Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 18 / 18

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Ontwikkeling blauwgrasland door plaggen in Oostelijke Vechtplassen : selectie op basis van ecopedologisch en bodemchemisch onderzoek
    Delft, S.P.J. van - \ 2014
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2550) - 47
    graslanden - plaggen steken - bodemchemie - grondwaterstand - fosfaat - ecologisch herstel - natuurontwikkeling - bodemonderzoek - natura 2000 - vechtstreek - utrecht - grasslands - sod cutting - soil chemistry - groundwater level - phosphate - ecological restoration - nature development - soil testing - natura 2000 - vechtstreek - utrecht
    Binnen Natura 2000-gebied de Oostelijke Vechtplassen is in het kader van LIFE project ‘New Life for Dutch Fens’ bodemonderzoek uitgevoerd naar geschikte locaties om met plaggen Blauwgrasland te ontwikkelen. Binnen een zoekgebied van 34,5 ha is eerst een selectie gemaakt van te onderzoeken percelen. Hiervoor zijn bodemtype, drooglegging en kwelverwachting vergeleken met de abiotische randvoorwaarden voor Blauwgrasland. Daarna is gedetailleerd veldonderzoek uitgevoerd in Hollands Ankeveen (0,51 ha) en Weersloot Oost (18,76 ha). Daarnaast is 1,65 ha in Het Hol onderzocht. Hierbij is een gedetailleerde bodem- en grondwatertrappenkaart gemaakt, zijn waterkwaliteitsmetingen gedaan en is het bodem- en pH-profiel beschreven op 22 locaties. Op deze locaties zijn bodemmonsters genomen van twee dieptes waaraan de fosfaattoestand is gemeten en beoordeeld. Door combinatie van deze gegevens en vergelijking met de abiotische randvoorwaarden is een knelpuntenanalyse uitgevoerd en een inrichtingsadvies opgesteld. Met name de fosfaattoestand is in de huidige situatie vaak ongeschikt, maar ook de vochttoestand is vaak aan de droge kant. Door afgraven van de bovengrond tot 20 à 30 cm kan ca. 13 ha beter geschikt gemaakt worden voor Blauwgrasland. Het valt te overwegen ook enkele percelen die al geschikt lijken toch ondiep af te plaggen om de vochttoestand verder te verbeteren
    Stikstofkringloop in kalkrijke en kalkarme duinbodems : en de implicaties daarvan voor de effectiviteit van plaggen
    Kooijman, A.M. ; Bloem, J. ; Cerli, C. ; Jagers Op Akkerhuis, G.A.J.M. ; Kalbitz, K. ; Dimmers, W.J. ; Vos, A. ; Peest, A.K. ; Kemmers, R.H. - \ 2014
    Driebergen : Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (OBN rapport 2014/OBN189-DK) - 87
    duingebieden - bodemchemie - stikstof - mineralisatie - ecologisch herstel - plaggen steken - natura 2000 - duneland - soil chemistry - nitrogen - mineralization - ecological restoration - sod cutting - natura 2000
    In dit rapport staat het Natura 2000 habitattype H2130, de Grijze duinen, centraal. In veel duingebieden is de hoge stikstof-depositie een probleem voor een gunstige staat van instandhouding van de Grijze duinen. In de herstelstrategie die binnen de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is uitgewerkt voor dit habitattype, staat o.a. de maatregel plaggen genoemd. In deze rapportage wordt onderzocht of plaggen de Grijze duinen minder gevoelig maakt voor stikstofdepositie en daarmee of deze maatregel effectief is. Voor het beheer van grijze duinen is het belangrijk meer inzicht te krijgen in de betekenis van N-opslag in de bodem en de rol van het bodemleven daarbij. Het in dit rapport beschreven onderzoek geeft antwoord op de vraag in welke mate micro-organismen en mesofauna, en uiteindelijk de opslag van N in organische stof in de bodem, een rol speelt bij de gevoeligheid van duinen voor N-depositie.
    Monitoring proefprojecten plaggen in naaldbos van de arme zandgronden : eindrapportage 2011
    Kemmers, R.H. ; Delft, S.P.J. van; Boxman, A.W. ; Veerkamp, M.T. - \ 2011
    Den Haag : Directie Kennis en Innovatie, Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (Rapport / DKI nr. 2011/OBN153-DZ) - 116
    plaggen steken - herstelbeheer - zandgronden - bossen - naaldbossen - bodemchemie - humusvormen - bosecologie - natura 2000 - sod cutting - restoration management - sandy soils - forests - coniferous forests - soil chemistry - humus forms - forest ecology - natura 2000
