Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 18 / 18

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Ondernemersperspectieven Oost Zeeuws-Vlaamse agrariërs
    Spruijt, J. ; Schoorlemmer, H.B. - \ 2015
    PPO AGV - 35
    zeeland - agrarische bedrijfsvoering - ondernemerschap - akkerbouw - loonwerken - melkveehouderij - fruitteelt - regionale verkenningen - publiek-private samenwerking - zeeland - farm management - entrepreneurship - arable farming - custom hiring - dairy farming - fruit growing - regional surveys - public-private cooperation
    Dit rapport geeft de resultaten van een oriënterend onderzoek naar de toekomst perspectieven die agrarische ondernemers in Oost Zeeuws Vlaanderen voor ogen hebben. Hierbij is verkend of ondernemers concrete mogelijkheden zien, urgentie voor verandering ervaren en of er aanknopingspunten zijn gericht op verbetering van de landbouwstructuur en het stimulerend klimaat voor agrarisch ondernemerschap. Om hier zicht op te krijgen zijn 10 diepte-interviews gehouden met ‘als ondernemend’ bekend staande landbouwers. Het betrof bedrijven met akkerbouw, melkveehouderij, fruitteelt, loonwerk en nevenactiviteiten. Daarnaast vonden gesprekken plaats met 7 gebiedsdeskundigen die uit hoofde van hun functie zicht hadden op ontwikkelingen en belemmeringen bij agrarisch ondernemers over de breedte van de regio. De bevindingen zijn getoetst en verder uitgewerkt tijdens workshop in Hulst met een groep geïnterviewden en medewerkers van Provincie Zeeland.
    Natuurbeleid en gedragseconomie. Een verkenning
    Dagevos, H. ; Broek, E.H.L. van den; Bakker, E. de; Vader, J. - \ 2015
    Den Haag : LEI Wageningen UR
    natuurbeleid - gedragseconomie - maatschappelijk draagvlak - regionale verkenningen - economische analyse - nature conservation policy - behavioural economics - public support - regional surveys - economic analysis
    Een karakteristiek van de beleidsvernieuwing in de Rijksnatuurvisie "Natuurlijk verder" is dat nadrukkelijk wordt gerekend op de energieke inzet en coöperatieve initiatieven van de zijde van burgers en bedrijven bij de uitvoering van het beleid. Effectief en efficient natuurbeleid is hiermee medeafhankelijk van het gedrag van deze actoren. Dit maakt de beleidsrelevantie van menselijk gedrag direct duidelijk. In het onderstaande zoeken we verkennenderwijs naar mogelijke relevante inzichten in de gedrags-economie die toepasbaar kunnen zijn voor een effectief en doelmatig natuurbeleid.
    Spatial precipitation patterns and trends in The Netherlands during 1951–2009
    Daniels, E.E. ; Lenderink, G. ; Hutjes, R.W.A. ; Holtslag, A.A.M. - \ 2014
    International Journal of Climatology 34 (2014)6. - ISSN 0899-8418 - p. 1773 - 1784.
    neerslag - klimaatverandering - statistische analyse - regionale verkenningen - seizoenen - nederland - precipitation - climatic change - statistical analysis - regional surveys - seasons - netherlands - coastal precipitation - urban land - europe - rainfall - temperatures - extremes - feedback - impacts - indexes - soils
    Significant increases in precipitation have been observed in The Netherlands over the last century. At the same time persistent spatial variations are apparent. The objective of this study is to analyse and explain these spatial patterns, focussing on changes in means and extremes for the period 1951–2009. To investigate different possibilities for the causes of spatial variations, a distinction was made between six regions based on mean precipitation, soil type and elevation, and four zones at different distances to the coast. Spatial maxima in mean precipitation inland and over elevated areas are mainly formed in winter and spring, while maxima along the coast are generated in autumn. Daily precipitation maxima are found in the central West coast and over elevated areas. Upward trends in daily precipitation are highest from February to April and lowest from July to September. The strongest and most significant increases are found along the coast. For several seasonal and climatological periods diverging behaviour between coastal and inland zones is observed. We find that distance to the coast gives a more consistent picture for the seasonal precipitation changes than a classification based on surface characteristics. Therefore, from the investigated surface factors, we consider sea surface temperature to have the largest influence on precipitation in The Netherlands.
    Productie van duurzame energie uit mest en andere biomassa : opties en combinaties van vergisten in de regio Helmond
    Verdoes, N. ; Melse, R.W. ; Timmerman, M. ; Zwart, K.B. ; Kolk, J.W.H. van der; Buisonjé, F.E. de - \ 2013
    Wageningen : Wetenschapswinkel Wageningen UR (Rapport / Wetenschapswinkel Wageningen UR 288) - 43
    veehouderij - mestvergisting - co-vergisting - regionale ontwikkeling - regionale verkenningen - duurzame energie - economische samenwerking - biobased economy - energiebalans - kooldioxide - noord-brabant - livestock farming - manure fermentation - co-fermentation - regional development - regional surveys - sustainable energy - economic cooperation - biobased economy - energy balance - carbon dioxide - noord-brabant
    De Energie Club Helmond Regio (ECHR) heeft zich tot doel gesteld de regio Helmond CO2-neutraal te maken. De ECHR heeft daarom via de Wetenschapswinkel van Wageningen UR een onderzoek uitgezet met de vraag in welke mate vergisting van mest en biomassa in de regio Helmond een bijdrage kan leveren aan meer duurzame energieproductie. In dit rapport is die verkenning gemaakt. Geïnventariseerd is welke initiatieven in dit gebied lopen en waar er koppelingen en win-winsituaties mogelijk zijn. Hieruit blijkt dat mest- en/of covergisting een positieve bijdrage kan leveren om duurzame energie te produceren en dat de efficiëntie van de benutting van deze energie (warmte, biogas, elektriciteit) verhoogd kan worden door initiatieven aan elkaar te koppelen. Er blijkt een flink aantal initiatieven in de regio te zijn, maar het is lastig om deze daadwerkelijk in de praktijk uitgevoerd te krijgen. Oorzaken lijken vooral: financiën, vergunningen en eenling-acties. Er is veel enthousiasme, maar de samenwerking moet duidelijk nog gezocht worden en goed ondernemerschap is een essentiële voorwaarde. Voor het gebied zijn er voorstellen gedaan om lopende initiatieven te verbinden en is uitgewerkt op welke wijze dat zou kunnen.
