Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

    Current refinement(s):

    Records 1 - 20 / 21

    • help
    • print

      Print search results

    • export

      Export search results

    Check title to add to marked list
    Movement ecology of large herbivores in African savannas: current knowledge and gaps
    Owen-Smith, Norman ; Hopcraft, Grant ; Morrison, Thomas ; Chamaillé-Jammes, Simon ; Hetem, Robyn ; Bennitt, Emily ; Langevelde, Frank Van - \ 2020
    Mammal Review 50 (2020)3. - ISSN 0305-1838 - p. 252 - 266.
    Africa - daily activity - home range - migration - population dispersion - predation - ungulates

    Nearly 90% of the world's large herbivore diversity occurs in Africa, yet there is a striking dearth of information on the movement ecology of these organisms compared to herbivores living in higher latitude ecosystems. The environmental context for movements of large herbivores in African savanna ecosystems has several distinguishing features. African large herbivores move in landscapes with high spatiotemporal variability, low predictability, seasonal restrictions in surface water as well as food resources, and exposure to a diverse assemblage of competitors, predators, and pathogens. These features influence mobility, diel activity routines, home-range fidelity, and exposure to predation. We review the knowledge that has been gained about the movements of African herbivores from Global Positioning System (GPS) telemetry and identify important gaps in knowledge that exist. Topics addressed include seasonal movement patterns, daily activity schedules, space utilisation, water dependency, responses to risks of predation, pathogen transmission, social affiliations, and local population density determination. While the growing number of GPS telemetry studies has addressed a wide range of topics in Africa, they remain fragmentary in terms of places and species represented. Most research has been focussed on three species, and practices for data sharing and analysis should be improved. African landscapes are changing perhaps faster than any other region on Earth, with rapidly expanding human populations, massive infrastructure development projects, and changes in climatic regimes. There is a crucial need to establish relationships between herbivore movements and their changing environments, especially in Africa where most of the world's large herbivore diversity resides.

    Pictures or pellets? Comparing camera trapping and dung counts as methods for estimating population densities of ungulates
    Pfeffer, Sabine E. ; Spitzer, Robert ; Allen, Andrew M. ; Hofmeester, Tim R. ; Ericsson, Göran ; Widemo, Fredrik ; Singh, Navinder J. ; Cromsigt, Joris P.G.M. - \ 2018
    Remote Sensing in Ecology and Conservation 4 (2018)2. - ISSN 2056-3485 - p. 173 - 183.
    Camera traps - pellet counts - population estimates - random encounter model - ungulates - wildlife monitoring

    Across the northern hemisphere, land use changes and, possibly, warmer winters are leading to more abundant and diverse ungulate communities causing increased socioeconomic and ecological consequences. Reliable population estimates are crucial for sustainable management, but it is currently unclear which monitoring method is most suitable to track changes in multi-species assemblages. We compared dung counts and camera trapping as two non-invasive census methods to estimate population densities of moose Alces alces and roe deer Capreolus capreolus in Northern Sweden. For camera trapping, we tested the random encounter model (REM) which can estimate densities without the need to recognize individual animals. We evaluated different simplification options of the REM in terms of estimates of detection distance and angle (raw data vs. modelled) and of daily movement rate (camera trap based vs. telemetry based). In comparison to density estimates from camera traps, we found that, dung counts appeared to underestimate population density for roe deer, but not for moose. Estimates of detection distance and angle from modelled versus raw camera data resulted in nearly identical outcomes. The telemetry-derived daily movement rate for moose and roe deer resulted in much higher density estimates than the camera trap-derived estimates. We suggest that camera trapping may be a robust complement to dung counts when monitoring ungulate communities, particularly when similarities between dung pellets from sympatric deer species make unambiguous assignment difficult. Moreover, we show that a simplified use of the REM method holds great potential for large-scale citizen science-based programmes (e.g. involving hunters) that can track the rapidly changing European wildlife landscape. We suggest to include camera trapping in management programmes, where the analysis can be verified via web-based applications.

