine pesticides - contaminated sediments - remediation - activated carbon - marine sediments - rivers

Over the last decades, industrial and urban development and emisions of many hazardous organic compounds have threatened the ecological quality of marine and freshwater sediments. Sediments accumulate hydrophobic organic compounds (HOCs) such as polycyclic aromatic hydrocarbons (PAHs), polychlorinated biphenyls (PCBs) and thus may pose serious risks to ecosystems and human health. Over the past years sediment treatment by sorbent addition such as activated carbon (AC) to achieve sequestration of HOCs in situ has been proposed as an alternative approach to traditional remediation technologies such as dredging and disposal. The present research was meant to explore ex situ extraction of sediment by granular AC (GAC) (‘active stripping’) as a novel approach in comparison to traditional in situ AC sediment remediation technologies using amendments of powdered AC (PAC) or GAC.

Chapter2 discusses the current state of the art in AC amendment technology as a method for sediment remediation. In this chapter, major knowledge gaps are revealed on sediment-AC-HOC interactions controlling the effectiveness of HOC binding such as AC type, particle size, dosage, sediment and sorbate characteristics,and efficiency of AC to reduce bioaccumulation in benthic invertebrates.In addition, the review discusses potential negative effects of AC on aquatic life. Finally, we discuss whether the effects of AC addition can be predicted using fate and transport models.

Chapter 3explores the potential of GAC in the context of ex situ sediment remediation technology. Since the added GAC would compete for the sorption of HOCs with natural sediment phases, its effectiveness would strongly depend on its dosage. Consequently, in this chapter we investigate the distribution coefficients for short-term sorption processes, and the optimal dosage level of GAC to be used in intensive sediment remediation. A suite of candidate GAC materials is screened for maximum efficiency in extracting PAHs from sediment with very high PAH and oil pollution levels within 24 h. The effectiveness of GAC is compared to a single-step solid phase extraction (SPE) with Tenax beads, Sorption data are interpreted in terms of aqueous phase concentration reduction ratios and distribution coefficients. Despite the considerable fouling of GAC by organic matter and oil, 50-90% of the most available PAH was extracted by the GAC during 28-d contact time, at a dose as low as 4%.

A prerequisite for the application of active stripping with GAC in contaminatedsediment remediation is effective transport of pollutantsfrom the sediment to the GAC during the relatively short mixing stage. Therefore, in Chapter 4kinetics of PAH transfer from sediment using GAC at a relatively low dose as a solid extraction phase kinetic parameters are obtained by modeling experimental sediment-GAC exchange kinetic data following a two-stage model calibration approach. Rate constants (kGAC) for PAH uptake by GAC range from 0.44 to 0.0005 d-1, whereas GAC sorption coefficients (KGAC) range from 105.57to 108.57L kg-1. These results show that ex situ extraction with GAC is sufficiently fast and effective to reduce the risks of the most available PAHs among those studied, such as fluorene, phenanthrene and anthracene.

It is unclear how the GAC/sediment mixing step affects desorption kinetics of HOCs for instance by changing the sediment particle size distributions, and whether these factors may influence the effectiveness of ex situ GAC extraction technology. Chapter 5 presents the results of investigations on the effect of mixing intensity on the extraction rate of PAHs from contaminated sediment. Desorption data are interpreted using a radial diffusion model. Mixing caused the 161 µm particles originally present at a stirring rate of 200 rpm to decrease in size to 9 µm at a rate of 600 rpm. Desorption rate constants decreased with increasing PAH hydrophobicity but increased with the intensity of mixing. The results demonstrate that desorption of PAHs is significantly accelerated by a reduction of particle aggregate size caused by shear forces induced by mixing.

So far, the remediation effectiveness and ecological side effects of AC application have been studied in the short term, and mainly in laboratory studies. However, it is still not clear to what extent these reduced pore water concentrations change over longer times and how they differ for chemicals and for different AC remediation scenarios under field conditions. Chapter 6 presents (pseudo-)equilibrium as well as kinetic parameters for in situ sorption of a series of PAHs and PCBs to powdered and granular activated carbons (AC) after three different sediment treatments: sediment mixed with powdered AC (PAC), sediment mixed with granular AC (GAC), and addition of GAC followed by 2 d mixing and subsequent removal (‘sediment stripping’) in the field. Remediation efficiency is assessed by quantifying fluxes towards SPME passive samplers inserted in the sediment top layer, which shows that efficiency decrease in the order of PAC > GAC stripping > GAC addition. Sorption was very strong to PAC, with log KAC (L/kg) values up to 10.5. Log KAC values for GAC ranged from 6.3 - 7.1 and 4.8 - 6.2 for PAHs and PCBs, respectively. Log KAC values for GAC in the stripped sediment were 7.4 - 8.6 and 5.8 - 7.7 for PAH and PCB. Apparent first order adsorption rate constants for GAC (kGAC) in the stripping scenario were calculated with a first-order kinetic model and ranged from 1.6×10-2 (PHE) to 1.7×10-5 d-1 (InP). This study showed that sediment treatment with PAC is most effective and less prone to organic matter fouling and ongoing natural processes in the field. The effectiveness of GAC is higher in the 48 h sediment stripping scenario than in the GAC amendment approach.

