Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 16 / 16

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Community-driven reconstruction in the Eastern Democratic Republic of Congo : capacity building, accountability, power, labour, and ownership
    Kyamusugulwa, P.M. - \ 2014
    Wageningen University. Promotor(en): Thea Hilhorst, co-promotor(en): Paul Richards; M. Mashanda. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789461739032 - 251
    bewonersparticipatie - reconstructie - ontwikkelingsprogramma - capaciteitsopbouw - gemeenschappen - politieke macht - sociale processen - democratische republiek kongo - community participation - reconstruction - development programmes - capacity building - communities - political power - social processes - congo democratic republic
    This PhD research focuses on community-driven reconstruction (CDR): the social dynamics of target communities in post-conflict eastern Congo. The main research question: how do social dynamics and power relations influence decision making and implementation of CDR and how do perceptions of local people and International Rescue Committee (IRC) staff shape development in the communities of Burhinyi, Luhwindja and Kaziba?
    Entangled realities and the underlife of a total institution : an ethnography of correctional centres for juvenile and young offenders in Accra, Ghana
    Ayete-Nyampong, L.A. - \ 2013
    Wageningen University. Promotor(en): Leontine Visser, co-promotor(en): Roy Gigengack. - S.L. : s.n. - ISBN 9789461735126 - 209
    gevangenissen - gedetineerden - etnografie - sociale processen - jongvolwassenen - jeugd - ghana - afrika - correctional institutions - prisoners - ethnography - social processes - young adults - youth - ghana - africa
    Drijfveren, sociaal kapitaal en strategie van collectieve burgeracties tegen grote landschappelijke ingrepen
    Groot, M. de; Salverda, I.E. ; Dam, R.I. van; Donders, J.L.M. - \ 2012
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-rapport 117) - 96
    landschap - overheidsbeleid - burgers - regionale planning - sociale processen - perceptie - interviews - landscape - government policy - citizens - regional planning - social processes - perception - interviews
    In dit onderzoek worden de drijfveren, het sociaal kapitaal en de strategie van vier actiegroepen beschreven die in verweer zijn gekomen tegen grootschalige ingrepen in het landschap: Red ons bos, Werkgroep Zwartendijk, Bewonersvereniging Horstermeerpolder en Actiecomité Horstermeerpolder. Uit interviews met de actievoerders blijkt dat hun identificatie met het landschap en hun ideologie over natuur belangrijke drijfveren zijn. Uit deze drijfveren volgt een boosheid die de uiteindelijke ‘trigger’ is om in verzet te komen. Bij ingrepen in cultuurlandschappen is de collectieve identiteit van de groep grotendeels gebaseerd op de cultuur van de lokale gemeenschap en de historie van het landschap. Dit is vooral het geval bij de Horstermeerpolder omdat de burgers daar in het gebied wonen. De actiegroepen in de Horstermeerpolder en Werkgroep Zwartendijk komen voort uit een hechte gemeenschap en vinden informatie en aanhang vooral via sociale contacten. Red ons bos maakt hiervoor gebruik van internet. Alle actiegroepen benadrukken vooral objectiverende argumenten. Trefwoorden: actiegroep, drijfveren, sociaal kapitaal, strategie, burgerinitiatief
    Gedreven streven voor natuur en landschap : over actiegroepen van burgers tegen grote landschappelijke ingrepen
    Groot, M. de; Salverda, I.E. ; Dam, R.I. van; Donders, J.L.M. - \ 2012
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-paper 19) - 8
    landschap - overheidsbeleid - burgers - regionale planning - sociale processen - perceptie - interviews - landscape - government policy - citizens - regional planning - social processes - perception - interviews
    Veel Nederlanders voelen zich betrokken bij natuur en landschap. Zij zetten zich in voor het natuurbehoud door donaties of vrijwilligerswerk. De overheid stimuleert de betrokkenheid van burgers en het huidige kabinet benadrukt de behoefte aan bevlogen mensen die verantwoordelijkheid nemen voor het landschap. Maar wat als deze bevlogen mensen het niet eens zijn met het overheidsbeleid? De betrokkenheid bij natuur en landschap kan zich net zo goed tegen de overheid keren. Hoewel het meestal een kleine groep is die zich verzet, bepaalt deze vaak wel het beeld naar buiten toe van een bevolking die het ‘niet pikt’. WOt-paper 19 gaat over burgergroepen die in verzet komen tegen ingrepen in het landschap en wat hun invloed is op de beeldvorming en het planproces.
    Samen eten doet goed!
    Meeusen, M.J.G. ; Voordouw, J. ; Berg, I. van den; Ruissen, A. - \ 2012
    Den Haag : LEI, onderdeel van Wageningen UR (Rapport / LEI : Onderzoeksveld Consument & gedrag ) - ISBN 9789086155774
    buitenshuis eten - eten - voedsel - restaurants - sociale processen - gezondheid - bewonersparticipatie - eating out - eating - food - restaurants - social processes - health - community participation
    Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het ministerie van Economische Zaken, Innovatie en Landbouw (EL&I) willen weten welke rol 'samen eten' kan spelen in het verbeteren van de gezondheid van mensen. De invloed van 'samen eten' is onderzocht door het concept van Resto VanHarte te doorgronden. Resto VanHarte wil de leefbaarheid in wijken en steden in heel Nederland verbeteren. Ze heeft daartoe eetgelegenheden georganiseerd waar mensen van diverse leeftijden, religies en culturen makkelijk naar toe kunnen. Eerst is literatuuronderzoek uitgevoerd. Vervolgens is kwalitatief onderzoek onder 37 bezoekers van Resto VanHarte uitgevoerd. Ook zijn vijf managers en horecacoördinatoren van Resto VanHarte geïnterviewd. Daarna is een vragenlijst onder de bezoekers van Resto VanHarte uitgedeeld, waar 286 mensen op hebben gereageerd.
    Jaarverslag 2007 Kennisbasisthema 'Transitieprocessen, instituties, bestuur en beleid'
    Poppe, K.J. - \ 2008
    Den Haag : LEI - 10
    bestuur - beleid - kennissystemen - sociale processen - administration - policy - knowledge systems - social processes