    Watervraag glastuinbouw West Nederland en klimaatverandering: Verkenning naar de effecten van klimaatverandering op de watervraag en de watervoorziening voor de glastuinbouw in Midden-West Nederland: een quick scan
    Voogt, W. ; Eveleens-Clark, B.A. ; Bruins, M.A. - \ 2012
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten GTB 1074) - 52
    glastuinbouw - water - vraag - watervoorziening - west-nederland - klimaatverandering - impact - klimaatadaptatie - regionale verkenningen - nederland - greenhouse horticulture - water - demand - water supply - west netherlands - climatic change - impact - climate adaptation - regional surveys - netherlands
    Samenvatting In opdracht van de provincie Zuid-Holland is als quick scan de watervraag voan de glastuinbouw in het gebied Midden West-Nederland berekend. Dit is gedaan aan de hand van de areaalgegevens van de landbouwtelling 2009. Het gebied is onderverdeeld in 12 subgebieden die qua structuur, aard van de bedrijven of als geografische eenheid logischerwijze bij elkaar horen. Van deze gebieden is een karakterisering gegeven van de type bedrijven en teelten die daar plaatsvinden. De verschillen in watervraag tussen gewassen is groot , bovendien is er een groot aantal parameters van belang. Om overzicht te krijgen zijn de gewassen ingedeeld in waterverbruiksklassen, die qua teeltwijze, watervraag en met name zoutgevoeligheid bij elkaar horen. Voor de watervraag is in ieder geval van belang onderscheid te maken tussen substraatteelt en grondgebonden teelt. Aangezien de CBS cijfers hierover geen informatie geven is per teelt of teeltcategorie van de CBS data op basis van expert judgement aangemerkt of het substraat- of grondgebonden teelt betreft. Uiteindelijk zijn de waterverbruiksklassen nog weer samengenomen in vier groepen: substraatteelt groenten, substraatteelt bloemen, grondgebonden bloemen en grondgebonden groenten. Uit elke groep is één vertegenwoordiger genomen, waarvoor berekeningen zijn uitgevoerd van de waterbehoefte met het model WATERSTROMEN. De berekeningen zijn gedaan met drie weerjaren: 1967 als een normaal jaar, en twee extreem droge jaren 1976 en 2003, voor drie klimaat scenario’s: de werkelijke situatie (huidig klimaat), het W scenario (warm en nat klimaat) en het W+ scenario (warm en droog). De datasets waren gedeeltelijk afkomstig van de meetstations van het KNMI (Scheveningen, Hoofddorp, De Bilt) en van WUR-glastuinbouw (Naaldwijk). Om de afhankelijkheid van de kwaliteit van het gietwater ook in beeld te brengen zijn alle modelruns gedaan met twee varianten, namelijk met aanvullend water via omgekeerde osmose en suppletie via oppervlaktwater. Er zijn kenmerkende verschillen tussen de regio’s. Afgezien van de verschillen in totale oppervlakte glas komen bepaalde teelten of teeltwijzen in sommige regios sterker voor dan anderen. Ook het verschil in gemiddelde bedrijfoppervlakte is evident. Op deze manier is elke gebied enigszins te karakteriseren. De resultaten geven aan dat in het huidige klimaat, met een weersitiuatie als in 1967, de glastuinbouw nagenoeg volledig zelfvoorzienend is, met uitzondering van de grondgebonden teelten, waar voor een deel (de groenteteelt) bewust oppervlaktewater wordt gebruikt. In extreem droge jaren zoals in 1976 en 2003 neemt de afhankelijkheid van externe bronnen echter sterk toe. Uit hemelwater is dan niet meer dan 65 a 70% dekking mogelijk. De invloed van de klimaatscenarios is veel kleiner dan het efffect van droge of natte jaren. Door de verschillen in (geschat) stralingsniveau is er soms minder water vraag (W) soms iets meer (W+) , maar vooral de verschillen in neerslag werken uit in verschillen in dekkingsgraad. In het W scenario is de situatie soms iets gunstiger dan het huidig scenario, gemiddeld is de uitkomst van dit scenario dat de glastuinbouw iets minder afhankelijk is van aanvullend water dan in het huidig klimaat. In het W+ scenario is er ook voor een normaal jaar onvoldoende dekking (92 – 94%) maar in de extreem droge jaren neemt het af tot <60%.
    Perspectief voor een zelfvoorzienend watersysteem in de Veenkoloniën
    Jansen, P.C. ; Kwakernaak, C. ; Querner, E.P. - \ 2011
    H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 44 (2011)9. - ISSN 0166-8439 - p. 34 - 36.
    watervoorziening - watersystemen - retentie - zelfvoorziening - regionale verkenningen - veenkolonien - water supply - water systems - retention - self sufficiency - regional surveys - veenkolonien
    Het klimaat verandert en dat heeft de nodige consequenties voor de zoetwatervoorziening en de verwerking van neerslagpieken. Inmiddels wordt al volop gewerkt aan plannen om Nederland klimaatbestendiger te maken, onder meer in het Deltaprogramma. In deze fase worden strategische keuzen rond lange termijn veiligheid en zoetwatervoorziening voorbereid. In dat kader past ook het verkennende onderzoek naar de watervoorziening in de Gronings-Drentse Veenkoloniën. Met een hydrologisch model is nagegaan of water vasthouden in regionale retentiegebieden een realistisch alternatief kan bieden voor het verminderen of zo mogelijk volledig stoppen van wateraanvoer vanuit het IJsselmeer.
    Watervraag glastuinbouw - Een quick scan van de huidige en toekomstige watervraag in Midden –West Nederland
    Voogt, Wim - \ 2010
    protected cultivation - water supply - water policy - water availability - regional surveys - water requirements - greenhouse horticulture - west netherlands
    Spatial distribution of economic viability of regional biomass chains: a case study of bioethanol production in the North of the Netherlands
