Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 50

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Cruiserapport scheepstellingen van zeevogels op het Friese Front en op de Bruine Bank, 2016
    Geelhoed, S.C.V. ; Leopold, M.F. - \ 2017
    Den Helder : Wageningen Marine Research (IMARES rapport C032/17) - 36
    zeevogels - noordzee - monitoring - luchtkarteringen - zeezoogdieren - biodiversiteitsbepaling - natura 2000 - sea birds - north sea - monitoring - aerial surveys - marine mammals - biodiversity assessment - natura 2000
    Het Friese Front en de Bruine Bank zijn twee nieuwe Vogelrichtlijngebieden in de Noordzee. Het Friese Front is aangewezen voor de Zeekoet. De Bruine Bank wordt waarschijnlijk aangewezen voor Zeekoet en Alk. Om te bepalen of de instandhoudingsdoelstellingen voor deze soorten worden gehaald, moeten de aantallen van deze soorten gemonitord worden. Monitoring van zeevogels in het Nederlandse deel van de Noordzee vindt plaats met behulp van MWTL-vliegtuigtellingen. Alken en Zeekoeten kunnen vanuit de lucht echter lastig van elkaar te onderscheiden zijn. Vanaf schepen is de herkenning eenvoudiger. Het onderhavige BO-project 'scheepstellingen zeevogels' dat in 2016-2018 loopt, heeft tot doel inzicht te geven in de aantallen van Alken en Zeekoeten in beide gebieden enerzijds, en anderzijds in de veranderingen in aantalsverhouding tussen beide soorten gedurende het jaar om de MWTL-vliegtuigtellingen te calibreren. In 2016 zijn drie scheerpssurveys uitgevoerd op het Friese Front (30 okt-4 nov) en op de Bruine Bank (14-17 mrt, 27 nov-1 dec). Op de Bruine Bank werden in maart 6021 individuen van 32 verschillende vogelsoorten geteld. Kleine Mantelmeeuw (n =1287), Drieteenmeeuw (n = 1101), Zeekoet (n = 1087) en Alk (n = 1081) domineerden de telling. Daarnaast werden 17 individuen verdeeld over drie soorten zeezoogdieren (Bruinvis, Gewone en Grijze Zeehond) geregistreerd. Tijdens de survey op het Friese Front in november werden 4184 individuen verdeeld over 36 verschillende vogelsoorten geteld. Zeekoet (n = 1364) en Alk (n = 628) waren de dominante soorten. Daarnaast werden 103 individuen verdeeld over drie soorten zeezoogdieren gezien. In november werden op de Bruine Bank 4356 individuen verdeeld over 24 verschillende vogelsoorten geteld. Zeekoet (n = 1326), Grote Mantelmeeuw (n = 1091) en Drieteenmeeuw (n = 878) domineerden de survey. Het aantal Alken (n = 162) was relatief laag. Daarnaast werden 50 Bruinvissen geregistreerd. Tijdens alle surveys behoorden Alken en Zeekoeten tot de talrijkste soorten. De verhouding tussen Alk en Zeekoet varieerde van 1:1 in maart op de Bruine Bank tot 1:8 op de Bruine Bank in november. Behalve van alkachtigen werden ook gegevens verzameld van potentieel kwalificerende N2000-soorten Kleine Mantelmeeuw (mrt Bruine Bank), Grote Mantelmeeuw (nov Friese Front en Bruine Bank) en Grote Jager (nov Friese Front en Bruine Bank). Dit rapport geeft een beknopt overzicht van de resultaten van de surveys in 2016. In 2018 worden de resultaten van deze en aanvullende surveys nader uitgewerkt en gepresenteerd in een eindrapportage.
