Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 37

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Cultural Meanings of the Landscape
    Peters, K.B.M. - \ 2014
    Wageningen : TOPOS
    landschap - recreatie - stadsparken - migranten - stedelijke gebieden - landscape - recreation - urban parks - migrants - urban areas
    Place meanings and place attachments are socially constructed. Individuals can experience different senses of meaning and attachment over their life course, and in relation to socio-cultural environments. In this essay I will explore how place attachment of first generation migrants is important for evaluating how urban design deals with the consequences of changing populations.
    Het park van de Toekomst
    Heer, M. de; Egmond, P.M. van; Jorritsma, I.T.M. - \ 2012
    Groen : vakblad voor groen in stad en landschap 68 (2012)7/8. - ISSN 0166-3534 - p. 6 - 11.
    openbare parken - stadsparken - toekomst - maatschappelijke vorming - ontwerp - public parks - urban parks - future - social education - design
    Groen in en om de stad heeft toekomst. Groen draagt bij aan een fijne leefomgeving, biedt recreatiemogelijkheden en is goed voor de gezondheid. Maar groen is ook duur, vooral in de stad. Hoe kijken sociologen, ecologen, economen, landschapsarchitecten en projectontwikkelaars aan tegen groen in de toekomst? We vroegen het hen en geïnspireerd door hun ideeën schetsen we vier perspectieven op het park van de toekomst.
    The green city guidelines : techniques for a healthy liveable city
    Roo, M. ; Kuypers, V.H.M. ; Lenzholzer, S. - \ 2011
    The Green City - ISBN 9789491127007 - 99
    stadsontwikkeling - stedelijke planning - groene daken - groene gevels - openbaar groen - groenbeheer - stadsparken - groene zones - straatbomen - steden - stedelijke ecologie - stadsomgeving - ecosysteemdiensten - urban development - urban planning - green roofs - green walls - public green areas - management of urban green areas - urban parks - green belts - street trees - towns - urban ecology - urban environment - ecosystem services
    The Green City Guidelines is an international book that provides information on the social and economic advantages of green spaces in urban environments. The book focuses on decision-makers and people practically involved in the field concerned. It provides tips and advice on ways of using plants, trees and parks to make a town 'greener'. The guidelines are the result of an integrated approach of all the disciplines involved in the layout of urban environments. They are based on the latest expertise and practical examples provided by many researchers and designers from the Netherlands and other countries. The book was written by municipal engineer and landscape architect Michelle de Roo, of Niek Roozen Landscape Architects. The book’s aim is to apply the knowhow relating to the GreenCityphilosophy as an integrated urban view on a socially and economically sound living and working environment in towns all over the world. The book will be updated to include knowledge and visions that become available in the years to come. The book comprises the following chapters: Green cities, Green neighbourhoods, Green streets, Green buildings.
    Op weg naar Park Essenburg : advies aan Bewonersgroep ProGroen Rotterdam
    Veer, P.M. ; Kersten, I. ; Noorthuizen, J. ; Bouman, V. ; Huit, J. van; Bergstra, E. ; Egging, M. ; Quaedvlieg, E. - \ 2011
    Wageningen : Wetenschapswinkel Wageningen UR (Rapport / Wetenschapswinkel Wageningen UR 280) - ISBN 9789085857365
    openbaar groen - stadsparken - stedelijke ecologie - stadsontwikkeling - publieke tuinen - spoorwegen - rotterdam - public green areas - urban parks - urban ecology - urban development - public gardens - railways - rotterdam
    Bewonersgroep ProGroen in Rotterdam is voor het behoud van een miskende groenstrook van circa twaalf hectare tussen de spoordijk en Essenburgsingel. Ze wil dat het gebied in de deelgemeente Delfshaven het groene en duurzame karakter behoudt en dat het in de toekomst goed bruikbaar is en blijft voor alle mensen uit de buurt en de stad. De Wetenschapswinkel ziet voor ProGroen de opgave weggelegd om aan te tonen dat de strook een waardevol groenelement is in de stad. Het park draagt bij aan de sociale cohesie: het vergroot het aantal ontmoetingsplekken in de wijk, biedt laagdrempelige aanleidingen om contact te leggen en motiveert bewoners te investeren in relaties in de buurt. Daarnaast biedt het park de wijkbewoners nieuwe mogelijkheden om in contact te komen met groen, met natuur. De eerste concrete invulling van het park is PlukTuin Essenburg RFC. Deze PlukTuin, een buurttuin, wordt aangelegd op een voormalige parkeerplaats. Opzet is dat bewoners de PlukTuin zelf aanleggen en onderhouden