    In het kader van Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (OBN) heeft de Unie van Bosgroepen het proefproject “Plaggen in naaldbos op arme zandgronden” in uitvoering genomen. Omdat een dergelijke proefmaatregel monitoringplichtig is, werd in 2005 opdracht gegeven in een aantal bosopstanden het effect van de maatregelen te monitoren. Doel van het plaggen is de ruwe humus- en strooisellaag (L-, F- en H-horizont), met de grote hoeveelheden stikstof die zich daarin hebben geaccumuleerd, te verwijderen, waardoor de veel nutriëntarmere, open, minerale bodem aan het oppervlak komt. De vraag is of deze veranderingen in de abiotische omstandigheden leiden tot een herstel van de bosvitaliteit en de kenmerkende vegetatie met een grote soortenrijkdom van mossen, korstmossen en mycorrhiza-paddenstoelen
    Van witbolgrasland naar dotterbloemgrasland : verslag veldwerkplaats ----laagveen en zeeklei Wageningen, 30 juni 2010
    Hoek, D. van der - \ 2009
    S.n.
    graslanden - kwel - bodemchemie - soortenrijkdom - maaien - ecologisch herstel - plaggen steken - gelderse vallei - natuurbeheer - grasslands - seepage - soil chemistry - species richness - mowing - ecological restoration - sod cutting - gelderse vallei - nature management
    Verslag over de veldwerkplaats "laagveen en zeeklei" in Wageningen op 30 juni 2010. Bezocht werden het Blauwgrasland de Bennekomse Meent en Veenkampen, waar onderzoek wordt gedaan naar hoe je een dotterbloem- of blauwgraasland kunt terugkrijgen op voormalig landbouwgebied. De beste manier om soortenrijkdom en dotterbloemgrasland terug te krijgen op voormalige landbouwgrond is: locale kwel opwekken, plaggen, de akker enigszins bol leggen zodat regenwater er afloopt, instrooien met hooi uit een blauwgrasland, niet te veel water van boven inbrengen omdat dit tegendruk geeft aan de kwel, en minstens twee keer per jaar maaien. Vernatten, waarbij fosfaat vrijkomt, in combinatie met droogte in de zomer is niet erg: er ontstaan dan in de zomer krimpscheuren. Het fosfaat verdwijnt vervolgens bij de eerste regenbui met het regenwater door de scheuren. Je moet er rekening mee houden dat het herstel van soortenrijkdom langer duurt dan tien jaar en dat echt blauwgrasland niet zal terugkomen.
    Reptielen in de heide : verslag veldwerkplaats Droog zandlandschap Hoge Veluwe, 23 juni 2009
    Stumpel, T. ; Vogels, J. ; Delft, J. ; Leidekker, J. - \ 2009
    [S.l. : S.n. - 6
    reptielen - heidegebieden - zandgronden - habitats - natuurbescherming - plaggen steken - nationale landschappen - veluwe - reptiles - heathlands - sandy soils - habitats - nature conservation - sod cutting - national landscapes - veluwe
    Reptielen staan in Nederland onder druk. Een belangrijk habitat wordt gevormd door heide. Slangen en hagedissen stellen echter specifieke eisen aan hun leefgebied. Voor zes van de zeven hagedissen soorten die in Nederland voorkomen, is heide een belangrijk of het belangrijkste habitat. Wat maakt een heideveld wel geschikt als habitat? “ We maaien, branden, plaggen, zorgen voor paarse heide. Dat kan bij ons, doordat we zo’n grote oppervlakte hebben. Wel gaan we nu naar wat kleinschaliger beheer. Maar bovenal voeren we een consistent beheer, niet afhankelijk van waar toevallig subsidie voor is. Ik denk dat we het daarom zo goed doen wat reptielen betreft.” aldus Leidekker, hoofdbeheerder bij de Hoge Veluwe
    Bodemtype bepaalt effectiviteit plagbeheer in droge heidegebieden
    Hommel, P.W.F.M. ; Diemont, W.H. ; Waal, R.W. de - \ 2009
    Stratiotes 2009 (2009)38. - ISSN 0928-2297 - p. 5 - 17.
    heidegebieden - grassen - bodemtypen - evaluatie - plaggen steken - ecologisch herstel - natuurbeheer - heathlands - grasses - soil types - evaluation - sod cutting - ecological restoration - nature management
    Uitkomsten van ons onderzoek tonen aan dat behoud van 'paarse heide' op de relatief voedselrijke moderpodzolen (merendeel van de glaciale gronden van pleistoceen Nederland) alleen bij zeer intensief beheer mogelijk is. Plaggen van vergraste heiden blijkt hier maar korte tijd effect te hebben en kan op langere termijn bezien zelfs averechts uitwerken, doordat bij het plaggen steeds rijkere bodemlagen worden aangesneden. Dit onderzoek heeft dankbaar gebruik gemaakt van het dertig jaar lang in stand houden van de onderzoekslocaties
