Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 61

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Regional soil moisture monitoring network in the Raam catchment in the Netherlands - 2016-04 / 2017-04 (corrected)
    Benninga, H.F. ; Carranza, C.D. ; Pezij, M. ; Ploeg, M.J. van der; Augustijn, D.C.M. ; Velde, R. van der - \ 2018
    University of Twente
    agriculture - hydrology - soil moisture - soil temperature - unsaturated zone - water management
    Regional soil moisture monitoring network in the Raam catchment in the Netherlands - 2016-04 / 2017-04
    Benninga, H.F. ; Carranza, C.D. ; Pezij, M. ; Ploeg, M.J. van der; Augustijn, D.C.M. ; Velde, R. van der - \ 2017
    University of Twente
    agriculture - hydrology - soil moisture - soil temperature - unsaturated zone - water management
    The Raam soil moisture measurement network dataset contains soil moisture and soil temperature measurements for 15 locations in the Raam, which is a 223-km2 river catchment in the southeast of the Netherlands. The network monitors soil moisture in the unsaturated zone for different soil textures and land covers present in the area, and it covers the topographic gradient of the region. At each location we installed Decagon 5TM sensors at depths of 5 cm, 10 cm, 20 cm, 40 cm and 80 cm. The logging time interval is set on 15 minutes. The Raam network is operational since April 2016 and the measurements are on-going.
    'We leven op de kalender, niet naar de natuur'
    Dam, Martin van - \ 2015
    horticulture - outdoor cropping - ornamental bulbs - tulips - plant protection - soil temperature - plant viruses - fusarium - tobacco necrosis virus - planting season

    In het najaar zakt de bodemtemperatuur en dat is dan ook het moment waarop de voorjaarsbloeiende bolgewassen worden geplant. De praktijk leert dat de temperatuur cruciaal is met het oog op het ontstaan van virussen zoals Fusarium en Augustaziek. Hoe zit dat? En hoe gaan kwekers met dit gegeven om?

    Primeur op congres: onderzoeksresultaten urban heat effect door kunstgras : WUR-onderzoeker bestudeert op verzoek van vakblad Fieldmanager
    Theeuwes, N.E. - \ 2015
    Fieldmanager 11 (2015)6. - ISSN 2212-4314 - p. 70 - 71.
    sportterreinen - grasveld - kunststoffen - natuurlijke graslanden - voetballen - omgevingstemperatuur - bodemtemperatuur - schaduw - sports grounds - grass sward - plastics - natural grasslands - soccer - environmental temperature - soil temperature - shade
    Er bestaat vermoedelijk een groot verschil tussen de temperatuur van kunstgras en die van natuurgras bij hitte. Als kunstgrasvelden hitte-eilandjes vormen, zou dit een groot effect hebben op het stadsklimaat. Natalie Theeuwes van de Wageningen Universiteit deed op verzoek van vakblad Fieldmanager wetenschappelijk onderzoek naar het urban heat effect door kunstgras en geeft de bezoekers van het Nationaal Sportvelden Congres de primeur van haar meetresultaten. Ook geeft zij advies over het minimaliseren van hittestress rónd de velden.
    Eerste curve grasgroei en bodemtemperatuur : extra grasland special
    Remmelink, G.J. ; Philipsen, A.P. ; Stienezen, M.W.J. ; Tjoonk, L. ; Kuiper, I. - \ 2015
    V-focus 12 (2015)2. - ISSN 1574-1575 - p. 24 - 25.
    graslanden - grassen - groeistudies - bodemtemperatuur - droge stof - veehouderij - grasslands - grasses - growth studies - soil temperature - dry matter - livestock farming
    De Weideman publiceerde in 2014 wekelijks cijfers over grasgroei en bodemtemperatuur. Deze cijfers zijn aangeleverd door veehouders die wekelijks de bodemtemperatuur en de drogestofopbrengst hebben gemeten. Uit de cijfers is het verloop van de grasgroei voor het weideseizoen van 2014 berekend, voor zowel het weide- als maaistadium. 2014 kenmerkte zich door een lang groeiseizoen.