    Vaste planten in openbaar groen, voor functionele en onderhoudsvriendelijke toepassingen
    Hop, M.E.C.M. - \ 2011
    Boskoop : PPH - ISBN 9789491127021 - 47
    sierplanten - openbaar groen - stadsparken - stedelijke gebieden - soortenkeuze - onderhoud - ornamentele waarde - groenbeheer - ornamental plants - public green areas - urban parks - urban areas - choice of species - maintenance - ornamental value - management of urban green areas
    In het Nederlandse openbaar groen worden erg weinig vaste planten worden gebruikt. Op verzoek van kwekers en met financiering van het Productschap Tuinbouw, heeft Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) daarom onderzoek gedaan naar de oorzaken hiervan. Dit werd niet veroorzaakt door een gebrek aan geschikte soorten. De oorzaak lijkt meer te liggen in de slechte reputatie die vaste planten hebben bij groenbeheerders. Ze worden veelal gezien als duur en veel onderhoud vragend. Deze reputatie was 25 jaar geleden misschien terecht, maar in de tussentijd zijn er nieuwe beheermethoden ontwikkeld en nieuwe soorten in de praktijk uitgetest. Daarmee zijn onderhoudsarme beplantingen te maken, die zelfs goedkoper uitpakken dan een heestervak of gazon. Dat biedt veel nieuwe mogelijkheden voor het gebruik.
    De Groene School : de bijdrage van hogeschool Van Hall Larenstein aan de groene praktijk in de Gelderse Vallei en Amersfoort
    Branderhorst, A. ; Gils, S. van; Stobbelaar, D.J. ; Timmermans, W. - \ 2010
    Wageningen : Landwerk - ISBN 9789077824061 - 48
    plattelandsontwikkeling - relaties tussen stad en platteland - stedelijke planning - regionale planning - hoger onderwijs - projecten - groene zones - stadsparken - nederland - natuurbescherming - gebiedsgericht beleid - gelderse vallei - eemland - groenbeheer - gelderland - natuurontwikkeling - natuurbeheer - rural development - rural urban relations - urban planning - regional planning - higher education - projects - green belts - urban parks - netherlands - nature conservation - integrated spatial planning policy - gelderse vallei - eemland - management of urban green areas - gelderland - nature development - nature management
    Hogeschool Van Hall Larenstein wil haar studenten in échte' praktijkopdrachten laten kennismaken met het werkveld - en het werkveld laten kennismaken met de studenten. De opleiding zoekt daarom blijvende samenwerking met maatschappelijke organisaties en overheden. En met succes. Het samenspel tussen onderwijs en professionele praktijk zorgt vaak voor frisse, innovatieve ideeën en dat is nuttig voor beide partijen. Zo is er sinds jaren de samenwerking met de Stichting Vernieuwing Gelderse Vallei en de gemeente Amersfoort. Ze analyseren problemen, onderzoeken kansen, belemmeringen en mogelijke oplossingen. Dit boek doet verslag van die samenwerking, o.a. betreffende: ruimte voor natuur bij Achterberg; ruimte voor natuur en recreatie bij Ede; verhoogde waterstand in Erica-Kallenbroek; Grebbelinie beleefbaar; Stad en land rondom Amersfoort; herinrichting voormalige spoorwegwerkplaats
    Kwaliteit leefomgeving en stedelijk groen
    Vreke, J. ; Salverda, I.E. - \ 2009
    Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 169) - 48
    stedelijke gebieden - parken - stadsparken - kwaliteit van het leven - levensstandaarden - milieu - perceptie - stadsomgeving - stedelijke bevolking - groenbeheer - openbaar groen - urban areas - parks - urban parks - quality of life - living standards - environment - perception - urban environment - urban population - management of urban green areas - public green areas
    De bijdrage van stedelijk groen aan de kwaliteit van de leefomgeving kan verlopen via actief en passief gebruik van het groen, via aanwezigheid van het groen en via doorwerkingen van gebruik of aanwezigheid van groen. Het onderzoek is gericht op mechanismen waarin actief of passief gebruik van stedelijk groen de initiërende factor is en waarbij sprake is van beïnvloeding van de kwaliteit van de leefomgeving voor een bepaalde groep of groepen bewoners. Voor twee cases, Moe’s Tuin in Delft en zelfbeheer van publiek groen in Utrecht, is geïllustreerd hoe stedelijk groen een bijdrage heeft geleverd aan de kwaliteit van de leefomgeving. Dit betreft voorbeelden waarbij via groen of een groen project de leefbaarheid van de buurt wordt aangepakt. Dit leidt tot verbetering, eerst voor de initiatiefnemers van en deelnemers aan het project en vervolgens voor de buurt als geheel
    Urban Green Space and Sport: The case of the Netherlands 1800-2000
    Kooij, P. - \ 2009