    Fulmar Litter EcoQO monitoring in the Netherlands : update 2015
    Franeker, J.A. van; Kühn, S. ; Bravo Rebolledo, E.L. - \ 2016
    Den Helder : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research report C091/16) - 50
    fulmarus - sea birds - wastes - water pollution - marine environment - monitoring - netherlands - fulmarus - zeevogels - afval - waterverontreiniging - marien milieu - monitoring - nederland
    Monitoring en Evaluatie Pilot Zandmotor Fase 2 - Datarapport vogels en zeezoogdieren - 2015/2016
    Lagerveld, S. - \ 2016
    IMARES (Rapport / IMARES C074/16) - 8
    vogels - zeezoogdieren - zeevogels - monitoring - tellingen - recreatie - zandsuppletie - natuurontwikkeling - zuid-holland - birds - marine mammals - sea birds - monitoring - censuses - recreation - sand suppletion - nature development - zuid-holland
    In dit rapport wordt een overzicht gegeven van de telresultaten van vogels en zeezoogdieren op en nabij de Zandmotor in de periode van december 2015 tot en met april 2016. Ook is het aantal recreanten in deze periode geteld. In deze periode zijn drie tellingen uitgevoerd vanaf het strand op 29 december 2015, 11 februari 2016 en 28 april 2016 in drie telgebieden; ten zuiden, ter plaatse en ten noorden van de Zandmotor. Daarnaast zijn de aanwezige vogels geteld in/nabij de lagune en het meer op de Zandmotor.
    Flight height of seabirds : a literature study
    Jongbloed, R.H. - \ 2016
    IMARES (Report / IMARES C024/16) - 25
    sea birds - flight - height - animal behaviour - zeevogels - vliegen - hoogte - diergedrag
    Ship-based seabird and marine mammal survey pff Mauritania, 4 - 14 september 2015
    Camphuysen, C.J. ; Spanje, T.M. van; Verdaat, J.P. - \ 2015
    Den Burg [etc.] : NIOZ (Report / NIOZ etc. ) - 102
    monitoring - fauna - marine ecology - mauritania - sea birds - marine mammals - adverse effects - oil and gas industry - monitoring - fauna - mariene ecologie - mauritanië - zeevogels - zeezoogdieren - nadelige gevolgen - olie- en gasindustrie
    This report presents the first results obtained during the ship-based seabird and marine mammal surveys conducted between 4 and 14 September 2015 and must be seen as a preliminary analysis of the data and a further step in data collection. This cruise was part of the longer-term research project financed via the Programme “Biodiversity Gas and Oil” (BGO).
    Zwarte zee-eenden bij Texel, een reactie op overvloedig voorkomen van Ensis?
    Leopold, M.F. ; Asch, M. van; Dijkman, E.M. ; Goudswaard, P.C. ; Lagerveld, S. ; Verdaat, J.P. - \ 2015
    IJmuiden : IMARES Wageningen UR (Rapport / IMARES Wageningen UR C084/14) - 26
    zeevogels - eenden - foerageren - habitats - monitoring - noordzee - sea birds - ducks - foraging - habitats - monitoring - north sea
    Voor de Noordzeekust van de zuidpunt Texel (nabij Hoornderslag) verbleven in 2013 laat in het voorjaar record aantallen zwarte zee-eenden. In de eerste helft van 2014 werden opnieuw grote aantallen zwarte zee-eenden bij Texel geteld. Een dergelijke situatie kan alleen voortduren wanneer ter plaatse voldoende geschikt voedsel aanwezig is om aan de dagelijkse energiebehoefte van de vogels te voldoen. Wat dit voedsel precies was, kon vanaf de kust niet worden vastgesteld. Hoewel Ensis directus de voornaamste kandidaat was als het stapelvoedsel van de eenden voor de Texelse kust, gezien het recente voorkomen, zijn eerder bewezen functie als belangrijke voedselbron van zee-eenden en vissen en de lange benodigde hannestijden van zee-eenden bij het foerageren op deze prooisoort, gepaard gaand met kleptoparasitisme door meeuwen, zijn andere potentiële prooisoorten in de aanloop naar dit project ook overwogen.
    Verklarende factoren voor de verspreiding van alken en zeekoeten op de Bruine Bank: Project Aanvullende Beschermde Gebiede Noordzee
    Geelhoed, S.C.V. ; Bos, O.G. ; Burggraaf, D. ; Couperus, A.S. ; Lagerveld, S. - \ 2014
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C133/14) - 53
    zeevogels - vogels - monitoring - noordzee - natura 2000 - sea birds - birds - monitoring - north sea - natura 2000
    Begin 2014 zijn twee surveys uitgevoerd in het gebied rond de Bruine Bank. De surveys waren enerzijds gericht op het in kaart brengen van de verspreiding van vogels en anderzijds op het in kaart brengen van potentiele prooisoorten. Toetsing van deze schattingen samen met alle oudere beschikbare goede aantalsschattingen aan het vernieuwde beleidskader voor Natura 2000-gebieden leidt tot de conclusie dat de Bruine Bank kan worden aangewezen als een Natura 2000-gebied onder de Vogelrichtlijn.