    Biologische grondontsmetting met Herbie (‘Bodemresetten’) als alternatief voor stomen 2011-2012
    Ludeking, D.J.W. ; Termorshuizen, A. ; Wubben, J. ; Wurff, A.W.G. van der; Streminska, M.A. ; Helm, F.P.M. van der - \ 2013
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1272) - 120
    biologische grondontsmetting - bodemtemperatuur - stimulatie - alternatieve methoden - snijbloemen - chrysanthemum - landbouwkundig onderzoek - effecten - biological soil sterilization - soil temperature - stimulation - alternative methods - cut flowers - chrysanthemum - agricultural research - effects
    In een meerjarig onderzoek gefinancierd door het Productschap Tuinbouw en het Ministerie van Economische zaken in het kader van het programma Kas als Energiebron, hebben Wageningen UR Glastuinbouw en BLGG gekeken naar ‘Bodemresetten met Herbie’ als alternatief voor stomen. Gebleken is dat een hoge bodemtemperatuur het proces stimuleert. Zonder anaerobe omstandigheden is er geen effect. Er is positief (dus bestrijdend) effect gevonden op: Verticillium dahliae , wortelknobbel aaltjes, S clerotinia sclerotiorum, wortelduizendpoot, tripslarven, slakken en ook andere bodemorganismen zoals bodemmijten en springstaarten. Er kon geen effect van Bodemresetten aangetoond worden op verhoogde weerbaarheid tegen Pythium . Het proces kan worden gemonitord aan de hand van gasmetingen van O 2 en H 2 S. In een uitgedroogde grond en een bodem die lang braak gelegen heeft verloopt het proces niet goed. De hoeveelheid broeikasgas die vrijkomt bij Bodemresetten wordt als verwaarloosbaar ingeschat in vergelijking met stomen. In een gangbare chrysantenteelt is Bodemresetten zonder extra kosten ten opzichte van stomen toe te passen als dit maximaal twee weken duurt en uitgevoerd wordt rond periode 5 zodat het opbrengstverlies valt in periode 7-8.
    Fire effects on soil and hydrology
    Stoof, C.R. - \ 2011
    Wageningen University. Promotor(en): Coen Ritsema; A.J.D. Ferreira. - S.l. : s.n. - ISBN 9789085859154 - 182
    brandgevolgen - branden - bodem - hydrologie - grondverwarming - as - fysische bodemeigenschappen - bodemwaterretentie - bodemtemperatuur - landdegradatie - erosie - fire effects - fires - soil - hydrology - soil heating - ash - soil physical properties - soil water retention - soil temperature - land degradation - erosion

    Fire can significantly increase a landscape’s vulnerability to flooding and erosion events. By removing vegetation, changing soil properties and inducing soil water repellency, fire can increase the risk and erosivity of overland flow. Mitigation of land degradation and flooding events after fire can help safeguard natural resources and prevent further economical and ecological havoc, but can benefit from an improved understanding of its drivers.
    The aim of this thesis is to improve the understanding of the effects of fire on soil and hydrology. Laboratory and field studies focus on the relation between fire, soil, vegetation and hydrology as well as the effects of scale, in order to find the drivers of post-fire flooding and erosion events. The effect of soil heating on soil physical properties is evaluated, and the above- and belowground drivers of soil heating are investigated. Furthermore, the results of a unique field experiment are presented in which the Portuguese Valtorto catchment was burned by experimental fire. The effects of fire on soil and surface properties is assessed, as well as the changes in the temporal evolution of soil water repellency, Finally, the hydrological implications are discussed. The thesis concludes with recommendations for mitigation of fire-induced land degradation; focusing on guidelines for prescribed burns, that are used to prevent fire, and on reducing runoff and erosion in burned lands where fire prevention was unsuccessful.

    Methane emissions in two drained peat agro-ecosystems with high and low agricultural intensity
    Schrier-Uijl, A.P. ; Kroon, P.S. ; Leffelaar, P.A. ; Huissteden, J.C. van; Berendse, F. ; Veenendaal, E.M. - \ 2010
    Plant and Soil 329 (2010)1-2. - ISSN 0032-079X - p. 509 - 520.