    Natuurpotentie projectgebied "Veldweg-Reeënweg"in De Wieden : bodemchemisch- en geografisch onderzoek
    Delft, S.P.J. van; Brouwer, F. - \ 2009
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1917) - 81
    bodemchemie - bodemstructuur - kaarten - bovengrond - fosfaat - ijzer - bodemkarteringen - grondwaterstand - nederland - natuurontwikkeling - plaggen steken - natuurgebieden - noordwest-overijssel - soil chemistry - soil structure - maps - topsoil - phosphate - iron - soil surveys - groundwater level - netherlands - nature development - sod cutting - natural areas - noordwest-overijssel
    Van het projectgebied “Veldweg-Reeënweg” in De Wieden was onvoldoende actuele informatie beschikbaar over bodemopbouw, voedselrijkdom van de bovengrond en de waterhuishouding om een ontwerpplan te kunnen opstellen voor inrichting voor de beoogde natuurdoelen. Er is actuele patrooninformatie verzameld over zand- en veendikte en over het grondwaterstandverloop (bodemgeografisch onderzoek). Het gebied moet als geheel als infiltratiegebied beschouwd worden, maar door de instroom van schoon oppervlaktewater met een lithotroof karakter is de verwantschap met zacht grondwater vrijwel overal groot. Via steekproeven in twee deelgebieden bleek dat de gemiddelde fosfaatverzadigingsindex over het algemeen redelijk gunstig is. In het zuidelijk deelgebied is de fosfaattoestand iets gunstiger dan in het noorden. Afgraven van de bovenste 10 cm met het doel de fosfaattoestand te verbeteren zal weinig winst opleveren, omdat de laag hieronder niet veel minder fosfaat bevat. Dieper afgraven is niet wenselijk omdat de standplaats dan te nat wordt en de draagkracht te gering voor het beheer. Als omvormingsbeheer wordt uitmijnen aanbevolen omdat daarmee de gewenste verlaging van de fosfaattoestand aanzienlijk sneller bereikt kan worden dan met verschralen.
    Restauratie van schraallanden op veengronden door afgraven en vernatten [thema restauratie van natte schraallanden]
    Grootjans, A. ; Kemmers, R.H. ; Everts, H. ; Adema, E. - \ 2007
    De Levende Natuur 108 (2007)3. - ISSN 0024-1520 - p. 108 - 113.
    veengronden - bodemchemie - vegetatie - herstel - hooiland - hydrologie - plaggen steken - beekdalen - herstelbeheer - friesland - drenthe - peat soils - soil chemistry - vegetation - rehabilitation - meadows - hydrology - sod cutting - brook valleys - restoration management - friesland - drenthe
    Verdroging van veengronden is een veel voorkomend verschijnsel in beekdalen. Hoewel hydrologisch herstel een eerste vereiste is, zijn aanvullende maatregelen wenselijk. In deze obn bijdrage wordt verslag gedaan van ervaringen met het plaggen in De Lage Maden (Drentse Aa), De Barten (Linde) en De Wyldlannen (lage midden, Friesland)
    Kosteneffectiviteit van beheer van bos- en natuurterreinen; een onderzoek naar de verhouding tussen kosten en effecten van verschillende maatregelpakketten voor het beheer van droge heide
    Oosterbaan, A. ; Jong, A. de; Raffe, J.K. van - \ 2006
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1401) - 104
    natuurreservaten - cost effective analysis - vegetatiebeheer - heidegebieden - nederland - plaggen steken - nature reserves - cost effectiveness analysis - vegetation management - heathlands - netherlands - sod cutting
    Als beheersmaatregel voor heideterreinen komt plaggen ter sprake; gekeken is naar de kwaliteitswaarde van het gebied (qua: natuur, recreatie of cultuurhistorische waarden)
    The effectiveness of restoration measures in species-rich fen meadows=[De effectiviteit van herstelmaatregelen in blauwgraslanden]
    Hoek, D. van der - \ 2005
    Wageningen University. Promotor(en): Frank Berendse. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085042440 - 136
    graslanden - hydrologie - grondwaterspiegel - vegetatie - voedingsstoffen - herstel - nederland - hooiland - plaggen steken - ecohydrologie - gelderland - gelderse vallei - achterhoek - grasslands - hydrology - water table - vegetation - nutrients - rehabilitation - netherlands - meadows - sod cutting - ecohydrology - gelderland - gelderse vallei - achterhoek