    In: Sport, Recreation and Green Space in the European City / Clark, P., Niemi, M., Niemelä, J., Helsinki : Suomalaisen Kirjallisuuden Seura (Studia Fennica Historica 16) - ISBN 9789522221629 - p. 54 - 73.
    stadsparken - geschiedenis - stedelijke gebieden - historische ecologie - urban parks - history - urban areas - historical ecology
    Vaste planten in Nederlands openbaar groen
    Hop, M.E.C.M. - \ 2009
    overblijvende planten - beplantingen - stedelijke gebieden - soortenkeuze - verfraaiing - stadsparken - groene zones - openbaar groen - perennials - plantations - urban areas - choice of species - beautification - urban parks - green belts - public green areas
    Met vaste planten is veel variatie en kleur op een klein oppervlak mogelijk. Vaste planten worden meestal als bodembedekker in vakbeplanting toegepast, maar bijvoorbeeld ook als boomspiegel of rand langs heestervakken zijn ze goed op hun plaats. Vooral in woonwijken zijn er veel toepassingsmogelijkheden en stellen bewoners de sierwaarde van vaste planten op prijs
    Een Nieuwe Koekelt : kloppend groen hart van Ede
    Kruit, J. ; Blitterswijk, H. van; Stokhof de Jong, J. ; Duyf, J. ; Rijnbeek, G. ; Zwart, J. de - \ 2009
    Wageningen : Wetenschapswinkel Wageningen UR (Rapport / Wetenschapswinkel Wageningen UR 258) - 68
    tuinieren - landgebruik - stedelijke gebieden - recreatie - stadsparken - inventarisaties - volkstuinen - veluwe - gardening - land use - urban areas - recreation - urban parks - inventories - allotment gardens - veluwe
    De tuinders van VAT-Ede (Vereniging Amateurtuinders) wilden een verkenning uitvoeren naar de mogelijkheden om het bestaande volkstuincomplex De Koekelt om te vormen tot een multifunctioneel tuinenpark. Het volkstuinencomplex De Koekelt biedt door haar ligging en grootte ongekende mogelijkheden om een multifunctioneel tuinenpark te realiseren. Het volkstuinenterrein kan door herstructurering veranderen in een groene zone waar ecologie en milieu de ruimte krijgen, waar meerdere vormen van recreatie mogelijk zijn en waar meer aansluiting ontstaat met de omgevingEen multifunctioneel tuinenpark zou wel eens de groene motor kunnen zijn voor de herstructurering van het hele Peppelensteeggebied.
    Bäume und pflanzen lassen Städte atmen : Schwerpunkt - Feinstaub
    Menke, P. ; Thönnessen, M. ; Beckröge, W. ; Bauer, J. ; Schwarz, H. ; Gross, W. ; Hiemstra, J.A. ; Schoenmaker-van der Bijl, E. ; Tonneijk, A.E.G. - \ 2008
    Plant Publicity Holland (PPH)/ VHG
    stadsparken - straatbomen - fijn stof - urban parks - street trees - particulate matter
    Bosjes van Poot : onderzoek eikenclusters en effecten van honden
    Ouden, J. den; Sass-Klaassen, U. ; Copini, P. ; Koelewijn, H.P. ; Kopinga, J. - \ 2008
    Wageningen : WUR - 62
    vegetatie - stadsparken - bossen - honden - nadelige gevolgen - stedelijke ecologie - zuid-holland - vegetation - urban parks - forests - dogs - adverse effects - urban ecology - zuid-holland
    De Bosjes van Poot is een duingebied in de gemeente Den Haag, dat samen met het Westduinpark in 1990 door het Rijk is aangewezen als “Natuurmonument Westduinpark”. Daarmee werden deze gebieden onder de werking van de Natuurbeschermingswet gebracht. In het gebied bevinden zich een groot aantal eikenclusters. Dit rapport doet verslag van een onderzoek naar de genetische oorsprong, de ouderdom, de ontstaanswijze en de waardestelling van deze eikenclusters. Daarnaast is onderzoek verricht naar de mogelijke effecten van honden op de groei en vitaliteit van de eikenclusters en wordt een beheeradvies gegeven
    Bosjes van Poot : onderzoek bezoekers en honden
    Jaarsma, C.F. ; Kooij, H.J. ; Webster, M.J. - \ 2008
    Wageningen : WUR, LSG Landgebruiksplanning (Nota / Vakgroep Ruimtelijke Planvorming, Wageningen Universiteit no. 104) - ISBN 9789085851776
    duingebieden - recreatiegebieden - natuurbescherming - honden - stadsparken - hondenfeces - bezoekers - monitoring - nederland - stedelijke gebieden - zuid-holland - duneland - amenity and recreation areas - nature conservation - dogs - urban parks - dog faeces - visitors - monitoring - netherlands - urban areas - zuid-holland
    De Bosjes van Poot is een duingebied dat sinds 1990 behoort tot Natuurmonument Westduinpark. Daarmee valt het onder de Natuurbeschermingswet en in 2008 wordt de aanwijzing tot Natura 2000 gebied verwacht. In opdracht van Dienst Stadsbeheer van Den Haag is nu een onderzoek opgezet en uitgevoerd om beter zicht te krijgen op een gewenst hondenbeleid. De vraagstelling is hoeveel honden er gebruik maken van het gebied en hoe dat over het gebied verdeeld is
    Openbaar groen vraagt om kleur van vaste planten
    Hop, M.E.C.M. - \ 2008
    Groen : vakblad voor groen in stad en landschap 64 (2008)6. - ISSN 0166-3534 - p. 32 - 35.