    Hilst, F. van der; Dornburg, V. ; Faaij, A. ; Sanders, J.P.M. ; Elbersen, H.W. - \ 2009
    landgebruik - brandstofgewassen - suikerbieten - miscanthus - economische haalbaarheid - ruimtelijke verdeling - regionale verkenningen - bioethanol - land use - fuel crops - sugarbeet - miscanthus - economic viability - spatial distribution - regional surveys - bioethanol
    The objective of this work is to assess the viability of regional biomass chains. The economic performance of potential bioenergy cropping systems is compared to the performance of current agricultural land use. Furthermore, bioethanol production costs are compared to average gasoline prices. Spatial heterogeneity of physical conditions is taken into account to determine the spatial variation in economic viability of bioenergy chains. The regional biomass chains assessed in this study are ethanol production from Miscanthus and from sugar beet in the North of the Netherlands. The competitiveness of bio energy crops is assessed by calculating the Net Present Value (NPV) of currently applied rotation schemes, rotation schemes including an additional share of sugar beet and of Miscanthus. Costs of ethanol production are calculated taking into account costs of domestically cultivated crops, transport and conversion. The NPV’s and cost of ethanol are calculated for seven categories of soil suitability. The spatial distribution of soil properties and current land use is used to map the spatial variation in competiveness and production costs using GIS (Geographical information System). Such a detailed spatial distribution of economic viability of bioenergy chains indicates were land use changes are most likely to occur. The results show that both perennial bioenergy crops as well as an increased share of sugar beet are not competitive with current cropping systems when soil is equally suitable. However, on soils less suitable for annual crops yet quite suitable for less intensive managed crops, Miscanthus achieves a better NPV than common rotations. The method applied in this paper contributes to the identification of promising locations for bioenergy crops and could be applied to several regions and/or levels of analysis.
    Klimaateffectatlas 1.0
    Goosen, H. ; Stuyt, L.C.P.M. ; Groot, M.A.M. de; Braber, M. den; Bessembinder, J. - \ 2009
    Wageningen : Alterra - 13
    klimaatverandering - regionale verkenningen - geografische informatiesystemen - provincies - climatic change - regional surveys - geographical information systems - provinces
    Het project Van schetsboek naar Klimaateffectatlas bouwt voort op de klimaatschetsboeken die in de periode 2007-2008 zijn ontwikkeld voor een achttal provincies. Bij de klimaateffectschetsboeken in de eerste fase is ook een eerste beeld geschetst van een Geoportaal (voorheen geodatabase) om alle relevante klimatologische gegevens via internet te ontsluiten. Doel van dit Geoportaal Klimaateffectatlas is het opzetten van een gemeenschappelijke kennisbasis met voor alle provincies dezelfde eenduidige informatie
    Uit de mest- en mineralenprogramma's : INITIATOR2: instrument voor een integrale milieuanalyse van de gevolgen van aanpassingen in de landbouw op regionaal niveau
    Vries, W. de; Kros, J. ; Velthof, G.L. - \ 2005
    Wageningen : Alterra (Informatieblad / Alterra 398.95) - 2
    mest - mineralen - regionale verkenningen - mestverwerking - mineralenboekhouding - beslissingsondersteunende systemen - manures - minerals - regional surveys - manure treatment - nutrient accounting system - decision support systems
    Binnen de LNV-onderzoeksclusters Mest en Mineralen, EHS en Vitaal landelijk gebied is een beslissingsondersteunend instrument ontwikkeld ten behoeve van integrale analyses van de mest- en ammoniakproblematiek op regionaal niveau. Dit instrument (INITIATOR2; Integrated Nutient Impact Assessment Tool on a Regional Scale) is een uitbreiding van het model INITIATOR. Met INITIATOR2 kunnen verschillende maatregelpakketten geëvalueerd worden. In dit informatieblad wordt een korte beschrijving gegeven van INITIATOR2, aangevuld met voorbeelden van geschatte emissies en uitspoeling in 2000 (het gebruikte basisjaar) voor geheel Nederland
    Integration of small area estimation and mapping techniques; Tool for Regional Studies
    Vrolijk, H.C.J. ; Dol, W. ; Kuhlman, J.W. - \ 2005
    Den Haag : LEI (Report / LEI : Domain 8, Models and data ) - ISBN 9789086150106 - 60
    regionale verkenningen - kaarten - statistiek - rekeningen van landbouwbedrijf - cartografie - nederland - regionale economie - regional surveys - maps - statistics - farm accounts - mapping - netherlands - regional economics
    Research projects are increasingly aimed at specific regions. A tool for statistics for regional studies was developed to combine all available information from the agricultural census and the Farm Accountancy Data Network. In this report a description is given of the development of methods and tools to display small area estimates in maps.
    Tropical forest mapping at regional scale using the GRFM SAR mosaics over the Amazon in South America
    Sgrenzaroli, M. - \ 2004
    Wageningen University. Promotor(en): Reinder Feddes, co-promotor(en): Dirk Hoekman. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789058089953 - 260
    tropische bossen - cartografie - regionale verkenningen - amazonas - remote sensing - landclassificatie - landsat - radar - wavelets - tropical forests - mapping - regional surveys - amazonas - remote sensing - land classification - landsat - radar - wavelets
    The work described in this thesis concerns the estimation of tropical forest vegetation cover in the Amazon region using as data source a continental scale high resolution (100 m) radar mosaic as data source. The radar mosaic was compiled by the Jet Propulsion Laboratory (NASA JPL) using approximately 2500 JERS-1 L-band scenes acquired in the context of the Global Rain Forest Mapping project by the National Agency for Space Development of Japan (NASDA).

