Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 17 / 17

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Increase of plant resistance with rhizosphere competent entomopathogenic fungi (EPF)
    Tol, R.W.H.M. van - \ 2015
    gewasbescherming - tuinbouw - entomopathogene schimmels - biologische bestrijding - rizosfeer - natuurlijke vijanden - bodeminsecten - insect-plant relaties - conferenties - melolontha melolontha - bodem-plant relaties - insectenplagen - plant protection - horticulture - entomogenous fungi - biological control - rhizosphere - natural enemies - soil insects - insect plant relations - conferences - melolontha melolontha - soil plant relationships - insect pests
    Entomopathogenic fungi are able to kill insects and are as such a potential mean for pest control. Recently it was discovered that these fungi can also colonize plant roots. Most previous work with EPF has ignored the habitat preferences and survival of the fungus outside of the host. It is possible that factors associated with fungal biology outside of the host are more important when selecting an isolate than how pathogenic it is against a particular host in a laboratory bioassay. Poster van PlantgezondheidEvent 12 maart 2015.
    Bodemplagen: wortelduizendpoten en emelten : eindrapportage
    Elberse, I.A.M. - \ 2010
    PPO Bloembollen en Bomen - 44
    plantenplagen - insectenplagen - bodeminsecten - boomkwekerijen - boomteelt - plant pests - insect pests - soil insects - forest nurseries - arboriculture
    Door het verdwijnen van breedwerkende gewasbeschermingsmiddelen en doordat chemische grondontsmetting nog slechts eens in de vijf jaar is toegestaan, worden problemen met bodemplagen groter. Twee van die problemen in de boomkwekerij werden veroorzaakt door wortelduizendpoten (Scutigeella immaculata) en emelten (larven van langpootmuggen, Tipula soorten). In dit project werd gezocht naar een goede manier om deze plagen onder controle te krijgen. Voorwaarde was dat deze middelen/methoden binnen een geïntegreerde bestrijdingsstrategie zouden passen.
    Plant-mediated multitrophic interactions between aboveground and belowground insects
    Soler Gamborena, R. - \ 2009
    Entomologische Berichten 69 (2009)6. - ISSN 0013-8827 - p. 202 - 210.
    planten - insecten - bodeminsecten - herbivoren - trofische graden - brassicaceae - insect-plant relaties - multitrofe interacties - plant-herbivoor relaties - plants - insects - soil insects - herbivores - trophic levels - brassicaceae - insect plant relations - multitrophic interactions - plant-herbivore interactions
    Het is bekend dat planten als verticale communicatiekanalen kunnen fungeren tussen onder-en bovengrondse plantetende insecten. Worteleters veroorzaken veranderingen in biomassa en de chemische samenstelling van de bovengrondse delen van een plant. Deze veranderingen kunnen de overleving, de groei en de ontwikkeling van bladeters beïnvloeden. In het promotieproject werd onderzocht of en hoe de wisselwerking tussen ruimtelijk gescheiden insecten beperkt is tot planteneters, dan wel uitgebreid kan worden naar hogere trofische niveaus zoals bijvoorbeeld parasitaire wespen, de natuurlijke vijanden van de plantenetende insecten. Tijdens de 20e Nederlandse Entomologendag (19 december 2008) is de eerste NEV dissertatieprijs uitgereikt aan dit proefschrift
    Multitrofe interacties tussen onder- en bovengrondse insecten via de gezamenlijke waardplant
    Soler Gamborena, R. - \ 2008
    Gewasbescherming 39 (2008)2. - ISSN 0166-6495 - p. 64 - 66.