    In dit proefschrift worden de mechanismen geanalyseerd die de effectiviteit bepalen van enkele hydrologische maatregelen en plaggen op het herstel van soortenrijke, natte schraalgraslanden. Het veldonderzoek werd gedaan in de Bennekomse Meent en het Korenburgerveen. Voorafgaand is oriënterend (eco)hydrologisch onderzoek gedaan in het zuidelijk deel van de Gelderse Vallei
    Effectiviteit van natuurbeheerscenario's in het veenweidegebied : een modelsimulatie met SMART2-SUMO2-MOVE2
    Wamelink, G.W.W. ; Dobben, H.F. van - \ 2004
    Wageningen : Natuurplanbureau (Planbureaurapporten / Natuurplanbureau 1) - 47
    graslanden - graslandbeheer - maaien - begrazing - simulatiemodellen - nederland - natuur - plaggen steken - natuurtechniek - grasslands - grassland management - mowing - grazing - simulation models - netherlands - nature - sod cutting - ecological engineering
    Met behulp van de Natuurplanner zijn de effecten van 24 verschillende beheerscenario’s op de realiseerbaarheid van de natuurdoeltypen Nat Schraalgrasland en Bloemrijk Grasland doorgerekend voor 20 percelen in het veenweidegebied. Daarnaast zijn de verschillende kosten voor het beheer globaal met elkaar vergeleken. Een opvallend resultaat is dat een lichte bemesting positief kan zijn voor de realiseerbaarheid van bloemrijk grasland. Begrazing in combinatie met maaien bleek goede mogelijkheden voor nat schraalgrasland en bloemrijk grasland te geven. Begrazen alleen is het goedkoopste. Echter na verloop van tijd treedt er successie naar bos op waardoor realisatie van het type niet meer mogelijk is. Het duurdere maaien is daardoor de enige optie om het type langdurig in stand te kunnen houden. Veel van de resultaten moeten als indicatief worden beschouwd omdat, vooral bij plaggen aan het begin van natuurontwikkeling, onwaarschijnlijke simulatie van bodem en realiseerbaarheid van de natuurdoeltypen naar voren kwamen. Trefwoorden: graslandbeheer, grasland, maaien, begrazing, natuurontwikkeling, afgraven, model
    Natuurontwikkeling op voormalige landbouwgronden in relatie tot de beschikbaarheid van fosfaat: evaluatie van verschralingsmaatregelen
    Sival, F.P. ; Chardon, W.J. ; Werff, M.M. van der - \ 2004
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 951) - 88
    landbouwgrond - fosfaten - fosfor - vegetatiebeheer - voedingsstoffen - begrazing - maaien - nederland - natuurtechniek - natuur - plaggen steken - agricultural land - phosphates - phosphorus - vegetation management - nutrients - grazing - mowing - netherlands - ecological engineering - nature - sod cutting
    Als gevolg van de realisering van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) komen landbouw-gronden beschikbaar voor natuurontwikkeling. De doelstelling van het project is het bepalen van grenswaarden voor de beschik-baarheid van fosfaat voor verschillende natuurdoel-typen op zandgronden, en het evalueren van de effectiviteit van verschralings-maatregelen voor natuur-ontwik-keling. Binnen het zandgebied van de provincies Noord Brabant en Limburg zijn 24 locaties geselec-teerd met uiteenlopende grasland- en heidevegetatie. Het betreft natuur-ontwikkelings-projecten in verschillende stadia van ontwikkeling op voormalige landbouw-gronden. De verschralingsmaatregelen afgraven/maaien en maaien geven de meeste doel-soorten uit de doelvegetatie natte heiden (Ericion tetralicis), kleine zeggen (Caricion nigrae), voedselarme graslanden (Junco-Molinion en het Nardo-Galion saxatilis). In veel mindere mate komen soorten voor van droge heide (Calluno-Genistion pilosae), voedsel-arm grasland (Thero-Airion) of van veen-vegetatie (Hydrocotylo-Baldellion). Begrazen levert slechts een enkele doelsoort op. Hoge waarden van N/P (> 10), typerend voor blauwgrasland, werden alleen gevonden bij zeer lage Pw (<4 mg P2O5 / L grond) of P-Al (
    Survival of Dutch heathlands
    Diemont, W.H. - \ 1996
    Agricultural University. Promotor(en): F. Berendse. - Wageningen : IBN - ISBN 9789054855224 - 80
    natuurbescherming - landschapsbescherming - heidegebieden - plantengemeenschappen - concurrentie tussen planten - plantenecologie - nederland - plaggen steken - natuurbeheer - natuurgebieden - nature conservation - landscape conservation - heathlands - plant communities - plant competition - plant ecology - netherlands - sod cutting - nature management - natural areas
    OBJECTIVES OF THE THESIS