    A novel classification scheme was developed for this purpose.The underpinning method is based on a wavelet signal decomposition/reconstruction technique. In the wavelet reconstruction algorithm, an adaptive wavelet coefficient threshold is introduced to distinguish wavelet maxima related to the transition between classes from maxima related to textural within-class variation.

    Two image-labeling techniquesare tested and compared: i) a region-growing algorithm and ii) a per-pixel two-stage hybrid classifier.

    The large data volume problem was tackled by developing a special purpose processing chain that works on partially overlapping tiles extracted from the mosaic

    Quantitative validation and error analysis of the classifiers' performance and their generalization capability to regional scale are carried out using, as reference, maps derived from Landsat Thematic Mapper. A first result of the validation process is that the wavelet classifier provides a classification accuracy of 87% in forest/non-forest mapping. The analysis by site reveals that class degraded-forest is the major source of classification errors. The discrepancy between TM maps and SAR maps increases with increasing landscape spatial fragmentation.

    A test on relative performances between the wavelet-based region growing segmentation technique and a conventional clustering technique (ISODATA) shows that the wavelet-based technique provides better accuracy and is capable of generalizing over the entire data set.

    The issue of detecting the degraded-forest class - generally ignored by Amazonian deforestation mapping programs - is tackled using data acquired by both optical and SAR instruments . For optical data, a three-stage classification procedure is developed for detecting degraded forest classes in Landsat TM images. For SAR data, a multi-temporal speckle filtering technique is used to improve the signal to noise ratio.Forestdegradation, characterized by small isolated and elongated bare soil regions regularly distributed in forest areas, is visually detectable in the filtered imagery.

    Starting from the consideration that the discrepancy between TM maps and SAR maps increases with the landscape spatial fragmentation we test an inductive learning methodology, capable of correcting SAR regional-scale maps using local classification estimates at a higher resolution , is tested.

    Finally some ideas and projects are put forward which are meant to be working hypotheses for future actions and practical approaches to reduce the pressure over the tropical forest ecosystem.

    Regional analysis of maize-based land use systems for early warning applications
    Rugege, D. - \ 2002
    Wageningen University. Promotor(en): J. Bouma; A.K. Skidmore; P.M. Driessen. - S.l. : S.n. - ISBN 9789058085849 - 121
    landgebruik - landevaluatie - regionale planning - regionale verkenningen - gewasproductie - gewasopbrengst - remote sensing - oogstvoorspelling - simulatiemodellen - groeianalyse - groeimodellen - verliezen - voedselproductie - maïs - zimbabwe - land use - land evaluation - regional planning - regional surveys - crop production - crop yield - remote sensing - yield forecasting - simulation models - growth analysis - growth models - losses - food production - maize - zimbabwe

    Conventional analytical crop growth models cannot handle actual Land Use Systems because of massive data needs, algorithm complexity and prohibitive error propagation. It is possible however to describe rigidly simplified 'Production Situations' representing Land Use Systems with annual row crops and minimal environmental constraints. The simplest Production Situation imaginable is a Land Use System in which all constraints that can be eliminated by a farmer are indeed (assumed to be) eliminated. Crop growth and yield are then entirely conditioned by crop physiology and weather conditions, notably by the temperature and radiation during the crop cycle. The calculated production level is not the actual production but the production potential.

    In many countries, water availability to the crop is the main constraint to crop production. The biophysical production potential model has therefore been extended with a water budget routine that matches actual water use with the crop's requirement in order to calculate the "water-limited production potential". In this configuration, crop physiology, temperature, radiation and water availability condition the calculated level of crop (potential) production. This thesis discusses the use of satellite-derived rainfall data for regional analysis of water-limited yield potentials.