    sierplanten - overblijvende planten - stadsparken - vegetatie - soortenkeuze - kleur - openbaar groen - ornamental plants - perennials - urban parks - vegetation - choice of species - colour - public green areas
    Vaste planten zijn in het openbaar groen mondjesmaat aanwezig. Goede soorten zijn er genoeg, maar er blijkt meer kennisuitwisseling tussen de betrokken partijen nodig te zijn om die vaker toe te passen
    De tien meest betrouwbare soorten : vaste planten in het openbaar groen
    Hop, M.E.C.M. - \ 2008
    Tuin en Landschap 30 (2008)9. - ISSN 0165-3350 - p. 12 - 14.
    overblijvende planten - soortenkeuze - beplantingen - stedelijke gebieden - groene zones - stadsparken - openbaar groen - perennials - choice of species - plantations - urban areas - green belts - urban parks - public green areas
    Met vast planten kan men fraaie, onderhoudsvriendelijke en goed betaalbare beplantingen voor plantsoen, park of groenstrook maken. Of dat lukt, hangt af van de sortimentskeuze afgestemd op de functionaliteit en de locatie. PPO deed hier onderzoek naar en toont tien vaste planten die zich in het openbaar groen hebben bewezen
    Vaste planten in Nederlands openbaar groen : extensief beheer in de praktijk
    Hop, M.E.C.M. - \ 2008
    Lisse : PPO Bloembollen en Bomen (PPO nr. 425) - 64
    sierplanten - stadsparken - vegetatie - stedelijke gebieden - openbaar groen - ornamental plants - urban parks - vegetation - urban areas - public green areas
    In Nederland is openbaar groen in steden vaak schaars en monotoon. De vraag naar meer openbaar groen wordt steeds sterker, maar het lijkt op dit moment niet haalbaar om er veel meer oppervlak voor te reserveren. Een andere manier om het positieve effect van groen op mensen te vergroten is, door het aantal gebruikte soorten te verhogen. Vaste planten zijn hiervoor bij uitstek geschikt, omdat ze op een beperkt oppervlak veel kleur en variatie bieden. Meestal worden ze ingezet als bodembedekker in vakbeplanting, maar er zijn nog veel meer toepassingsmogelijkheden. Vooral als onderdeel van groenelementen in woonwijken zijn ze zeer geschikt.
    Stadsbomen voor een goede luchtkwaliteit
    Tonneijck, A.E.G. ; Kuypers, V.H.M. - \ 2006
    Bomennieuws 31 (2006)1. - ISSN 0166-784X - p. 8 - 10.
    bomen - straatbomen - stadsparken - stedelijke gebieden - luchtkwaliteit - luchtverontreiniging - zuiveren - ozon - stikstofdioxide - organische stof - openbaar groen - fijn stof - trees - street trees - urban parks - urban areas - air quality - air pollution - purification - ozone - nitrogen dioxide - organic matter - public green areas - particulate matter
    Aangegeven wordt welke bomen geschikt zijn om de ozonniveaus te verminderen; welke de stikstofdioxide goed kunnen opnemen; welke zeer veel of weinig vluchtige organische stoffen kunnen emitteren en welke het fijn stof kunnen vastleggen
    Landschapshistorische studie Karpen-Eckart-Koudenhoven: een cultuurhistorische- en landschappelijke verkenning ten behoeve van de planvorming
    Weijschedé, T.J. ; Kruit, J. ; Mulder, J.R. - \ 2006
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1331) - 60
    landschap - erfgoed - cultureel erfgoed - regionale planning - karteringen - stadsparken - noord-brabant - cultuurlandschap - landscape - heritage areas - cultural heritage - regional planning - surveys - urban parks - cultural landscape - noord-brabant
    In het gebied "De Karpen" staan verschillende ruimtelijke ontwikkelingen op stapel. Dit was aanleiding voor de gemeente Eindhoven voor het opstellen van een ontwikkelingsvisie. Dit rapport met landschapshistorische gegevens, met Tongelre als centrale plaats daarin, vormt de basis voor het gemeentelijk plan
    De integrale beplantingsmethode, naar een dynamische benadering voor het ontwerpen van beplantingen
    Ruyten, F. - \ 2006
    Wageningen University. Promotor(en): K. Kerkstra; H. Challa, co-promotor(en): Ron van Lammeren. - - 136
    landschapsarchitectuur - landschapsbouw - beplantingen - stadsparken - beplanten - selectiecriteria - planten - ontwerp - landscape architecture - landscaping - plantations - urban parks - planting - selection criteria - plants - design
    Public parks and gardens (planting structures) in urban areas are subject to various forms of human intervention, based on traditional planting methods. These forms of intervention are related to the creation of individual space required for mature growth of ligneous plants by thinning or by limiting growth in cases where plants exceed the space delineated for them. Such intervention is costly, must be executed timely in order to prevent irreversible deformity, and influences undamaged growth.