    Quickscan Contraceptie Hoefdieren
    Lammertsma, D.R. ; Jansman, H.A.H. - \ 2016
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-notitie ) - 18
    dierenwelzijn - wilde dieren - grote grazers - hoefdieren - huisvesting, dieren - diergezondheid - dierethiek - animal welfare - wild animals - large herbivores - ungulates - animal housing - animal health - animal ethics
    Populatiebeheer van wilde hoefdieren: nog niet goed op orde
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Grift, E.A. van der - \ 2015
    Vakblad Natuur Bos Landschap (2015)december. - ISSN 1572-7610 - p. 26 - 29.
    wilde dieren - wildbescherming - wildbeheer - hoefdieren - regionaal beleid - populatiedichtheid - populatie-ecologie - bevolkingsspreiding - habitats - wild animals - wildlife conservation - wildlife management - ungulates - regional policy - population density - population ecology - population distribution - habitats
    In de afgelopen vijftig jaar groeide in grote delen van Europa, inclusief Nederland, zowel de aantallen als de verspreiding van ree, wild zwijn, damhert en edelhert. Verklaringen hiervoor zijn een betere bescherming en beheer, ontsnappingen, spontane (her)kolonisatie van leefgebieden in combinatie met (her) introducties, verbetering van connectiviteit, mildere winters en een verhoogd voedselaanbod. Tot voor kort werd de verspreiding van wild zwijn en edelhert in Nederland gehinderd door rijksbeleid: de soorten mogen alleen op de Veluwe, de Oostvaardersplassen en Nationaal park De Meinweg leven. Inmiddels zijn de provincies verantwoordelijk voor het faunabeleid en de kans is groot is dat wilde hoefdieren in de nabije toekomst verder zullen toenemen.
    Publieke visies op het beheer van wilde dieren : resultaten van een enquête naar de visies van leden en niet-leden op het beheer van wilde dieren
    Buijs, A.E. ; Langers, F. - \ 2014
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2502) - 29
    fauna - edelherten - hoefdieren - sus scrofa - wildbeheer - natuurbeheer - ecologisch herstel - natuurbeleid - opinies - fauna - red deer - ungulates - sus scrofa - wildlife management - nature management - ecological restoration - nature conservation policy - opinions
    Groot wild zoals edelherten, reeën en wilde zwijnen dragen bij aan recreatie en natuurbeleving maar veroorzaken soms ook overlast voor landbouw en verkeer. Onderzoek van Alterra voor Natuurmonumenten onder bijna 40.000 deelnemers toont aan dat natuurliefhebbers opvallend genuanceerd denken over het beheer van groot wild in natuurgebieden. Uitbreiding van natuurgebieden om hiermee wilde dieren, zoals edelherten en wilde zwijnen, meer ruimte te geven krijgt veel steun. Aanleg van ecoducten (84%) wordt hierbij geprefereerd boven de aankoop van landbouwgrond (68%). Als dat onvoldoende oplossing biedt is er ook steun voor diverse andere beheermaatregelen. De aanwezigheid en grotere zichtbaarheid van wild vergroot de bezoekersaantallen, zelfs bij de wolf.
    Schadeveroorzakende zoogdiersoorten in Nederland : inzicht in de betrouwbaarheid van aantalsbepalingen
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Goedhart, P.W. ; Lammertsma, D.R. ; Dekker, J.J.A. - \ 2013
    Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2426)
    fauna - inventarisaties - zoogdieren - schadelijke dieren - hoefdieren - monitoring - tellen - methodologie - gegevensanalyse - nederland - fauna - inventories - mammals - noxious animals - ungulates - monitoring - counting - methodology - data analysis - netherlands
    Het Faunafonds heeft Alterra gevraagd voorstellen te doen om de kwaliteit van de gehanteerde schattingen van populaties van zoogdieren te bestuderen en waar gewenst en waar mogelijk te verbeteren. Bijzondere aandacht wordt gevraagd voor de methode 'Integrated Population Monitoring' (IPM). De aandacht gaat hierbij uit naar ree, edelhert, wild zwijn en damhert. Er wordt ingegaan op gedragskenmerken die het resultaat van een telling kunnen beinvloeden en op nationaal en internationaal gangbare telmethodieken. Het rapport kan worden gezien als een eerste aanzet voor het ontwikkelen en toepassen van 'state-space models' en 'integrated population models' (IPM) op gegevens van hoefdieren. Dit blijkt in principe mogelijk, ook rekening houdend met sterfte door afschot en verkeer. Het verkrijgen van betere gegevens om de modellen beter te voeden vereist meerjarig ecologisch onderzoek.
    Aanrijdingen met wilde hoefdieren in een boslandschap: de Veluwe
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Lammertsma, D.R. ; Spek, G.J. - \ 2012