    Dit document omvat het jaarverslag van het kennisbasisthema 'Transitieprocessen, instituties, bestuur en beleid'. Het schetst een globaal beeld van het gehele thema, gebaseerd op de voortgang van de onderliggende projecten in 2007. Daarmee refereert dit verslag aan de opbouw en instandhouding van een kerncompetentie die voor alle stakeholders van Wageningen UR van belang is. Tegelijk beschrijft het verslag ook de (mogelijke) impact van de nieuwe projectresultaten op markt, beleid, wetenschap. De genoemde kerncompetentie is: In staat zijn om veranderingen in beleid, instituties en gedrag zichtbaar, begrijpelijk en liefst ook toepasbaar te maken door creatieve ideeën te ontwikkelen voor innovaties van producten, processen en samenwerking
    De Tango methode
    Anonymous, ; Wielinga, H.E. - \ 2008
    communication - networking - decision making - cooperation - public-private cooperation - group processes - social processes - conflict management - groningen - Netherlands
    Jaarverslag 2006 Kennisbasisthema 'Transitieprocessen, instituties, bestuur en beleid'
    Poppe, K.J. - \ 2007
    Den Haag : LEI - 8
    bestuur - beleid - kennissystemen - sociale processen - administration - policy - knowledge systems - social processes
    Dit document omvat het jaarverslag van het kennisbasisthema 'Transitieprocessen, instituties, bestuur en beleid'. Het schetst een globaal beeld van het gehele thema, gebaseerd op de voortgang van de onderliggende projecten in 2006. Daarmee refereert dit verslag aan de opbouw en instandhouding van een kerncompetentie die voor alle stakeholders van Wageningen UR van belang is. Tegelijk beschrijft het verslag ook de (mogelijke) impact van de nieuwe projectresultaten op markt, beleid, wetenschap. De genoemde kerncompetentie is: In staat zijn om veranderingen in beleid, instituties en gedrag zichtbaar, begrijpelijk en liefst ook toepasbaar te maken door creatieve ideeën te ontwikkelen voor innovaties van producten, processen en samenwerking
    Vital Differences : on public Leadership and societal innovation
    Termeer, C.J.A.M. - \ 2007
    Wageningen : Wageningen Universiteit - 48
    bestuur - leiderschap - sociale verandering - innovaties - kennis - onderzoek - participatie - regionale ontwikkeling - bestuurskunde - sociale processen - systeeminnovatie - governance - administration - leadership - social change - innovations - knowledge - research - participation - regional development - public administration - social processes - system innovation - governance
    Under the denominator of transitions or sometimes even system innovations, significant processes of change are in progress. When these processes affect major social tasks such as sustainable development, it is referred to as 'societal innovation'. For example innovations like space for rivers, care farms, Greenport Venlo, agroparks, ‘Healing Hills’ (‘Helende Hellingen’) or the Oostervaardersplassen lakes. In this speech Katrien Vermeer concentrates mainly on analyzing the dynamics behind these processes of change of societal innovation. She is particularly interested in what the government actors contribute to this, from her position in the field of study into public administration
    Paradise in a Brazil nut cemetery : sustainability discourses and social action in Pará, the Brazilian Amazon
    Otsuki, K. - \ 2007
    Wageningen University. Promotor(en): Jandouwe van der Ploeg, co-promotor(en): Alberto Arce. - [S.l.] : s.n. - ISBN 9789085046837 - 255
    ontwikkelingsstudies - duurzaamheid (sustainability) - ontbossing - nederzetting - natuurlijke hulpbronnen - hulpbronnenbeheer - etnografie - sociale structuur - gemeenschappen - brazilië - amazonas - sociale processen - development studies - sustainability - deforestation - settlement - natural resources - resource management - ethnography - social structure - communities - brazil - amazonas - social processes
    This book is about sustainable development and deforestation in the Brazilian Amazon. It explores how Amazonian settlers construct their life in a settlement project and how this process accompanies the landscape change in the southeast of Pará State. The book critically examines discourses of sustainable development and natural resource management for the institutionalism and insufficient dealings with the settlers’ everyday practice of forest clearing. The study demonstrates rich social and political life of the settlers in ethnographic details and shows flexible community boundaries of settlement projects. Deforestation and sustainable development in the Amazon cannot be discussed without understanding changeable social and physical spaces from the settlers’ standpoint. This book further elaborates a critical account of development projects and international cooperation programs promoting sustainable development in the Amazon, based on the author’s own experience.
    Constructies van beton; & Iemand die tegen zijn hond zegt: 'vlieg'
    Duineveld, M. ; Koedoot, M. ; Lengkeek, J. - \ 2004
    Wageningen : WU, Leerstoelgroep Sociaal-ruimtelijke analyse - ISBN 9789067548168 - 92
    cultureel erfgoed - oude monumenten - historische plaatsen - landschap - ruimtelijke ordening - sociale processen - cultuurlandschap - cultural heritage - ancient monuments - historic sites - landscape - physical planning - social processes - cultural landscape
    Changing forest management strategies in Sudan : a challenge for forestry educational systems
    Mahir, S.S. - \ 1996
    Agricultural University. Promotor(en): W. van den Bor; N.G. Röling. - S.l. : Mahir - ISBN 9789054854951 - 263
    bosbouw - bosbedrijfsvoering - theorie - duurzaamheid (sustainability) - opbrengsten - bosbouwkundige handelingen - sociale economie - voorlichting - onderwijs - sociale bosbouw - landgebruik - pachtstelsel - bebossing - inheemse kennis - sociale verandering - sudan - sociale processen - forestry - forest management - theory - sustainability - yields - forestry practices - socioeconomics - extension - education - social forestry - land use - tenure systems - afforestation - indigenous knowledge - social change - sudan - social processes