    Monitoring and crop yield forecasting for early warning applications require insight in farmers' reality. Often, a score of environmental and socio-economic constraints reduce on-farm production to a level that lags far behind the theoretical production potential. This thesis explores farmers' insights, in an attempt to identify the causes and structure of the "yield gap" between potential (reference) production levels and production levels realized on-farm.

    So far, actual production could only be established through field measurements. This thesis presents a methodology for estimating regional levels of actual crop production. The difference between remotely sensed canopy temperature and ambient temperature is used to estimate the degree of stomata closure of the crop. Introducing this Remote Sensing based degree of stomata closure in calculations of assimilatory activity permits to calculate the actual rate of crop growth over regions.

    Repeated measurements during the crop cycle allow monitoring of the sufficiency of actual management practices. Introducing estimated or forecast weather data in crop growth calculations for the remainder of the crop cycle permits to make repeated estimates of anticipated crop production and to timely signal a need for remedial action.

    Regional hydrology
    Walsum, P.E.V. van; Bolt, F.J.E. van der; Veldhuizen, A.A. - \ 2002
    In: Effects of climate and land-use change on lowland stream ecosystems / van Walsum, P.E.V., Verdonschot, P.F.M., - p. 51 - 78.
    bodemwater - grondwaterstroming - oppervlaktewater - modellen - regionale verkenningen - grondwaterspiegel - plant-water relaties - noord-brabant - grondwater - hydrologie - soil water - water table - plant water relations - groundwater flow - surface water - regional surveys - models - noord-brabant
    De landbouw in het herinrichtingsgebied Zeevang
    Rijk, P.J. - \ 1997
    Den Haag : LEI-DLO (Mededeling / Landbouw-Economisch Instituut, Afdeling Structuuronderzoek 580) - ISBN 9789052423814 - 42
    agrarische economie - gemeenschappen - onderzoek - sociologie - regionale verkenningen - regionaal beleid - regionale planning - economisch beleid - economie - ruimtelijke ordening - landgebruik - ruilverkaveling - nederland - noord-holland - agricultural economics - communities - research - sociology - regional surveys - regional policy - regional planning - economic policy - economics - physical planning - land use - land consolidation - netherlands - noord-holland
    Kijken in de toekomst van de agrarische sector in de gemeenten Eibergen en Groenlo; Ontwikkelingen in de komende 10 jaar
    Daatselaar, C.H.G. ; Eeden, N. van den; Haan, T. de; Rijk, P.J. ; Venema, G.S. - \ 1997
    Den Haag : LEI-DLO (Mededeling / Landbouw-Economisch Instituut (LEI-DLO) 578) - ISBN 9789052423784 - 101
    agrarische economie - gemeenschappen - onderzoek - sociologie - regionale verkenningen - regionaal beleid - regionale planning - economisch beleid - economie - nederland - gelderland - agricultural economics - communities - research - sociology - regional surveys - regional policy - regional planning - economic policy - economics - netherlands - gelderland
    In opdracht van Rabobank Noord-Oost Achterhoek heeft LEI-DLO onderzoek verricht naar de huidige positie, de ontwikkelingen en het toekomstperspectief voor de komende 10 jaar van de agrarische sector binnen de gemeenten Eibergen en Groenlo. In het onderzoek staan de kansen en bedreigingen voor de individuele agrarische bedrijven centraal. Als rode draad is gekeken naar de algemene ontwikkeling van de belangrijkste twee sectoren, de melkveehouderij en varkenshouderij. Hierbij gaat het om diverse ontwikkelingen op het gebied van economie, landbouwpolitiek, milieubeleid en ruimtelijke ordening die de relevante toekomstige omgeving voor de agrarische sector in de regio bepalen. Vanuit de algemene ontwikkelingen op macroniveau, de huidige regionale agrarische structuur en inzichten van de plaatselijke agrarische ondernemers en deskundigen is inzicht verkregen in de kansen en bedreigingen voorde individuele bedrijven. Op basis van de uitkomsten van de SWOT-analyse zijn zowel voor de melkveehouderij, fokvarkenshouderij als voor de vleesvarkenshouderij modellen opgesteld, waarin een aantal toekomstige omgevingsscenario's en opties ten aanzien van het ondernemersbeleid is doorgerekend. Inzicht wordt verkregen hoe de regionale bedrijven er in 2005 uit zullen zien.
    Starting all over again : making and remaking a living on the Atlantic coast of Nicaragua
    Vernooy, R. - \ 1992
    Agricultural University. Promotor(en): N.E. Long. - S.l. : Vernooy - 299
    menselijke relaties - sociale structuur - sociale interactie - sociale systemen - sociale ontwikkeling - plattelandsontwikkeling - technologie - sociaal welzijn - sociaal beleid - sociale voorzieningen - welzijnsvoorzieningen - gemeenschappen - onderzoek - sociologie - regionale verkenningen - milieu - mens - milieueffect - sociaal milieu - natuurrampen - rampen - politiek - nicaragua - sociale relaties - sociale kwesties - sociale problemen - sociaal werk - menselijke invloed - sociografie - sociale situatie - nationale politiek - human relations - social structure - social interaction - social systems - social development - rural development - technology - social welfare - social policy - social services - welfare services - communities - research - sociology - regional surveys - environment - man - environmental impact - social environment - natural disasters - disasters - politics - nicaragua - social relations - social issues - social problems - social work - human impact - sociography - social situation - national politics