    De Levende Natuur 113 (2012)1. - ISSN 0024-1520 - p. 11 - 16.
    wilde varkens - capreolus capreolus - edelherten - verkeersongevallen - hoefdieren - wildbeheer - veluwe - wild pigs - capreolus capreolus - red deer - traffic accidents - ungulates - wildlife management - veluwe
    Sinds 1993 is er op de Veluwe sprake van een stijgende lijn in het aantal aanrijdingen met Reeën en Wilde zwijnen. In middels bedraagt het aantal aanrijdingen met hoefdieren meer dan 1000 per jaar. Het onderzoek naar de samenhang tussen de aanrijdingen per soort en bepaalde karakteristieken van het verkeer, de biotische en abiotische omgeving en de invloed van jacht leidt tot enkele aanbevelingen.
    Contraceptie als methode in het beheer van hoefdierpopulaties
    Kuiper, M.W. ; Wieren, S.E. van - \ 2010
    Wageningen : Wageningen Universiteit (REG-rapport ) - 54
    hoefdieren - natuurgebieden - contraceptie - populaties - ungulates - natural areas - contraception - populations
    Bezorgdheid over dierenwelzijn en praktische problemen met lethale methoden hebben geleid tot de ontwikkeling van contraceptiemiddelen om hoefdierpopulaties te beheren. Vroege studies hebben enkele chemische sterilisatiemiddelen getest, maar de meeste daarvan zijn niet geschikt gebleken om in het wild levende hoefdieren mee te behandelen. Sommige zijn onpraktisch vanwege de noodzaak van herhaalde toediening of de grote volumes die geïnjecteerd moeten worden om effect te verkrijgen (o.a. (synthetische) hormonen), terwijl andere afvallen vanwege negatieve bijwerkingen op de gezondheid van behandelde dieren (o.a. DES, levonorgestrel). Een ander probleem van de meeste chemocontraceptiemiddelen is hun resistentie tegen biologische afbraak, waardoor de middelen via de voedselketen overgedragen kunnen worden of zich ophopen in het milieu. Het meest veelbelovende chemocontraceptiemiddel is waarschijnlijk de GnRH-agonist leuprolide, dat wel biologisch afbreekbaar is.
    Ungulates and their management in the Netherlands
    Wieren, S.E. van; Groot Bruinderink, G.W.T.A. - \ 2010
    In: European ungulates and their management in the 21th century / Apollonia, M., Andersen, R., Putman, R., Cambridge : Cambridge University Press - ISBN 9780521760614 - p. 165 - 183.
    wildbeheer - hoefdieren - herten - sus scrofa - jagen - wildlife management - ungulates - deer - sus scrofa - hunting
    Eight species of ungulates in the wild or semi-wild state can be found in the Netherlands: red deer, roe deer, wild boar, fallow deer, muntjac, mouflon, cattele and horses. Except for roe deer, which has a country wide distribution, the greatest number of animals of the other species can be found in the Veluwe (a forested heathland area of 100.000 ha in the province of Gelderland)
    Robuuste verbindingen en wilde hoefdieren; verwachte aantallen hoefdieren en mogelijke overlast voor de landbouw, het verkeer en de diergezondheid
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Vos, C.J. de; Lammertsma, D.R. ; Spek, G.J. ; Pouwels, R. ; Griffioen, A.J. ; Gies, T.J.A. - \ 2007
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1506) - 146
    edelherten - herten - hoefdieren - landbouw - verkeer - diergezondheid - verkeersveiligheid - migratie - ecologische hoofdstructuur - habitatfragmentatie - natuur - red deer - deer - ungulates - agriculture - traffic - animal health - traffic safety - migration - ecological network - habitat fragmentation - nature
    In dit rapport worden verwachtingen uitgesproken over het toekomstig functioneren van een aantal robuuste verbindingen die geschikt worden gemaakt voor het edelhert. Ook is onderzocht hoe het gebruik zou kunnen zijn door het wilde zwijn. Er wordt ingegaan op de verwachte aantallen wilde hoefdieren in de robuuste verbindingen en hun mogelijk effect op de landbouw, de verkeersveiligheid en de diergezondheid. Jaarlijks zal naar verwachting 10-20% van de bronpopulatie naar de verbindingszones migreren. Die zogenaamde `starters¿ krijgen vervolgens te maken met de weerstand van het landschap, waardoor hun aantal afneemt, in sommige gevallen tot 0. Edelherten berokkenen per individu gemiddeld per jaar schade aan 0,03 ha landbouwgrond en wilde zwijnen aan 0,05 ha. In een willekeurig gebied kan de procentuele samenstelling van die 0,03 en 0,05 ha in gewastypen worden berekend, door de oppervlaktepercentages van de gewastypen te vermenigvuldigen met gewas- en diersoortspecifieke correctiefactoren. Jaarlijks zal ca. 3% van het aantal dieren