    This study is an effort to understand the way various categories of social actors go about their interaction with the management of forest resources in Sudan. By providing an overview and description of the motives, perceptions, and management objectives and strategies of social actors, the study tries to contribute towards better understanding of the social, economic and cultural factors influencing the resource management. The specific objectives of this study include:
    (1) Investigation of how social actors interact with forest resources in an era of rapidly changing conditions.
    (2) Get a better understanding of how changes in management objectives and strategies are influencing and are influenced by knowledge processes.
    (3) Analyze present forestry education's curriculum.
    (4) Explore possibilities of incorporating what we learn during the course of this study to propose a model for development of curriculum for forestry education in Sudan.

    This dissertation is written on the basis of empirical data collected from various individuals, groups and institutions involved in forest resources management in Sudan. The field work for the study was carried out mainly in the Central region of Sudan. However, the author's own experiences and those of other officials who worked in other locations, made the scope of the study not limited to geographical boundaries of the region.

    For the data collection, a combination of methodological instruments such as discussions, semi-structured interviews and participant observation, were used iteratively. Besides, taking a social actor as a unit of analysis, the study has used a hybrid of the systems' and the actors' perspectives as the main analytical tool.

    The main findings of this study indicate that:

    First, whereas, a forest is the unit of concern for officials, it is the tree which draws villagers' attention more than the forest as such. However, in general social actors see trees and forests as sources and signs of life. Besides, various actors attach different social, economic and/or cultural meanings to trees/forests. Consequently, they develop varying management objectives and strategies. In this regard, this study shows that similarity between foresters' and villagers' objectives is the exception rather than the rule. Foresters' management objectives are focused on management of forests for provision of forest goods and services for the nation, whereas villagers keep trees for social-cultural-spiritual-economic reasons, but rarely for firewood alone. Sometimes, what is important for villagers is seen as of 'minor importance' to foresters.