    planten - insecten - bodeminsecten - herbivoren - trofische graden - waardplanten - insect-plant relaties - multitrofe interacties - plant-herbivoor relaties - plants - insects - soil insects - herbivores - trophic levels - host plants - insect plant relations - multitrophic interactions - plant-herbivore interactions
    De resultaten van dit proefschrift laten zien dat het voor de bestrijding van bovengrondse plaaginsecten van groot belang is te weten welke ondergrondse insecten aanwezig zijn en wat er rond de wortel van de plant gebeurt, en vice versa. Zulke bovengrondse-ondergrondse interacties tussen insecten via veranderingen in de in de waardplant kunnen namelijk de efficiëntie van bestrijdingsprogramma's significant beïnvloeden
    Naarstige speurtocht naar aanpak wortelduizendpoten en emelten
    Elberse, I.A.M. ; Bloemhard, C.M.J. - \ 2008
    De Boomkwekerij 2008 (2008)1. - ISSN 0923-2443 - p. 8 - 9.
    tipula - scutigerella immaculata - bodeminsecten - larven - plagenbestrijding - steinernematidae - nematoda - schade - gewasbescherming - tipula - scutigerella immaculata - soil insects - larvae - pest control - steinernematidae - nematoda - damage - plant protection
    PPO Bollen, Bomen en Fruit startte in 2006 een onderzoek naar de bestrijding van emelten en wortelduizendpoten. WUR Glastuinbouw heeft onderzoek gedaan naar wortelduizendpoten en doet nu ook onderzoek naar emelten; PPO Bollen, Bomen en Fruit maakt dankbaar gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De schade door emelten (Tipula-soorten) en wortelduizendpoten (Scutigerella immaculata) kan soms een behoorlijke omvang bereiken.
    Resultaten van het screenings- en knelpuntenprogramma in 2006
    Koster, A.T.J. ; Conijn, C.G.M. ; Pennock-Vos, M.G. - \ 2007
    Lisse : PPO Bloembollen en Bomen - 27
    gladiolus - snijbloemen - plantenziekten - bodeminsecten - gewasbescherming - gladiolus - cut flowers - plant diseases - soil insects - plant protection
    Er is een onderzoek opgestart naar de bestrijding van bodeminsekten in gladiool. Er is hiervoor geen middel beschikbaar. Er is een aantal middelen getest die mogelijk voor de toekomst een duurzame oplossing bieden. Ook is onderzocht of trips bij gladiool bestreden kan worden met de combinatie van Calypso plus dimethoaat. Dit knelpunt ontstond in gladiool omdat het bestaande middel acefaat verdwenen is. Echter van deze middelen is niet bekend wat het effect op het gewas is, door dit in combinatie toe te passen. Daarom is in deze screeningsproef de fytotoxiciteit in het gladiolengewas getest
    Quiz "Wat zijn Natuurlijke Vijanden?"
    Alebeek, Frans van - \ 2007
    natural enemies - soil insects - insects - soil fauna
    Plant-mediated multitrophic interactions between aboveground and belowground insects
    Soler Gamborena, R. - \ 2007
    Wageningen University. Promotor(en): Louise Vet; Wim van der Putten, co-promotor(en): J.A. Harvey; T.M. Bezemer. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085047384 - 172
    planten - insecten - bodeminsecten - herbivoren - trofische graden - insect-plant relaties - multitrofe interacties - plant-herbivoor relaties - plants - insects - soil insects - herbivores - trophic levels - insect plant relations - multitrophic interactions - plant-herbivore interactions
    Herbivory can induce changes in plant growth, physiology, morphology, and phenology. Such herbivore-induced changes by insects are commonly observed in many plant species. Changes in the host plant can alter interaction linkages between plants, herbivores and higher trophic levels such as carnivores of the herbivores. These interaction linkages shape community organization and biodiversity in plant-based terrestrial communities. Considering that plants have both aboveground and belowground parts, systemic herbivore-induced changes within the plant could potentially link spatially separated herbivores associated with plants in the soil and in the aboveground (sub) system. Relatively recently, an increasing number of studies have shown that root herbivores, among other soil dwelling organisms, can indeed interact with foliar herbivores. Root herbivores change the quality and biomass of aboveground plant parts, which in turn influences the growth, development and survival of foliar herbivores. Similarly, foliar-feeding insects have been shown to influence root-feeding insects. This thesis explores whether, and mechanistically how, these feed-backs between root and foliar herbivores are transmitted through the soil and the aboveground food chains influencing the performance and behaviour of higher trophic levels. In Chapter 1, I introduce plant-insect interactions in a multitrophic context, briefly describing how the plant mediates these intricate interactions, and I describe the general aim and the outline of the thesis. In Chapter 2 I study the effects of root herbivores, at different densities, on the biomass and quality of the plant