in de verbinding sterven in het verkeer (0,2 ¿ 2 dieren/jr). Voor de beoordeling van het veterinaire risico van de robuuste verbindingen is gekeken naar: klassieke varkenspest (KVP), mond- en klauwzeer (MKZ), de ziekte van Aujeszky (ZvA), koeiengriep (IBR) en blauwtong (BT). Bij de kans op besmetting speelt een rol: het aantal dieren dat in de verbindingen wordt verwacht, de prevalentie van de ziekte onder die dieren, de bedrijfs- en dierdichtheid in en rondom de verbindingen en de mogelijkheden voor contact tussen vrijlevende en gehouden dieren. In een aantal opzichten kunnen beheerders of de sector preventieve maatregelen nemen. Als er geen wilde zwijnen toegelaten worden in de robuuste verbindingen, wordt het veterinaire risico sterk gereduceerd.
    De relatie tussen bosontwikkeling op de Zuidoost Veluwe en de aantallen edelherten, damherten, reeën, wilde zwijnen, runderen en paarden.
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Bijlsma, R.J. ; Ouden, J. den; Berg, C.A. van den; Griffioen, A.J. ; Jorritsma, I.T.M. ; Kluiver, R. ; Kramer, K. ; Kuiters, A.T. ; Lammertsma, D.R. ; Prins, H.H.T. ; Spek, G.J. ; Wieren, S.E. van - \ 2004
    Wageningen : Alterra - Centrum Ecosystemen (Alterra-document 2) - 129
    bosbedrijfsvoering - natuurbescherming - wildbeheer - hoefdieren - begrazing - bosecologie - vegetatie - herten - sus scrofa - modellen - veluwe - gelderland - forest management - nature conservation - wildlife management - ungulates - grazing - forest ecology - vegetation - deer - sus scrofa - models - veluwe - gelderland
    De eigenaren van de Zuidoost Veluwe verschillen in hun doelstelling t.a.v. het beheer van bos en natuur. Daarmee verschilt ook hun houding t.a.v. de aantallen paarden, runderen, damherten, wilde zwijnen en edelherten. Het rapport biedt inzicht in de effecten van deze grote grazers op de bosontwikkeling. Er wordt een relatie gelegd met hoofddoelstelling van de terreinbeheerder (natuur voor Natuurmonumenten; houtproductie voor Stichting Twickel en Landgoed Middachten). Een dynamisch bosontwikkelingsmodel (FORSPACE) werd gehanteerd in relatie tot hoefdieren en bosontwikkeling
    Multiscale perspectives of species richness in East Africa
    Said, M. - \ 2003
    Wageningen University. Promotor(en): Andrew Skidmore; Herbert Prins. - Wageningen/Enschede : S.n. - ISBN 9789058087942 - 204
    biodiversiteit - synecologie - ruimtelijke variatie - hoefdieren - wild - vee - pastoralisme - vegetatietypen - kenya - biodiversity - synecology - spatial variation - ungulates - wildlife - livestock - pastoralism - vegetation types - kenya
    This dissertation describes and analyses animal species richness in East Africa from a multi-scale perspective. We studied diversity patterns at sub-continental, national and sub-national level. The study demonstrated that species diversity patterns were scale-dependent. Diversity patterns varied with spatial and temporal scales of observation. Processes and parameters important at one scale were not as relevant at another. At sub-continental level large herbivore assemblages revealed maximum diversity at intermediate ecosystem productivity. This finding is consistent with other studies on the relation between productivity and species richness. When furthermore comparing climatic and remotely sensed estimates of ecosystem productivity we observed the first to be a better predictor of diversity. Geographical patterns in species richness proved to be very similar among different taxonomic groupings of animal species. Most species groupings showed maximum diversity at intermediate productivity. At Kenyan national level we analysed the coexistence of pastoralism and wildlife. A study of eighteen arid and semi arid districts revealed that the biomass of human and livestock populations was negatively related to wildlife biomass. An increase in human population density was associated with a significant decline of the density of wildlife populations. This spatio-temporal extension of the `pastoral road to extinction` model provided more insights into the antagonistic relation between people, livestock and wildlife. Also it allowed localizing areas of conflict that need specific attention if pastoralism and wildlife are to coexist in harmony. A further study in the arid zone of Northern Kenya revealed that wildlife distribution was negatively associated with the presence of livestock and water-points. This suggests that livestock oriented interventions in rangelands directly degrade wildlife resources. Further, we