    Second, villagers traditionally, did not care about ownership of forests. However, ownership of valued-trees was well known. Notwithstanding such a situation, the government in Sudan intervened to manage the resource. Nonetheless, abolishment of the traditional Native Administrative system together with many other factors led to the situation where the state was unable to manage the resources on a sustainable basis. Hence, some of the tree/forest resources acquired the characteristics of the unowned, none-property resources.

    Third, most of the foresters see forest management mainly as consisting of a series of context-free technical activities, while villagers perform trees/forests management as part and parcel of their overall land use.

    Fourth, this study exposes social actors' appreciation concerning positive changes in each other's attitudes and behaviours and their willingness to manage forest resources jointly. Nevertheless, villagers and their leaders as well as officials have to be aware of and prepared for their new rights and responsibilities.

    Fifth, this study manifests that the formal forestry knowledge in Sudan is based on the assumption that wood is the main product. In most of their experiments forestry researchers look mainly into wood, and did not pay enough attention to non-timber- products. In addition, extension officers tend to disseminate unified, ready-made messages to various clients' segments. As well, in spite of the shown appreciation of local people's forestry knowledge, foresters rarely take villagers' observations and comments seriously.

    Sixth, women are becoming increasingly involved in forestry activities and the number of female foresters is increasing. Taking into consideration the fact that the rural Sudanese culture in many places does not allow easy interaction between male extension officers and village women, the need for female forestry extension officers seems to be well understood.

    Seventh, the following are among the learning points in relation to villagers' knowledge activities as depicted from this study:
    (1) For villagers researching and learning are inseparable. Deploying their surrounding environment in its totality, villagers carefully observe and learn experientially.
    (2) Local people's knowledge is embedded into different kinds of rituals and spiritual beliefs.
    (3) Villagers do not tend to reach to consensus and unified kind of knowledge and solutions.
    (4) Villagers normally exchange information among themselves during greetings; direct and indirect asking; certain occasions and locations such as funerals, market places and days, and religious/cultural feasts.

    Eighth, the findings of this study reveal that none of social actors alone has the technical/managerial capacity pertinent to sustainable management of forest resources. The necessary knowledge base is rather fragmented and unevenly scattered among different actors. Hence, we argued that in the absence of a suitable knowledge and information system, appropriate management of forest resources will be difficult. Forestry education has a role to play in facilitation of such knowledge and information system. Nonetheless, many economic, didactical and organizational problems remain as constraints for present institutions to perform better roles.

    Ninth, the results of this study came to support the idea that education is but one element which influences foresters' attitudes and behaviour. In reality, foresters' performance is determined by a composite of inter-related factors such as the work environment. Under the prevailing situation, learners and educators have neither enough time nor good motivation for creation of favourable learning environments.

    The main recommendations of this study are:
    (1) Foresters should take other social actors' perceptions, knowledge and management objectives into consideration when deciding about official management objectives and strategies.
    (2) Forestry educational institutions will and should have a role to play in facilitating various forest resources managers getting around a platform and discuss, learn and coordinate their resources to manage the resources on a sustainable basis. However, before being able to play such a role, they should start to see their roles as "experts' bureaux", but instead try to develop networking institutions.
    (3) Moreover, in an era of fast change, forest managers should learn more about learning. Nevertheless, to facilitate such kinds of learning, forestry educational institutions need to restructure their curricula involving other social actors and create channels for ongoing monitoring.
    (4) However, all the above mentioned requirements will be of limited effect in the absence of an overall conducive environment. Again, educators should not wait for these improvements to come, instead they should work very hard for the creation of such a conducive educational and learning environment.

    As a contribution towards development of such educational and learning environment, a model for forestry curriculum development has been proposed.

    Sowing the good seed : the interweaving of agricultural change, gender relations and religion in Serenje District, Zambia
    Seur, H. - \ 1992
    Agricultural University. Promotor(en): N.E. Long. - S.l. : Seur - 474
    agrarische bedrijfsvoering - innovaties - sociale verandering - rollen (functie) - sociale status - sociologie - huishoudens - sociale klassen - boeren - sociale wetenschappen - landbouw - vrouwen - zambia - sociale processen - sekten - farm management - innovations - social change - roles - social status - sociology - households - social classes - farmers - social sciences - agriculture - women - zambia - social processes - sects

    In de periode 1963-64 verrichtte Norman Long onderzoek in een rurale gemeenschap in Chibale Chiefdom, een van de Lala Chiefdoms in Serenje District, Zambia. Zijn onderzoek richtte zich voornamelijk op de analyse van de differentiële reacties van verschillende groepen op veranderende agrarische, sociale en economische omstandigheden alsmede op interventie door de koloniale overheid.