    broeikasgassen - methaan - emissie - veengronden - agro-ecosystemen - ontwaterde omstandigheden - landbouw - bodemtemperatuur - greenhouse gases - methane - emission - peat soils - agroecosystems - drained conditions - agriculture - soil temperature - nitrous-oxide fluxes - spatial variability - water-table - soil-temperature - ch4 - scale - n2o - grasslands - peatlands - cover
    Methane (CH4) emissions were compared for an intensively and extensively managed agricultural area on peat soils in the Netherlands to evaluate the effect of reduced management on the CH4 balance. Chamber measurements (photoacoustic methods) for CH4 were performed for a period of three years in the contributing landscape elements in the research sites. Various factors influencing CH4 emissions were evaluated and temperature of water and soil was found to be the main driver in both sites. For upscaling of CH4 fluxes to landscape scale, regression models were used which were specific for each of the contributing landforms. Ditches and bordering edges were emission hotspots and emitted together between 60% and 70% of the total terrestrial CH4 emissions. Annual terrestrial CH4 fluxes were estimated to be 203 (±48%), 162 (±60%) and 146 (±60%) kg CH4 ha-1 and 157 (±63%), 180 (±54%) and 163 (±59%) kg CH4 ha-1 in the intensively managed site and extensively managed site, for 2006, 2007 and 2008 respectively. About 70% of the CH4 was emitted in the summer period. Farm based emissions caused per year an additional 257 kg CH4 ha-1 and 172 kg CH4 ha-1 for the intensively managed site and extensively managed site, respectively. To further evaluate the effect of agricultural activity on the CH4 balance, the annual CH4 fluxes of the two managed sites were also compared to the emissions of a natural peat site with no management and high ground water levels. By comparing the terrestrial and additional farm based emissions of the three sites, we finally concluded that transformation of intensively managed agricultural land to nature development will lead to an increase in terrestrial CH4 emission, but will not by definition lead to a significant increase in CH4 emission when farm based emissions are included
    Niet meer ploegen : Grote en langdurige proef niet-kerende grondbewerking
    Tonjes, J. ; Balen, D.J.M. van - \ 2009
    Nieuwe oogst / Magazine gewas 5 (2009)12. - ISSN 1871-093X - p. 12 - 13.
    grondbewerking gericht op bodemconservering - cultuurmethoden zonder grondbewerking - onkruiden - bodembiologie - organische stof - bodemtemperatuur - conservation tillage - no-tillage - weeds - soil biology - organic matter - soil temperature
    Niet meer ploegen. Om te weten wat de bodem doet, hoe het onkruid zich gedraagt en hoeveel energie het scheelt, ligt er nu een grote proef. Onderzoekers uit Lelystad willen de proef het liefst meer dan 10 jaar laten lopen
    Beheersen van de pottemperatuur
    Hop, M.E.C.M. - \ 2008
    Lisse : PPO BBF Wageningen UR - 1
    houtachtige planten als sierplanten - struiken - potcultuur - bodemtemperatuur - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - potplanten - ornamental woody plants - shrubs - pot culture - soil temperature - cultural control - pot plants
    Hoge pottemperaturen kunnen problemen veroorzaken op hete zomerdagen. Vooral de wortels van containerplanten kunnen beschadigd raken; ziektes krijgen daardoor meer kans. Ook de gewasgroei kan geremd worden bij hoge pottemperatuur.
    Het meten van verdamping bij champignons met behulp van infrarood temperatuur sensoren : innovatieve teeltsturing
    Loon, P.C.C. van; Amsing, J.G.M. ; Gielen, J. - \ 2008
    Wageningen : Plant Research International - 20
    paddestoelen - eetbare paddestoelen - teeltsystemen - bodemtemperatuur - sensors - mushrooms - edible fungi - cropping systems - soil temperature - sensors
    Regelmatig doen zich problemen voor met de knopvorming en uitgroei van champignons. Voor een juiste sturing hiervan is meer inzicht in het microklimaat nodig. Momenteel wordt door een aantal telers een handmatige infrarood meter gebruikt om de oppervlaktetemperatuur van het bed tijdens het afventileren te meten. Ze zijn hierdoor in staat om de knopvorming in de eerste vlucht beter te sturen. Er is nog onvoldoende kennis aanwezig voor toepassing in de tweede vlucht. Telers geven aan dat de stuurbaarheid van de teelt sterk toeneemt als gebruik gemaakt kan worden van dergelijke informatie. Doel van dit project is de stuurbaarheid van de teelt te vergroten en informatie te leveren over de toepassingsmogelijkheden van infrarood sensoren voor het meten van locale temperatuur en verdamping. Verder zal worden nagegaan welke sensoren het beste gebruikt kunnen worden en wat de precieze invloed is van dekaarde= en champignontemperaturen op de knopvorming, uitgroei en verdamping. Hiertoe is een meetinstallatie gebouwd waarmee praktijkmetingen zijn uitgevoerd op de kwekerij van dhr. M. Hanenberg. Op 4 meetplekken in de proefcel zijn elk 5 thermokoppelmetingen (composttemp, dekaardetemp. op 0,5 cm en op 4 cm diep, droge= en natte bol tussen uitgroeiende knoppen) en 2 infrarood (IR)metingen (bedoppervlakte en knop/hoed) uitgevoerd. M.b.t. de thermokoppelmetingen waren er veel technische problemen en afwijkingen, waardoor aanvullende testen nodig waren. Uit deze testen bleek dat PT(100) sensoren beter geschikt zijn voor dergelijke toepassingen. De infraroodmetingen gaven wel een betrouwbare meetwaarde aan, waarbij de IR bedoppervlaktemeting praktisch bruikbaarder is, omdat de IR knop/hoed meting regelmatig moet worden gericht. Wat betreft de onderlinge verschillen van de 4 meetplaatsen, deze waren dusdanig klein, dat men zou kunnen volstaan met een enkele (representatieve) IR bedoppervlaktemeting. Deze kan dan tevens worden gebruikt om het verdampingsdeficit tussen bedoppervlakte en cellucht te bepalen.