    The objective of this study is to resolve the contradiction between human intervention and undamaged growth by adopting a planting method which is based on a dynamic approach to the design of planting schemes. This dynamic approach has led to the integral planting method as a theoretical model; in this method, the space required for maximum growth in a plant's mature phase is combined with the realisation of architectural functions. The desired effect is defined by the initial size of the trees and shrubs. The growth movement towards the dimensions of the maturity phase is part of a composition in time and space in accordance with a so-called 'planting-film'. Because the growth rate of the plants defines the above-mentioned composition, human intervention can be reduced to a minimum. In addition, the integral planting method contains a set of instruments to define the space for growth to a certain size at a certain point in time in location-specific circumstances. By providing sufficient room for growth and by relating life span to environment dynamics, unexpected changes in future growth development can, to a certain extent, be compensated.

    The retrospective in Chapter 2 shows that with the planting method applied in the three cases (Haarzuilens, Amsterdamse Bos, Bijlmermeer Groenstructuur), people are always aiming for quick results and planning for future growth requires much effort, which must be enforced timely and systematically to ensure that the desired effect is not affected irreversibly (Bijlmermeer Park Structure) or operational backlog is not increased further.

    It is essential that the terminology used is unambiguous to define and legitimize the objective or intended development of a planting structure during the analysis phase. To achieve this unambiguousness, Chapter 3 provides a description of the morphology and morphodynamics (dimensions, growth rate, life span) of the elements used to describe the defined situation. This description, as defined in the tables 'Classification of free-standing forms', Planting typology I, II, III and IV, has led to unambiguous terms and definitions. This will lead to the motivation for the planting scheme (initial situation: initial dimensions, planting distances, assortment) and the planting film (the defined situation). Next, the 'growth', as the effect of movement, is derived from the growth curve survey for each element. The growth curve survey reproduces the morphodynamic aspects in a simplified linear growth curve. The transformations of planting types are shown tobe brought about on the basis of morphodynamics. The Cd-rom supplied with this thesis shows these dynamics from different angles, in the form of a planting film.