    Een belangrijk thema in Long's werk was de vraag waarom de Jehovah's Getuigen (die in die dagen 19% van de volwassen bevolking uitmaakten) meer nog dan andere boeren in het gebied er toe geneigd waren om na de introductie van de dierlijke tractie en de ploeg alsmede de invoering van Turkse tabak als handelsgewas, nieuwe sociaal-economische rollen te ontwikkelen (Long 1984: 4). Long vroeg zich tevens af op welke wijzen de Jehovah's Getuigen in staat waren ruimte voor zichzelf te creëren met als doel 'projecten' uit te voeren die soms lijnrecht stonden tegenover de belangen en politiek van de koloniale overheid. In Social Change and the Individual toont Long aan dat de Jehovah's Getuigen succesvoller bleken in het opzetten van stabiele en gezonde agrarische bedrijven omdat:
    'zij zich gemakkelijker wisten te onttrekken aan matrilineaire verwantschapsverplichtingen dan wel deze een nieuwe inhoud konden geven, terwijl zij tegelijkertijd additionele, op de kerk gebaseerde en moreel geaccepteerde, sociale netwerken ontwikkelden, zowel binnen als buiten het gebied. Deze sociale netwerken werden gemobiliseerd om problemen van tekorten aan arbeid, kapitaal en kennis van boerenbedrijfsvoering op te lossen.' (Long 1984: 5).

    Een ander thema, waaraan Long aandacht besteedde, was de verschillende wijzen waarop boeren reageerden op de verslechterende ecologische situatie en de wijzen waarop zij nieuwe technologische of organisatorische innovaties incorporeerden in hun bedrijven, vaak op een manier zoals die door de koloniale overheid niet was voorzien.

    Tijdens een kort bezoek aan Nchimishi in 1984 kwam Long tot de conclusie dat sinds zijn onderzoek het gebied enorme veranderingen had ondergaan. In het begin van de zestiger jaren was de ploeg slechts in gebruik bij 36.4% van de volwassen mannelijke bevolking, maar het scheen alsof nu een aanzienlijk groter gedeelte van de boeren deze technologie gebruikten. In 1964 was slechts 25% van de mannelijke bevolking actief geweest in de verbouw en verkoop van handelsgewassen, maar nu, 20 jaar later, waren duidelijk meer mensen overgeschakeld op een meer commerciële vorm van landbouw. Long ontdekte tevens dat alle boeren waren afgestapt van de verbouw van Turkse tabak, het belangrijkste handelsgewas gedurende de zestiger jaren. Nu verbouwden de meeste boeren hybride maïs. Ondanks de economische crisis waarin Zambia vanaf het midden van de jaren zeventig verkeerde en ondanks het feit dat de meeste winkels in het gebied (die in de vijftiger en zestiger jaren door teruggekeerde migranten waren geopend) verdwenen waren, was de welvaart van het gebied door de ontwikkelingen in de landbouw aanzienlijk toegenomen.

    De indrukken opgedaan tijdens dit korte verblijf in Nchimishi brachten Long op de gedachte dat het wellicht interessant zou zijn een 'restudy' van zijn eerder onderzoek te verrichten.
    Bij het schrijven van het onderzoeksvoorstel werd door ons daarom veel aandacht geschonken aan de voor- en nadelen die zich voordoen als men toegang heeft tot onderzoeksgegevens die betrekking hebben op hetzelfde gebied, dezelfde bedrijven en dezelfde respondenten.
    Zo besloten we bijvoorbeeld te onderzoeken of Jehovah's Getuigen, of netwerken die voor een groot deel bestaan uit Getuigen, wederom een belangrijke rol hebben gespeeld in het proces van agrarische verandering.
    Een ander thema dat onze interesse had, is de mate waarin boeren in staat bleken nieuwe technieken, methoden en gewassen te integreren in hun bedrijven en binnen het meer traditionele landbouwsysteem dat gebaseerd was op het werken met bijl en hak.
    Vervolgens wilden we nagaan in hoeverre de verspreiding van ossentractie en de ploeg kan worden toegeschreven aan interventie door de koloniale en Zambiaanse overheid, of meer gezien moet worden als het gevolg van een meer autonoom proces dat in gang is gezet door de boeren zelf.