    Heathlands in The Netherlands are vanishing due to the invasion of trees. The transition from heathland to woodland in Dutch heathlands may either proceed directly or is preceded by the development of an intermediate grass heath. These changes are due to natural succession in the absence of management. In addition to the absence of management atmospheric pollution i.e. increased inputs of nitrogen has accelerated the replacement of heather heath by grass heath.

    The main hypothesis in this thesis is that the encroachment of grasses in heathlands as well as the response of the vegetation to management and environmental change depend on soil type, climatic conditions, and previous management. This thesis deals in particular with the performance of heather (Calluna vulgaris) and grasses (Molinia caerulea, Deschampsia flexuosa) on dry lowland heath as a function of environmental conditions in a site, with the purpose of matching management options with site conditions (Chapter 1).

    CHANGES IN DUTCH HEATHLANDS

    Evidence for replacement of heather by grasses in The Netherlands was obtained from sequential air photographs of heathlands. It is shown that apart from the transition of heathland to woodland, even before atmospheric pollution started in the seventies, heather was already being replaced by grasses in sites where there was no periodic management. However, in most sites the increase of grasses has been accelerated appreciably during the last decade (Chapter 2).

    RESTORATION OF HEATH

    The results of long term field experiments (since 1976) show that a heathland taken over by grasses can be restored by turf cutting. Other treatments i.e. burning, ploughing or mowing treatments had no result, or in the case of mowing (including removal of the biomass), the result was short lived (Chapter 3).

    The good result of turf cutting may be due to physical environmental changes or changes in nutrients. It is shown that the establishment of heather after turf cutting has partly a physical explanation i.e. can be attributed to exposure of the bare soil, which enables heather seeds in the seed bank to germinate, while the shortlived grass seeds are absent (Chapter 4). These results also suggest that direct succession of heath to woodland (without a grassy stage) is due to the absence of grass seeds.

    SOIL TYPE AND LIFE SPAN OF HEATHER

    Although the establishment of heather after turf cutting has a physical explanation, the removal of nutrients by turf cutting does increase the life span of Calluna and reduces the competitive ability of the grasses. The effect of turf cutting lasts longer on poor soils. A heathland subjected to turf cutting appears to be more enduring on podzol soils than on more fertile brown podzolic soils, where the lifespan of heather plants is shorter. The advantage of a longer life span of heather is that the formation of suitable gaps for the establishment of grasses or other species is retarded (Chapter 5). Furthermore, in this chapter it is shown that the accelerated encroachment of grasses in heathland due to atmospheric pollution (Chapter 2) is likely to occur only in heathlands on brown podzolic soils. On such soils growth is limited by nitrogen, whereas on podzol soils, where growth is limited by phosphorus, nitrogen does not affect growth (Chapter 5).