    In dit proefschrift heb ik uiteen gezet hoe de bevolking van de Nicaraguaanse Atlantische kust, met name de bewoners van de stad Bluefields en de zone die haar omringt, zich gedurende de afgelopen tien jaar genoodzaakt hebben gezien om steeds weer opnieuw hun werk en leven van de grond af aan op te bouwen. Met andere woorden, om steeds maar weer opnieuw te beginnen. Ik heb daarbij speciale aandacht besteed aan de manieren waarop hun pogingen om dit te bewerkstelligen beinvloed zijn door en tegelijkertijd invloed uitoefenen op specifieke culturele waarden, gender-verhoudingen en vormen van politieke organisatie en strijd. Sinds 1979 hebben de Atlantische kustbewoners een aantal extreem moeilijke problemen van ecologische, politiek-militaire en ekonomische aard moeten overkomen. Vandaag de dag, ondanks de mooie beloften van de in 1990 aangetreden UNO-regering en ondanks de beloofde financiële steun van de regering Bush, is de situatie er niet veel rooskleuriger op geworden. Integendeel, volgens de laatste berichten nemen problemen zoals werkeloosheid, armoede en delinquentie alleen maar toe.

    In deze studie hebben we gezien hoe vrouwen, mannen en kinderen verschillende keren hun land, woning, onderneming, vee en andere schaarse bezittingen hebben moeten achterlaten vanwege de contra-oorlog. Een triest dieptepunt van ellende en verdriet werd vervolgens veroorzaakt door de orkaan "Joan" die in oktober 1988 over Nicaragua raasde. "Joan" liet weinig heel van de stad Bluefields en haar achterland. De oorlog en de orkaan, en de negatieve gevolgen van de ekonomische crisis, maken het opnieuw beginnen voor de meeste mensen een uiterst hachelijke onderneming. Desondanks slagen velen erin om er het beste van te maken. Onze kontakten en vriendschap met de mensen opgebouwd gedurende meer dan drie jaar veldwerk, zo goed mogelijk beschreven in de drie delen van dit proefschrift, vormen daarvoor het beste bewijs.

    Deel 1 bevat een beschrijving en analyse van de gevarieerde wijzen waarop de rurale ondernemingen in de zone rondom Bluefields vorm geven aan het produktie en reproduktie proces, zowel voor als na de orkaan "Joan". In Deel 2 verplaatsen we onze aandacht naar de roerige wereld van de (kleinschalige) handel in Bluefields, de relaties tussen de stad en haar achterland en de bemoeienissen van de regionale regering met het commerciele gebeuren. Op basis van een actorgericht sociologisch perspektief, plaatsen we in beide delen onze bevindingen binnen het kader van aktuele theoretische discussies betreffende de sociale betekenis van beleid enerzijds en commoditiserings-processen anderzijds. Waar relevant refereren we hierbij ook aan studies verricht in Nicaragua. Een kritische bijdrage aan deze debatten is het onderwerp van hoofdstuk 1. In Deel 3 tenslotte,
    plaatsen we de veranderingen van de laatste tien jaar in een langer tijdskader. In dit deel richt onze aandacht zich op de geschiedenis van de Atlantische Kust en de Bluefields zone in het speciaal.

    Beleidsvorming en politieke strijd

    In hoofdstuk 2 hebben we gezien hoe de zeer kritieke situatie veroorzaakt door orkaan "Joan" de verschillende en vaak tegenovergestelde belangen en gezichtspunten onder de boerenbevolking van de Bluefields-zone enerzijds en tussen de boerenbevolking en de vertegenwoordigers van de overheid anderzijds, op een scherpe wijze aan het licht bracht. Tegelijkertijd vestigde het onze aandacht op de sleutelrol die de boerenvakbond UNAG speelt in de uitvoering van landbouw en ontwikkelings-beleid in de regio. De orkaan veroorzaakte niet alleen ekonomische problemen. De specifieke aanwending van schaarse middelen en het nemen van bepaalde besluiten als onderdeel van het rekonstruktie plan werden door de betrokken boerenbevolking aangevochten. Hoewel de emergentie-commissie haar best deed om de politieke inslag van het rekonstruktie-plan vis-a-vis de boerenbevoling van de Bluefields-zone te minimaliseren, maakten de boeren duidelijk dat het proces van "opnieuw beginnen" ook politiek van aard was.

    De karakteristieken van dit proces heb ik beschreven en geanalyseerd middels een serie ontmoetingen tussen de boerenbevolking en vertegenwoordigers van de regionale overheid en de UNAG. De boeren -in bijna alle gevallen merendeels mannen-, zetten tijdens deze ontmoetingen hun belangen en ideeën uiteen referend aan korte termijn benodigdheden, praktische aspekten van landbouwbeoefening en het ontbreken van (voldoende) overheidssteun. De vertegenwoordigers van de twee belangrijkste betrokken ministeries, MIDINRA en IRENA, argumenteerden daarentegen vooral op basis van lange termijn belangen, theoretischwetenschappelijke overwegingen en de noodzaak om te denken aan de belangen van de regio (de regionale regering en bevolking in het algemeen). De twee woordvoerders van de UNAG vielen op door hun meer pragmatische houding en hun pogingen om tot een door alle betrokken partijen gedeelde oplossing te komen. Ze deden daarbij hun best om de belangen en gezichtspunten van de boeren bevolking, de UNAG als vakbond en als bondgenoot van het FSLN, en hun persoonlijke belangen (vooral: politieke carrière), te kombineren.