    Tijdens onze zoektocht naar studies die de sociale, economische en ecologische gevolgen van de introductie van dierlijke tractie en de ploeg behandelen, bleek dat aan dit onderwerp tot nu toe weinig aandacht is besteed. Dit is verwonderlijk omdat de introductie en verspreiding van dierlijke tractie en de ploeg door veel onderzoekers, project medewerkers en overheden (in Afrika evenals in het Westen) als een belangrijk deel van de oplossing wordt gezien voor de problemen van ruraal Afrika, alsmede voor de voedsel problemen waarmee veel steden kampen. Veel literatuur draagt een wat 'impressionistisch' karakter en staat vol van generalisaties en veronderstellingen die niet worden ondersteund door gedetailleerd onderzoek. Gesteld wordt bijvoorbeeld dat de introductie van handelsgewassen, nieuwe landbouwmethoden en mechanisatie technieken vrijwel zonder uitzondering leidt tot de marginalisatie van vrouwen. Terwijl mannen zich concentreren op de cultivatie en verkoop van handelsgewassen trekken vrouwen zich terug in het huishouden enlof worden gedwongen zich (nog) meer te richten op de verbouw van voor het huishouden bestemde voedselgewassen, daarbij gebruik makend van meer traditionele technieken die geen of weinig kapitaalinvesteringen vereisen. In andere publicaties word beweerd, of vanuit gegaan, dat vrouwen worden gedegradeerd van zelfstandige boerin tot de onbetaalde, afhankelijke en uitgebuite hulpkracht van haar echtgenoot of van andere mannen binnen de gemeenschap. De overgang van een zelfvoorzienende naar een meer op de markt georiënteerde landbouw wordt daarom ook vaak gezien als de overstap van een 'female' naar 'male farming system'.

    Een ander thema dat onze belangstelling had betreft de wijd verspreide veronderstelling dat het matrilineaire systeem van verwantschap en vererving incompatibel is met een meer gemechaniseerde en commerciële landbouw, daar de ontwikkeling van dit type landbouw alleen kan plaats vinden als individuen permanente rechten op land en roerende goederen kunnen laten gelden.
    Kortom, een van de doelstellingen van het onderzoek was om de boven genoemde hypothesen en generalisaties te relateren aan de agrarische, economische en sociale veranderingen zoals die de afgelopen decennia zich in Nchimishi hebben voorgedaan.
    Een andere doelstelling van de 'restudy' was om over een langere periode de differentiële reacties van boeren op de introductie van innovaties en op andere veranderingen in de landbouw te traceren en analyseren. Daarnaast wilden we tevens de gevolgen van deze reacties op de verhoudingen en relaties binnen het huishouden, boerenbedrijf en 'extended family' onderzoeken.
    Tenslotte waren we geïnteresseerd of, en in welke mate, de introductie van de ploeg en dierlijke tractie, misschien tezamen met een aantal andere factoren, heeft bijgedragen tot het ontstaan van, of het richting geven aan veranderingsprocessen.

    Het boek is als volgt opgebouwd. Hoofstuk 1 schetst het onderzoeksprobleem. In hoofdstuk 2 wordt een benadering geïntroduceerd die het mogelijk maakt de differentiële sociale en economische reacties van boeren op de introductie van ossentractie en andere landbouwkundige innovaties te bestuderen en te analyseren. In dit hoofdstuk wordt het onderzoekprobleem gekoppeld aan de gehanteerde methodologie en centrale analytische concepten.

    Een beschrijving van de diverse teeltmethoden en gewassen alsmede van de verschillende landbouwtechnieken en methoden die door boeren in Nchimishi worden aangewend, is te vinden in hoofdstuk 3.
    Hoofdstuk 4 behandeld de introductie en geleidelijke verspreiding van de ploeg en een aantal door de overheid geïntroduceerde handelsgewassen. Door middel van een historische analyse wordt aangetoond dat boeren zeer goed in staat zijn een door de overheid geïntroduceerd pakket, bestaande uit een aantal gewassen, technieken, landbouw- methoden en bodembeschermingsmaatregelen, uit elkaar te nemen en de delen naar eigen inzicht te transformeren zodat ze ingepast kunnen worden binnen het bestaande bedrijfssysteem.

    Als gevolg van een sterke toename van de bevolkingdruk kunnen de bewoners van een gebied gedwongen worden op meer intensieve landbouwmethoden over te schakelen. In hoofdstuk 5 toon ik aan dat dit niet betekent, zoals door sommige onderzoekers wordt beweerd, dat boeren, indien de verkorting van braakperioden een bepaald niveau heeft bereikt, zich genoodzaakt zien over te stappen van de hak naar de ploeg.

    Boeren reageren op verschillende wijzen op landschaarste die veroorzaakt wordt door de snelle groei van de bevolking. De keuzes die zij maken met betrekking tot de adoptie van landbouwmethoden en technieken worden niet alleen beïnvloed door problemen die gerelateerd zijn aan landschaarste doch ook door een aantal in dit hoofdstuk beschreven economische en sociale motieven en veranderingsprocessen.