shoot, and on the performance of a foliar herbivore, its primary parasitoid and its secondary parasitoid (hyperparasitoid) sharing the host plant. In Chapter 3 I study the reverse effect; the effects of foliar herbivores on a root herbivore and its parasitoid mediated by the host plant. The results of these Chapters show that the spatially separated herbivores negatively affect each other's performances by increasing the levels of secondary plant compounds within the host plant. These negative effects are not restricted to the herbivore level, but are transmitted to the parasitoids and the hyperparasitoids, reducing in particular the growth and size of the off-spring of the aboveground parasitoid. Based on the results of Chapter 2, where I observed a marked suboptimal performance of the off-spring of the aboveground parasitoid when sharing the host plant with root herbivores, I investigate in Chapter 4 whether female parasitoids of foliar herbivores can exploit root herbivore-related cues to select the most suitable hosts for their offspring. In this Chapter I show that female parasitoids avoid to parasitise hosts feeding on plants shared with root herbivores, when hosts feeding on root-undamaged plants are available. The mechanism points to changes in the volatile blend of the plant triggered by the root-feeding insects. After observing this strong interaction between root herbivores and aboveground parasitoids mediated by the host-infested plant, in Chapter 5, I investigate whether root herbivores influence the behaviour of female parasitoids also indirectly via changes in the surrounding habitat. I provide evidence that root-feeding insects can influence the behaviour and foraging efficiency of parasitoids of foliar herbivores, even when the foliar (parasitoid-host) and the root herbivores do not feed on the same plant, but on neighbouring conspecific plants within the same habitat. The above described results are based on experiments carried out under controlled conditions in the laboratory or semi-field experiments in large, enclosed cages. To test some of the lab-based results under more natural conditions, I conducted a field experiment in which several cohorts of mustard plants with and without root herbivores were placed in the field and were monitored aboveground for the presence of foliar herbivores over the course of a summer season. To investigate whether the spatial distribution of root-damaged plants influences the plant preference of the foliar-feeders, I arranged the plants in the field in plots either in clusters of root-undamaged and root-damaged plants, or root-undamaged and root-damaged plants homogeneously mixed. Specialised foliar herbivores were observed feeding and ovipositing preferentially on root- ____________________________________________________________ Summary uninfested plants over plants shared with root herbivores. Interestingly, one of the species only discriminates against root-damaged plants when the plants were grouped in clusters. This thesis shows that the strong feedbacks between root and shoot associated organisms can significantly influence the performance and behaviour of organisms of higher trophic levels. Therefore, interactive effects of aboveground and belowground organisms cannot be limited to organisms directly associated with the shared host plant because they occur throughout a complex multitrophic chain of organisms. Furthermore, this thesis underlines the importance of considering not only the mere presence or absence of the soil dwelling organisms, but show that the density and distribution of root herbivores can determine the outcome of the interactions with their aboveground counterparts. These interactions are mediated by the shared host plant, via induced changes in the secondary plant compounds within the plant and in the plant volatile blend. Consumers in one compartment can change the quality of the plant in the opposite compartment, as well as induce changes in the emission of the plant volatiles used by carnivores that forage for hosts. Moreover, I provide evidence that spatially separated insects can interact not only via changes in the shared host plant, but also more indirectly via changes in the quality of the surrounding habitat. This suggest that aboveground-belowground multitrophic interactions can occur and interact in much more complex ways than what has been reported so far. In the last experimental Chapter I provide evidence that behavioural decisions in naturally occurring populations of foliar-feeding insects can also be influenced by root-feeding insects, under field conditions where several complex interactions take place simultaneously. In the final Chapter, I summarise the results presented in this thesis and provide a general conclusion of the work. I identify a number of important areas and topics for future research to further gain insight into aboveground-belowground multitrophic interactions.