    Vrouwen werden in deze ontmoetingen niet of nauwelijks gehoord noch serieus genomen wat, gegeven hun fundamentele bijdrage aan de landbouw in de zone, opmerkelijk en betreurenswaardig is. De uitvoering van het rekonstruktie plan droeg derhalve weinig bij aan een verandering van de sexe-rollen in beleidsvorming en uitvoeringsprocessen in de Atlantische Kust. Vrouwen worden in de realisering van deze taken nog altijd als ondergeschikt beschouwd, zowel in overheids-alsniet-overheids- organisaties. De enkele vrouwen die deze verhoudingen openlijk aanvechten en trachten te veranderen, zien zich gedwongen om keer op keer te onderhandelen met mannen (echtgenoot/compagnon en vertegenwoordigers van de overheid/UNAG/andere organisaties) om toegang te verkrijgen tot schaarse middelen en besluitvormings-organen.

    Als een tweede case-studie van beleidsvorming en politieke strijd op lokaal nivo hebben we gekeken naar de door de regionale UNO-regering gevormde en uiteindelijk opgeheven prijscontrole-commissie (hoofdstuk 4). Ook in dit geval hebben we gezien hoe een beleidskwestie, in dit geval de regulering van prijzen van basis-produkten, door de verschillende betrokken "partijen" aangegrepen werd om specifieke ekonomische en politieke belangen en gezichtspunten te verdedigen. De in naam autonome regionale UNO-regering kreëerde de commissie in een poging om haar geschaadde authoriteit te herstellen. Gedurende de zes maanden dat de commissie bestond, kwam van deze poging echter weinig terecht. Konflikten met de gemeente(raad) en met markt-handelaren en winkeliers, interne verdeeldheid, gebrek aan bestuurs-ervaring en organisatorische problemen, bepaalde vormen van vriendjes-politiek en uiterst inconsistente en zelfs tegenstrijdige ideeën omtrent de regulering van de handel en de markt, droegen hiertoe bij. In dit hoofdstuk heb ik beschreven hoe in de opeenvolgende etappes van het uitvoeringsproces de leden van commissie en regionale regering als het ware achter de feiten aanholden zonder ook maar een moment kontrolle op de situatie (en de prijzen) uit te oefenen. Ze zagen zich daarbij steeds opnieuw genoodzaakt om zich aan te passen aan de nieuwe ekonomische en politieke omstandigheden op lokaal en supra-lokaal nivo.

    In beide hoofdstukken (2 en 4) is duidelijk geworden dat in het geval van de Atlantische Kust de sociale betekenis van beleid op zeer specifieke wijze gevormd en her- gevormd wordt. Het is daarom van belang om beleidsprocessen en gevolgen in ruimte en tijd nauwgezet en gedurende een zo lang mogelijke periode te volgen en oog te hebben voor de politieke strijd betreffende belangen, interpretaties en regels van het (politieke) spel die er deel van vormen.

    Oog in oog met onzekerheid; en een nieuwe kijk op de regionale geschiedenis

    In de verschillende hoofdstukken hebben we gezien hoe de bevolking van de Atlantische Kust het hoofd tracht te bieden aan situaties van ekonomische en politieke onzekerheid. Dit fundamentele kenmerk van de Atlantische Kust samenleving komt het meest duidelijk naar voren in de veelzijdige en bewogen arbeids-carrière van Santiago Rivas (hoofdstuk 6). Het komen en gaan van (buitendlandse) groot-schalige kapitalistische (bosbouw) ondernemingen enerzijds en familie-, vriendschaps- en werk-kontakten in kombinatie met persoonlijke beweegredenen van Santiago anderzijds, zijn de belangrijkste faktoren die zijn carrière vorm hebben gegeven. Opvallend en van belang hierbij is dat bijna al deze kontakten een niet-gecommoditiseerd karakter hebben. Zoals in de uiteengezette case- studies van de hoofdstukken 3 en 5, vormen deze niet-gecommoditiseerde relaties één van de centrale manieren waarop de bewoners van de Atlantische Kust de kontinue onzekerheid het hoofd proberen te bieden.

    Tegelijkertijd heb ik Santiago Rivas' arbeids-carrière gepresenteerd als een bijdrage aan een nieuwe kijk op de geschiedenis van de Atlantische regio en de Bluefields zone in het bijzonder. Een dergelijke analyse richt niet alleen de aandacht op de invloed van ekonomische en politieke macro-faktoren, maar ook op de vaak zeer diverse individuele en kollektieve pogingen van mannen en vrouwen om hun leven in te richten en geschiedenis op lokaal nivo haar eigen gezicht te geven. In het geval van de Atlantische kust betekent dit dat we bestaande interpretaties van Nicaraguaanse en niet-Nicaraguaansesociale wetenschappers met een kritisch oog moeten bezien. In hoofdstuk 7 heb ik onder andere betoogd dat een dergelijke benadering een herziening van het enclave-concept inhoudt. Daarnaast heb ik de aandacht gevestigd op de rol van een aantal Atlantische kust familie-ondernemingen die in de periode na de tweede wereld oorlog op de voorgrond traden. Tenslotte heb ik duidelijk gemaakt dat de "moderniserings-fase" zoals in beweging gezet door de Somoza-familie in de jaren na 1950 alleen begrepen kan worden wanneer we kijken naar de wijze waarop "modernisering" op regionaal nivo geinterpreteerd en vorm gegeven werd. Dit zijn slechts enkele van de elementen van de regionale geschiedenis die om uitgebreidere studie vragen en die op het zelfde moment ook vereisen dat we gebruik maken van aangepaste onderzoeks- technieken en op zoek gaan naar nieuwe en tot dusver ongebruikte informatie bronnen. Santiago's Rivas arbeids-carrière is slechts een voorbeeld van het gebruik maken een dergelijke techniek.