demonstrated that the local processes (competition and disturbance) have a direct link to regional patterns. In the north-western, central and coastal areas of Kenya there are signs of local species extinction. The maintenance of regional species pools (be it the neighbouring district or cross border country) are crucial determinants for the persistence of local species assemblages. We finally conducted studies at sub national level in the Masai Mara ecosystem. Significant declines were recorded for of 10 out of 13 wild ungulate species between the late 1970's and the turn of the century. Further analysis provided evidence that these declines were related to changes in land use rather than climate. This suggests that the processes underlying the dynamics of wildlife in the Masai Mara ecosystem differ from those reported for the neighbouring Serengeti National Park in Tanzania. These results indicate that conservation and rural development have arrived at crossroads. Further unconstrained rural development will definitely lead to a further decline and eventual extinction of wildlife species. Successful wildlife conservation would require considering problems at spatial and temporal scales that transcend what appears to be achievable according to the political, social or economic agenda. The ultimate goal would be to achieve sustainable management of wildlife through long term planning, while recognizing the need to make decisions at short term.
    Hoefdieren in natuurterreinen: theorie en praktijk versus onderzoek
    Kuiters, A.T. - \ 2001
    Vakblad Natuurbeheer 2001 (2001)4. - ISSN 1388-4875 - p. 57 - 59.
    natuurreservaten - bedrijfsvoering - begrazing - herbivoren - hoefdieren - effecten - flora - fauna - natuurbescherming - nature reserves - management - grazing - herbivores - ungulates - effects - flora - fauna - nature conservation
    Landscape forming processes and diversity of forested landscapes : description and application of the model FORSPACE
    Kramer, K. ; Baveco, J.M. ; Bijlsma, R.J. ; Clerkx, A.P.P.M. ; Dam, J. ; Groen, T.A. ; Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Jorritsma, I.T.M. ; Kalkhoven, J. ; Kuiters, A.T. ; Lammertsma, D.R. ; Prins, H.H.T. ; Sanders, M. ; Wegman, R. ; Wieren, S.E. van; Wijdeven, S. ; Wijngaart, R. van der - \ 2001
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 216) - 168
    landschapsecologie - biodiversiteit - vegetatie - begrazing - branden - hoefdieren - herbivoren - populatiedynamica - ruimtelijke variatie - methodologie - modellen - bosecologie - nederland - verstoring - landscape ecology - biodiversity - vegetation - grazing - fires - ungulates - herbivores - population dynamics - spatial variation - methodology - models - forest ecology - netherlands - disturbance
    In the project "Landschapsvormende processen en biodiversiteit" ("Landscape forming processes and bioversity") the spatial interactions between autonomous development of a vegetation and landscape forming processes were investigated and their implications for (bio)diversity at the landscape level were evaluated. For this purpose the model FORSPACE was developed which is a spatial explicit process model that describes vegetation dynamics and the impacts of landscape forming processes. In this study emphasis was paid to the effects of grazing by large herbivores and fire on the vegetation. Two approaches to analyse diversity at the landscape scale were developed: 1) a spatial analysis evaluating the time-evolution of dominant vegetation types, and 2) a metapopulation approach that describes the population dynamics of indicator species at the landscape scale depending on the availability of habitat. This report focuses on the methodological aspects of the study and thus acts as a reference for future applied studies. The model structure is described in detail, as well as the approach of spatial analysis and of the metapopulation dynamics of an indicator species. Much emphasis is paid on the validation of the driving processes for trees, herbs and grasses by evaluating controlled simulation experiments. In a case-study on the 200 ha of the Imbos, an area in the centre of the Netherlands, the impacts of grazing by herbivores and its interaction with different fire frequencies were evaluated.
    Modellen voor het beheer van hoefdierpopulaties in natuurterreinen
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Kuiters, A.T. ; Lammertsma, D.R. ; Kramer, K. ; Wijdeven, S.M.J. ; Baveco, J.M. ; Cornelissen, P. ; Vulink, J.T. ; Prins, H.H.T. ; Wieren, S.E. van; Roder, F. de; Wigbels, V. - \ 2000