    Procraerus tibialis (Coleoptra: Elateridae), een nieuwe kniptor voor Nederland
    Cuppen, J.G.M. ; Sande, C. van de - \ 2006
    Entomologische Berichten 66 (2006)3. - ISSN 0013-8827 - p. 91 - 94.
    elateridae - agriotes - populatie-ecologie - bodeminsecten - zoögeografie - limburg - elateridae - agriotes - population ecology - soil insects - zoogeography - limburg
    De kniptor (procraerus tibialis) wordt nieuw gemeld voor de Nederlandse fauna. Hij komt op slechts weinig plekken in Nederland voor: in Midden Limburg en Zuid Limburg. Waarschijnlijk komt dit, omdat steeds vaker bomen met holle ruimtes in het landschap blijven staan. Dit zijn ideale plekken voor (voortplanting van) de kniptor
    Natuurlijke vijanden in akkerranden : bodemfauna (1)
    PPO Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, - \ 2006
    Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V.
    akkergronden - bodemfauna - natuurlijke vijanden - bodeminsecten - insecten - akkerranden - arable soils - soil fauna - natural enemies - soil insects - insects - field margins
    Akkerranden vormen ’s winters een schuilplaats voor bodemdieren die in de kale akker weinig voedsel en beschutting vinden. Onder deze bodemdieren zitten belangrijke natuurlijke vijanden van insectenplagen. Deze rovers zijn niet gespecialiseerd en jagen op allerlei prooien op de grond en in planten. Zij kunnen enorm opruiming houden onder plagen zoals slakken, bladluizen en rupsen. De meeste rovers zijn ’s nachts actief, waardoor ze niet opvallen
    Voorkom ritnaaldschade door doelgerichte bestrijding van kniptor
    Rozen, K. van - \ 2005
    Kennisakker.nl 2005 (2005)15 april. - 2005
    elateridae - coleoptera - larven - bodeminsecten - vallen - vangmethoden - plagenbestrijding - geïntegreerde plagenbestrijding - biologische bestrijding - aardappelen - wintertarwe - akkerbouw - elateridae - coleoptera - larvae - soil insects - traps - trapping - pest control - integrated pest management - biological control - potatoes - winter wheat - arable farming
    In dit artikel wordt uiteengezet hoe u de schade door ritnaalden kunt voorkomen door monitoring. In bouwplannen met graszaad, wintertarwe, aardappelen kan ritnaaldschade optreden. Doordat de levenscycles van de ritnaald 4 jaar duurt, is het moeilijk om in te schatten of er in het jaar dat er aardappelen geteeld worden ook ritnaalden zijn. In 2004 is een nieuwe methode op de markt verschenen voor monitoring van kniptoren. Bij deze methode kan voorafgaand aan de aardappelteelt een inschatting gemaakt worden van de hoeveelheden ritnaalden in het jaar van de aardappelteelt. Een bestrijding kan dan voortijdig worden uitgevoerd. Deze methode biedt nieuwe mogelijkheden om ritnaaldschade drastisch te beperken met geringe kosten.