    MANAGEMENT AND LIFE SPAN OF HEATHER

    The nutrient status of a site depends not only on the soil present, but also on the management, and therefore growth rates and the life span of heather probably also depend on these. An analysis of the effects of burning on nutrient levels reveals that as much nitrogen may be depleted by fire as by turf cutting, particularly if the shorter rotation period of prescribed burning is taken into account (Chapter 6). Thus, it seems likely that the nitrogen-depleting effects of turf cutting and burning are more or less equal on brown podzolic soils, where nitrogen is the growth-limiting factor. Turf cutting, however, depletes phosphorus more effectively than burning and the phosphorus available to plants may even increase after a fire (Chapter 6). This implies that growth rates on podzol soils will be higher on burnt heath than on heath subjected to turf cutting. A comparison of growth of Calluna in Dutch heathlands confirms this (Chapter 7).

    CLIMATE AND LIFE SPAN OF HEATHER

    Finally, the effect of climatic conditions on the performance of heather is assessed. It is shown that the climate in The Netherlands - especially in the south of the countries sub- optimal for heather (Chapter 7). Periodic drought and frost frequently damage heather in Dutch heathlands and make it more susceptible to attack and damage from the heather beetle (Chapter 8).

    THE NEED FOR SITE SPECIFIC MANAGEMENT

    It is hypothesized that heather plants in The Netherlands have a shorter life span because the climatic conditions are adverse for them. These adverse conditions can, however, be compensated to some extent by low nutrient levels, which induce higher carbohydrate levels in the heather plants. Plants with enhanced carbohydrate contents are less susceptible to plant damage and enable the plant to regrow after dying back. It is concluded that under climatic conditions that are sub-optimal for heather, as occur in The Netherlands (particularly in the South) heather can only for longer periods survive if nutrient levels are low. Turf cutting as practised in The Netherlands in the past was therefore not only an economic necessity, but seems also to be ecologically necessary if Dutch heathlands are to be kept purple (Chapter 8).

    Beheersvisie heideterreinen gemeente Nunspeet
    Molenaar, J.G. de - \ 1995
    Wageningen : IBN-DLO - 100
    heidegebieden - bedrijfsvoering - natuurbescherming - plantengemeenschappen - beleid - nederland - gelderland - plaggen steken - veluwe - heathlands - management - nature conservation - plant communities - policy - netherlands - gelderland - sod cutting - veluwe
    Heidebeheer en het Gentiaanblauwtje
    Scheper, M. ; Wynhoff, I. ; Made, J.G. van der - \ 1995
    De Levende Natuur 96 (1995)3. - ISSN 0024-1520 - p. 66 - 71.
    heidegebieden - dieren - territorium - habitats - milieu - lepidoptera - plaggen steken - rhopalocera - heathlands - animals - territory - habitats - environment - lepidoptera - sod cutting - rhopalocera
    Heide en heidefauna : indicaties voor het beheer
    Verstegen, M.A.J.M. ; Siepel, H. ; Stumpel, A.H.P. - \ 1992
    Arnhem : IBN-DLO (RIN - rapport 92/26) - 112
    plantengemeenschappen - heidegebieden - biogeografie - fauna - nederland - plaggen steken - plant communities - heathlands - biogeography - fauna - netherlands - sod cutting
    Composteren van materialen die vrijkomen bij het beheer van heidevelden : Composting of materials resulting from heathland management
    Riem Vis, F. - \ 1985
    Haren : I.B. (Rapport / Instituut voor Bodemvruchtbaarheid no. 6-85) - 33
    compostering - compost - heidegebieden - nederland - plaggen steken - herstelbeheer - composting - composts - heathlands - netherlands - sod cutting - restoration management
    As heather materials contain relatively little easily decomposable organic matter, the composting process proceeds slowly. Composted heather materials have low contents of nutrients , a low electrical conductivity and a rather low pH
    Een wiskundig model voor de heide
    Berendse, F. ; Kwant, R. - \ 1984
    Tijdschrift / Vereniging Koninklijke Nederlandsche Heide Maatschappij november (1984). - ISSN 0165-0017 - p. 371 - 374.
    heidegebieden - wiskunde - voedingsstoffen - plantengemeenschappen - plantenvoeding - statistiek - plaggen steken - heathlands - mathematics - nutrients - plant communities - plant nutrition - statistics - sod cutting
    De effecten van plaggen en maaien op het concurrentievermogen van dopheide en pijpestrootje zijn via een wiskundig model nagegaan. Daarbij is allereerst bepaald wat het effect is van een verhoging van stikstof- en fosfaatbeschikbaarheid op de soortensamenstelling van de vegetatie
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.