In Chapter 7 the effects of three different AC treatments (see above) on HOC concentrations in pore water, benthic invertebrates, zooplankton and fish (Leuciscus idus melanotus) are tested. The AC treatments result in a significant decrease in HOC concentrations in pore water, benthic invertebrates, zooplankton, macrophytes and fish. In 6 months, PAC treatment caused a reduction of accumulation of PCBs in fish by a factor of 20 bringing pollutant levels below toxic thresholds. All AC treatments supported growth of fish, but growth was inhibited in the PAC treatment, which is likely to be explained from reduced nutrient concentrations, resulting in lower zooplankton (i.e., food) densities for the fish. During the course of the field study, sediment stripping as well as sediment treatment with GAC turned out to be slower in reducing PCB bioaccumulation in biota, but the treatments were not harmful to any of the biota either.

In the final chapter (Chapter 8), overarching answers to the main research questions (see above) are formulated and an outlook regarding the actual use of ex situ GAC is provided.

Consumptie van Chinese wolhandkrab in Nederland
Leeuwen, S.P.J. van; Stouten, P. ; Zaalmink, W. ; Hoogenboom, L.A.P. - \ 2013
Wageningen : RIKILT Wageningen UR (RIKILT-rapport 2013.018) - 43
krabben (schaaldieren) - geïntroduceerde soorten - visconsumptie - voedselconsumptie - consumptiepatronen - voedselveiligheid - dioxinen - krabsvlees - polychloorbifenylen - crabs - introduced species - fish consumption - food consumption - consumption patterns - food safety - dioxins - crab meat - polychlorinated biphenyls
Deze inventarisatie beschrijft de consumptiegebruiken van in Nederland woonachtige personen. Daarnaast zijn de handelsstromen van de wolhandkrab in Nederland en vanuit Nederland onderzocht.
Proficiency test for dioxins and dioxin-like PCBs in fats
Elbers, I.J.W. ; Traag, W.A. - \ 2013
Wageningen : Rikilt - Institute of Food Safety (RIKILT-report 2013.017) - 113
diervoeding - veevoeder - plantaardige vetten - dioxinen - polychloorbifenylen - voederveiligheid - tests - verontreinigende stoffen - toxische stoffen - voersamenstelling - animal nutrition - fodder - plant fats - dioxins - polychlorinated biphenyls - feed safety - pollutants - toxic substances - feed formulation
The test provides an evaluation of the methods applied for quantification of dioxins and dioxin-like PCBs in fat by the laboratories. The proficiency test was organised according to ISO 17043. For this test, four samples were prepared: - sunflower oil spiked with dioxins and PCBs; - sunflower oil mixed with contaminated fish oil; - sunflower oil mixed with contaminated chicken fat and spiked with 2,3,7,8-PCDF; - sunflower oil mixed with contaminated chicken fat and spiked with non-dioxin like PCBs.
Paling analyses Ecofide
Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van - \ 2013
IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C196/13) - 13
palingen - european eels - representatieve monstername - monsters - chemische analyse - polychloorbifenylen - organo-tinverbindingen - vet - droge stof - sporenelementen - eels - representative sampling - samples - chemical analysis - polychlorinated biphenyls - organotin compounds - fat - dry matter - trace elements
De opdracht bestond uit het karakteriseren, fileren en homogeniseren tot een mengmonster van de door Ecofide aangeleverde set palingen; het uitvoeren van chemische analyses in het mengmonster en het rapporteren van de resultaten. Dit rapport omvat een korte omschrijving van de toegepaste methoden, een kwaliteitsparagraaf en een presentatie van de resultaten in Exceltabellen.
Schone consumptie aal door groeiverdunning van kleine wilde aal
Kotterman, M.J.J. ; Bierman, S.M. - \ 2013
IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C015/13) - 32
european eels - palingen - voedselveiligheid - groei - gewicht - polychloorbifenylen - binnenwateren - waterverontreiniging - eels - food safety - growth - weight - polychlorinated biphenyls - inland waters - water pollution
Dit rapport beschrijft hoe kleine wilde aal, gevangen in de gesloten gebieden, kan uitgroeien tot grote aal die aan de consumptie-normen voldoet. Door groei van een aal onder schone omstandigheden neemt de biomassa toe, maar de hoeveelheid verontreiniging in de aal niet of nauwelijks. Het nettoresultaat is een veel lagere concentratie in het aalvlees, dit proces heet groeiverdunning.