    A first approach to deal with cumulative effects on birds and bats of offshore wind farms and other human activities in the southern North Sea
    Leopold, M.F. ; Boonman, M. ; Collier, M.P. ; Davaasuren, N. ; Jongbloed, R.H. ; Lagerveld, S. ; Wal, J.T. van der; Scholl, M.M. - \ 2014
    Den Burg : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C166/14) - 188
    regionale planning - windmolenpark - zeevogels - chiroptera - vogels - nadelige gevolgen - noordzee - regional planning - wind farms - sea birds - chiroptera - birds - adverse effects - north sea
    Around 100 offshore wind farms are scheduled to be operational by 2023 in the southern North Sea (51-56°N) alone. There may be two sides to this development in environmental terms: on the one hand this will help reduce CO2 emissions, on the other hand protected North Sea biota may be negatively impacted. This report considers the cumulative impact of all projected wind farms in the southern North Sea (by 2023) on birds and bats.
    Fulmar Litter EcoQO monitoring in the Netherlands - Update 2012 and 2013
    Franeker, J.A. van; Kuhn, S. ; Bravo Rebolledo, E. ; Meijboom, A. - \ 2014
    Den Burg : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C122/14) - 56
    fulmarus - zeevogels - afval - waterverontreiniging - nadelige gevolgen - microplastics - mariene gebieden - monitoring - fulmarus - sea birds - wastes - water pollution - adverse effects - microplastics - marine areas - monitoring
    Fulmars are purely offshore foragers that ingest all sorts of litter from the sea surface and do not regurgitate poorly degradable diet components like plastics. Initial size of ingested debris is usually in the range of millimetres to centimeters, but may be considerably larger for flexible items as for instance threadlike or sheetlike materials. Items must gradually wear down in the muscular stomach to a size small enough for passage to the intestines. During this process, plastics accumulate in the stomach to a level that integrates litter levels encountered in their foraging area for a period of probably up to a few weeks. The Dutch monitoring approach using beached fulmars was developed for international implementation by OSPAR.
    Ecologische kwetsbaarheidskaarten voor drijvende en gedispergeerde olie op de Noordzee
    Lange, H.J. de; Lanen, R. van; Boois, I.J. de; Foekema, E.M. ; Asch, M. van; Lahr, J. - \ 2013
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2477) - 49
    mariene gebieden - rampen - olieverontreinigingen - zeevogels - vissen - ecotoxicologie - noordzee - marine areas - disasters - oil spills - sea birds - fishes - ecotoxicology - north sea
    Bij calamiteiten op zee kan vrijkomende olie leiden tot ernstige ecologische effecten. De Landelijke Coördinatiecommissie Milieu (LCM) maakt bij de 24/7 advisering voor Rijkswaterstaat Zee en Delta gebruik van ecologische kwetsbaarheidskaarten bij het besluit om detergenten bij een olieverontreiniging in te zetten. De kaarten maken gebruik van verspreidingsgegevens van zeevogels en aanwezigheid van vissen (viseieren en -larven, en paaigebieden) en zijn bedoeld om direct, in het eerste uur na een olieverontreiniging, informatie te geven over wat te verwachten valt aan ecologische kwetsbaarheid op de locatie van het incident. Onderhavig rapport beschrijft de update van deze kaarten voor drijvende olie en het ontwikkelen van vergelijkbare kaarten voor gedispergeerde olie. Oil spills at sea can cause serious ecological effects. The National Coordination Committee on the Environment (LCM) uses ecological vulnerability maps in its 24/7 advice for Rijkswaterstaat Sea and Delta. These maps are used in the decision whether or not to deploy detergents. The maps use monitoring data of seabirds and fish (abundance of fish eggs and larvae and presence of spawning grounds) and are intended to provide information on the ecological vulnerability at the location of the incident. The present report describes the update of these maps for oil slicks, and the development of similar maps for dispersed oil.