    Innovatief teeltsysteem Alstroemeria : onderzoek naar het lange termijn effect van teelt op substraat
    Labrie, C.W. ; Heij, G. - \ 2008
    Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 198) - 26
    alstroemeria - cultuur zonder grond - teeltsystemen - innovaties - bodemtemperatuur - plantdichtheid - alstroemeria - soilless culture - cropping systems - innovations - soil temperature - plant density
    Alstroemeria wordt gebruikelijk in de grond geteeld. Alternatieve teeltsystemen zouden de rentabiliteit kunnen verhogen door middel van een hogere ruimtebenutting en hogere productie door een beter controleerbaar bodemklimaat. Doel van dit onderzoek was het bepalen van het effect van de teelt in bakken, op de meerjarige productie van verschillende Alstroemeria cultivars in de praktijk. Deze substraatproef is voor een aantal cultivars uitgevoerd bij twee plantdichtheden. De productiegegevens laten zien dat een substraatvolume van 11 liter op kokos na drie jaar niet beperkend is voor de groei. Een bodemtemperatuur per etmaal van 16°C kon worden gehandhaafd doordat hogere temperaturen overdag, werden gecompenseerd door lagere temperaturen ¿s nachts. Een dubbele plantdichtheid gaf niet dubbel zoveel productie, maar wel een meerproductie van 36% bij Virginia. Bij Tiësto was dit verband minder duidelijk. Gedurende de looptijd van de proef bleek het zonder apart gereguleerd druppelsysteem moeilijk om de watergift en EC in de proef optimaal te sturen. Hierdoor is potentiële meerproductie van substraat ten opzichte van grondteelt blijven liggen. Dit onderzoek toont aan dat substraatteelt in Alstroemeria zeker potentie heeft. Ten opzichte van de grondteelt behoeven vochtgehalte en bemesting wel extra aandacht. Met meer kennis over optimale water- en voedingsgift op substraat voor verschillende cultivars, is zeker productieverhoging van Alstroemeria op substraat te verwachten
    Beschrijving module OSmanSoil : een eenvoudig bodemmodel voor de beschrijving van waterbeweging, convectief stikstoftransport, water- en stikstofopname, denitrificatie, nitrificatie en mineralisatie
    Heinen, M. - \ 2005
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1261)
    bodem - modellen - transportprocessen - beweging in de bodem - bodemwaterbeweging - stikstof - denitrificatie - nitrificatie - bodemtemperatuur - soil - models - transport processes - movement in soil - soil water movement - nitrogen - denitrification - nitrification - soil temperature
    In het onderzoek naar organisch stofmanagement in biologische kasteelt (bijvoorbeeld Marcelis et al., 2003) is tot nu toe gebruik gemaakt van een gekoppeld bodem-plant model, bestaande uit FUSSIM2 (Heinen and de Willigen, 1998; 2001) en INTKAM (Gijzen, 1994). Omdat de rekentijd van dit gekoppelde model relatief groot is, kon dit niet worden toegepast in het te ontwikkelen adviesmodel voor organische bemesting. Daarom is besloten om een eenvoudig bodemmodel op te zetten, welke ongekoppeld met het plantmodel kan functioneren. In dit rapport wordt kort de theorie en gebruikershandleiding van het eenvoudige bodemmodel beschreven
    Licht en bodemtemperatuur bij Alstroemeria : invloed van assimilatiebelichting en bodemtemperatuur op de groei, productie en kwaliteit van Alstroemeria
    Heij, G. ; Paassen, R.A.F. van; Kersten, M. - \ 2004
    Naadlwijk : Prakijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Glastuinbouw (Rapport / PPO 41704340) - 44
    alstroemeria - snijbloemen - kunstlicht - bodemtemperatuur - impact - plantenontwikkeling - gewasopbrengst - kwaliteit - alstroemeria - cut flowers - artificial light - soil temperature - impact - plant development - crop yield - quality
    Modeling heat exchanges at the land-atmosphere interface using multi-angular thermal infrared measurements
    Jia, L. - \ 2004
    Wageningen University. Promotor(en): Reinder Feddes. - Wageningen : S.n. - ISBN 9789085040415 - 199
    luchttemperatuur - warmteoverdracht - remote sensing - kroondak - oppervlakte van het gebladerte - temperatuur - bodemtemperatuur - modellen - aardoppervlak - air temperature - heat transfer - remote sensing - canopy - foliage area - temperature - soil temperature - models - land surface
    Keywords: heat transfer, remote sensing, land surface, soil-foliage canopies, anisotropy, foliage temperature, soil temperature, dual-source model.