    Chapter 4 describes the principles of the adopted, not-adopted, identical and shifted position, with which the morphodynamic aspects of the plant can be applied strategically to also realise transformations of the plant types. The implementation of the growth curve survey shows how larger plant material can be used to start with. The example of a 2-acre park in Boxmeer shows what the principles for freestanding plant shapes bring about in real situations. The operating method and manual clarify how a starting situation (the planting scheme) and its related management regime (execution and maintenance plan) can be derived from the defined situation to which it should lead.

    In chapter 5 a comparison is made to ascertain how the integral planting method behaves in relation to the traditional method. When designing parks and gardens, the definition of assortment, planting interval, initial size and construction and maintenance method covers many variables such as architecture, micro climate, soil, opinions on contruction and maintenance method, quality of base materials, organisation of implementation and so on.These aspects are covered in anumber of cases (Polderpark Almere, Bakenhof Arnhem, Prins Bernhardbos Hoofddorp).

    The method applied in the comparison covers four steps. Step one describes the defined situation and the set-up according to the original planting method. Step two covers the growth curve survey which defines the location-specific morphodynamic characteristics of the plants involved for their actual as well as projected or future growth. Step three contains a fully worked-out planting and maintenance plan based on the alternative planting method and starting from the same defined situation as in step one.

    In step four the architectural and cost aspects of both planting methods are compared. The architectural aspects show the morphodynamics of the plant structure in the long term with the aid of views and diagrams drawn to scale, elucidated with data from the location-specific growth curve survey and field observations of the actual situation. The cost aspects are based on construction and maintenance for the first 30 years, expressed in cumulative, indexed and hard cash amounts, shown graphically for each planting method in the different cases.

    The results of the comparison show that a screen or block based on the traditional planting method will reach full functionality at eye level after 4 - 7 years. With the integral planting method, the results of a screen or block will be visible at eye level from the start, and full functionality will be reached after 8 - 13 years. With the traditional method, it appears to be almost impossible to realise free-standing forms, in practice as well as in simulation during the growth curve survey. Empirical research of the Prince Bernhard forest, which was developed according to the integral planting method, shows that the head start of the larger initial sizes of the free-standing forms in this method provides the visitor with an increased sense of security because of the openness of the plant structure and the fact that this method leads to a completed planting structure in a shorter period of time.

    In addition, the comparison shows that the construction costs using the integral planting method are about double the costs using the traditional planting method. However, the maintenance costs for free-standing forms when the integral planting method has been applied are so low, that cost recovery will occur within a foreseeable period, as compared with the traditional planting method (urban variant).

    The integral planting method can be applied to small- and large-scale urban and small-scale rural park projects. For large-scale rural projects application of the integral planting method requires further investigation of the relation between architectural functions of planting structures and forest ecology and forest management.

    Tree nurseries will need to put more effort into the methods for breeding and planting larger plant material. Some growers already guarantee that their plants will start growing immediately after planting and they offer care and maintenance of these larger inital sizes of trees and shrubs for a maintenance period of 10 years and longer.
    De meerwaarde van tuinparken : de betekenis van tuinparken in een stedelijke omgeving
    Hoeven, E.M.M.M. van der; Stobbelaar, D.J. - \ 2006
    Wageningen : Wetenschapswinkel Wageningen UR (Rapport / Wetenschapswinkel Wageningen UR 222) - ISBN 9789067549998 - 23
    openluchtrecreatie - stadsparken - meervoudig landgebruik - stedelijke gebieden - volkstuinen - openbaar groen - outdoor recreation - urban parks - multiple land use - urban areas - allotment gardens - public green areas
    In een stad, daar concentreert zich alles. Alles en iedereen maakt aanspraak op ruimte, terwijl die uitermate schaars is. Van stedelijk groen is het belangrijk dat zo veel mogelijk mensen er plezier aan kunnen beleven. Dat maakt de relatief recente ontwikkeling van volkstuincomplexen in de richting van ‘tuinparken’ zo interessant. Door een volkstuin open te stellen voor – bijvoorbeeld recreatief of educatief – medegebruik, laat je iederéén meegenieten. Dat is ook een van de uitgangspunten van het gemeentelijke volkstuinbeleid. Deze brochure laat zien hoe je een veranderingsproces vorm geeft om tuinparken duurzaam en onmisbaar te maken. Het project ‘Houd Ons Buiten in de stad’ in tuinpark Ons Buiten in Utrecht dient daarbij als voorbeeld.
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.