    De veelzijdige, kleinschalige ekonomie

    De drie case-studies van kleinschalige, rurale ondernemingen gevestigd in de zone rondom de stad Bluefields (hoofdstuk 3) tonen zowel de diversiteit als de fragiliteit aan van lokale produktie en reproduktie processen. De geografische geisoleerdheid van de regio, het complexe eco-systeem van het door "Joan" zwaar beschadigde tropisch regenbos en de voortdurende ekonomische crisis in het land hebben geleid tot een eindeloze reeks van breek-punten in het leven van de bevolking. Gekonfronteerd met deze breek-punten proberen mannen, vrouwen en kinderen op de eerste plaats hun beschikbare bronnen zo optimaal mogelijk te gebruiken om familie consumptie behoeften te bevredigen en om een (minimaal) geld-inkomen te verzekeren. Zoals we hebben gezien, slagen niet alle bedrijven erin om deze doelstellingen met een redelijke mate van sukses te realiseren. Daarnaast treden er binnen de huishoud-eenheden/ondernemingen veelvuldig konflikten op betreffende belangen en ideeën.

    De "slash and bum" produktie in de zone rondom Bluefields is nauw verbonden met de regionale markt en politiek-ekonomische formatie, hoewel de eerder genoemde faktoren een konstante bedreiging vormen voor de instandhouding van relaties met deze markt en formatie. Voor het grote merendeel van de rurale ondernemingen geldt dat de relaties met de markt bovenal van onregelmatige aard zijn. Zoals de drie case-studies aantonen, verschilt verder de mate van kontrole over deze relaties aanzienlijk tussen de huishoudens/ondernemingen. Deze differentiatie hangt samen met het type onderneming, de eventuele vestiging in Bluefields van een deel van het huishouden, de afstand tussen bedrijf en de stad, en de netwerken van sociaal-ekonomische en politieke relaties die de leden van het huishouden hebben weten op te bouwen. Binnen de huishoudens treedt differentiatievooral op grond van leeftijdsverschillen (ouders versus kinderen) en gender-verhoudingen op. Over het algemeen zijn het de mannen die bepalen wat, wanneer en van/aan wie gekocht of verkocht wordt, hoewel steeds meer vrouwen deze ongelijke verhoudingen en rollen openlijk en aktief bekritiseren.

    In hoofdstuk 5 heb ik uiteengezet hoe ook de kleinschalige markt- en handelsondernemingen in Bluefields door een grote mate van diversiteit gekenmerkt worden. Middels een meer algemene analyse en een aantal cases heb ik kritiek uitgeoefend of de simplistische en dualistische modellen die deze veelkleurige en uiterst dynamische aktiviteiten opdelen in wettelijk/niet-wettelijke praktijken, informele/formele sektoren of kapitalistische/niet-kapitalistische produktiewijzen. Daarbij wordt al te vlug voorbij gegaan aan het heterogene karakter, de cruciale rol van niet-gecommododitiseerde relaties (zelfs binnen kapitaal-intensieve bedrijven gericht op accumulatie), de invloed van kulturele waarden, en van gender rollen die de wereld van de handel op lokaal nivo kleuren. Aandacht voor deze faktoren dient derhalve de basis van een analyse te vormen. We kunnen ze niet, zoals nog te vaak gebeurt, als simpele bijkomstigheden beschouwen.

    Miners, peasants and entrepreneurs : Regional development in the Central Highlands of Peru
    Long, N. ; Roberts, B. - \ 1984
    Cambridge, UK : Cambridge University Press (Cambridge Latin American studies 48) - ISBN 9780521248099 - 288
    gemeenschappen - peru - regionale planning - regionale verkenningen - onderzoek - plattelandsontwikkeling - plattelandsplanning - sociale economie - sociologie - economische planning - communities - regional planning - regional surveys - research - rural development - rural planning - socioeconomics - sociology - economic planning
    This volume traces the development of the central highlands, one of Peru's major mining regions. It draws on extensive fieldwork carried out in Peru between 1970 and 1982, spanning a reforming military government, reaction and a return to civilian politics under Belaunde. Through historical material combined with field studies of villages and of the major town of the region, Huancayo, the book examines the economic and cultural processes underlying the 'progressive' reputation of the region in Peru and in the literature on development. Since the major enterprise of the region, the Cerro de Pasco Mining Corporation, was, until the 1970s, foreign owned, a persisting theme is the type of economic growth associated with and the distortions produced by, foreign capitalist economic enclaves on predominantly peasant economies. The political consequences are examined, showing the weakness of regional interest groups and the failure of contemporary regional development policies.
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.