    In de literatuur worden de bedrijfseconomische voordelen van ossentractie en de ploeg meestal verklaard in termen van lopende kosten. Weinig aandacht is er voor de problemen die boeren ondervinden bij het vergaren van voldoende investeringskapitaal. Dit is waarschijnlijk te wijten aan de wijd verspreide veronderstelling dat als gevolg van een gerichte interventie door de overheid of ontwikkelingsprojecten - met andere woorden door het aanbieden van o.a. voorlichting, training, veterinaire voorzieningen en krediet - de verspreiding van ossentractie en de ploeg snel kan plaats vinden. Hoofdstuk 6 analyseert de problemen van jonge boeren die besloten hebben over te stappen op de ploeg en beschrijft hoe zij ondanks gebrek aan voorlichting en krediet faciliteiten toch in staat zijn binnen enkele seizoenen het benodigde kapitaal te vergaren. Het hoofdstuk laat tevens zien waarom verbeterde krediet voorzieningen niet hoeven te leiden tot de snellere adoptie en verspreiding van de ploeg.

    Hoofstuk 7 schetst een beeld van de economische differentiatie in het onderzoeksgebied. De verspreiding van ossentractie en de ploeg en de introductie van nieuwe gewassen hebben sterk bijgedragen tot dit differentiatie proces dat echter niet verklaard kon worden zonder een onderzoek naar de veranderende waarden, normen, en praktijken die verband houden met de vererving van goederen.

    Zoals reeds eerder werd gesteld, beweren (of veronderstellen) veel onderzoekers dat de introductie van handelsgewassen en landbouwmechanisatie uiteindelijk resulteren in een situatie waarin mannen de controle verwerven over productiemiddelen en het inkomen van hun familie of huishouden. In de hoofdstukken 8, 9 en 10 laat ik zien dat de introductie van cash crops en de ploeg niet hoeft te leiden tot de marginalisatie van vrouwen. Veel vrouwen in het gebied zijn actief in de verbouw en verkoop van mais en bonen, de twee belangrijkste voedsel en handelsgewassen. Indien men de positie van vrouwen in de landbouw wil begrijpen dient men niet alleen aandacht te hebben voor zaken die direct verband houden met agrarische productie en mag men er niet van uitgaan dat het huishouden de kleinst levensvatbare productie-eenheid is. De rol van vrouwen in de lokale economie en landbouw kan veelal alleen worden begrepen indien men vraagstukken met betrekking tot consumptie, distributie en ruil in de analyse betrekt. Ook kan de veranderende economische en sociale positie van vrouwen niet los gezien worden van andere veranderingsprocessen die de afgelopen decennia hebben plaats gevonden. Processen zoals de grootschalige migratie naar de steden van Copperbelt, de re-migratie die nu plaats vindt en het veranderende nederzettingen patroon.

    In veel literatuur die handelt over systemen van verwantschap en vererving wordt gesteld dat binnen de Afrikaanse context vrouwen die behoren tot matrilineaire etnische groepen veelal vervente verdedigers zijn van de matrilineaire ideologie en het traditionele verervingssysteem omdat deze hun meer zekerheden verschaffen. In matrilineaire samenlevingen, zo word gesteld, hebben vrouwen een betere toegang tot essentiele hulpbronnen zoals land en arbeid. In Nchimishi echter, kunnen vrouwen zeker niet worden aangemerkt als kritiekloze aanhangers van de traditionele matrilineaire ideologie. In tegendeel, veel vrouwen verwerpen belangrijke aspecten van het verwantschaps- en verervingssysteem omdat deze in hun ogen de recent verworven economische onafhankelijkheid van vrouwen aantast.

    In hoofstuk 11 onderzoek ik de veranderde relatie tussen vrouwen en voor zover deze verband houdt met de toegang tot, het gebruik van en de controle over bepaalde ruimten en sociale arena's. Het hoofdstuk laat zien hoe gedurende de afgelopen decennia vrouwen zich toegang hebben weten te verschaffen tot ruimten die in het verleden als het exclusieve domein van mannen werden beschouwd. Deze verandering wordt door zowel vrouwen als mannen gezien als een teken dat in Nchimishi de macht van vrouwen, zowel binnen het huishouden als daar buiten, is toegenomen ten koste van de invloed van mannen.