    Alken en Zeekoeten op het Friese Front
    Bemmelen, R.S.A. van; Arts, F. ; Leopold, M.F. - \ 2013
    Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C160/13) - 42
    zeevogels - habitatrichtlijn - natura 2000 - vogels - monitoring - populatiedynamica - noordzee - sea birds - habitats directive - natura 2000 - birds - monitoring - population dynamics - north sea
    Het Friese Front, zoals omschreven en geografisch aangeduid in het rapport van Lindeboom et al. (2005) zal worden aangewezen als Vogelrichtlijngebied, c.q. Natura 2000 gebied. Eén belangrijke reden voor de aanwijzing is de aanwezigheid, in zomer, nazomer en herfst, van internationaal belangrijke aantallen Zeekoeten Uria aalge. Vanwege de bijzondere status van het gebied is het belangrijk om te weten welke aantallen Zeekoeten het gebied bezoeken en wat de trends in aantallen zijn. Nederland moet hierover in de toekomst aan de Europese Commissie rapporteren. In dit rapport wordt informatie van eerder uitgevoerde ESAS scheepstellingen (1987-2011) aangevuld met een recente integrale scheepstelling van het Friese Front (oktober-november 2012), gekoppeld aan de tweemaandelijks uitgevoerde MWTL vliegtuigtellingen.
    Voldoen de aantallen Grote Jagers aan de drempelwaarde voor kwalificatie van Friese Front als Vogelrichtlijngebied?
    Geelhoed, S.C.V. ; Leopold, M.F. ; Bemmelen, R.S.A. van; Lindeboom, H.J. - \ 2013
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C140/13) - 11
    zeevogels - habitats - wildbescherming - vogelrichtlijn - noordzee - sea birds - habitats - wildlife conservation - birds directive - north sea
    Het Friese Front staat op de nominatie om aangewezen te worden als Vogelrichtlijngebied, vanwege grote aantallen Zeekoeten die daar, met jongen, in de zomer verblijven. Een tweede vogelsoort, de Grote Jager, kwalificeert zich wellicht ook, maar er bestaat onduidelijkheid over de aantallen die van het gebied gebruik maken en of deze de drempelwaarde voor kwalificatie als doelsoort voor een Vogelrichtlijngebied overschrijden. Onderzocht is of de aantallen Grote Jagers op het Friese Front met zekerheid voldoende zijn om deze soort te kwalificeren voor opname in het Aanwijzingsbesluit Friese Front.
    Fulmar Litter EcoQO monitoring along Dutch and North Sea coasts - Update 2010 and 2011
    Franeker, J.A. van - \ 2013
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C076/13) - 61
    fulmarus - zeevogels - ecotoxicologie - mariene gebieden - afval - noordzee - fulmarus - sea birds - ecotoxicology - marine areas - wastes - north sea
    Zwerfvuil op zee veroorzaakt ernstige economische en ecologische schade. De economische gevolgen zijn het grootst voor kustgemeentes, toerisme, scheepvaart en visserij. Dieren komen om of lijden door verstrikking in, of het opeten van afval, waarbij microscopisch kleine stukjes mogelijk gevolgen hebben voor hele voedselketens tot het niveau van de menselijke consument. In het Noordzeegebied werd het probleem van zwerfvuil duidelijk erkend toen de aangrenzende landen in 2002 besloten om OSPAR de opdracht te geven zwerfafval op te nemen in het systeem van ‘Ecologische Kwaliteits Doelstellingen (EcoQOs). In die periode werd in Nederland al graadmeter onderzoek verricht om zwerfvuil op zee te monitoren aan de hand van de hoeveelheid plastic afval in magen van een zeevogel, de Noordse Stormvogel (Fulmarus glacialis). Stormvogels fourageren alleen op open zee, en eten allerlei soorten afval van het zeeoppervlak en spugen onverteerbare delen zoals plastic niet uit in de vorm van braakballen.