Grond met gerelateerde voedselincidenten met dioxines en PCB's
Hoogenboom, L.A.P. ; Traag, W.A. - \ 2013
Wageningen : Rikilt - Institute of Food Safety (Rapport / RIKILT, Institute of Food Safety 2013.012) - 33
bodemverontreiniging - ecotoxicologie - dioxinen - polychloorbifenylen - veevoeder - voederveiligheid - verontreinigde grond - voedselveiligheid - inventarisaties - schapenhouderij - pluimveehouderij - hennen - soil pollution - ecotoxicology - dioxins - polychlorinated biphenyls - fodder - feed safety - contaminated soil - food safety - inventories - sheep farming - poultry farming - hens
Dioxines en PCB's blijven de agenda van de contaminanten beheersen. Waar het in eerste instantie een probleem van vuilverbranding was, later traden voergerelateerde incidenten met andere bronnen op de voorgrond. Nu deze (voergerelateerde) bronnen onder controle zijn, lijkt het milieu een grotere rol te spelen als bron voor dioxines en PCB's. Anders dan bij voeders zijn er voor grond op agrarische bedrijven geen duidelijke normen, die moeten voorkómen dat dierlijke producten besmet raken. Het is duidelijk dat dieren, die grazen of scharrelen, een bepaalde hoeveelheid grond kunnen opnemen. Bij koeien wordt uitgegaan van 4% van de droge stof. Bij schapen, die het gehele jaar buiten zijn, zou dat nog wel hoger kunnen uitvallen. Dit rapport geeft een literatuuroverzicht van bekende onderzoeksresultaten.
Dioxines en PCB's in Chinese wolhandkrab
Leeuwen, S.P.J. van; Kotterman, M.J.J. ; Lee, M.K. van der; Hoogenboom, L.A.P. - \ 2013
Wageningen : Rikilt - Institute of Food Safety (Report / RIKILT, Institute of Food Safety 2013.005) - 21
krabben (schaaldieren) - dioxinen - polychloorbifenylen - ecotoxicologie - zware metalen - binnenwateren - crabs - dioxins - polychlorinated biphenyls - ecotoxicology - heavy metals - inland waters
Onderzoek naar contaminanten in Chinese wolhandkrab.
Levels and trends of dioxins and dioxin-like PCBs in feed : levels and trends of dioxins and dioxin-like PCBs in feed in the Netherlands during the last decade (2001-2011)
Schoss, S. ; Adamse, P. ; Immerzeel, J. ; Traag, W.A. ; Egmond, H.J. van; Jong, J. de; Hoogenboom, L.A.P. - \ 2012
Wageningen : RIKILT Wageningen UR (Report / RIKILT 2012.012) - 129
polychloorbifenylen - dioxinen - voer van dierlijke oorsprong - voederveiligheid - voedselveiligheid - polychlorinated biphenyls - dioxins - feed of animal origin - feed safety - food safety
Trend analysis on monitoring data could be a suitable method to identify feed commodities with higher dioxin or DL-PCB concentrations, thus contributing to risk-based monitoring. The aim of the present study was to obtain insight into background levels of dioxins and dioxin-like PCBs (DL-PCBs) in feed and potential trends therein.
Ecotoxicologisch onderzoek Hollandse IJssel paling 2004 - 2012, vangstjaar 2012
Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van - \ 2012
IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C114.12) - 32
waterverontreiniging - rivieren - palingen - ecotoxicologie - polychloorbifenylen - monitoring - water pollution - rivers - eels - ecotoxicology - polychlorinated biphenyls
Het monitoren van paling afkomstig van de locatie Gouderak uit de Hollandse IJssel vindt al vanaf 2004, m.u.v. 2005, jaarlijks plaats. Trends (2004-2012) van relevante PCB’s en OCP’s in paling afkomstig van de locatie Gouderak worden in dit rapport weergegeven en verkregen gehalten worden getoetst aan milieu- en consumptienormen.
Schatting percentage schone wolhandkrab in de gesloten gebieden
Kotterman, M.J.J. ; Lee, M.K. van der; Bierman, S.M. - \ 2012
IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C043/12) - 31
krabben (schaaldieren) - verontreiniging - polychloorbifenylen - dioxinen - besmetting - voedselveiligheid - nederland - crabs - pollution - polychlorinated biphenyls - dioxins - contamination - food safety - netherlands
In dit rapport wordt het percentage geschat van de wolhandkrabvangst van beroepsvissers in het gesloten gebied die onder de waarde van 8 pg/g ligt en wel voor consumptie geschikt zou zijn. Het ministerie van EL&I wil daarbij dat voor het gehele gesloten gebied één percentage van wolhandkrab onder de 8 pg som-TEQ/g wordt berekend.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.