    Ritnaalden kunnen onverwachts veel opbrengstderving in aardappelen veroorzaken
    Ester, A. ; Bus, C.B. - \ 2005
    Kennisakker.nl 2005 (2005)15 feb.
    aardappelen - pootknollen - coleoptera - bodeminsecten - oogstschade - plagenbestrijding - bestrijdingsmethoden - insecticiden - gewasbescherming - akkerbouw - potatoes - seed tubers - coleoptera - soil insects - crop damage - pest control - control methods - insecticides - plant protection - arable farming
    In de zomer van 1996 trad in aardappelen schade op veroorzaakt door ritnaalden. Deze aantasting werd vanuit verschillende gebieden gemeld, kwam plaatselijk voor en was soms vrij groot. Ritnaaldenschade bestaat uit het aanvreten van stengels en poters, waardoor het aantal stengels minder groot is en er soms een te geringe stand overblijft. Belangrijker is de schade aan de nieuwe knollen. Door vreterij ontstaan gaatjes in de knollen, soms tot meer dan één cm diep, waardoor de knollen sterk in waarde teruglopen en partijen kunnen worden afgekeurd. Na het scheuren van grasland, maar ook na enkele jaren gazongras, is schade te verwachten. Deze schade zal dan meestal vanaf het tweede jaar na de genoemde voorvrucht plaats vinden. Wanneer uit een test blijkt dat de kans op schade groot is, kan voor het poten een bestrijding worden uitgevoerd met volvelds 20 kg Mocap 20GS per hectare. Dit middel heeft een brede nevenwerking tegen andere bodeminsecten en wordt ook ingezet tegen aardappelcysteaaltjes. Toepassing van Mocap over de pootrug voor het frezen wordt afgeraden. In gevallen waar ritnaalden vooral in perceelsranden voorkomen, zal een bestrijding over de breedte van een spuitbaan mogelijk voldoende zijn.
    De kniptor in de val geeft ritnaald minder kans
    Ester, A. ; Rozen, K. van; Griepink, F.C. - \ 2005
    Boerderij/Akkerbouw 90 (2005)1. - ISSN 0169-0116 - p. 7 - 7.
    elateridae - agriotes - larven - gewasbescherming - monitoring - plagenbestrijding - bestrijdingsmethoden - bodeminsecten - akkerbouw - elateridae - agriotes - larvae - plant protection - monitoring - pest control - control methods - soil insects - arable farming
    Ritnaalden veroorzaken veel schade. Deze larve van de kniptor krijgt minder kans door torren te vangen in ingegraven vallen, te tellen en te bestrijden vóór eierafzetting. De eerste ervaringen
    Vervanging insecticiden : bestrijding van ritnaalden in de teelt van gladiool
    Conijn, C.G.M. ; Breedeveld, M.E. - \ 2004
    Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Bloembollen - 24
    bodeminsecten - plantenplagen - gladiolus - insecticiden - bloembollen - landbouwkundig onderzoek - nederland - soil insects - plant pests - gladiolus - insecticides - ornamental bulbs - agricultural research - netherlands
    Van alle schadelijke bodeminsecten bij bloembollen vormen ritnaalden bij de teelt van gladiolen de grootste bedreiging. Minder massaal, doch voor de teler desastreus, komen bonenvlieg, aardrupsen en emelten als plaag voor of worden bestrijdingsmaatregelen daartegen getroffen. Alleen aan de hand van de historie van het perceel is enigszins te voorspellen of er een kans is dat bodeminsecten een plaag zullen gaan vormen. Bepalingen van aantallen bodeminsecten in de grond hebben met de huidige monster- en detectie methoden weinig of geen zin. Tot nog toe is gebleken dat bij bodeminsecten met een lange levenscyclus zoals ritnaalden, de gevonden aantallen insectenlarven geen betrouwbaar beeld op konden leveren wat betreft de verwachte schade. Bodeminsecten met een korte levenscyclus zoals bonenvlieg en aardrupsen, zetten de eieren vaak af na het planten. Er is een middel gevonden dat een goed alternatief lijkt voor het middel chloorpyrifos (merknaam o.a. Dursban). In meerdere proeven geeft een grondbehandeling vóór het planten van de gladiolenknollen een goed bestrijdingsresultaat welke vergelijkbaar is met die van chloorpyrifos, het standaardmiddel dat tot voor kort geadviseerd werd. Tevens werd in de bestrijdingsproeven geen gewasschade van het middel waargenomen. Andere geteste middelen, waaronder biologische, hadden geen of een te gering bestrijdend effect. Gezien de bestrijdingsmiddelen toelatingsproblematiek rond het middel is het nog maar de vraag of het middel voor dit doel toegelaten zal gaan worden. Mogelijk bieden andere "nieuwe" middelen die nog niet in het onderzoek hebben meegelopen, zoals onder andere fipronil, meer perspectief.