    Windenergie binnen 12 mijl in relatie tot ecologie
    Leopold, M.F. ; Dijkman, E.M. ; Winter, H.V. ; Lensink, R. ; Scholl, M.M. - \ 2013
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C034b/13) - 87
    windenergie - windmolens - mariene gebieden - zeevogels - vissen - zeezoogdieren - habitats - natuurwaarde - noordzee - voordelta - wind power - windmills - marine areas - sea birds - fishes - marine mammals - habitats - natural value - north sea - voordelta
    Binnen de 12-mijlszone komen diverse biota in relatief hoge dichtheden voor. Toch is er diversiteit binnen deze zone, met de hoogste natuurwaarden op relatief geringe afstand tot de kust (
    Monitoring en Evaluatie Pilot Zandmotor Fase 2 - Data rapport vogels en zeezoogdieren rond de Zandmotor. December 2011 - April 2012
    Witte, R.H. ; Wijsman, J.W.M. - \ 2012
    Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES C136/12) - 25
    zandsuppletie - kustbeheer - natuurbeheer - natuurontwikkeling - zeevogels - zeezoogdieren - monitoring - zuid-holland - sand suppletion - coastal management - nature management - nature development - sea birds - marine mammals - monitoring - zuid-holland
    In dit rapport wordt een overzicht gegeven van de telresultaten van vogels en zeezoogdieren op en nabij de Zandmotor in de periode van december 2011 tot april 2012. In deze periode zijn er 3 tellingen uitgevoerd op 28 december 2011, 16 februari 2012 en 11 april 2012 in 3 telgebieden ten zuiden, ter plaatse en ten noorden van de Zandmotor. Tevens is er data verzameld van de individuele losse waarnemingen voor het telgebied Ter Heijde-Zandmotor.
    Responses of Local Birds to the Offshore Wind Farms PAWP and OWEZ off the Dutch mainland coast
    Leopold, M.F. ; Bemmelen, R.S.A. van; Zuur, A.F. - \ 2012
    Den Burg : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C151/12) - 108
    windmolens - windmolenpark - noordzee - fauna - zeevogels - nadelige gevolgen - windmills - wind farms - north sea - fauna - sea birds - adverse effects
    Offshore wind turbines are an alien element at sea, a “landscape” that is normally wide and open. Large, turning turbines might affect the local seabirds, that are dependent on the sea. One of the possible effects of offshore wind farms might be that the seabirds will be displaced from the sites, which would mean habitat destruction or at least habitat degradation for this group. All seabirds, being migratory, are protected under the EU Birds Directive. Yet, there are no studies into the question where wind farms should best be built (with respect to seabirds) or how they should be designed to minimize disturbance. This study compares the effects of two wind farms of different design in close proximity of each other. PAWP has a much higher turbine density (4.3 turbines / km2) than OWEZ (1.3/km2). This difference in turbine density probably constitutes the main difference in design between PAWP and OWEZ. The turbines deployed in PAWP (n=60) are Vestas V80 - 2 MW, at 59 m above mean sea level (amsl), with a rotor diameter of 80 m. Those in OWEZ (n=36) are Vestas V90 - 3MW turbines at 70 m amsl, with a rotor diameter of 90 m.
    Cruise report seabird and cetacean survey Saba bank expedition October 2011
    Geelhoed, S.C.V. ; Verdaat, J.P. - \ 2012
    Den Burg : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C062/12) - 13
    zeezoogdieren - zeevogels - mariene ecologie - saba - sint-maarten (eiland) - sint eustatius - marine mammals - sea birds - marine ecology - saba - saint martin (island) - sint eustatius
    In October 2011 an expedition took place to the Saba Bank, on board of the ship the Caribbean Explorer II. Main aim of the expedition was collecting data on underwater fauna and coral reefs. Apart from that data were collected on nutrients, water flow, sponges and seabirds and marine mammals. Data on the last group were collected by deploying acoustic data loggers, and by means of visual surveys. These visual surveys were conducted whenever the other activities permitted it. This cruise report presents an brief overview of the results obtained during the October 2011 survey. It contains a short day to day report, a full list of all birds, mammals and particular pieces of floating matter seen, and a brief presentation of the results. Furthermore the report contains a brief account of observed birds on Sint Maarten, since published accounts on the birdlife of the island are scarce.
    Monitoring en Evalutie Pilot Zandmotor Fase 2 Meetplan Zeevogels
    Witte, R.H. ; Wijsman, J.W.M. - \ 2011
    Den Helder : IMARES / Deltares (Rapport / IMARES C165/11) - 12
    zandsuppletie - kustbeheer - natuurontwikkeling - natuurbeheer - zeevogels - monitoring - zuid-holland - sand suppletion - coastal management - nature development - nature management - sea birds - monitoring - zuid-holland
    Dit meetplan beschrijft de werkwijze van de monitoring van zeevogels op en rond de Zandmotor. Het gaat in op de meet- en observatiemethoden, de locaties en locatiekeuzes, monitoringsfrequentie, en hoe de kwaliteitsborging van de meetgegevens wordt uitgevoerd.