    This thesis describes the use of multi - angular radiometric observations of the terrestrial biosphere to characterize and understand thermal heterogeneity towards better models of heat exchange at the land - atmosphere interface. The models and algorithms described in this thesis have been evaluated using data collected during field experiments inChina,USAandSpain. Radiative and convective processes in the canopy space are described first using a 3D model to deal with realistic canopy architecture. Penetration and interception of direct, diffuse and emitted radiance are treated separately taking into account the spatial organization of canopy elements and the angular distribution of leaves. This model is used to analyze the relation between the anisotropy of exitance and the thermal heterogeneity of vegetation canopies. Simpler models of TopOfCanopy (TOC) radiance as a linear mixture of radiance emitted by either four or two canopy components are proposed in view of current Top Of Atmosphere (TOA) bi- angular observations of emittance by space - borne radiometers such as Along Track Scanning Radiometer (ATSR)-2 and Advanced ATSR (AATSR). Comparison with multi-angular, multi - temporal measurements of exitance proved that the two - components model does reproduces observed anisotropy. The initial 3D model is then used to derive analytically four-, dual- and single heat source models to parameterize heat transfer at the land - atmosphere interface. Assumptions necessary to arrive at these parameterizations are identified to document how the parameterizations account for the radiative and convective processes described in detail by the initial 3D model. Field measurements proved that the dual source model agrees with sensible heat flux density better than single source models, independently of the parameterization of the heat transfer resistance. As regards single source models, the best results were obtained with a parameterization of the resistance dependent on the anisotropy of exitance. A novel algorithm has been developed to retrieve soil and foliage component temperatures from the bi-angular observations provided by the ATSR-2 and AATSR systems. This algorithms makes optimal use of information contained in the four spectral channels in the VISible, Near InfraRed and Short Wave InfraRed regions and in the two spectral channels in the Thermal InfraRed region at two view angles to retrieve simultaneously atmospheric column water vapor, aerosols optical depth, vegetation fractional cover, soil and foliage component temperatures. Values of TOC radiance are obtained after correction of atmospheric effects,thenused to invert the simple two - component model to retrieve soil and foliage component temperatures. Agreement with detailed contact and radiometric ground measurements of soil and foliage temperatures was very good. At larger spatial scales the algorithm has been validated in detail with simulated TOA and TOC image data. Direct validation of retrieved soil and foliage temperatures from ATSR-2 observations was less detailed because of the large ATSR footprint, compounded by the large difference between footprint size and shape in the nadir and forward views. At the regional scale sensible heat flux density was modeled using bi-angular ATSR-2 observations of exitance and compared with measurements by Large Aperture Scintillometers at a spatial scale comparable with the ATSR-2 spatial resolution. Agreement was very good and within the accuracy of the Scintillometers.