    Vakblad Natuurbeheer (2000)5. - ISSN 1388-4875 - p. 71 - 73.
    dieren - hoefdieren - natuurbescherming - ecologisch evenwicht - vegetatie - begrazing - flora - fauna - interacties - modellen - wetlands - nederland - animals - ungulates - nature conservation - ecological balance - vegetation - grazing - flora - fauna - interactions - models - wetlands - netherlands
    Onderzoek naar de interactie tussen grazers (edelhert, rund, paard) en vegetatie. Met behulp van het ruimtelijk begrazingsmodel WETSPACE voor moerasgebieden werd per ha nagegaan wat er gebeurt met de voorkomende vegetatie als er gegraasd wordt door hoefdieren en wordt de draagkracht berekend van het aantal grazers (edelhert, rund, paard). Gegevens in bijgaande figuur: Het totale hoefdiergewicht (adulten in juni) in de verschillende senario's (senario edelhert, rund, paard; senario edelhert, paard; senario rund; senario paard; senario edelhert)
    Interacties tussen runderen, edelherten en wilde zwijnen op de Zuidoost Veluwe
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Lammertsma, D.R. ; Kuiters, A.T. - \ 2000
    Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 150) - 52
    cervus elaphus - sus scrofa - bovidae - edelherten - begrazing - ecologie - wildbeheer - concurrentie tussen dieren - bosweiden - bossen - hoefdieren - nederland - gelderland - cervus elaphus - sus scrofa - bovidae - red deer - grazing - ecology - wildlife management - animal competition - woodland grasslands - forests - ungulates - netherlands - gelderland
    In opdracht van de Vereniging Natuurmonumenten heeft Alterra in de periode 1997-2000 onderzoek gedaan naar mogelijke interacties tussen runderen, edelherten en wilde zwijnen op grasland. Runderbegrazing differentieerde de gewashoogte, waardoor keuzemogelijkheden ontstonden voor edelhert en wild zwijn. Naast deze facilitatie van edelhert en wild zwijn door rund en mogelijk lokaal van wild zwijn door edelhert trad 's winters competitie op tussen rund en edelhert. Directe confrontaties werden niet waargenomen. De groei van de kudde runderen en uitbreiding van het begrazingsgebied leidde niet tot belangrijke verschuivingen in de verspreiding van edelherten op de Zuidoost-Veluwe.
    Begrazing in bosreservaten door wilde hoefdieren: een onderbelicht aspect?
    Kuiters, A.T. ; Koppe, J.A. ; Slim, P.A. - \ 2000
    Nederlands Bosbouwtijdschrift 72 (2000)3. - ISSN 0028-2057 - p. 108 - 112.
    afgrazen - beweidingsschade - schade - begrazing - beweidingsintensiteit - natuurlijke verjonging - verjongingsinventarisaties - bosinventarisaties - bossen - bosbouw - bosbedrijfsvoering - natuurreservaten - bosecologie - opstandsontwikkeling - plantensuccessie - botanische samenstelling - hoefdieren - jachtdieren - browsing - browsing damage - damage - grazing - grazing intensity - natural regeneration - regeneration surveys - forest inventories - forests - forestry - forest management - nature reserves - forest ecology - stand development - plant succession - botanical composition - ungulates - game animals
    In een aantal bosreservaten is een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de mate van begrazing van de verjonging en de invloed daarvan op de spontane bosontwikkeling. Dit om na te gaan of het relevant is de graasdruk een plaats te geven in het reguliere, langjarige onderzoeksprogramma naar spontane processen en natuurlijke dynamiek in onbeheerde bossen
    Dynamische interacties tussen hoefdieren en vegetatie in de Oostvaardersplassen
    Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Lammertsma, D.R. ; Kramer, K. ; Wijdeven, S. ; Baveco, J.M. ; Kuiters, A.T. ; Cornelissen, P. ; Vulink, J.T. ; Prins, H.H.T. ; Wieren, S.E. van; Roder, F. de; Wigbels, V. - \ 1999
    Wageningen : IBN-DLO (IBN-rapport 436) - 132 p.
    animals - ungulates - interactions - vegetation - grazing - ecological balance - nature conservation - fauna - cervidae - wetlands - netherlands - flevoland
    Living with wildlife : coexistence of wildlife and livestock in an East African Savanna system
    Voeten, M.M. - \ 1999
    Agricultural University. Promotor(en): H.H.T. Prins. - S.l. : S.n. - ISBN 9789058081339 - 160
    wilde dieren - hoefdieren - vee - wild - interacties - bescherming - conservering - begrazing - foerageren - savannen - tropen - oost-afrika - wild animals - ungulates - livestock - wildlife - interactions - protection - conservation - grazing - foraging - savannas - tropics - east africa