    Local Birds in and around the Offhore wind Farm Egmond aan Zee (OWEZ)
    Leopold, M.F. ; Dijkman, E.M. ; Teal, L.R. - \ 2011
    Den Burg : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C187/11) - 176
    zeevogels - windenergie - nadelige gevolgen - noordzee - sea birds - wind power - adverse effects - north sea
    This report presents the final results of a four-year study of seabird distribution patterns in and around the first offshore wind farm in Dutch North Sea waters. This wind farm, known as OWEZ (Offshore Wind farm Egmond aan Zee) is situated 10 - 18 km off the Dutch mainland coast, northwest of the port of IJmuiden
    Voedselkeuzes en draagkracht: de mogelijke consequenties van veranderingen in de draagkracht van Nederlandse kustwateren op het voedsel van schelpdieretende wad- en watervogels
    Smit, C.J. ; Brinkman, A.G. ; Ens, B.J. ; Riegman, R. - \ 2011
    Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C155/11) - 197
    wadvogels - zeevogels - populaties - voedselketens - voedsel - voedselvoorziening - ecosystemen - habitats - natuurbeleid - kustwateren - voedselvoorkeuren - wildbeheer - waddenzee - noordzee - wadden sea birds - sea birds - populations - food chains - food - food supply - ecosystems - habitats - nature conservation policy - coastal water - food preferences - wildlife management - wadden sea - north sea
    De Waddenzee en de Noordzeekustzone zijn aangewezen als Natura2000-gebieden. Naast een verplichting tot instandhouding is voor de Waddenzee een verbeterdoelstelling geformuleerd voor de schelpdieretende vogelsoorten Eider (als broedvogel en als niet-broedvogel), Topper, Kanoet, Scholekster en Steenloper (voor deze soorten als niet-broedvogel). Voor de Noordzeekustzone zijn voor schelpdieretende kustvogels en voor de aangewezen habitattypen alleen behoudsdoelstellingen geformuleerd. Anno 2010 voldoen de populaties van de Topper, de Kanoet en de Steenloper aan de Instandhoudingsdoelstellingen voor de Waddenzee. De aantallen van de Eider en de Scholekster liggen lager dan de geformuleerde doelstellingen. In de Noordzeekustzone liggen de aantallen Zwarte Zee-eenden, Eiders en Scholeksters onder de geformuleerde Instandhoudingsdoelstellingen. Voor de Kanoet werden deze gehaald tussen 1999-2000 en 2003-2004 maar de actuele situatie is onduidelijk. Gedurende de laatste decennia waren verscheidene factoren van belang voor de aantalsontwikkeling van de meeste schelpdieretende vogelsoorten. Het toenmalige Ministerie van LNV (nu EL&I) heeft in 2008 aan IMARES vragen gesteld die in het kader van een zogenaamd BO-project moesten worden beantwoord. Voor de belangrijkste soorten schelpdieretende vogels (de hierboven genoemde soorten plus de Zwarte Zeeeend) gaat het om de volgende vragen: In hoeverre is het benodigde voedsel aanwezig? Is het beschikbare voedsel van voldoende kwaliteit? Is het preferente voedsel beschikbaar en bereikbaar? Krijgen de vogels voldoende gelegenheid om het voedsel ook te bemachtigen (onder invloed van ecologische en antropogene factoren)? Deze basisvragen zijn door het Ministerie voor de 6 te onderzoeken vogelsoorten (Eider, Zwarte Zeeeend, Toppereend, Scholekster, Kanoet en Steenloper) vertaald naar de in Hoofdstukken 3 t/m 8 weergegeven kennisvragen per soort. Deze richten zich vooral op de voedselecologie van de genoemde schelpdieretende soorten. De centrale vraag die in dit rapport wordt besproken is in hoeverre de condities binnen de Waddenzee en de Noordzeekustzone van invloed zijn of kunnen zijn op de populatieomvang van de genoemde soorten. De belangrijkste factoren die hierop invloed kunnen hebben zijn habitatgeschiktheid en voedselvoorziening. Habitatgeschiktheid is in deze gebieden vooral gekoppeld aan de aanwezigheid van geschikte leefgebieden en verstoring, voedselvoorziening aan de beschikbaarheid van voldoende hoeveelheden geschikte prooidieren.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.