    In hoofdstuk 12 worden de veranderende praktijken met betrekking tot land behandeld. Ik toon aan dat boeren als gevolg van processen als de groei van de bevolking, het veranderde nederzettingen patroon en de introductie van de ploeg en nieuwe handelsgewassen een grotere waarde zijn gaan toekennen aan het land dat ze controleren enlof bewerken. Het sterk toegenomen aantal landconflicten toont dat land vandaag de dag word beschouwd als een schaarser wordende economische hulpbron. Boeren wenden een groot aantal strategieen aan om hun land te verdedigen en om de controle over nog ongebruikt land te verwerven. Ondanks het feit dat in het verleden het erven van land niet gebruikelijk was, heb ik tijdens het onderzoek verschillende malen waargenomen dat boeren controle over stukken land trachtten te verkrijgen door op een handige manier het traditionele matrilineaire ververvingssysteem te manipuleren en toe te passen op onroerende goederen.

    Hoofstuk 13 behandelt het verband tussen de religieuze ideologie van de Jehovah's Getuigen en de diverse stijlen van bedrijfsmanagement. Ik stel dat indien we de houding van veel Jehovah's Getuigen ten aanzien van hun boerenbedrijf willen doorgronden, we niet alleen de ideologie moeten analyseren doch tevens aandacht moeten hebben voor de wijzen waarop verschillende Getuigen bepaalde aspecten van hun doctrine interpreteren en er waarde aan toe kennen. Als we de landbouw en economie in ogenschouw nemen kan gesteld worden dat gedurende de zestiger jaren de Jehovah's Getuigen een prominente plaats in namen. Long laat in zijn werk zien dat veel Jehovah's Getuigen behoorden tot de categorie van meest innovatieve en voortuitstrevende boeren. Toen respondenten werden geconfronteerd met het werk van Long (Long 1968) en Weber (Weber 1989) werd duidelijk dat de minder vooraanstaande economische positie die de Getuigen vandaag de dag innemen voor een groot deel verklaard kan worden uit het feit dat de religieuze ethiek van deze groep sinds de zestiger jaren wezenlijke veranderingen heeft ondergaan.

    Hoofdstuk 14 analyseert de religieuze, sociale en economische differentiatie die bestaat binnen de gemeenschap van Jehovah's Getuigen.

    Het thema dat vrijwel alle hoofdstukken in dit boek verbindt betreft de sociale en economische consequenties van de introductie en verspreiding van ossentractie, de ploeg en de verbouw van handelsgewassen. Tevens bestaat een belangrijk gedeelte van dit boek uit een analyse van de diverse veranderingsprocessen die op hun beurt een invloed hebben gehad op deze ingrijpende veranderingen in de landbouw.

    Het voorspellen van sociale effecten van ruimtelijke veranderingen
    Klerks, R. - \ 1984
    Wageningen : Rijksinstituut voor Onderzoek in de Bos- en Landschapsbouw "De Dorschkamp" (Rapport / Rijksinstituut voor Onderzoek in de Bos- en Landschapsbouw "De Dorschkamp" no. 375) - 117
    sociale verandering - milieueffect - milieueffectrapportage - planning - ontwikkeling - sociaal gedrag - psychosociale aspecten - psychologie - sociologie - sociale ontwikkeling - sociale processen - natuur - social change - environmental impact - environmental impact reporting - planning - development - social behaviour - psychosocial aspects - psychology - sociology - social development - social processes - nature
    Sociale gevolgen en milieu-effectrapportage : een literatuurstudie
    Firet, M. - \ 1983
    Wageningen : "De Dorschkamp" (Rapport / Rijksinstituut voor Onderzoek in de Bos- en Landschapsbouw "De Dorschkamp" no. 306) - 80
    milieueffect - milieueffectrapportage - sociale verandering - bibliografieën - nederland - vs - sociale processen - environmental impact - environmental impact reporting - social change - bibliographies - netherlands - usa - social processes
    Een literatuurstudie op basis van Nederlandse en Amerikaanse literatuur
    Leefbaarheid en ruilverkaveling
    Volker, C.M. - \ 1982
    Wageningen : "De Dorschkamp" (Gevolgen van ruilverkaveling voor het landschap no. 3) - 171
    ruimtelijke ordening - landgebruik - ruilverkaveling - sociale verandering - sociologie - psychologie - mens - sociaal milieu - milieueffect - nederland - sociale processen - invloeden - physical planning - land use - land consolidation - social change - sociology - psychology - man - social environment - environmental impact - netherlands - social processes - influences
    Naast een globale sociologische probleemverkenning worden tevens de bevindingen, via enquete verkregen, uit twee ruilverkavelingen (Ruurlo en Zieuwent-Harrevelt) weergegeven
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.