    This thesis has as its main theme the coexistence of wildlife and livestock in East African savannas. First however, the group size of native herbivore species was related to their body mass, feeding style, habitat choice and density. Body mass explained most variation in group size because of its relation to food requirements and how different sized animals experience the distribution of food. Differential use of (food)resources by Zebu-cattle, wildebeest and zebra was then investigated. The three species show substantial overlap in resource use by selecting similar feeding sites, foraging on the same grass species and preferring the same habitat types. More overlap was found between cattle and either wildebeest or zebra than between wildebeest and zebra. This overlap in combination with limited resources implicates a strong potential for competition between cattle and the native species. However, wildlife is able to avoid competition with livestock during the dry season by moving to areas where cattle do not have access. This seasonal movement is not because of competition, but is a result of differences in resource availability between areas.

    This thesis also shows that the animals move to their wet season range because only there they can satisfy all their nutritional needs, which are high at this time of the year since the females are lactating. Their movement back to the dry season range however is related to water requirements. Furthermore, a clipping experiment was performed to investigate if the dry season range of migratory wildebeest and zebra could sustain current populations year-round when access to the wet season range would be restricted. The results indicate that clipping had a positive effect on forage quality, but that the mineral concentrations were still not sufficient to meet herbivore nutrient requirements while clipping also reduced the annual forage production to insufficient levels. The results of this study can be put to use in present land-use issues related to the integration of wildlife conservation and development of pastoral areas.

    Margje M. Voeten
    Wageningen University
    Department of Environmental Sciences
    Tropical Nature Conservation and Vertebrate Ecology Group
    Bornsesteeg 69, 6708 PD Wageningen
    The Netherlands
    Fax: 31-317-484845
    E-mail:Margje.Voeten@staf.ton.wau.nl

    http://www.slm.wau.nl/natcons/ND

    Hoefdieren in het boslandschap
    Wieren, S.E. van; Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Jorritsma, I.T.M. ; Kuiters, A.T. - \ 1997
    Leiden : Backhuys - ISBN 9789073348745 - 224
    hoefdieren - begrazing - bedrijfsvoering - natuurbescherming - bossen - vegetatie - bosbouw - plantensuccessie - periodiciteit - bosweiden - bosschade - bosplagen - dieren - nederland - ungulates - grazing - management - nature conservation - forests - vegetation - forestry - plant succession - periodicity - woodland grasslands - forest damage - forest pests - animals - netherlands
    Grote grazers en het effect op vegetatie en bodem. Resultaten van het nationaal begrazingsonderzoek
    Check title to add to marked list
    << previous | next >>

    Show 20 50 100 records per page

     
    Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.