    Invloed pottemperatuur op groei potchrysant
    Kouwenhoven, D. ; Mourik, N.M. van; Noort, F.R. van; Schüttler, H. ; Verberkt, H. - \ 2003
    Naaldwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Glastuinbouw - 36
    chrysanthemum - chrysanten - potplanten - bodemtemperatuur - groeitempo - nederland - glastuinbouw - chrysanthemum - chrysanthemums - pot plants - soil temperature - growth rate - netherlands - greenhouse horticulture
    Teeltkundige consequenties van energiebesparende klimaatscenario's in de champignonteelt
    Amsing, J.G.M. ; Swinkels, H.A.T.I. - \ 2002
    Horst : PPO Paddestoelen (Rapport PPO 2002-6) - 20
    agaricus bisporus - energiebehoud - groeikamers - relatieve vochtigheid - kooldioxideverrijking - bodemtemperatuur - energiebesparing - agaricus bisporus - energy conservation - growth chambers - relative humidity - carbon dioxide enrichment - soil temperature - energy saving
    Estimation of evaporative fractions by the use of vegetation and soil component temperature determined by means of dual-looking remote sensing
    Rauwerda, J. ; Roerink, G.J. ; Su, Z. - \ 2002
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 580) - 147
    evaporatie - schatting - remote sensing - bodemtemperatuur - temperatuur - vegetatie - aardoppervlak - energiebalans - geo-informatie - verdamping - verdroging - Europa - Azië - Nederland - Spanje - evaporation - estimation - remote sensing - soil temperature - temperature - vegetation - China
    Knowledge of evaporation on local scale is a prerequisite for the prediction of drought. The Surface Energy Balance System (SEBS) provides the means to do this. Input data of SEBS are satellite data and a limited set of ground measurements. By using the dual-looking viewing capabilities of the ATSR sensor on board the ERS-II it is possible to determine vegetation and soil temperature separately. These two temperatures can be used in SEBS - the dual source SEBS - in order to gain more insight into theevaporation process and to improve the physical basis of the algorithm. Testing and validation of single and dual source SEBS has been carried out with the use of existing data sets of the Netherlands and Spain. The algorithm sensitivity towards input variables is established. Air and surface temperatures and wind speed have a large impact on the results. Two input variables proof to be very hard or impossible to measure, i.e. the roughness length for momentum and the roughness length for heat transfer.The existing methods and models do not give satisfactory results. Validation is carried out with ground fluxes, measured by eddy devices and scintillometers.
    FUSSIM2 version 5; new features and updated user's guide
    Heinen, M. ; Willigen, P. de - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 363) - 164
    wortels - wateropname (planten) - groei - voedingsstoffenopname (planten) - evaporatie - simulatiemodellen - bodemtemperatuur - waterstroming - bodemfysica - milieu - nutriënten - fosfaat - simulatiemodel - stikstof - roots - water uptake - growth - nutrient uptake - evaporation - simulation models - soil temperature - water flow
    FUSSIM2 is a two-dimensional simulation model for describing movement of water, solute transport and root uptake of water and nutrients in partially saturated porous media. It was documented in 1998. Since then new features have been included that aredescribed in the current report. The new features include: extension to the van Genuchten-Mualem description of the physical properties of the porous medium, reduction of evaporation of water at the soil surface, runoff, the Vimoke drain concept, phosphate adsorption and phosphate fixation, non-zero sink nutrient uptake, root growth described as a diffusion process, nitrification and denitrification, and soil temperature. Furthermore, a version in cylindrical coordinates is available, FUSSIM2 is coupledwith the organic-matter model MOTOR, and an expo-lineair growth and demand module is included in FUSSIM2 for special situations. This report includes an updated users' guide.
    Het oplossen van horizontale temperatuurverschillen op siergewassenbedrijven
    Esmeijer, M. ; Tuin, R. ; Meer, M. van der - \ 2000
    Naaldwijk : Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente, Vestiging Naaldwijk (Rapport / Proefstation voor Bloemisterij en Glasgroente 262) - 42
    teelt onder bescherming - kassen - temperatuur - bodemtemperatuur - watertemperatuur - luchttemperatuur - microklimaat - protected cultivation - greenhouses - temperature - soil temperature - water temperature - air temperature - microclimate
    Het eerste doel van dit project was het verbreden van de toepasbaarheid van een meetprotocol voor horizontale klimaatverschillen zoals beschreven in de 'Handleiding voor het opsporen en oplossen van horizontale klimaatverschillen' (Nijs, 1997). Dit protocol was getest op een tiental buisrailbedrijven. Gezien het belang van een goed horizontaal klimaat voor een energie-efficiënte teelt was verbreding naar andere teeltsystemen gewenst. Het tweede doel was het uittesten van een speciaal ontwikkeld warmteafgifteprogramma. Het programma berekent de evenwichtstemperatuur van een stukje kas. Hiermee is het mogelijk om verschillen in ruimtetemperatuur, veroorzaakt door de verwarming op te sporen.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.