    Bestrijding van ritnaalden in aardappelen
    Huiting, H.F. ; Ester, A. ; Arkema, M.W. ; Gruppen, R. ; Huisman, M. - \ 2003
    Kennisakker.nl 2003 (2003)15 maart.
    elateridae - coleoptera - larven - bodeminsecten - plagenbestrijding - insecticiden - bestrijdingsmethoden - gewasbescherming - aardappelen - oogstschade - elateridae - coleoptera - larvae - soil insects - pest control - insecticides - control methods - plant protection - potatoes - crop damage
    De ritnaald of koperworm, larve van de kniptor, is een polyfaag insect. Ze kan in diverse gewassen schade veroorzaken. De schade in de aardappelteelt komt vaak voor op gescheurd grasland, maar ook in bouwplannen die rijk zijn aan bijvoorbeeld meerjarig graszaad of graszaad onder dekvrucht kan schade optreden. De aantasting door ritnaalden is in de meeste gevallen kwalitatief. De ritnaalden vreten gaatjes in de aardappelknollen. Een partij aardappelen met vraatschade kan sterk in waarde teruglopen en worden afgekeurd. Doordat de gaatjes van ritnaalden vaak klein zijn, is een aangetaste partij meestal moeilijk uit te lezen. De schade door ritnaalden lijkt de laatste jaren toe te nemen, mogelijk als gevolg van een reductie in het gebruik van (breedwerkende) insecticiden. Tevens is de problematiek van ritnaalden meer in de belangstelling gekomen, als gevolg van het wegvallen van de actieve stof chloorpyrifos en de discussie rond de stof ethoprofos. De praktijktoepassing van 20 kg/ha Mocap volvelds laat in dit onderzoek geen afdoende bestrijding zien. Enkele (nog) niet toegelaten middelen hebben een goede bestrijding laten zien. Aan het toelatingsdossier voor deze middelen wordt (soms) verder gewerkt door de firma's zelf
    Ritnaalden kunnen plaag vormen op oud grasland: onderzoek gladiool
    Conijn, C.G.M. ; Breedeveld, M.E. - \ 2003
    BloembollenVisie 13 (2003). - ISSN 1571-5558 - p. 24 - 24.
    bloembollen - gladiolus - bodeminsecten - elateridae - levenscyclus - gewasbescherming - geïntegreerde bestrijding - insecticiden - ornamental bulbs - gladiolus - soil insects - elateridae - life cycle - plant protection - integrated control - insecticides
    Onderzoek naar de levenscyclus van ritnaalden en methoden ter bestrijding
    De kniptor in de val
    Ester, A. ; Rozen, K. van; Griepink, F.C. - \ 2002
    Aardappelwereld 56 (2002)11. - ISSN 0169-653X - p. 35 - 37.
    elateridae - agriotes - larven - plagenbestrijding - bestrijdingsmethoden - bodeminsecten - aardappelen - elateridae - agriotes - larvae - pest control - control methods - soil insects - potatoes
    Onderzoekers van PPO-AGV en PRI werken aan een methode om de vraatzucht van de ritnaald in aardappelen een halt toe te roepen, waarbij ze zich richten op de volwassen levensvorm : de kniptor
    Check title to add to marked list

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.